In de geschiedenis der religieuze concepten zien wij hetzelfde gebeuren [nl: aanvulling van fragmentarische kennis]. In een bepaalde periode begon de mens, zij het nog fragmentarisch, in te zien dat hij het probleem van het menselijk bestaan zou kunnen oplossen door zijn menselijke vermogens ten volle te ontwikkelen; hij ontdekte, dat hij harmonie zou kunnen vinden door een voortgaande en volledige ontwikkeling va liefde en rede, en niet door een bij voorbaat tot mislukking gedoemde poging terug te keren tot de natuur en de rede uit te schakelen. Voor deze nieuwe visie, deze x vond de mens tal van namen: Brahma, Tao, Nirwana, God. Deze ontwikkeling vond overal ter wereld plaats in de duizend jaar tussen 1500 en 500 v.C: in Egypte, Palestina, India, China, Griekenland. De aard van de verschillende concepten werd bepaald door de economische, sociale en culturele grondslagen van de culturen en sociale klassen, waarin zij ontstonden, en van de daaruit vloeiende gedachtenpatronen. Maar de x, het doel, werd al spoedig overabsoluteerd; er werd een systeem omheen gebouwd en de open plekken werden opgevuld met een groot aantal veronderstellingen en verzinsels, zodat de gemeenschappelijke visie tenslotte bijna geheel verdween onder de enorme lading fictieve ``aanvullingen'', die elk systeem aanbracht.
(nota:
vgl. Karel Jaspers' concept van de ``Achsenzeit''.
In Jaspers' ``Kleine leerschool van het filosofisch denken'' vinden wij deze omschrijving:
``Het empirische beeld van de totale geschiedenis ziet er als volgt uit. Tienduizenden jaren of nog veel langer duurde de schriftloze prehistorie. Ongeveer zesduizend jaar geleden begon de gedocumenteerde geschiedenis. de eerste grote beschavingen, in Mesopotamië, Egypte, India, China, ontstonden, op de totale aarde gezien, op een door woestijnen onderbroken smalle strook land van de Atlantische tot de Stille Oceaan. Pas tussen 800 en 200 vóór Christus vonden in China, India, Iran, Palestina en Griekenland (niet in Mesopotamië en Egypte) --bijna onafhankelijk van elkaar-- de geestelijke gebeurtenissen plaats die het bewustzijn gestalte gaven van waaruit wij ook nu nog leven. In die tijd werden de religieuze en filosofische grondvragen gesteld en de antwoorden gegeven die nog voor ons maatgevend zijn. Wij noemen deze tijd de spiltijd (Achsenzeit) van de wereldgeschiedenis.