Naar duidelijkheid in de Babylonische spraakverwarring over ouderlijke controle: De relevantie van het onderscheid tussen druk en structuur

(337)

 

Over de adaptieve waarde van ouderlijke controle voor het welzijn en gedrag van kinderen bestaan uiteenlopende meningen. Terwijl sommige onderzoekers argumenteren dat ouderlijke controle noodzakelijk en effectief is om probleemgedrag te vermijden, waarschuwen anderen voor de mogelijke negatieve gevolgen van ouderlijke controle, zoals rebellie, emotionele problemen, en verminderde intrinsieke motivatie en creativiteit. Nog anderen argumenteren dat ouders een optimale balans dienen te vinden in het gebruik van ouderlijke controle, waarbij een beetje controle soms goed kan zijn. Een belangrijke reden voor de onenigheid over de adaptieve rol van ouderlijke controle is dat deze term in verschillende betekenissen wordt gehanteerd. Binnen de zelfdeterminatietheorie wordt in dit opzicht een belangrijk onderscheid gemaakt tussen structuur (duidelijkheid, voorspelbaarheid) en druk (verplichting, dwang).
In deze scriptie wordt van een heel aantal ouderlijke opvoedingspraktijken (gaande van ouderlijk toezicht, over schuld-inductie, tot fysiek straffen) onderzocht in welke mate adolescenten ze percipiėren als uitingen van structuur dan wel druk. Er wordt voorspeld dat naarmate opvoedingsgedragingen meer als structurerend worden ervaren, de ermee gepaarde gaande ontwikkelingsuitkomsten (zoals zelfwaarde, afwezigheid van internalizerende en externaliserende problemen) positiever worden terwijl het omgekeerde het geval zou zijn voor opvoedingsgedragingen die als druk worden ervaren.
 

Soort studie: vragenlijstonderzoek

Deelnemers: adolescenten

Aanbevolen competenties: Interesse in opvoedingsdynamiek en adolescentiepsychologie


Aantal studenten: 1

 

Promotor & begeleider: Prof. Bart Soenens


Verder lezen:

Naar registratietool op Minerva!