In het academisch jaar 2008 - 2009 ben ik als titularis of medelesgever betrokken bij de volgende opleidingsonderdelen:
‘Nederlandse taalkunde: het hedendaagse Nederlandse taalsysteem’, Master Taal- en Letterkunde: 2 talen, afstudeerrichting Nederlands. 5 ECTS (titularis)
Algemene Taalwetenschap: Theorieën en Methodes’, 2de Bachelor Taal- en Letterkunde: 2 talen, alle afstudeerrichtingen, 5 ECTS. Titularis, en als lesgever verantwoordelijk voor de onderdelen ‘Generatieve taalwetenschap’, 'Taaltheorie en Taaldata' en 'Functionalistische Taaltypologie'.
Algemene Taalwetenschap: Geschiedenis van de Taalwetenschap’, 2de Bachelor Oost-Europese Talen en Culturen + 2de Bachelor Oosterse Talen en Culturen + 3de Bachelor Afrikaanse Talen en Culturen, 5 ECTS, betrokken als lesgever verantwoordelijk voor de onderdelen ‘Generatieve taalwetenschap’, 'Taaltheorie en Taaldata' en 'Functionalistische Taaltypologie'. (titularis: Klaas Willems).
‘Onderzoeksseminarie Nederlandse taalkunde’, 3e bachelor Taal- en letterkunde: 2 talen, betrokken als lesgever verantwoordelijk voor colleges over corpora en andere elektronische hulpmiddelen in de nederlandistiek en over heuristiek, en als begeleider van een aantal studenten in de onderzoekslijn 'Historisch corpusonderzoek' (titularis: Magda Devos)
Spreekuren: Maandag 14.00-16.00 uur, of na afspraak
Scriptiesuggesties: je kunt bij mij terecht voor scriptie-onderzoek rond (onder andere) de volgende thema's:
corpusonderzoek naar (vermeende) grammaticale verschillen tussen het Belgische en het Nederlandse Nederlands, zoals het gebruik van gaan als hulpwerkwoord van de toekomende tijd (b.v. het typisch-Belgische Hij gaat daar morgen spijt van hebben) of de variatie in Wie komt daar aanrijden/aangereden?
het gebruik van constructies met een indirect object in de dialecten van het Nederlands: b.v. hoe productief is de constructie met een nominaal belanghebbend voorwerp (b.v. Jan heeft mij een boek gekocht, ?Els heeft mij een gedicht geschreven, ?Mama heeft mij een broek gestreken, ??Karel heeft mij de auto gewassen)
historisch corpusonderzoek naar de verbindingsmogelijkheden van werkwoorden, b.v.: Welke werkwoorden konden in het 17de-eeuwse Nederlands met een indirect object zonder aan worden gecombineerd? Is die groep groter of kleiner dan de groep waarmee dat in het huidige Nederlands kan?
contrastief (corpus)onderzoek naar werkwoorden en constructies: een vergelijking van de grammaticale mogelijkheden van een groep werkwoorden in het Engels, Duits, Frans, Afrikaans, ... en hun Nederlandse tegenhangers
onderzoek naar de lexicale kenmerken van de (Belgisch-)Nederlandse voetbaltaal: bv. de verspreiding van modewoorden in de taal van de voetbalverslaggeving (b.v. box-to-box, panna, grinta, mercato, … ), het ontstaan en de verspreiding van nieuwe metaforen (b.v. de vele beroeps- en functiemetaforen: beenhouwers en betongieters in de verdediging, de regisseur/architect/dirigent/… op het middenveld, de sluipschutter in de spits), metaforische toepassing van termen uit de voetbaltaal op andere domeinen, zoals de politieke berichtgeving: In de Wetstraat wordt paniekvoetbal gespeeld, De Decker staat te schreeuwen aan de zijlijn, enz.)