"Hij die
medelijden heeft met (zelfs maar) een spreeuw en
zijn leven spaart,
voor hem zal God genadig zijn op de Dag des
Oordeels."
(Profeet Mohammed)
INHOUDSOPGAVE
Voorwoord
1. Algemeen ecologisch perspectief.
2. Kenmerken der dieren.
2.1. Dieren vormen gemeenschappen zoals
mensen maar met eigen normen.
2.2. God sprak tot de dieren die Hem
verheerlijken - dieren denken dus na.
2.3. Dieren hebben gevoelens.
3. Relatie tussen mens en dier.
3.1. Hebben mensen heerschappij over dieren?
3.2. Goed doen voor dieren wordt beloond,
slecht doen bestraft.
3.3. Mens en dier moeten natuurlijke
rijkdommen delen.
3.4. Dieren als leermeesters van mensen.
3.5. Kunnen mens en dier communiceren?
4. Wat zegt Islam over allerhande vormen van
dierenleed.
4.1. Is dierlijk lijden de wil van God?
4.2. Mogen huid, pels, slagtanden van dieren
gebruikt worden?
4.3. Zijn dierengevechten toegestaan?
4.4. Wat zegt Islam over jachtsport?
4.5. Zijn brandmerken en andere verminkingen
toegestaan?
4.6. Dieren in oorlogstijd.
4.7. Mag men dieren inzetten als lastdier?
4.8. Zijn experimenten op dieren toegestaan?
4.9. Bekommernis om lichamelijk én
emotioneel welzijn van dieren.
4.10. Dierenmishandeling in de
muslimwereld.
5. Islam en Voeding.
5.1. Vlees of geen vlees, that is the
question.
5.2. Wat zegt Islam over het doden van
dieren voor voedsel?
5.3. Welke voeding is Halal (wettig),
welke Haram (onwettig)?
5.4. Is factory farming toegestaan?
5.5. Het Offerfeest.
6. Overzicht van
dierenrechten en verbodsbepalingen.
Besluit
Voetnoten
VOORWOORD
Islam is één van de gespreksonderwerpen van onze
tijd. Daarbij wordt de discussie vaak toegespitst op
aberrant gedrag zoals extremisme of fanatisme.
Zelden wordt echter de Koranische Boodschap zèlf
naar voor gebracht. Hoeveel mensen in het Westen
weten dat een achtste van de Koran handelt over
ecologie? Hoeveel mensen zijn ervan op de hoogte dat
de Islam een zeer gedetailleerd stelsel van
dierenrechten omvat?
Dit werkstuk is het
resultaat is van een paar jaar lezen over Islam en
is onder meer geïnspireerd op het toonaangevend werk
van Imam Masri over dieren in de Islam(1).
Het wil aan de hand van een uitdieping van de plaats
van de dierenwereld in de Islam, een aanzet geven om
gesprekken over de Islam te verbreden en te
verdiepen. Het wil een stimulans zijn om de Islam in
zijn totaliteit te bekijken, en alle aspecten ervan
te onderzoeken aan de hand van de bronteksten van
het Islamitisch model zelf, met name de Koran
(Openbaringen van God aan Mohammed) en de Sunnah
(het leven, de handelingen en de uitspraken van deze
Profeet).
Januari 2004 -
Dhul-Qa´dah 1424
1. ALGEMEEN
ECOLOGISCH PERSPECTIEF.
Islam betekent "overgave aan God". Veel meer dan alleen
maar een godsdienst, is het een volledig model dat zich
richt tot alle aspecten van het leven, waaronder ook
ecologie. De Koran telt 6.666 verzen. Daarvan handelen er
750 of bijna één achtste over de natuur en de relatie
tussen mens en natuur, tussen levende organismen en hun
omgeving. Op die manier leert God volgens de Islam de mens
het evenwicht te bewaren in Zijn Schepping.
Volgens de Islam heeft God de mensen op aarde aangesteld
als viceregenten, als beheerders van de Schepping.
"...Wij hebben jou
aangesteld als viceregent ..." (Koran 38:26)
Eén van de
hoofddoelstellingen van dat beheer, is het in stand houden
van het leven zelf.
"(Zelfs wanneer de
wereld tot een einde komt) op de Dag des Oordeels, als
iemand een palmscheut in zijn handen heeft, moet hij het
planten." (Musnad of Ahmad, 5:440 en 3:184).
Viceregentschap geeft de
mens geen superioriteit over de Schepping en haar
onderdelen - volgens de Islam behoort de aarde immers niet
de mens toe, maar is ze van God. De mens is slechts een
klein onderdeel van de Schepping en leeft zij aan zij met
de andere aspecten ervan. Volgend vers benadrukt de
absurditeit van het antropocentrisme:
"De schepping van de
hemel en van de aarde is groter dan de schepping van de
mens, maar de meeste mensen weten het niet." (Koran
40:57)
Al de rijkdommen van de
aarde (land, water, lucht, wouden, ertsen, enz.) zijn
beschikbaar om door de mens gebruikt te worden, maar zijn
niet van de mens. God heeft ze voor de mens geschapen, het
zijn geschenken voor de mens waarop ethische beperkingen
gelden. De mens kan ze gebruiken om zijn noden te lenigen
maar enkel op een manier die het ecologisch evenwicht niet
verstoort en die de mogelijkheid van toekomstige
generaties om in hun behoeften te voorzien niet
compromitteert. Vervuiling en verspilling van natuurlijke
rijkdommen is verboden.
Bovendien zijn de natuurlijke rijkdommen er niet enkel
voor de mens. Alle schepselen hebben een geboorterecht op
hun deel van de natuurlijke rijkdommen.
"En Hij is het die de
winden als verkondigers van goed nieuws voor Zijn
barmhartigheid uitzendt. En Wij laten uit de hemel rein
water neerdalen om daarmee hen die Wij geschapen hebben,
mensen en dieren, te drinken te geven." (Koran
25:48-49)
De essentie van de
Islamitische leer over
dierenrechten is dat het aan dieren ontzeggen van hun
deel van de natuurlijke rijkdommen in de ogen van God een
zeer ernstige zonde is die zwaar bestraft zal worden.
(1)
Het gegeven dat God de mens aangesteld heeft als
viceregent of beheerder plaatst de mens voor de grote
morele verantwoordelijkheid de Schepping van God te
bewaren en te beschermen. Voor de mate waarin men dit doet
of nalaat te doen, zal men rekenschap moeten afleggen en
beoordeeld worden op Oordeelsdag.
Om goed te kunnen beheren, moet de mens kennis vergaren
over wat hij beheert. Het allereerste geopenbaard vers
luidt dan ook (de verzen in de Koran zijn niet geordend in
volgorde van openbaring) :
"Lees voor in de naam
van jouw Heer die heeft geschapen" (Koran 96:1)
Dit is een oproep om te
lezen, een permanente opdracht om kennis te verwerven om
dat beheer goed te kunnen uitoefenen. Ook, omdat men door
het leren kennen van de Schepping, de Schepper meer
liefheeft en Hem beter leert kennen, men zich meer bewust
wordt van Zijn Almacht, en men ook Zijn bestraffing voor
het overtreden van Zijn Geboden en Voorschriften meer
vreest:
"God wordt slechts
gevreesd door de geleerden onder Zijn dienaren."
(Koran 35:28)
Islam beschouwt de schepping
van het universum als een open boek dat tot waarneming
uitnodigt. Dit waarnemen verdiept het geloof van de
waarnemer in de Schepper van het bestaan.
De Koran stelt herhaaldelijk dat er tekenen van God zijn
in de natuur, en dat men moet observeren en aandachtig
kijken om de wetten van de natuur te leren kennen, zodat
men de taak als beheerder beter kan uitvoeren, zodat men
beter leert wat Gods Wetten zijn, zodat men Hem beter kan
dienen en men groeit in zijn liefde voor Hem.
"Waarlijk in de hemelen
en op aarde zijn er tekenen voor hen die geloven."
(Koran45:3)
"In de schepping van de hemelen en de aarde en het
verschil van nacht en dag zijn tekenen voor mensen die
verstand hebben, die God staande, zittende en op hun zij
liggende gedenken en die over de schepping van de
hemelen en de aarde nadenken." (Koran 3:190)
"Hij is het die voor jullie de sterren gemaakt heeft,
opdat jullie daarmee de goede richting vinden in de
duisternis van het vasteland en de zee; Wij hebben de
tekenen uiteengezet voor mensen die weten." (Koran
6:97)
"En Hij is het die vanuit de hemel water liet vallen.
Wij brengen daarmee plantengroei van allerlei soorten
voort - Wij hebben daadoor frisse groene planten
voortgebracht waaruit Wij opeengepakte zaadkorrels
voortbrengen en uit de palmen, uit de bloeikolf ervan,
laaghangende deeltrossen - en ook tuinen met
wijnstokken, olijf- en granaatappelbomen die deels wel
en deels niet op elkaar lijken. Kijk naar de vruchten
ervan, wanneer zij vrucht dragen, en naar het rijp
worden ervan; daarin zijn zeker tekenen voor mensen die
geloven." (Koran 6:99)
Eén van de uitspraken van de
Profeet Mohammed was:
"Werk voor dit leven alsof
je eeuwig zal leven, en werk voor het leven hierna alsof
je morgen zal doodgaan."
Dit betekent dat men goed en
zorgzaam met alle aspecten van het huidige leven - daarbij
hoort ook het milieu - moet omgaan alsof men hier een
eeuwigheid zal wonen, en dat men tegelijk ook altijd klaar
moet zijn om te sterven om in het hiernamaals een
eeuwigheid te leven, de aard waarvan bepaald wordt door
hoe men zich in het huidige leven gedraagt. Islam schrijft
voor zorgzaam om te springen met de natuurlijke
rijkdommen, met de lucht, het water, de plantengroei, met
alles hier op aarde. Immers, alles wat bestaat werd door
God geschapen voor de mensen. God heeft dieren, vogels,
planten, waterlichamen, onbezielde objecten enz. onder het
beheer van de mens geplaatst. Het is de plicht van de
mens, met dit alles zorgzaam om te gaan, zodat hij er
voordeel van heeft, zonder anderen dit voordeel te
belemmeren, en met dien verstande dat het algemeen belang
primeert op het persoonlijk voordeel, niet alleen nu maar
ook in de toekomst. Islam bewandelt daarbij dus zoals
steeds een middenweg, een middenweg tussen de noden van
heden en toekomst, van individu en groep.
Het dient gezegd dat er weinigen zijn die zich bewust zijn
van de grote klemtoon die de Islam legt op ecologie. Islam
is een manier van leven, een model dat alle aspecten van
het leven behandelt. Daarbij biedt de Koran een leidraad
om in alle situaties het beste naar voor te brengen voor
alle facetten van het leven. Dit behelst ook ecologie.
Spijtig genoeg zijn er diegenen die zich van deze
diepgaande een veelzijdige aard van de Koranische
Boodschap niet bewust zijn, en die menen dat de Islam
gereduceerd kan worden tot een geheel van definities van
criminaliteit en bestraffingen.
2.
KENMERKEN VAN DE DIEREN.
2.1. Dieren
vormen gemeenschappen zoals mensen maar met eigen normen.
Zoals gezegd, houdt het Islamitisch ecologisch perspectief
in dat de mens niet boven de Schepping staat, maar er
slechts deel van uitmaakt, soort tussen de soorten. Islam
beschouwt antropocentrisme als absurd. Immers, de Koran
leert dat ook dieren gemeenschappen vormen, net zoals
mensen.
"Er is geen dier op
aarde en geen vogel die met zijn vleugels vliegt of zij
behoren zoals jullie tot gemeenschappen." (Koran
6:38)
In bovenstaand Koranisch
vers wordt expliciet het woord "gemeenschap" gebruikt voor
de dieren. Dit betekent dat dieren niet enkel als individu
bestaan, maar dat zij ook een sociale functie bekleden
binnen hun leefgemeenschap.
Ook soorten die wij als mens schadelijk of onbelangrijk
achten, hebben hun eigen intrinsieke waarde en mogen niet
gedood worden. Zo is er een hadith (uitspraak of handeling
van de Profeet Mohammed) waarin de Profeet zegt dat een
salamander een slecht dier is, maar er niet bij zegt dat
het dier daarom gedood moet worden. Dus zelfs van dieren
die wij schadelijk achten is het leven heilig:
"God´s Apostel noemde
de salamander een slecht dier, maar ik hoorde hem niet
het bevel geven om het te doden." (Gemeld door Aisha,
echtgenote van de Profeet. Bukhari)
De Profeet Mohammed vertelde
ook hoe God iemand terechtwees omdat hij een mierennest,
een gemeenschap die God verheerlijkte, had willen
vernietigen nadat een mier hem gestoken had:
Abu Huraira
rapporteerde dat de Profeet een incident aanhaalde dat
aan een andere profeet uit het verleden overkomen was.
Die profeet had een mierenbeet gekregen, en in zijn
boosheid beval hij dat het hele mierennest uitgeroeid
moest worden. Daarop wees God deze profeet terecht met
volgende woorden: "omdat één mier jou gestoken heeft,
heb jij een volledige gemeenschap die mij verheerlijkte
uitgeroeid." (Bukhari en Muslim)
Islam "humaniseert" de
dierenwereld niet, maar beschouwt dieren als samenlevingen
met eigen regels en waarden, verschillend van die van de
mensen. Daaruit volgt dat men dieren niet mag behandelen
alsof het mensen zijn en dat men niet mag verlangen dat ze
zich volgens menselijke waarden en regels gedragen. Men
moet hen integendeel benaderen met respect voor hun
individuele en sociale particulariteit.
Als groep functioneren dieren in eigen gemeenschappen, met
eigen manieren om te communiceren, met een eigen sociale
gedragscode en zo meer. In die context heeft het woord
"gemeenschap" volgens Dr. Abdul Majid Katme
(2), Voorzitter van de Britse Islamic Medical
Association, overigens dezelfde implicaties als wanneer
het gebruikt wordt voor het aanduiden van de Duitse,
Griekse of Franse gemeenschap, en hangt het samen met een
reeks fysiologische en psychologische rechten, zoals:
-
het recht op gezonde
voeding (niet genetisch gemanipuleerd) en op gezond
drinken en zogen;
-
het recht op normaal
staan, wandelen, lopen en vliegen;
-
het recht op normaal paren
en copulatie (zonder tussenkomst van buitenaf in het
voortplantingsstelsel) en op het normaal grootbrengen
van de kroost (volledig moederschap en geen scheiding
moeder-baby);
-
het recht geen slagen,
wreedheden en ruwheden te moeten ondergaan;
-
het recht op individuele
behandeling met volledig respect voor het lichaam;
-
het recht op faciliteiten
voor recreatie, rusten, dutten, neerliggen, spelen;
-
het recht of faciliteiten
voor sociaal gedrag;
-
het recht op
slaapfaciliteiten en bescherming tegen ruw weer;
-
het recht op faciliteiten
voor individueel comfort en spel.
Islam omvat een erg
uitgebreide regeling inzake
dierenrechten en verbodsbepalingen in de omgang tussen
mens en dier die gericht zijn op het verzekeren van de
sociale, lichamelijke, emotionele en psychische
integriteit van de dieren. In de loop van dit project zal
daar uitvoerig op ingegaan worden.
2.2.
God sprak tot de dieren die Hem verheerlijken - dieren
denken dus na.
Voor openbaringen, ingevingen van God aan de Profeten,
gebruikt de Koran het woord "Wahi". Ditzelfde woord
wordt gebruikt in een vers waarin God zich richt tot de
dieren:
"En jouw Heer heeft aan
de bijen ingegeven (Waawha - vervoegde vorm van
Wahi): ´Betrek behuizingen in de bergen, in de bomen en
in wat zij (als dakconstructies) optrekken.´" (Koran
16:68)
God heeft zich volgens de
Koran dus geopenbaard aan de mensen én aan de dieren, elk
in hun eigen taal.
De Koran vermeldt verder dat alle dieren God aanbidden en
verheerlijken maar dat de mens dit niet begrijpt:
"Hem prijzen de zeven
hemelen en de aarde en wie daarin zijn. Er is niets of
het prijst Zijn lof, maar jullie begrijpen hun
lofprijzing niet." (Koran 17:44)
Dat de mensen de
lofprijzingen van de dieren niet begrijpen heeft ook te
maken met het feit dat dieren in hun gemeenschappen een
eigen manier van communiceren hebben. Het is echter niet
omdat wij de taal van de dieren niet begrijpen, dat zij
geen taal hebben. Met deze taal, die wij niet begrijpen,
aanbidden zij God.
"Heb jij niet gezien
dat God geprezen wordt door wie er in de hemelen en op
de aarde zijn en ook door de vogels met uitgespreide
vleugels? En van een ieder kent Hij zijn salaat (gebed)
en zijn lofprijzing (psalmen); God weet wat zij doen."
(Koran 24:41)
Bidden is een intelligente,
vrijwillige daad. Dat dieren Openbaringen van God
begrijpen en God verheerlijken en aanbidden, wijst meteen
op een hoge vorm van bewustzijn en intelligentie die het
niveau van reflexen ver overstijgt.
Het verbaast dan ook niet dat Amerikaanse onderzoekers
onlangs konden aantonen dat sommige dieren kunnen denken.
Een artikel hierover in de Britse kwaliteitskrant The
Guardian (2)
meldt dat een universitair team proefondervindelijk
kon vaststellen dat dieren de optie "ik weet het niet" in
overweging kunnen nemen. Dit bewijst dat dieren in staat
zijn tot metacognitie, en dus kunnen nadenken over hun
eigen gedachten. Het bevestigt meteen de 1400 jaar oude
Islamitische leerstelling dat dieren een bewustzijn hebben
dat veel hoger ligt dan een zuiver reflexmatig niveau.
2.3.
Dieren hebben gevoelens.
In volgende hadith verduidelijkt de Profeet Mohammed dat
dieren gevoelens hebben:
"We waren op reis met
de Apostel van God toen hij ons even verliet. Gedurende
zijn afwezigheid, zagen we een vogel hummara genoemd met
haar twee jongen, en wij namen de twee jongen weg. Toen
de Profeet terugkeerde cirkelde de moedervogel boven ons
in de lucht, met haar vleugels slaande van smart. De
Profeet zei daarop: ´Wie heeft de GEVOELENS van deze
vogel gekwetst door haar jongen af te nemen? Geef haar
haar jongen terug.´" (Gemeld door Abdul Rahman bin
Abdullah bin Mas'ud. Muslim)
Dieren hebben ook een gevoel
voor schoonheid en waardigheid dat niet geschonden mag
worden.
De Profeet zei: "Scheer
de voorlok van een paard niet weg, want er is
waardigheid verbonden aan deze voorlok; noch de manen,
want het beschermt hem, noch zijn staart, want het is
zijn vliegenmepper." (Gemeld door 'Utbah ibn Farqad
Abu Abdillah al-Sulami. Abu Dawud.)
Islam hecht dus zeer veel
belang aan niet alleen het lichamelijk maar ook het
emotioneel welzijn van dieren, en dit niet enkel tijdens
het leven van het dier, maar ook als er een dier gedood
moet worden. Zo gelden er in de Islam heel strikte
bepalingen voor het doden van dieren, en mag men
bijvoorbeeld geen dier doden terwijl een ander dier dat
ziet of zelfs geen voorbereidingen treffen terwijl het
dier het ziet om emotioneel lijden te vermijden:
Aan iemand die zijn mes
aan het scherpen was in het bijzijn van het dier, zei de
Heilige Profeet: ´Ben jij van plan het dier twee keer te
doden? Eén keer door je mes te scherpen terwijl het dier
het ziet, en een keer terwijl je de keel oversnijdt?´"
(Al-Furu Min-al-Kafi Lil-Kulini)
Imam Ali zegt: "Slacht geen schaap in het bijzijn van
andere schapen, of slacht geen dier in het bijzijn van
andere dieren". (idem)
3. RELATIE
TUSSEN MENS EN DIER.
3.1. Hebben
mensen heerschappij over de dieren?
Volgens de Koran heeft God de mens als viceregent, als
beheerder aangesteld:
"Hij is het die
jullie tot viceregenten op de aarde aangesteld heeft."
(Koran 35:39)
De mens is echter slechts
een soort onder de soorten, is niet superieur aan andere
soorten, maar draagt er door het viceregentschap wel
verantwoordelijkheid voor. Deze verantwoordelijkheid is
niet vrijblijvend. Op Oordeelsdag zal men niet alleen
beoordeeld worden op de manier waarop men zich gedroeg
tegenover andere mensen, maar ook op de manier waarop
men omging met de dieren en met het hele ecologisch
systeem.
3.2. Goed
doen voor dieren wordt beloond, slecht doen bestraft.
Islam probeert kwaad te voorkomen. Zo is er een algemene
regel die stelt dat wanneer dieren gedurende hun leven
of tijdens het slachten lichamelijk of psychisch slecht
behandeld werden, het vlees van die dieren onwettig
wordt en dus verboden voor consumptie.
(1) Daardoor hebben
boeren er alle belang bij de dieren goed te behandelen,
anders worden hun producten waardeloos.
Maar het blijft niet bij preventie alleen. Profeet
Mohammed wijst er herhaaldelijk op dat de mensen zich op
Oordeelsdag zullen moeten verantwoorden en mogelijks
zelfs in de hel zullen gegooid worden wanneer zij een
dier slecht behandelden. Een goede daad tegenover een
dier zal daarentegen beloond worden.
Het geloof in het hiernamaals is een cruciaal aspect van
de Islam. Het ontkennen ervan komt neer op het ontkennen
van God. Het is op basis van het geloof in het
hiernamaals dat de mens ertoe aangemoedigd wordt een
goed leven te leven hier op aarde, omdat hij weet dat
hem mogelijks een eeuwig verblijf in de hel te wachten
staat als hij dat niet doet.
In volgende hadith wordt duidelijk hoe de Profeet
Mohammed de daders van slechte daden tegenover dieren
vervloekte - zelfs al ging het om een spreeuw of een nog
kleiner dier - en hen duidelijk maakte dat zij daarvoor
op Oordeelsdag ter verantwoording zullen geroepen
worden.
"Er is geen man die
zelfs maar een spreeuw of iets kleiner kan doden
zonder dat het dit verdient, of God zal hem erover
ondervragen." (Gemeld door Ibn 'Omar en door
Abdallah bin Al-As. An-Nasai)
De Profeet vertelde zijn gezellen over een vrouw
die naar de Hel zou gestuurd worden omdat zij een kat
had opgesloten, deze kat geen eten gegeven had en de
kat ook niet had vrijgelaten om zichzelf te kunnen
voeden. (Gemeld door Abdullah bin 'Omar. Muslim)
De Koran verwijst naar een
incident waarbij een man, Al-Akhnas Ibn Shuriq genaamd,
zich bekeerd had tot de Islam, maar nadat hij de Profeet
verlaten had, een veld waarop dieren aan het grazen
waren in brand stak. Daarop werd het volgende vers
geopenbaard, dat geldt als zware goddelijke afkeuring
van dergelijk gedrag:
"Onder de mensen is
er hij wiens uitspraken over het tegenwoordige leven
jou bevallen. Hij roept God als getuige aan voor wat
er in zijn hart is. Toch is hij erg fel in zijn
tegenstand. En wanneer hij weggaat trekt hij er op uit
om verderf te zaaien en het gewas en het jongvee te
vernielen. Maar God bemint het verderf niet. En
wanneer men tot hem zegt: ´Vrees God´, dan krijgt de
trots over de zonde hem te pakken. De hel is dus goed
genoeg voor hem. Dat is pas een slechte rustplaats!"
(Koran 2:204-206)
Omgekeerd, zal wie goed
doet voor een dier, daarvoor beloond worden.
De heilige Profeet
Mohammed zei: "Hij die medelijden heeft met (zelfs
maar) een spreeuw en zijn leven spaart, voor hem zal
God genadig zijn op de Dag des Oordeels." (Gemeld
door Abu Umama. Doorgegeven door Al-Tabarani)
En:
De Profeet werd
gevraagd of liefdadigheid zelfs tot de dieren, beloond
werd door God. Hij antwoordde: "ja, er is beloning
voor daden van liefdadigheid tegenover elk levend
wezen." (Gemeld door Abu Huraira. Bukhari, Muslim)
Dat goed doen beloond
wordt, wordt bekrachtigd door volgende hadith:
De Boodschapper van
God zei: "Waarlijk, God en Zijn Engelen, diegenen die
in de Hemelen en op de Aarde verblijven, zelfs een
mier in zijn woning en een vis (in het water) roept
zegeningen af op diegene die goedheid leert. (Tirmidhi
213 Abu Umamah al-Bahili, geciteerd in "Meat and
Modernity", door Tarik Abdul Rahman
2)
Dit alles leidt tot het
volgende besluit:
"een goede daad voor
een dier, is zoals goed als een goede daad voor een
mens, terwijl een daad van wreedheid tegenover een
dier, zo slecht is als een daad van wreedheid
tegenover een mens." (Mishkat al-Masabih)
Rekening houdende met de
gevolgen van goede en slechte daden op Oordeelsdag, komt
de Islamitische leer hier op neer dat wanneer een mens
goed doet voor de dieren, het ook de mens zelf ten goede
zal komen.
3.3. Mens en
dier moeten natuurlijke rijkdommen delen.
Islam beschouwt de mens als soort tussen de soorten, die
allemaal gemeenschappen vormen met eigen regels. Het is
dan ook logisch dat volgens de Islam niet alleen de
mensen recht hebben op de natuurlijke rijkdommen, maar
dat ook dieren een geboorterecht hebben op hun deel van
de natuurlijke rijkdommen. Zo hebben dieren bijvoorbeeld
recht op een deel van het beschikbare water en voedsel.
In verschillende Koranische verzen over voedsel of water
wordt gesteld dat deze zowel voor mensen als voor dieren
bestemd zijn.
"De mens moet maar
eens naar zijn voedsel bekijken. Dat Wij het water in
gutsen uitgieten; dan de aarde in voren openbreken en
dan erin laten ontspruiten: graan, wijnstokken en
voedergewassen, olijfbomen en palmen, in
dichtbegroeide boomgaarden, vruchten en foerage als
vruchtgebruik voor jullie en voor jullie
dieren." (Koran 80:24-32)
"En Hij is het die de winden als verkondigers van
goed nieuws voor Zijn barmhartigheid uitzendt. En Wij
laten uit de hemel rein water neerdalen om daarmee hen
die Wij geschapen hebben, mensen en dieren,
te drinken te geven." (Koran 25:48-49)
Zelfs als er onder de
mensen schaarste van voedsel heerst, dan nog mogen de
mensen zich niet alles toeëigenen en ook in zulke
omstandigheden hebben de dieren recht op hun deel. Zo
vermeldt de Koran dat de mensen van de stam van Thamud
aan hun Profeet Saleh vroegen om hen een teken te geven
waaruit zou blijken dat hij inderdaad een Profeet van
God was. God openbaarde aan Saleh dat dit teken een
kameelmerrie was. De Profeet moest de mensen opdragen
goed voor deze kameel te zorgen. De mensen beloofden dat
te doen. Toen kreeg de stam echter te maken met
schaarste van voedsel en water. Daarom besloten zij de
kameel niet langer haar deel te geven, en uiteindelijk
doodden ze haar zelfs. Als straf, annihileerde God de
hele stam. Dit gebeuren wordt in de Koran verschillende
keren herhaald (7:73, 11:64, 26:155, 54:27). In de Islam
wordt het ontzeggen aan dieren van hun deel van de
natuurlijke rijkdommen uiterst zwaar bestraft.
Anderzijds, wordt bijvoorbeeld het planten van een boom
waarvan de vruchten door vogels kunnen gegeten worden,
aanzien als een daad die gelijkstaat met het doen van
goede werken, iets wat op Oordeelsdag beloond zal
worden.
God´s Apostel zei:
"Onder de muslims is er niemand die een boom plant of
zaad zaait, en als er dan een vogel of een mens of een
dier van eet, of het wordt beschouwd als een
liefdadige gift voor hem." (Gemeld door Anas bin
Malik. Bukhari)
Ook het delen van water
met dieren, wordt beloond:
De Profeet zei: "Een
man zag een hond modder eten uit hevige dorst. Daarop
nam de man een schoen, vulde die met water en bleef
hij gieten tot de hond zijn dorst gelest was. God
keurde deze daad goed en liet hem het Paradijs binnen.
(Gemeld door Aby Huraira. Bukhari)
Zoals in alles, past Islam
ook hier de wisselwerking tussen belonen van gewenst
gedrag en bestraffen van ongewenst gedrag toe. Islam is
geen repressief model. De klemtoon ligt vooral op het
belonen - nu of in het hiernamaals - van goed gedrag om
het wenselijke aan te moedigen. Om ordenend op te
treden, hanteert Islam deze positieve bekrachtiging
samen met ontmoediging van ongewenst gedrag door het te
ontraden en bestraffen, nu of in het hiernamaals.
3.4. Dieren
als leermeesters van de mensen.
Niet alleen is volgens de Islam de mens niet superieur
aan de dieren doch slechts een soort tussen de soorten,
ook worden dieren in de Koran verschillende keren
opgevoerd als leermeesters van de mens. Zo meldt de
Koran dat toen Kain zijn broer Abel vermoord had, hij
het lijk gewoon had laten liggen. Daarop zond God een
raaf die in de aarde scharrelde. Door naar deze raaf te
kijken, leerde Kain dat hij het lijk van zijn broer
moest bedekken met aarde:
"Toen zette hij zich
ertoe aan om zijn broer te doden en hij doodde hem en
zo ging hij tot de verliezers behoren. God zond toen
een raaf die in de aarde scharrelde om hem te tonen
hoe hij het lijk van zijn broer kon bedekken. Hij zei:
´Wee mij! Ben ik niet in staat om zoals deze raaf te
zijn en het lijk van mijn broer te bedekken?´ Zo ging
hij behoren tot hen die wroeging hebben." (Koran
5:28-31)
3.5.
Communicatie tussen mens en dier.
Blijkbaar beheersten in het verleden sommigen de kennis
van de talen waarmee dieren in hun gemeenschappen met
elkaar communiceerden. De Koran meldt hoe ten tijde van
de Profeet Solomon sommigen de vogels konden begrijpen:
"En Solomon was de
erfgenaam van David en hij zei: ´O mensen, aan ons is
de spraak van de vogels onderwezen en aan ons is van
alles gegeven, dit is een duidelijke goedgunstigheid´"
(Koran 27:16)
Andere verzen bevestigen
dat de Profeet Solomon begreep wat de mieren tegen
elkaar zeiden:
"En voor Solomon
werden zijn troepen verzameld - jinns, mensen en
vogels, en zij werden in het gelid opgesteld. Toen zij
dan in de vallei van de mieren aangekomen waren zei
een mier: ´O mieren, gaat jullie woningen binnen opdat
Solomon en zijn troepen jullie niet zonder het te
merken zou vertrappen´. Toen glimlachte hij omdat hij
om haar woorden moest lachen en zei: ´Mijn Heer, spoor
mij aan dat ik voor Uw genade die U mij en mijn ouders
geschonken hebt dank betuig en dat ik iets deugdelijks
doe dat U bevalt en laat mij met Uw rechtschapen
dienaren in Uw barmhartigheid binnengaan.´" (Koran
27:17-19)
Uit verschillende hadith
blijkt dat ook de Profeet Mohammed de dieren op een of
andere manier kon begrijpen. Zo is er een hadith waarin
de Profeet meldt dat een kameel er zich bij hem over
beklaagd had dat hij door zijn eigenaar te zwaar belast
werd en niet voldoende te eten kreeg, waarop de Profeet
de eigenaar van de kameel aanmaande God te vrezen in de
dieren.
Wanneer een kameel de
Profeet zag, weende de kameel zachtjes, een smachtend
geluid voortbrengend terwijl de tranen uit zijn ogen
liepen. De Profeet kwam bij hem en streelde de zijkant
van zijn hoofd. Daarom werd de kameel rustig. De
Profeet zei: "Wiens kameel is dit?" Een jonge man van
de Anser kwam en sprak: "Het is de mijne, Apostel van
God." De Profeet antwoordde: "Vrees jij God niet
omtrent dit dier dat God u in bezit gegeven heeft? Hij
heeft bij mij geklaagd dat jij hem hongerig houdt en
hem zwaar belaadt wat hem vermoeit." (Abu Dawud.
Abdullah bin Ja'far)
4. ISLAM OVER
DIERENLEED.
4.1. Is
dierlijk lijden de Wil van God?
Een van de pijlers van het Islamitisch model is het geloof
in de predestinatie. Islam erkent nochtans ook de vrije
wil. Het is overigens op het gebruik van deze vrije wil -
ook in de manier waarop men omgaat met dieren - dat men
zal beoordeeld worden op Oordeelsdag.
Zich proberen verschuilen achter voorbestemming of de Wil
van God en intussen zelf de dieren mishandelen, zal dus
niet lukken, vermits de Islam de mens verantwoordelijk
stelt voor wat hij doet en nalaat te doen, iets waarvan
men verantwoording zal moeten afleggen op Oordeelsdag.
4.2. Staat
Islam het gebruik van huid, pels, slagtanden enz. van
dieren toe?
Reeds 1400 jaar geleden verbood Profeet Mohammed het doden
van wilde dieren voor hun pels of huid.
De Heilige Profeet
Mohammed verbood het gebruik van huiden van wilde dieren.
(Gemeld door Abu Malik op gezag van zijn vader. Abu
Dawud, Tirmidhi)
De slachtpartijen en
bloedbaden onder zeehonden die vandaag de dag nog altijd
aangericht worden, zijn volgens de Islam volstrekt
onaanvaardbaar. Dat mensen de pels van dieren mooi vinden,
is voor de Islam geen aanvaardbaar argument om de
heiligheid van het leven van dieren te schenden. Zeker
niet omdat er voldoende andere, niet-dierlijke
synthetische alternatieven voorhanden zijn waaruit warme
kledij geproduceerd kan worden. Om dezelfde reden kunnen
ook geen meubels vervaardigd worden met dierenhuid of
vacht, of mag men geen dieren doden om van hun slagtanden
juwelen te vervaardigen.
Het enige dat de Islam toestaat, is het dragen van huid
van dieren die ofwel een natuurlijke dood gestorven zijn,
ofwel gedood werden om een nood aan voedsel te lenigen.
"Ook het vee heeft Hij
geschapen. Jullie hebben daarmee warmte en allerlei
nuttigs en jullie eten ervan." (Koran 16:5)
Dit vers zegt met andere
woorden dat van een dier dat gedood werd voor voedsel, ook
allerlei nuttige dingen mogen vervaadigd worden. Dit
kadert binnen het algemene principe dat niets mag verspild
worden.
4.3. Zijn
dierengevechten toegestaan?
Talrijke bepalingen verbieden alle vormen van
dierengevechten. Zo is er bijvoorbeeld volgende hadith:
"God´s Boodschapper
heeft verboden dat men dieren ertoe aanzet met elkaar te
vechten." (Gemeld door Abdullah bin Abbas. Bukhari,
Muslim)
Vermits dieren daardoor ook
pijn lijden en gewond geraken, valt dit onder de
maatregelen die het veroorzaken van lichamelijke en
geestelijke pijn verbieden. Het niet naleven van zulke
injuncties zal op Oordeelsdag omgezet worden in zware
straffen en mogelijks de hel.
Stierengevechten, hanengevechten, hondengevechten, enz.
zijn dan ook allemaal verboden in de Islam. Ook het vlees
van dieren die in een dierengevecht omgekomen zijn, is in
de Islam onwettig en verboden voor consumptie.
4.4. Wat zegt
Islam over jachtsporten?
Islam verbiedt het jagen op dieren voor de sport.
"De Profeet
veroordeelde deze mensen die om het even wat dat levend
is vangen als louter sport." (Gemeld door Abdullah
bin ´Omar. Muslim)
Hij verklaarde meteen ook
het vlees van dieren die door jachtsport gedood werden
onwettig en bijgevolg verboden voor consumptie.
Daarnaast is het ook verboden dieren als schietschijf te
gebruiken.
Het gebeurde dat Ibn ´Umar
voorbij een groep mannen kwam die een hen hadden
vastgebonden en er pijlen naartoe schoten. Wanneer zij
zagen dat Ibn ´Umar naderde, zetten ze het op het lopen.
Ibn ´Umar merkte kwaad op "Wie heeft dit gedaan?
Waarlijk, God´s Boodschapper heeft een vloek uitgeroepen
over iemand die dit soort zaken doet." (Gemeld door
Said bin Jubair)
De Profeet veroordeelde diegenen die een levend wezen
als doelwit gebruikten (Gemeld door Abdullah bin
'Omar. Bukhari, Muslim)
4.5. Zijn
brandmerken en andere verminkingen toegestaan?
Islam verbiedt het toebrengen van lichamelijk en
emotioneel leed - met inbegrip van het verminken en
brandmerken van dieren. De Profeet Mohammed riep zelfs
Gods vloek af over een man die zijn ezel in het gezicht
gebrandmerkt had:
Jabir vertelde dat
Gods Apostel verbood dieren in het gezicht te slaan of
hen in het gezicht te (brand)merken... Dezelfde gezel
van de Heilige Profeet rapporteerde dat wanneer een ezel
die in zijn gezicht gebrandmerkt was langs de Profeet
passeerde, de Profeet zei: "God vervloeke diegene die de
ezel gebrandmerkt heeft". (Gemeld door Jabir bin
Abdullah. Muslim)
Brandmerken is verboden
omdat het pijn veroorzaakt en het dier kwetst in zijn
waardigheid en schoonheidservaring.
Overigens zijn niet alleen brandmerken maar ook alle
andere vormen van verminking en schending van de
schoonheidservaring van het dier, verboden, zoals bleek
uit eerder geciteerde hadith waarin de Profeet zei dat men
de hoofdlok van een paard niet mocht afsnijden.
Vermits verminking verboden is, is ook vivisectie verboden
- het verwijderen van delen van een nog levend dier -
tenzij dit noodzakelijk is om het dier te redden. Zo mag
men bijvoorbeeld een poot van een dier in nood amputeren,
als daarmee het dier gered kan worden. Maar alle andere
vormen van vivisectie zijn verboden.
4.6. Dieren in
oorlogstijd.
Islam staat oorlogsvoering slechts toe in heel beperkte
omstandigheden en wanneer alle andere middelen uitgeput
zijn. Een "heilige oorlog", een oorlog om mensen te
bekeren, is in elk geval verboden. De Koran garandeert
immers aan alle mensen volledige vrijheid van godsdienst.
Men mag zich bijvoorbeeld wel verweren tegen een aanval of
bezetting. Ook in zulke omstandigheden gelden strikte
bepalingen. Deze zijn onder meer gebaseerd op de Koran en
de Sunnah van Mohammed, maar ook op de regels die de
eerste Kalief, Abu Bakr, oplegde aan een leger dat hij
naar het slagveld stuurde.
Abu Bakr As-Siddiq, een
nauwe gezel en opvolger van de Profeet Mohammed, zei aan
een van zijn militaire bevelhebbers: "Ik adviseer u
volgende tien dingen (met betrekking tot de regels van
oorlogsvoering). Doodt geen vrouwen of kinderen,
bejaarden of zieken. Hak geen bomen om of verbrandt ze
niet, vooral als het fruitdragende bomen zijn. Verniel
geen onbewoonde plaatsen. Doodt geen dieren behalve voor
voedsel. Verbrandt geen bijen en drijf hen niet uiteen.
Steel niets van de zaken die in beslag genomen werden
gedurende de strijd. En handel niet laf." (Al-Muwatta,
Volume 21, Hadith 10)
Uit andere hadith blijkt dat
Abu Bakr onder meer ook stelde dat priesters en
kloosterlingen met rust gelaten moesten worden, en dat men
hun gebedshuizen niet mocht vernielen.
In elk geval blijkt uit de Islamitische regelgeving over
oorlogsvoering dat zelfs ten tijde van oorlog, dieren niet
mogen gedood worden, tenzij om honger te lenigen. Abu Bakr
zei ook dat men zelfs de melk van de dieren niet mocht
gebruiken tenzij men de toestemming had van de eigenaars
van de dieren. Zelfs bijen mogen geen schade toegebracht
worden.
De betekenis die achter dit alles schuilgaat is dat Islam
een oorlog beschouwt als een zaak tussen mensen, waar de
natuur in het algemeen en de dieren in het bijzonder niet
mogen onder lijden.
4.7. Mogen
dieren als lastdier ingezet worden?
De bekommernis om de dieren is in de Islam erg groot. Dat
blijkt ook uit uitspraken van de Profeet Mohammed over het
omgaan met lastdieren: ze mogen alleen gebruikt worden als
het noodzakelijk is, ze mogen niet meer belast worden dan
ze kunnen dragen, moeten op tijd rusten, en wanneer halt
gehouden wordt onderweg moet desnoods zelfs het gebed
uitgesteld worden tot de lastdieren verzorgd zijn.
Wanneer de Profeet een lastdier tegenkwam dat te zwaar
beladen was, wees hij de begeleider terecht: vrees God in
de dieren.
De Profeet passeerde
eens langs een magere kameel wiens buik tegen zijn rug
teruggekrompen was. "Vreest God", zei hij tegen de
eigenaar van de kameel, "in deze arme dieren en rij er
alleen op als ze fit zijn om bereden te worden, en laat
hen vrij wanneer het gepast is dat ze rusten".
(Gemeld door Abdullah bin Ja'far. Awn).
"Wanneer we ergens halt hielden, zegden we onze
gebeden niet totdat we de lasten van de rug van onze
kamelen hadden geladen en voor de kamelen hadden
gezorgd". (Gemeld door Anas. Awn)
Wanneer een kameel de Profeet zag, weende de kameel
zachtjes, een smachtend geluid voortbrengend terwijl de
tranen uit zijn ogen liepen. De Profeet kwam bij hem en
streelde de zijkant van zijn hoofd. Daarom werd de
kameel rustig. De Profeet zei: "Wiens kameel is dit?"
Een jonge man van de Anser kwam en sprak: "Het is de
mijne, Apostel van God." De Profeet antwoordde: "Vrees
jij God niet omtrent dit dier dat God u in bezit gegeven
heeft? Hij heeft bij mij geklaagd dat jij hem hongerig
houdt en hem zwaar belaadt wat hem vermoeit." (Abu
Dawud Abdullah bin Ja'far)
4.8. Zijn
experimenten op dieren toegestaan?
Volgens Islam is alle leven sacrosanct, of het nu dat van
een mens of dat van een dier is. Elk leven heeft recht op
bescherming. Daaruit volgt dat voor het gebruik van dieren
in wetenschappelijk onderzoek dezelfde morele, ethische en
wettelijke codes moeten toegepast worden als voor het
behandelen van mensen.
(1)
Bovendien stelt de Islam dat elke tussenkomst in het
lichaam van een levend dier dat fysisch of emotioneel
lijden en pijn veroorzaakt of resulteert in verminking,
strijdig is met Islamitische lering en dat de mens
daarover op Oordeelsdag verantwoording zal moeten
afleggen.
Het argument dat dierenproeven nodig zouden zijn om
menselijke problemen op te lossen gaat niet op, omdat we
dieren niet kunnen opzadelen met de problemen die door
mensen veroorzaakt worden onder meer door een ongezonde
levensstijl of door milieuvervuiling.
Hier geldt bovendien het principe dat het belang of de
nood van de mens, de rechten van de dieren niet opheft.
Ook niet-Islamitische wetenschappers zoals het Amerikaanse
Physicians Committee for Responsible Medicine
(4) spreken zich uit tegen dierenproeven en
zeggen dat deze geen enkel nut hebben voor menselijke
toepassing.
4.9.
Bekommernis om lichamelijk én emotioneel welzijn van de
dieren.
Vermits Islam de mens als soort tussen de soorten
beschouwt, en dieren aanziet als gemeenschappen met eigen
waarden en regels, is het de mens niet toegestaan dieren
te behandelen op grond van de eigen onder mensen geldende
normen. Dieren moeten respectvol benaderd worden en in hun
eigenheid gerespecteerd worden.
Dieren moeten ook zachtaardig benaderd worden.
Ik reed op een
weerspannige kameel en was nogal ruw. De Profeet zei
tegen mij: "het betaamt de dieren zachtaardig te
behandelen". (Muslim)
Diegenen die goed zijn voor
dieren, zelfs al zijn het maar spreeuwen, wordt beloning
en zelfs het Paradijs in het vooruitzicht gesteld.
Dierenleed veroorzaken is daarentegen verboden. Eerder
werd reeds vermeld hoe de Profeet scherp uithaalde naar
mensen die de gevoelens van een vogel gekwetst had door
haar jongen uit haar nest te nemen, hoe hij de mensen
waarschuwde dat een vrouw die een kat had opgesloten
zonder haar eten en drinken te geven, naar de hel zou
gaan. Hij onderwees ook dat men bijvoorbeeld de hoofdlok
van een paard niet mag afsnijden omdat het paard daardoor
gekwetst zou worden in haar schoonheidservaring. Het is
ook verboden dieren neerbuigend te behandelen of de spot
met hen te drijven.
4.10.
Dierenmishandeling in Muslimlanden
Tot dusver werd het model beschreven, het Islamitisch
wettelijk en theologisch kader. Zoals overal, wordt het
model echter niet altijd nageleefd en hoewel de Islam een
erg uitgebreid stelsel van
dierenrechten heeft, komt dierenmishandeling dus ook
in de muslimwereld voor.
Niet zelden wordt dit veroorzaakt door onwetendheid over
de
dierenrechten. Niet alle muslims hebben voldoende
scholing genoten om op de hoogte te zijn van wat de Koran
en Sunnah voorschrijven en verbieden. Zo gebeurt het dat
mensen denken dat omdat sommige dieren onrein genoemd
worden, men hen niet fatsoenlijk moet behandelen. Het is
echter duidelijk dat de Profeet Mohammed er herhaaldelijk
op hamerde dat zelfs van de meest schadelijke dieren het
leven heilig is, en dat ook zij met respect behandeld
moeten worden.
(5)
Bovendien dient gezegd dat de meeste muslimlanden een
seculiere wet hebben. De
dierenrechten die in de Islamitische Wet gelden kunnen
niet afgedwongen worden in landen met een seculiere wet,
vermits de Shariah of Islamitische Wet daar niet geldt. In
landen waar de Shariah wel geldt zijn deze rechten echter
wel afdwingbaar.
Zelfs als Muslims zich al vrijwillig aan de Islamitische
bepalingen zouden houden, moet rekening gehouden worden
met het feit dat niet iedereen even godvruchtig is.
Sommigen gaan ver in hun geloof en proberen de Koranische
richtlijnen zo nauw mogelijk te volgen, terwijl anderen
veel losser omspringen met hun godsdienst en er zich in
hun dagelijks leven maar weinig door laten leiden.
5. ISLAM EN VOEDING.
5.1. Vlees of
geen vlees, that is the question.
Islam schrijft voor dat enkel Halal (wettige)
voeding mag geconsumeerd. Onwettige voeding mag niet
geconsumeerd worden. Van de voeding die wettig is, wordt
matiging voorgeschreven en is verspilling verboden.
Niets in de Islam zegt dat het eten van (wettige)
dierlijke producten een religieuze verplichting is. Of men
(wettig) vlees (en andere dierlijke producten) eet of
niet, wordt aan de keuze van de persoon zelf overgelaten.
Op religieuze grond is er in de Islam dan ook geen bezwaar
tegen veganisme. Op religieuze grond is er evenmin bezwaar
tegen het eten van dierlijke producten op voorwaarde dat
het Halal (wettige) producten betreft. Er bestaan in de
Islam uitgebreide en strenge regels voor de behandeling
van dieren, ook als die gebruikt worden voor voedsel. In
voorgaande hoofdstukken werd reeds gewezen op de manier
waarop mensen moeten omgaan met levende dieren. Islam
voegt daar nog een aantal regels aan toe die net vòòr,
tijdens en na het slachten in acht genomen moeten worden.
Al die regels samen weerspiegelen een zodanig groot
respect voor dieren, dat sommigen argumenteren dat de
Islam een evolutie naar veganisme in de hand werkt.
Wat er ook van zij, Islam ziet er via een stelsel van
bepalingen op toe dat wanneer men dierlijke producten
wenst te eten, dit gebeurt met inachtname van welzijn van
mens en dier. De dierlijke producten die men wenst te
consumeren moeten gezond zijn voor de mens, moeten
afkomstig zijn van dieren wiens geestelijk en lichamelijk
welzijn tijdens het leven werd gerespecteerd en die gedood
werden volgens strikte bepalingen die minimaal lijden
beogen. Zoniet, worden hun producten verboden voor
consumptie. De laatste maatregelen zou men ook preventieve
maatregel van dierenbescherming kunnen noemen: van een
dier dat slecht behandeld werd, kan het vlees of andere
producten niet meer opgegeten worden.
Zoals in alles, schuwt Islam echter ook hier extremisme.
Dit blijkt goed uit de regelgeving over noodsituaties:
"Maar als iemand door
honger gedwongen wordt zonder tot zonde geneigd te zijn,
dan is God vergevend en barmhartig". (Koran, 5:3)
Wanneer men bijvoorbeeld
door schipbreuk op een eiland verzeild geraakt is, en er
niets anders dan Haram (onwettig) voedsel aanwezig
is, dan mag dat gegeten worden. Het wettelijk principe dat
hieruit spreekt is "nood versoepelt het verbod". Men moet
dus de regels niet "mordicus" toepassen. De regels zijn
niet absoluut. Dit is typerend voor het hele Koranisch
model: het is geen strak geheel van verbods- en
gebodsbepalingen, maar een soepele leidraad om in allerlei
omstandigheden het beste naar voor te brengen.
5.2. Wat zegt
Islam over het doden van dieren voor voedsel?
Uit wat voorafgaat is reeds gebleken dat Islam zeer begaan
is met het lichamelijk en psychologisch welzijn van de
dieren gedurende hun leven. Dieren vormen volgens de Islam
gemeenschappen zoals mensen, en genieten de daarmee
geassocieerde rechten. Dieren hebben het recht op een
waardig lichamelijk, psychisch, emotioneel en sociaal
leven. De Islam schrijft muslims voor met dieren om te
gaan op een liefdevolle manier, zoals men met andere
gemeenschappen omgaat. Islam verbiedt dieren lichamelijk
of emotioneel te mishandelen. In die mate zelfs dat dieren
die lichamelijk of emotioneel mishandeld werden, "Haram"
zijn zodat de producten daarvan niet mogen gebruikt worden
voor consumptie.
Ook wanneer dan een dier moet gedood worden voor voedsel,
is dat in de Islam onderworpen aan precieze voorschriften.
Het gaat hierbij niet enkel om de feitelijke daden van het
beëindigen van het leven van een dier, maar ook over de
omstandigheden waarin dit moet gebeuren en hoe het dier
moet behandeld worden, wat mag en wat niet mag. Hierna
volgen bij wijze van voorbeeld een paar zulke
voorschriften:
5.2.1.
Dieren doden zonder geldige reden is verboden (dit wel
doen is een hoofdzonde).
De Profeet Mohammed legde zoveel nadruk op dit punt dat
hij verkondigde:
"Er is geen man die
zelf maar een spreeuw of iets kleiner kan doden zonder
dat het dit verdient, of God zal hem erover
ondervragen."(Gemeld door Ibn 'Omar en door Abdallah
bin Al-As. An-Nasai).
Het doden van een dier
zonder geldige reden wordt omschreven als één van de
hoofdzonden, en is even erg als het aanbidden van meerdere
goden:
"Vermijdt de zeven
afschuwelijke dingen (hoofdzonden): polytheïsme (meergoderij),
magie, het doden van ademende wezens! wat God verboden
heeft behalve voor rechtmatige redenen" (Gemeld door
Abu Huraira. Muslim)
Zelfs ten tijde van oorlog
mag een dier niet gedood worden tenzij voor het lenigen
van honger. Islam stelt dat oorlogen problemen tussen
mensen zijn, waar dieren niet het slachtoffer mogen van
worden.
In vorig hoofdstuk werd al gesteld dat dieren niet gedood
mogen worden voor het plezier, als schietschijf in de
sport, in jachtsport, voor hun pels of huid of slagtanden
enz. Een dier mag enkel gedood worden als er een direct
rechtvaardigbare reden voor is, zoals het lenigen van
honger.
5.2.2.
Verspilling in het algemeen, en in het bijzonder van
dierlijke producten, mag niet.
Gezien men geen dier mag doden zonder rechtvaardigbare
reden, en dit wel doen een hoofdzonde is die even erg is
als het aanbidden van meerdere goden, geldt per implicatie
dat het verspillen van vlees en dierlijke producten in
strijd is met de Islamitische voorschriften. In Islam is
alle leven heilig. Dieren kweken in massa en vervolgens
overstocks van dierlijke producten vernietigen, staat
gelijk met het doden van dieren voor niet te
rechtvaardigen redenen, en is dus verboden.
5.2.3.
Wanneer een dier gedood moet worden, moet dit zonder
marteling gebeuren.
De Profeet Mohammed zei: "Als je moet doden, doodt dan
zonder marteling". Op deze regel noemde hij geen
enkele uitzondering, zelfs niet de meest giftige of
schadelijke dieren.
De islamitische manier van doden is door een snelle, diepe
incisie in de keel met een scherp mes, waarbij zowel de
nekader en halsslagaders aan beide zijden als de trachea
en de esophagus doorgesneden worden. Uit
experimenteel
onderzoek door o.m. professor Schulz en zijn collega Dr. Hazim
van de Universiteit van Hannover (Duitsland)
(8) blijkt dat de halssnedemethode inzake pijnlijkheid de
vergelijking met de gangbare methode met het schietmasker
(CBP: "captive bolt (!) pistol stunning") althans kan
doorstaan. Met de
islamitische methode
wordt een maximale hoeveelheid
bloed uit het lichaam verwijderd, wat niet het geval
is met andere methoden. Bloed mag volgens de Islam niet
geconsumeerd worden (bloed is overigens ook drager van
allerhande ziektekiemen).
5.2.4.
Ook alvorens een dier te doden voor rechtvaardigbare
reden, moet men eerst "in de naam van God" uitspreken.
Het Islamitisch voorschrift om alvorens het dier te doden
eerst "Bismillah" (in de Naam van God) uit te
spreken, confronteert de mens met de heiligheid van het
leven en herinnert de mens eraan dat men zonder goede
reden het dier niet mag doden of dat men ter
verantwoording zal geroepen worden. Yusuf Ali schrijft in
zijn commentaar bij het Koranisch vers 22:37 (vertaald):
"Niemand mag
veronderstellen dat vlees of bloed aanvaardbaar is voor
de Ene Ware God. Het was een heidens waanidee dat Allah
tevreden gestemd zou kunnen worden door een bloedoffer.
Maar Allah aanvaardt wel het offer van ons hart, en als
symbool van zulk offer, was een zichtbare instelling
nodig. Hij heeft ons macht gegeven over de schepping, en
ons toegelaten vlees te eten, maar alleen als we eerst
Zijn Naam uitspreken bij de heilige daad van het nemen
van een leven, omdat zonder deze plechtige invocatie we
de heiligheid van het leven zouden vergeten. Door deze
invocatie worden we eraan herinnerd dat er geen
wreedheid in onze gedachten mag zijn, maar alleen de
nood aan voedsel."
5.2.5. Men mag
dieren niet laten wachten op hun dood.
De Profeet onderwees dat men dieren niet mocht laten
wachten op hun dood:
Men hoorde de Profeet
van God verbieden een viervoetig dieren of om het even
welke ander dieren te laten wachten voor het slachten.
(Bukhari, Muslim)
5.2.6. Het
dier mag niet gebonden worden om het te doden.
Profeet Mohammed verbood dieren te slachten terwijl zij
vastgebonden zijn
5.2.7.
Een dier mag niet zien dat voorbereidingen getroffen
worden om het te doden.
Toen iemand in het
bijzijn van een dier zijn mes aan het scherpen was, zei
de Profeet Mohammed: "Ben jij van plan het dier twee
keer te doden? Eén keer door je mes te scherpen terwijl
het dier het ziet, en een keer terwijl je de keel
oversnijdt?" (Al-Furu Min-al-Kafi Lil-Kulini)
5.2.8. Om de
gevoelens van andere dieren niet te kwetsen, mag een dier
niet gedood worden in het bijzijn van andere dieren.
Islam verbiedt het toebrengen van emotioneel leed aan
dieren. Daarom mag een dier niet gedood worden in het
bijzijn van een ander dier. Dit laatste dier zou immers
angstig zijn en lijden van wat het te zien krijgt. Imam
Ali zei hierover:
"Slacht geen schaap in
het bijzijn van andere schapen, of slacht geen dier in
het bijzijn van andere dieren"
5.2.9.
Wachten op rigor mortalis.
Om er zeker van te zijn dat geen pijn zou berokkend worden
aan een dier zolang er zelfs maar een sprankeltje leven
meer in zit, moet gewacht worden op het intreden van
lijkstijfheid alvorens het karkas mag versneden worden.
Zaken als het breken van de nek, het wegsnijden van
stukken van het lichaam enz., moeten dus wachten tot na de
rigor mortalis.
5.2.10.
Van dieren die tijdens het kweken of tijdens transport
slecht werden behandeld, wordt het vlees onwettig.
Het toebrengen van fysisch of emotioneel lijden is
verboden. Het maakt niet uit wanneer dit gebeurt: tijdens
het kweken van de dieren, tijdens het transport of waar
dan ook.
5.3. Welke
voeding is Halal (wettig), welke Haram
(onwettig)?
5.3.1.
Haram (onwettig, verboden voor consumptie).
Haram is volgens de Islam datgene wat God en de
Profeet Mohammed volledig en expliciet verboden hebben.
Iets doen wat Haram is (zoals varkenvlees eten,
alcohol drinken, ...) leidt tot straf in het leven hierna,
en misschien zelfs in het huidige leven.
Wat betreft de voeding, worden een aantal categorieën van
voeding door de Koran en door de Sunnah van Mohammed als
onwetting bestempeld, zoals bijvoorbeeld:
-
Varken;
-
Bloed;
-
Vleesetende dieren
(carnivoren);
-
Lichamen van dode dieren;
-
Halal (wettige)
dieren die niet volgens de Islamitische wet geslacht
zijn;
-
Wijn, ethyl alcohol,
sterke drank;
-
Op basis van diverse
bronnen
(1,6-14) en op grond van eerder geciteerde
hadith, kunnen aan deze klassieke lijst van Haram
producten ook alle producten (dus niet alleen vlees
zelf) afkomstig van factory farming toegevoegd
worden, zelfs al zouden deze factory farm dieren
op Islamitische wijze geslacht worden. Immers, wanneer
dieren voedermeel gegeten hebben waarin bloed of
kadavers van andere dieren zitten, zijn zij per gevolg
"carnivoor" en wordt hun vlees ook Haram. Merk op
hoe toepassing van de Islamitische voorschriften zaken
als BSE-overdracht op mensen onmogelijk maakt vermits
het vlees en alle afgeleide producten van dieren die
zulk voeder aten, onwettig zijn voor muslims, en muslims
dit dus niet mogen consumeren. De wrede wijze waarop
dieren in factory farming vaak behandeld worden,
in het bedrijf zelf, tijdens het transport of tijdens
het doden, is in strijd met de Islamitische
voorschriften en maakt deze dieren Haram
(onwettig). Een dier dat niet op een waardige manier
geleefd heeft en gedurende zijn leven lichamelijk of
emotioneel werd tekort gedaan, is onwettig voor de
Islam. Het op Islamitische wijze slachten ervan maakt
het niet Halal of wettig, en muslims mogen er dus
niet van eten. Merk op hoe de Islamitische regelgeving
een preventieve werking heeft en dierenmishandeling
voorkomt, vermits het slecht behandelen van dieren ertoe
leidt dat ze onwettig worden voor consumptie en muslims
er zelf dus alle belang bij hebben hun dieren goed te
verzorgen. De bepalingen gaan echter veel verder dan
preventie van dierenmishandeling: goede behandeling van
dieren wordt beloond en voor wandaden moet men zich
verantwoorden en wordt men mogelijks zwaar bestraft.
-
Op dezelfde grond moeten
muslims zich ernstig bevragen over alle producten
waarvoor in het productieproces dierenproeven uitgevoerd
werden. Immers, de regel "wat verleidt tot het
verbodene, is zelf verboden" impliceert dat alles
dat verworven wordt door verkeerde daden (zoals onnodige
experimenten op dieren) zelf onwettig is (haram).
-
Wat ziekten veroorzaakt
bij mensen, is ook niet toegestaan. In dit verband moet
gewezen worden op steeds talrijker wordende
wetenschappelijke studies die wijzen op een verband
tussen het eten van dierlijke producten en allerhande
kankers, diabetes, hartziekten, Alzheimer, enz.
(4)
5.3.2.
Halal (wettig, toegestaan voor consumptie).
Halal is in de Islam al datgene waarvan God en de
Profeet Mohammed hebben toegestaan dat het gedaan wordt op
een wettige manier.
"Jullie die geloven!
Eet van de goede dingen die Wij jullie voor jullie
levensonderhoud gegeven hebben en betuigt dank aan God,
als Hij het is die jullie dienen." (Koran 2:172)
"En eet van wat God jullie als levensonderhoud
gegeven heeft, als iets wat toegestaan en goed is. En
vreest God in Wie jullie geloven." (Koran 5:88)
Tot de toegestane producten
behoren:
-
Plantaardige producten.
Zijn zeer zeker Halal (wettig): honing, planten
die niet intoxicant zijn, vers of natuurlijk
diepgevroren groenten, vers of gedroogd fruit, legumes
en noten, granen.
-
Zuivelproducten.
Wat betreft producten zoals melk, kaas, enz. geldt dat
deze Halal (wettig) zijn als het (emotioneel en
lichamelijk) welzijn van de dieren gerespecteerd werd en
wordt. Producten van dieren die mishandeld worden, zelfs
al zijn die producten op zich wettig, worden door de
mishandeling Haram (onwetting, verboden).
-
Vlees van wettige dieren.
Dieren die niet Haram zijn (zie ook boven), zijn
in principe Halal (wettig). Koeien, schapen,
geiten, enz. zijn in principe Halal, op
voorwaarde dat ze Zabihah zijn (geslacht
volgens Islamitische methode) en dat de bepalingen voor
het doden van dieren voor voedsel in acht genomen
werden. Zo moeten dieren een waardig lichamelijk en
emotioneel leven hebben, anders wordt het vlees ervan
onwettig (zelfs al zou het wettige dieren betreffen en
zelfs al zouden ze op wettige wijze geslacht zijn).
-
Preparaten, additieven
enz.
Wat fabrikaten betreft, is het belangrijk dat men de
ingrediënten naziet en controleert of deze Halal
zijn.
Van de voeding die wettig
is, wordt matiging voorgeschreven. Er wordt ook op gewezen
dat niets in de Islam zegt dat het eten van (wettig) vlees
een religieuze verplichting is. Of men vlees eet of niet,
wordt aan de keuze van de persoon zelf overgelaten. Er is
dus geen enkel bezwaar tegen vegetarisme en veganisme. Het
eten van onwettige dierlijke producten is wel verboden.
Er moet gewezen worden op studies van organisaties als het
Amerikaanse Physicians Committee of Responsible
Medicine
(4), die aantonen dat veganistische voeding
preventief werkt en zekere bescherming opbouwt tegen
aandoeningen als hartziekten, diabetes, Alzheimer, enz.
Een veganistisch voedingspatroon is dus zeker gezond.
(15) In het Westen schakelen steeds meer muslims
over op veganistische voeding omdat zij niet aan Halal
producten geraken. Er zijn ook organisaties voor
vegetarische muslims.
(13,14)
Vegatarisch eten betekent niet dat men zomaar alle
dierlijke producten uit het menu schrapt. Men moet zorgen
voor een evenwichtig samengesteld alternatief op grond van
plantaardige producten.
(15)
5.3.3.
Nood versoepelt wet
Bij deze lijst van wat wettig en onwettig is moet het
eerder uitgelegd principe in het achterhoofd gehouden
worden, nl. dat nood de wet versoepelt. Wanneer men honger
heeft, en er is geen wettig voedsel voor handen, mag men
onwettig voedsel eten om te overleven.
"Maar als iemand door
honger gedwongen wordt zonder tot zonde geneigd te zijn,
dan is God vergevend en barmhartig". (Koran, 5:3)
5.4.
Factory Farming (industriële veehouderij)
Gezien de grote nadruk die Islam legt op het lichamelijk,
emotioneel, psychisch en sociaal dierenwelzijn, en de
talrijke bepalingen die daaruit voortvloeien, melden
verschillende Islamitische bronnen
(1,2,6,7,14) dat factory farming in
strijd is met de Islamitische regelgeving en dat alle
producten ervan niet toegestaan zijn voor consumptie door
muslims. Noch de productie zelf, noch de handel erin, het
transport ervan of de consumptie ervan zijn in het
Islamitisch model toegestaan.
5.5. En het
offerfeest dan?
Op het einde van de jaarlijkse Hajj of bedevaart naar
Mekka, waarvan de rites teruggaan tot aan de Profeet
Abraham, wordt het Offerfeest (Eid ul Adha)
gehouden. Zowel de bedevaarders in Mekka als alle andere
muslims overal ter wereld vieren dit feest. Hiermee wordt
herdacht hoe Profeet Abraham bereid was het leven van zijn
zoon op te geven voor God.
Het Offerfeest gaat niet over het offeren van een dier:
"Het vlees noch het
bloed ervan zal God bereiken, maar de godvrezendheid van
jullie bereikt Hem." (Koran 22:37)
Het doden van een dier,
heeft niets te maken met afsmeken van vergeving van
zonden, maar is een liefdadigheidsinstelling die aan
muslims die zich een offerdier kunnen veroorloven,
voorschrijft dit geheel of gedeeltelijk te delen met
anderen - zo kunnen ook de armen van dit feest genieten.
Omdat er meer dan voldoende niet-dierlijk eten voorhanden
is voor een degelijk feestmaal, gaan ook in de
muslimwereld steeds meer stemmen op tegen het doden van
een dier voor het Offerfeest. Steeds meer muslims laten
dan ook geen dier meer doden en voldoen aan hun
liefdadigheidsverplichting door geld te geven aan armen
waarmee zij zich een fatsoenlijke maaltijd kunnen
aanschaffen.
6. OVERZICHT VAN
DIERENRECHTEN.
Het volgende lijstje resumeert de in dit boek besproken
rechten en verbodsbepalingen. De opsomming is zeker niet
exhaustief, en is enkel enkel bedoeld om met een snelle
oogopslag een zicht te krijgen op de plaats van de dieren
volgens de Islam.
6.1. Islam
over de plaats van de dieren en hun rechten:
-
Dieren aanbidden en
verheerlijken God.
-
Zoals de mensen een
gemeenschap vormen, vormen ook dieren gemeenschappen op
zich, en hebben zij dus alle daarmee geassocieerde
rechten (recht op gezonde voeding, op beschutting tegen
slecht weer, op sociaal leven, op
recreatiemogelijkheden, op het zelf grootbrengen van de
eigen kinderen, enz).
-
Dieren hebben een
bewustzijn (geest en verstand), handelen intelligent en
doelgericht en hebben gevoelens; hun gevoelens mogen
niet gekwetst worden.
-
Dieren hebben een
waardigheid en een schoonheidsgevoel. Zij moeten daarin
gerespecteerd worden.
-
Dieren hebben een
geboorterecht op hun deel van de natuurlijke rijkdommen,
zelfs als er onder de mensen schaarste heerst aan
voedsel en water.
-
Dieren hebben recht op
waardig fysisch, psychisch en sociaal leven.
-
Dieren hebben recht op
aandacht en op een zorgzame behandeling.
-
Goede daden tegenover een
dier worden beloond, voor slechte daden tegenover een
dier zal men op Oordeelsdag verantwoording moeten
afleggen en mogelijks gestraft worden, mogelijks zelfs
met eeuwige verbanning naar de hel.
-
enz. ...
6.2. Islam
staat volgende zaken NIET toe:
-
het slaan van een dier in
het aangezicht;
-
het brandmerken van een
dier op gevoelige plaatsen zoals het gezicht;
-
het overbelasten van een
lastdier;
-
het doden van een dier in
het bijzijn van een ander dier (om de gevoelens van het
ander dier niet te kwetsen);
-
het doden van een dier op
een wrede manier of voor het plezier;
-
het doodmartelen of
nodeloos doen lijden van dieren (zelfs al gaat het om de
meest schadelijk geachte soorten, zoals schorpioenen
enz);
-
het klaarmaken van
slachtgerief (scherpen van mes) in bijzijn van het te
slachten dier;
-
een dier laten wachten om
gedood te worden;
-
een dier vastbinden en dan
doden;
-
het versnijden van een
voor voedsel gedood dier alvorens lijkstijfheid is
ingetreden (door de verplichting zolang te wachten,
verzekert Islam dat een dier dat dood lijkt maar waar
nog een sprankeltje leven in zit, zeker geen pijn zou
toegebracht worden);
-
het tegen elkaar opzetten
van dieren en dierengevechten (hanengevechten, stieren-
gevechten, ...);
-
jachtsporten
(vossenjacht,...);
-
het verminken van dieren
en verwijderen van een deel van een dier terwijl het in
leven is (met als uitzondering wanneer het nodig is om
het leven van een dier in nood te redden - vb amputatie
is toegestaan en is zelfs een goede daad wanneer dit het
leven van een dier in nood kan redden);
-
het vangen van vogels en
hen in kooien stoppen zonder enig speciaal doel (dit
wordt aanzien als abominabel);
-
het opsluiten van dieren
zonder voedsel;
-
het toebrengen van
lichamelijke of emotionele schade aan een dier tijdens
leven of gedurende de slacht;
-
het begaan van
lichamelijke of geestelijke wreedheden tegenover dieren;
-
factory farming;
-
experimenten op dieren;
-
afmaken van dieren voor
hun vacht (Islam laat enkel gebruik toe van huiden of
pels van gedomesticeerde dieren die een natuurlijke dood
stierven of van dieren die gedood werden voor voedsel);
-
het doden van een dier
zonder rechtvaardigbare reden (dit is zelfs één van de
hoofdzonden);
-
verspilling in het
algemeen, en in het bijzonder van producten waarvoor
dieren gedood werden;
-
het doden van dieren
tijdens oorlog behalve wanneer dit nodig is voor
voedsel;
-
het doden van dieren voor
voedsel zonder "In de Naam van God" te zeggen (en
dit om de mens er nogmaals aan te herinneren dat het
leven heilig is en men geen andere reden - zoals
wreedheid of sport enz - mag hebben om het leven van het
dier te beëindigen, dan de nood om voedsel;
-
het consumeren van
producten van dieren die niet correct geslacht werden of
die tijdens het leven mishandeld werden, vermits die
producten daardoor onwettig werden voor consumptie. Dit
laatste zou men kunnen aanzien als een preventieve
maatregel die er voor zorgt dat muslimboeren hun dieren
goed behandelen.
-
enz. ...
-
BESLUIT.
In het Islamitisch model staat de mens naast het dier,
niet erboven. Daaruit vloeien een hele reeks
verplichtingen en verbodsbepalingen voort die de omgang
tussen mens en dier regelen, en die erop gericht zijn de
lichamelijke, psychische, sociale en emotionele
integriteit van het leven van de dieren te vrijwaren. De
bepalingen zijn zodanig gereguleerd dat goed doen voor een
dier, uiteindelijk de mens zelf ten goede komt.
Spijtig genoeg is de dagelijkse praktijk in muslimlanden
soms ver verwijderd van dit wettelijk en theologisch
kader.
Diegenen die zich de rechten van de dieren ter harte
nemen, en voor het respecteren van hun rechten willen
ijveren, kunnen misschien inspiratie putten uit het
volgende vers:
"Een goede daad en een
slechte daad zijn niet gelijk. Beantwoord het slechte
met iets dat beter is. Op die manier zal uw vijand uw
vriend worden. Maar het wordt slechts aan hen die
geduldig volharden aangeboden." (Koran 41:34)
Goedheid, zelf het goede
voorbeeld geven, en veel geduld, zijn een goed begin.
__________________________
Voetnoten
-
"Animals in
Islam", Imam Hafeez B.A. Masri, Athene Trust,
1989 (een Hafeez is iemand die de Koran helemaal
gememoriseerd heeft). Een samenvatting van het
boek op URL:
http://www.chai-online.org/islam.htm
-
"An up-to-date
Assessment of the Muslim method of Slaughter",
presented by Dr. Abdul Majid Katme, Chairman of
the Islamic Medical Association in the UK, at the
UFAW Symposium on Humane Slaughter and Euthanasia,
Zoological Society of London, Regent's Park, 18-19
Sept. 1986.
http://www.azhar.jp/info/halal-eng/halal5.html
-
"Animals can
think about Thought", Tim Radford, Science
Editor, Guardian Unlimited, 3 December 3, 2003.
http://www.guardian.co.uk/animalrights/story/0,11917,1098467,00.html
-
Physicians Committee
for Responsible Medicine,
http://www.pcrm.com
-
"Dogs in Islam",
Islamic Concern,
http://www.islamicconcerns.com/dogs.asp
-
"It may be 'Zabiha',
but is it Halal?",
http://www.soundvision.com,
gebaseerd op een interview met Ahmad Sakr,
professor emeritus van Voedingswetenschappen en
auteur van "Understanding Halal Food"" en "A
Muslim Guide to Food Ingredients".
-
"Meat & Modernity",
door Tarik Abdul-Rahman,
klik hier
-
Het
samenvattend verslag van het experimenteel
onderzoek, op naam van
W.
Schulze, H. Schultze-Petzold, A.S. Hazem, and R.
Gross,
verscheen in het
Deutsche
Tieraerztliche Wochenschrift, 85
(1978), pp. 62-66; de Engelse vertaling kan op het
internet gelezen worden op URL:
http://www.mustaqim.co.uk/halalstudy.htm ;
-
Halal and Healthy,
http://www.soundvision.com/info/halalhealthy/
-
Eat Halal,
http://www.eat-halal.com/
-
"Who says Muslims
can't be vegetarians?",
http://members.aol.com/yahyam/muslim_vegetarian.html
-
"Foods of the
Prophet", Karima Burns,
klik hier
-
Islamic Concern,
http://www.islamveg.com/
-
Muslim Vegetarian
Society,
http://www.ivu.org/news/1-96/muslim.html
-
Voeding en
Gezondheid,
http://users.pandora.be/myprojects/gezondevoeding/
|