Wat is berglopen?

"Berglopen? Is dat zo snel mogelijk een berg oplopen of wat?" krijg je regelmatig als reactie van iemand die voor het eerst over berglopen hoort. En in feite zit die reactie er nog niet eens ver naast. Een preciese definitie van berglopen geven is door de grote variatie in wedstrijden niet eenvoudig. Het eenvoudigste is te stellen dat berglopen loopwedstrijden zijn waarin aanzienlijke hoogteverschillen dienen overwonnen te worden. De meeste berglopen zijn dan ook te vinden in bergachtige streken, zoals de Alpen, waar de lopers regelmatig van spectaculaire uitzichten kunnen genieten. Meestal voeren de parcours over onverharde wandelpaden en bergpaden. Dit is echter geen noodzakelijke voorwaarde: een wedstrijd over straat kan evengoed een bergloop zijn. De grens tussen berglopen en trails is niet altijd eenduidig te trekken. Over het algemeen zijn trails een stuk langer (marathons of meer) en dikwijls moeten de deelnemers self-supporting zijn. De twee benamingen worden echter dikwijls door elkaar gebruikt en ik zal hier ook geen poging doen de ultieme definitie te geven.
WMRT 2004
De wieg van het berglopen is zowel op de Britse eilanden als in de Alpen te vinden. Dat in de Alpen reeds lang op bergen gelopen wordt is wel logisch. Reeds verscheidene eeuwen geleden werden in de bergdorpjes ter gelegenheid van kermissen en dergelijke wedstrijdjes georganiseerd naar de top van een berg en terug naar het dorp. Een beetje zoals bij ons de kermiskoersjes ontstaan zijn dus. Waarschijnlijk verwondert het niemand dat deze landen een heel sterke stempel gedrukt hebben op het internationale berglopen. Vooral de Italianen slaagden er jarenlang in de internationale kampioenschappen te domineren. Pas de laatste jaren lijkt dankzij de internationalisering van het berglopen aan deze dominantie een einde gekomen te zijn.
Op de Britse eilanden ontstond de berglooptraditie uit wedstrijdjes die door de lokale herders gelopen werden in onder meer de Schotse hooglanden. Hierbij moest in vele gevallen een heuvel of berg beklommen worden en moesten de deelnemers over heggetjes en muurtjes springen. De oudste gekende wedstrijden van dergelijk type dateren reeds uit de 18de eeuw. Voor deze wedstrijden wordt dikwijls de benaming fell-running gebruikt. In navolging van deze Angelsaksische traditie is ook in het bergachtige Nieuw-Zeeland het berglopen erg populair.
Samen met de jogging boom ontstonden de eerste grote berglopen, waarvan sommigen uitgroeiden tot massa-evenementen met vele duizenden deelnemers. Vooral lopers die wat uitgekeken raakten op de klassieke stadslopen en het najagen van tijden, voelden zich aangetrokken tot het idee van lopen in de vrije natuur. Hierin ligt de basis voor de groeiende populariteit van dergelijke wedstrijden.

Momenteel bestaan berglopen in een veelvoud aan types. Een eerste zijn de kortere wedstrijden van het type "kilomètre vertical". Hierbij moeten de deelnemers zo snel mogelijk 1000 hoogtemeters overwinnen. De afstanden van deze wedstrijden zijn meestal 3 à 5 kilometer. Iets langer zijn de wedstrijden van het kampioenschapstype. Deze hebben een lengte van een tiental kilometer voor de mannen, ongeveer zes kilometer voor vrouwen en junior mannen en vier kilometer voor junior vrouwen. Het hoogteverschil bedraagt meestal een dikke 1000 meter voor de uphill-wedstrijden en ongeveer 500 meter bergop en evenveel bergaf voor de downhill-wedstrijden. Een ander type wedstrijden zijn de races over langere afstanden. De afstanden hiervan kunnen oplopen tot meerdage ultra-wedstrijden waarbij vele duizenden hoogtemeters overwonnen moeten worden. Naargelang het landschap bestaan natuurlijk ontelbare variaties op deze types.