Onderzoek uitgelegd

Engagement bij vakbond is geen troef op de arbeidsmarkt


Reeds vele decennia bestuderen economisten de mate waarin en de manier waarop werkgevers de impact van vakbonden binnen hun onderneming proberen tegen te gaan. Eerder onderzoek beschrijft zo hoe werkgevers internationaal tijdens sollicitatieprocedures de vakbondsaffiliatie van werknemers proberen te weten te komen. Dat sommige werkgevers ook effectief rekening houden met het vakbondslidmaatschap van jobkandidaten, wanneer zij dat te weten komen, blijkt uit een veldonderzoek onder leiding van professor arbeidseconomie Stijn Baert waarin fictieve sollicitatiebrieven werden uitgestuurd als reactie op bestaande vacatures.


Globaal kregen in het experiment 18,6% van de kandidaten die geen lidmaatschap vermeldden een uitnodiging voor een jobgesprek. Bij de kandidaten die een functiebeperking vermeldden was dat slechts 14,3%. Aanhangigheid bij een vakbonden vermelden, verlaagde met andere woorden de kans op een jobgesprek met ongeveer 23%. Verdere analyse van de verzamelde data wijst uit dat het lidmaatschap van de socialistische vakbond het sterkst bestraft wordt en het lidmaatschap van de liberale vakbond het minst.


Verband met syndicalisatiegraad in sector, niet met bedrijfsgrootte


Op basis van de internationale literatuur kon vermoed worden dat de mate van ongelijke behandeling verschillend zou zijn naar het percentage werknemers dat is aangesloten bij een vakbond binnen de sector waarin het bedrijf actief is. Eerdere confrontaties met vakbonden in deze sectoren kunnen werkgevers ertoe aanzetten een verdere versterking van deze vakbonden te proberen voorkomen. Bovendien, zo argumenteert een Amerikaanse studie, hebben werkgevers in deze sectoren mogelijk reeds ondervonden dat de kans op detectie van ongelijke behandeling vrij klein is. Deze voorspelling van meer discriminatie in sectoren met een hogere syndicalisatiegraad wordt bevestigd voor Vlaanderen: hoe hoger de syndicalisatiegraad in de sector van het bedrijf, hoe hoger de kans op discriminatie van vakbondsleden. Dit resultaat lijkt gedreven te zijn door een hoge mate van discriminatie in de industriesector.


Verder kon op basis van de literatuur een relatie met de bedrijfsgrootte vermoed worden. Vakbonden staan vaak sterker in grotere ondernemingen, waar zij ook vaker in de ondernemingsraad worden opgenomen. Een relatie tussen ongelijke behandeling en bedrijfsgrootte wordt in Vlaanderen echter niet bevestigd. Ook verschillen naar scholingsniveau worden niet gevonden.


Methode


In dit onderzoek werden 576 fictieve sollicitaties uitgestuurd naar bestaande vacatures in de Vlaamse arbeidsmarkt. Naar elke vacature werden 2 sollicitaties verzonden. Beide sollicitanten waren, op details en lay-out na, volstrekt gelijkaardig met uitzondering van één kenmerk: één van beide kandidaten vermeldde in zijn sollicitatiebrief onder “Varia” het lidmaatschap van een jongerenvakbond, de andere vermeldde het lidmaatschap van een toneelvereniging. De vermeldde vakbond was achtereenvolgens ABVV-jongeren, ACV-jongeren en ACLVB-Jongeren (FreeZbe).


Meer info


De wetenschappelijke publicatie in Economist is hier terug te vinden.


Professor Baert en zijn team bestudeerden ook onder andere discriminatie op basis van politieke voorkeur.