De vrije DIEP flap

De tendens om steeds minder en minder rechte buikspier te preleveren, mondde uiteindelijk uit in de ontwikkeling van de vrije DIEP flap (Deep Inferior Epigastric Perforator Flap). De voedende bloedvaten die naar het vet en de huid doorheen de rechte buikspieren lopen, konden vrij gedisseceerd worden door de rechte buikspier enkel te splitsen. Er was dus geen noodzaak meer om de rechte buikspier weg te nemen. In tegendeel, de doorbloeding van de rechte buikspier werd behouden door collaterale doorbloeding en de motorische bezenuwing van de buikspier gespaard.

De vrije DIEP flap is sinds 1994 binnen onze dienst de voorkeursoperatie geworden voor reconstructie met eigen weefsel. Deze flap wordt wekelijks meerdere malen gebruikt voor de reconstructie van primaire en laattijdige borstreconstructies. Deze techniek heeft heel wat meer voordelen te bieden dan de TRAM flap.



De nadelen van deze techniek zijn net zoals de vrije TRAM flap vooral van microchirurgische aard: een verlengde operatieduur (ca. 5 uren unilateraal, ca. 8 uren bilateraal) en het risico op trombose (ca. 5%) en eventueel volledig verlies van de flap (ca. 2%). Het betreft een middelgrote operatie met een revalidatieperiode van 4 tot 6 weken. Gedurende deze periode is men sneller vermoeid en is er een hefverbod (niets meer dan een telefoonboek). Ter hoogte van de buik is er een litteken van de ene heupkam tot de andere. Meestal kan dit litteken wel verborgen worden onder een badpak.

Mogelijke complicaties tijdens en na een borstreconstructie met laag abdominaal vetweefsel.