Orchideeën, paardenbloemen en autisme: In welke mate verschillen kinderen met autismespectrumstoornissen in hun temperamentele gevoeligheid voor opvoeding?

(315)

De differentiële susceptibiliteitshypothese (Belsky & Pluess, 2009) stelt dat kinderen verschillen in hun gevoeligheid voor omgevingsinvloeden zoals opvoeding. Paardenbloemkinderen zijn relatief immuun voor opvoeding terwijl orchideekinderen gevoeliger zijn voor negatieve maar OOK voor positieve opvoedingsinvloeden. Deze masterproef onderzoekt deze revolutionaire hypothese in de ontwikkeling van een groep kinderen met autismespectrumstoornissen.
Onderzoek toont aan dat de temperament/persoonlijkheidstrekken die samenhangen met probleemgedrag dezelfde zijn voor kinderen met autismespectrumstoornissen en typisch ontwikkelende kinderen (De Pauw et al., 2011). Deze masterproef onderzoekt of deze persoonlijkheidstrekken ook de verandering in probleemgedrag kunnen voorspellen na een tijdsinterval van 5 jaar. Vanuit de differentiële susceptibiliteitshypothese onderzoeken we hierbij de interactie met ouderlijk gedrag. Kunnen we ook bij kinderen met autisme ‘paardenbloem’- en ‘orchidee’kinderen onderscheiden? Vinden we ook in de groep kinderen met ASS een groep die uitgespoken meer/minder gevoelig is voor zowel de positieve als negatieve invloeden van opvoeding?
 

Soort studie: De student werkt mee aan de follow-up (5/6 jaar later) van een studie over temperament/persoonlijkheid, opvoeding en probleemgedrag van kinderen met autisme

Aanbevolen competenties: Interesse in autisme en persoonlijkheid X opvoedingsinteracties

Deelnemers: ouders van adolescenten met autismespectrumstoornissen


Aantal studenten: 2

 

Promotor & begeleider: Dr. Sarah De Pauw


Verder lezen:

Naar registratietool op Minerva!