7 augustus 2001

steve.paulussen@rug.ac.be 

tel. 09 264 91 84  

On line journalistiek in Vlaanderen.
Eerste resultaten van een webenquête bij 73 Vlaamse on line journalisten
(gevoerd in de maanden april en mei 2001)


Steve Paulussen

Universiteit Gent
Faculteit Politieke en Sociale Wetenschappen
Vakgroep communicatiewetenschappen


1. Inleiding en definities

Hieronder vindt u de eerste resultaten van de webenquête, die in de maanden april en mei 2001 werd afgenomen bij 73 Vlaamse ‘on line journalisten’ van 31 ‘nieuws-websites’.

On line journalistiek definiëren we hier vrij ruim als "het op een professionele manier verzamelen, verwerken en (her)schrijven van betrouwbare informatie voor een publiek op het internet."

Een nieuws-website is in onze definitie "een website waarvan de content (grotendeels) bestaat uit harde of zachte nieuwsberichtgeving zoals we die, mediumspecifieke eigenschappen buiten beschouwing gelaten, ook in de conventionele media aantreffen".

Het doel van de enquête was een beeld te krijgen van de on line journalistiek in Vlaanderen. Naast socio-demografische en beroepsspecifieke kenmerken van de journalisten wilden we ook hun opvattingen over on line journalistiek in kaart brengen. Op basis van deze resultaten zullen we vervolgens via interviews met enkele Vlaamse on line journalisten dieper ingaan op het onderwerp. De enquête is dus in de eerste plaats verkennend.

Naast een bespreking van de gegevens van de hele groep respondenten hebben we bij de verwerking van de resultaten tevens voor de meeste variabelen gecontroleerd of er verschillen zijn in kenmerken, meningen, houdingen, ... tussen:
a. ‘net native’ en ‘printgelieerde’ on line journalisten;
b. beroepsjournalisten en andere on line journalisten en;
c. ‘klassieke’ en ‘nieuwe’ on line journalisten.

Het lijkt ons zinvol eerst te definiëren wat wij in deze tekst onder die begrippen verstaan.

Met ‘net native’ on line journalisten duiden we die on line journalisten aan die voor een ‘net native’ (ofwel: ‘online-only’) website werken. De andere on line journalisten, zij die voor een website werken die aan een ‘traditioneel’ medium verbonden is, noemen we ‘printgelieerde’ on line journalisten (opmerking: één respondent werkt voor een website gelieerd aan een tv-zender, maar gemakshalve plaatsen we deze respondent ook onder de noemer ‘printgelieerd’).

Belgische journalisten kunnen door de Algemene Vereniging van Belgische Beroepsjournalisten (AVBB) onder bepaalde voorwaarden erkend worden als beroepsjournalist.

Klassieke’ on line journalisten zijn in dit rapport de on line journalisten, die reeds journalist waren voor ze in de on line journalistiek stapten, m.a.w. journalisten die ooit werkten voor een ‘klassiek’ medium. De ‘nieuwe’ on line journalisten werken al hun ganse loopbaan bij een van de ‘nieuwe’ media op het internet.

 

 


2. Respons:

73 on line journalisten (van 31 verschillende internetredacties) vulden de webenquête in.
27 respondenten (37%) zijn door de AVBB erkend als beroepsjournalist.

Opmerking: Op basis van de enquêtegegevens en eigen research menen we dat het aantal on line journalisten in Vlaanderen tussen de 120 en 160 geschat mag worden. Het merendeel van deze on line journalisten is geen beroepsjournalist. De meeste beroepsjournalisten, die momenteel on line werken, werden als beroepsjournalist erkend voor ze in de on line journalistiek stapten.

Algemene kenmerken van de respondenten:

Volgens de enquête zijn de meeste Vlaamse on line journalisten mannelijk (80%), hoog geschoold (61,6% universitair en 27,4% hoger onderwijs buiten universiteit) en jong (61,6% jonger dan 35 jaar).

Toch willen we erop wijzen dat bij ‘jong’ niet in één adem ‘en onervaren’ mag worden toegevoegd, want:
- 27 respondenten zijn beroepsjournalist, een titel waarvoor toch een zekere ervaring vereist is;
- ruim een kwart van de respondenten (25,7%) is al meer dan 10 jaar journalist van beroep (ruim de helft van de respondenten zit 1 tot 5 jaar in het vak);
- slechts 24 respondenten (ongeveer 1 op de 3) hebben géén werkervaring in andere vormen van journalistiek (55,7% van de respondenten werkte ooit bij een krant en/of een tijdschrift);
- dat 6 op de 10 respondenten (61,6%) jonger zijn dan 35 betekent meteen dat toch nog bijna 4 op de 10 (38,3%) ouder zijn dan 35 (6 respondenten zijn ouder dan 45 jaar).

Wel lijken de Vlaamse journalisten nog vrij weinig ervaring te hebben met on line journalistiek: 28,2% van de respondenten was - toen de enquête werd afgenomen - minder dan 1 jaar on line werkzaam en 84,5% van de respondenten heeft minder dan 3 jaar ervaring met on line journalistiek. (Het feit dat de ‘boom’ van (journalistiek op) het internet pas aan het einde van het vorige millennium te situeren is, zit hier ongetwijfeld voor iets tussen.)

Werksituatie van de respondenten:

Van de 73 respondenten is net geen tweederde (65,7%) bij een van de ‘net native’ (of ‘online-only’) websites tewerkgesteld. De anderen werken bijna allemaal voor een ‘printgelieerde’ website (32,9%); slechts één respondent werkt voor een website die gelieerd is aan een tv-zender.

Opmerking: De on line activiteiten van de audiovisuele media in Vlaanderen blijven grotendeels beperkt tot puur technische en promotionele aangelegenheden, zodat zij totnogtoe weinig on line journalisten tewerkstellen.

Drievierde van de respondenten werkt voltijds als on line journalist. 7 van de 73 respondenten werken deeltijds on line en 11 respondenten als freelancer.

Gemiddeld bestaat een Vlaamse on line redactie uit 5,368 leden, weliswaar met een standaardafwijking van 3,236. Het gemiddelde aantal redactieleden ligt bij de ‘printgelieerde’ hoger dan bij de ‘net native’ redacties (7,174 tegenover 4,444). 25% van de respondenten (vnl. ‘net native’ journalisten) werkt in een redactie met 3 of minder leden.

49,3% van de respondenten meldt dat hun on line redactie geen redactiestatuut heeft, terwijl nog eens 19,2% er alleszins niet van op de hoogte is. Van de 31 internetpublicaties, waarvan een of meerdere redacteurs aan de enquête deelnamen, hebben er slechts 9 met zekerheid een redactiestatuut; 5 ervan zijn gelieerd aan een printmedium.

 


3. Redactionele werkzaamheden van de Vlaamse on line journalist

Gebruik van bronnen

Het World Wide Web is een van de belangrijkste bronnen van informatie voor de Vlaamse on line journalist. 87,5% van de respondenten beweerde meerdere keren per dag op het web te surfen en alle respondenten doen dit minstens ca. 1 keer per week. Ook e-mail lijkt een bruikbaar werkinstrument voor de on line journalist op zoek naar informatie, want bijna drievierde van de respondenten gaat meerdere keren per dag naar zijn mailbox.

E-mail is populair bij alle on line journalisten, maar wordt door ‘klassieke journalisten’ toch nog meer gebruikt dan door ‘nieuwe journalisten’. Voor het gebruik van de andere bronnen zien we geen significante verschillen tussen beide groepen.

Naast het web en e-mail worden ook de telex, de telefoon en de geschreven pers vaak gebruikt door de Vlaamse on line journalisten.

Beroepsjournalisten hangen voor informatie nog iets meer aan de telefoon dan de andere on line journalisten. Voor het gebruik van de andere bronnen zien we geen significante verschillen tussen beide groepen.

Andere werkinstrumenten die de zoektocht naar informatie voor de journalist kunnen vereenvoudigen worden door de on line journalist in mindere mate benut. Van de ‘nieuwste’ communicatietechnologische toepassingen zien we dat ftp, chat en nieuwsgroepen door de meeste respondenten zelden of nooit worden gebruikt.

Dat de ‘traditionele’ post, de fax en teletekst in meer of mindere mate door het www en e-mail vervangen (kunnen) worden, blijkt ook uit de enquêteresultaten: voor de drie variabelen is de modus (meest voorkomende waarde) gelijk aan 1 (‘zelden of nooit’). Respectievelijk 30,5% en 30,2% van de respondenten maakt toch nog minstens 1 keer per week gebruik van de fax en teletekst, terwijl meer dan de helft (52,2%) nog minstens 1 keer per week een beroep doet op de post.

Tot slot zien we dat de printmedia als informatiebron belangrijker zijn voor de on line journalist dan radio en tv: waar voor de geschreven pers de meest voorkomende waarde nog gelijk is aan 6 (‘meerdere keren per dag’), is die voor zowel radio als tv gelijk aan 1 (‘zelden of nooit’).

Voor het gebruik van telex (persagentschappen), telefoon, radio, tv en teletekst bestaat er volgens de gegevens een significant verschil tussen ‘net native’ en ‘printgelieerde’ on line journalisten: al deze werkinstrumenten zijn als informatiebron minder populair bij ‘net native’ on line journalisten.


Grafiek betreffende het gebruik van bronnen door de Vlaamse on line journalist op basis van de mediaan (variabelen met een mediaan = 1 (‘zelden of nooit’) zijn niet in het taartdiagram opgenomen):

Redactionele taken (dagindeling) :

Voorafgaande opmerking: enkele journalisten meldden dat het moeilijk is om in te schatten hoeveel tijd ze per dag aan de verschillende journalistieke taken besteden, daar deze taken elkaar soms voor een groot deel overlappen: wie op het internet informatie zoekt, kan bvb. bezig zijn met nieuwsgaring en –selectie én research op het net én informatieverwerking; het is dan moeilijk te timen hoelang elk van deze activiteiten afzonderlijk in beslag neemt. Toch deden de meeste respondenten een poging hun dagindeling, hoe artificieel ook, in kaart te brengen, zodat het aantal ‘missing values’ laag bleef.

Op basis van de enquêtegegevens komen we tot de weinig verrassende vaststelling dat de on line journalist de meeste tijd besteedt aan de meest typische taken van de journalist: informatie verzamelen en verwerken tot een verhaal. Ook in de technische voorbereiding van materiaal voor de website kruipt veel tijd: hoewel dit voor 15,5% van de respondenten blijkbaar niet tot het takenpakket behoort, meldde meer dan de helft van de respondenten dat ze met de technische voorbereiding minstens 1 uur per dag bezig zijn.

Volgens de enquête besteden ‘net native’ journalisten meer tijd aan research op het internet dan hun ‘printgelieerde’ collega’s.

Weinig on line journalisten verlaten hun werkplek om ‘ter plaatse’ verslag uit te brengen van gebeurtenissen: 56,3% van de respondenten besteedt er geen tijd aan en 31% minder dan één uur per dag.

Ook de score voor ‘shovelware’ ligt op het eerste gezicht lager dan verwacht. Toch zien we dat het aantal respondenten dat geen tijd besteedt aan het redigeren van materiaal van andere media voor de eigen website gelijk is aan het aantal respondenten dat er 1 à 2 uur per dag mee bezig is. Voor 19 respondenten behoort ‘shoveling’ wel tot de taken, maar wordt er minder dan 1 uur per dag aan opgeofferd.

Zowat alle respondenten (95,9%) besteden tijd aan het lezen van e-mail; voor 45,9% slorpt dit meer dan 1 uur per dag op.

‘Net native’ respondenten spenderen meer tijd aan administratieve en organisatorische taken dan hun ‘printgelieerde’ collega’s en ‘klassieke’ journalisten spenderen meer tijd aan deze taken dan de ‘nieuwe’ journalisten.

Grafiek betreffende de tijdsbesteding aan de redactionele taken van de Vlaamse on line journalist (op basis van de mediaan):

 


4. Mate van belangrijkheid van de professionele taken en vaardigheden van de on line journalist

In de enquête peilden we bij de respondenten naar de mate waarin ze bepaalde taken en vaardigheden voor de on line journalist belangrijk achten. Sommige van de 18 opgegeven taken/vaardigheden hebben betrekking op de journalistiek in het algemeen, terwijl andere taken/vaardigheden meer specifiek gelden voor de journalistiek op het internet.

Voor de interpretatie van de gegevens merken we op dat het niet altijd duidelijk is in welke mate de opvattingen van de respondenten ‘gekleurd’ worden door hun eigen werksituatie en de doelstelling van het medium waarvoor ze werken. Zo kan men verwachten dat de respondenten, die met hun website algemeen nieuws brengen, meer oog hebben voor een ‘breed publiek’, terwijl respondenten van een website met een niche-publiek meer belang zullen hechten aan zaken als specialisering.

Een grote eensgezindheid lijkt te bestaan over het feit dat informatie zo snel mogelijk naar het publiek gebracht moet worden, een taak waarvoor het internet een uitstekend medium is. Slechts 3 van de 72 respondenten hechten weinig of geen belang aan de snelheid waarmee informatie wordt gepubliceerd.

In de literatuur over het internet keren naast snelheid nog drie andere essentiële kenmerken van het internet steeds terug: interactiviteit, hypertextualiteit en multimedia. Van het belang van dit laatste, werken met multimedia, lijken nog niet alle Vlaamse on line journalisten overtuigd: 20,5% van de respondenten klikte de antwoordcategorie ‘neutraal’ aan, terwijl 12,3% werken met tekst, (bewegend) beeld en geluid onbelangrijk vindt voor een on line journalist.

Hypertextualiteit scoort beter: minder dan 10% van de respondenten hecht er geen belang aan en net iets meer dan 10% neemt een neutraal standpunt in. De resultaten geven aan dat de Vlaamse on line journalist werken in diepte tot zijn belangrijkste vaardigheden rekent.

De Vlaamse on line journalist lijkt eveneens te beseffen dat het internet een interactief medium is, dat de relatie tussen de journalist en het publiek verandert. De internetgebruiker kan meteen in contact treden met de journalist, een vorm van interactie die de Vlaamse on line journalist belangrijk vindt (‘interactie met lezers’: mediaan en modus = 4: ‘belangrijk’).

Internetgebruikers moeten ook de mogelijkheid hebben om met elkaar in discussie te treden, aldus de meeste Vlaamse on line journalisten (‘discussieforum bieden’: mediaan en modus = 4: ‘belangrijk’). Toch blijkt dat weinig respondenten zich geroepen voelen om de discussies tussen de gebruikers te ‘modereren’: meer dan een kwart van de respondenten vindt dat ‘optreden als moderator’ niet tot het belangrijke takenpakket van de on line journalist behoort, terwijl bijna de helft van de respondenten een neutrale houding aanneemt.

De 19 ‘nieuwe’ journalisten vinden ‘optreden als moderator in discussies’ toch net iets belangrijker, al neemt ook van deze groep meer dan de helft (10) een neutraal standpunt in.

Dat het internet de afstand tussen de journalist en het publiek verkleint, heeft volgens de on line journalist wel zijn voordelen, maar dit betekent nog niet dat de gebruiker bij het nieuwsproces zelf al te actief betrokken moet worden. De groep respondenten die ‘open source writing’ belangrijk vindt (15,2%) is duidelijk kleiner dan de groep die dit onbelangrijk vindt (37,5%).

Wel onderschrijft de Vlaamse on line journalist het belang van specialisatie in de informatievoorziening: drievierde van de respondenten (75,4%) vindt ‘gespecialiseerde informatie bieden aan een specifieke doelgroep’ een belangrijke tot zeer belangrijke taak. Ook ‘dienstverlenend, consumentgericht denken’ behoort tot de belangrijke taken en vaardigheden van de on line journalist: slechts 13,9% heeft geen affectie met ‘civic journalism’. Op het eerste gezicht lijkt het dan ook opmerkelijk dat ‘nieuws brengen voor een zo breed mogelijk publiek’ eveneens belangrijk wordt gevonden.

‘Printgelieerde’ respondenten schatten het belang van het bereiken van een breed publiek hoger in dan hun ‘net native’ collega’s. De mogelijke verklaring hiervoor is dat een groot deel van de ‘net native’ websites zich tot een niche-publiek richten, terwijl de ‘printgelieerde’ nieuws-websites algemener nieuws brengen.

Dezelfde verklaring kan gegeven worden voor het feit dat ‘net native’ on line journalisten het bieden van ontspanning, het fungeren als spreekbuis voor een bepaalde groep in de maatschappij en ‘open source writing’ belangrijker vinden dan hun ‘printgelieerde’ collega’s.

Weinig belang lijkt de on line journalist te hechten aan het beïnvloeden van de publieke opinie. Hiertegenover staat dat on line journalisten het wel belangrijk vinden om een ‘gemeenschapszin bij het publiek op te bouwen en te onderhouden’ (moderner gezegd: ‘community building’).

Duiding verschaffen en het signaleren van trends blijven ook on line belangrijke journalistieke taken, terwijl het bieden van ontspanning een stuk lager scoort.

Commercieel denken is volgens de Vlaamse on line journalist wel belangrijk, maar het behoort zeker niet tot zijn belangrijkste taken en vaardigheden. De on line journalist in Vlaanderen beschouwt de adverteerders zeker niet als de voornaamste doelgroep (al is de modus voor deze variabele gelijk aan 4 (‘belangrijk’) en de mediaan gelijk aan 3 (‘neutraal’)).

De onderstaande grafiek toont op basis van de gemiddelde scores voor de variabelen TAAK1 tot TAAK18 in hoeverre de Vlaamse on line journalisten de verschillende taken en vaardigheden belangrijk vinden. De scores gaan van 1 (‘zeer onbelangrijk’) tot 5 (‘zeer belangrijk’). (Omdat we te maken hebben met ordinale variabelen, moeten we voorzichtig zijn bij de interpretatie van ‘gemiddelden’.)


Grafiek op basis van ‘gemiddelde scores’ op de variabelen TAAK1 tot TAAK18:


 


5. Stellingen omtrent on line journalistiek

In de enquête schotelden we de respondenten 16 stellingen voor met de vraag in hoeverre ze het ermee eens waren (op een schaal van 1 (‘zeer oneens’) tot 5 (‘zeer eens’)).

Over het algemeen geldt dat de niet-erkende on line journalisten het net iets meer eens lijken met de stellingen dan de beroepsjournalisten.

Allereerst melden we dat veruit het grootste deel van de respondenten on line journalistiek als een nieuwe vorm van journalistiek ziet, die complementair is met de andere vormen van journalistiek.

Deze nieuwe vorm van journalistiek wordt mede bepaald (of zal mede bepaald worden) door de mediumspecifieke eigenschappen van het internet. Hypermedia, multimedia en interactiviteit zullen de on line journalistiek verder vormgeven, al is respectievelijk 7%, 11,3% en 4,6% van de respondenten het daar niet mee eens.

De stelling dat de journalist ‘onmisbaar’ is, haalt het met glans van de stelling dat de journalist ‘passeerbaar’ wordt. Slechts 5 respondenten (6,8%) is het oneens met de uitspraak dat journalisten door het internet onmisbaar zijn, terwijl meer dan de helft van de respondenten niet akkoord gaat met de stelling dat journalisten passeerbaar worden nu het internet aan belangengroepen de mogelijkheid biedt om zich rechtstreeks tot de gebruikers te richten, terwijl die gebruikers zelf individueel op zoek kunnen gaan naar informatie.

‘Nieuwe’ on line journalisten zijn er meer dan hun ‘klassieke’ collega’s van overtuigd dat journalisten op het internet passeerbaar zijn.

Hoewel slechts 6 respondenten zelf een speciale opleiding voor on line journalistiek volgden, zijn de Vlaamse on line journalisten het er grotendeels over eens dat het aanleren en ontwikkelen van specifieke technische vaardigheden een noodzakelijke voorwaarde is voor de on line journalist.

Leiden de nieuwe media, en het internet in het bijzonder, tot meer fragmentering en meer dienstverlening binnen het journalistieke beroep? Wat de fragmentering betreft lijkt het antwoord: ja, maar wat de dienstverlening betreft nemen de on line journalisten een meer afwachtende houding aan: 23,3% klikte de antwoordcategorie ‘neutraal’ aan en net niet de helft van de respondenten (49,3%) gelooft niet dat de journalisten meer en meer dienstverleners worden, die zich laten leiden door wat de consument wil.

De stelling dat de nieuwe media leiden tot meer specialisering en fragmentering van het journalistieke beroep, kan bij de ‘nieuwe journalisten’ op meer instemming rekenen dan bij de ‘klassieke journalisten’. Van de 20 respondenten die niet akkoord gaan met deze stelling behoren er 19 tot de groep ‘klassieke journalisten’.
Met de stelling dat journalistiek steeds meer service-georiënteerd wordt, zijn de ‘printgelieerde’ on line journalisten het niet eens (op één respondent na); bij de ‘net native’ journalisten lopen de meningen vrij gelijkmatig uiteen van zeer oneens tot zeer eens.

Bijna drievierde (74,6%) van de respondenten meent dat de tijdsdruk op journalisten sinds de komst van de nieuwe media alsmaar toeneemt. Ook de commerciële druk stijgt volgens meer dan de helft van de respondenten (54,8%), al is 30,1% het met deze stelling oneens. De stelling dat de nieuwe media de grens tussen redactie en commercie doen vervagen is volgens de meeste Vlaamse on line journalisten onjuist, al is toch nog 29,2% van de respondenten het ermee eens.

Hoger zagen we dat lang niet alle internetredacties een redactiestatuut hebben. Toch lijken de Vlaamse on line journalisten het erover eens dat een redactiestatuut dat de redactionele autonomie waarborgt, noodzakelijk is: de 23,3% van de respondenten die deze stelling niet beaamde, ontkende ze evenmin (antwoordcategorie ‘neutraal’).

De groep on line journalisten die meent dat de huidige deontologische en ethische bepalingen volstaan voor on line journalistiek is volgens de enquête kleiner dan de groep die meent dat aanpassingen nodig zijn, al is het verschil klein (resp. 38% en 42,3%).

Bij een herziening van de deontologie mag zeker aandacht besteed worden aan de betrouwbaarheid en geloofwaardigheid van on line journalistiek. Dit blijkt uit de reacties op stelling dat on line journalistiek in termen van betrouwbaarheid en geloofwaardigheid lager scoort dan de ‘traditionele’ journalistiek: 41,7% van de respondenten is het ermee eens tot zeer eens. Een even grote groep (40,3%) is het oneens met de stelling.

Dat on line journalistiek in termen van betrouwbaarheid lager scoort dan de ‘traditionele’ journalistiek wordt door ‘printgelieerde’ on line journalisten meer beaamd dan door ‘net native’ journalisten: van de eerste groep is tweederde het eens tot zeer eens met de stelling, terwijl van de tweede groep de helft de antwoordcategorieën ‘oneens’ of ‘zeer oneens’ aanklikte.

Hieronder vatten we dit alles samen in één grafiek. De lengte van de staafjes komt overeen met de gemiddelde scores op de variabelen, waarbij de score 1 staat voor ‘zeer oneens’ en de score 5 voor ‘zeer eens’. (We hebben hier te maken met ordinale variabelen; de ‘gemiddelden’ moeten dus met de nodige voorzichtigheid geïnterpreteerd worden.)

Grafiek op basis van ‘gemiddelde scores’ van de variabelen STEL1 tot STEL16:

 


6. Kort besluit

Hoewel de journalistiek op het internet (zeker in Europa) nog in haar kinderschoenen staat, wilden we met dit onderzoek een beeld vormen van de naar schatting 120 à 160 Vlaamse on line journalisten.

We stellen vast dat het hier om een vrij heterogene groep gaat. Op socio-demografisch vlak zouden we ‘dé Vlaamse on line journalist’ kunnen omschrijven als een hooggeschoolde jonge man, al moet dit beeld meteen genuanceerd worden met de opmerkingen dat één journalist op de vijf een vrouw is en dat toch bijna vier journalisten op de tien ouder zijn dan 35 jaar. Hoewel de meeste respondenten pas de laatste drie jaar on line gingen werken, is het voorbarig te stellen dat on line journalisten ervaring missen: ongeveer een kwart van de respondenten is al meer dan 10 jaar journalist en ruwweg één journalist op de drie is een beroepsjournalist.

Het World Wide Web en e-mail zijn de vaakst gebruikte werkinstrumenten van de Vlaamse on line journalist in zijn zoektocht naar informatie. Verder doet hij vaak een beroep op de telex, de telefoon en de geschreven pers. Andere bronnen, waaronder ook chatrooms en nieuwsgroepen, zijn een stuk minder populair.

Wat de dagtaken betreft, zijn er weinig of geen verrassende vaststellingen. Wel lijken de resultaten te suggereren dat in de on line journalistiek het belang van ‘verslaggeving ter plaatse’ kleiner is en dat van ‘technische taken’ groter dan in de ‘traditionele’ journalistiek.

Het feit dat er nog vrij weinig journalisten op het internet werken zorgt ervoor dat het moeilijk is grote waarheden te verkondigen over hun opvattingen omtrent on line journalistiek. Zo goed als niemand twijfelt er echter aan dat ook in Vlaanderen de on line journalistiek zich ontwikkelt als een vierde (complementaire) vorm van journalistiek, naast de ‘traditionele’ print-, radio- en tv-journalistiek. Deze nieuwe vorm van journalistiek zal mede bepaald worden door de mediumspecifieke kenmerken van het internet: interactiviteit, ‘hypertextualiteit’ (diepte via hyperlinks), ‘multimedialiteit’ (convergentie van tekst, beeld en geluid) en snelheid.

Over de manier waarop dit concreet zal gebeuren en welke gevolgen dit allemaal voor de journalistiek zal hebben, lijken eenduidige uitspraken op basis van de enquêtegegevens nog moeilijk te formuleren. Hiervoor is dan ook diepgaander onderzoek nodig, al weten we nu reeds dat het als het over het internet gaat alsnog koffiedik kijken blijft. Maar dat de journalist ook in het digitale communicatietijdperk onmisbaar zal zijn, staat volgens het gros van de Vlaamse on line journalisten buiten kijf.


Vragen en opmerkingen mag u altijd mailen naar steve.paulussen@rug.ac.be.

 


Steve Paulussen is wetenschappelijk medewerker aan de Universiteit van Gent, vakgroep communicatiewetenschappen, waar hij onder het promotorschap van Prof. dr. Els De Bens werkt aan een FWO-project en een doctoraatsthesis. De titel van het FWO-project luidt: ‘Digitale kranten. Substitutie of diversificatie van de traditionele dagbladen? Een analyse van digitale krantenproducten en onderzoek naar de gevolgen van digitalisering voor krantenuitgevers, journalisten en eindgebruikers’. Het onderwerp van de doctoraatsthesis is de journalistiek in het digitale communicatietijdperk.