Onderzoek uitgelegd
Best eerst op verplaatsing? Voetbalmythe overleeft confrontatie met de harde data niet
In zijn college voor de Universiteit van Vlaanderen presenteert economieprofessor Stijn Baert eigen onderzoek waarin… voetbalmythes centraal staan. De mythe dat ploegen die bij een dubbele confrontatie eerst uit mogen spelen, een voordeel hebben, blijkt alvast niet veel aan.
De onderzoekers analyseerden alle “niet-geleide” dubbele confrontaties in de UEFA Champions League en UEFA Europa League tussen 2010 en 2017. Bij niet-geleide rondes in deze Europese voetbalbekers wordt bij lottrekking bepaald welk team de heenwedstrijd thuis speelt en welk team de terugwedstrijd als thuisploeg afwerkt. In totaal gaat het om 320 geanalyseerde wedstrijden in achtste finales, kwartfinales en halve finales.
Volgorde speelt geen rol
Wat blijkt? In tegenstelling tot de diepgewortelde overtuiging dat teams die hun terugwedstrijd thuis mogen afwerken een voordeel hebben, gingen zij slechts door naar de volgende ronde in 48.8% van de dubbele confrontaties. Teams die hun heenwedstrijd thuis afwerkten, trokken dus net iets vaker aan het langste eind (in 51.2% van de confrontaties). Het kleine verschil tussen de kansen voor beide soorten teams was statistisch niet significant, zodat niet kan uitgesloten worden dat dit kleine voordeel voor teams die eerst thuis speelden door toeval gedreven was.
Op de data werden allerlei verdere analyses uitgevoerd. Zo werd gecorrigeerd voor de relatieve sterkte van de teams. Op geen enkel moment werd een substantieel verband gevonden tussen de volgorde waarin de wedstrijden van een dubbele confrontatie wordt afgewerkt en de overwinningskansen van beide teams.
Verklaring
De mythe dat teams die bij een dubbele confrontatie eerst uit mogen spelen, een voordeel hebben, wordt vaak gelinkt aan de idee dat bij de terugwedstrijd nog alles kan rechtgezet worden en in die cruciale wedstrijd het thuisvoordeel volop kan spelen. Dit zou in het bijzonder het geval zijn wanneer de dubbele confrontatie op een gelijkspel eindigt en er dus verlengingen en eventueel penalty’s plaatsvinden in het eigen stadion.
Dit vermeende voordeel, als het al bestaat, wordt dus gecompenseerd door andere dynamieken. Mogelijk kan een team dat zijn terugwedstrijd thuis mag afwerken enkel een slechte uitgangspositie rechtzetten door grote risico’s te nemen, met een hoge kans op tegendoelpunten.
Voetbal en (arbeids)economie
Dat (economie)professoren zich bezighouden met het onderzoeken van voetbalmythes is minder gek dan het lijkt. De gekende Vlaamse filosoof B. Boma wist het drie decennia geleden al: business is business. En voetbal is ondertussen big business. Een wedstrijd al dan niet winnen kan soms miljoenen verschil uitmaken voor de kassa van een voetbalbedrijf.
Bovendien is de voetbalmarkt het perfecte laboratorium om de arbeidsmarkt te begrijpen. Enerzijds is er heel veel data beschikbaar over de belangrijkste bijzaak in het leven die voetbal is. Alleen al op transfermarkt.be kun je hele avonden verdwalen in cijfertjes (vooral op degene waar je de vuilbakken moet buitenzetten).
Anderzijds is de productiviteit van voetbalteams, namelijk het scoren van doelpunten en winnen van wedstrijden, veel duidelijker te observeren dan elders in de arbeidsmarkt. Wanneer een voetballer uit Afrika en Europa even productief zijn, krijgen ze dan ook hetzelfde loon? Werken automatismen of leidt meer afwisseling tot productiviteit? Het zijn vragen die op het eerste zicht enkel relevant zijn binnen de voetbalwereld, maar ze beantwoorden kan leiden tot inzichten die relevant zijn voor de volledige arbeidsmarkt.
In beeld
Deze studie kwam aan bod in het college over voetbalmythes door Stijn Baert voor Universiteit van Vlaanderen.
Meer info
De wetenschappelijke publicatie in Applied Economics Letters is hier terug te vinden.
In andere studies onderzochten professor Baert en zijn collega's onder ander het effect van een rode kaart, een doelpunt net voor de rust, wissels, het toevoegen van referees en thuisvoordeel op het verloop van internationale voetbalwedstrijden. Daarnaast werd ook de mythe dat Duitse teams vaker scoren bij het einde van de wedstrijd onderzocht. Ten slotte werd ook bestudeerd welke profielen typisch succesvolle trainers worden.