Onderzoek uitgelegd

Jongeren die kort na nieuwjaar geboren zijn, doen het beter op school en op arbeidsmarkt


In de wetenschappelijke literatuur gaat recent grote aandacht uit naar “relatieve leeftijdseffecten”. Kinderen die op het einde van het jaar geboren zijn, zijn tot 12 maanden jongeren dan hun leeftijdsgenoten, wat verschillen in welbevinden en studieresultaten geeft. Een internationaal onderzoeksteam onder leiding van professor arbeidseconomie Stijn Baert ging nu na of zich dit doortrekt tot op de arbeidsmarkt.


Binnen schoolklassen zijn sommige jongeren (abstractie makend van degenen die moeten overzitten) tot 12 maanden jonger dan anderen. Dit gaat typisch over kinderen die op het einde van het jaar geboren zijn. Op jonge leeftijd kan dat een groot verschil in maturiteit geven. Eerder internationaal wetenschappelijk onderzoek toonde al aan dat de relatief jongere leerlingen doorheen hun jonge leven minder scoren qua o.a. schoolresultaten, sportprestaties en sociaal contact. Dit kan zelfversterkende gevolgen hebben aangezien wie goed scoort op jonge leeftijd later ook een stap voor heeft.


Het onderzoeksteam toonde in eerder onderzoek zelf al aan dat de jongste kinderen in de klas gemiddeld genomen minder gelukkig zijn en ook in minder goede gezondheid zijn, met bijvoorbeeld meer overgewicht. In dit nieuwe onderzoek nemen we de stap die voor mij als arbeidseconoom de logische is: nagaan of deze maturiteitsverschillen bij het begin van de schoolcarrière zich ook vertalen in problemen bij het betreden van de arbeidsmarkt.


Het onderzoek maakt gebruik van data waarin een representatieve steekproef van 6000 Vlamingen, geboren in 1978 en 1980, werden gevolgd tot de leeftijd van 26 of 29 jaar. Op die manier waren heel rijke gegevens beschikbaar omtrent zowel de school- als de eerste arbeidsmarktuitkomsten van deze Vlamingen.


Deze data werd door een internationaal onderzoeksteam geanalyseerd met state-of-the-art econometrische technieken om het oorzakelijke verband tussen leeftijdsverschillen bij de start van het secundair onderwijs enerzijds en eerste arbeidsmarktuitkomsten anderzijds te schatten.


Belangrijke verschillen in snelheid en kwaliteit van eerste job


Wat blijkt? Duidelijk jonger zijn dan klasgenoten bij de start van het lager onderwijs vertaalt zich in een significant lagere kans om een jaar na het schoolverlaten aan het werk te zijn. Binnen de steekproef was 8.8% niet aan het werk op dat moment. 12 maanden jonger zijn doet die kans toenemen met 3.5 procentpunt.


Ook de kans op een eerste kwaliteitsvolle job een jaar na het schoolverlaten is lager voor wie jonger is binnen de klas bij de start van het lager onderwijs. Bijvoorbeeld, 12 maanden jonger zijn leidt tot 5.1 procentpunt minder kans op een vast contract.


Een stuk van dit effect kan verklaard worden doordat maturiteitsverschillen in de klas zich ook vertalen in het uitvoeren van een studentenjob, wat zich dan weer vertaalt in een snellere overgang van school naar werk, zo tonen onze verdere analyses.


Meer info


Zie het onderzoeksartikel voor meer informatie omtrent de gebruikte methode en alle resultaten.