KWB Kalken
Verslagen Mountainbike (More-vélo)
24 december 2000. Kraak
0104.
Met zijn zessen maar. Misschien kwam dat door de grijze kou of moesten de anderen moeder de vrouw helpen met de kerstmenu. Een natte herfst heeft ervoor gezorgd dat de sompige boerenwegels geweldig oneffen kunnen liggen (moeten ze daar dan ook met traktoren overrijden, zeg?) en nu heeft de vorst gemaakt dat de richels er hard en verraderlijk bij liggen. We doen de lokale parkoers (parkoersen?) van Kalken, Laarne, Heusden, Destelbergen. Het kraakt nogal als wij passeren, maar meestal houdt het ijs het wel. De gebroeders Hanselaer lijken het best in vorm. Tegen de middag zijn de richels nog hard, maar zakken we wel door het ijs waaronder er wel nog volop modder en water zit. We gaan alle zes wel ergens eens onderuit, maar ik schiet de hoofdvogel. Bijna waren we droog thuis, maar ik kies ergens in Destelbergen de verkeerde van de drie mogelijke plassen, val om, en eindig kletsnat en zo zwart als een onhandige mountainbiker maar zijn kan.
31 december 2000. Kraak
0104.
Met zevenen. Als het verleden week hard en lichtjes glad lag, dan hadden we nu de keuze tussen glad en spekglad. De wereld leek wel een grote ijspiste op deze laatste dag van de laatste week van de laatste maand van het laatste jaar van de laatste eeuw van het 2° millennium na de geboorte van Christus - een mens wordt er poëtisch van. En deze keer was het prachtig vriesweer: windstil en zon. Dolle winterpret voor zeven jongens op hun fietske. De toon wordt al meteen gezet door Bert. We draaien nog maar net de Vaart op en lap, hij ligt er al. Deze mens komt elke week uit Basel (even voorbij Genève, ge weet wel) om hier te komen afzien. En vandaag kan zot zijn wel zeer doen, want het is gevaarlijk rijden, zeg maar glijden. Even verder langs de Vaart Karel Verhoeven, dan is het alweer de beurt aan Marc Roelandt. Wie vanmorgen nog eventjes zijn banden hard had gepompt, is gezien. Rudy Rogiers mag na een val verder met een kletsnatte handschoen. Liever hij dan ik. En zo gaat dat maar door. Wie eerst door een gevaarlijk stuk komt, wacht de anderen op en kan eens goed lachen. Rudi Vergeylen is de enige die geen enkele keer valt, waarschijnlijk omdat hij al vanzelf zwalpt na weeral een nachtje uit (wanneer slaapt die mens?). Voor de brug van Wetteren houdt de Verhoeven ons weeral op door klak over een blinkende verkoperde vijs te rijden die zich dwars door zijn binnenband boort. Gelukkig is onze ambulante garagist Rudy Rogiers deze week van de partij. Smijten ze die schone vijs dan nog wel weg ook, zeker. De afdaling van de brug van Wetteren is om het hart vast te houden en ondertussen hopen dat we niet doorschuiven tot Wetteren station.
Wie het best met het ijs wegkan, is blijkbaar Raf Verstuyft. Ge moogt
gene schrik hebben, zegt hij. Op een onverdacht stukje in Serskamp schuift zijn
achterwiel echter toch weg, hij valt de andere kant uit en degene die
achterkomt - uw verslaggever - kan niet anders dan eroverschuiven. Ik ga hier
voor de zoveelste keer in mijn leven zwaar onderuit en kom na een vlucht van
ongeveer 30 seconden behouden neer, op een verstuikte ringvinger en een buil op
mijn bil na. En mijn versnellingsbak moet ook gerepareerd worden. Rudy, help.
Op den duur zijn we de gladdigheid zo gewend dat we op sommige stukken
toch weer vol petrol geven en genieten van het geschuif van het achterwiel. Een
memorabele rit die zo voorbijgleed en die we niet licht zullen vergeten
(memorabel dus). Ook de rit met het traagterecord: 38 km aan 18 per uur, maar
dat is niet verwonderlijk als je bedenkt dat het op vele plaatsen
verderschuifelen aan 2 per uur was.
11 februari 2001. Kraak
0104.
Rudy Rogiers doet niet mee, want is gaan raften. De moment om eens een tandje bij te steken. We beginnen wel met zwaar wind op kop in de rit naar Serskamp. Een zeer zware rit, want alles ligt nog superdrassig. Het gemiddelde van 17.8 km/3600 seconden zegt genoeg. Megabangelijk is dat. Marc Roelandt rijdt nog op de Hoegaarden van gisteren en Rudy Vergeylen, die rijdt altijd op van alles. En plat rijdt hij ook, een paar km voor het einde. Danny Fack is de technieker van dienst. Als een echte beroeps begint hij eraan. Bij het oppompen van de band, steekt hij het ventieldopje tussen de tanden. En dan gebeurt het. Danny pompt zodanig hard dat het dopje in een keer wegschiet: slik en binnen. Danny's geproest en gehoest doet er weinig aan. Dat wordt de hele week roeren, Danny, om zeker te zijn dat je het weer kwijt bent.
18 februari 2001. Kraak
0104.
We laden de fietsen in de camionette van Rudy Rogiers en zijn weg naar Waasmunster. Een rit van 35 km, maar op het eind blijken het er maar 32 te zijn. Wij die de wagen van Rudy R. volgen, vinden dat we daar blijven rondrijden in die bossen vol chique villa's voor we aan het startpunt zijn. Is Rudy verloren gereden of klopt het wat Frank Hanselaer denkt: dat hij al de villa's die hij gevoegd heeft, aan het tonen is? De moeite van de verplaatsing waard. Een heuvelachtig, gevarieerd, bossig, droog en lichtrijdend parcours. We zijn niet eens vuil als we terugkomen. Iemand verliest zijn kilometriekje. Danny raapt het op. 'NIET tussen je tanden steken, Danny!', roept de eigenaar verschrikt. Als Danny de kop neemt, wordt gans het peloton in een lookwalm gehuld.
Ja, als je dat parcours in Waasmunster ziet, dan missen we hier toch wat
heuveltjes. Buiten de Gratiebossen en Serskamp is het bij ons goed plat. More
hebben we des te meer en modderbiken is eigenlijk een betere naam voor wat we
meestal doen. Hans De Wilde deed nog eens mee. Even voor het einde moest hij
een binnenweg nemen, pompaf. Volhouden, Hans, wij zijn ook zo begonnen. Rudy
Vergeylen laat zich nog eens kennen: ik moet een gat laten vallen, duw me dood
om weer bij te komen, zie dat Rudy in mijn wiel rijdt en vraag me af wanneer hij
nu gaat overnemen. Als we toch nog op 10 meter terugkomen, demarreert Rudy
lustig weg tot bij het groepje voor ons, die smerige ... (censuur KWB
Nationaal), en ik mag verder alleen proberen! De verwensingen die ik hem
achterna slinger, zijn evenmin voor publicatie vatbaar.
25 februari 2001. Kraak
0104.
Het heeft gesneeuwd, mama! Mag ik met mijn bergveloke gaan rijden? Ik mocht, vandaar dit verslag, maar ik moest wel mijn helmke - zeg maar pot, zegt Rudy R - opzetten. Waarschijnlijk ook omdat ik teveel de nadruk leg op de valpartijen (en omdat ik er meestal zelf bij betrokken ben?). Volgens schatting op het Vrank en Vroom turnfeest gisteravond zouden we deze morgen met zijn vijftienen zijn, iedereen ging meerijden, maar we zijn welgeteld met acht. Bartje doet weer mee, na 4 weken knieproblemen. Raf nog altijd niet, alhoewel de rugproblemen over waren. Pieter Baeten, die al zijn vierde keer meerijdt - die is verkocht, lijkt er geen moeite mee te hebben. Rudy V. zat gisteren uitzonderlijk om twaalf uur al in bed, en het is eraan te zien: hij heeft het lastig. Ook Marc R. heeft een wat mindere dag, terwijl Eddy T. en Dirk H. rijden alsof het geen inspanning kost. Ja, je betrapt je erop dat we mekaar als echte zitten af te loeren om te weten wie in vorm is en wie niet. We rijden het parcours waar we verleden jaar de eerste keer mee begonnen zijn: voetbalwegel (na omwegje langs het terrein van de Tissage de Kalken), Drabstraat, Scheestr., langs een boerewegel naar de Zauwerstraat en volgende boerenwegel naar de Bontinckstraat, alwaar we allemaal vaststellen dat we ons veel te warm gekleed hebben: de zachte sneeuw annex zompige modder maakt dat de inspanning loodzwaar weegt en we staan meteen 'in schuim en in zweet'. Na het kruisen van de autostrade, verder naar Heiende en de talrijke veldwegeltjes daar, uitkomend bij café Pelgrim, dan langs baantje langs autostrade richting Lokeren, terug over de autostrade naar Heikant, zo tot op de Dendermondse Stwg ter hoogte van Dynamec (nu Segers). Dit ganse stuk was dan weer zeer goed bereidbaar, euh berijdbaar. We duiken naast dat fabriek de Gratiebossen in en komen er pas in Berlare tegen de dijk weer uit: verschillende kilometers onverhard en lichtjes heuvelachtig. Een klein oponthoud met Rudy V. Dirk H. suggereert dat het zijn hartslagmeter is die vastgevroren is. In het bos zelf, aan de tweede versmalde doorgang, is het weer zover: ik rij voorop, vertraag niet om de anderen niet op te houden, maar knal tegen het linkerpaaltje van de doorgang aan. Met als gevolg, juist, meer dan vijf minuten oponthoud. Want de val is zwaar - met mijn bil boven op de zijkant van mijn stuur, en ik mag van geluk spreken dat ik verder kan rijden. Mannekes, zeer dat dat deed, en nog 3 dagen stijf. Rudy R. meet eens en mijn stuur was slechts 2 cm smaller dan de doorgang. Het was dus geen stuurfout, zo troost ik mij, maar een beoordelingsfout. Anders gezegd: het was niet van lompigheid, het was gewoon van dommigheid. Uit de bossen, langs de zandbergen in Berlare, naar de Scheldedijk, op de dijk richting Uitbergen. Op de dijk, roepen die die vooraan rijden af en toe: 'Pollekes!!!'. Het heeft een hele tijd geduurd voor ik verstond dat dat Kalkens was voor 'Paaltjes'. Voor het kasteel duiken we de steile dijk af als kamikazes met ware doodsverachting - geleerd van Rudy R., die ons ook wil leren hoe je als een echte terug op je fiets moet springen zonder ontmand te worden - maar er is geen enkele liefhebber voor die les. We pikken daar nog een bos mee en zo komen we uit bij de Nieuwdonk, en langs de achterstraatjes in Overmere passeren we langs het voetbalplein de Valentino's en verder langs een zeer hobbelig kronkelig paadje en over een betonnen veldbrugje komen we uit in de Vaartstraat. Boombos en eindpunt Nele. 38 km, waarvan zeker de helft onverhard, en weer maar 19 per uur. O ja, bijna lette er niemand op het prachtig weer (zon, windstil, lichte vrieskou) en het schitterende sneeuwlandschap. Ondanks alles wat we ermee uitgespookt hebben, kan Vlaanderen toch nog mooi zijn. Zonde voor al die mensen die niet meereden.
3 maart 2001. Kraak
0105.
Het sneeuwt. Mama, mag ik thuisblijven. Inderdaad, daar waar we verleden week een zonnig sneeuwlandschap hadden, staan we nu op in een asgrauwe zondag met iets tussen sneeuw en natte sneeuw dat uit de lucht valt. Maar ik wil me niet laten kennen en ga toch, ook omdat het niet echt koud is en tamelijk windstil. Tot eenieders verrassing staan we met zijn twaalven aan de kerk. Een nieuw parkoers, langs Kwatrecht, Melle, Gontrode, Gijzenzele, Moortsele, Oordegem, Wetteren en terug thuis na 46 km. Daar nog ergens tussenin bij de Fauconniermolen gepasseerd. Daar haalt de genaamde Marc R., volledig uitgeput, nog een banaan boven uit zijn rugachterzak. Zo slap als wat. Ze glipt dan ook uit zijn hand in de sneeuw en modder, maar hij heeft de kalorieën zo nodig dat hij de banaan toch nog opraapt en binnenspeelt. Er doorzitten, noemen ze dat. Dit parkoers werd uitgestippeld en aangeboden door Danny Fack, en wordt daarom voortaan de Grote Prijs Danny Fack geheten: zeker een van de zwaarste ritten die we al deden. Bijwijlen schitterende stukjes, maar de ploetergedeeltes dwars over velden en een paar keer over de spoorweg waren er mij toch teveel aan. Een echt schone rit, zeker tijdens de zomer, want wie ons nu zag passeren in de sneeuwregen, zal ons goed zot verklaard hebben. En wat horen we zingen, midden de niet aflatende sneeuwbui, nabij het plantenveredelingscentrum van Melle: een keure-lewèrke (korenleeuwerik). Jaren geleden dat ik er nog eens een gehoord heb, en het beest is blijkbaar volledig zijn kluts kwijt om putje winter te lawijten.
11 maart 2001. Kraak
0105.
Rudi Vergeylen is van korvee en we laden 6 fietsen in zijn kamionette. Toch een geluk dat er zoveel middenstanders annex kamionetten zijn bij de Katholieke Werklieden Beweging. Weg zijn we, om 8 uur al, naar een georganiseerde rit in Maarkedal. Rudy R., Eddy T. en Jan W. proberen vandaag Belgisch kampioen rafting te worden en doen niet mee (in het Belgisch kampioenschap rafting ook niet, maar dan figuurlijk). Weer verkeerd gekleed, want eens in Maarkedal valt er het eerste uur een pak koude regen, terwijl in Kalken de zon heel even scheen vanmorgenvroeg. Ze sturen ons meteen door een vettig weike, en meteen zitten ook mijn versnellingen vooraan weer vast. Steile klimmetjes, steile afdalingen - Karel Verhoeven neemt die erg snel, bruingele vettige klei, veel betegelde maar bemodderde fietswegeltjes, onverwachte stenen, wegeltjes met door het regenwater uitgeslepen diepe kronkelige geulen waar je probeert uit te blijven, veel schakelen en tempowisselingen, en elke keer weer verschrikkelijk afzien. Toch raar dat we daarvoor de zondag om 7 uur uit ons warme bed komen, merkt Frank Hanselaer terecht op. Gelukkig recupereer je op den duur wel goed en na een eindje gewone baan, ben je de zware inspanning alweer vergeten. Op naar het volgende stukje veld. Geert Bracke valt zo goed als omver, maar gelukkig net in een holle weg, zodat hij tegen de kant blijft staan en gewoon weer verder kan rijden. Ik zit toch dikwijls met schrik, en in een lange afdaling lig ik er weer eens. Een meiske met ferm uit de kluiten gewassen kuiten - zeer toepasselijke uitdrukking voor een montain biker - en toebehoren, slaagt erin een hele tijd in ons spoor te blijven - ook wel omdat wij af en toe op de ene of de andere wachten. Ze roept ons toe dat ze uit den Oudenbos komt, want ze heeft voorzeker aan onze truitjes gezien dat wij uit Kalken zijn. Mountainbiken is echt te smerig en te lastig om een sport voor vrouwen te zijn vind ik, maar zeker chapeau voor deze juffrouw. Danny Fack kan zich op het einde niet inhouden als er twee man proberen ons voor te steken, en weg is hij: eraf moeten ze. Na 35 km laden we de vuile fietsen in Rudi's kamionette en tegen twaalven staan we terug in het dorp. Spijtig dat het slechte weer de vérgezichten belemmerde.
18 maart 2001. Kraak
0105.
We doen de tocht van 3 weken geleden, maar in omgekeerde richting. Met
zijn dertienen. In de Gratiebossen gekomen, blijf ik laatste rijden, om weer
geen lappen zoals verleden keer mee te maken: dan kan ik rustig de
doorgangetjes nemen in plaats van ertegenaan te smakken. Rudi V. rijdt voor me.
En daar gaan we weer. Op aangeven van Rudy maak ik waarschijnlijk de tot nu toe
de spectaculairste tuimelperte van onze
25 maart 2001. Kraak
0105.
Weeral met twaalf. Voor wat slechts een korte rit zal zijn, ingericht door WTC Calcine. 25 km, maar toch interessant omdat we veel van de wegeltjes doen die we anders ook passeren, maar toch ook wat nieuwe leren bijkennen. Er valt blijkbaar nog altijd een en ander te ontdekken in Laarne/Kalken wat betreft boere- en kerkwegels. Nog eens een lekke band, sinds lange tijd, voor Raf, die net op het zompigste en lastigste stuk van de hele rit, naast de Scheldedijk bij Wetteren, eerst iedereen voorbij was gereden met een band die loste, ge moet het maar doen. Rudy R. en Danny F., die achter waren gebleven om achter de achtergeblevenen te blijven, komen later door (als wij al op de dijk staan). Danny wil zich niet geven, maar het terrein is zo zwaar dat hij op een bepaald moment gewoon stilstaat en plat opzij de plassen invalt. Zeikenat. En berekoud is het. Mijn nieuwe waterdichte schoenen trekken dan ook veel aandacht van de sukkelaars die met verkleumde voeten moeten rondrijden. Vijfentwintig kilometer, maar ze vielen me toch zwaar, want het ging me vandaag niet echt af. Volgende zondag beter?
1 april 2001. Kraak
0105.
We spreken er al het hele jaar over, en nu is het eindelijk zover. We
rijden met zevenen (Rudy, Danny, Karel, Pieter, Jan, Marc en ik) naar St.
Lievens Houtem. De Grote Prijs Rudy Rogiers. 59 km in totaal, aan een
gemiddelde van bijna 24 per uur, met een mountainbike. Dat we dit zouden
kunnen, hadden ze zeker Marc en mij een jaar geleden niet moeten wijsmaken.
Eerst rijden we een goeie 10 km op gewone weg naar Oordegem. Net over de
Brusselse Stwg. en de gemetste spoorwegbrug slaan we links in op wat kan
doorgaan voor een oude heirweg, een paar km lang en licht klimmend. We zijn
vertrokken en volgen het parcours van St. Lievens Houtem, Letterhoutem,
Vlierzele. "Sjieterende landsjappen", zou Branco Strupar zeggen. Er
is veel vals plat bij, zegt Rudy. Ik vind het wel heel erg vals. Als we drie
onbekende snuiters een heel eind voor ons uit zien rijden, heeft dat de uitwerking
van een rode lap op zeven stieren. Die moeten we inhalen natuurlijk, en er
wordt een paar km vollen bak gekoerst, tot we ze hebben. En wat zijn wij dan
toch blij. Moe maar voldaan zoals dat heet. Naar onze maatstaven een vlot
rijdend parcours, want wij zijn kniediepe ploetermodder gewend. In dit
heuvelige landschap watert het water natuurlijk beter af (of hoe zeggen ze
dat?). Ter hoogte van Bavegem stoppen we even bij een oeroude wilg, midden op
een kruispunt, het type boom waarvan men zegt dat Napoleon er nog zijn paard
aan vastgebonden heeft. Tijd voor Marc om zijn banaan op te eten. We hebben wel
geen MacMannaman bij ons, maar onze MarcBananaman mag er ook zijn. Vandaar af
rijden we tussen de 32 en 37 per uur naar huis. Zeker als Rudy en Danny zich op
kop zetten gaat het goed vooruit. Marc rijdt niet mee tot bij Nele, maar slaat
af ter hoogte van zijn woonst. Toch spijtig dat hij een zo lange inspanning
voor dat laatste beetje niet afgerond krijgt! Nog meer bananen eten, Marc?
08 april 2001.
Kraak 0105
Slechts 5 flandriens aan de start : Rudy, Danny, Jan, Frank en Marc. De ene al wat beter voorbereid dan de andere. Er zijn er die zich voorbereiden door in de week een paar keer te gaan fietsen, maar er zijn er ook die zich voorbereiden via andere sporten zoals vogelpiek …
Eigenaardige combinatie, maar wie hierover meer wil weten moet ten rade gaan bij de Rudy´s.
Vooraleer aan het verslag van deze rit te beginnen, zou ik nog even willen terugkomen op de vorige rit naar Sint Lievens Houtem. Een rit van maar liefst 56 km met meer dan genoeg hellingen (sommigen onder ons noemen dat een beetje “vals plat”, maar ja iedereen heeft zo zijn eigen normen). Op het einde van de rit, komende uit de richting van Wetteren, nam Marc Roelandt de beslissing (hoe pijnlijk ze ook was) om niet mee te rijden tot bij Nele. Totaal krimineel gefietst sloeg hij de gelijknamige straat in alwaar hij na een kwartiertje plat op de rug in de garage terug wist van welk land hij was.
Bij diegenen die doorgereden waren (voor sommigen was het zwalpen…) tot bij Nele was ook Mario. Die maakte de schampere opmerking “´t is toch spijtig dat Marc niet uitgereden heeft”. Toen Marc in de loop van de daaropvolgende week vernam dat Mario dit had gezegd was hij behoorlijk op zijn … (ik zal het maar niet op zijn Hollands zeggen) teen getrapt. Zoals het een echte flandrien past was de reactie van Marc hierop : “volgende week rij ik hem in de beek !” en zoals u verder in dit verslag zal lezen heeft Marc woord gehouden … of toch bijna.
Terug naar de rit van 8 april.
Na verschillende ritten in het buitenland (lees buiten de gemeente) besloten we om nog eens het Bloso parcours van Laarne-Kalken te rijden, een kwestie van niet te laat thuis te zijn zodat we nog iets konden opsteken van die gasten in de ronde van Vlaanderen. Nog geen kilometer gereden en reeds problemen met de mechaniek. Het versnellingsapparaat van Danny sputterde tegen. Na een vlugge inspectie van vogelpiekkampioen Rudy was het besluit dat herstelling niet onmiddellijk mogelijk was waardoor Danny op halve kracht de rit zou moeten rijden. De meesten onder ons hopen dat Danny zijn fiets niet meer te herstellen is zodat hij vanaf nu altijd op halve kracht zal moeten rijden, misschien kunnen we hem dan toch nog ooit eens losrijden …
Na zoals meestal een adembenemende (letterlijk) start ging het er vanaf kilometer 15 iets rustiger aan toe, wat minder concentratie en Danny ging een eerste keer onderuit zonder veel erg.
Erger was de valpartij rond kilometer 20. Frank, die iets heeft met water en duiken … reed op volle snelheid door een plas (althans hij dacht dat het een plas was), maar die bleek zo diep te zijn dat hij bijna over kop ging om nadien bijna tot aan zijn middel in het de plas te zakken (een beetje overdrijven mag en voor den enen moet de plas al niet zo diep zijn als voor den anderen om er tot aan je middel in te zakken…). Marc, die zoals meestal weer in het wiel hing en met zijn kop in de grond aan het “stoempen” was om bij te blijven, kon Frank niet meer ontwijken en op volle snelheid (voor Marc is dit natuurlijk relatief …) beukte hij in op de fiets van Frank. Gevolg : Marc ging over kop en belande in de zijkant, net niet in de beek. Wie had daar nu ook weer iets gezegd van “in de beek rijden”? Balans van de valpartij : een lekke band voor Marc, een natte broek voor Frank, en voor beiden ook nog een paar kneuzingen.
Na ongeveer 30 kilometer kwamen we aan de geduchte Katteneye (ik ben wel niet zeker van de spelling). Zo een onberijdbaar, oneffen, modderig, stinkend, kortom mensonterend stuk weg kunt ge alleen maar in Laarne vinden. Zelf de koeien komen naar ons kijken als we daar door rijden (wellicht denkende “wat voor ezels passeren er hier nu?). Aldaar gekomen achtte Jan zijn moment gekomen om Frank na te doen. Hij verkeek zich ook op een plas water en ging onderuit. Iets verderop ging Danny op zijn zomerzij in de modder liggen. Ik heb het hier al gehad over koeien en over ezels, maar als je daar zo iemand languit in de vieze modder ziet liggen denkt men meestal aan nog een ander diersoort …
Trouwens Danny is zo verslaafd aan het moutainbiken dat, zelfs als hij gevallen is weigert zijn voeten uit de klikpedalen te doen en zijn fiets van tussen zijn benen te nemen. Men zou op den duur nog gaan denken dat die met zijn fiets gaat slapen!
Na al die valpartijen zijn we in een rustig (?) tempo naar Nele gereden om aldaar alles nog eens door te praten. Niet tussen pot en pint maar wel tussen ice-tea en ice-tea, want alcohol is uit den boze voor echt flandriens !
Aandachtige lezers zullen het al weten, de enige die niet onderuit is gegaan is Rudy. Zou vogelpiek en mountainbike dan toch de ideale combinatie zijn?
Diegenen die er niet bij waren hadden ongelijk of misschien toch niet want de verslaggever van dienst weet over elkeen wel een straffe stoot te vertellen.
Wie het nog niet mocht door hebben na het lezen van dit verslag, mountainbike is en blijft een leuke en gezonde ontspanning (gelove wie geloven wil), zeker gezonder dan duivenmelken of … vogelpiek.
Marc,
Interim verslaggever
Interim val-specialist
Permanent wieltjeszuiger.
15 april 2001. Marc
Roelandt verslag. Kraak 0105.
Paaszondag,
verlengd weekend,
paasvakantie voor de kinderen,
voetbaltornooi op Schellebelle met de nodige nabesprekingen op zaterdagnamiddag (avond)
regen en wind bij het wakker worden,
…
Kortom redenenen genoeg om niet te gaan moutainbiken.
Er zijn er echter die er anders over denken en kost wat kost de zondagmorgen om 9 uur absoluut op het kerkplein willen starten voor alweer een nieuwe rit.
Ik moet wel toegeven dat er slechts 3 van die “andersdenkenden” waren, Raf, Jan en Marc. Er wordt zelfs luidop gefluisterd dat er bij zijn die gaan moutainbiken om eens van thuis weg te kunnen zijn, alhoewel er andere activiteiten kunnen aangewend worden als smoes om er eens tussenuit te glippen zoal bijvoorbeeld … vogelpiek … of een voetbaltornooi van zoonlief.
Slechts met 3 aan de start, dat leek ons wat weinig. Nochtans voor uw verslaggever van dienst was dit het ideale moment … hij zag zijn kans schoon om eindelijk eens binnen de eerste 3 te eindigen. Niet dat we er elke week een competitie van maken, maar een beetje wedstrijd en (een beetje veel) mannelijke trots komt er toch altijd aan te pas.
Let wel, we doen niet aan discriminatie … vrouwelijke mountainbikers zullen altijd met open armen ontvangen worden in ons gezelschap. Had u misschien anders gedacht ?
Genoeg rond de pot gedraaid, laat ons maar beginnen aan het wedstrijdverslag (klinkt professioneel vind u niet).
Zoals reeds gezegd, slechts 3 man aan de start vonden we wat weinig en we besloten om er eens eentje op zijn woord te nemen.
Wat ik hiermee bedoel ? Wel, er zijn er op de gemeente (en zelfs daarbuiten) die regelmatig zeggen dat ze wel eens zullen meerijden met “de bende van Rogiers” (= vakjargon voor de moutainbikeclub KWB Kalken). De persoon in kwestie was Wim (Verschraegen). Het was ons namelijk ter ore gekomen (amaai wat een plechtige taal) dat hij zich een spiksplinternieuwe moutainbike had aangeschaft. Hij kon zich dus niet meer verschuilen achter “’k heb mar een kermisveloke, wacht mar tot ik een serieus machien heb”.
We zagen niet op een extra inspanning en gingen hem thuis afhalen. Er kwam wel wat overtuigingskracht aan te pas om hem mee te krijgen, maar als ge een beetje inspeelt op de mannelijke trots (weeral) (in de mannenbladen of zijn het vrouwenbladen noemen ze dat het machogevoel) kunt ge wel wat bereiken.
We gingen dus van start met 4. We besloten om een parcours te volgen dat na de overvloedige regenval van de laatste uren, dagen, weken, maanden,… toch noch iets of wat berijdbaar moest zijn en niet al te lang (want we moesten nog paaseieren kunnen gaan rapen nadien).
Ah ja, voor ik het vergeet nog het volgende. Voor de start op het kerkplein kregen we nog het bezoek van een paar van onze (mountainbike)vrienden. Weliswaar waren ze op hun paasbest gekleed en reden dus niet mee (‘k zal ze maar niet bij naam noemen). Waarom ze niet meereden … slecht weer, regen, wind, veel te veel modder. Wat denken die wel !!! Precies of dat die denken dat ze kunnen gaan moutainbiken met een bermuda aan, met een zonnebril op een met een pinacolada in hun drinkbushouder zeker! Mountainbike is en blijft een sport voor mannen met … karakter (dacht u misschien aan een ander woord?).
U hebt het wellicht al begrepen, over de rit op zich valt er weinig te vertellen, vandaar dat ik er vanalles bijsleur om toch maar iets te kunnen schrijven.
We reden een parcours van ongeveer 35 km langs Overmere, Lokeren, Berlare, Uitbergen.
In het vorige verslag werd geschreven dat er alleen in Laarne “mensonterende” stukken weg te vinden waren, maar we moeten onze mening herzien. We hebben een gelijkaardig stuk gevonden in Kalken, namelijk op Hussevelde (’t is wel al op het randje, maar toch nog altijd Kalkens grondgebied).
De rit is verlopen zoals Parijs-Roubaix. De Kalkenaren Raf, Wim en Marc waren goed, maar ze moesten toch hun meerdere herkennen in de Wetteraar Jan (maar ja, nog liever geklopt worden door een Wetteraar dan door een Hollander …).
Voor volgend weekend (wat toch weer een “normaal” weekend zou moeten zijn) verwachten we opnieuw een groter aantal deelnemers, dan zullen er door de Kalkense velden opnieuw de fameuze wielerkreten klinken zoals daar zijn
· Geeft er nog een lap op
· Sleurt er maar ne keer goed aan
· Snokt er nog eens aan
· Bijt u vast in zijn wiel
· Niet lossen godver… (’t is Pasen dus ik moet een beetje op mijn woordgebruik letten)
· ‘k ga u in de beeke rijden ..
Als besluit van dit verslag zou ik iedereen een zalig paasfeest willen wensen op de manier van alomgekende man uit Rome …
Zààààààààààààààààààààlig Paaaaaaaaaaaaasfest.
Marc,
Interim verslaggever
22 april 2001. Kraak
0105.
Na 2 weken afwezigheid van mijnentwege, hebt u opnieuw recht op een
deftig verslag. De verslaggever van de vorige twee weken, de genaamde
MarcBananaman, heeft dit weekend al teveel slechte punten verzameld bij
vrouwlief denk ik, want hij is er niet bij. Er zijn inderdaad grenzen, niewaar,
zijn schabouwelijk gedrag na de muziekquiz van vrijdag indachtig. We zijn
nochtans met elf. Rudy V. doet terug mee na rugpijn en Hans D. doet nog eens
een poging (die trouwens lukt, gezien het feit dat hij uitrijdt). Is het omdat
het twee dagen nagenoeg niet geregend heeft dat we weer eens met velen zijn? Er
valt geen regen, er zijn geen valpartijen, geen pannes, dan ook geen verslag?
Zeer zeker wel, alleen al omdat ik vandaag in gloeiende vorm was. Er zijn zo
van die dagen dat er geen einde aan een mens zijn krachten komt. Bij mij zijn
dat er wel minder en minder, moet ik zeggen, maar dit was er een van (de twee
per jaar). Ik reed bijna helemaal gelijk Dierckxsens in Parijs-Roubaix: keihard
en oerdom. De tocht ging naar Oostakker. Langs die kanten zijn er toch ook veel
mooie wegeltjes, en lichtrijdend. In Oostakker doen we 2 keer de toer van de
put aldaar en de heuveltjes errond. Een steile afdaling wordt door Rudi
gedemonstreerd, alleen Karel, Dirk en Danny durven het hem nadoen. Bijna 39 km
aan bijna 24 per uur, het deed weer deugd.
29 april 2001. Marc. Kraak 0112
Eindelijk goed weer. Droog en zonnig, maar ietsje te veel wind (vooral tegenwind).
11 deelnemers aan de start, Bart, Raf, Karel, Rudy1, Rudy2, Jan, Frank, Dirk, Marc, Eddy en Geert.
Omdat de meesten onder ons de modder stilaan beu worden had Rudy Rogiers beslist om een parcours te volgen dat (relatief) droog licht. Toen men de afgelopen week vroeg aan Rudy naar waar we zouden rijden was zijn antwoord “naar ergens waar het water goed kan weglopen”. Een goed verstaander heeft maar een half woord nodig en kon dus al vermoeden dat we het hogerop zouden gaan zoeken. Een insider kon dus weten dat we de “hoogvlakte” van Sint Lievens Houtem gingen opzoeken. Een ritje van maar liefst 56 km op een lastig maar goed berijdbaar parcours.
Er waren erbij die het reeds moeten geweten hebben, want net zoals Rudy hadden ze hun zomerbanden opgelegd. Banden met minder profiel, om nog een paar km per uur sneller te kunnen rijden. Jawel ook in moutainbike is de juiste bandenkeuze van groot belang net zoals in de formule 1. Niet dat we dezelfde snelheid halen, maar veel zal het toch niet schelen …
Met 11 vertrokken we dus richting Sint Lievens Houtem. Eerst ongeveer 15 km zachtjes inrijden. Dat was althans de bedoeling, maar reeds in Oordegem waar het al een beetje vals plat is, begonnen er al een paar “zot” te doen. Gevolg …, nog voor we aan het eigenlijke parcours moesten beginnen, waren er al een paar (ik hoop dat ik niet de enigste was!) die al serieus op hun adem hadden getrapt.
Het parcours in Sint Lievens Houtem is echt de moeite waard, maar niet te onderschatten. Als ge goed getraind staat (en naar ik kan oordelen wordt er nogal wat afgetraind in de week) kunt ge u er eens goed laten gaan … Opgelet, mispak u niet want in totaal is het een afstand van 56 km met nijdige hellingen en spectaculaire afdalingen (waar ge volgens sommigen niet moogt remmen, maar ge moet u dan wel recht kunnen houden hé Rudy en Frank).
Zwaar dus, maar als ge de knepen van het vak kent is het doenbaar. De knepen van het vak … wat die zijn? Wel ik zal het u eens verklappen.
1) Na ongeveer 20 km laat ge u een keer uitzakken, dan denken ze dat ge al moet lossen.
2) Na ongeveer 25 km snuit ge uw neus niet meer, en als ze u zien rijden met al die snot en slinger aan neus en kin denken ze amaai die zit af te zien.
3) Na ongeveer 30 km smeekt ge om eens te stoppen om een banaan te kunnen eten. Ge laat bewust de banaan vallen om ze nadien met slijk en/of ander viezigheden naar binnen te werken. Dan drinkt ge nog eens, maar zorg ervoor dat ge wat naast uw mond giet. Als ze u daar zo zien “sukkelen” dan krijgen ze medelijden met u en gegarandeerd van dan af duwen ze u tot in Kalken!
4) Duwen, allemaal goed en wel, maar naar het einde toe moet ge u echt laten “lanceren”. Ge geeft een trapje minder en diegene die u duwt denkt dat ge niet meer beter kunt. Hij zal dan roepen : “ik zal u naar het wiel lanceren” en geeft u nog een forse stoot in de rug. Gevolg : in volle vaart naar het wiel van uw voorganger en meteen erop en erover! Pijnlijk hé Dirk en vooral als dat in volle finale voorvalt, maar ja topsport is keihard.
Bovenstaande tips zijn ten zeerste aan te raden voor beginnende mountainbikkers, wat zeg ik beginnende … ook ervaren mountainbikkers zouden dit wat meer moeten toepassen hé Eddy.
Eddy had namelijk een zware inzinking in het naar huis komen. Op “Den Dries” in Wetteren dachten we dat Eddy een imitatie deed van “Shaking Stevens” op de fiets, maar niets wat minder waar. Het licht was aan het uit gaan, en terwijl de voorwacht van de groep stond te wachten aan de verkeerlichten aan Wetteren brug (groen, oranje, rood, groen, oranje, rood, …) was het bij Eddy zwart, zwarter, zwartst voor de ogen. Geen nood, vlug een bakkerswinkel binnengereden en een rijsttaartje of twee hebben Eddy er weer bovenop geholpen.
Als verslaggever is het natuurlijk gemakkelijk om een ander zijn misère te beschrijven, maar de eerlijkheid gebied mij te zeggen dat ik serieus heb afgezien en dat ik mijn trukendoos volledig heb moeten opentrekken om mij tot in Kalken te laten duwen.
Ik hoop maar één ding, en dat is dat na het lezen van dit verslag ik nog steeds kan rekenen op een duwtje in de rug (letterlijk) van de krachtpatsers.
Marc,
Interim verslaggever
Super plantrekker.
14 mei 2001. Moederkesdag.
Speciaal een extra-lange rit, zodat de moederkes minst last van ons
hebben. Eerst met zijn elven elf km naar Doorslaardorp om er de rit,
georganiseerd door de Rudybikers - dat belooft, van 50 km te doen. Na even
zoeken het veld in. Twee grote, gespierde, knappe, jonge - ik ga maar ophouden
voor ge verkeerde gedachten van mij krijgt - kerels gingen eventjes met ons
meerijden. Heel echt eventjes dus. De rit: droog, zonnig, stoffig, bonkig en
bossig. Het verslag kan als volgt worden samengevat: Bonke, bonke, aie, bonke,
oeie, rije, duwe, steke, bonke, bonke, oeie, oeie, zande, nog veel meer steke,
stoffe, bome, bome, zande, knotse, knotse en nog meer bonke, bonke. Tot in Stekene,
met veel bos, zand en stof, en met sterk op en neer hobbelende wegels. De zon
schijnt door de bomen in een stofwolk die wij als een bende bizons doen
opwaaien (met oprechte excuses voor deze poëtische oprisping).
Het wil gelijk niet mee met mij vandaag. Sommigen willen persé hebben dat het door het te groot aantal zuipkaarten op het Duiveltjestornooi van HO was gisteren (elk steunt de jeugd op zijn manier naar bestvermogen, niewaar), maar volgens mij is het een combinatie van lichte zonneslag met zware achterwerkaandoening. Inderdaad, na 20 km zit ik er door, letterlijk dan, en het wordt met de km erger. Mijn perineum (ja, zoek het maar eens op, dan hebt ge nog eens iets om mee uit te pakken aan de toog) was rauw vlees. Zwaar aangedaan besluit ik halverwege de rit maar alleen naar huis te rijden, juist op het verste punt. De Bende van Rogiers raast verder zonder mij. Ik kom daar zwart bestoft uit de bossen van Stekene gereden en vraag de weg. "Richting Wetteren!? Maar neen zulle dat weten wij niet. Zo ver! Maar manneke, ge zijt gij hier heeltegans verkeerd gereden." Het is dus maar een half verslag, nogmaals excuses. (En ja, de interim-verslaggever die had kunnen overnemen was er natuurlijk weer niet als hij er moest zijn). Elke oneffenheid tussen Stekene en Kalken heb ik gevoeld. Gevraagd naar de belangrijkste uitvinding waarzonder mountainbiken onmogelijk zou zijn geweest, zullen sommigen het wiel, de binnenband, de buitenband, de pedalen, anderen dan weer het tandwiel, de remmen of de ketting noemen, maar ik hou het op de spons, zo van die dikke die ze in koersbroeken naaien, dikker dan het sponske in mijn broek dus. Naar ik vernam, waren er nog verschillende die goed zacht waren bij thuiskomst, ge moet niet vragen na 72 km. Zonder veel blabla de zetel in en 's avonds niks gene boem boem meer. Van een schone moederkesdag gesproken. Misschien volgend jaar op moederkesdag toch iets minder ver, beste Rudy?
20 mei 2001.
Het weekend van 20 mei was er één waarin er een keuze moest gemaakt worden. De keuze tussen ofwel de zaterdagavond naar de omi-sportfuif ofwel de zondagvoormiddag gaan mountainbiken. Het was het één of het ander. Het is slechts weinigen gegeven om beiden aan te kunnen én de zaterdagavond gaan fuiven én de zondagvoormiddag gaan mountainbiken … nee, trop is teveel en teveel is trop. Toch was er één “exemplaar” (jawel ik noem hem zo want ’t is toch een geval apart zulle!) die de combinatie aandurfde, u verneemt er meer over verder in dit verslag.
We waren met 7, Raf, Karel, Geert, Bart, Bjorn, X, en Marc. Eigenlijk waren we met 8 maar dat ene “exemplaar” besefte niet dat hij op zijn fiets zat, hij dacht dat hij nog aan het omni-sporten, rechtzetting omni-sportfuiven was.
U vraagt zich wellicht af wie Bjorn en X zijn. Wel ik weet het ook niet zo goed. Bjorn heeft al een paar keer met ons meegefietst en ik heb me laten vertellen dat hij nog bij de liefhebbers heeft gereden (niet te verwonderen dat ik zijn wiel niet kon houden!). Na een tijdje te zijn gestopt met wielrennen, besloot Bjorn om terug aan sport te gaan doen, ofwel terug wielrennen ofwel voetballen. Nadat hij zich een paar keer “gemeten” heeft met de besten (of misschien schrijf ik beter de beesten) van onze bende heeft hij besloten om dan toch maar te gaan voetballen en dan wel nog bij H.O. Kalken …
X (sorry maar ik ken zijn naam niet) is een vriend van Bjorn. Die gast ging goed mee tot aan km 35, maar dan kon hij zelfs mijn wiel niet meer houden … Toen we bij Nele aan het napraten waren heeft hij maar één ding gezegd : “Gaan jullie soms gaan trainen in de week?”…
Over de rit zelf valt weinig te vertellen. Het was een georganiseerde rit in Lokeren. Het parcours kennen we ondertussen bijna uit het hoofd en het feit dat het een georganiseerde rit was had tot gevolgd dat er zich verschillende deelnemers op het parcours bevonden. U kan het al raden, telkens we iemand voor ons uit zagen fietsen, ook al was het nog maar een stipje aan de horizon, daar vlogen we er naartoe als een bende bronstige stieren (en hij of zij moest daarom nog geen rood truitje aan hebben hé). En oh wéé als iemand het ook maar probeerde om ons voorbij te steken …
Resultaat van dit alles : om half elf stonden we reeds terug in Kalkendorp met 40 km in de benen.
Oh ja, ik zou het bijna vergeten maar voor we aan de rit begonnen zijn we nog eens langs geweest bij onze sponsor. Hoeveel lawaai we ook maakten, hij gaf niet thuis …
Misschien was hij ook nog aan het omni-sportfuiven, maar nee om 9 uur ’s morgens nog fuiven dat kan niet, dus veronderstellen we dat hij aan het “omi-sporten” was. Rudy toch, één goede raad : “sport” elke morgen zoveel ge maar wil, maar de zondagmorgen moet ge reserveren voor de “mountainbike-sport”.
Ik moet ook nog iets vertellen over het “exemplaar” waarover ik het had in het begin van het verslag. Ik heb het natuurlijk over die andere Rudy. Een nachtje fuiven, een paar uurtjes slapen, en dan zonder eten aan de start verschijnen … doe hem dat maar na.
Er zat duidelijk minder snee op bij Rudy, hij liet zich regelmatig ver uitzakken. Toen Raf mij vroeg om eens achterom te kijken om te zien hoe Rudy zat af te zien, kuiste hij juist zijn mond af. Had hij iets “naar binnen gewerkt”? We vermoeden eerder dat hij iets naar buiten had gewerkt !
Op vraag van een aantal onder ons moet ik hier ook nog wat uitleg geven over “schabouwelijk gedrag”. Dit is een term die in één van de vorige verslagen gebruikt werd en het was niet voor iedereen duidelijk wat hiermee bedoeld werd. Wel ik heb het opgezocht (en er zo een beetje mijn eigen interpretatie aan gegeven). Het betekent : sociaal voelend, graag onder de mensen, graag een praatje slaan tussen pot en pint, nu en dan eens een caféspelletje meedoen zoals vogelpiek of kaarten. Dit alles gebeurt wel in de late uurtjes men als gevolg dat je dag nadien het soms moet bekopen. Maar ja, als ge uzelf een beetje kent dan weet ge dat ge na een avondje “schabouwelijk gedrag” best niet gaat mountainbikken. Als ge dat toch doet dan kan het gebeuren dat ge al vlug moet lossen en bijvoorbeeld op uwen alleen vanuit Lokeren terug naar Kalken moet fietsen …
Marc,
interim verslaggever.
27 mei 2001.
Eerst wat minder nieuws. Geert Bracke zit in de plaaster. Het been stijf houden, Geert! Na het schabouwelijk verslag van verleden week, weer aan mij. Goe weer en we zijn met zeven man en een puber, de genaamde Bart Klim, die weer voor weinig mannen moest onderdoen. (Let wel, dat ik dus Marc R. bij de mannen gerekend heb). Naar de bossen van Serskamp. Voorbij de Speelbos staat Raf met een lekke band (een gat in zijn band dus). Ook zijn remmen blijken te slepen. Rudy is er wel 5 minuten mee bezig, maar eens in orde, vliegt Raf de volgende kilometers. Hij had blijkbaar tot dan toe gereden met de remmen dichtgeknepen, zoals dat heet. Marc R. valt twee keer, telkens vlak voor mijn wiel. Je hebt zo van die mensen die, zeker als ze het niet zelf mogen schrijven, van alles doen om in het verslag te komen. Ook Raf en Eddy vallen nog om - meer is het niet, o.a. in een dreefje met boomwortels die wel tot 20 cm uitsteken. Bij het binnenrijden van de bossen van Serskamp, weerklinkt geween en tandgeknars. In hun blote billen rijden ze door de tengels en de bramen, de andere 7 sukkels. "Hapert er iets mannen?", vraag ik zo onschuldig als wat, want ik heb mijn lange broek aan, omdat dat de enige met een goei spons is die ik heb, in een poging om zitvlakpijnen gelijk twee weken geleden te vermijden. 't Is goed tegen de reumaties, zegt Rudy (de tengels, niet de lange broek). Ik zie ons binnen 30 jaar al zitten in het ouwemannenhuis in Kalken. Hoe komt het dat die 10 rare daar in de hoek geen reumaties hebben? Oh, dat is de Bende van Rogiers. Maar die ene normale mens - met reumaties - was daar toch ook bij? Ja, maar die reed ook 's zomers met zijn lange broek.
Dikke spons of
niet, ik heb weer problemen met mijn zitvlak, ik krijg zo te zeggen geen gaatje
meer toe en de laatste 5 kilometers doe ik niet meer mee, alzo de Uitbergse
bossen en het wegeltje langs de Valentino's en dus de ergste achterwerkpijnen
vermijdend. Het is omdat de top van mijn zadel te veel naar omhoog staat, zegt
Rudy. Kont (is dat nu met d of met t?) ge mij dat misschien verleden keer al
niet uitgelegd hebben? Er gebeurt blijkbaar nog een en ander in die laatste
kilometers. Ik moet van Marc rapporteren dat hij nog 2 remontes deed … twee keer
zichzelf geremonteerd, veronderstel ik. En dat er een hond van onder een kamion
kwam, bijna in zijn wiel. Domme hond: Juist mis! Maar misschien kan Marc zelf -
tenslotte interim verslaggever zijnde - de laatste 5 kilometer kort samenvatten
in de volgende drie bladzijden? Heel erg lastig vinden de meesten dit soort
lastige rit toch niet meer, goed getraind als ze staan, want Marc heeft zelfs
nog zijn banaan niet opgegeten als we bij Nele zitten. Marc moet natuurlijk nog
eens lachen met mijn smadelijke afgang, nu al 2 keer op rij: "We hebben 't
weer GAT", zegt hij. Beste Marc, weet gij waar gij uw banaan voor mijn
part moogt steken? Mario
3 juni 2001. Sinksen.
Ik heb er de hele week over getwijfeld of ik het wel zou doen, want het ligt
toch nog altijd gevoelig, maar het moet me toch van het hart. Ik heb,
persoonlijk en op heterdaad, de twee Rudy's samen betrapt. En dat voor twee die
steeds beweren dat ze het niet doen, en dan nog samen. Laat er ons duidelijk
over zijn: in deze tijd van sportieve mannen onder mekaar wordt er niet meer
zwaar aan getild. Het komt veel voor en er is helemaal niets verkeerd aan:
bijtrainen tijdens de week mag, maar waarom daar dan niet voor uitkomen?
Waarom, Rudy en Rudy, jullie niet outen? Ge ziet, een of andere dag komt het dan
toch uit.
Het verslag. Met twaalf, schoon weer met veel wind, en we doen de
Heikant, Heiende, Berlare, Overmere rit, in omgekeerde richting en met enkele
nieuwe stukjes in Berlare.
Danny en Bjorn maken er een lange sprint van door de kilometerslange
Gratiebossen. Ik rij in 4° positie, al een eind achter, en bedenk dat als ik
dat volhoud ik dan toch de eerste boven de 40 zal zijn. Zo zit een mens in
mekaar: als je niet echt de eerste, sterkste of slimste kunt zijn, bedenk je
zodanige categorieën waarin je dat wel bent. Maar je mag het niet te makkelijk
maken ook, door bvb. categorieën te creëren waarin je de enige bent. Zo zou
Rudy V. in de categorie wieltjeszuigers die dan plots demarreren, altijd eerste
zijn. Of ik in de categorie sympatieke Westvlamingen. Dan merk ik plots dat er
iemand in mijn wiel zit. Verdorie, 't is Raf, een peet van meer als 50. Daar
gaat mijn categorie 'boven 40' als hij me voorbij steekt en bovendien nog een
kwak modder van zijn achterwiel in mijn linkeroog lanceert, zodat het licht aan
1 kant uitgaat. Allez, als 5° ben ik dan toch nog eerste in de categorie
lichtgestoorde alcoholiekers boven 40, onder 50.
Rogiers rijdt een heel eind zonder handen en niemand raakt hem voorbij.
Zo reed hij een paar weken terug de steile brug over de E17 (tussen Heiende en
Overmere) over. Wij sleuren en trekken aan ons stuur en ons velo, stampen op
ons pedalen, zweten en puffen, geven al wat we hebben, maar we verachteren
alleen maar. 't Is gewoonweg niet te doen. Die moest koereur geworden zijn,
zie, die jongen.
Door het hoge tempo (net geen 24 per uur voor net geen 39 km) en de
felle wind, wordt het toch nog een lastige rit. Karel is vandaag gewoon
nergens, de eerste keer dat ik dat meemaak. Gisteren een bruiloft, is de
uitleg. Jan en Dirk heb ik ook al beter geweten, maar Bartje is al een paar
weken achtereen in vorm. Zijn volgende inzinking afwachten dan maar, haha.
Achteraf gaan de meeste vertellingen over de slotfase als we door de Bontinck
en Gaverstraat razen op weg naar Nele. Rudy R. vertrekt laatste en haalt de
hele meute in (Oooh, wat vindt hij dat toch fijn!). Rudy V. zit de hele tijd in
mijn wiel uit de wind en demarreert dan net voor de kerk. Train nog wat meer
bij binst de week, ja! Mario
10 juni 2001.
Met twaalf. De tweede keer de grote prijs Danny Fack, richting Melle,
Gontrode dus. Schitterend parcours, niet meer te herkennen van toen we er deze
winter doorploeterden. Voor Bartje is het in Kwatrecht al afgelopen als met een
oorverdovende knal zijn velg in stukken springt (ge remt teveel, zegt Rudy).
Een GSM komt op zo een moment van pas. Er vliegen daar een heleboel zeldzaam
geworden huiszwaluwen, ik had van de jaar nog alleen maar boerenzwaluwen
gezien. Eerder het jaar zagen we al een ijsvogel. Er zit een schoon stukje
verwilderd bosje in de rit, vol korte venijnige heuveltjes, geknipt voor
mountainbike. Op het einde zit er een scherpe afdaling waar ik als laatste na 2
weigeringen toch nog afdurf. Volgende keer niet vergeten een pamper aan te
doen, maar mijn mannelijke eer is toch weer gered. Danny gaat drie keer
onderuit, hij weet nu nog altijd niet hoe je je voeten uit die klikpedalen
krijgt. Hoe dat komt, volstaat met 1 woordje uitleg: hij is gendarm. Eenmaal
valt hij van het ene karrespoor in het andere en ligt plat op zijn rug met zijn
velo recht omhoog tussen zijn benen. Natuurlijk dat zijn banaan dan plat is,
want bij hem hangt die op zijn rug! Er wordt tussen Massemen en het Vrijgeweide
verschrikkelijk hard gereden (allemaal baan welteverstaan) met pieken tot 42 km
per uur, zonder onder de 35 te komen. Dat komt goed uit, want dan is het
verslag rap gedaan want ik moet mijn patatten nog aanaarden en mijn tomatten
luizen en opbinden en dan gaat de KWB net niet failliet aan te hoge drukkosten
voor de Kraak.
16 juni 2001, zaterdag.
100 km interregio tour in de Vlaamse Ardennen.
Rudy V. breekt het record opblijven. Tussen vrijdagmorgen en
zaterdagmorgen 5 uur slaapt hij 1 uur, zuipt zich 2 keer lazarus en rijdt 100
km
17 juni 2001.
Er zijn nu nog zotten die niet genoeg hebben.
24 juni 2001.
De voorlaatste rit van ons tweede seizoen. 50 km ingericht door WTC
Calcine. 130 frank inschrijving is toch relatief veel, als je weet dat we
verleden week voor 200 frank 100 km met 6 bevoorradingen kregen voorgeschoteld.
Een historische rit, want voor de eerste keer rijden er 2 broederkoppels mee:
de gebroeders Hanselaer en de gebroeders Rogiers. Ja, Rudy had daar nog ergens
een broer liggen ..., den Ivan. En dan nog een koppel schoonbroers, Rudy V. en
Danny Fack, die soms under cover meedoet en dan de 'a's in zijn naam door 'u's
vervangt. Het wordt hier een familiekwestie, want binnen een paar jaar beginnen
de zoons misschien mee te rijden. 50 km aan 24.3 per uur. Mijn vrouw heeft al
zitten uitrekenen dat we dan tegen 11 uur moeten thuis zijn (slim dat die toch
is, zeker in rekenen). Ja, hoe moeten we dat uitleggen? Volgend jaar maak ik
daar eens werk van. In alle geval weer een loeiend harde rit. Er ligt
natuurlijk niets geen modder meer, maar het ligt toch ook aan Marc Roelandt die
ook op de weg doorgeeft. Ofwel heeft hij eindelijk de goeie pil gevonden, ofwel
is hij veranderd van merk banaan, ofwel ligt het toch aan zijn getrain. Uit
welingelichte bron vernemen wij dat Marc wekelijks tussen de twee en
drieduizend km traint, ik wil er 100 km van af zijn. In alle geval, dat hij nu
de anderen aandoet wat hij zelf niet wil worden aangedaan het hele jaar lang,
is misschien uit revanche, maar ik stel toch voor dat we hem van de KWB uit een
gratis jaarabonnement op 'Wereldsolidariteit' schenken. Drooggetrainde
bananenvreter! Man van de dag is voor mij toch den Ivan. 50 km aan dat tempo en
dat voor de eerste keer dat hij meedoet, mij hadden ze mogen wegdragen. Het zal
toch wat in de familie zitten, zeker?
31 juni 2001.
De allerlaatste rit. En we doen echt zot, het gedacht alleen al dat ik
dat allemaal ging moeten meerijden, heeft me de hele week nachtmerrie's
bezorgd. Eerst 47 km windop langs de Schelde tot in Oudenaarde, waar we na
anderhalf uur staan. Onderweg pikken we elke wielerterrorist op die minder dan
31 per uur rijdt, en er zijn voorzeker geen andere, want er is ons toch geeneen
voorbijgestoken. Die blijven dan allemaal achter ons hangen. Op een bepaald
moment hangt er een grote tros van 20 wielertoeristen + 1 boer achter ons. En
wij hangen allemaal achter Rudy, behalve Bartje - vanaf nu zeg ik Bart, die ook
in de wind naast Rudy rijdt en er dan nog plezier in vindt om eventjes zonder
handen te rijden elke keer dat we weer wat WT-ers inhalen. Het begint dan nog maar,
want in Oudenaarde staat ons een steil, lastig, technisch moeilijk en
gevaarlijk
5-7 juli 2001. Ardennenweekend
in Wigny.
Loodzwaar, maar onvergetelijk.
Nog melden dat er zich deze zomer twee sleutelbeenbreuken (buiten
competitie) voordeden: Peter Baeten en de als steeds onstuimige Karel Verhoeven
waren de prijsbeesten. Zo zware kwetsuren hadden we nog niet gehad, eigenlijk
nog geen.
2 september
2001.
Het derde seizoen is gestart. Wie gehoopt had dat we rustig weer zouden
opbouwen had het goed mis. Meteen 57 km en dat aan de niet eerder genoteerde
recordsnelheid van net geen 27 per uur. We beginnen met de grote prijs Rudy
Rogiers, t.t.z. het parcours van St. Lievenshoutem. Aangezien alles mooi droog
ligt, kan er dus goed doorgevlamd worden. Karel is er alweer bij en is de enige
die lek rijdt, een knalband. We komen voorbij tal van mooie landschapjes en
hoevetjes en het is ter hoogte van een oude mestpomp (had ik nog nooit gezien)
dat Karel platrijdt. Weer wat bijgeleerd, zodat ook het educatief gedeelte van
deze rit weer verzekerd was.
9 september 2001.
Gieten, gieten, gieten. Ik ben wel zot, maar niet helemaal zot. Zeven
anderen wel, maar veel plezier kan er toch niet aan geweest zijn, zou ik
denken.
16 september 2001.
Het begint goed, maar eer we aan het Valentino voetbalplein zijn:
gieten, gieten, gieten. Toch twee opklaringetjes. Moor in mijn ogen, moor in
mijn mond. En we zingen een liedje van Nonkel Bob: “Vui-uile, vui-uile
vrie-ienden, vui-uile vrienden, da-at zijn wij!”. Ondanks de jaarmarkt toch met
negen. 44 km aan bijna 24 per uur.
23 september 2001.
Toch eens mooi weer, terwijl het al heel september aan het gieten,
gieten, gieten is, en toch maar met 8. Er zijn van die dagen dat een mens zou
rijden en blijven rijden. Dit was er weer zo een (van de twee per jaar). Een
geluk dat mijn vrouw mij nog net van mijn velo kon kloppen toen ik thuis kwam,
of ik was nu nog aan het rijden. Het ging nog eens langs Laarne, Heusden,
Destelbergen, met zoals verleden week de lange, vuile Ascopstraat als
afsluiter. Voor de rest was de rit helemaal anders: een ander parcours met
kleinere wegeltjes, geen regen en bijna een gans andere ploeg. We rapen er nog
2 op onderweg die rijden voor een andere sponsor (Krick). Onze sponsor had een
valling en voorzeker ook teveel hoestsiroop gepakt en ja, dat kan soms
misvallen. De 2 extra-companen kunnen de rit meerijden, elastiekend aan het
staartje van de groep (al zal Rudy wel af en toe wat geduwd hebben), en ze
zullen ’s avonds goe geslapen hebben. Ik hou van dit parcours, omdat je er op
veel plaatsjes komt in onze onmiddellijke omgeving waar buiten wij vetetisten
(Frans voor mountainbiker: Velo Tout Terrain (VTT)) en een zeldzame wandelaar
niemand komt. Er is ook veel veld. Modder genoeg, maar toch nog berijdbaar.
Wacht tot van de winter als de boeren eens geoogst hebben en er al veel velo’s
zijn gepasseerd, dan zullen de paadjes diep zijn.
30 september 2001.
Aan de kerk ziet Rudy dat zijn broer Ivan weinig profiel heeft op zijn
banden. Eens kijken of ge daarmee recht blijft in het Molsbroek, zegt hij. Wij
langs het Heiende naar Lokeren. Bij het Molsbroek door een privé-terrein, maar
vorige keer was dat nog geen privé, en daarbij Danny was mee en dan mag het. En
ja, op een smalle lange weg, dwars over het water, een meesterlijke kwak tegen
de grond van Ivan. Rudy zijn dag kan niet meer stuk. Langs de Durme een paar
kilometer lang door tengels en distels. De drie man met korte broek hebben het
geweten. Even verder misrijdt Danny zich weeral eens en komen we op een
verlaten fabrieksterrein. Dit is privé, roept er iemand, maar die wijst ons
daarna een uitweg over een betonnen bruggetje. Waar wij allemaal uitkomen op
een zondagmorgen. In de Waasmunsterse villabossen probeer ik ik weet niet hoe lang
voorbij Ivan te geraken. Als ik eindelijk een gat zie, heb ik de metersbrede
plas niet bemerkt. Ik moet er dwars door maar Ivan, die er mooi naast reed, was
nog natter dan ik. Neen, het was zijn dagje niet van die mens. Een eind verder
ligt Danny weer eens onderste boven, het zand was er inderdaad erg vettig.
Bovenstebeste gast, alleen spijtig dat hij niet lang kan recht blijven op een
velo en dat hij de weg en het verschil tussen links en rechts niet kent. Schoon
weer, lange nieuwe stukken. Prachtrit. Wel een lang eind vollen bak terug naar
huis vanaf Waasmunster. 54 km aan 23 per uur, of was het omgekeerd?
7 oktober 2001.
Ik wil deze bijdrage beginnen met wat goeie raad voor alle mountainbikers en toekomstige mountainbikers: als het zo een maand lang gegoten heeft, rij dan niet naar de Serskampse bossen. Het is niet te doen. Wij dus weg naar de Serskampse bossen. Met zijn veertienen, al deed Marc Bananaman alras als Iron Man Luc Van Lierde de dag voordien: hij gaf op. Wachten tot de vorm van eind vorig seizoen weer terug is. Een trage start, een goeie 40 km – maar en net geen 20 gemiddeld. In Serskamp worden we in het veld voorbijgestoken door een bende motorcrossers. Net als er mij een voorbijsteekt rijdt hij door een modderplas, en voilà, ik ben al gedoopt voor wat nog moet beginnen. Op een bepaald moment was er zoveel modder dat ik mijn velo achterliet en tevoet verder wilde trekken. Toen ook mijn schoenen dreigden achter te blijven, keerde ik terug. Mijn velo stond nog recht. Weer een rit met 2 broederparen, de Rogiersen en de Hanselaers. En ook de 2 van de ploeg Krick reden weer mee. Nog 1 keer en ge moogt lid worden van de KWB, zulle! Dat zal hier zo niet gaan, hé mannen. We eindigen met een kilometerslange achtervolging op een losgeslagen, ontketende Rudy Rogiers – die zich dan weer inhoudt om ons uit te dagen, ingezet vanaan de Passerelle in Wetteren. Bart en Raf komen nog dichtst, ik krijg al die tijd een gaatje van 20 meter op Eddy niet toe, maar hou toch Ivan achter mij. “Zie dat ge Rogiers klopt”, hadden ze mij gezegd bij het begin van de wedstrijd. En voilà.
4 november 2001.
Kraak 0112.
Rit ingericht in Kalken door WTC Calckine. 40 km aan 25 per uur. Geen
plas, geen platte band, geen valpartij en dat met een nog nooit geziene bende
van 20. Eigenlijk wat te veel. We rijden inderdaad tamelijk rap als je het
vergelijkt met de meeste anderen. Misschien komt dat omdat wij altijd in groep
rijden en de onderlinge mannelijke competitiedrang iedereen elke week tot een
fikse inspanning verplicht. Er is altijd wel een paar man in vorm en de anderen
moeten dan maar zien dat ze mee zijn. Rudy en Dany kunnen ook niet iedereen
duwen. Met een groep zijn er ook veel tempo-wisselingen. Diep in het rood gaan
is soms de boodschap. Wie alleen rijdt, rijdt meestal zijn eigen gezapige
constante tempootje. Het verschil is na 2 jaar mountainbiken toch te zien. En
dat zonder stoefen, hé.
11 november 2001. Kraak
0112.
Naar Hamme, met 14. Vijftien kilometer op, 30 voor de rit daar (sommige
zotten (Vergeylen op kop, voor een keer dat hij in vorm is) zouden er de rit
van 50 gedaan hebben) en 15 terug, zodat we pas om kwart voor 12 bij Nele zijn.
Dorst dat ik had! Zo is het toch geen doen meer. 60 km in totaal, aan 25 per
uur, en ik reed de eerste 50 km met koude voeten. Maar goed, voor een km of 60
draaien wij onze hand niet meer om. Aan de bevoorrading krijgen we een
bleekgeel sopje en peperkoek. Ochtendpis, zeg ik. En pennepis, voegt Eddy Troch
eraan toe. Geert had het de laatste 15 km wel erg moeilijk. Een paar weekjes
volhouden en de vorm is er wel terug. Kijk maar naar Marc, die voor een paar
weken nog, vlug terug naar huis moest, maar vandaag beresterk reed, zelfs nadat
hij bij het afrijden van de berm van een brug een serieuze kwak gemaakt had. Zijn
knie zag er proper uit. En toch reed hij vollen bak mee tot op het eind. Ik zag
het voor mijn neus gebeuren, en al niet van de dappersten zijnde, besloot ik
wijselijk om met de velo aan de hand naar beneden te trippelen. Verder
valpartijen waren er niet. Zelfs niet van Danny. Sinds hij bij elke splitsing,
waar er gekozen moet worden tussen links en rechts, zijn hoofd wat schuin
houdt, zodat al zijn verstand aan 1 kant komt te liggen, rijden we al heel wat
minder verkeerd, maar hij valt nu wel nog wat meer om. Anders bovenste beste
gast, hoor. In Wigny stond het ontbijt al klaar eer wij opstonden, want Danny
was al om koeken gereden naar de bakker. Na de rit ’s morgens haastte Danny
zich om nog vlug eten klaar te maken voor 60 man, en de afwas nam hij ook
alleen voor zijn rekening. En ’s avonds bij de laatsten om pinten te pakken
(zodat hij de boel nog wat kon opkuisen). Danny, dees jaar ontbijt op bed, zou
dat lukken, denk je? Kenny, onze jongste nu (ook omdat Bart niet meereed),
houdt het ook al een paar weken vol. Hij zal zijn zadel wel hoger moeten
zetten, dan zal het nog beter gaan, want nu zit hij ‘onder zijn macht’ te
trappen, zeggen enkele kenners. Kenny was al gegroeid en hij wist het niet. Ook
van alle mountainbikers van hanser garte proficiat aan Tim Roels, onze vroegere
jongste, voor zijn mooie trofeeën. Ge ziet, bij ons worden kampioenen gemaakt.
‘En gijlle’, vroeg Tiesten Pulle in een vorige Kraak. Ten eersten, Tiesten, het
is niet omdat Pulle met 2 ‘illen’ geschreven wordt, dat gijle er ook 2 heeft.
En om op de vraag te antwoorden: “Wat ons, de mindergetalenteerden en
oudgedienden, betreft: wij ploeteren voort, in het zweet ons aanschijns.”
18 november 2001
12 mountainbikers aan de start. Mario was daar niet bij, vandaar dat ik het verslag moet schrijven. Maar ook als Mario erbij was geweest zou ik waarschijnlijk nog het verslag moeten schrijven hebben, want ik denk dat we er hem af zouden gereden hebben …
We besloten om naar Wachtebeke te rijden om aldaar eens een nieuw parcours op te zoeken in het provinciaal domein.
Al vlug verloren we Geert, die nog niet helemaal gerecupereerd was van een inspuiting tegen de griep (of was hij nog niet gerecupereerd van de vorige rit waarin hij verschillend keren het licht zag uitgaan …).
Met elf hebben we er dan een “rustig” ritje van ongeveer 50 km van gemaakt (rustig betekent nog altijd wel een gemiddelde snelheid van ongeveer 25 km/uur). Er was zelfs weer even tijd voor een tussenstop waarop een mens nog eens rustig een banaantje kan naar binnen werken, dat was reeds lang geleden.
In het domein hebben we vooral veel hekken gezien. Sommige daarvan gingen open, maar de meeste waren op slot, zodat we meerdere keren mochten terugkeren van waar we gekomen waren.
Er was één valpartij van “zomerbandenspecialist” Ivan, maar zonder veel erg en weinig spectaculair. Maar ja, en goed kunnen fietsen en spectaculair kunnen vallen is niet voor iedereen weggelegd.
Onderweg liet Rudy ons nog eens zien welke sukkelaars we eigenlijk nog zijn. Fietsend met slechts één been kwam hij ons allen voorbijgereden. Hieromtrent een oproep : breng het nodige materiaal mee en voor de start vijzen we gewoon een pedaal van Rudy zijn fiets en hij kan dan gans het parcours afleggen met één been. En als dat nog niet genoeg is vijzen we er desnoods zijn zadel ook nog af. Hij zal niet blijven lachen …
Om dit verslag te besluiten zou ik nog willen mededelen dat er binnenkort door de KWB mountainbike ploeg een verzoekschrift zal ingediend worden op de gemeenteraad om een aanpassing te bekomen van het plaatselijk politie reglement.
Wij vragen om elke zondagvoormiddag tussen 11 hr en 12 hr op alle invalswegen van Kalken en ook en vooral in de dorpskern, de maximumsnelheid op te trekken van 50 km/uur naar 55 km/uur met een optie om na een proefperiode eventueel 60 km/uur als maximum snelheidsgrens in te voeren.
Dit zou ons moutainbikers toelaten om op het einde van onze rit nog een spurtje te doen zonder het risico te lopen om geflitst te worden …
Marc,
Interim
verslaggever.
25 november 2001
Nergens in de omgeving was er op die datum een georganiseerde mountainbike tocht, dus hadden velen onder ons (en niet in het minst uw verslaggever van dienst) gehoopt op nog eens een rustig ritje rond de kerktorens van Kalken, Laarne, Heusden, … Dit was echter zonder de echte freaks gerekend. Met name Danny F. had er niets beter op gevonden om zaterdagnamiddag op de valreep (voor sommigen echter te laat) voor te stellen om deel te nemen aan een georganiseerde mountainbike tocht in het zonienwoud (misschien is de spelling wel verkeerd, maar iedereen weet wel dat ik het heb over dat bosje langs de kanten van Brussel).
Er werd dus nog heel wat afgebeld en SMS’jes verstuurd maar jammer genoeg kon niet iedereen meer bereikt worden, vandaar dat Piet, Luc en Bart het ritje rond de kerktoren(s) gereden hebben en Rudy R., Rudy V., Dirk H., Marc R., Danny F, Rudy T in het Brussels bosjes wat rondgereden hebben. Er was ook nog een vriend mee van Danny, ik ken echter zijn naam niet, met weinig of geen haar op het hoofd (wat op zich niets te betekenen heeft), maar met helemaal geen haar op de benen (wat in het wielermilieu echter wel wat te beteken heeft)!
We hadden afgesproken om 8 u bij onze sponsor Rudy V. We zullen er toch eens moeten over denken om hem eens een hele grote wekker te kopen, want hij was (weer) nog niet wakker! Waarom Rudy V. hem (weer) overslapen had laat ik in het midden, maar de meesten onder ons hebben wel en vermoeden …
Over de rit zelf kan ik niet zoveel vertellen (u zal later vernemen waarom), behalve dat het een prachtig parcours was met praktisch geen vlakke gedeelten en geen verharde wegen. Wel goed berijdbare (als ge goeie benen had) bospaden.
Er werd alweer een bijzonder snelle start genomen met als gevolg dat ik weer alle kleuren van de regenboog zag (soms zag ik ook eens Rudy V. voor mij rijden, nou ja rijden …).
Toen ik echter de goeie tred te pakken kreeg en ik reeds begon te denken aan het plaatsen van een aanval ben ik echter het slachtoffer geworden van een jammerlijke wegvergissing! Om een nog onverklaarbare reden ben ik op het parcours van de 40 km verzeild geraakt terwijl al de anderen het parcours van de 50 km hebben gevolgd. Vandaar dat ik weinig kan vertellen over de rit zelf, maar één feit moet ik toch vermelden, ze hebben mij niet meer voorbijgestoken …
Tijdens mijn eenzame rit heb ik echter “het licht” gezien ginder in dat Brussels bosje. De oplossing om nooit meer los gereden te worden. Rudy R. zal op de pedalen mogen stoempen zo hard hij maar kan hij zal er mij niet meer af krijgen. Ik zal zelfs nog redelijk proper zijn als we aankomen en meer nog ik zal hem kunnen bijhouden al gebruik ik maar 1 (of geen) been.
De oplossing, gezien tijdens de rit, een tandem in mountainbike uitvoering !
Er is maar 1 kleine voorwaarde, Rudy R. zit vooraan …
Marc,
Interim verslaggever.
Ik weet niet meer precies met hoeveel we waren die zondag, maar het moeten er zeven zijn geweest. Waarom? Wel ge kent toch dat verhaal van die zeven Zottegemse zotten…
We hebben namelijk deel genomen aan een georganiseerde rit in Zottegem (met de nadruk op zot).
Het had de afgelopen dagen veel geregend en het parcours was herschapen tot een echte modderpoel, wetende dat de Zottegemse modder nog van een ander kaliber is dan de Kalkense modder. “Dat spel plakt zo wreed !” hoorde men meermaals in de omgeving van “de bende van Rogiers”. Daarbij nog het feit dat er maar één vlak stuk in het parcours lag namelijk de vloer van de sporthal waar we moesten inschrijven, maakte de rit één van de zwaarste, zoniet de zwaarste die ik ooit heb meegereden. Mario moet het geweten hebben want hij kwam niet opdagen, maar ja broekschij… zijn ook mensen.
Nog maar pas vertrokken en in een smalle wegel een mountainbiker met de fiets in de hand. Jan die op kop reed ontwijkt hem, en ik probeer er rakelings naast te rijden. Ik wou hem nog toeroepen “Rijden verdo…”, maar net op het moment dat ik wil roepen rij ik met mijn voorwiel in een diepe put gevuld met water en ga over mijn stuur. De brave man die daar geparkeerd stond kon mijn val nog breken, ik wist meteen waarom hij daar stond.
Bart had die dag de form te pakken. Hij reed zo hard dat hij maar 6 keer gevallen is.
Jan reed lek, en velen onder ons en vooral de verslaggever van dienst vonden dat niet spijtig. Niet dat we dat Jan toewensen, maar terwijl “Sneldepannage Rogiers” het probleem oplost kunnen wij toch even op adem komen.
Aan de splitsing van de 25km of 40km beslis ik om de 25km route te nemen, of beter gezegd zou ik dat willen beslissen. Het is vooral Rudy Vergeylen (weer hij) die mij overtuigd om toch maar de 40km te doen, met alle gevolgen vandien.
Tot aan die splitsing was het vooral Rudy Vergeylen, Ivan Rogiers en Marc Roelandt die “hun pere zagen” zoals ze dat in Kalken zeggen. Het waren echter Rudy Vergeylen en Ivan Rogiers die er nadien een beetje doorgekomen zijn. Zou het dan toch waar zijn dat de “oudjes” eerst wat kilometers nodig hebben vooraleer de motor opgewarmd is?
We hebben een stuk van de Berendries moeten oprijden, althans diegene die het nog konden. Ik heb dat stuk (en nadien nog vele andere stukken) te voet gedaan. Had ik het geweten, ik had mijn stapschoenen aangedaan in plaats van mijn mountainbike schoenen.
Op een gegeven moment zat ik zo af te zien op mijn fiets dat ik echt aan stoppen dacht. Niet alleen stoppen in deze rit, maar totaal kappen met dat mountainbike gedoe. Maar toen ik er aan dacht hoeveel plezier Mario daar zou aan beleven heb ik die gedachte maar rap verdrongen. Ik dacht bij mezelf …
Maar eens dan komt de dag,
Dan rij ik vooraan,
Wat zullen ze dan kijken,
Daar denk ik altijd aan.
(niets zeggen tegen Rob De Nijs hé).
En ik moet zeggen, er zijn er onder ons die in mij een groot kampioen in wording zien. Ik werd namelijk geduwd door Rudy R., Raf en Bart allemaal waarschijnlijk denkend dat wanneer ik ooit op TV verschijn, ze tegen hun kinderen kunnen zeggen : “Die heb ik ooit nog geduwd …”
Het was al vrij laat op de middag toen we terug in Kalken aankwamen, en de meesten onder ons hadden niet veel zin meer om nog iets te gaan drinken bij Nele.
Dan maar naar huis, vlug een douche nemen, wat eten in de microgolf (spruitjes om precies te zijn) en dan met het eten op schoot kijken naar de Superprestige veldrijden. (Mario moet daar ook eens naar kijken, hij kan daar nog veel van opsteken…).
Een echte sporter weet echter dat na een serieuze inspanning ook ontspanning moet komen, vandaar dat ik juist voor de aankomst van de Superprestige veldrit wakker geworden ben met ijskoude spruitjes op schoot ….
Aangezien mijn verslagen altijd waarheidsgetrouw zijn moet ik nog zeggen dat we niet met zeven waren, maar wel met acht namelijk RudyV, Rudy R, Raf, Bart, Eddy, Dirk, Jan en Marc
Marc,
interim verslaggever.
10 december 2001. Kraak
0201.
Bitter koud, dat zijn we niet gewoon. Onze sponsor zat al met koude
voeten eer we vertrokken. En al is het windstil en zonnig, als ge 25.6
gemiddeld rijdt, krijg je toch een kouwe wind van zoveel per uur tegen. Door de
kou op mijn ogen zag ik dan ook niet verder dan 50 meter, ook al omdat de zon
de hele tijd zo laag zat en verblindde. Met zijn tienen naar de ingerichte
tocht van café Hemelrijk op ’t Heiende (neen, die schone dochters waar ze al
twee weken over bezig waren, heb ik niet gezien). Zeer mooie tocht. Om zo te
zeggen in onze achtertuin die we na 3 jaar mountainbiken zo ongeveer als onze
broekzak zouden moeten kennen, en toch wist ik de helft van de tijd niet waar
we waren. Er valt dus nog veel gewegelte te ontdekken in de nabije omgeving,
zeker als je weet dat we bijna de hele 42 km in het veld zaten en nagenoeg niet
op de weg geweest zijn. Zeer vlot berijdbaar, alleen een paar keer dat het
verraderlijk slecht lag, en omdat je daar niet op voorbereid bent als het de
hele tijd zo vlot gaat … Zo ging Karel onderuit. We reden geen enkele keer
verkeerd: door de zeer goede aanduidingen, doordat Danny niet teveel op kop
reed en doordat, als hij dat wel deed, hij zeer goed oplette (kopje schuin, je
weet wel). Omdat hij zo goed op de weg lette, was het natuurlijk moeilijk om te
onthouden hoe je uit die klikpedalen moet geraken – het is het een of het ander
met Danny - en op een gegeven moment, toen we eens heel eventjes halt hielden,
kieperde Danny - vanin stilstand - gewoon omver. Twee prille dertigers kloegen
over iets waar ik nog nooit last van gehad heb, en ik heb pertank al veel kou
gehad in mijn leven, en neen, het is ook niet omdat ik er geen aan mijn lijf
zou hebben: bevroren ballen. Vanavond niet schat, ik heb balpijn. Zie, ik wist
zelfs niet dat het bestond, kouwe testes hebben. Hebt U daar al last van gehad,
beste lezer? Ik ben nu 42 en ik had er zelfs nog nooit van gehoord. En nu van
de eerste keer 2 gevallen (= 4 ballen). Ik ben er al de hele week op aan het
denken, hoe dat nu kan en hoe het kan dat ik dat nog nooit had gehoord? Ik zou
zowaar een enquête beginnen. In alle geval, ik wens mijn kompanen die ermee
zaten snelle beterschap.
17 december 2001.
Weer vrieskou. De 2 (de genaamden Jan W. en Karel V.) die verleden week
last hadden van kouwe genitaliën zijn er niet bij. Problemen met chronische
krimppiet? Schrik van vriesklootjes? Met zijn tienen, waarvan - uitzonderlijk -
4 tieners, waaronder - sinds lang -nog eens Belgisch Kampioen Tim Roels. Na een
tiental km stoten we mekaar aan. Welk vuil vies ventje rijdt daar met ons mee,
als je dat rijden kan noemen, ten minste. Hangt vol snotslingers. Giet zijn
drinken niet in zijn mond, maar over zijn hoofd, zodat de Isostar meteen
aanvriest tussen de bevroren snotpegels. Laat nog zijn banaan vallen ook.
Jongens, jongens, wat een sukkel. We rijden er met twee over. Over zijn banaan,
welteverstaan. En wat doet hij nu? Hij keert terug. Hij raapt die banaan op.
Hij gaat die nog opvreten ook! Wat een verschrikkelijk vies manneke! Maar, is
dat onze interim-verslaggever (IVG) niet? Uit compassie zou je hem duwen, maar
iedereen is er zo vies van, dat we dat maar laten. Hoe sneller hij
achterblijft, hoe liever. (Hij blijft het hele eind toch wel meerijden, zeker.)
Ik kom er na 25 km stilletjesaan door. De koeiepootafdrukken, traktor- en
fietssporen liggen keihard in het landschap ingevroren. Rudy R. mispakt er zich
aan. Zo steek ik hem voor. Mag ik u vragen de volgende zin 5 x luidop voor te
lezen, liefst in aanwezigheid van zoveel mogelijk familieleden, liever nog op
een publieke plaats: “Mario steekt Rudy Rogiers voorbij” (5 x luidop lezen,
dank U!). Tim Roels steekt hem ook voorbij. Dat pikt natuurlijk bij Rudy en 100
meter verder is hij er al weer en ja, ook die snotneus van een Tim Roels krijgt
hij nog te pakken. Even verder, het eerste deel van de Kattenheye, valt Bart.
Weer blijf ik recht en ben de enige die iet of wat in Rudy’s spoor kan blijven.
Ik begin echt goed bezig te zijn, denk ik. Dat moet ik zeker in het verslag
zetten. Dan komt het tweede deel van de Kattenheye, met de enige grote plas van
het parcours, vol ijsschotsen. Rudy gaat links, Tim rijdt er rechtdoor. Ik, als
derde, besluit Tim te volgen. En dan is het gedaan met de leute. Ik val met een
harde klap op de vervroren ondergrond, in de diepe plas. Mijn hele linkerkant
kliedernat, pijn aan schouder en knie. Ik druip het af, zwaar gehavend, alleen
in de vrieskou naar huis. Noodgedwongen – EN FERM TEGEN MIJN GOESTING - moet ik
de rest van het verslag overlaten aan Marc Snotpegel, de IVG.
17 December 2001
Rest verslag door Marc: reeds
verschenen in Kraak 0201.
Blub, blub, blub,
blub,…, blub,blub,blub,…, blub, blub, blub, blub,… was het geluid dat iedereen
kon horen die in de buurt van Mario reed in de Laarnse Kattenheye.
Vanwaar dit geluid? Wel het is een combinatie van winderigheid en
nattigheid.
Vanwaar die winderigheid bij Mario?
Wel ge hebt mensen die denken dat ze echt goed bezig zijn maar in
werkelijkheid zitten ze zo boven hun fysieke mogelijkheden te rijden dat ze
bijna in hun broek schij… Gelukkig had Mario die ochtend niet veel gegeten en
bleef het beperkt tot winden.
Vanwaar die nattigheid bij Mario?
Wel, waarschijnlijk licht beneveld door bepaalde gassen (zie
winderigheid hierboven beschreven) dacht Mario dat hij Tim Roels kon bijhouden
en eventueel voorbijsteken. Toen hij ondervond dat dit al fietsend niet
mogelijk was probeerde hij dit al zwemmend (stel u voor!).
Hij is dus niet alleen figuurlijk maar ook letterlijk door het ijs
gezakt !
Mario toch, en ik die dacht dat gij een man was die niet over één nacht
ijs ging.
Toen Mario rechtklauterde uit de vieze modderbrij kon hij zijn herkomst
niet meer loochenen, het zal dan toch waar zijn dat er in West-Vlaanderen meer
tsjuuten zijn dan mensen.
Mario, een goed tip. In Wetteren is er een duikclub en die oefent elke
vrijdagavond, ofwel moet ge eens om wat raad gaan bij Rudy Rogiers, die kent
ook wat van zwemmen (vooral onder water!). Maar al dat zwem of duikgedoe is
niet nodig als ge eerst leert fietsen en meer bepaald als ge eerst leert hoe ge
op een fiets kunt blijven zitten!
Genoeg nu over Mario, er moet ook nog iets gezegd worden over de echte
mountainbikers.
Ikzelf met name, was in zeer goeie doen en vond het spijtig voor Mario
dat hij niet aan den lijve kon ondervinden hoe ik hem er zou afgereden hebben
naar het einde van de rit toe.
Terug de ernstige toer op.
Het moet gezegd worden dat naar het einde van de rit toe vooral Tim
Roels heel hard op de pedalen ging duwen. Rudy R. en Danny probeerden hem bij
te houden, maar konden dit enkel door Tim af en toe eens een verkeerde
(veld)weg in te sturen.
In volle finale, die betwist werd tussen Tim, Bart, Ivan en ikzelf (het
moet wel gezegd worden dat Rudy R. en Danny op die moment achteraan het nodige
duwwerk aan het verrichten waren voor diegene die het op dat moment niet meer
zo zagen zitten hé Dirk) werd er op het laatste moment beslist om langs de
opengebroken Steenbeekstraat naar Kalkendorp te rijden. Te laat voor Tim en
Bart, die waren bijna de Kruisen ingedraaid toen wij aan de Steenbeekstraat
kwamen. Ze zijn dus geschrapt uit de officiële rituitslag wegens het niet
volgen van het parcours, en de overwinning ging naar Ivan … en ik was tweede
(jaja Mario, ik was tweede…)
Om dit verslag te besluiten wil ik toch enkele bedenkingen formuleren om
eventuele misverstanden te vermijden.
Wat ik in mijn verslagen schrijf is altijd (of meestal)
waarheidsgetrouw. Waar Mario het altijd vandaan haalt weet ik niet maar
blijkbaar is hij constant onder invloed door zijn winderigheid.
Niettegenstaande alles zijn Mario en ik (voorlopig nog) goeie vrienden !
Marc,
interim verslaggever.
23 december 2001
Bij het vertrek aan de kerk haalt Marc uit zijn achterzak een
zwembroekje en een duikbrilletje uit voor mij. “Voor het geval je weer wil gaan
zwemmen, Mario”, zegt hij. Ha ha ha. Wat is die toch altijd plezant, onze Marc! Haa
haa haa. Voor de 3° week op rij vriesweer. Nu ligt het ook nog spiegelglad. Met
13 naar de ingerichte rit in Overmere. Nu zullen er veel vallen, zegt Luc K.
Zeker al 1, zeg ik, want Danny rijdt mee. Aan de eerste bocht, na toch al goed
300 meter, einde Boombos, gaat er al 1 onderuit. Ik moet er geen tekeningetje
bij maken, zeker? Vanaf dan rijdt Danny, onze gerenommeerde triatleet, de hele
rit met een ei in de broek (gelukkig een hardgekookt, zo slim is hij wel).
Bjorn rijdt de pannen van het dak. Mis Bjorn, Marc Krick sponsort een andere
29 december 2001.
Bericht aan de bevolking. Wie niet buiten moet zijn, blijft best binnen.
Pech dat we juist nu moeten gaan rijden. We vertrekken in een sneewbui die ter
hoogte van het Heiende een sneeuwstorm wordt. Allez, het waaide toch zodanig
hard dat de sneeuw horizontaal vloog en de grond niet raakte en mijn facie was
ver vervroren. Na een klein uur betert het weer en we rijden de rit gewoon uit.
En het is niet omdat ik geen inspiratie heb dat het geen goeie rit was.
6 januari 2002. Verslag
Marc
13 januari 2002.
Met zijn vijftienen naar de ingerichte rit in Destlbergen, alwaar we nog
eens 47 km bijwijlen vettige grond voor de wielen geschoven krijgen. Er zijn er
weer heel wat die gemogen hebben vannacht, zoals ze dat zeggen, want er wordt
er serieus ingevlogen, ondanks de afstand, 3 platte banden en een kettingbreuk.
Dirk H. staat zelfs zodanig fel dat hij zich niet kan inhouden om proberen
voorbij te steken daar waar dat helemaal niet gaat. Rudy V. rijdt hem dan maar
in de sparren - terecht, en ik geef den Dirk met plezier een duw bij als ik
passeer – en terecht. Bart, ondanks zijn ongehuwde staat, staat ook weer scherp
en legt er samen met Danny, zeker de eerste helft, de pees op. Iedereen rijdt
eigenlijk zeer goed vandaag, wat ik toch wel frustrerend vind, aangezien ik
niet echt slecht zit, maar zeker de tweede helft en na een valpartijtje, is het
fijnste er bij mij af, als ik vergelijk met de anderen. Patrick Vandenberghe
rijdt mee, om te trainen voor binnen 2 weken als we naar Bierbeek/Zoniënwoud
gaan, maar veel training heeft dien mens persies gelijk niet nodig. Minieme
training volstaat voor Pat. Rudy V., van de gelijknamige keukens en badkamers,
is ook al sinds 2 weken in vorm, de eerste keer dit seizoen, want het is nog
gene vetpot geweest met onze sponsor. Ten slotte, moet ik spijtig genoeg weeral
wat rechtzetten in verband met een verslag van Marc, de interimverslaggever.
Karel heeft thuis een week lang beeld maar geen klank gekregen, omdat zijn
vrouw zich afvroeg waarom hij niet vernoemd werd in het verslag van de rit in
Zottegem, waarvan hij beweerde dat hij er aan meegedaan had. Marc was Karel
doodleuk vergeten vernoemen. Dames, iedereen weet ondertussen toch al dat Marc
zijn verslagen wel veel te lang zijn, maar allesbehalve grappig en
waarheidsgetrouw. Neem het hem niet kwalijk en gelieve daar in de toekomst
rekening mee te houden. Mario
20 januari 2002.
Kluisbergen. Verslag Marc
27 januari 2002.
Patrick Vandenberghe, trainer miniemen HO Kalken, richtte voor de 2°
keer een uitstap naar Bierbeek in. Vrouwen en kinderen mogen mee om te wandelen
in Heverlee Bos (onder deskundige leiding van Ronny, Bart’s pa). Er zijn van
die dagen dat een mens een hond zou willen zijn, zoals vandaag wanneer het geen
weer is om een hond door te jagen. Maar ik kan wel niet anders dan meegaan,
anders trekt het verslag weer op niks. En uiteindelijk blijven we - tegen de
verwachtingen in - de ganse dag van erge regen en wind gespaard. We zijn met
13. Nog Kalken niet uit of er werpt zich een zwarte kat voor de wielen van
eerst Eddy’s auto en daarna de mijne, waarna ze door een derde wagen net niet
opgeschept wordt. Een kat heeft zeven levens, maar deze is er in 3 seconden al
3 kwijt. Een eind verder valt Frank zijn bergvélo van zijn auto, gelukkig
zonder veel erg, maar als dat op de autostrade was gebeurd… Het verslag dan. De
eerste 100 km kan ik me makkelijk in 4° positie handhaven, maar eens we in
Bierbeek op de fiets stappen, verandert dat snel. Bart pompt eerst 2 banden op
tot ze springen, vooraleer we kunnen vertrekken. De gids valt een maat of 3 te
licht uit voor ons. “Ik wist niet dat jullie zo een goeie groep waren”,
verontschuldigt hij zich, wreed geambeteerd, omdat hij ons tempo helemaal niet
aan kan. “Ik zal zeggen dat ze de gids niet moeten betalen”, voegt hij daar
later aan toe. En wat doet Bart nu? Het is toch niet waar? Wij durven niet
kijken. Bart gaat nu godbetert nog aan toe de gids duwen. Doe dat toch niet,
Bart. Het is goedbedoeld, maar dat is nog affrontelijker voor die mens. De gids
laat ons af en toe rondjes rijden, zo kan hij op adem komen. Hij legt de weg
uit en dan mogen wij naar believen 1, 2 of meer keer hetzelfde rondje doen. Wel
wat raar als je in zo een groot bos drie keer over hetzelfde paadje moet
rijden. Nog raarder is dat je eerst denkt “Nee, die steile, lastige klim kan ik
geen tweede keer naeen meer aan” en dat je dan ontdekt dat het de tweede keer
eigenlijk veel beter gaat. Op een bepaald moment raken we zo onze gids kwijt.
“Juffrouw, hebde gij soms onze gids niet gezien?”, vragen we aan een zeldzame
wandelaarster. Rudy R, ook dubbel R genoemd (spreek uit: “Dubbel AaRRR”), gaf
weer zodanig van jetje dat hij zijn stuur in tweeën trekt (en maar vertellen
hoe hij Adrie Vanderpoel hier klopte). Hij kan nu alleen nog rechts afdraaien.
Die rondjes van de gids komen dus goed uit. Danny F. zou zich met de besten van
de gewone mensen – Bart, Patrick en Dirk Pieters, een casual - kunnen meten
hebben, maar had iets teveel last van de versnellingsbak. Ook Rudy V. sukkelde
met het materiaal. En van iedereen waren de fringblokskes tegen het eind van de
dag opgebruikt. Nu Marc R. zich niet op het verslag moest concentreren,
verbeterde hij na de middag, nadat we een gelagzaal onder de modder bedolven
hadden. We waren in slijk van kop tot teen, alleen uw dienaar zag er nog wat
menselijk uit, wegens enige met garde bou vooraan. Rond 4 uur vliegen we
Bierbeek terug binnen: Rudy R., Rudy V., Patrick, Dirk P., Danny, Dirk H.,
Frank, Ivan, Luc, Eddy, Marc, Bart, en onderspitgedolvene, euh
ondermoddergespotene. Maar wie zat er het eerst proper gewassen en gekamd bij
de vrouwkes? De gids hebben we niet meer gezien. En ja, de blonde Leffe en de
spaghetti smaakten vaneigens. Mario
3 februari 2002
De Bende van Rogiers is meer dan gehalveerd vandaag. Schuldige is Petra, de eega van Frank Hanselaer, die gisteravond een surprise party voor manlief (35 jaar) had ingericht. Proficiat, Frank. Maar daardoor is het wel duidelijk dat er maar 2 zijn die en kunnen drinken en kunnen rijden: Danny en ik. De genaamden Geert B., de gebroeders H., Rudy V., Eddy T., Karel V. en natuurlijk Marc R. (de drank was voor niets, dus was hij er bij) waren daar ook, maar niet aan de kerk om 9 uur de zondag. Voor hen is het dus of drinken of rijden, behalve voor Marc. Die kan geen van beiden. Ik had op een treffelijker uur willen thuis zijn, maar ze hadden mijn voertuig verstopt. Ja, ik was de enige die met de mountainbike naar het feestje in d’Oude Kapel in Overmere getrokken was, en de sm…lappen (waaronder zeker Roelandt en Fack) hadden er niet beter op gevonden mijn vélo aan dat ijzeren spel van de Boerenkrijg voor de deur van de kapel omhoog te hangen. Meer dan een uur heeft dat daar geduurd voor ik mijn vélo terug had. Als ge passeert ziet ge nog een van de koordjes hangen waarmee mijn fiets met ballonnetjes was vastgebonden. “Uw uitvluchten worden hoe langer hoe dwazer”, zegt mijn vrouw dan. Pittig detail: de ballonnetjes op het feest van Frank waren van Chiquita. Het bananengevreet van sommigen, levert dan toch nog iets op. De gebroeders R. waren daar natuurlijk ook, maar minder beschonken omdat ze eerst een kinderquiz gaan winnen waren. Proficiat, Ivan en Rudy.
Met zessen op naar Hamme/Zogge. En een nieuweling! Guy Roels, die met de
auto tot ginder rijdt en daar de 25 km meedoet. Tenminste de eerste 15, dan is
de pijp uit. Nog veel pap eten, Guy, en een kilometer of duizend trainen. Als
Guy weg is, breekt de hel los. Ze – Danny, Bart, Jan en Rudy, moeten hun scha
inhalen. Ik kan alleen maar volgen mits een paar duwen van Rudy, en telkens
Ivan mij voorbij schiet weet ik dat hij ook gesteund is geweest.
Oh ja, ik had beloofd aan Ivan om te vermelden dat ik twee keer verkeerd
gereden ben. Geen probleem, Ivan, uitzonderlijke dingen zijn altijd het
vermelden waard.
En ’s achternoens werd een superversie van mezelf, wereldkampioen cyclo
cross. SuperMarc zal weer met zijn kouwe spruiten op de schoot de aankomst
gemist hebben, vrees ik. Als hij zichzelf kent, heeft hij niet eens de moeite
genomen zijn spruiten op te warmen. Mario
10 februari 2002.
Met zijn 13-en naar Waasmunster. Dirk H. is de enige met korte broek –
gezien van broer Frank op die zijn feestje?, maar hij ziet zich genoodzaakt
alleen rond de kerk te fietsen, want hij moet te vroeg thuis zijn. Ze hadden
hoerenweer beloofd, maar Rudy, Marc en ik zijn daar niet meer bang voor, nadat
we vrijdagavond op de KWB kookavond Spaghetti a la putanesca klaar gemaakt en
geproefd hebben. Toch wel raar dat Rudy R. meteen wist wat dat wilde
betekenen!? Alsof Waasmunster nog niet ver genoeg is, stuurt hij ons eerst nog
eens door de wegels in het Heiende. ’t Is MAAR een paar kilometer extra. Guy
wacht ons op in Waasmunster en net voordien rijdt de man met de elegantste
stijl van het peloton, Eddy Troch, lek. En ja, dames, sinds kort kunnen jullie
Eddy ie-meelen op: Eddy.Varkensvoederbak@skynet.be,
tenminste als het adres dat Rudy R. me gaf, klopt.
In Waasmunster wordt er goed doorgereden, we doen slechts een kleine 15
km van het parkoers. Op Guy na – die nog veel zal moeten - leren - afzien, zijn
we allemaal mekaar waard, zeker ook Dirk Pieters de pompier en Krist, twee
nieuwe die toch regelmatig meerijden nu. Al met al valt het weer weer
verschrikkelijk goed mee en wonder boven wonder is alles redelijk bereidbaar
(euh berijdbaar, ik was nog even met de kookles bezig), naar onze normen,
ondanks het natte voorbije weer. De wind lijkt zelfs meestendeels in het voordeel
te blazen, terwijl ik me toch herinner uit de rest van mijn leven dat wind
bijna altijd in het nadeel blaast. Of is het gewoon dat we zo in form staan dat
we modder noch wind meer gewaarworden? Op de terugweg staat de wind toch op
kop, maar Rudy rijdt niet graag rechtdoor dus duiken we nog eens de bossen in
tegen Zele en rijden langs veldwegels langs de Donk en achter Overmere tot aan
de Vaarschootstraat. In een eindsprint hoort Raf, de ouwe vos, mij afkomen door
het geplets van de plassen. En hij probeert mij toch wel te couperen, zeker!
Volgende keer beter proberen, Raf! Al met al zijn wij toch nog wel op een
treffelijk uur thuis, lees ‘in het weike’. Mario
![]()

Kalken
Verslagen Mountainbike (More-vélo)
17 februari 2002.
Met
zijn tienen rond de kerktorens van Kalken, Laarne en Heusden. Het
ligt zwaar, maar dankzij de lichte vorst niet echt loodzwaar. En
mooi zonnig en windstil vriesweer. Er doen twee nieuwelingen
mee, Hans
en Guytje.
Aangezien
Rudy R.
gaan raften is, is het duwwerk voor ons. Dat vaart, omdat onze vaart
er niet wel bij vaart. Maar Hans en Guy rijden de 36 km uit. Ze
hebben weer veel bijgekweekt deze morgen. De Wetteraars Krist
en Jan
zijn de besten vandaag. En de gebroeders Dirk en Frank
missen ook niet rap een rit meer de laatste tijd. De
Kattenheye ligt er weer echt smerig bij en doet haar reputatie alle eer aan. Deze
keer ligt er een mooi paadje rond de plas (zeg maar vijver) waar ik vorige keer
in terecht kwam. ‘De beste muttens
staan in de wei!’ roept Marc, als hij ons
doodgemoedereerd voorbijsteekt: wij in de modder op het mountainbikepad, Marc
in de naastliggende wei. Ik veronderstel dat dat een Kalkense uitdrukking is, maar
het blijkt eigen maaksel. Ik moet zeggen dat ik de poëtische zeggingskracht van deze
mens ferm heb onderschat. Zo leer ik ook van Ivan de stadia in het leven
van een Kalkense koe: kalf, muiten, vaars (vanaf de puberteit, dus
geslachtsrijp) en munte (na 1 worp). Op een bepaald moment duwt
Marc Hans en ik duw Guy (zijt ge nog mee?). Marc stelt een sprintje
voor. We
steken nog een tandje bij, wat voor mij niet moeilijk is. Omdat
we mekaar waard zijn, lanceren we op den duur onze poulains. En
dan maar supporteren wie van hen die sprint wint. En
ja, wie won de eindsprint in de langen end op weg naar Nele? Verdorie,
toch wel weer een Rogiers zeker! Daar leert Guy me dan toch
nog een Kalkens gezegde: “Een kalf kan nog
veranderen, maar wie een mutten is, blijft dat voor de rest van zijn leven.” Voor
mij is er dus nog hoop. Helaas, voor Marc … Mario.
24 februari 2002.
Daar
Mario startverbod gekregen had die dag, heb ik dus schrijfplicht. Met elf aan
de start. Op voorstel van Rudy, besluiten we om naar Lochristie en omgeving te rijden.
Kwestie van een parcours te kiezen waarin nogal veel verharde wegen voorkomen,
want na al die regen van de laatste dagen is het in veld bijna niet meer te
doen. Niet dat we schrik hebben van een beetje modder, maar trop is te veel en
teveel is trop … Dat die mountainbikers van de KWB echte sportmannen zijn
bewijst ons weekend programma. De vrijdagavond gaan quizzen (winnen), daarna
gaan vogelpieken … de zaterdag turn(en)feest(en)… en de zondag mountainbiken.
Om zo een programma af te werken moet de conditie op punt staan. Trouwens de
reden waarom Mario startverbod kreeg zal wel iets met dat overvolle programma
te maken hebben gehad.
De
rit kende een snelle start, voor nieuwkomer Guy betekent dit dat hij met
evenveel op de pedalen te duwen als in andere ritten toch een hogere snelheid
haalt. Hoe kan dat nu? Wel ge moet het maar eens aan Rudy Rogiers vragen, die
kloeg na de rit over krampen … in zijn armen wel te verstaan. Een combinatie
van hoge snelheid, iemand die aan de kop zit te rijden en niet waarschuwt voor
obstakels, en Ivan die zit te kletsen zorgde er voor dat Ivan de kletskous
bijna tegen een paaltje opknalde.
In
Lochristi aangekomen doen we een parcours rond een vijver (‘k heb horen
vertellen dat er ook zijn die reeds in die vijver hebben gereden, hé Rudy). Op
dit parcours ligt er een vrij steil bergje. Toen we dit bergje vorig jaar op
moesten, waren er verschillende die moesten passen, maar nu reed iedereen
gezwind(?) naar boven. Zou het dan toch waar zijn van die erosie, of zijn we er
met z’n allen sterker op geworden? Rudy Vergeylen had zelfs meer last met van
het bergje af te rijden dan met erop te rijden, maar ja we weten al langer dat
dat gene gewonen is.
Naar
het einde van de rit toe verraste Rudy Rogiers iedereen met de spurt van heel
ver in te zetten. Luc Krick, heel sterk rijdend de laatste tijd, probeerde hem
nog te remonteren, maar te vergeefs en zoals de meeste van onze ritten eindigde
ook deze weer met een “overwinning” van Rudy Rogiers.
Als
afsluiter zou ik toch nog willen reageren op voorgaand verslag van Mario. Als
Mario schrijft dat er nog hoop is voor hem, dan beschouwd hij zichzelf dus als
een kalf, en inderdaad dan is er voor hem nog hoop dat hij een evolutie
doormaakt naar het stadium van vaars. Dat betekent dat hij nog door de
puberteit moet (maar volgens mij zal hij daar wel voor altijd blijven hangen)
en meer nog, hij wordt misschien ooit nog geslachtsrijp …
Interim
verslaggever, Marc
3 maart 2002. Raar maar waar, maar tijdens deze
zeikenatte winter is het de zondagochtend
bijna altijd schoon weer. Ons
niet gelaten. We trekken naar Wachtebeke met 10. Frank en Ivan zijn ziekjes en
doen niet mee. De laatste paar kilometers voor het domein pakt Danny de kop en
trekt door aan 35 per uur. Het wordt een rit met een hoog
gehalte aan Danny Fack factor (kortweg Danny Facktor): er wordt veel verkeerd
gereden. Als we van Rudy Rogiers kunnen zeggen dat hij de Kalkenaars leerde
vélo-rijden, dan zullen ze van Danny kunnen zeggen dat hij geprobeerd heeft ze
verkeerd te leren rijden, al zat Rudy er dit keer zelf meer voor tussen, door
zijn ‘onervarenheid’ met het Wachtebeeks terrein. Omdat je daar de ene kruising
na de andere hebt, soms met 4 keuzemogelijkheden ging het eerst wat stroef, met
veel gestop en getreuzel en terugrijden. Eens reed Danny rechtdoor, 3 reden er
naar rechts en de rest reed naar links. Maar dan kwam er vaart in de rit en
kregen we lange, vettige stukken voor de wielen geschoven, geschuif van de
wielen in de modder, het achterwiel dat wegtrekt, het ene beekje na het andere
met planken die voor brug moeten doorgaan en soms zelf onder het water liggen,
gevolgd door beekjes zonder planken, met omgewaaide bomen en afgewaaide takken.
Diepe putten en zeer hobbelig. Schoon, schoon. “Als je uit zo een modderput
komt”, zegt Rudy “moet je gewoon je voorwiel opheffen. Dan kun je niet vallen.”
Wij zijn al blij dat we nog op onze vélo zitten en ons stuur nog vast hebben,
laat staan dat we ons voorwiel omhoog gaan smijten. Rudy, waarschijnlijk de
enige mens die geboren werd met ingebouwde
Guy doet weer goed mee. Hij rijdt nu zeker al 100 meter alleen mee. En let op mijn woorden, binnenkort mogen die zijwielekes daar vanachter ook af. Nu nog proberen te anticiperen als degene die voor je rijdt wordt opgehouden, dan zul je niet vallen door domweg tegen mijn achterwiel te rijden. En steek het zeker niet op mij. En ja, ik doe ook nog eens een halvelingse knieval en ze hebben het natuurlijk allemaal gezien en ik mag het natuurlijk weer de rest van de rit horen. Jongens, luister goed, binnenkort wordt er een wet tegen ‘Pesten op de hobby’ gestemd en dan zal het rap gedaan zijn met dat gelach.
![]()

Kalken
Verslagen Mountainbike (More-vélo)
10 maart 2002.
Rudy en Eddy zijn weeral gaan raften, in de Ardennen
Schoon parkoers natuurlijk, zeker als je daar in de prille lente rondrijdt. De aanduidingen zijn echter slecht. Zo krijg ik, op kop rijdend, de keuze tussen links en rechts zonder enige aanduiding. Rechts is een bredere wegel met een mesthoop waarvan ik denk dat je er wel naast kunt, links is een klein wegje. Ik kies voor de mesthoop. Verkeerd natuurlijk. En weer mag ik horen dat er in W. Vlaanderen meer varkens dan mensen wonen. Maar wat heeft dat er nu in godsnaam mee te maken, jongens. Jezus, Maria.
Ivan en Frank rijden na hun ziekte wat bleekjes. Ivan krijgt een klodder modder in de mond. Tenminste, dat veronderstelt hij. Mag ik er echter op wijzen dat in deze tijd van het jaar de boeren ook volop mest uitrijden? Het kan ook, maar daar mag ik zelfs niet op denken, iets anders zijn. Zoals U weet uit vorige verslagen ben ik de enige die zijn neus in een zakdoek snuit. Ik heb dat zo geleerd van mijn Westvlaamse moeder, als onderdeel van beleefde manieren. Hier in Kalken is dat blijkbaar anders. Er vliegt in het peloton dan ook soms meer snot dan modder rond. Neen, Ivan, ik mag er niet aan denken. Beste mensen, zoals U weer maar eens uit dit verslag kan afleiden: bij het mountainbiken ligt niet alleen het sportief, maar ook het cultureel niveau erg hoog (zie bvb. ook verder: beschrijving van Marc die erdoor zit). Ivan komt zichzelf een paar keer tegen, een paar keer teveel. In de verraderlijkste afdaling van het parkoers, met slagen in de weg, die dan plots stoppen of helemaal scheef lopen, heeft hij er gelegen. De verslaggevers, Marc en ik, merken er niets van, want we zijn zodanig in vorm dat we nogal veel op kop rijden. Wist U dat Marc eigenlijk verslaggever is mogen worden omdat hij toch meestal vanachter reed en zo nog eens iets zag gebeuren. Neen, dat wist U niet zeker. Er was echter geen rekening mee gehouden dat hij meestal zodanig ver vanachter reed, dat hij eigenlijk minst van al zag. Luc Krick in een inhaalpoging op mij gaat ook nog eens onderuit, net naast mij, maar ik ben zelf net veel te druk bezig met niet vallen, zodat ik het spektakel slechts hoor en er niet ten volle van kan genieten.
Dat de ene mens de andere niet is, uit zich bvb. in de manier waarop iemand afziet. Veronderstel dat Marc er helemaal door zit (in het echt wel al lang geleden). Stel je de Hulk voor, weliswaar een veel slappere versie. Wrijf in met zweet en modder, overgiet het geheel met een emmer van gelijke delen snot, slijm en kwijl, besprenkel lichtjes met Isostar en lardeer de lichaamsopeningen met schuim. Dit alles zit dan nog zachtjes te huilen langs de kant van de weg naast zijn vélo, snikkend van ‘Ik zal het nooit kunnen.’ Ziedaar. Dat is trouwens ongeveer het beeld dat je zelfs van normale mensen krijgt, die er helemaal doorzitten. Niet zo echter bij Guy. Wij staan nog na te hijgen van echt diep te gaan in weer een of andere wegel als Guy, enkele minuten na ons, het veld komt uitgereden, wijd gesticulerend en breed lachend, schouderklopjes uitdelend. Danny, naast hem, ziet purper van het duwen. Als Guy er echt helemaal doorzit, begint hij bovendien lollen te vertellen en wijst de omstaanders, in dit geval een bende mountainbikers die nog aan het bijkomen is, op de schoonheid van Gods schepping. Neem van mij aan dat Guy er dan echt helemaal doorzit.
We malen de langenend tussen de passerelle en Nele erdoor aan 37-38 per uur. Het café wacht en de wind zit mee. Rudy V. kan weeral de sprint niet winnen. Nu is het Luc Krick die hem klopt. En dat het was omdat ge met uw voet uit uw pedal geschoten waart, Rudy, maak dat uw supportersclub wijs, maar ons niet.
Nog melden dat er spontaan iets moois is gegroeid. Nadat de zotten om 9 uur vertrokken zijn aan de kerk, kan men nu om halftien opnieuw mountainbikers zien staan. Dit is de lichting voor zij die nog niet zo vroeg uit hun bed kunnen, en die toch willen trainen om binnenkort vroeger op te staan. Volhouden, Hans, Pat, Yves en Johan. En dan proberen om maar even laat als wij bij Nele te arriveren en niet een uur vroeger, want zo zal het ook niet gaan, hé mannen.
17 maart 2002.
Weer met een man of 11. Rudy,
Danny, Luc, Rudy, Dirk, Marc, Geert, Ivan, Guy, Jan, ennekik. Een specialleke, want we gaan naar
Oosterzele alwaar een BLOSO parcours ligt, alhoewel meer dan de helft van de
wegwijzers verdwenen is. Opnieuw een
hoge Danny Facktor dus met veel verkeerd gerij, maar weer kan hij er niet echt
aan doen. Dankzij zijn terreinkennis
en die van Rudy kunnen we immers nog ongeveer het parcours volgen. Eer we in Wetteren zijn, rijdt Marc al
plat. We verliezen zeker een
kwartier, want eer de depanneurs van dienst doorhebben dat het niet aan het
pompje ligt, maar aan de slechte reserveband van Marc, die maar niet hard wil
worden, is er al veel gediscussieerd. Marc
heeft die band van Eddy T. gekregen. Waarom moet iedereen die jongen toch
altijd liggen hebben? Zie, daar kan
ik niet bij, zo een brave gast, die Marc, van mij zul je daar nooit geen
verkeerd woord over horen. We rijden
langs Wetteren naar Zottegem en slaan enkele kms over de E3 twee keer rechts af
en zitten meteen op het parcours. Dat
eerste stuk ligt zodanig nat, dat we meteen gedoopt zijn. Daarna gaat het nog, of is het omdat we vuiler gewoon zijn. Er is veel vals plat, dat voor de ene
al wat valser ligt dan voor de andere. Ook
deze zondagmorgen is droog, ondanks de aanhoudende stormen en regens. Guy doet zijn tweede rit van 60 km op
rij. Hij komt er echt door, want op
een moment rijdt hij enkele kms op kop aan 40-42, met Rudy en Danny die aan
zijn truitje hangen. Of is het duwen
dat ze doen, ik wil er vanaf zijn. Oosterzele,
Balegem, Munte en vandaar aan 60 per uur naar beneden naar Bottelare. De rit eindigt als een wegrit. Op de Scheldedijk tussen Kwatrecht en
Wetteren demarreert Jan, omdat hij bijna thuis is. Ja, hij wil goeie punten halen. Immers, is deze jongen niet net getrouwd!? Daarmee smijt hij de knuppel in het hoenderhok, want vanaf dan
wordt het een langgerekte spurt tot bij Nele, zodat we bijna allemaal apart
aankomen. De eerste (die op een
bepaald moment 50 rijdt, begin maar) hoef ik niet meer te vermelden. Danny eindigt als tweede voor Luc en
voor sponsor Rudy, die de laatste tijd toch verdorie goed rijdt. Van die halve bak bruine Leffe per dag
kan het niet zijn, want dat dronk hij vroeger ook al. Zou het homEPOpathie zijn? Tiens,
en bij Nele: geen spoor van het B-team!? Mario.
24 maart 2002.
Met zijn tienen. Ik ga het nog een keer zeggen: weeral
prachtig weer op zondagmorgen. Ja,
waar zitten ze allemaal? Marc is ziek, Raf zien we al weken niet
meer en zou met de schouder sukkelen. Karel komt ook al weken niet. Karel Karate Kid traint zodanig hard
martiale kunsten dat er geen tijd meer is voor de
Frank verdient de prijs van de
man van de dag. Hij slaagt erin
sponsor Rudy, die anders nooit valt, recht in een paardendrol te laten
tuimelen, door met zijn stuur onder Rudy’s arm te haken. Rudy stinkt uren in de wind. Dees
keer weten we tenminste van wat. Danny
rijdt aan de Donk voor de derde keer plat. Een
deel heeft de stal geroken (of is het Rudy die ze rieken?) en rijdt door. Vijfhonderd meter verder rijdt Danny
voor de vierde keer plat. Zoals ik
al vanin het begin gezegd had (kenner zijnde …), het is zijn velglint dat
versleten zit. U moet weten dat zo
een lint algauw 1 Euro kost. En, U
wist dat of U wist dat niet – maar dan weet ge het nu, Danny wordt thuis nogal
kort gehouden. Daar zullen zonder
twijfel wel goeie redenen voor zijn. Gezien
de kostprijs van 5 binnenbanden zal die Euro er nu wel af kunnen. Door al dat oponthoud, komt de hele
bende versnipperd aan. En tiens, als
Rudy V. bij Nele binnenkomt, loopt het café meteen zo goed als leeg. Alleen geoefende West-Vlamingen kunnen
de stank harden. Wij wijken dan ook
niet! Mario.
31 Maart 2002.
Met
8 aan de start: Danny, Ivan, Eddy, Jan, Krist, gelegenheidsrijders Rudy De
Clerq en Tim Raman en ikzelf (Marc). Een aantal van de “habituees” was niet van
de partij. Dat had alles te maken met de K van KWB want het was Pasen die dag
(en ik die dacht dat KWB stond voor Knettergekke Wieler Beesten). We besloten
om nog eens de blauwe en een stuk van de rode route in de omgeving van Kalken
te rijden. Het is een zeer snelle rit geworden. De redenen daarvoor liggen voor
de hand, lange tijd droog gebleven, vlot lopend parcours, maar vooral … Mario
was er niet bij wat betekent dat we onze gemiddelde snelheid toch aanzienlijk
de hoogte kunnen injagen. Tim Raman reed sterk die dag (ik heb vernomen dat hij
zich aan het voorbereiden is voor een 100 km tocht) toch gaf hij er de brui aan
toen we na het blauwe parcours nog een stuk van het rode parcours aansneden.
Rudy
De Clerq ging een heel eind mee, die moet nogal met de fiets gereden hebben,
maar op een gegeven moment zijn we hem toch kwijtgespeeld.
Na
een paar weken op het verkeerde spoor (dat van Etienne Schoupe) gereden te
hebben was Eddy terug van de partij, terug op het goede spoor. Vandaar de we
regelmatig de volgende kreet hoorden : “Aan de kant, aan de kant, want snellen
Eddy is weer in het land”.
Jan
en Krist, het Wetterse duo, waren weer heel sterk, alhoewel … toen we de
laatste kilometers veld aan het rijden waren trok Jan stevig door, met Krist in
het wiel. Toen Krist Jan moest laten gaan, riep ik “komaan Krist pak da wiel “.
Krist perste er alles uit en we kwamen terug bij Jan. En dat Krist er echt
alles uitgeperst had zagen we een paar honderd meter verder toen we hem een na
een voorbijreden, “geparkeerd” noemen ze dat.
Eens
het veld achter de rug hoopte iedereen dat we op het gemak naar het dorp zouden
fietsen, maar er was daar nog ene Danny. Met de wind op kop dreef hij de
snelheid op tot ongeveer 34 km/hr., zelfs voor mij was dat iets te snel … En ja
dan was er ook nog Ivan. Van gans de rit niet gezien, maar op het einde als de
prijzen verdeeld worden, dan is hij er steeds bij.
Om
dit verslag volledig te maken moet ik ook nog iets vertellen over wat er ’s
avonds is gebeurd. Het was namelijk de laatste avond voor ons Nele. We waren
dus verplicht om met een stevige delegatie van de Mountainbikers aanwezig te
zijn in het Vrijgeweide waar we menig zondagvoormiddag en soms tot in de vrij
late namiddag hebben nagekaart over de afgelopen rit. Dat we gingen helpen om het
bier leeg te drinken dat had Nele wel verwacht, maar dat we ook zelfs de
gordijnen naar beneden gingen halen was toch niet afgesproken, hé Danny… Interim verslaggever,
Marc
6 April 2002. Ronde
van Vlaanderen
Vorige
week de zondagavond (zie vorig verslag) waren er vele kandidaten om mee te doen
aan de Ronde Van Vlaanderen voor moutainbike. In de week die daarop volgde was
het de ene afzegging na de andere en uiteindelijk waren er maar 6 echte
flandriens die besloten om de rit van 75 km met daarin de Muur van
Geeraardsbergen en de bosberg te rijden. Rudy R., Rudy V., Danny, Jan, Luc en
ikzelf (Marc). Daar we absoluut ’s namiddags om halftwee terug in Kalken
moesten zijn, want dan werd er een belangrijke match gespeeld door de miniemen
van H.0. Kaken, besloten we reeds om half acht te vertrekken (met de auto wel
te verstaan). Hoe vroeger we konden starten, hoe lager het tempo moest zijn om
op tijd terug te zijn. 15000 deelnemers (wielertoeristen inbegrepen) zorgen
voor heel wat file en gedrum bij de inschrijving met als gevolg het reeds na
negen was vooraleer we konden starten. Dat lage tempo konden we dus al op onze
buik schrijven. Voor Danny geen probleem, die zette zich van bij het begin op
kop en ging stevig door. Resultaat: 25 km afgelegd in het eerste uur (lekke
band van Rudy V. inbegrepen) en al een paar man die het niet te goed meer zagen
zitten voor de volgende 50 km.
Gelukkig
is het tempo nadien iets gezakt, zodat we toch nog iet of wat konden
recupereren voor de laatste 25 km die over het echte parcours van de Ronde
gingen met daarin de twee boven vernoemde “hellingen”.
“De
Muur” was de eerste kuitenbijter die we te verwerken kregen. In de aanloop
ernaartoe (die verdomd ook al heel lastig is) gingen Rudy en Danny fors door,
ik probeerde nog te volgen maar moest toch lossen. Toch kwam niemand mij
voorbijgefietst en ik dacht warempel dat ik straf bezig was… tot daar opeens de
echte muur begon. Ik had al mijn pijlen al verschoten in de aanloop met als
gevolg … afstappen en te voet verder. En ja hoor daar waren de
“achterblijvers”. Rudy, Luc, Jan, een na een fietsten ze mij voorbij, maar ja
het is ook niet gemakkelijk om met koersschoenen te voet de muur op te gaan…
Min
of meer hetzelfde scenario op de Bosberg. Nochtans had ik ondertussen
professioneel advies gekregen van Rudy en Danny. Ik moest in het wiel blijven
van Danny die mij mee naar boven zou nemen op een gezapig tempo. Zo gezegd zo
gedaan, maar het was toch nog niet gezapig genoeg voor mij. Toen we op punt
stonden om een groep wielertoeristen in te halen riep ik tegen Danny dat hij
mocht doorrijden en dat ik wel in het wiel zou blijven van die wielertoeristen.
Ik vond echter dat die mannen zo traag bergop reden en ik werd weer overmoedig.
Ik reed ze voorbij, maar nog geen 100 meter verder reden ze mij terug voorbij
en ik was toe aan mijn tweede wandeltocht van de dag. Ik weet wel dat Mario in
zijn nopjes zal zijn als hij dit verslag leest, maar ik weet ook dat hij ook
niet zou bovengereden zijn, althans niet zonder in zijn achterwiel te sch….
Trouwens,
we waren niettegenstaande alles op tijd terug in Kalken en hebben genoten (?)
van een prachtige rit!
De
afwezigen hadden ongelijk, alhoewel …
Interim verslaggever,
Marc
7 april 2002
Weinigen is het gegeven in het centrum van de wereld te mogen wonen. Nog minder zijn zo gelukkig dat ze elke zondagmorgen vanuit dat centrum der wereld de omliggende dorpen en streken mogen onveilig maken op een morevélo. Deze zondag waren er zelfs maar 6 gelukkigen. De brothers Rogers, Guy, Eddy, ikzelf, en de jonge sportfanaat Tim Raman als toevalligaard. Een deel – Marc, Rudy V., Danny, Jan en Luc - was uitgeteld door gisteren 75 km in de Ronde van Vlaanderen voor mountainbikers te doen – ofwel vond de vrouw dat het welletjes geweest was. Nochtans was het volgens Rudy R. niet anders dan vals plat.
Zoals elke zondagmorgen - ik blijf het herhalen -
schitterend weer, alhoewel veel en frisse NO-wind. En naar Wachtebeke, waar
alles nu mooi droog en vlot berijdbaar lag. Zoals Rudy vorige keer had beloofd,
een rit in het domein in één ruk door. In totaal toch wel een kleine 10 km
zuiver en prachtig mountainbike parcours in 1 stuk. Op weg naar en terug van
Wachtebeke was er ook nog veel mountainbike terrein te beleven. Ondanks de wind
reden we 26.1 ter uur gemiddeld voor een totaal van 52 km. Marc was er niet bij
(euh, of zei ik dat al?). Even werden we bijna opgehouden in de Nonnenbosstraat
doordat ze aan de spoorweg aan het werken waren, maar - zoals steeds op alles
voorzien - hadden we zelf onze machinist mee, dus Eddy ging die trein wel
verzet hebben als hij in de weg gestaan had. Man van de dag was voor mij Guy,
die nagenoeg zonder extra duw in de rug de hele rit uitreed. Nu mogen die
zijwielekes er af, Guy. En dan nog die hulpmotor.
En piekt het dat Ivan Rogiers de sprint voor de tweede
plaats van mij wint? Vanzeneigens dat dat piekt. Nu nog. Maar goed, ziehier een
resem van troostgedachten die mij recht houden: derde eindigen als de eerste 2
Rogiers noemen, wie droomt daar niet van? Wel spijtig natuurlijk dat alleen ik
en – godbetert – Guy nog meesprintten. Volgende troost: ik hos nog rond met een
zwaar stalen ros, terwijl al die mannen op aluminium pluimpjes gezwind
vooruitvliegen. Ten derde: had ik een grotere vitesse op mijn velo gehad, het
zou geen waar geweest zijn, maar het ging zo rap dat ik in het ijle zat te
trappen zonder dat ik nog groter kon schakelen. Bij de volgende vernieuwing van
het raderwerk laat ik vanachter een kleiner tandwiel bijsteken, zijt gerust.
Ten vierde, ik reed nog met een winterband op mijn achterwiel. Ten vijfde, als
ik thuiskom, zie ik dat er een spaak uit mijn achterwiel loshangt (ikke blij,
want nog een goeie reden bij). Ten zesde, ben ik – als Raf niet meerijdt – niet
de oudste en meest versletene? Ja toch wel zeker. En dat het toch piekt. Mario
13 April 2002.
Koppenberg.
Met
10 durfden we het avontuur aan: Danny, Eddy, Jan, Krist, Rudy R., Rudy V., Luc,
Frank, Dirk en ikzelf (Marc). Diegenen die vorig week de Ronde Van Vlaanderen
meegefietst hadden dachten dat en rit van “maar” 50 km op en rond de Koppenberg
niet echt een probleem kon zijn. Dit was echter zonder de parcoursbouwers
gerekend. Een heel selectief parcours met helemaal op het einde eigenlijk 2
maal de Koppenberg. Eenmaal langs het veld naar omhoog, een eenmaal langs de
weg.
Frank,
die al een paar weken niet meegefietst had wist al vrij vlug hoe laat het was :
5 voor 12 of was het 5 na 12? Na een twintigtal kilometer duwwerk van Rudy en
Danny hield Frank het voor bekeken. Zijn broer Dirk heeft hem nog op sleeptouw
proberen nemen, maar ook dat mocht niet baten, bij Frank was het vat volledig
leeg. Naar ik heb horen vertellen heeft hij echter samen met Rudy V. dat vat
onmiddellijk bijgevuld eens hij terug in Kalken was …
Eerder
waren we Krist al “verloren” met problemen met de mechanica, we waren dus nog
met 8.
Na
de bevoorrading heeft Rudy R. ons eens geleerd hoe we “in waaier” moeten rijden
als de wind “schuin op kop” staat. Heel simpel, elk om beurt kop doen en “gewoon
inpikken”. Binnen de kortste keren zaten we boven de 40 per uur, maar dat
inpikken is toch niet zo simpel… In de afdaling van de hellingen haalden we
gezwind snelheden van meer dan 60 per uur, als we maar niet geflitst zijn.
De
meeste hebben de rit goed doorstaan tot daar helemaal op het einde de
Koppenberg aankwam.
Een
eerste keer naar boven langs het veld. Steil, maar waarschijnlijk doenbaar was
het niet dat ik lek reed. En ja Mario, ik was nog aan het rijden toen mijn band
leegliep…
Een
tweede keer moesten we de Koppenberg op langs de weg. En ja hoor iedereen is
bovengeraakt. Zelfs voor mij was dat geen probleem meer. Als je de week
daarvoor de Muur en de Bosberg naar boven bent gewandeld, mag de Koppenberg
opwandelen geen enkel probleem meer zijn … We zijn zelfs met 2 naar boven
gewandeld: Dirk en ik, de anderen zijn allen naar boven gefietst…
Al
bij al zijn we met z’n allen behouden thuis geraakt. Correctie : al bij al zijn
we met z’n allen behouden in Kalken geraakt. Voor sommigen was de thuiskomt
iets minder behouden … Interim verslaggever, Marc
14 april 2002
Buien beloofd, maar niet gezien.
Wat had je gedacht? We zijn met negen, waarvan 5 die
gisteren o.a. de Koppenberg deden. Geert
is er na 4 weken weer bij. Maar waar
zitten de Hanselaers? Als het al 3 weken niet regent, en je
wil toch het echte morevélo-gevoel hebben, dan rijdt je naar de bossen van Serskamp, voorzeker de smerigste
gemeente in de omstreken van Kalken.
Waar er verleden week geen spatje
water was in Wachtebeke, hebben we
nu weer pakken modder en diepe plassen, afgewisseld met hard gedroogde
traktorsporen en paardenpoten. Splasj,
splasj, doenke, doenke. De 39 km
worden aan 22 gemiddeld afgewerkt, met een paar lange pauzes door mijn schuld. Een platte band, gereden op een stukje
hard hout, stel je voor. En een
ketting die versleten is en voortdurend doorschiet en afvalt. Weeral kosten. Danny is toch een
bovenste beste gast, altijd mooi wachten als ik weer in panne sta. Als we terug aanpikken, laat hij altijd
wel een gat van een meter of 10, kwestie van te kunnen anticiperen als er voor
hem iets gebeurt, zegt hij. “Als je met een beetje verstand rijdt, dan kun je
niet vallen", zegt Danny. Ja, Danny, als je er niet veel hebt, moet je het
met dat beetje doen, maar ik rijd toch liever met wat meer. Bartje,
ondertussen al 16 en al ver de langste van de bende doet na 2 maand afwezigheid
– wegens tendinitis en een breuk – zijn wederoptreden. Er valt niets van de inactiviteit te merken en hij legt zelfs Rudy
het vuur aan de schenen (tevergeefs). Is dit de nieuwe Tom Boone (die zelf
ondertussen veranderd is in de nieuwe Museeuw)?
Guy
rijdt nu al bijna vollen bak mee, alleen in het veld moet hij nog wat gaten
laten vallen. Het mooiste bewijs dat
niemand schrik moet hebben om met ons mee te rijden. Als je ziet van hoe diep Guy
gekomen is: jarenlang gepaft, gelanterfant, niets anders dan bureauwerk gedaan,
geen sport (wat karate ja, maar ik bedoel dus wel sport), gezopen als een Zwitser, en flauwe moppen verteld. Kortom, een meer verlept sujet liep er
in Kalken niet rond. En na 8-9 weken rijdt hij mee alsof hij
nooit anders gedaan heeft. Terug een
mens geworden (dankzij de KWB). Geen
reden meer voor al diegenen die zeggen dat ze wel mee zouden willen, maar niet
durven. De korte sprint in de Boombos wordt gewonnen door ene Rogiers voor een andere Rogiers (onzen Ivan).
Het wordt eentonig. Ook voor mij is het een historische
aankomst. Voor de 10° keer op rij
kom ik ook als eerste over de streep. In
de kategorie ‘Stalen more-vélo’s’
welteverstaan (de rest rijdt rond op aluminium). Terecht steek ik aan de kerk dan ook eerst mijn linkerhand met
gespreide vingers de lucht in: 5. Dan
de rechterhand: nog 5. Dan samen:
voor wie kan tellen, maakt dat 10. Doet
Museeuw dat ’s namiddags - als hij
in Roubaix over de meet rijdt - toch
wel achter, zeker. Toch flauw van
Museeuw, vind ik. Allez, ik vind dat
toch, en bij hem was het nog niet eens 10 keer op rij. Ja, en over Marc, en Rudy V. weet ik nu eens
niets te vertellen, zie. Saaie typen
dat dat geworden zijn. Marc stelt
wel voor dat we een extra-verzekering pakken voor de toeren die we met Danny tegenkomen (bij de sluiting van
Nele hing hij in de gordijnen). Maar
lees er maar eens al uw verzekeringen op na. Steeds staat in de kleine lettertjes: ‘Malheuren met Danny Fack worden door deze polis onder geen
enkele omstandigheid gedekt’. Mario
21 April 2002
Met
9 aan de start : Rudy R., Rudy V., Danny, Krist, Jan, Dirk, Luc, Tim Raman, en
ikzelf. Om 9 uur vertrokken. Om 11 uur terug aangekomen! 1 (versleten) band moeten
vervangen. 50 km gefietst. Een gemiddelde van 28,6 Km/Hr.…,
jawel 28,6
Km/Hr. !!!!!!!!!! Moet er nog zand zijn ……………….
Marc
28 april 2002
Vaststelling 1. Hoe rapper er gereden
wordt, hoe korter de verslagen van Marc. Ik zou zeggen: “Jongens,
VLAM nog een ietske harder!” Er staat nog niet eens in zijn verslag waar ze
naartoe gereden zijn. Ik zal het maar zeggen: Het was naar Wachtebeke, zo weet
ge het ook. Ik heb die snelheid wel gecontroleerd bij onverdachte bronnen. Het
klopt, maar controle was wel nodig, want één van de (vele) afwijkingen van Marc
is dat hij een “0” altijd als “8” leest, zodat het evengoed 20,6 per uur kon
geweest zijn. Zo beweert hij steevast dat hij op al zijn vakken vroeger overal
8/10 had. Vaststelling 2. Bakken regen voorspeld. Die vielen ook ’s
nachts en tot rond halfnegen ’s morgens, zodat er al een paar telefoontjes weg
en weer gegaan waren (Gadegij? Zeker? Ja, dan ga ik mij niet mogen laten
kennen, hé.). Met tegengoesting naar het kerkplein. Luc was
omwille van het weer niet afgekomen, maar weeral … GEEN DRUPPEL (alleen in het
begin wat). Onvoorstelbaar toch. Ivan had nochtans gevraagd dat het niet hard
genoeg kon regenen, omdat hij niet mee kon rijden. Hij verkoos de
communie-dankmis en vooral de gemeentereceptie achterna. Kwestie van zijn
opcentiemen door overmatig gratis drankmisbruik te recupereren. Gezien de
weersverwachtingen besluit Rudy dat we al de wegels in de omtrek
aaneen rijgen tot één lastige rit, zo goed als volledig in het veld, met goeie
kwakken modder. Mijn vélo is nog niet gewend dat er nu vanachter een tandwiel
bijstaat (zo een heel kleintje! Wacht maar Ivan), en moet daar blijkbaar nog
aan wennen. Zo zijn we nog maar in de Meersen of Rudy moet er al 5 minuten aan
prutsen. En wie komt daar afgereden? Dirk. Die vond zijn fiets
met een platte band toen hij wilde starten en was zo te laat op het kerkplein.
Moedig als ie is, besloot hij maar alleen te rijden – ik zou thuisgebleven
zijn. ZEER toevallig (want we vertrekken nooit langs de Meersen) dezelfde
richting uit als wij. Dirk, ge moogt mijn vélo eens trakteren als ge hem nog
eens tegenkomt. Het is Guy zijn dagje niet, niet qua vorm en niet
qua ongelukken, want hij valt nogal serieus. Ja, Guy,
5 mei 2002
Het kon niet blijven duren. Vandaag krijgen we de regen die we al het hele seizoen verdiend hebben. En toch met 11. De twee broederparen, nog twee schoonbroers, Eddy, Luc, Marc, casual Dirk VDV, ennekik. Naar Waasmunster, meer dan 60 km aan het verrassende gemiddelde van 27 per uur, ondanks wind en regen. Ik ga toch eens die kilometriekskes van die mannen controleren, of daar niet mee gefoefeld is. Gedurende enkele kms kruisen we voortdurend wandelaars. Het is pas door die wandelaars dat het ons opvalt hoe hard het waait en regent, anders zouden die mensen hun paraplu niet opzij houden, niet? Zie, wat ze daar nu aan vinden om met zo een hondenweer te gaan wandelen, daar kan ik nu eens niet bij!
Op de baan in Waasmunster. Een afzinkje met op het einde een verkeersdrempel. Het asfalt ligt kliedernat en spekglad. Ik zie Ivan zijn achterwiel gevaarlijk slingeren. Ik rem lichtjes en lap, zonder verwittiging lig ik er. Mijn linkerzij op 3 plaatsen geschaafd en knots, nog eens met mijn kop tegen de asfalt. Nog een put in het asfalt. Een geluk dat ik mijn gloednieuw helmpje niet ophad, anders was er nu een bluts in geweest. Ik ben nogal groggy, maar dan gebeurt er iets nog uitzonderlijkers dan een valpartij van mij: er steekt ons een bende mountainbikers voorbij. Dat hebben wij nog nooit gezien: een bende. Zo gelijk wij. Meestal komen we enkelingen of koppels tegen, maar nog nooit een bende. Eer ik helemaal bekomen ben zijn die mannen al een eind weg en we denken dat we ze niet meer zullen zien. Maar een eind verder krijgen we ze toch nog in het vizier. Dat is de start van wat een woeste achtervolging zal worden, want van zodra die mannen ons in de gaten krijgen, geven ze natuurlijk ook vol gas. Tevergeefs. Na een slopende achtervolging waar er geen einde aan lijkt te komen, komt er een einde aan doordat we ze bij hun nekvel hebben. Ja, die mannen hadden eigenlijk ook geen kans want wij hebben een Rudy Rogiers die overal fikse duwen uitdeelt om onze bende samen te houden en voort te jagen en ook een Danny Fack, die hierbij stevig helpt. Als we ze eindelijk te pakken hebben, komen Danny zijn gendarmenmanieren boven. Hij zet zich meteen op kop en jaagt het tempo nog wat de hoogte in. Moet die er toch altijd nog een schep bovenop doen, zeker!
In Zele splitsen
onze wegen. Even reden er bijna 30 mountainbikers in groep rond. In alle geval,
ons ego is weer eens gestreeld en de midlife-crisis is weer voor enkele dagen
bezworen. Nog een lange natte winderige weg huiswaarts. Tussen Zele en Overmere
wordt al dat opspattend sop van die die voor mij rijden en dat voortdurend
piekt in mijn ogen, mij te veel. ‘Het is mij verleed’ zeg ik en ik pak resoluut
de kop. Al wie mij wil volgen, zal heel rap moeten rijden. Iedereen volgt. Als
we afslaan naar Kalken, steken er mij 7 van de 10 profiteurs voorbij. Zie, daar
kan ik kwaad van worden. Ook de drie jonge beloften Marc, Ivan en Eddy, maar
eer we in de Vromondstraat zijn heeft deze ouwe rakker die drie alweer te
pakken, haha. Even later wint Rudy – of wat had je gedacht? - de eindsprint
voor kompanen Rudy V., Danny en Luc. Mario
12 mei 2002.
Moederkesdag.
Strontweer. Danny F., Rudy V. en Bartje zijn uitgeteld door de barbecue op HO Kalken gisteren. Rudy R. en Marc en ET zijn naar hun zoons (Stefaan, Mathias en Niels) hun laatste matchen bij de miniemen gaan kijken. Guy is nog altijd aan het recuperen van zijn val 2 weken geleden. De Hanselaers, Geert, Dirk, Luc, Ivan, ik, en Bjorn, speler van het jaar bij HO Kalken, moeten vandaag de klus alleen klaren.
Alhoewel. Ik geraak zelfs niet tot aan de kerk. Aan de hoek van het wegeltje tussen de Centrumwijk en bakker Vandenabeele heeft een slimmerik struikskes gezet. Als ik het wegeltje wil inrijden, blokkeert mijn velo helemaal: mijn derailleur is aan zo een struikske blijven hangen en in mijn wiel geslagen. Heeltegans dubbel, een nieuwe derailleur van juist 1 week oud. Ik laat mijn geblokkeerde vélo dan maar liggen en trek te voet verder om aan de kerk al afscheid te gaan nemen. Roept die boer die mij op zijn dooie gemakske op zijn vélo voorbijsteekt: “Ik peins dat ge iets vergeten zijt!”. Ja, lacht er nog wat mee ook. Zal ’t gaan, ja! Dankzij Ivan, die mijn vélo net genoeg oplapt zodat hij weer bolt, wordt ik tot bij Rudy Rogiers geduwd door Ivan en Luc. Aangezien Rudy niet meerijdt, kan ik zijn vélo gebruiken, ook dankzij Ivan. Jawadde, ik voel me plots de leerling tovenaar die op de meester zijn machien mag rondrijden. In de tweede slag lig ik er al af, maar dan begint het goed te draaien. Een modderig kronkelig parcours in Kalken, Laarne, Heusden. We zien er nog eens echt smerig uit. Halverwege, achter het Kasteel, laat Bjorn, speler van het jaar bij HOK, ons allemaal meters achter. Het tweede stuk van de Kattenheye laten we letterlijk links liggen en we doen een nieuw stukske, met name een oude kerkwegel die van op het driehoekig pleintje op de kruising van Lagen Heriweg en Bulstraat schuin over de akkers naar de Meersstraat loopt, even naar links en dan terug rechts naar de Reigerstraat, Brandemansstraat. Inclusief brugje en een fazant die vanonder mijn wiel wegvliegt. Tussen de Krimineelstraat en het dorp haal ik nog eens alles uit dat bakske van Rudy. We gaan niet onder de 40 per uur. In het dorp hangen alleen nog Luc en Ivan in mijn wiel. Tegen de eindjump van Ivan valt er niets te beginnen - of liet ik me verliezen uit dankbaarheid voor de eerdere hulp?? (Neen, zo ben ik niet) - zodat vandaag eens een Rogiers wint. Kwestie van een familietraditie in ere te houden. Op die laatste kleine anderhalve kilometer rijden we Bjorn, speler van het jaar bij HOK, op meer dan 2 minuten. Veel fond heeft de jeugd van heden toch niet meer, hé. In onzen tijd … En tiens, nadat ik daar in het naar huis gaan nog eens gepasseerd ben, staat dat struikje daar niet meer. Tiens, tiens. Mario
26 mei 2002
Naar Oudenaarde. Jaarlijkse rit ter voorbereiding van de 100 km
Regio-Tour. Rudy V. en Danny F. waren gisteravond Rudy’s gloednieuwe camionette
aan de sporthal in Oudenaarde gaan zetten. Met 11 aan de kerk om 8 uur (Geert,
Krist, Frank, Danny, Rudy, Rudy V., Marc, Karel, Bart, Luc en – vanzeneigens-
ik). Eerst 45 km windop langs de Schelde naar Oudenaarde. Verdorie, weinig
wielerterroristen vandaag. Te slecht weer? Verleden keer hingen er op het einde
20 man in ons wielen, nu geeneen. We reden nochtans soms, ondanks de kopwind,
aan 36 per uur. Karel, man van de dag, moet na 30 km de rol even lossen, maar
geen wonder, als je 4 maand niet gereden hebt. We laten het tempo een beteke
zakken. Ja Karel, je moet goed zot zijn om meteen een rit van 80 km, met de
Koppenberg, Volkegemberg en het laatste stuk van de Varentberg te doen. Verder
geen slecht woord over deze mens, eigenlijk vooral omdat hij net zijn zwarte
gordel karate gehaald heeft. Maar wonder boven wonder, Karel zal zonder hulp
uitrijden, en zal ook nog eenmaal spectaculair overkop gaan. Andere man van de
dag is Frank, die al het hele jaar niet echt in vorm zit. Maar deze loodzware
rit verteert hij helemaal zonder problemen. Zou dat powertrainen binst de week
er toch wat beginnen aan doen? Dat brengt ons op de idee dat we eens met de hele
bende zouden kunnen gaan spinnen, een nieuwe Amerikaanse rage: fietsen op
rollen met veel weerstand en veel muziek, in zo een spannend aerobic pakje. De
vrouwen mogen dan voor ons op de eerste rij rijden, stelt Danny voor. Zo hebben
wij er ook wat aan.
De tocht:
prachtig, prachtig. Maar die wordt wel wat verpest door 6 quads (moto’s op vier
wielen) die ons geregeld ambeteren: stinken, lawaai en gevaarlijk. Maar ook is
er weer 1/3 van ONS mountainbike-parkoers gevuld met wandelaars van zo een
ingerichte wandeling waarvan sommigen dan nog denken dat de natuur alleen voor
hen is (allez, de meesten zijn wel vriendelijk). Voetgangers, ruiters en
fieters moeten gewoon mekaar wat respecteren, maar voor sommigen is dat nog
niet duidelijk. En wat moto’s en quads op veldwegels en in de bossen en meersen
betreft: die verbieden ze maar zo snel mogelijk helemaal in gans Vlaanderen
(een advies U gratis aangeboden door de KWB).
Rudy R.
steekt me voorbij op de Koppenberg, maar even verder staat hij geparkeerd en
rij ik hem zo voorbij. Als ge dan niet in vorm zijt, weet ik het niet!* Alleen
Luc en Bart zijn voor mij boven. Rudy vindt dat we sjans hebben met het weer:
bijna heel de tijd overgebleven. Ik vind daarentegen dat we ferme onsjans
hebben: de laatste 15 minuten worden we doorweekt door een wolkenbreuk.
Kletsnat. Een attitude-verschil noemen ze dat: De ene ziet het meer van de
zonnige kant, de andere zaagt al gemakkelijker eens. Maar dat ik toch gelijk
heb. Nog melden dat Rudy sinds een week of 2 het ene na het andere stuk aan
zijn vélo moet vervangen, volgens Marc allemaal sinds ik ermee gereden heb. Ja,
als zo een véloke niet gewend is dat er eens een beetje macht wordt op gezet, …
De terugtocht in Rudy’s camionette is voor de 8 vanachter een ware
marteltocht geworden. Elf vuile vélo’s, zakken natte kleren en 8 bemodderde
mannemensen op mekaar gepakt in een kot op wielen zonder vensters, met een zot
achter het stuur. We hadden beter ons helmpje opgehouden want we vlogen soms 20
cm de lucht in. Hoe harder we roepen en protesteren, hoe meer de 3 vooraan (de
drie ‘y’s) er leute in hebben en hoe rapper Rudy de volgende verkeersdrempel
pakt. Varkens zouden ze zo niet mogen vervoeren van Michel. Maar we hebben Gaia
niet gezien om ons te komen redden, wat mijn vermoeden versterkt dat wij toch
geen varkens zijn. Alhoewel, ik moet zeggen, Marc zat ook bij ons. Mario
*: Voor de volledigheid nog even vermelden dat Rudy kettingbreuk leed
op de Koppenberg.
1 juni 2002
Met 29 aan de kerk. Wat zegt U? hoor ik U zeggen. Jaja, met 29. Er
zijn er die nu warempel al hun vrouw en kinderen meebrengen naar de
mountainbike. Waar gaat dat naartoe? hoor ik U zeggen. Maar goed, het blijkt de
bedoeling te zijn en Rudy had het zo gepland dat deze ochtend van KWB familie
Nog zeggen dat in dees tijd van het jaar Vlaanderen op zijn mooist
is, zeker als het schitterend weer is zoals deze morgen en dat al degenen die
geen goesting hadden, het zich dik mogen beklagen: iedereen (op Pieter na?)
vond het een prachtige belevenis. Tot volgend jaar. Mario
8 juni 2002
Met een man of 16 naar Wachtebeke. Schoon weer, een km of 50 en 25
per uur gereden. We zijn nog maar aan de brug in Hussevelde of daar weerklinkt
geroep, getier, geratel en geklater, bloed alom en rondvliegende ledematen.
Wel, ik liet me wat gaan: die laatste 2 niet, er werd zelfs niet gevallen. Wat
is er gebeurd? Frank, die graag nogal heel dicht tegen de anderen rijdt,
kwestie van zo goed mogelijk uit de wind te zitten (wat had je gedacht,
misschien??) – is met zijn voorwiel in de pedaal van Karel gehaakt. Twintig
spaken uit zijn wiel, dat er nu meer uitziet als een bord spaghetti. Gelukkig
zijn we niet zover van de thuisbasis van de meerijdende depannagedienst Rogiers
en er kan een ander wiel worden gestoken. Op de terugweg, bijna in de
Bontinckstraat steekt Frank nog iets straffers uit. Plots is zijn linkerpedaal uit
de manivel gedraaid. Nu moet U goed weten dat uw pedaal losrijden
wetenschappelijk gezien onmogelijk is. Ten eerste omdat de pedaal zelf
‘zot’draait en dus nooit macht kan zetten en ten tweede, zelfs al zou ze vast
komen te zitten, ze met tegendraad in de manuvel zit en zich dus zou
vastdraaien in plaats van los. Rare kwiestenbiebels dat er toch met ons mee
rijden. Om ze terug vast te zetten haalt Raf daar zelfs een sleutel nummerke 15
uit zijn rugzak. Ik durf wedden dat als we op een dag een draaibank nodig
hebben, dat er dan een zegt dat hij dat per toeval in zijn achterzakske zitten
heeft.
Rudy klaagt de hele rit van een probleempje. Hij is voegende door een
trapgat gevallen, maar kon zich nog tegenhouden met de ellebogen (hij werkt ook
met zijn ellebogen). Hij heeft wel een kanjer van een bloeduitstorting in de
bil. En maar klagen. Maar als de sprint eraan komt, wie wint hem? Wat wilt ge
ook, tegen zo een bende krabbers. Mario
15 juni 2002. De
100 km Regio-Toer in de Vlaamse Ardennen.
Verleden jaar was het eigenlijk een makkie want alles lag droog. En
al hadden we nu tijdens de rit geen regen, het had de week voordien geregend en
de dag voordien gegoten. Dat maakte de inspanning gewoon dubbel zo zwaar als
verleden jaar. Hoe vettiger, hoe prettiger, maar iets korter mocht voor mij ook
(het was trouwens 105 km). Met 17 aan de start.
De eerste wegel in St. Lievenshoutem en na 100 meter: Ow, stop. Ja,
daar begint het al. Zadelbreuk voor Ivan. Danny zegt dat dat eigenlijk nog lang
is uitgebleven, gezien het achterwerk van Ivan, maar dat ik dat aan niemand
moet voortvertellen, wat ik dan ook niet gedaan heb. Ivan en broer Rudy gaan
een nieuw zadel kopen en we spreken af aan de eerste bevoorrading in Erpe-Mere.
Het wordt een rit vol pech, zodat we zeker een uur stilstaan, wachtend op de
depannages. Kettingbreuk Eddy, een paar platte banden, Ivan nog eens panne,
maar de grootste pechvogel is Karel. Zijn panne kost ons een half uur en is dan
zelfs nog niet te herstellen zodat het halfweg afgelopen is voor de Karel.
Maar als we rijden, dan vliegen we er een hele hoop voorbij. Sommige
mensen stappen af om de grootste plassen te ontwijken, maar wij vlammen
rechtdoor door de diepste modderpoelen. Ja, zo zijn wij nu eenmaal. Proper is
anders. Ook op de nijdigste hellingen zie je de meesten te voet gaan, maar de
meesten van onze bende (degenen die Marc heten uitgezonderd) rijden ze allemaal
tot er boven op.
Helden van de dag? Er zijn er verschillende. Piet natuurlijk, die
zonder training meedoet en voor wie het eigenlijk nog wat rapper mocht. Bart,
volgens mij de enige van minder dan 20 - laat staan van 16 - die ik op het
parcours gezien heb en veruit een van de besten. (Is dat wel normaal? Moet er
niet eens naar dat manneke gekeken worden?). Snellen Eddy die tussen de muur en
Zottegem de enige is die zonder moeite Piet bijhoudt. Danny en Rudy die zich
opofferen door Krist, die het even voor de muur uitschreeuwt van de krampen,
meer dan 30 km mee te duwen en die de ene na de andere moeten depanneren. Luc,
die de hele rit met zijn krachten woekert. En dan is er nog Marc. De laatste 10
km, tussen Zottegem en St. Lievens Houtem neemt hij voor zijn rekening, aan 35
per uur. Wat een bovenmenselijke prestatie. Wat een atletisch vermogen! Wat een
vertoning van kracht, moed, durf en doorzettingsvermogen. Waar hij voorbijrijdt
vallen de vrouwen in bosjes met zwijm. Ik bedoel met zwijmpjes in het bos. Dat
dit alles door 1 mens kan gedaan worden, dat hou je niet voor mogelijk.
"Hoe doe je dat toch, Marc?", vraagt iedereen. We moeten het zeker
minstens 1 keer vragen voor hij het maar 7 keer vertelt: ik smijt hem van voor
op mijn buitenblad, vanachter leg ik hem op mijn kleinste, en stampen maar.
Den dezen mochten ze ’s avonds om zeven uren al in zijn beddeke
steken.
Ikke flagada. Mario
28-30 juni 2002. Ardennenweekend in Wigny.
Voor de 2° maal. Perfect weer om te mountainbiken. Het lag droger dan
verleden jaar. Na de vrijdagnacht hoorden we Marc niet op zaterdagmorgen. Na de
zaterdagnacht zagen we hem zelfs niet meer op zondagmorgen.
15 augustus 2002. Poperinge.
Zie foto’s
1 september 2002. En we zijn vertrokken, voor ons vierde
Bon, 31 oogst. Met heel velen en met
prachtig weer aan de kerk. Fluitjeszomer? Toch nooit om te gaan rijden. Dirk,
Frank, Geert, Danny, Rudy R., Luc, Ivan, Guy, Karel, Raf, Bart, Jan, ik. Krist
heeft gisteren willen meerijden met de liefhebbers en is op zijn perte
getuimeld, Rudy V. is gaan vogelen op de parkietenbeurs, Eddy moest met de
treintjes rijden (bij de NMBS noemt dat werken) en Marc moest uitrusten van het
heffen. In de eerste kilometers wordt er luid geroepen van: ‘Put, stront,
kat’!’. Die vooraan rijdt, roept zoiets en dan hoor je dat door het hele
pelotonnetje gaan. We doen dat, niet alleen omdat er zoveel vulgaire typen met
ons meerijden (en Marc deed dan nog niet mee), maar om te verwittigen, voor
putten in het wegdek, en koeiendrek en dooie kat erop. De tocht gaat naar Lede,
alwaar ze verleden week met zijn zessen naar een ingerichte rit waren
getrokken. Nu de weg nog ongeveer vers in het geheugen ligt, stuurt Rudy ons
weer die kanten uit. Ook Danny was toen mee, maar rijdt nu toch wel een keer of
acht konte verkeerd. Maar goed, als KWB-er hebben we geduld met de mentaal
zwakkeren in onze samenleving. Het is een zeer schoon parkoers en weer iets om
aan ons repertoire toe te voegen dit seizoen. Het landschap moet ook wel de
moeite zijn, maar het is zoals steeds te hard trappen en teveel opletten op
degene die voor je rijdt en op de paar meters hobbelige weg die je een fractie
van een seconde kunt inspecteren op putten en stenen vooraleer ze onder de
wielen voorbijzoeft. Nu Marc niet meerijdt, is er zo geen pispaaltje om het
verslag wat mee op te vrolijken. Marc, ik mis je! Gelukkig redt Rudy het
verslag: hij valt. Zo snel als hij kan weer recht, maar pech, de grootste
pestkop van al heeft het gezien. Telkens Rudy nu een bocht moet pakken, roept
Danny: ‘Rudy, zijt toch voorzechtig, hé, jongen!’ (‘Voorzechtig’ is geen
typfout, maar een letterlijke weergave: Danny is van Wetteren, van bennen en
van buiten). Natuurlijk moeten we dat bekopen. Op de eerstvolgende helling
vangen we allemaal een valling door de snelheid waarmee Rudy ons voorbijrijdt. Als
de eersten boven komen, stroomt hen een gelig riviertje tegemoet. Een
plaatselijke stortbui? Of hebben de Chinezen de Gele Rivier nog eens verlegd?
Neen, het is Rudy die daar al doodgemoedereerd staat te wateren, zo van ‘Zeg
mannen, waar blijfde gijlie?’
Tegen Wetteren beginnen ze al te sprinten.
Ik geef wat ik kan, maar als Ivan en Rudy beginnen te sprinten, is er geen
houden aan. Luc Krick van hetzelfde. Die komt van ver terug en die komt me
midden in de sprint nog wat duwen. Affrontelijk dat dat is (maar het gaat wel
vooruit). Na 52 km aan 25 per uur, eindigt de rit in de hangar van Dino, want
daar moeten we nog de vaten helpen verder legen die met de
KWB-mini-voetbal-paëlla-avond van gisteren niet waren opgeraakt. (Marc was
immers tamelijk vroeg naar huis gegaan). Voor een vriendendienst zijn wij
steeds te vinden en sporters moeten mekaar helpen, niewaar.
PS. Nog twee rechtzettingen. Er rijdt nog
iemand anders buiten ik rond op staal: Bart(je). ’t Is er niet aan te zien. En
ten tweede, zelfs als Raf (nu toch al ver tegen de 70, schat ik) niet meedoet,
ben ik niet de oudste. Sponsor Rudy is nog een jaartje ouder dan mij. Ik had
dat om eerlijk te zijn, zo op het uitzicht afgaande, me eigenlijk al dikwijls
afgevraagd of dat die nu toch niet veel ouder was dan ik. Mario
8 September 2002
Een
grensverleggende rit !!!! Inderdaad, zoals alle “topsporters” proberen ook wij
steeds onze grenzen te verleggen, en deze keer zijn we erin geslaagd. We hebben
een rit van ongeveer 55 km afgemaald tegen een gemiddelde van 27
km/hr.
Nochtans
waren de omstandigheden niet ideaal. Het had geregend met als gevolg dat de
bospaadjes in het domein Puyenbroeck (Wachtebeke) er glibberig en gevaarlijk
bij lagen en er stond redelijk wat wind en toch breken we een record. Hoe is
dat mogelijk zal u zich af vragen, wel ik heb het mij ook afgevraagd. Na lang
denken kan ik maar een reden vinden waarom we er toch in geslaagd zijn zo een
hoog gemiddelde te halen : Mario was er niet bij !
Hij
was trouwens niet de enige die ontbrak. Frank was er ook niet, maar naar wat ik
heb horen vertellen over de Sjatoo avondwandeling van vrijdag waar een veldfles
met een krachtig “kruidendrankje” al bijna leeg was voor de wandeling begon is
daar misschien de reden te zoeken voor Frank’s afwezigheid. Ook Karel was er
niet bij, en ook hij is gesignaleerd op diezelfde avondwandeling … Ja Frank en
Karel, in Kalken kent iedereen iedereen en (goed) nieuws gaat van mond tot mond
in de kortste keren de gemeente rond (dat noem ik nu eens rijmen en dichten
zonder mijn … op te lichten).
Wie
waren er wel bij: uw verslaggever, Rudy & Ivan R., Raf, Danny, Luc, Dirk,
Eddy, Krist en Jan. Het was een tijdje geleden dat Krist noch eens meereed.
Waarschijnlijk is hij
tot het besluit gekomen
dat als hij toch moet vallen, dat het beter is dat hij valt in de Kalkense
velden tijdens een mountainbikeritje dan dat hij valt op de Wetterse straten
tijdens een wielerwedstrijd …
Volgens
Eddy zijn we niet naar Wachtebeke gereden maar wel gekoerst. Vandaar dat de
laatste kilometers er voor hem teveel aan waren en toen we op het einde voorbij
zijn huis reden (?) gaf hij er de brui aan.
Eddy
had gelijk, want toen we naar Wachtebeke reden, Rudy R. aan kop met in zijn
wiel Luc, dacht ik van eens de stoere te moeten uithangen en eens de kop
te pakken
(vakjargon) … ik moest daarvoor wel 45 km/hr rijden wat ik later wel heb moeten
bekopen.
Raf
was weer oerdegelijk, zoals meestal, en dat op die leeftijd …
Ivan
die zit gans de rit te “doseren” en op het einde geeft hij (bijna) iedereen het
nakijken in de sprint.
Dirk
kreeg het ongeveer halfweg knap moeilijk, en iets voor we een lastige veldwegel
moesten inrijden zei hij tegen mij dat hij de betonweg ging nemen die parallel
loopt met de veldweg. Dat moest hij nu juist tegen mij zeggen …
Juist
voor we de veldweg indraaiden riep ik: “Iedereen die de betonweg neemt moet
trakteren”. Dirk kon dus niet anders dan de veldweg inslaan, maar halverwege
heeft hij toch voor de betonweg gekozen … en toch niet getrakteerd !!!
Op
de terugtocht lag Danny aan de kop te sleuren (vakjargon) met Rudy R.
in wiel. Ik liet een klein gaatje vallen (lees : ik kon niet volgen) en Jan
kwam naast mij rijden en deed teken met zijn vinger dat hij tussen mijn en Rudy
R. ging rijden. Hij deed dat teken tot 3 keer toe maar toch bleef hij naast mij
rijden. Ik heb het gat dan maar dicht gereden (vakjargon). Jan,
een gat dichtrijden dat doet ge niet met uw vinger, maar wel met uw benen …
Toen
op het einde, we waren wel nog in de Bontinckstraat …, Rudy R. demarreerde en
hij samen met Luc voorop geraakte, begon Jan weer met zijn vingers te werken.
Deze keer zat hij met zijn wijsvinger steeds kringetjes te maken (net alsof hij
balletjes in de soep aan het zoeken was). Ik wist wel dat hij bedoelde dat ik
moest overnemen om zo Rudy R. en Luc terug te pakken, maar ik gebaarde mij van
den dommen (niet echt moeilijk voor mij).
Nogmaals
Jan, ge moet wat minder met uw vingers werken en wat meer met uw benen …
Toen
we naar het einde toe de Gaverstraat wilden oversteken, moesten Krist en ik een
auto voor laten … de vogels waren gaan vliegen …
Ik
kan dus niet zoveel vertellen over de eindspurt, maar den eersten heeft
gewonnen en ik dacht dat het alweer een Rogiers was.
Interim verslaggever,
Marc
15 september 2002.
Kermiszondag. Dus de dag na kermiszaterdag. Toch met een man of 12
aan de start. Marc, zichzelf kennende, is gisteren zelfs speciaal thuisgebleven
van de kermis. Anderen dan weer hebben wegens slecht gedrag en zeden
startverbod gekregen. Omdat Rudy niet te laat mag thuis zijn, doen we de toer
van het Heiende en de Gratiebossen. Niet ver van de Berlaarse Zandbergen
voltrekt zich echter een bloederig drama. We rijden met een man of vier
lichtjes afgescheiden op kop, met Marc helemaal vooraan (toevallig de enige
keer van de dag dat hij op kop reed, als ik me goed herinner). Op een kruispunt
van wegels weet hij het niet goed meer en vertraagt, zodat we bijna volledig
tot stilstand komen. De aanstormende achterhoede is op deze manoeuver niet
voorzien. Ivan kan nog juist stoppen. Frank knalt er tegen op, met schaafwonden
tot gevolg, maar Bart, jong en onbesuisd, vlamt tegen de velo van Jan aan. Hij
gaat overkop en botst op het achterwerk van Jan. Voorzeker kwam zijn plastic
klepje vooraan op zijn helm tegen de zadel van Jan terecht, want het breekt en
snijdt zijn neus open. Bart bloedt als een rund. Marc bvb. bloedt altijd als
een varken. Raar, hé! Met zo een tronie zal Bart geen kermislief vinden, vrees
ik. Maar dat probleem stelt zich niet, want Bart blijkt kop- en nekpijn te
hebben en zal in de kliniek eindigen. Zeg maar dag tegen de kermis. We vrezen
voor een hersenschudding (iets waar we dus bij Marc ook nooit schrik voor
zouden hebben. Raar, hé!) en we besluiten de rit hier te onderbreken en naar de
Zomerstraat in Kalken te rijden. In plaats van dat wat op het gemak te doen en
Bart wat te duwen, vlammen we tussen de 30 en 35 naar Kalken. Ge zult zeggen,
jamaar een ambulance rijdt ook rap, en dat is waar, maar daar moet de gewonde
wel niet zelf trappen! We wekken de pa en ma van Bart, die zich het uitslapen
van een zware kermiszaterdag voorzekers anders hadden voorgesteld – nu staat
daar een bende van 12 pipo’s in blauw broekje en gele tenu aan hun achterdeur.
Het probleem van een kermislief zoeken stelt zich dit jaar dus niet voor Bart,
want de kermis brengt hij door in observatie in het hospitaal in Wetteren. Hij
komt ervan af met een geschonden wezen en een lichte hersenschudding.
Ja, het moest er eens van komen. Het blijft een sport niet zonder
risico’s. Een geluk en een ongeluk van Bart’s helm. Zo’n helm, veel komt dat
niet van pas, maar die keren dat ze wel van pas komt, komt ze toch wel van pas.
Nadat ik de laatste kms de kop heb getrokken, windop en tusssen de 30
en 35 (dat is wat anders dan Marc die eens een paar seconden aan 45 rijdt en
dat dan in zijn verslag zet. Zo op mijn eigen stoefen, doe ik nu eens nooit,
hé), zet Marc de sprint in van veel te ver. Hij wordt even verder natuurlijk
weer gepakt. Ivan en Luc zetten aan, Jan erachteraan en dan zie ik hoe Rudy
zich in het wiel van Jan zet en de goeie moment afwacht. Ivan en Luc zijn
kansloos. Marc vond het achteraf spijtig dat hij zijn inspanning niet had
kunnen volhouden. Met zijn drieën vragen we terzelfdertijd: ‘Welke inspanning
dan wel?’ Ja, zo een voorzet laten we niet rap liggen. Die sjotten we binnen.
Rudy moet toch wel erg aangedaan geweest zijn van de gebeurde
malheuren, want de maandag was hij voor het eerst sinds een paar jaar niet op
de mini-voetbal. Of was er een andere reden??? Mario
PS.
En dan nog een rechtzetting van het verslag van Marc. Karel was niet eens op de
Sjatoo-voettocht. In Zottegem verleden jaar was hij er wel bij en dan vernoemt
Marc hem niet. Karel, ik heb het al gezegd: doe eens iets met die zwarte gordel
karate, jongen! Waarom heb je hem anders gehaald? Wij proberen hier week na
week het niveau hoog te houden, een kwaliteitsblad als de Kraak waardig, maar
zo gaat dat natuurlijk niet.
22
september 2002
Bij
Heidi in Tirooool …, eindig je in ’t riool …
Slechts met 6 aan de kerk
en daar is Dirk VDV die uit Zwijnaarde komt dan nog bij. Karel komt ook eens
goeiedag zeggen, maar in burger, want Nele had hem niet vroeg genoeg wakker
gemaakt. Nele toch! De verklaring voor de lage opkomst, komt weer uit dezelfde
hoek gewaaid: nu is het niet Petra, maar haar zus Heidi, die met een fuif onze
gelederen voor tweederde decimeert. Alleen Rudy (nee, niet onze sponsor, want
die hebben we vandejaar zelfs nog niet gezien), Dirk H., Dirk VDV, Raf, Pat (die
eigenlijk met de Beekes ging rijden) en ikzelf staan er. En dat juist als onze
voorzitter Guido ons eens goeiedag komt zeggen.
Het
verslag is kort, omdat - toen we nog maar in de Meersen waren, we tot de
vaststelling kwamen dat het bovenste van mijn derailleur-wieltjes verdwenen
was. We stonden er wat op te kijken, maar daarmee komt dat wieleke niet terug
natuurlijk. Rijden ging met moeite, maar verder meerijden zou miserie zoeken
geweest zijn, en er is er zo al genoeg op de wereld, dat we er niet nog meer
moeten zoeken, niewaar. Aangezien de interim-verslaggever in diepe slaap met
zware kop slaap verzonken lag, eindigt daarmee hier het verslag van een
regenachtige rit met 5 naar Lede. Spijtig, vooral net nu Pat nog eens meereed. Mario
Nog een internet-tip: Voor wie van mountainbiken, natuur en Jack Russell hondjes houdt: http://www.utahmountainbiking.com/goodies/videos.htm

Kalken
Verslagen
Mountainbike (More-vélo)
Zondag, 29
september 2002
Verschenen aan de start: Dirk H., Geert B.,
Rudy en Ivan R., Karel V., Jan W., Krist M., Raf V., Marc R., Luc K. en Mario V.
Ook Guy R. stond er, maar die had op zijn werk moeten werken en had zich
daardoor een rib gekneusd. Als wielertoerist gaat dat nog, maar het gehobbel
van een
Meest opvallend de laatste weken rijden
volgens mij Ivan en Luc. Ivan staat steeds scherper, straks schiet er niets
meer van over. Weer een windvanger minder. Mario
Zondag 13 oktober 2002
Met 16 aan de start: Rudy R., in gloeiende
vorm, Frank en Dirk H. (maar Dirk kan uiteindelijk niet mee, omdat hij te vroeg
moet thuis zijn), Danny, Krist en Jan, de 3 Wetteraars (laat ons hopen dat het
daarbij blijft: 3 van ginds kanten is meer dan genoeg), Bjorn, onze vedet van
de eerste ploeg, Karel en Ivan, nog twee van het Hussevelde (laat ons hopen …),
Geert – ook in goeden doen de laatste tijd, Luc, die maar in vorm blijft,
snellen Eddy, die zijn naam weer eer aan zal doen vandaag, sinds lang nog eens
koereur Alain, ekik en onze jongste en oudste met bijna 40 jaar verschil
tussen, Bart en Raf. Guy en Marc zijn er niet, want het was gisteren feestje
voor de 40-jarigen. Marc en Guy zijn de enige Kalkenaars die erin geslaagd zijn
om 2 jaar na elkaar naar dat feestje te gaan. De andere Kalkenaars worden maar
1 keer 40. Dat komt ervan als je zo sympathiek bent, dan vragen ze je overal 2
keer. We moeten dus de steeds zeer geapprecieerde aanwezigheid en de altijd
uiterst grappige en fijnzinnige verslagen van Marc weer maar eens missen.
We doen mee aan de ingerichte tocht van 45
km van den Oudenbos, Lochristi. Schitterend zomers oktoberweer, prachtig
parcours, EN – joepie! - voor het eerst sinds maanden weer eens modder. Maar
van de zon heb ik niet veel gezien, want ik moest de hele morgen tot op het bot
geven omdat het weer zo verschrikkelijk rap ging (en ja, die voetbalmatch
gisteravond deed er ook geen deugd aan). Echt een rit voor een klasbak als
Marc, spijtig, net nu hij er niet is. We zijn nog maar in Zeveneken of Bart
ligt al op zijnen smikkel. Andere mensen snijden een borduur loodrecht aan,
Bart probeert dat schuin. Gegarandeerd dat je er dan ligt. Ook Rudy heeft, volgens
mijn informanten, nog een slippertje gemaakt, net toen er eens een vrouw in de
buurt was. Hadden we van Rudy niet gedacht. Aangezien er een paar mannen van
een ander merk met ons meerijden, en dat nog uithouden ook, wordt het tempo
natuurlijk de hoogte ingejaagd. Neen, we zijn dat niet gewoon dat ze ons
bijhouden. Rudy moet natuurlijk al zijn kunnen tonen en zet zich daarenboven op
de baan steevast op kop om er nog een patat bij op te geven, zodat die mannen
purper uitslaan.
Ivan slaagt erin om weer eens zijn zadel te
verliezen. “Met zo een achterwerk, wat wilt ge?”, zegt Danny. Ivan rijdt dan
ook nog kilometers rond zonder te gaan zitten. “Zet U, Ivan”, proberen we nog
in het voorbijrijden. Of na een paar kilometer: “Zeg Ivan, ik ga het U maar
zeggen, maar gij rijdt hier zonder zadel rond, jongen, wist gij dat?” Of we
vragen met piepstemmetjes: “Ivan, gaat het jongen?’ De situatie (een
uitsteeksel en een gat, Ivan het zijne dan nog) inspireren tot tal van moppen
die van zo bedenkelijk laag allooi zijn dat ze niet voor publicatie geschikt
zijn, zeker niet in een kristelijk maandblad van het niveau van Kraak. Eventjes
rijden we allemaal zonder zitten, uit solidariteit met Ivan, maar de enige die
dat kilometers lang uithoudt, op kop dan nog, is natuurlijk zijn broer. Wist U
trouwens dat Ivan de plezantste van de bende is? Dank zij zijn moppenkennis
haalden de KWB mountainbikers de trofee van grappigste ploeg binnen op de
KWB-quiz. Wat IQ-vragen betreft moesten we hen heel wat verder gaan zoeken in
de rangschikking, wat niet verwonderlijk is als je weet dat de ploeg uit Ivan,
Karel en Jan bestond. Nog een geluk dat Sammy, zoon van onze sponsor, meedeed.
De slimste mountainbikers, Rudy en Marc, komen spijtig genoeg op voor Jeugd HO
Kalken en wonnen de quiz. Volgens zoon Stefaan moesten daarna de deuropeningen
ten huize Rogiers wijder gemaakt worden. Ivan rijdt zonder zadel tot aan de
bevoorrading en dan voeren ze hem vandaar naar Oudenbos.
Na de ingerichte rit, zet ik op de terugweg
nog een lange solo-ontsnapping windop op, vanaf Oudenbos, gewoon door een paar
minuten voor de anderen te vertrekken – wie niet sterk is moet slim zijn. Maar
ik word uiteindelijk gegrepen op de brug van Hussevelde door … Ivan, die – en
danseuse, hij kan ook niet anders zo zonder zadel – me fluitend voorbijklimt. Mario
PS. Marc beweert altijd dat niets uit mijn verslagen
klopt. En zie, deze keer moet ik hem gedeeltelijk gelijk geven. Want, behalve
het feit dat hij voor de tweede keer naar het feestje van de 40-jarigen ging,
klopt er niets van wat ik hier over Marc geschreven heb. Was dat nog niet
opgevallen misschien?
PS. In het Vrijgeweide veroorzaakt Danny
een heftige discussie over het juiste gewicht van Rudy, die thuis was
afgeslagen. Volgens Danny weegt Rudy nog geen 80, volgens anderen weegt hij
minstens 90. Alle onderdelen worden gewikt en ‘gewogen’, maar we komen er niet
uit. Daarom richten we een tombola in. Vraag is: ‘Hoeveel zal Rudy Rogiers
wegen op 31 december middernacht 2002?’ Inleg per gok, een luttele 2 Euro, te
storten op mijn, euh op de rekening van de
Zondag 20 oktober 2002
Mannekes, mannekes. Als dat zo nog lang gaat
duren, zal het hier rap gedaan zijn. Voor den dezen toch. 12 km naar Lokeren,
daar een rit van 45, en 12 terug. Voor wie kan rekenen, zo goed als 70 km,
waarvan 30 door modder, bos en kassei en waarvan de laatste 40 voor mij, Jan,
Alain en Ivan pompen of verzuipen waren. De duwen in de rug van Rudy en Danny
waren meer dan welkom, en dat was lang geleden, maar het is harde realiteit.
Pas thuis om kwart na 12 zonder ommetje langs en nabespreking in ons stamcafé.
Jongens, wat heb ik weer afgezien. Neen, dit kan niet meer zijn, dit is geen
hobby meer. Voor de andere 6 waren er geen problemen. Een verrassend sterke Raf
(meer dan 52 nu al) en een soepel rijdende Dirk, voor wie het bijna iedere week
afzien is, maar deze week liep het vanzelf. Het kan verkeren. Voor Luc en Karel
waren er ook geen problemen. Om jaloers van te zijn. Rudy had niet zo goeie
benen, zei hij, maar ik wil nog wel eens een paar weken die van mij wisselen
voor zijn slechte. Rijdt er dan nog een gast mee die nog zotter is dan wij. Die
kwam van Merelbeke, en terug, en voorwaar, hij reed bijna even sterk als Rudy
in het veld en even sterk als Danny op de baan. Die laatste heb ik wel
vervloekt toen het op de baan zo rap ging dat ik de rol verschillende keren
moest lossen. Zondagmorgen vroeg opstaan, in de kou vertrekken, 3 uur aan een
stuk alles geven wat er in je lijf zit, versleten en pompaf thuiskomen, dan nog
die velo moeten kuisen, smerige kleren wat proper maken voor de was, een
bemodderd en bezweet lijf wassen, de rest van de dag maar half helder zien door
vermoeidheid en door modder in de ogen. Ziedaar, mountainbiken met de
Kawacko’s. Nee, het is echt een hobby die ik iedereen kan aanraden. Nog melden
dat we te laat vertrokken doordat Ivan niet kon beslissen of hij nu met of
zonder zadel zou rijden. Hij was het nu gewoon zonder, maar dat achteraf
chirurgisch verwijderen van die fiets uit zijn achterwerk was er hem toch
teveel aan, zodat hij toch maar met zadel aan de start verscheen. Mario
Kalken
Verslagen
Mountainbike (More-vélo)
Zondag 27 oktober 2002
De zwaarste storm sinds 10 jaar woedt over Europa. Er
zijn er 5 aan de start: Rudy, Bart en Raf, Jan en Christ. Ik was er zeer graag
bij geweest. Op hemelvaartsdag 2000 belandden we ook zo in een orkaan.
Onvergetelijke belevenis. "Macho-gedrag" zegt mijn vrouw, maar neen,
echt waar, het is opperste zuiverste natuurbeleving, het gevecht tegen de
elementen en dat kan niet zonder een portie schrik. De veif zein vijlig terug
thuis geraakt. Ze hadden de bomen gezwicht. De volgende storm ben ik er zeker
bij! Mario
Zondag 3
november 2002
Eindelijk, terug van (5 weken) weggeweest! U hebt het
waarschijnlijk al door, dit is nog eens een verslag van uw interim
verslaggever. Ik zie het u al denken, … eindelijk nog eens een verslag met
daarin de waarheid en niets anders dan de waarheid! En gelijk hebt u.
Het was een georganiseerde rit in en rond Kalken met
start en aankomst in het Wilbragebouw. Een puike organisatie van onze Kalkense
wielertoeristenclub “Calckine” met om en bij de 700 deelnemers.
Ik ga niet al de namen noemen van alle KWB
mountainbikers die meegedaan hebben, zo kan er mijn niet aangewreven worden dat
ik weer eens iemand over het hoofd gezien heb. Wat ik wel kan zeggen is dat
Mario er niet bij was. Gelukkig voor mij want mijn wederoptreden na 5 weken
inactiviteit gaf weer aanleiding tot “snot en slinger toestanden” zoals in (lang)
vervlogen tijden. Ik mag er niet aan denken wat Mario hierover weer zou
geschreven hebben, maar ja hij was er niet bij …
Ik was niet de enige die mijn wederoptreden vierde
die dag, ook onze alomgeliefde sponsor Rudy V. was terug van de partij en dat
na een afwezigheid van verschillende maanden. Een aantal onder ons dachten dat
hij niet meer zou mee rijden, want geef toe het is niet evident dat een man “op
rijpere leeftijd” na een drietal maanden van inactiviteit, terug zijn plaats
inneemt in “het peloton”.
Over de prestaties van “de zotten van de bende van
Rogiers” (zoals we door sommigen genoemd worden) kan ik niet veel schrijven. De
reden hiervoor is dat ik bijna gans de rit achteraan reed (uit solidariteit met
Rudy V. …) in het gezelschap van Rudy R. en Danny F. wiens armen op het einde
van de rit minstens evenveel pijn zullen gedaan hebben als hun benen. Wie er
ook nog in ons gezelschap achteraan vertoefde was Ivan R., precies alsof die
ook al een aantal weken niet gereden had of was de oorzaak ergens anders te
zoeken … ?
Het moet gezegd worden, de “wederoptredende” konden
het tempo van de anderen niet bijhouden. Dat tempo lag bijzonder hoog, en om
zich een weg te kunnen banen tussen de vele deelnemers op het parcours moest
men regelmatig het lied aanheffen met het alomgekende refrein “rijen, rijen,
rijen, stoempen, stoempen,stoempen, uit de weg loempen”.
Dat parcourskennis van grote waarde kan zijn werd
nog maar eens bewezen in deze rit. Toen we naar het einde van de rit toe
ongeveer halfweg van de Kalkense Vaart linksaf moesten langs “het wegeltje naar
den Blauwen Steen” wisten de kenners al wat er hen te wachten stond. Het anders
al zo moeilijk berijdbaar paadje naast een (serieuze) sloot lag er na de regen
van de laatste dagen, en na de passage van een paar honderd mountainbikers
bijna onberijdbaar bij. Toch was daar nog een (onbekende) wijsneus die dacht
dat hij wat meer kon dan een ander en koste wat kost wilde blijven rijden.
Gevolg … een prachtige duik (8,5 op tien), volledig “kopken onder”. Machtig om
te zien gebeuren, goed voor de lachspieren.
Zoals hierboven reeds geschreven konden een aantal
onder ons niet volgen. Die kwamen dan ook binnen met een respectabele
achterstand samen met diegenen die “hand en span diensten” verleenden (waarvoor
dank). Maar wat zagen wij tot onze grote verbijstering toen wij aankwamen? De
straffe mannen die diep gegaan waren op de fiets waren nu ook diep aan het gaan
aan een “druppelkot” in de omgeving van het Wilbragebouw. Hoe is het mogelijk
!! Mannen toch, ge pleegt roofbouw op uw lichaam !! Zo diep gaan op de fiets en
dan zo diep gaan in de druppels dat is van het goede teveel. Ge gaat van het
ene wat meer moeten doen en van het andere wat minder. Ge moogt zelf kiezen van
wat ge wat meer en van wat ge wat minder gaat doen …
Interim verslaggever, Marc
Zondag 10 november 2002
Twee keer niet kunnen meedoen en er is veel regen beloofd, zodat ik er
ferm tegen op zie. Een triestig leven dat ik heb! Velen zouden er in mijn
plaats al de brui aan gegeven hebben. Ik moet zeggen dat ik het ook allang zou
opgegeven hebben als ik er bovendien nog moest uitzien als Marc. Marc was de
hele week ziek en ging niet meerijden, maar omdat Rudy gisteren gezegd had dat
hij gewoon een oude zaag werd, verscheen hij toch aan de start. Zo is hij:
liever doodvallen, dan een oude zaag zijn, de oude zaag. Ik vertrek dik
ingepakt, vooral aan de voeten: met schoenovertrekken (zoals de 13 anderen) en
dan nog eens met Duck-tape toegeplakt. Als ik thuiskom, stel ik vast dat mijn
voeten toch doorweekt zijn. Ja, zo drie uur door weer en wind gaan rijden,
bestaat er een mooiere bezigheid voor de zondagmorgen?
Maar met die regen valt het nog mee, al ligt alles er beslijkt bij. Er
zijn veel mensen op de wereld, ook zo bijvoorbeeld veel bomen, er is veel
armoede en miserie, maar er is nog meer modder. En ge moet er eens op letten:
Vooral als het geregend heeft. We rijden naar de ingerichte rit van 30 km in
St. Anna, die ons onder andere in omgekeerde richting op het
Ik zweet me dood in mijn plastic regenvestje en in St. Anna doe ik het
uit. Gelukkig komt er geen druppel regen meer. Danny heeft een vestje dat
'ademt', zegt hij. Als ik vraag waar hij dat gehaald heeft, zegt hij dat hij
het voor zijn verjaardag van Nancy heeft gekregen. Je hebt toch gelukzakken: ze
verjaren, ze krijgen cadeautjes die ademen, en ze zijn getrouwd met Nancy. Wist
je trouwens dat Danny meedoet met het programma Witte Raven. Hij is nu van
beroep gendarm en ze zullen proberen om er in een maand tijd een goeie gendarm
van te maken. Tja, het programma mag wel eens mislukken ook zeker, om er de
spanning in te houden.
In St. Anna, schrijven we ons in, we draaien de eerste bocht om, en
psjjt, platte band voor Karel. Nele toch! Halfweg het parkoers een knal van
jeewelste. Het is Bart, die samen met Raf het meest indruk maakte tijdens de
eerste helft van de rit. Natuurlijk Bart. Zijn voorvelg gewoon uiteengeknald.
Bart remt nogal graag en bruusk, misschien is het dat dat zijn velgen het rapst
verslijten. Nog een geluk dat het net gebeurt als we traag een scherpe bocht
moeten nemen. De GSM uitgehaald en naar pa Van Hecke gebeld, die op
zondagmorgen nu eens voor de verandering naar Waasmunster mag rijden. Die mens
heeft toch al afgezien met die jongen. Bijna elke week is er iets mee. Als het
zijn hersens niet zijn die hij schudt, dan is het wel iets met zijn vélo.
De puikste prestatie van de dag komt van Jan Willems. Die neemt de kop
van voor Overmere, blijkbaar aan voldoende hoog tempo, want niemand voelt zich
geroepen om over te nemen, maar bovenal, hij wint dan nog de sprint ook.
Sponsor Rudy, sinds verleden week heropgetreden, schiet tekort om te winnen,
maar daar kunnen we nog inkomen, na 2 maand afwezigheid. Ivan probeert er nog
over te komen, maar niets gekort. Dat valt ons tegen van onze rassprinter, maar
ja, de verklaring is niet ver te zoeken: ik stond gisteren achter hem in de
drankcentrale toen hij zijn drankrekening kwam betalen. Amai, en ik die dacht
dat ik soms eens wat teveel dronk. Broer Rudy mengde zich zelfs niet in de
sprint, zogezegd omdat hij nog wat moest duwen achteraan de groep. Een flauwe
uitvlucht, Rudy! Is het einde van het Rogiers-imperium aangebroken? Het werd
eens tijd zeker.
Als Jan nu nog met een garde bou op zijn achterwiel
zou willen rijden, zou het helemaal goed zijn. Met zo een weer zonder garde bou
en je hebt een gordijn van 10 meter modderwater achter je, recht in de ogen van
je kompanen. Daarenboven Jan, je spat je eigen gat nat. (Dat is rijmen en
dichten zonder dat van mij op te lichten, al had ik dit, omwille van het rijm,
liever tegen Pat verteld). Dus, ik zou zeggen, doe het niet voor ons, Jan, doe
het voor je eigen zelf zelf zelf en vooral voor je achterste.
Als we om 12 uur vuil en smerig aankomen in het Vrijgeweide, zitten daar,
proper gewassen in koerstenu, gezellig achter hun ik-weet-niet-hoeveelste pot,
Geert en Frank. Ja, dat zou ik met die van ons niet moeten proberen: haar
wijsmaken dat ik ga rijden en op café gaan. Mannekes, mannekes. Mario.
Nagekomen
bericht in verband met de sprint: er zou een vrouw in de weg gelopen hebben,
zodat ze Jan niet konden kloppen. Jaja. Er was weer een vrouw in 't spel.
Zondag 17 November 2002
Rudy R, Rudy V, Danny, Luc, Guy, Bart, Ivan, Koen De Bosser en uw verslaggever
van dienst zijn de dapperen die de eerste (relatief) koude zondagmorgen van dit
najaar trotseren. Voor Rudy V. was het zelfs iets te kou en hij keerde vlug
huiswaarts om één of ander soort hoofddeksel te gaan halen. Hij vond het te
koud aan de knikker. Zou het dan toch waar zijn dat er zich een holle ruimte
bevind onder zijn schedelpan waar de kou vrij spel heeft?
Ikzelf verschijn aan de start
zonder achterremmen. Rudy R. had mij wel beloofd dat hij er ging meebrengen en
ter plaatse monteren … op voorwaarde dat ik de zaterdagavond een bezoek bracht
aan de KWB boekenbeurs waar hij achter den tap stond. Van chantage gesproken.
Nadat Rudy R. de achterremmen
gemonteerd had konden we vertrekken richting Lede.
Nog maar in Uitbergen
aangekomen en Rudy R. moest de 2 snelheidsmaniakken Bart en Danny reeds ter
orde roepen. Ze vertrokken aan zo een hoog tempo dat er na een paar kilometer
al een paar onder ons een kleurtje kregen dat er niet gezond uit zag. Maar te
snel rijden eist zijn tol, vorige week ontplofte de velg van Bart (zijn fiets)
en deze week was het de beurt aan Danny. Wanneer we Uitbergenbrug waren
opgeklauterd als echte cyclocrossers met de fiets op de schouder was Danny zo
gehaast (want hij was als laatse boven) dat hij nogal onzacht op de fiets en af
den trottoir vloog met als gevolg een enorme pattat … de velg uit elkaar
gereten … over en uit.
Ge zult het al gemerkt hebben
bij het lezen van de namen in het begin van dit verslag dat er een nieuwe
meereed. Nu het officiële wielerseizoen afgelopen is zijn er een paar van die
echte coureurs die hun conditie op peil willen houden en die vinden er dan niet
beter op om met ons mee te rijden. Koen De Bosser (ik hoop dat ik zijn naam
juist schrijf) is zo iemand, en dat hij poer in de benen heeft, heeft hij al
bewezen door het Kalkens kampioenschap op rollen te winnen. Gelukkig is Koen
nogal nen wijzen mens en spaart hij ons, zeker op de weg, in het veld durft hij
wel serieus doorduwen… maar ja zo zijn er nog.
Ook de deelname van Tim Roels
was aangekondigd, maar het zal voor een andere keer zijn.
Als ik in zo een gezelschap
kan fietsen wordt het misschien wel eens tijd dat ik startgeld ga vragen …
De rit is vrij rustig
verlopen. Dat was maar best, want verschillende veldstroken lagen er enorm
zwaar bij. Er was zelfs tijd om even te stoppen en een banaantje te nuttigen,
Rudy V. merkte terecht op dat dit reeds lang geleden was.
Guy had naar het einde toe een
beetje pijn in de rug. Ofwel was dit het gevolg van zijn modder valpartij in de
velden van Lede, ofwel heeft Rudy R. hem te veel en te hard geduwd?
Dat de spurt op het einde
steeds belangrijker wordt zagen we toen we huiswaarts keerden. In Oordegem,
lichtjes bergop en lichtjes wind tegen zat Bart op kop met daarachter Guy die
geduwd werd door Rudy R. Ineens besefte Bart dat hij zijn winstkansen in de
spurt aan het verspelen was en zwenkte links weg zodat duwende Rudy en geduwde
Guy pal in de wind kwamen te zitten. Dat kon ik niet aanzien, en met de weinige
kracht die nog in mijn benen zat heb ik mij maar op kop gezet. Koen had het
direct in de mot en kwam mij daar nogal snel aflossen en hield een goed tempo
aan tot in Wetteren, waarvoor dank.
Op het einde van “de langen
end” de tweede ontploffing van de dag. Niemand heeft iets gehoord of gezien,
maar ik heb het gevoeld … het waren mijn benen! Door die “ontploffing” ben ik
maar afgedraaid in de Krimineelstraat met als gevolg dat ik die heerlijk
verfrissende Leffe(s) in het Vrijgeweide heb moeten missen.
Interim verslaggever, Marc
![]()
Bijkomende opmerking. "Marc, uw benen zijn al ontploft." Ik zou
zeggen: "Doe zo voort! Nu nog de rest."
Kalken
Verslagen Mountainbike
(More-vélo)
Zondag 1 december 2002
De eerste dag van de laatste maand van het jaar. Jaja ’t ga rap. Ondanks de dreigende wolken, en strakke wind, toch 9 moedigen op het kerkplein. Benjamin Bart, Senior Raf, Jan W., Geert B., Eddy T., Dirk H., Guy R., Rudy en Ivan R. Omdat er in de nabije omgeving geen ingerichte tochten zijn, vertrekken we richting Wachtebeke, voor wat een rustig herfstritje moet worden (sleurbeest Danny is er immers niet bij).
Als kleine variatie op onze aanlooproute, besluiten wij via Hussevelde te rijden, om daar, ter hoogte van de Steenbeek een nieuw stukje mountainbike-parcour aan ons roadbook toe te voegen. Eens deze klip genomen, vervolgen we gejaagd door de wind onze rit, het tempo mooi boven de 30 houdend. In Zeveneken herinnert Rudy, Bart nog eens fijntjes aan zijn techniek om “borduren” te nemen. In de laatste rechte lijn voor het domein wordt de snelheid nog een beetje opgedreven tot boven de 40, kwestie van te tonen dat zoiets zonder Danny ook kan. Wanneer we het domein binnenrijden, herinneren de vele tientallen ontwortelde en afgeknapte bomen ons aan de najaarsstorm van enkele weken geleden. Geert B. is hiervan zodanig onder de indruk dat hij in een vlaag van solidariteit met de uitgewaaide bomen eveneens tegen de vlakte gaat. Deze rijstijl, ook wel moreduiken genoemd, lijkt zeer confortabel, maar is echter niet zo efficient. Daarom besluit Geert dan ook maar de rest van de rit op zijn velo te voltooien. Valt het trouwens op dat de verslaggevers Mario en Marc er niet bij waren? Mario had familiale verplichtingen in ‘t buitenland (Poperinge), en Marc heeft ook nog een ganse week om iets te verzinnen. Om redenen welke straks duidelijk zullen worden, vond ik dat dit verslag echt niet kon ontbreken, en ben ik zelf maar in de pen gekropen. Enfin, het lag zwaar zoals dat heet, en na een van de vele slechtste stroken sluiten Dirk H. en ikzelf weer aan bij de groep. We proberen ons nog uit de slag te trekken door te zeggen “ We hebben Guy opgewacht, maar hij kwam maar niet af”, maar Guy had zich opgeofferd om een alternatieve route uit te stippelen, en stond ons even verderop fluitend op te wachten. Nadat we een volgend vettig stuk achter ons laten, en het zwart van voor mijn ogen begint weg te trekken, zie ik Eddy T. met een brede grijns naast mij rijden. Ik vraag hem wat hij zo plezant vind. Hij antwoord doodleuk “veel moore en wind op kop, zo heb ik het ‘t liefst.” Ik zit te moe om te reageren, maar denk er het mijne over.
De weg naar huis gaat tegen de wind, en sommigen proberen mij de kop op te dringen (brede ruggen vangen veel wind), maar Bart zet zich vooraan en klieft als het ware door de wind. Wat wil je met zijn profiel. Op de brug van de Bontinkstraat krijgen ik en nog een paar anderen het moeilijk, en vallen stil. En zowaar komt Rudy ook in de problemen. Wat wil je, met slechts 2 handen om te duwen, en 3 à 4 ruggen om geduwd te worden.
Eens terug op Kalkens grondgebied worden de posities voor de eindspurt ingenomen, maar net na het oversteken van de Gaverstraat probeert Jan W. het op een diefje. Iedereen kijkt naar iedereen, en meter na meter rijd Jan weg. Pokerface Rudy wacht rustig af, en één na één rijden de anderen ons voorbij, tot alleen Rudy, Bart en ik nog overblijven. Dan acht ik mijn tijd gekomen, en plaats een splijtende demarrage. Niemand blijkt te volgen, en de koplopers worden ter plaatse gelaten. Als ook Jan er moet aangeloven, kijk ik even om, probeer met mijn tong niet tussen mijn ketting te draaien, en zie dat de buit binnen is. Mijn gloriedag is aangebroken.
Mijn schrijfstijl mag dan niet zo vlot en gepolijst zijn dan die van Marc en Mario, maar een verlaggever die op het einde wèl kan afwerken is toch ook een iets anders.
Uw verslaggever
Ad Interim Bis. Ivan.
Zondag 8 december 2002
Het is heel goed mogelijk, beste lezer, dat U bij de aanvang van dit
verslag een sterk onwelriekende geur gewaarwordt. Probeer eens om hevig met het
achterblad van de Kraak te wapperen. Helpt het niet? Probeer eens met de
volledige Kraak te wapperen. Helpt het nog niet? Nee zeker. Ramen en deuren
open! Geen avans? Geen nood, als U verderleest gaat het vanzelf wel over. Deze
onaangename gewaarwording is vermoedelijk veroorzaakt door het lezen van de
laatste zin in het voorgaande verslag. Het is algemeen geweten dat er niets zo
stinkt als eigen stoef. Ja, het was nu eenmaal de afspraak dat Ivan het verslag
mocht schrijven als hij de sprint won (let wel, Marc en ik reden dus niet mee).
Anders wou hij niet met ons meerijden. Hebt U zich al afgevraagd waarom dit na
al die tijd pas het eerste verslag van Ivan is? Kijk, tot nu toe heb ik altijd
veel respect betoond voor Ivan en heb ik geprobeerd om de goeie kanten van deze
jongen te belichten, een verwezenlijking die zwaar onderschat wordt, maar nu
kan Ivan het op zijn buik schrijven. Daar is trouwens toch plaats genoeg en er
komt er elke week nog bij. Maar goed, zegt het spreekwoord niet: "Klein
gerief moet onder een afdakske hangen."
Dat dat dan juist moet gebeuren nu ik na een maand mijn wederoptreden
doe. In 2 jaar zo slecht niet gereden als vandaag! Ik had zelfs Ivan in de
sprint niet kunnen kloppen, zo slecht dat ik reed. En dan zijn we net nog met
17 aan de start, zodat ik afga voor het hele peloton. Iedereen + Koen De
Bosschere was er, behalve Bart en Marc. Bart deed mee aan het Belgisch
Kampioenschap
Ik denk dat Rudy de sprint won, gezien het lawaai dat hij maakte in het
Vrijgeweide.
Mario
Zondag 15 december 2002
In plaats van 17 gelijk verleden week, zijn we maar met 8. Rudy en die
zijn broer, maar die zijn naam ben ik eventjes vergeten. Als ik me goed
herinner, heeft hij ooit nog eens een sprintje gewonnen, maar aangezien hij het
verslag weeral niet schrijft ... Raf, Bart, ene Frank (ook een
We doen een korte ingerichte rit. Slechts 25 km. Maar dan wel erg vettige
kilometers en in Dendermonde, zodat we toch weer aan 65 km zitten en er weer
geen tijd is voor achteraf beschouwingen. Spijtig voor Rudy, die tegen
klasbakken als Bart en Frank de sprint wint met de vingers in de neus. Ik moet
niet meer geduwd worden, maar er staat nog geen vet op de soep. Het is een rit
rond voetbalvelden (Boonwijk, St. Gillis, Lutterzele) en over en onder
allerhande bruggen. Bart valt alweer 3 keren. Als hij dat nog afleert, wordt
hij volgend jaar Belgisch Kampioen
Kalken
De Moreduikers
Zondag 29 december 2002
Alweer de laatste rit van 't jaar. Verleden week waren er maar 5 dappere
zotten aan de start omdat het rond 9 uur bakken goot. Nu zijn we met 17: Rudy R
en Rudy V, Dirk H en Dirk VDV, Frank H, Geert B, Karel V, Jan W, Bart V, Marc
R, Piet VP, Guy R, Danny F, Luc K, Eddy T en den deze. Maar het weer is niet
veel beter. Doorweekt zijn we als we thuiskomen. De asfaltwegeltjes liggen er
al even smerig bij, en daar heb je bovendien veel meer last van opspattend
water, ook al omdat we dan dichter op mekaar rijden. Een nieuwe erbij, Tom. Een
geoefend oog ziet meteen dat hij niet scherp staat. Overgewicht, een beetje
gelijk Ivan toen die begon, maar bijlange zo erg niet natuurlijk. Ivan is er
weeral niet bij, maar het is dan ook algemeen geweten dat gazettecoureurs niet
graag nat worden. We vragen aan Rudy een parcours met zo min mogelijk more
voorzover dat mogelijk is met zo een weer. Eens naar Lede, zegt hij, maar zover
niet, juist efkes over de Schelde. Hij vergeet erbij te vertellen dat we dan
wel langs Serskamp terugkeren en zoals u uit vorige verslagen weet, smeriger
kunt ge niet vinden. Een parcours op maat van Dirk Hanselaer, die er verleden
week ook al bij was. Een echte moreduivel dus. Ja, die vakbondsmannen van het
De sprint wordt in gang getrokken door Dirk H., die al kwaad was omdat we
niet nog eens in de modder rond het kasteel van Laarne ploeterden. Hij krijgt
er maar niet genoeg van. Maar deze keer reageert Rudy meteen en rijdt hij
gewoon iedereen los. Ook nu weer geen café voor de meesten, want teveel schrik
dat ze dan teveel afkoelen en weer koud op die vélo door de regen moeten. We
zijn maar met vier dappere die nog meer schrik hebben om met dorst te moeten
thuiskomen .... Mario
Zondag, 5 januari 2003. (Kraak Maart 2003, n°
307).
Een verslag met een beetje vertraging, maar ik wilde bewust de
commentaren op mijn eerste schrijven afwachten. En terecht zo blijkt. Sorry
Mario, het spijt me, ‘k zal’t echt nooit ne meer doen. Het is natuurlijk
algemeen geweten, dat de waarheid soms hard aankomt, maar het was niet mijn
bedoeling U te kwetsen. Ik wist echt niet dat de stoere mannen uit Poperinge zo
licht geraakt waren. Serieus nu, het verslag.
Het is wreed gevroren, maar warm ingeduffeld verzamelen de moedigen
opnieuw onder de kerktoren. Na het uitwisselen van de beste nieuwjaarswensen,
vertrekken we richting Wetteren voor de ingerichte tocht van The Bridge. Er is
ook een gastrenner bij. Op het nieuwjaarsfeest van de familie Roelandt heeft
Marc in een vlaag van overmoed zijn kozijn, Martin, uitgedaagd om eens mee te
rijden met ons bende. Marc zou het dan wel eens tonen, hoe goed zijn conditie
wel is. Wie echter niet op het appél aanwezig is, ….. Inderdaad, hemzelve.
Bezorgd als wij zijn, passeren wij even aan zijn deur, om na te gaan of hij nog
onder de levenden is. Wanneer de deur opengaat, zien wij Marc’s grootvader
staan. Alléé, dat denken wij toch, maar het blijkt Marc zelf te zijn. Dus wij maar
verder zonder hem.
Eenmaal de tocht aangevat, blijkt dat door de vrieskou, sommigen
problemen hebben met het materiaal. Bij een zoveelste panne besluiten Frank en
ikzelf rustig verder te rijden, om niet volledig te verkleumen van de kou. De
rest haalt ons later wel bij.
Een kapitale blunder, zal later blijken, want we hebben niemand van de
groep nog teruggezien. Niemand???. Of toch wel. Een dik uur later zien we Karel
V. aan de kant staan. Als we hem vragen hoever de anderen nog achter zijn,
blijken zij al ver voorop te zitten. Karel zelf is achter gebleven na
aanhoudende problemen met zijn vastgevroren “pioen”. Eerst hebben de
mechaniekers van dienst geprobeerd de panne te herstellen, door
achtereenvolgens op de pioen te blazen (warme lucht), en te plassen (warm
water), maar niets mocht baten. Later probeert Karel nog met warme soep van de
bevoorrading, maar het was soep zonder ballekes, en met vet-arme
bouillonblokskes. Met z’n drieën beëindigen we de rit, en de anderen blijken
inderdaad al bijna thuis. Tot op heden weet nog altijd niemand wanneer zij ons
voorbij gereden zijn. Ik heb wel ne keer nen trok gevoeld, misschien waren zij
dat wel.
P.S. Nog even dit. Mario, als je in uw verslag spreekwoorden of
zegswijzen aanhaalt, gelieve deze dan juist te gebruiken. Het is niet “Klein gerief hangt onder een
afdaksken” maar goed gerief. Verslaggever
Ad Interim Bis, Ivan.
Zondag, 12 januari 2003. (Kraak Maart 2003, n°
307).
Vandaag rijden we naar de ingerichte tocht van Husdine in Destelbergen. Het
vriest nu al een week aan een stuk en bijgevolg ligt het parcours hobbelig en
keihard. Er is keuze tussen 25 – 35 en 45 km. Natuurlijk gaan wij voor de tour
van 45 km, de rest is voor de kinderen en bejaarden. Aangezien het overal goe
bolt, voel ik mij in mijn element, en op een mooi recht stuk veldweg pak ik de
kop, en geef er een lap op. Niemand komt mij voorbij, het lijkt wel op ik
vleugels heb. Maar het lijkt alleen maar zo. Op het einde van het rechte stuk
ga ik tegen de grond met een smak van 7.3 op de schaal van Richter. De
commentaren liegen er niet om. 8.8/10 voor techniek en moeilijkheidsgraad, en
9.3/10 voor uitvoering. Een totaalscore van 18.1, terwijl de limiet voor de
Olympische Spelen op 18.5 staat. Dzju toch, net niet. Mijn ego en mijn ribben
gekneusd, en een pijnlijke knie en heup zijn het resultaat.
Danny F. voelt zich ook in zijn sas. Wanneer hij aan de bevoorrading
lachend binnenkomt, vertelt hij dat hij onze Wigny-kok Heidi van de baan
gereden heeft. Wat hij er niet bij zegt, is dat hij ook tegen de vlakte gegaan
is, maar een gat in zijn broek en een schaafwondje in zijn gezicht, verraden
hem.
Als ik kort na de bevoorrading voor de tweede keer lek rijd, zakt mijn
moraal volledig in mijn schoenen, en besluit ik aan de volgende splitsing de
toer voor kinderen en bejaarden verder af te werken. Marc R., zoals altijd de
goedheid zelve, offert zich op om mij op mijn kalvarietocht te begeleiden.
Geert B., wegens een maand zijnen velo niet gezien, en Guy R. wegens te moe,
volgen. Al de rest doet den toer voor grote mensen. Voor de statistieken: Frank
H. valt nog twee keer plat, en Marc R. ook nog eens. Danny, die blijkbaar aan
het trainen is voor een triatlon, gaat na de rit al lopend naar huis. Goed
geprobeerd Danny, maar normaal begin je met zwemmen. Verslaggever Ad Interim
Bis, Ivan.
Zondag 19 januari 2003.
Kluisbergen.
Reeds om 8 uur
vertrekken we met een man of 17 naar Kluisbergen. We rijden rond langs Wetteren
om de 3 Wetteraars op te pikken. Dan zet de karavaan zich op weg. Rudy V. heeft
nogal gas met zijn camionette, zodat het ook gas geven wordt om hem te volgen.
Het is al de 3° keer dat ze in Kluisbergen meedoen, maar voor mij pas de eerste
keer. Ik ben er de hele week zenuwachtig van geweest, omdat ik niet echt in
vorm ben (de winterplagen) en ook al omdat ik nog maar zo weinig heb meegedaan
dit jaar. Blijkbaar ben ik zo nerveus dat ik net voor ik vertrek mijn ontbijt -
dat ik net zo mooi had opgegeten, weer helemaal naar buiten werk. Nog nooit
meegemaakt. Zo een zware inspanning mag ik dus met een lege maag aanvangen.
Daar word ik nog nerveuzer van. Meer dan 2000 man aan de start. We rijden al 2
km met de fiets bergop eer we aan de sporthal geraken waar de start is. 10 van
ons doen de 45 km, 10 doen de 25. Die laatste 10 beklagen het zich wel, want zo
een eind rijden voor zo een klein ritje, dat dan nog vooral over asfalt gaat.
Alleen de Patersberg en de Kwaremont krijgen ze voor de wielen. Ondanks alles
doe ik toch maar de 45 mee, en het lukt aardig, ook al omdat het dit jaar
inderdaad veel asfalt is. Een mooie rit, maar toch wat teveel volk. En zo een
bos ziet er natuurlijk proper uit als daar 2000 fietsers zijn gepasseerd.
Karatekid Karel let op de baan efkes niet op en haakt eventjes aan een andere
fietser. Hij rolt over het wegdek, recht de beek in, maar komt mooi op zijn
achterpootjes terecht, in spreidstand over de beek. Zo maakten onze
overgrootmoeders indertijd hun water. Mooi gevallen Karel – zo zie je dat karate
ook in het mountainbiken van pas komt, maar het is wel geen zicht. Kom maar rap
weer uit die beek. Na de rit wacht ons een koude douche, met name een koude
douche. Niet verwonderlijk dat het warm water op is als er zo een 1000 man
douchen. Het schijnt dat de nabespreking in het Weike lang is uitgelopen. Maar
daar waren Rudy, Jan en ik niet bij, want wij waren om een nieuwe vélo in
Geraardsbergen. Wacht maar, mannekes. Mario
Zondag 26 januari 2003.
Grembergen.
Met 12 naar Grembergen, om aldaar een rit van 40 km te doen. De
feestmaaltijd ter ondersteuning van Tim Roels heeft weer slachtoffers gemaakt,
want bvb. Marc (die gisteren nog zijn vélo stond te kuisen en zichzelf dus
blijkbaar nog altijd niet kent), Rudy V. en Eddy T. waren er niet. Karel wist van
die rit in Grembergen, maar kan zelf niet mee. Als we na kleine 20 km in
Grembergen komen, is daar geen mountainbiker te zien. De Karel heeft ons goed
liggen, denken we, maar dan blijkt er toch iets ingericht, alleen is er weinig
opkomst. Aan de eerste bevoorrading besluiten Guy en Dirk om de 25 te doen. Het
is dan al kwart voor 11. Was ik maar mee geweest. Volgende keer ga ik mijn
verstand gebruiken.
Raf, Luc, Jan, Bart en zijn vriend Frank, Rudy en die zijn broer Ivan,
Danny en die zijn vélo, pompier Peter en ekik doen de 40. Schoon en vettig
parcours, met lange, lastige stukken, daar niet van. En het blijft droog tot zo
tegen de middag.
Als we op 3 km van de aankomst op de baan Lokeren- Dendermonde uitkomen,
is mijn pijp uit en wil ik direct naar huis rijden. Maar nee, we moeten persé
eerst nog naar Grembergen, omdat ze allemaal denken dat we allemaal prijs
zullen hebben met de tombola omdat de opkomst zo laag was. Maar het wordt
noppes, niente, niets, nada. Zes km voor niets bijgereden. De lange, natte
terugweg is er voor mij teveel aan. Al zijn er een paar die ook wel eens de rol
moeten lossen, ik ben er het ergst aan toe. Ik denk toch dat ik hier te oud
voor aan het worden ben, zeker als ik zie hoe dergelijke inspanning voor de
meeste anderen van onze bende niets voorstelt. Voortdurend in het opspattend
sop, verdrink ik bijna. En mijn benen willen niet meer mee, zodat ze me
regelmatig mogen bijduwen. Pas om halfeen thuis. Doorregend, doorweekt,
doorzopen en door en door nat. Verkrampt, verzuurd en ver dood. Uitgeput,
uitgehongerd, uitgeregend en de rest van de zondag uitgeteld. Het duurt 10
minuten voor ik uit mijn natte kleren en doorweekte, 'waterdichte' schoenen
raak. Nog eens 10 minuten voor een douche, maar ik krijg geen warm. En dan
direct mijn bed in waar ik nog een kwartier luidop lig te klappertanden, en een
half uur lig te rillen. In plaats dat ik warmte uitstraal en zo de dekens warm
maak, straal ik kou uit, die van de dekens weerkaatst. Pas na een uur komt er
wat warmte in mijn lijf. Op mijn nieuw speelgoedje, een hartslagmeter, staat
dat ik gedurende 3 uur en een kwartier een gemiddelde hartslag van 157 slagen
per minuut gehaald heb. En eigenlijk zou ik maximaal maar tot 150 mogen gaan...
Genoeg sport gedaan voor 3 maand ver? Mario
Kalken
De
Moreduikers
Zondag,
2 februari 2003. (Kraak Maart 2003, n°
307).
Eigenlijk moet ik dit verslag
beginnen op zaterdag 1 februari. Zware sneeuwval, uren lang. Alles
ondergesneeuwd, er wordt zelfs een sneeuwruimer ingezet op de provinciebaan. De
mountainbike freaks zien hun zondagse rit verdwijnen als sneeuw voor de zon, of
toch niet? Rudy V. belt Marc R., Rudy V. belt Rudy R., Marc R. ziet Luc K.,
Dirk H. ziet Marc R, … allemaal hebben ze dezelfde vraag: ga je rijden morgen?
Den enen wil niet onderdoen voor den anderen; den enen zot maakt den anderen
zot zot…
Gevolg van al dat heen en weer gebel… 11
zotten aan de start zondagmorgen om 9 uur. Bijna vergeten te vermelden, om 8
uur zondagmorgen belt Eddy T. naar Marc R., ge moogt eens raden waarom.
Met z’n elfjes (is dit geen spellingsfout?)
dus : Rudy R., Karel V., Jan W., Raf V., Eddy T., Dirk H. Marc R., Rudy V., Luc
K., Dirk VdV en een kennis van Bart (van wie ik de naam niet ken).
Wie er onder andere niet bij zijn :
·
Bart: naar, of verloren gelopen in de Ardennen.
·
Danny F.: bang voor te vallen (mietje!).
·
Ivan R.: is hij dan toch een gazettencoureur zoals Mario schreef in een
vorig verslag.
·
Mario: nochtans verwacht met zijn nieuw machien. Ik heb horen vertellen
dat hij zijn nieuwe fiets nog niet heeft omdat hij een paar zaken extra besteld
heeft na de zware rit van vorige week
o
Steunwieltjes
o
Banden gevuld met meewind (tegenovergestelde van tegenwind)
o
Een elektrisch motortje op het achterwiel
o
Een handvat achteraan op het zadel (om rugpijnen te vermijden telkens hij
moet geduwd worden)
o
Een verwarmd zadel (zodat hij (?) niet meer vervroren is al hij
thuiskomt)
o
Een stuur in plastic (nee niet omdat dit lichter weegt, maar omdat dit
niet roest wanneer hij erop zevert)
Ge ziet onze Mario heeft er weer heel wat geld
tegenaan gegooid, als dat maar geen parels voor de zwijnen zijn. Ik kan toch
niet laten om te reageren op het verslag van Mario van vorige week. Hij
schrijft daarin dat het hem wel 10 minuten koste om zijn kleren uit te krijgen.
Ik kan alleen maar hopen voor hem dat dat in zijnen jongen tijd wat vlugger
ging …
De eerlijkheid gebied mij ook te zeggen dat op
het moment dat Mario half dood zijn bed probeerde in te kruipen, ik hetzelfde
meemaakte maar in de andere richting (er probeerde uit te kruipen bedoel ik).
Vol houden Mario, kijk maar eens naar mij …
Nu nog een
paar woordjes over de rit zelf.
Velen onder ons hadden gehoopt dat het wat
freewheelen zou worden in de Kalkense Meersen, maar nee het werd een stevige
rit van ongeveer 40 km. Het moet een prachtig zicht geweest zijn met al die
sneeuw, maar we hebben er niet van kunnen genieten. Het was 100% geconcentreerd
rijden, want in een wegeltje rijden met tussen de 5 en 10 cm sneeuw, rechts een
prikkeldraad en links een beek dat vraagt uiterste concentratie en de nodige
dosis stuurmanskunst. Vraag het maar aan Luc K.
We leggen een gekend parcours af, via
Hussevelde naar het Heiende, zo naar Berlare, en via Uitbergen en de Kalkense
Meersen naar ons eindbestemming Het Vrijgeweide.
Wanneer we voorbij Ivan zijn deur rijden zien
we hem voor de venster staan, wedden dat het zal gepiekt hebben omdat hij er
niet bij was…
Er zijn vele mogelijkheden om naar het Heiende
te rijden, en Rudy R. besluit om langs de Vogelzang te rijden. Jawel u leest
het goed, de 2 km lange anders al zo moeilijk berijdbare kasseistrook, nu nog
eens volledig ondergesneeuwd daarbovenop. Dat Rudy R. in hogere sferen geraakt
al hij over de kasseien mag dokkeren, dat weten we al langer. Maar als daar nog
eens 5 cm sneeuw bovenop ligt, dat geraakt hij helemaal in extase. Vandaar dat
hij halfweg de Vogelzang al niet meer te zien was…
Op weg naar de Berlaarse bossen was het heel
voorzichtig te zijn om niet onderuit te gaan. Iedereen zat wat verkrampt op
zijn fiets, genoeg afstand houden, niet te snel, kortom uiterst voorzichtig.
Opeens vindt Rudy R. het nodig om mijzelf en Rudy V. om beurten een flinke duw
in de rug te geven zodat we vooruit schieten op de spiegelgladde sneeuw. Ik
moet zeggen dat zo’n flinke duw in de rug anders altijd zeer welkom is, maar
deze keer was het echt niet nodig.
Dat er in zo omstandigheden maar 1 uitschuiver
was (Raf V.) betekent toch dat de meeste onder ons toch wel iets kunnen met die
fiets tussen hun benen.
Zo een besneeuwd parcours heeft als nadeel dat
ge steeds moet stoempen op de pedalen, nooit licht lopend. Ge kunt niet in het
wiel hangen, te gevaarlijk. Maar het heeft als voordeel dat er niet (kan)
gespurt worden op het einde. Gelukkig maar want voor mij was de kleur van de
sneeuw al overgegaan van spierwit naar donkerzwart.
Na de rit nog wat napraten tussen (soep)pot en
(leffe)pint, en dan naar huis om van de triomftocht van de Belgen in het W.K.
veldrijden te kunnen genieten. Marc
Zeg Marc, was dat dan met of zonder koude
spruiten op uw knie?
Zondag,
9 februari 2003. (Kraak Maart 2003, n°
307).
St. Lievens-Houtem. Grijs, droog en relatief warm (10 graden). Krist
staat zelfs al in korte broek aan de start. Rudy en ik rijden zonder
handschoenen, maar Rudy kan zijn handen wel voortdurend warmen aan de ruggen
die hij duwt. Verder nog Karel, Raf, Ivan, Guy, Eddy, Jan, Frank Aerssens, die
regelmatig eens begint mee te rijden, Dirk H., Luc, en Danny.
Het wordt een rit van 60 km aan 24 per uur.
Een straffe prestatie, als je weet door welke modderpartijen we nu weer
allemaal geploeterd zijn, met nog klimwerk erbovenop. Nog nooit meegemaakt,
maar op sommige plaatsen is die modder echt een diepe brei. Pap, zeg maar. Dat
komt door de moto's die erdoor ploegen, zegt Rudy. Ja, het wordt een plaag. We
gaan daar eens iets moeten aan doen, zeker. Duizenden
Danny staat weer verschrikkelijk fel. Altijd
maar weer naar die kop en sleuren, sleuren. Halverwege merkt Eddy iets aan zijn
wiel. Rudy ziet dat zijn velg op springen staat en daarom besluit Eddy maar om
rustig huiswaarts te keren, vergezeld door Guy, die al genoeg heeft afgezien.
Ik geloof dat we dit jaar al meer miserie gehad hebben met velgen dan met
banden. Er rijdt bijna niemand meer plat (alhoewel: als ik er bij ben, ik lees
juist in de andere verslagen het omgekeerde). Terwijl we wachten – Ivan hangt
bij te komen rond een elektriekpaal – slaat mijn hartslag plots op 221, en die
van Karel ook op 221. Blijkt dat die hartslagmeters de beide hartslagen
oppikken en optellen als ge te dicht bij mekaar komt. Onze hartjes van Karel en
mij kloppen saampjes. Alhoewel, we kwamen nu toch ook weer ZO dicht niet, vind
ik.
A propos, Ivan, ik ken mijn spreekwoorden ook wel: Het is inderdaad niet
“Klein gerief hangt onder een
afdaksken” maar goed gerief.
Maar de trouwe lezer weet ondertussen dat ik soms de spreekwoorden aanpas aan
de werkelijkheid.
Ook Raf heeft weer goed op zijn rollen
getraind, want hij is veruit de beste, zeker in de eerste helft van de rit.
Ivan en ik zitten om ter meest af te zien. Wat is dat toch, dat het maar niet
meer wil lukken, en dat ik nu zelfs al maar op het niveau van Ivan meer zit? Zo
laag gevallen. Telkens als Dirk me in het veld voorbijsprint, roept hij:
"Komaan, Mario, pik aan." Eer hij dat gezegd heeft, is hij al weer 5
meter verder. En daarbij, Dirk, met uwen 'Pik aan, pik aan', ik ben geen
kieken, hé. En als ze roepen van 'Pak mijn wiel', dan doe ik dat ook niet meer.
Ze gaan me daar geen twee keer liggen hebben, zulle, want dat doet echt
verschrikkelijk zeer aan uw hand.
De laatste inspanning van de dag
is het stort nabij Balegem. Een asfaltklimmetje dat overgaat in een klimmende
veldweg en op de top zoek je maar zelf in welke greppel modder je verder wilt
sukkelen. Verleden keer dat we hier voorbij kwamen was ik nog eerste boven, nu
kom ik 50 meter achterop aangesukkeld. Het kan verkeren, zei Brede Ro, of was
het Dikke Vandale die dat zei? Hier is het ook altijd goed opletten dat we Ivan
niet uit het oog verliezen, want eens ge hem kwijt zijt, vindt hem dan maar
weer tussen de andere rommel.
Hoe slecht ik ook rij, op de weg tussen
Oordegem en Wetteren, zie ik dat alles relatief is en dat ik eigenlijk nog niet
mag klagen. Ik denk dat we tegen de 40 rijen als we een paar wielerterroristen inhalen.
Op onze dikke vuile vélo's met zware banden, vliegen we die ragfijne proper
opgekuiste fietskes op flinterdunne bandjes voorbij. Ze kunnen zelfs niet eens
aanpikken, en daarom zijn het dus zeker ook geen kiekens.
Luc vertrekt van op kop alleen. Al vanin
Wetteren omdat Danny expres het gat laat vallen. Tot in Kalken alleen op kop
met een kloof van 100 meter maximum. Tot Rudy er komaf mee maakt. Mario
Zondag,
16 februari 2003. (Kraak Maart 2003, n° 307).
Met 14. Bart, Danny, Dirk, Dirk, Luc, Marc,
Ivan, Rudy, Rudy, Jan, Karel, Eddy en ik. Schoon droog vriesweer. Naar
Waasmunster. 58 km. Een parkoers als een autostrade, naar onze

Zondag,
23 februari 2003. (Kraak Maart 2003, n°
307).
Op het turnfeest van Vrank en Vroom
gisteravond waren veruit 3/4 van de Moreduikers aanwezig, omdat de meesten
(Luc, Eddy, Marc, Peter Baetens, Rudy R., Rudy V., Geert, Dirk H., Guy, Raf,
ik) een dochter(tje) hebben dat turnt. Even sportief als hun papa's en even
knap als hun mama's (hum hum – ik hoop dat ik hiermee scoor bij het vrouwvolk).
Karel, Jan, Krist en Bart zijn op het strand van Oostduinkerke gaan fietsen.
Onzen Bart zet een schitterende prestatie neer in de Coast Race
(www.neverest.be) en eindigt als 9de bij de Junioren. Hij werd dan ook op het
podium geroepen alwaar hij een zwemeendje en een strandschepje in ontvangst
mocht nemen. En d'r zat nog veel meer in ... als Bart geen 10 keer gevallen
was!!! Eddy is gaan raften. Danny moest werken. Geert en Frank zitten met
andere bezigheden. We dachten dan ook dat we met niet teveel gingen zijn, maar
er staan er toch 11 aan de kerk. Marc, Rudy V. en ik hebben gisteren dankzij
ons drankmisbruik de turnclub nogal zwaar gesponsord, maar we staan toch fris
aan de start. Verder nog Dirk H en Dirk V, Peter B., in een vorig verslag
verkeerdelijk als Peter pompier bestempeld, maar dat was een
persoonsverwisseling van mijnentwege, waarmee u ziet dat zelfs de allerbeste
verslaggever (van de 3) zich kan vergissen. Verder nog Frank A., de brothers
Rogers, Luc, en Guy. Dirk VDV staat er, na zijn mindere prestatie verleden
week, met een nieuw fietske. Amaai, zegt Marc, als ik iedere keer dat ik slecht
rij, een nieuw velo moest kopen, ik zou er wel mee zijn. Dat is waar ook, Marc,
zo ieder jaar 52 velo's moeten kopen. Rudy zou kunnen stoppen met voegen. Voor
de 2° week op rij, lekker zonnig, droog, lichtgevroren en weer naar
Waasmunster.
Op de geasfalteerde dijk rond het Molsbroek
steken we een man of 15
Het wordt de rit met verscheidene aanslagen op
uw dierbare verslaggever. De eerste aanslag komt van Dirk VDV die me van de
baan probeert te rijden. Mislukt. Vijf minuten later koepeert Ivan me op een
verschrikkelijk brutale manier, de egoïst. In de beruchte zandbocht, net na de
eerste bospassage, moet bijna iedereen afstappen. Als ik net weer 2 meter aan
het rijden ben, komt Ivan daar af – hij was dus achter natuurlijk - en hij
denkt dat hij er al rijdende kan door geraken. Sinds hij de afdankertjes van
Rudy mag dragen (die zijn ouwe Tulip truitjes), zoals dat dikwijls het geval is
met de jongste (niet bij Dirk en Frank, want Frank was altijd groter!), denkt
hij dat hij evenveel kan als zijn broer. Hij kiepert dan ook omver, mij boenk
bots kloef meesleurende in zijn val. Ivana Bin Laden en ik liggen daar schoon
te spartelen in de zandbak in het zonnetje. Eer we bekomen zijn van het lachen,
zijn de anderen al ver weg. In Waasmunster begint Peter dan nog plotseling keihard
te roepen van 'Allah, Allah!!'. Eerst is iedereen verrast, maar dan roept de
helft van de bende lustig mee. Ik zet me al schrap om een derde aanslag door
Osama Bin Ivan voor te zijn, maar het blijkt dat Peter daar ievers een tante
van hem in haar deurgat heeft zien blinken, en dat die tante Anna noemt.
We bevinden ons om halfelf al op de terugweg,
maar dat is zonder Rudy R. gerekend die nog een ommetje van voorzeker 15 km
langs Grembergen, Schoonaarde, Uitbergen, de Schelde volgend, voor ons in petto
heeft. Het wordt afzien door de wind en het hoge tempo dat eerst Rudy en daarna
Luc opleggen. Luc is al heel het jaar in vorm en verbetert iedere week nog. Om
zjaloes van te zijn. Het gaat zodanig rap dat er vanachter regelmatig enigte
uitwaaien en omdat Rudy dat niet allemaal meer geduwd krijgt, moet Luc het
tempo een beetje laten zakken. Hij begint dan maar zonder handen te rijden.
Ivan lost zijn meter van geen wiel. Euh, zijn wiel van geen meter. Als ik eens
naar Marc kijk, sla ik in paniek: Zijn hersens lopen uit! Maar het is snot. Het
kon ook niet dat er zoveel hersens uitkwamen, want zoveel zitten er al niet in
om te beginnen.
Bijna thuis sla ik – eventjes op kop - links
af de Molenmeers in, kwestie van nog wat te mountainbiken ook. Maar al de rest
rijdt rond langs de schilderes. Omdat ze te moe zijn voor nog wat modder? Omdat
het geen echte zijn, gelijk ik? Omdat ze graag de sprint verliezen van Rudy?
Osama Ivan Laden haalt nog een van zijn lepe truken uit om de sprint te winnen,
maar tegen Rudy en Luc is dat onkruid niet opgewassen. We tikken af op 65 km en
27.4 per uur, en wij die gedacht hadden dat het zonder sleurbeesten zoals Danny
en Bart eens een rustig ritje ging worden.
Mario.
Kalken
De
Modderfokkers
Zondag
2 maart 2003. (Kraak Mei 2003, n° 309).
De doortocht van de Omloop het Volk heeft weer
heel wat slachtoffers geëist, want we staan maar met 8 aan de start. Er zit
niet teveel fut in vandaag heb ik het gedacht alhoewel we uiteindelijk de 55 km
naar Wachtebeke toch nog aan 23.5 per uur afleggen, ondanks de modder en de
vele regen in de 2° rithelft. 's Namiddags zullen er in Kuurne-Brussel-Kuurne
maar 30 uitrijden, ge moet niet vragen wat voor hondenweer het was. Neen, Raf,
anders in goeie doen, is er niet echt. Op snellen Eddy zit er niet teveel snee.
Guy rijdt nog altijd maar zijn eerste jaar, maar komt toch één keer eerder het
veld uit dan Ivan, die dus helemaal nergens is. 's Namiddags blijkt hij wel de
hele tijd boven de pot gehangen te hebben, zowel met de voor- als de
achterkant, maar welke kant het was, was soms moeilijk te zeggen, omdat het
verschil bij Ivan niet altijd goed te maken valt. Luc K., zoals meerdere malen
geschreven, al heel het seizoen op dreef, bakt er ook niets van nadat hij
gisteravond met de KWB ploeg al 4-1 op zijn tomat gekregen had van de 10 van
Lovenjoel. Alleen Danny rijdt op niveau, Karel is in goeie vorm, en ik trek
mijn plan. We rijden dus naar Wachtebeke omdat Rudy en Bart daar aan het
oefenen zijn om de Kalkense eer hoog te houden op de Supergem, een all round
sportmeeting (survival run, kano, zwemmen, lopen, mountainbiken) die aldaar in
mei plaatsvindt (Tiens, dat Ivan niet meedoet: all round). Misschien iets om met
de hele KWB naar toe te gaan om te supporteren? We laten nog de precieze datum
weten. Want Rudy is zich al weken aan het scherpzetten. Alleen nog water drinkt
hij en dan alleen nog maar Spa Light. Hij is de oudste deelnemer, maar wil nog
eens bewijzen dat die ouwe nog niet versleten is. Ze zullen het geweten hebben.
Toch een beetje last van midlife crisis?? Als we ze uiteindelijk tegenkomen,
zijn ze aan het oefenen aan zo een paal over een 7 meter brede beek met een
touw erboven om je vast te houden – en, euh, in goed gezelschap. O.a. Danny en
Karel wagen de overtocht en hoe Bart ook zwiert aan die koord, hij krijgt er
hen niet af. Ja, bij de ene is het al wat duidelijker dan bij de andere dat we
van apen afstammen. Als we bijna op weg zijn naar huis, denk ik van in het
verslag te zullen moeten toegeven dat Danny ons geen enkele keer verkeerd
gestuurd heeft, als we daar toch ongelooflijk verloren rijden zeker, en een
paar keer in van die boerenwegels op onze stappen mogen terugkeren. Oef, het
verslag is gered. In de terugtocht neemt Karel – zoals gezegd in vorm - de kop.
Af en toe doet hij zo drie van die trage zwembewegingen met zijn linkerarm,
gevolgd door drie rechts. Dat werkt nogal op de lachspieren, zodat er dat een
paar synchroon met Karel beginnen mee te doen. Ge had ons moeten bezig zien:
zwemmen op onze vélo. Naar 't schijnt – volgens Karel - vermindert daardoor uw
hartslag elke keer met 5 slagen. Niet teveel doen dus, of ge valt dood op uwen
vélo door hartstilstand. In het Vrijgeweide vertelt Danny dat hij ook eens een
survival run meegedaan heeft en dat er een vrouw hem zo voorbijstak. Maar ja,
zegt Danny, ze was dan ook Belgische kampioene van België. En zeg, Danny, wist
je dat ze later nog Europees kampioene van Europa geworden is? Mario
Zondag
9 maart 2003. (Kraak Mei 2003, n° 309).
"Dit wordt mijn
laatste rit", zegt Ivan, en hij voegt er aan toe: "Als ik al maar de
helft zo ziek ben als verleden week, stop ik ermee." Peter, de 2 Rudy's,
Guy, Marc, Karel, Dirk, Raf, Luc en uw verslaggever. Rudy heeft een volgens mij
geheel nieuw tof parkoers uitgestippeld, maar hij zegt dat het de route van
Lede is, al volgen we geen enkel plakkaatje. Zonder één keer te missen. Zijn
ingebouwde
In Oordegem ontdekken we nog een steil
klimmetje nevens de spoorweg. Met vieren moeten ze dat natuurlijk uitproberen,
maar alleen Luc rijdt boven (alleen de laatste 2 meter kantelt hij om). En Rudy,
te weinig bier en te veel Spa Light? Teveel grind dat wegschuift? Oud worden?
(we gaan eens wat stoken, zie). In Overschelde is er zoveel drukte dat er vier
kunnen ontsnappen. Drie gingen nog wachten, maar Marc, die de kans schoon zag
om eens vierde te eindigen, roept van 'Rijden, verdorie!'. Luc, Peter, Ivan en
Marc zijn weg. De rest wordt dan nog eens door een auto geblokkeerd. Rudy zet
alleen de achtervolging in, maar als we dan zelf ook beginnen rijden, zien we
hem niet echt – zoals naar gewoonte – snel kleiner worden. En Luc en Peter –
ook niet van de minsten - (van de wieltjeszuigers Ivan en Marc gaan we niet
klappen) worden niet meer bijgehaald. Het gat was al te groot en de wind zat
mee, zegt Rudy, met windop ging het geen waar geweest zijn. En toch, dat zijn
we van onze kampioen niet gewend. Bij die 10 kilo die hij in een acute aanval
van anorexie op 3 maand tijd is kwijt geraakt, zijn daar ook geen paar kilo
spieren bij geweest? Mario
Zondag
16 maart 2003. (Kraak Mei 2003, n° 309).
Rit in Kalken ingericht door de Calkine. 50
km. Vertrek aan de Wilbra. Met 17 man, waaronder Geert die weken niet gereden
heeft en Guy. Met zo een bende gaat het meestal iets rustiger, denk ik. Rudy V.
rijdt met zijn broer de 25 km en dan zijn er nog enkele B-kes die ook de 25
doen. Voortdoen mannen. Een platte band voor Ivan na een paar kilometer. Even
verder gebruikt Marc mij om zich te lanceren. Ik slinger een reeks verwijten
naar zijn varkenskop. Zowel in het Westvlaams: 'Vull zwi' als in het
Nederlands: 'Stukske modderfokker'. Als mijn stroom verwensingen ophoudt,
draait Marc zich eens om en roept simpelweg: "Westvlaming!". Ja, ge
zult hier als Kosovaar nog rapper integreren dan als Westvlaming, zo afgunstig
dat sommigen zijn op onze vele goede kwaliteiten. Zo maakte Luc Decock (ook van
ginder) het mee dat hij tegen de facteur zei: 'Ik ben van Kanegem'. Maar de
facteur zei: 'Neen, IK ben Van Caneghem.' * Ik stel voor dat de West-Vlamingen
in Kalken een zelfgulpgroep oprichten.
En dan is het gedaan met lachen. Want dit
wordt de meest helse rit die ik totnogtoe meemaakte. Mannekes, mannekes, het
hield maar niet op. OK ik reed met te dikke banden, OK ik rijd nog altijd op
mijn blauw stalen ros (het wordt tijd dat ik eens een nieuwe vélo bestel bij
Rudy) en OK mijn versnellingen wilden niet mee en iedere keer dat het een paar
sekonden duurt vooraleer ze goed willen vallen, ben je al kostbare meters
kwijt, maar ik had goeie benen, en dus vond ik van mezelf dat ik beter had
moeten meekunnen. Na iedere bocht, en er zijn er honderden in zo een
* Met dank aan Patrick Bogaert voor de
waargebeurde anekdote.
Kalken
De
Modderfokkers
Zondag 23 maart 2003: BIERbeek.
Ja ja, het was weer
een sportief weekend. Vrijdagavond vogelpikavond op H.O. Kalken ter
ondersteuning van de jeugd, en zondagmorgen vroeg vertrekken naar het (licht)
golvend parcours in BIERbeek.
Eerst moet er vermeld worden dat dit weekend
de cracks van “de bende van Rogiers” eens alle register gingen opentrekken in
de Ardennen. Correctie: de cracks + Mario. Rudy R., Karel, Bart + Mario hebben
ginder zo hard rondgereden dat zelfs de honden plat op hun buik gingen liggen toen
ze voorbij raasden …
Ik heb rare verhalen horen vertellen over dat
weekend in de Ardennen, maar ik was er niet bij dus mag er ook niets over
schrijven. Misschien kan Mario er verslag over uitbrengen, maar ja naar het
schijnt besefte die na een twintigtal km ook niet meer dat hij er bij was …
Nu over de rit in BIERbeek. Sommigen onder ons
dachten dat ze door bijna een beek bier leeg te drinken op de vogelpikavond wel
goed zouden presteren tijdens de rit in BIERbeek. Ik zal maar geen namen noemen,
want het zijn altijd dezelfde… Gelukkig hadden ze (we) nog de zaterdag om op
krachten te komen en op zondag om 8 uur verschenen fris en monter (?) Rudy V,
Luc, Eddy, Danny, Geert, Frank, Dirk en ikzelf onder de kerktoren. De fietsen
in de camionette van onze sponsor, en met een man of vijf in den auto van Danny
op weg naar BIERbeek.
Goed weer, prachtig parcours, leuke rit. We
kozen voor de 40 km, uitgezonderd Danny en Luc, die zijn naar het einde toe de
weg ingeslagen van de 50 km. Ze probeerden mij nog te overhalen om mee te
rijden, maar ik heb dat toch maar niet gedaan. Al zeg ik het zelf, ik had die
dag goeie benen, zou die beek bier dan toch iets opgebracht hebben? Het enigste
wat tegenviel in de rit was de slijtage aan mijn remblokjes, ik moest altijd
maar remmen om de anderen te laten bijkomen. (eigenlijk is dat geen waar, maar
ik moest iets kunnen zeggen over remblokjes, zie verder).
Ah ja, nu ik het over remblokjes heb … Mario
heeft uiteindelijk zijn nieuwe fiets. Ik heb me laten vertellen dat hij zijn
West-Vlaamse “spaarzaamheid” weer niet heeft kunnen onderdrukken. Hij heeft
namelijk 1 remblokje links vooraan en 1 remblokje rechts achteraan laten
monteren, hij zal dus steeds voor en achterrem tegelijk moeten gebruiken anders
“trekt hij scheef”. Als dat maar goed komt … maar ja als ge daar altijd
vanachter aan de rekker, hangt moet ge nog niet te veel remmen, hé Mario.
Over de rit in BIERbeek is er eigenlijk maar
één voorval te onthouden. Ongeveer halfweg van de rit wordt er plots in de
remmen gegaan. Danny heeft het wat laat opgemerkt, slaat de remmen dicht
(vooral die vooraan) met als gevolg dat ik plots zijn achterwiel zie
verschijnen ter hoogte van mijn voorhoofd. Geen ontwijken meer aan, valpartij
tot gevolg. Mijn stuur zat zo goed in Danny zijn achterwiel gewrongen dat het
toch wel 5 minuten geduurd heeft vooraleer ieder zijn eigen fiets terug had. De
meeste onder ons hadden van dit oponthoud gebruik gemaakt om, zoals ze in
Kalken zeggen, hun water eens te maken.
Opeens komt daar een pracht van een
mountainbikester voorbijgereden, en is er toch wel één van ons (ik weet niet
goed meer wie) die resoluut de achtervolging inzet zeker. De helft van de groep
stond nog in het struikgewas zijn ding te doen… of te zoeken … Ik heb ze nog
nooit zo rap op een fiets zien springen. Gelukkig zitten er geen ritsen in die
koersbroeken…
Aangezien Danny en Luc de 50 km reden, moesten
wij op hen wachten aan de aankomst. Wij van de nood een deugd gemaakt en op
zoek naar een terrasje voor iets fris te drinken. Komen we daar voorbij een
terrasje gewandeld waar de bazin de stoelen aan het afwassen is. We willen ons
daar neervlijen, maar krijgen te horen dat het café nog niet open is … Die kent
ons dus duidelijk niet, want met ons vijven zouden we heel haar zondag goed
gemaakt hebben.
Nog één ding moet ik vermelden. Alhoewel het
vlot ging voor mij heb ik toch krampen gehad, en wel in het naar huis rijden.
Ik zat namelijk vooraan in de auto bij Danny en kreeg kramp in mijn been van
mee te zitten remmen, en in mijn nek van opzij te kijken (ik durfde niet voor
mij uit kijken). Ik wist dat het gene gewonen was om met de fiets te rijden,
maar met den auto … ja man. Uw interim-verslaggever
Marc
Zondag 30 maart 2003. Amaai da piekt, ‘k zou zelfs zeggen da’t neig
piekt. Gisteravond naar ’t vampierenbal (souper van de bloedgevers ) geweest.
Een uur minder geslapen wegens de overgang naar het zomeruur, en dan nog eens
een uur vroeger opstaan wegens vervroegd vertrek voor een verre verplaatsing.
Met andere woorden, mee moeite mijn bed gezien. Toch 11 moedigen aan de kerk
voor een specialken, een
Aan de inschrijving worden gratis stalen sportvitaminen uitgedeeld,
hopelijk geen voorteken voor wat ons te wachten staat. Al onmiddellijk na de
start, een nijdig klimmetje waar velen op moeten passen. Door de vele
deelnemers is het aan moeilijke doorgangen als deze aangeraden uw beurt af te
wachten om niet gehinderd te worden door anderen. Wanneer ik mij op gang trek,
zie ik dat Rudy ook aanzet. De een wacht niet voor de ander, en bijna boven
rijdt hij mij kloef in de kant. ’t Is van uw broer dat ge ’t moet hebben. Guy,
een echte natuurliefhebber geniet met volle teugen van de prachtige omgeving,
kijkt naar de vogeltjes, de bloemetjes, de beestjes,… , en vergeet zo nu en dan
eens op de trappers te duwen. Als de anderen er net dan een serieuze lap op
geven, moet er na de inspanning een hele tijd gewacht worden. Rudy V. krijgt er
de krampen van, en vreest nog te moeten euh…… moeten. Groot probleem, want wie
neemt er nu WC-papier mee om te gaan mountain-biken. Gelukkig blijkt het loos
alarm, want anders liep er nu ergens een stinkend eekhoorntje rond in het
Zoniënwoud. Naar het eind van de rit toe, vindt Marc het moment rijp om alle
reserves nog eens aan te spreken. Hij neem resoluut de kop en slaat zowaar een
kloofje. Spijtig genoeg waren de reserves kleiner dan verwacht, en al snel komt
hij zichzelf een paar keer tegen. Normaal, rij je dan een tijdje rustig verder
om wat te bekomen, maar nee. Als Marc zichzelf tegenkomt, stapt hij af, en
houdt hij zichzelf wat gezelschap. Voor de rest, prachtig parcours, steile en
lange beklimmingen, spectaculaire afdalingen en weinig of geen baan. Meer moet
dat niet zijn.
Nog een kleine bemerking bij mezelf. Ik laat er mijn nachtrust al voor.
Een rustige zondag-voormiddag, dat is ook al een tijdje geleden. Tijdens de rit
zelf zitten afzien gelijk de beesten. En nadien, tijdens de après-bike,
vaststellen dat ik er echt van genoten heb!!!!
Gelieve mij een seintje te geven als ik even zot ben als de rest van de
bende.
Ivan.
Tuut!
Zaterdag,
5 april 2003. De Ronde van Vlaanderen, voor
De eerste 5 kilometer gaat het zodanig hard
dat ik denk van aan de 25 af te slaan. Bart en Danny kunnen zich weer niet
houden. Dan mildert het enigszins en kom ik er enigszins door. Wat Marc ook
moge beweren, ik trek mijn plan met dit elite-groepje, zoals ik ook in de
Ardennen (op zaterdag, na 75 km over berg en dal om 11 uur in ons beddeke om de
zondag nog 70 km te doen, dus wat is dat van die verhalen?) niet echt tot last
was – ook dankzij mijn nieuw velooke.
We steken niemand voorbij: we vliegen ze
voorbij. Wat voor zotten zijn wij toch? Ik herinner me niets meer van de wegels
of het landschap. Toch spijtig, niet? Na de 2° bevoorrading wordt Rudy gelijk
gewaar dat zijn achterwiel kromtrekt. Na wat gefoefel en nog eens proberen,
wordt het duidelijk. Aan het achterwiel is er niets maar zijn kader is – na 12
jaar - gebroken. Voorzichtigjes over gewone baan van Geraardsbergen naar Ninove
is de opdracht. Onderweg pikt hij nog een nieuwe kader op en rijdt zo naar de
camionette. De andere zes verteren zonder moeite de Muur en de Bosberg, wat van
vele wielerterroristen niet kan gezegd worden: uitgeteld bij bosjes liggen ze
her en der verspreid. Maar we moeten eerlijk blijven: met een more-vélo verteer
je die kasseibeklimmingen beter door de bredere banden en de kleinere vitesse.
En dan is het weer zover. Een paar kilometer
voorbij de Bosberg een slag in naar links. Ik zit links achter Karel zijn
achterwiel en voor Dirk en Luc. In het midden van de wegel ligt er een hoge
richel, zoals we er al duizenden zijn overgereden. Maar we rijden er schuin en
aan hoge snelheid naartoe en ik moet hem schuin pakken – een beetje gelijk Bart
borduren oprijdt. Ik zie het gebeuren, maar er is geen ontkomen aan. Een kwak
op mijn rechterschouder en dan nog eens keihard met mijn koppeke tegen de
grond. Wat een geluk van mijn helmpje of ik was binnen Oosten, euh ... buiten
Westen, geweest. Maar ik weet meteen hoe laat het is. De volgende 5 minuten lig
ik te kermen van het zeer aan mijn hele rechterkant. Nog nooit zoveel zeer
gehad in mijn leven. Voor de vrouwen die altijd beweren dat mannen klein
zeerkes zijn: het deed zoveel pijn als 5 bevallingen terzelfdertijd. Zo pijn
dat het deed! Het deed zo zeer dat ik het zelfs Marc niet toewens. Pijner kan
dus niet. De Ronde zit er op voor mij, en voor Karel die zich opoffert om bij
me te blijven in afwachting dat Rudy ons komt oppikken met de camionette. Weten
dat het gedaan is met de leute en dat er de komende uren en weken alleen
miserie en pijn in het vooruitzicht liggen, plezierig is anders. En zoveel werk
op het werk en thuis en niet meer kunnen sporten, wat heb ik toch weer pech.
Enzovoort. Gelukkig soigneren mijn 6 companen me opperbest.
Maar wat klaag ik. Het grote slachtoffer van
dit malheur is natuurlijk uzelf, beste lezer: lange tijden staan u te wachten
met verslagjes van Marc of Ivan - de cholera of de pest, aan u de keus. Ik wens
U veel sterkte. Mario
En zie: de miserie begint al vanaf de volgende
bladzij.
Paaszondag, 20 april 2003. De aangekondigde precisie-bombardementen van
vannacht, hebben voor een magere opkomst gezorgd. Slechts 7 dapperen durven de
eier-droppingen trotseren. Geert B, Dirk H, Dirk VDV, Marc R, Frank A, Rudy DC,
en ikzelf. Gelukkig stellen wij vast, dat er geen rondvliegende klokken meer te
bespeuren zijn. Waarschijnlijk zijn ze vannacht al gepasseerd, zonder dat
iemand ook maar iets gehoord of gezien heeft. Blijkbaar beschikken zij al jaren
over stealth-tochnologie.
Zonder gids erbij, besluiten we het zekere voor het onzekere te nemen,
en de bewegwijzerde rode en blauwe toer van Kalken, Laarne en omliggende te
volgen.
Bij het indraaien van de veldweg naar de sporthal toe, wil Marc de benen
een testen, en plaatst een versnelling. Terwijl iedereen stopt bij Frank, die
met materiaalpech aan de kant staat, slaat Marc algauw een kloof van enkele
minuten. Goed zo Marc.
Bij Frank blijkt een schakel van zijn ketting losgekomen, en nu
fietsdokter Rudy er niet bij is, vreest hij de strijd te moeten staken. Maar
een simpel rekensommetje leert ons dat ½ DC Rudy + ½ Rogiers I.
ook voor een volledige mechanieker telt, en bijgevolg is de panne snel
hersteld. Even verder, bij een hobbelig stuk in Prullenbos, gaat Marc met een
(Paas)haas-sprong tegen de vlakte. We vragen of hij misschien een verloren
gelegd Paasei had opgemerkt, of hij een (Paas)hazenslaapje wil maken, maar hij
is achter nen draad blijven hangen. Geert B is ook sterk aan het rijden, en is
bijna niet te houden. Maar wat wil je, hij is net terug van hoogtestage in
Houfalise. Marc is, naar het schijnt, ook op hoogtestage geweest. Hij heeft
gisteren zijn dakgoten uitgekuist. Misschien dat hij daardoor nog een beetje ijl
in het hoofd is, en die draad van daarnet niet gezien had.
Dan rest ons nu, sorry Mario, enkel nog het spurtverslag. Hoewel ik er
gisteravond nog een spurtje uitperste van meer dan 100 km/uur (op de spinner van
Rudy R.) haalde ik nu met moeite de helft (53.1), maar dat bleek toch
voldoende, aangezien de anderen zich netjes aan de snelheidsbeperking van
50km/u hielden.
Mario, ik begin u nu toch echt te missen, want nu jij er niet bij bent,
moet ik altijd op Marc zijn kap zitten, en ik vind dat nochtans een goede gast.
En ik krijg de indruk dat hij de laatste tijd al een beetje vies naar mij
begint te kijken. Kom maar snel weer terug. Misschien wel tot zondag. Verslaggever
Cholera (Ivan).
Zie foto: zijn naam is haas

Zondag 4 mei 2003. Ondanks helse pijnen verschijn ik terug aan de
start. Een echte KWB-er zijnde, ben ik opofferingsgezind. Kwestie van de lezers
van Kraak weer deftige verslagskes te bezorgen. Met 9 aan de start: Dirk,
Bjorn, Rudy V., Luc, Rudy, Ivan, Danny de reisleider, Guy, en uw deels
herstelde verslaggever, die op het einde van de rit gewoon slaggever zou
worden. 65 km naar Holland op aan 26 per uur. Schoon weer, droge en niet
stoffige veldwegen en zuivere lucht, dankzij de regentjes van verleden week.
Een prachtrit, dankzij Danny, en ene Albert, ons onbekend maar volgens Danny
een topatleet van 67 jaar oud. Albert reed niet mee, want hij moest zijn duiven
melken, maar het was wel zijn parcours dat we reden, op aangeven van Danny.
Danny, ik zou zeggen: sjapoo jongen. Een helemaal nieuwe rit (tot op de
Hollandse grens in Overslag), verschrikkelijk ingewikkeld en maar 1 keer
verkeerd gereden. Natuurlijk was er de
Op de terugweg, als we alweer Wachtebeke gepasseerd zijn, is Rudy de
enige die een lang stuk veldweg pakt. De rest rijdt op een parallel
betonbaantje. Geven wat we kunnen, windop, maar denk niet dat we Rudy
voorbijsteken. Ja, die staat scherp. Supergem komt dichterbij. En als we weer
samen zijn, verwijt hij ons nog eens allemaal voor mietjes ook. De blaas.
Het mag gezegd, de vier weken gedwongen rust hebben me deugd gedaan. Ik
ben in gloeiende form, ik verschiet er zelf van. Als we tussen Oudenbos en
keukens Cailliet, nota bene op het schoonste stuk fietspad van Kalken en
omstreken, in gesloten formatie rijden, Danny en ik op kop, begint mijn
achterwiel plots te rammelen. Het is Ivan die er wat door zit en daardoor niet
goed oplet als Danny en ik op aanvraag wat trager gaan rijden en zo met zijn
voorwiel in mijn achterwiel geraakt. Zo een kans laat ik niet liggen en ik geef
er nog een kwak bij met mijn achterwiel, en ja hoor, daar gaat Ivan tegen de
vlakte. Gelukkig is hij een van de 4 die een helm op heeft: zijn helm is op
twee plaatsen gekraakt. Zonder helm zou het zijn koppeke geweest zijn, en dat
ziet er zo al niet uit. Ge ziet maar, zelfs op de ogenschijnlijk meest veilige
plaatsen kan het gebeuren. Ivan zit groggy met zijn achterwerk tegen een haag
bij te komen. Voorbijgangers denken dat hij daar iets zit te doen wat ge
normaal op een WC doet en met WC-papier in de buurt. Dezelfde voorbijgangers
zijn voorzeker nog meer verbaasd dat we daar dan nog met 8 staan op te kijken
ook. Ivan komt ervan af met wat kasseibrand en is gelukkig bijna bij het
vrouwke. Leve de helm. De sprint wordt verknald door de rode lichten aan de
Kruisen. Mario, de Ivanslaggever.
Zondag, 11 mei 2003. Jongens, jongens, jongens, dat is hier bijna
nie meer te doen voor ne normalen mens. De rit gaat richting Waasmunster, en de
eerste 20 kilometer worden afgevlamd aan een gemiddelde snelheid van 30.4
km/uur. Eigenlijk is dat voor mij 5 km/uur te rap, en bijgevolg heb ik al één
keer in het rood gezeten. Namelijk van aan het begin tot nu. Geert B. zit ook
te grollen, dat hij geen goede benen heeft, maar rijdt wel gewoon mee met de
bende. Misschien kan hij het goed verbergen als hij afziet. De anderen, Danny
F., Marc R., Bjorn V., Karel V. en Rudy R., hebben er duidelijk zin in, en
vinden het nodig nog een tandje bij te steken als er al nen anderen zot aan kop
zit te sleuren tegen 35 à 40 km/u. En omdat we maar met z’n zevenen zijn, is er
niet zoveel plaats om u weg te steken. De vele Kommuniefeesten, en andere
(Moederdag ) verplichtingen zijn waarschijnlijk de verklaring voor de lage
opkomst. Mijn goede vriend Mario, kon er ook niet bij zijn, wegens
verplichtingen in het buitenland. Neenee, niet in Poperinge dit keer. Hij was,
volgens Rudy, in Georgië op zoek naar vier Russen (of waren het virussen). Ik
had, zoals reeds gezegd, ook met ferme beesten af te rekenen, en waar ik anders
Rudy kwistig duwtjes in de rug zie uitdelen aan noodlijdenden, laat hij mij op
het gemak verder spartelen. Aan dooddoeners zoals “als g’er niet van sterft,
wordt g’er sterker van” had ik op die momenten echter weinig boodschap. In een
van de Waasmunsterse bossen, waarin wij ondertussen bijna blindelings onze weg
vinden, gaat Karel ineens rechtsaf, waar wij anders rechtdoor gaan. Hij weet
nog een spectaculair cross-pisteken liggen, welke de moeite waard is. En
inderdaad, na enkele rondjes bergop en bergaf, met veel draaien en keren is
iedereen bijna zot gedraaid. Vooral Danny, die vindt het nodig nog eens aan te
tonen, dat wij, maar zeker hij, afstammen van de apen, en gaat nog wat in de
bomen slingeren. Hij trekt zich met beide armen, met fiets en al omhoog aan een
overhangende tak. Maar terwijl hij daar hangt te bengelen, klikken zijn
schoenen los van zijn pedalen, waardoor eerst zijn fiets, en dan hijzelf uit de
boom valt. Ja, ne mens kan zo nog als eens iets zien, de zondagvoormiddag. De
eerste die zijn video-camera meepakt en een reportage maakt van de rit, valt
gegarandeerd in de prijzen bij video-dingens, zekers als Danny er bij is. De
rest van de rit verloopt zonder noemenswaardige feiten, ware het niet, dat in
de beruchte “zandbak” zelfs Rudy even voet aan grond moet zetten. De anderen
stappen ofwel op voorhand af, of gaan er bij liggen.
Voor een verslag van de eindspurt zat ik in ideale positie. Als laatste
van de bende kon ik perfect zien wat er voor mij gebeurde. Bij het aansnijden
van het laatste lastige stuk (aan de atletiekpiste in Overmere) zet Rudy zich
recht, en wanneer ik de volgende keer mijn ogen nog eens opentrek, zie ik hem
al een paar bochten verder stuiven. Bjorn is de enige die nog enkele meters kan
aanklampen. Ik besluit wijselijk de laatste kilometers af te leggen op mijn
eigen tempo (net niet stilstaan), en kom dan ook met een serieuze achterstand
binnen. Ik geloof zelfs dat de drank van de anderen al op tafel stond, dus het
moet een tijdje geduurd hebben. Ivan.
Zondag 25 mei 2003. Een miezerige motregen, en een te frisse wind voor de tijd van het jaar, maken het weinig aantrekkelijk om op de fiets te springen en een paar uurtjes alles te gaan geven. Maar aangezien ik vorige week al een snipperdagje nam, wilde ik nu niet passen, kwestie van de “forme” toch een beetje te onderhouden. En na vele weken van intense trainingen en sportdiëten heeft Rudy eindelijk zijnen “forme” kunnen bewijzen. Samen met de SUPERGEM-ploeg van Laarne-Kalken, waar ook Bart V.H. en Frank A. toe behoorden, behaalden zij een knappe 5e plaats op 16 deelnemende ploegen. Waarvoor mijn welgemeende felicitaties.
Slechts met z’n zevenen aan de start voor een internationale rit. De grote prijs Danny Fack, ook wel Wachtebeke-2 genoemd, brengt ons tot net over de Nederlandse grens. De 2 slimste van de bende, Eddy T. en Rudy D.C. zien een buitenlandse uitstap niet zitten, en besluiten een ander parcours te volgen, en een normaal tempo te rijden. Rest nog 5 man sterk, waaronder 2 compleet maffe, Rudy R. en Danny F., 1 halve maf, Luc K., Jan W., die het nog niet weet, en een sukkelaar, ikzelf. Waar 2 weken geleden de gemiddelde snelheid na de eerste 20 km nog 30.4/uur was, wordt deze nu vlotjes naar 32 getrokken. We zijn goe bezig, ook al zeggen ze van niet. Eenmaal in de Wachtebeekse bossen aangekomen zet Danny zich op kop, om de te volgen route aan te geven. Het is altijd spannend als Danny op kop rijdt. Je weet nooit wanneer hij links of rechts afslaat (hij zelf trouwens ook niet), en bijgevolg is het beter een gaatje te laten om tijdig te kunnen stoppen als hij weer eens vol in de remmen moet, omdat hij een afslag gemist heeft. Maar het moet gezegd worden, schoon parcours, weinig verkeerd gereden, en Albert niet moeten bellen. Toch verdenk ik Danny ervan wegelkes te gebruiken welke op de meest gedetailleerde stafkaarten ontbreken. Wanneer we na weer zo’n “wegelken”, overwoekerd door distels en brandnetels van meer dan een meter opnieuw de weg opkomen staat Rudy nog aan zijn benen te krabben. Jawadde, losdoor mijn lange broek getengeld, zegt hij. Gelukkig hadden Jan en ik daar geen last van. Echte venten rijden in korte broek. Waar echte venten wel last van hebben (ik toch) is, ook al rij je de eerste 60 km nog zo goed, de laatste 20 waren er te veel aan. Op een laatste vuile kasseistrook, met aan beide kanten een nog vuilere betonstrook, moet ik door krampen het gat laten vallen. Ik doe teken aan dienen anderen vent om over te nemen, maar zijn beste pijlen lijken ook al verschoten. Toch halen we moe maar voldaan het einde. Hetgeen ons naadloos overbrengt naar het verslag van…
Zondag 1 juni
2003. Wie vandaag het einde niet haalde was onze
sterreporter, Mario. Het zag er nochtans veelbelovend uit. Prachtig weer, en
met 18 man aan de start, dus, in tegenstelling met vorige week, veel ruggen om
u achter weg te steken. We vertrekken naar de ingerichte tocht van de Ledespurters
uit Lokeren in Oudenbos. Begrijpe wie kan. We
rijden op ’t gemaksken naar de start, zodanig dat we de tijd hebben om eens te
kijken wie er allemaal bij zit in die grote bende, maar aangezien het aantal
bladzijden van de kraak beperkt is, ga ik ze niet allemaal opnoemen. Eens aan
de toer begonnen gaat het iets sneller, en we leggen ons in de bochten. Guy
neemt die zegswijze iets te letterlijk, een gaat in een van de eerste bochten
al onderuit. Naar ’t schijnt moet eerst al het lomp vel van armen en benen,
voordat ge goed met de vélo kunt rijden. Doe zo voort Guy, ge komt er wel. Als
ik na een tijdje eens rond kijk waar iedereen zit, stel ik tot mijn verbazing
vast dat mijn goede vriend Mario er niet meer bij is. Wanneer ik bij Rudy ga
vragen waar hij zit, zegt die mij dat hij al na enkele kilometers had moeten
lossen Het ging voor geen meter, pap in de benen, zo slap als een vod,
enzovoort. Waarschijnlijk was zijn werkuitstap naar Geörgie van enkele weken geleden
goed geslaagd, en had hij ginds enkele virussen gevonden. Of hadden de virussen
hem gevonden? Nee, serieus nu. Eigenlijk was het Mario zijn eigen schuld. Deze
morgen op de radio hoorde ik nog de waarschuwing dat door het warme weer de
ozondrempel zou overschreden worden, en dat het raadzaam was voor zwakken en
bejaarden, geen zware inspanningen te doen. En dan meevlammen met de bende van,
dat is natuurlijk om moeilijkheden vragen. Verder verloopt de rit zonder
noemenswaardige incidenten, ware het niet dat ondanks de honderden
wegwijzertjes, Bart er toch nog in slaagt, een verkeerde weg in te slaan. Of
zijn we dit nu al zodanig gewoon dat het ook niet meer het vermelden waard is. Uw verslaggever Ad Interim Bis, Ivan.
Zondag, 1 juni 2003. Ingerichte
rit van de Ledecrossers van Oudenbos. Met een man of 18. Na 10 km zijn mijn
benen en de hitte zo zwaar, en mijn keel zo droog, dat ik al weet dat ik dit
niet ga uitrijden. Als enige. Tamelijk affrontelijk als een zogezegde B (Rudy
Declerck) wel makkelijk meerijdt. Guy heeft er ook geen problemen mee. Ook
Geert rijdt uit, na lange afwezigheid, maar bekoopt het met
uitputtingsverschijnselen die de rest van zijn zondag om zeep helpen. Raf
treedt herop na knie-operatie en verbaast iedereen door zijn vorm. Niet te kraken,
die ouwe.
Ik weet eigenlijk niet wat die allemaal zo plezant vinden aan
mountainbiken. Ik vind er niets aan. Mario. En beste Ivan, beste vriend,
zoudt ge eens willen ophouden met mij uw goede vriend te noemen, als het toch
maar is om me daarna door het slijk te halen.
Zondag 8 juni 2003. Met
19 in het zonneke aan de kerk. Elke echte man mag, op vaderkesdag. Rijden met
de bergvélo, bedoel ik dus. Alleen Karel is er niet bij. Alleen elke echte man,
zei ik toch. Eddy, Rudy Declerck, Geert en Frank voelen zich vandaag Bee en
rijden met ons niet mee. Eer we aan Wetteren brug zijn keren Dirk H. en Luc
rechtsomkeert, want het ziet er intussen zo zwart uit en er komt zoveel wind op
dat de resterende 13 (Rudy R., Ivan R., Rudy V., Dirk VDV, Bjorn V., Guy R., Danny
F., Tim R., Bart V., Marc R. (na 4 weken), Raf V., Jan W. en ondergetekende)
een gewisse douche tegemoet rijden. Guy rijdt tegen dan al eens plat. In
Oordegem staat Bjorn plat, net als er daar een kwartier durende wolkbreuk
losbreekt. Iedereen doorweekt, zeker omdat er maar 3 zijn die hun regenvestje
meehebben. Danny kan zijn lol niet op wijl hij Bjorns band stopt in de gietende
regen. We besluiten dan maar een wegrit te doen, uitgestippeld door Danny.
Aaigem, Haaltert, Mere, Nieuwerkerke bij Aalst, Erembodegem, Ottergem, ik weet
niet waar we allemaal gezeten hebben. Aaigem is prachtig! Op een natte rotonde
hoor ik slippen en het volgend moment komt er een helmpje met kop in en lijf
aan naar mijn pedalen toegegleden. Dat de betreffende persoon zich misschien
zeer zal doen aan mijn pedalen kan me in die fractie van een seconde dat het
allemaal gebeurt niet schelen. Maar als hij mijn pedalen raakt, ga ik ook
onderuit en dat is het enige waar ik mee inzit. Het is weeral Guy, die de rit
zal uitrijden, maar serieus last aan de heup ervan overhoudt. Gelukkig slipt
hij niet ver genoeg en blijf ik recht.
Danny kent goed zijn weg, tot we plots midden een bietenveld geparkeerd
staan. 'Oei, dat is hier niet just', besluit Danny. Ja, soms is hij toch rap
van begrip, die jongen. We ploeteren allemaal verder. Onze velo's die proper
gewassen waren, zijn meteen weer smerig. Als Danny en ik als eersten uit het
veld komen en de rest zien komen afploeteren, stelt Danny vast: "Oei, er
gaan er hier een paar vies zijn op mij." Niet aantrekken, jong, vies zijn
ze toch al. Bjorn slaagt er dan nog in zijn tweede platte band van de dag in
dat veld op te doen. Terwijl Rudy de band stopt, is Danny zo vriendelijk mijn
voorwiel proper te plassen. Neen, Danny, mijn zadel moet ge niet doen. En in
mijn drinkpulleke zit ook nog genoeg.
Nog zeggen dat Marc in vorm was. Marc heeft als voordeel dat hij evenveel spieren heeft als hersenen. Een nadeel is dan weer dat hij niet veel spieren heeft.
In het weike zitten we in de garage. Overal waar we zitten, vormen zich
plassen. Als Ivan rechtstaat om naar huis te gaan, nijpt hij nog eens zijn
billen tegeneen. Wat daar nog uitkomt van nattigheid! We hebben de pompiers
moeten bellen om de kelder van het Weike uit te pompen. Daar moet ge wel Ivan
zijn billen voor hebben natuurlijk. Mario
Zaterdag 14 juni 2003. Regio-Tour, 100 km Vlaamse Ardennen, maar het waren er 110. Rudy, Rudy, Bart, Eddy, Marc, Ivan, Mario, Jan, Bjorn, Patrick Roels, Dirk VDV + vriend, Karel: nieuwe remblokjes + handschoenen voor Nele (omdat ze altijd zijn velo kuist, en assortie met haar nieuwe koersbroek). Marc ziet weer een molshoop en stapt uit wanhoop af. Van miserie zet hij zich met zijn ellebogen op de baar van zijn vélo en steekt zijn nat achterwerk nogal ver uit. Bam, tegen een elektriekdraad. Er zat snok op. Ik heb daarna Marc nog nooit zo rap omhoog zien rijden. In snokskes. Marc is een typische all-round renner. Niet alleen letterlijk (dus qua figuur … of is dat dan toch figuurlijk?), maar ook als renner. Hij kan een beetje van alles, behalve bergop, vals plat, gewoon plat, bergaf en sprinten. En ook in het veld is ie een ietsie minder.
Dan vraagt Nele: "Karel, waar zat gij
weeral zolang?" En dan antwoordt Karel: "Ik moest eerst de rest naar
huis rijden, schatje, en nieuwe freinblokskes laten steken."
Zondag 15 juni 2003. Familiefietstocht. Met 9 maar: de vrouwkes van Dirk, Geert, Frank en Karel. Examens voor de kinderen, nogal nat parkoers en de meeste mannen zagen het na gisteren niet meer zitten. Nele heeft een nieuwe koersbroek speciaal voor de gelegenheid gekregen. Allez, van horen zeggen.
Kalken
De Modderfokkers
Zondag 7 september 2003. Start van het vijfde KWB Kalken mountainbike
seizoen in mineur, want we staan maar met 7 aan de kerk. Kamikaze Karel is nog
steeds aan het bekomen van zijn holderdebolder avonturen met een konijnenpijp
tijdens het
Met 7 dus, waarvan Geert Bracke en Rudy Declerck dan nog zeggen dat ze
alleen gaan rijden, de lafaards. Want zie, deze ouwe flurk blijft over met Rudy
(meer moet ik niet zeggen) en met drie goed getrainde, wel gesoigneerde, slecht
gecoiffeerde, jonge atleten en freaks: Luc Krick, Jan Willems en Tim Raman. Het
zijde gij die een dommerik zijt, zegt Geert, maar ja, wat wilt ge, ge kunt niet
alles hebben. Daar gaan we dan naar St. Lievens Houtem. Rudy rijdt zodanig hard
op kop dat de andere 4 een paar keer in groep moeten lossen. 58 km aan liefst
28.3 per uur, daar kan de rest die er niet bij was een punt aan zuigen voor de
rest van het seizoen, want St. Lievens Houtem is ook nog eens ander kaliber dan
Wachtebeke, hé mannekes. 't Is te zeggen: Rudy rijdt zo hard en wij steken ons
zo goed weg als we kunnen en proberen, goed uit de wind, aan te klampen. In het
terugkeren, tussen Oordegem en Wetteren, gaat hij niet onder de 36, wind of
geen wind. Ja, het is natuurlijk gemakkelijk als ge als brommerke met
ingebouwde
Euh, is het u ook opgevallen hoe ik bij gebrek aan iele Ivan, maffe Marc
en dolle Danny, dan maar mezelf begin uit te schelden?
Zondag 14 september 2003. Weeral schoon weer. Is het al anders geweest vandejaar? Met 10 aan de
kerk, maar 3 broekschijters, de genaamden Marc Roelandt (slekkevet – hij zegt
het zelf), Eddy Troch en Rudy Declerck – om ze eens bij naam te noemen zie,
durven niet mee met de echte mountainbikers. Zo zal het wel niet gaan, want
zonder bovengenoemde slappelingen geeft Rudy volle gas en is het weer gelijk
verleden week: pompen of verzuipen. Ivan en ik zijn de enige normale
stervelingen in het gezelschap van 7 dat naar Wachtebeke trekt, voorzover men
Ivan als normaal kan beschouwen natuurlijk. Bart heeft zijn papa meegebracht,
voor de eerste keer. We weten allemaal dat Ronny geen gewone is en dat hij niet
gaat meedoen als hij niet goed getraind staat, maar zijn prestatie voor zijn
eerste deelname is toch indrukwekkend. Luc en Jan zijn ook twee freaks en
atleten, dus Ivan en ik waren in goed gezelschap om af te zien. In het domein
van Wachtebeke gaat het zodanig rap dat er geen tijd is om de putten en wortels
echt goed te ontwijken. Ik zie het aankomen en ja, daar ga ik, mijn velooke al
wat vooruit glijdend en ik schuif mee over het korte natte gras. Een pracht van
een meterslange sliding, zodat Luc vindt dat ik toch weer zou moeten gaan
voetballen. Ook Ronny ligt nog eens te spartelen. Bart verliest de sprint aan
54.5 per uur, omdat er iemand is die 55 rijdt. En ik heb me weer eens halfdood
gereden. Mario
Zondag 12 oktober 2003. ’t Is friskes. De buitenthermometer
blijft steken op 2 graadjes, en dat is nie veel. Maar goedgemutst, en met de
lange broek aan, vertrek ik richting Portugiezenstraat om Rudy op te halen. Hij
staat ons al op te wachten, maar als ik hem vraag waarom hij zijn koerskostuum nog
niet aan heeft, antwoordt hij iets in de zin van “ Hoest, kuch, reutel,
rochel”. Vrij vertaalt betekent dit zoveel als, “ Ik rij vandaag nie mee, ‘k
ben wa ziekskes “. Wees maar gerust dat hij zo ziek als nen hond was, anders
mist hij voor geen geld van de wereld zijn zondags uitstapje. Op het kerkplein
aangekomen, staan de tafels en stoelen al klaar. Dit blijkt echter niet voor
ons te zijn, maar voor “den boerenmarkt“. Maar aangezien de toog nog niet
geopend is, vertrekken we toch maar naar de ingerichtte tocht van De
Ledespurters in Oudenbos. We zijn met 15 vandaag, dus gaat het rapper de
afwezigen op te noemen. Rudy R. en Marc R. (ten gevolge van de aprês-KWB-Quiz,
waar zij hun zoveelste overwinning – proficiat - iets te uitbundig vierden),
Mario (wegens meevieren, zie vorige), Luc ( knie-), en Raf (rugproblemen). Voor
de rest is iedereen op het appél, ook Rudy V. en de Don Quichoté van wijk
Hussevelde, Karel V., die na lange afwezigheid rentree maakten. Karel na zijn
tuimelperte in Lanaken, en nekoperatie nadien, en Rudy na vele weken rugpijn
(je wordt ouder pappa, geef het maar toe). Maar het moet gezegd, ze trokken
allebei goed hun plan, zeker Karel, die het zelfs af en toe niet kon laten de
kop te nemen. Hij vond zelfs dat hij na zijn operatie beter rijdt dan voorheen,
en raad zo’n operatie dan ook aan iedereen aan. Dank U. Ondertussen is de zon
al van de partij, en is het schitterend fietsweer. Het parcours ligt er
grotendeels droog en goed berijdbaar bij, maar op het eerste modderstuk gaat
Dirk H. sierlijk onderuit. Zonder erg gelukkig, maar zijn truiken zal toch wel
in den Bio-Tex mogen. Ter aanvulling van de Kalkense gezegden vooraan in dit
blad, “Als een varken moore zie, gaat hij er in liggen rollen “, is misschien
geen gezegde, maar het klinkt toch goe. Bij de bevoorrading merkt Rudy D.C.
zijn broer Ronny op, en een derde
Voor de volledigheid van de quiz-uitslag. De KWB-Mountainbikers werden 6de ( Karel, Jan, Bjorn, en ikke ) en 13de ( Rudy V. Dirk Vdv , Guy en een gastspeler ).
Verslaggever Ad Interim Bis, Ivan.

Kalken
Verslagen
Mountainbike (More-vélo)
10 november: Wachtebeke.
Met 13 aan de start. Vertrouwde gezichten Rudy V., Ivan,
Mario, Guy, Jan, Krist, Karel, Rudy R., Danny, Luc, Marc en gelegenheidsrijders
Dirk Pieters en Alain Hullaert.
Met 13! Oei dat brengt ongeluk! Gelukkig was Mario erbij,
dus eigenlijk waren we maar met 12,5!
Het moest een rit worden naar Hamme, maar aangezien de
meeste van ons friet met stoverij gingen eten bij Tim Roels, werd besloten om
naar Wachtebeke te rijden om op tijd terug thuis te zijn! Jammer voor de
vrouwen die op ons wachtten in Hamme. Allé eigenlijk was het alleen Dirk zijn
vrouw die ginder op hem wachtte. Dirk, ik hoop dat je nog eten gekregen hebt
die dag, want ik had de indruk dat je “tamelijk” leeg gereden was.
Er werd ontzettend snel gestart. Op de brug van
Hussevelde had ik het gevoel stil te staan. Eén voor één reden ze mij voorbij.
Sommigen blaasden daar reeds de benen op met alle gevolgen vandien, terwijl ik
wijselijk aan het doseren was (en als ge dat niet geloofd zal ik u wat anders
wijsmaken).
Het deed me pijn toen Mario me voorbijreed op de brug,
maar het deed me nog veel meer toen na ongeveer 10Km Mario en Guy het voor
bekeken hielden. Ze namen een andere weg en een ander tempo dat ongeveer half
zo snel was. Mario, ik heb je gemist onderweg (en als ge dat niet geloofd zal
ik u wat anders wijsmaken).
Of het snel ging? We staken ergens een spoorweg over
tegen ongeveer
45 km per uur. Gevolg, de bel begon te rinkelen en de
slagbomen gingen toe! Gelukkig waren we er met zen allen nog net door.
Als de snelheid iets gezakt was en ik daardoor ook al
eens naast mij kon kijken komt daar ineens Rudy R. voorbijgeflitst en hij zit
zijn krant te lezen! Lachen met de mensen noemen ze dat! Gevolg, tempo weer de
hoogte in! Dat je met Danny niet moet lachen weten we al. Hij vindt er niets
beter op om van ons weg te rijden… al GSMend! Jongens doe dat toch niet meer.
Het is gevaarlijk en vooral frustrerend voor zij die… geen GSM of krant bij
zich hebben.
Op een lastig stuk trekt Karel stevig door. Ivan, Rudy V.
en ikzelf kunnen de strijd goed volgen want we rijden op een goed berijdbare
parallelweg.
Karel houdt lang vol, maar als Rudy R. hem voorbij steekt
kraakt hij en de rest van de rit wordt voor hem nog lastig.
Naar het einde van de rit toe geeft Rudy R. aan dat we
langs de vogelzang rijden. 2 kilometers kasseien op het einde, dat kan tellen.
Krist demarreert. Ik ken zijn familienaam niet, maar het
zou wel eens Krist Veet kunnen zijn. Een beer van een vent met meer haar op
zijn tanden dan op zijn benen.
Zijn vriend Jan gaat er achteraan, maar voor Jan wordt de
Vogelzang een zwanenzang, want zelfs ik heb hem bijna terug te pakken op het
einde.
Over de spurt kan ik niet veel schrijven, ik was er niet
meer bij. Ik had een kortere weg genomen om op tijd friet met stoverij te gaan
eten. Om ons te bedanken voor onze aanwezigheid gaat Tim eens met ons
meerijden. Bedanken noemen ze dat dan…
Ah ja, ik heb nog niets geschreven van Ivan en Rudy V.
Sorry mannen, maar als je in het verslag wil komen moet je af en toe ook eens
voor mij rijden (of Mario heten).
Uw interim-verslaggever Marc
Zondag, 23 november
’t Was weer proper bij de samenkomst op het kerkplein. 8 Afgetrainde atleten, en ikzelf. Normaal stel ik mij bij aankomst strategisch op tussen mijn collega-verslaggevers Marc en Mario, zodanig dat mijn iets forsere lichaamsbouw minder opvalt tussen de West-Vlaamse elegantie van Mario, en de brede rug en onderrug van Marc. Beiden bleven echter afwezig op het appél. Alle begrip voor Marc’s situatie.
Hij was zaterdag naar het jaarlijks familiefeest van de Roeland’s geweest. Rudy had hem nog zijn kniekussens aangeboden, om indien nodig naar huis te kruipen, maar Marc had deze geweigerd, en fietsen met twee kapotte knieën valt echt niet mee. Veel erger vond ik de afwezigheid van Mario. Een week geleden verwijt hij mij een “gazettencoureur” te zijn, omdat ik bang ben van een beetje regen, en nu is hij er zelf niet, enkel omdat Frank Deboosere regen voorspeld heeft. Beetje flauw hoor Mario.
Onder de aanwezigen mogen wij ook weer eens Tim Roels begroeten, die in het tussenseizoen wat krachttraining komt doen bij de moorecrossers. Waren er ook bij:
Vader en zoon Van Hecke, Danny F. Jan W. Rudy R. Luc K. Karel V. en ikke.
Op voorstel van Danny wordt beslist om nog eens de internationale grote prijs Danny Fack te rijden. Ondanks de voorspelling van de weerman houden we het droog, maar de regen van vannacht heeft ervoor gezorgd dat de kasseibaantjes er nog nat en glibberig bijleggen, en na nog geen 10km moet Ronny VH dit al aan den lijve ondervinden. Hij neemt zijn bocht iets te snel, en gaat sierlijk onderuit. Gelukkig zonder veel erg, en zo krijgen we de kans om iets te eten en te drinken. We vervolgen onze weg door de Wachtebeekse bossen, doen een buitenlands uitstapje in Overslag, en keren zo, via Moerbeke huiswaarts. Op ieder stukje kassei, ook al in het maar één meter, manen wij Ronny aan tot voorzichtigheid, maar op een lang en zwaar stuk zitten de meest frisse een stuk voorop, de minst frisse kunnen niet veel meer zeggen, en het onvermijdelijke gebeurt. Ronny gaat voor de tweede keer onderuit. Wanneer hij terug rechtgekrabbelt is krijgt hij van zoonlief de uitleg waar het fout ging. Je ging veel te rap door de bocht, je mag niet remmen, je kiest het goede spoor niet, je …
Ge moet u daar nie mee moeien, antwoordt Ronny geprikkeld. En groot gelijk heeft hij, want het eerste jaar dat Bart meereed zat hij meer op de grond dan op zijnen velo, heb ik van horen zeggen. Op de brug van de Bontinckstraat, met het einde in zicht, krijg ik nen serieuzen patat van den hamer, en moet ik in volle beklimming zowaar de remmen dichtknijpen. Ha ja, om nie achteruit te bollen.
Voor de spurt was mijn strategie simpel maar geniaal. Ik pak het wiel van spurtbom Tim Roels en jump hem in de laatste meters voorbij (dromen mag). Maar nadat Luc ontsnapt in de Boombosstraat, en de anderen één voor één van ons wegrijden, vraagt Tim aan mij: “ Wordt er op het einde nog gespurt??? “. In de verte zie ik nog dat Luc Krick zodanig sterk doorgaat dat hij uit de greep van de aanstromende groep kan bijven. Als ge dat nog in de benen hebt na 71Km aan een gemiddelde van 25.5Km/u moet ge goede papieren hebben.
Verslaggever Ad Interim Bis, Ivan
Kalken
Verslagen
Mountainbike (More-vélo)
(Verschenen in
Kraak 317, februari 2004, gewijzigd door Hugo De Landstheer.)
21 december 2004. Sukkelaars, dutskes,
serreplantjes, slappelingen, watjes, mietjes, losers, moederskindjes, krempers,
sukkelaars……, of heb ik dat al gezegd? Een beetje regen en wind, en ze zien het
al niet meer zitten. Zelfs Mario, de grootste liefhebber van modder en andere
vuiligheid (het is tenslotte nen West-Vlaming) geeft forfait. Gisteren was hij
nochtans heel enthousiast over de voorspelde sneeuw, en had beloofd er zeker
bij te zijn. Maar de sneeuw kwam een dag later, en Mariootje kwam niet. En dat
noemt mij dan een gazettenkoereur. Toegegeven, een beetje regen en wind is wat
zacht uitgedrukt. Het goot water, en de ijzige wind deed het nog kouder
aanvoelen dan het al was. Echt geen weer om een hond door te jagen, woef, en
zodoende stonden enkel de echte mannen, Rudy en ikzelf, druipend te wachten op
het kerkplein. We vertrekken richting Gratiebossen in Berlare voor ons gevecht
tegen de elementen, en hopen daar een beetje beschutting tussen de bomen, en
een redelijk berijdbaar parcours te vinden. Maar de rit in Overmere van vorige
week heeft zijn sporen nagelaten, en bijgevolg ligt het toch zwaar. Net wanneer
we denken dat wij de enigen zijn die dit weer trotseren komen we nog een
groepje (st)rijders tegen. Reden genoeg voor Rudy om er ne keer nen snok aan te
geven. De dapperste (domste?) van de andere groep denkt naar het wiel van Rudy
te kunnen rijden, en steekt mij voorbij. Wat begint als een verdienstelijke
poging, slaat al snel om in een serieuze afgang, en een beetje verder ga ik hem
alweer voorbij. Motortje opgeblazen. Wij, KWB-Mountainbikers, weten wel beter.
Als Rudy gaat, dan gaat hij. Om zichzelf en zijn makkers nog meer affronten te
besparen, gaan zij aan de eerste splitsing, waar wij rechtsafslaan resoluut
naar links. We vervolgen onze weg via de Scheldedijk, pikken in Uitbergen nog
een stukje bosweg mee, en komen aan de zijkant van Nieuwdonk in Overmere
terecht. Als we aan de atletiekpiste aan een laatste zwaar stuk beginnen, geeft
Rudy zijnen velo nog eens de sporen, en is in geen tijd buiten zicht. Als ik
aan het einde van de modder (en mijn latijn) de Vaartschootstraat nader, staat
hij mij verkleumd op te wachten. Door het lange wachten zit de koude tot op
zijn beenderen, en we besluiten dat het welletjes is geweest. Ondanks het
slechte weer krijg ik toch een warm gevoel vanbinnen. Een overwinning op
mezelf. De bende van Rogiers slaat weer toe.
Terwijl we na de rit onze fietsen afspuiten, komt ons moeder eens kijken of we niet helemaal verzopen zijn, en vraagt hoeveel zotten er vandaag meefietsten. Als ik haar antwoordt “Ze staan hier allemaal”, draait ze zich hoofdschuddend om en vraagt zich af “ Wa hebbe k’ik op de wereld gebracht?“. Het antwoord is simpel: Straffe gasten moeder, … straffe gasten. Verslaggever ad interim bis, Ivan
28 december 2004. Ja, noem Ivan één keer een gazettenkoereur en het piekt voor de rest van het jaar. Rudy viel er zelf bijna van achterover van zijn broer in zo een weer aan de start te zien. Ik denk ook dat het een familiale afwijking is. Arme moeder Rogiers. Maar … het kan ook de omgeving zijn, want zie, deze week ook weer strontweer in het kwadraat. Alleen Rudy en … Karel. Het kan dus ook zijn dat er in Hussevelde iets in het water zit zodat de mensen daar ietske veel minder normaal doen. Het kan geen toeval meer zijn. Mario
PS. Ivan, als ge nog eens met niet meer dan 2 man gaat rijden, kunt ge dan ook de lengte van het verslag wat navenant maken? Het geld groeit hier niet op de KWB zijn rug, hé.
4 januari 2004. Heeltegans geen goesting om te
gaan. Zal het niet te koud zijn? Zal het niet te glad en te gevaarlijk zijn?
Zullen ze niet te rap rijden? Zal ik wel in vorm zijn? En lig ik hier niet goed
in mijn warme beddeke? Ja toch. En het is al laat, ik ga me weer moeten opjagen
om nog op tijd te zijn. Enzovoort enzoverder. Bijna was ik niet gegaan, maar
toch sta ik om 5 na 9 aan het Onze Lieve Heer beeld op de kerkplaats. Niemand
te zien. Behalve Ons Lieve Heer. En in het dunne laagje sneeuw slechts het
spoor van 1 mountainbiker die er moet geweest zijn. Ben ik nu te laat, of wat?
Tegen 10 na 9 komen de anderen eindelijk toe. Het nieuwe jaar zet wat traagjes
aan blijkbaar. Ivan, Jan, Dirk P., Rudy R., Rudy V., Luc, Karel en ik zetten
aan naar Serskamp. Danny had naar sponsor Rudy gebeld om te zeggen dat hij het
een ietsiepietsie te gevaarlijk vond om uit te pakken en besloten had om
wijselijk thuis te blijven. Danny is niet voor niets al jaren gekend bij de
Eenheidspolitie als ‘Watje Fack’.
Een rit vol afwisseling en wegeltjes allerhande. Mijn lievelingsrit. Die het niet weet, zou veel van die wegelingskes gewoon voorbijlopen. Aangezien het 2 dagen de stenen uit de grond gevroren heeft, liggen de modderpoelen van 3 dagen geleden er nu keihard en grillig vervroren bij. Grillig zeker, elke sleuf en elk spoor van een velowiel of traktorwiel staat nu gebeiteld in de grond. De sporen die schuin op de rijrichting lopen zijn het gevaarlijkst. De eerste kilometers is het wat onwennig, zeker op asfalt, maar in het veld is het onvoorstelbaar hoe we weer over al die hindernissen vliegen. Als ge alleen zoudt rijden, zou je aan 10 per uur voortsukkelen. Nu, in de bende, is het ‘verstand op nul’ en vliegen maar. Rudy doet bepaalde stukken aan 30 per uur. Bij de ene is het al makkelijker dan bij de andere om dat verstand op nul te zetten. Bij Marc bijvoorbeeld moet ge gewoon maar het getal één aftrekken van zijn IQ. Bij Ivan moet ge zelfs 10 bijtellen.
En voor de zoveelste keer: zonder platte banden en zonder valpartijen. Tot we het laatste stuk - van de blauwe steen naar de Vaart - aanvangen. Ik zak door een schots en schots en scheef kom ik op een halve meter van de diepe beek tot stilstand. Zoals ge zelf ziet, het spreekwoord, dat ge niet schoon moet zijn om sjans te hebben, klopt toch niet altijd. Dirk Pieters valt kort daarna op dezelfde plaats, maar Luc Krick schiet de hoofdvogel. Eerst vliegt hij het vele veld voorbij in een achtervolging op Rudy en even verder hangt hij in de pinnekensdraad. Zijn broek en dij opengereten op 10 plaatsen. Nu weten we waarom de boeren pinnekensdraad rond hun weiden zetten. Anders lagen hun weiden na een tijdje vol ezels.
Als we al 10 minuten in het Weike zitten, komt daar Dirk H. toch wel binnen zeker. Hij was degene wiens sporen ik had gezien en die stipt om 9 uur aan de kerk stond, maar omdat het te koud was om lang te wachten, was hij maar alleen aangezet. Ge moet goesting hebben. En eigenlijk was het niet koud, want net vanmorgen zette de Grote Dooi in.
We besluiten met een prangende vraag: ‘Est-ce que ça pique, monsieur Krick?’
11 januari 2004. Gisteren kerstboomverbranding op HO Kalken en er zijn nog andere
dingen verbrand door de jenever en de gloeiwijn. Zelfs Rudy geeft forfait.
Alleen Karel, Jan en Hans Schellaert (ik hoop dat ik niemand vergeet) zetten
aan en krijgen bakken water over hun kop. Ze moeten het maar weten, zeg ik.
Mario.
Kalken
De
Modderfokkers
18 januari. Zoudt ge verdorie willen geloven dat ik het ook niet meer weet? Ik wete kik ook niet oe da dat zo gekomen is.
25 januari 2004. Nog eens de klassieke bende. Alleen
Marc, Danny, Ronny en Geert ontbraken. Waren er wel: Rudy en Rudy, Ivan, Karel,
Jan, Dirk, Luc, Bart en ondergetekende. Frank, Guy en Eddy vormden een B-ploeg.
Schoon fris weer en we kiezen een droog parkoers, naar Oostakker. Zoals bijna
altijd: geen platte banden en geen valpartijen. In Oostakker vlammen we wat
rond in rondekes rond een, jaja, ronde visput, met veel reliëfverschil. De
waaghalzen wagen hun hals op een steile afdaling. Broekschijters en
pannenkoeken kijken toe.
Bart is zich aan
het voorbereiden op zijn eerste wedstrijdseizoen als mountainbiker. Hij rijdt –
eventjes slikken – 500 tot 600 km per week en heeft zich nog een tweede velo
bijgekocht. De prijs durf ik hier niet zeggen, want dit is een boekske voor
gewone arme dompels van werkmensen, weliswaar aangevuld met gewone rijke
zelfstandigen. Maar bij de Sidmar zijn het dus blijkbaar ook geen gewone
werkmensen niet meer gelijk vroeger. Er zijn nu al velo’s die automatisch hun
vering aanpassen aan de gesteldheid van het terrein, volgens Bart. En hij heeft
er zo ene. Pakt dat iemand gelijk Marc, Danny of pakweg Ivan op zo een velo
rijdt, dan is diene velo gewoonweg slimmer dan degene die erop zit. Waar gaat
dat naartoe? Mario
1 februari. Hamme Zogge. Naar ’t schijnt 85 km
en modder en iedereen, zelfs Rudy, steendood (niet verwonderlijk). Was er toch
wel niemand van ons drieën bij zeker, zodat deze prestatie niet in de annalen
van de Kraak kan worden weergegeven. Uw slimme want afwezige verslaggevers
Mario, Ivan en Marc.
8 februari. Rudy en Karel zijn weeral de enigen die het weer van weeral een
verzopen zondag trotseren. Ja, dit jaar vallen de zondagen niet echt mee. Beste
lezer, prijs U echter gelukkig, want ware het Ivan geweest die erbij was in
plaats van Karel, dan had u hierover 2 bladzijden verslag gekregen. Mario
15 februari. Om 8 uren aan de kerk en we zijn
weg met 10 man naar Lille in de Kempen. Rudy, Bart, Ronny, Jan, Ivan, Luc,
Karel, Erik, Rudy en uw verslaggever (en als het waar is, mag het gezegd
worden: in de vorm van mijn leven. Kon dit maar eens een paar maanden duren).
Zeer druk en een zeer technisch maar vlotrijdend (nat zand) parkoers, met veel
wipjes en bochtjes en veel te ontwijken bomen en veel voorliggers die we met
bosjes voorbijsteken. Ja, zeer zeker de moeite waard om volgend jaar opnieuw te
doen. Erik Vergassen, een goeie bekende van sponsor Rudy en voeger, gelijk onze
wegkapitein, de andere Rudy, rijdt voor de eerste keer mee. Natuurlijk dat die
mens afziet. À propos, voor wie sponsor Rudy makkelijk wil herkennen: hij is de
enige die met een truitje rijdt waar zijn eigen naam opstaat. De anderen die u
ziet rijden, noemen anders, dus ge kunt niet missen. Iedereen heeft daarenboven
nog wel iets waaraan hij herkend kan worden. Die ouwe grijze ambetanterik die meerijdt,
dat is uw verslaggever van dienst. Ivan herkent gemakkelijk aan zijn dik acht…,
maar goed, ik veronderstel dat er niemand geïnteresseerd is om Ivan te
herkennen, dus ik bespaar u de uitleg. Eén halve valpartij, van den dezen,
volgens mij door Karel zijn schuld. Net in een zompig stuk steken we twee
konijnen voorbij en meteen vertraagt Karel. Volgens mij uit gezonde interesse
voor konijnen, volgens Karel omdat ze de weg versperren en hij zelf niet
sneller kon. Hoe het juist gegaan is, zullen we nooit weten, maar ik kan maar
net een modderbad ontwijken, en goed voor mijn imago bij de vrouwtjes is het
niet.
Na 42 km aan 23 per
uur staan we weer aan de auto’s. Ik stap samen met Erik en Ivan in het
vliegmachien van sponsor Rudy, nadat we eerst de fietsen op het rek goed hebben
aangespannen. Na een voorspoedige vlucht, met slechts 1 tussenlanding – we
raken één keer de ring van Antwerpen – landen we te Kalken, alwaar dat fietsrek
begint te schudderen op het slechte wegdek alhier. Ja, Rudy had de velo goed vastgezet,
maar het rek niet. Wij winnen ons vieren de sprint, want we hadden de rapste
auto. Mario
22 februari. Wachtebeke. In alfabetische
volgorde: Bart, Dirk, Danny, Eddy, Erik, Geert, Ivan, Luc, Mario, Ronny, Rudy
en Rudy. En dan nog eens de analfabeten in alfabetische volgorde: Danny en
Ivan. Nog een geluk dat ze dit niet kunnen lezen, zeg. De stem van sponsor Rudy
klinkt heel zwaar. Dat wijst op zware zaterdagnachtelijke inspanningen. Rudy,
zo ziek als een hond, blijft echter overmoedig. Nog maar op de brug van
Hussevelde of wie vliegt daar naar voren, luide roepende: ‘Doo, of nie getokt’?
Juist, onze sponsor. Eer we halfweg de brug zijn, is er hem al 4 man voorbij.
Ja, Rudy is dus getokt en doo, voor de rest van de rit. Ook Marc is er weer
niet bij, maar dat is al maanden zo. Gisteren op het turnfeest voorspelde Marc
al zijn afwezigheid, want er was een verjaardagsfeestje in de Peperstraat. Dirk
weet te melden dat er een paddentunnel aangelegd wordt onder de Provinciebaan,
zodat ook Marc vanaf nu ’s nachts zonder gevaar van de Peperstraat in de
Krimineelstraat kan geraken.
De gemeentes
Lochristi en Beervelde doen heel wat aan de veldwegels – in tegenstelling tot
onze eigen gemeente waar het niet verder is gekomen dan er wat over palaveren –
maar ze overdrijven aan de andere kant. Sinds we naar Wachtebeke rijden, zijn
er al 3 mooie, lange
Te Wachtebeke ligt
het parcours er vettig prettig bij. Als we het domein uitkomen, liggen daar een
100 meter aaneengesloten aardehopen, waar echte mountainbikers niet van kunnen
blijven. Ook Ivan wil meedoen met de echte, maar holderbolder, daar vliegt Ivan
met poten en kloten en al de lucht in. Troost U, Ivan, zonder zou erger geweest
zijn. Het leven van een verslaggever kan mooi zijn. 49 km aan 24.5 per uur, dus
niet zo echt rap voor een Wachtebeekse rit, maar dan komt de sprint. Danny
voert het tempo in de Bontinck op tot 38 per uur. Ik zit in zijn wiel, maar
moet in de laatste bocht naar het Weike toe lossen. Even blijven er nog 4 man
in mijn wiel zitten en dan zetten ze de achtervolging op Danny in. De sprint
tussen Danny, Ronny, Luc, Bart en Rudy wordt gewonnen door … Bart. Een
historisch moment, want Rudy Rogiers geklopt! Je moet er wel jong en
getalenteerd voor zijn, met een superdeluxe velo rijden en 500 km per week
trainen, maar ge ziet, op een dag lukt het toch om die ouwe te kloppen. Kan Rudy dit nog rechtzetten? Come and read
next week. Mario.
Kalken
De
Modderfokkers
29 februari 2004. Uit principe rijden we
slechts 1 keer om de 4 jaar op 29 februari, en ook wel omdat er slechts één 29
februari om de 4 jaar is.
Op het kerkplein valt Ivan plots neer op zijn knieën met de armen in de lucht, in adoratie. Neen, het gaat hier niet om een onverhoopte bekering, want het is niet voor Onze Lieve Heer die daar ook met zijn armen ten hemel staat, want Ivan knielt er met zijn rug naar toe. Het is echter wel degelijk voor een mirakuleuze verschijning: Marc Roelandt hemzelve in lijfsteigen persoon!!! ‘Ongeloofloos!’, roept Ivan uit. Rudy ziet meteen hoe het komt dat Marc er is. Marc, anders toch een prontige mens, ziet er niet uit door een bloeduitstorting van jeewelste in zijn rechteroog. Opgedaan door een sneeuwballengevecht op vrijdag. Dus moest Marc gisteren thuisblijven, zegt Rudy, en kan hij nu gaan rijden. Ook Jan, Dirk en Dirk en Geert zijn van de partij, zodat we met zijn achten zijn.
Alleen de gebroeders Rogiers hebben last van een pion die niet wil grijpen door de kou. Ze zitten dan ook de helft van de rit in het ijle te trappen – bij Ivan valt dat niet eens op. Zouden hun vélo’s ook familie van mekaar zijn, misschien? Of is het toch ietske in de lucht op ‘t Hussevelde? Rudy hijgt er eens op, maar niets gekort. Piessen dan maar. In de formule 1 hebben ze pietstops, maar wij houden piesstops, zegt Rudy. Een eind verder moet Dirk VDV zijn warmedrukspuiterke bovenhalen om Rudy zijn fiets te dopen. Jongens, zegt Rudy, als ge nu nattigheid voelt als ge achter me rijdt, is het geen water, hé. Nu ik zo het verslag schrijf, vraag ik me af: “Heeft er eigenlijk iemand anders nog een goeie grap verteld, buiten Rudy??” Die mens moet hier ook alles doen: kop trekken, achterblijvers duwen, de weg weten, sprinten winnen en lollen vertellen om het verslag te stofferen.
Zij die er niet bij waren, hebben wat gemist. Voor mij de schoonste rit van ’t jaar, totnogtoe. Sneeuw, vriesweer, mistignatte koude die na anderhalf uur eindelijk overgaat in een winterzonnetje, ijsschotsen, vervroren en vastgevroren ijs- en sneeuwbrokken. Iedere 2 meter ligt het anders: hard, zacht, glad, steeg. De plassen en de sneeuw liggen slechts minnetjes vervroren, zodat we er juistekes doorzakken en zo de maagdelijk witte sneeuw vermengen met zwarte modder. En dat alles in de boskes en velden van Serskamp, zo al mijn lievelingsrit. Technisch en zwaar terzelfdertijd. Dat is nog eens mountainbiken, zie. Niet voor Dannietjes, euh niet voor doetjes, bedoel ik. Halverwege de rit verdwijnt Marc even mirakuleus als hij verschenen is.
Gevallen wordt er natuurlijk, maar eigenlijk alleen naar het einde van de rit en op het einde van de wegels, daar waar de sneeuw tot ijs is samengeduwd door gerij van auto’s. Ik maak een glijpartij - zonder vallen, van zeker 10 meter, waarbij ik eindig met mijn neus in de omgekeerde richting en zo nog kan staan zwaaien als Dirk H. en Ivan passeren. Vijftig meter verder heeft Ivan er weeral eens gelegen. Jongens, jongens, wat een pret, als ik hem weer voorbijsteek en nog eens 50 meter verder zelf op mijn verdoemenis lig. Jongens, jongens, …
Van een schone
schrikkeldag gesproken. Mario.
Zondag 8 maart 2004. “Kijkt nog eens goed naar
mijn voorkant, want morgen zult ge alleen mijn achterkant zien”, had Marc
gisteren nog gezegd. Ik maar kijken en kijken, maar geen achterkant van de
genaamde Marc te zien. Ook geen voorkant of zijkant. Nu zijn oog er weer wat
beter uitziet, laat Marc Dutroelandt zich opnieuw fotograferen door de pers.
Naar ’t schijnt zag hij er zo verschrikkelijk uit dat zijn eigen dochtertje in
zwijm viel bij de aanblik van haar eigen papa. Meiske, we leven met u mee.
Eddy, Rudy, Rudy, Luc, Karel, Dirk, Dirk, Ivan ennekik. Met zijn negenen
voor de 50 km van de rit van Calckine. Ik moet meer dan 4 Euro inschrijving
betalen als niet lid van de wielerbond en dat – bedenk ik – om een rit te doen
waar ik alle wegeltjes toch al ken. Maar dat is zonder de
parkoersuitstippelaars van Calckine gerekend, want – zeker naar de kanten van
Zele toe – hebben ze nog mooie onontgonnen veldwegelkes gevonden. De rit is
goed uitgestippeld en afwisselend, zodat ik toch nog meer dan waar voor mijn
geld krijg. Goed gedaan, mannen. Dirk VDV was met de fiets van Zwijnaarde
gekomen, zat er na nog eens 50 km aan 22.4 per uur op een lastig parkoers zwaar
door en mocht dan nog weer naar Zwijnaarde. Zijn vrouwke is hem mogen komen
halen. Een geval van zware zelfoverschatting. Ivan daarentegen is gewoon een
zwaar geval van zelfoverschatting. Rudy Vergeylen was nog een keer in vorm,
zodat hij zelfs bijna mee kon. Karel was de man in vorm gevolgd door Luc.
Spijtig toch nog dat Ivan, Rudy V. en kleine Dirk vooral naar het einde
van de rit mij zo moesten koeionneren – trekken, duwen, mij van de weg proberen
rijden, mij verplichten te remmen, gewoon omdat ze er niet tegen kunnen dat ik
eens een paar weken zoveel sneller rijdt dan zij. Wie dacht dat Marc een
kinderachtige typ was, wel die heeft natuurlijk gelijk, maar ge moet dan eens
met deze drie te maken hebben.
Uw toegenegen verslaggever, Mario.
Zondag, 14 maart. Een van de eerste zondagen
van het jaar met behoorlijk goed weer, en toch maar 8 gegadigden op ’t appél.
Als Marc hoort dat de rit naar Waasmunster gaat, zakt zijn courage al in zijn
schoenen. “60 km,… da hebbe ‘k ik nog nie in de benen, ik doe hier wel een
toerken op mijn eigen” zegt hij. Ik antwoord hem nog, “ 40 km in de benen en 20
in het hoofd lukt ook wel.“, maar ik vermoed dat hij meer kilometers in het
hoofd had dan in de benen. Rudy DC laat zich bezweren door het kwade oog van
Marc, en besluit hem gezelschap te houden. Blijven over: Rudy R, Danny F, Karel
V, Luc K, Dirk VDV en ikzelf. We vetrekken met de wind in de rug, en in de
Bontinckstraat wordt de kaap van de 40 al overschreden. Het mag dan wel goe
bollen, als het zo rap gaat is het toch pompen of verzuipen. Karel, die de
laatste weken straffe koffie drinkt bij zijn ontbijt, geeft er op het eerste
off-road gedeelte meteen nen serieuzen snok aan, maar aan het einde slaat hij
stomweg linksaf, terwijl iedereen weet dat we daar rechts moeten. Misschien is
zijnen koffie wel wat te straf. De Waasmunsterse bossen liggen er goed
berijdbaar bij, zelfs de fameuze “zandbak” geeft geen problemen, en bijgevolg
zijn we niet af te stoppen. Ware het niet dat Dirk met een zuivere hattrick (3
platte banden) toch nog voor enkele rustpauzen zorgt. Op de terugweg staat de
wind pal op kop, en is het knokken om het wiel te houden. Zelf aan kop rijden
zit er niet in, maar in Kalkendorp aangekomen plaats ik nog een ultieme jump en
kom als eerste aan ’t weiken. Enkel spijtig dat de anderen niet mee deden.
Binnen zit Guy al te bekomen van zijn rit. Hij vertrekt een uurtje later, en
komt een uurtje vroeger aan. Kwestie van zomer en wintertijd te combineren in 1
rit.
Als we net zitten, komen ook Marc en Rudy aan. Ze hebben heel diep moeten gaan, want toevallig zijn ze onderweg in het spoor van een wandel-druppeltocht terecht gekomen, en - sociaal als ze zijn, hebben ze verbroederd met de wandelaars. Zoals ik al vermoedde in het begin van dit verslag. Meer in het hoofd dan in de benen.
Verslaggever Ad
Interim Bis, Ivan.
Zondag 22 maart 2004. Wind, wind en nog eens wind. Maart heeft al van
alles geleverd: sneeuw, ijs, zon, regen en nu dus:
Tegen de wind, heb ik een karton van op een bak Duvel, met zo een mooie
volle Duvel op gedrukt, onder mijn truike gestoken. Ik wil daarmee uitpakken,
kwestie van ook eens de plezante uit te hangen, maar Ivan heeft nog veel
straffer: die rijdt rond met een boekske vol madammen met weinig kleren en
madammen met nog minder kleren onder zijn truike (zie bewijsfoto:
http://allserv.ugent.be/~mvaneech/Ivan.jpg).
Wie reden er nog mee naar St. Lievenshoutem? Jan, Karel, Rudy, Rudy
Declerck, Ronny, Luc en drie Dirken: Dirk Pompieters, Dirk Hansklaer en Dirk
Indevyver. Marc liet zich alleen eens zien in burger op het kerkeplein.
De combinatie van vals plat, beuken tegen de wind op kop en de vettige
wegels waar je wielen in vastzuigen, maakte dat we soms amper nog vooruit
kwamen. Het was weer afzien, beestenwerk, beulenwerk. Maar waarom doen we het
anders?
Weeral geen platte banden en geen valpartijen, behalve wat show van de
kleinste en de fijnste: aan een wegversperring waar we nauwelijks langs kunnen,
schiet Dirk H. van het betonbaantje, en aangezien de berm net daar 20 cm lager
ligt, is het van holderdebolder pardaf pardoes. Hij krabbelt weer op zijn velo
en wil het zodanig uitleggen tegen de lachers achter hem, dat hij
achteruitkijkend 10 meter verder aan de andere kant van het baantje er
holderdebolder pardaf pardoes weer af ligt. Rudy Declerck levert een prachtige
prestatie, maar windachter naar Wetteren toe gaat het tempo naar 35 per uur
(toe) en duwen Luc, ik en Rudy R. hem af en toe. Rudy D. krijgt daar verkeerde
gedachten bij, want hij trekt gedurig zijn arm weg, zo van ‘Eikes, blijft eens
van mij’. Geen schrik, Rudy, wij zijn rechtgeaarde hetero’s en we doen dat echt
alleen maar om te helpen, want hoe hard trappen het ook is om mee te kunnen, we
weten uit ervaring dat eens je uit de bende lost en alleen moet rijden je tempo
plotsklaps met 15 per uur zakt. Daarom doen wij dat en zonder bijbedoelingen,
Liefste Rudy. Maar al goed, wie niet bepoteld wil worden, moet maar voelen,
zegt het spreekwoord, en we laten hem node achter.
Ivans’ achterwiel gaat in Wetteren nog om zeep, maar toch doet hij nog
een deel kop zodat ik kan demarreren aan het Vaartplein. Aan 42 per uur is niet
snedig genoeg, want er zijn er 4 die mijn wiel kunnen pakken, o.a. Rudy R. en
dan moet ik er geen tekeningske bij maken wie de sprint wint. Ja, Luc, Karel en
Ronny: in mijn wiel zitten kunt ge, maar een sprint winnen tegen Rudy, dat is wat
anders hé.
We deden 56 km aan 23.5 per uur, ondanks de wind en de more, en hebben
toch weer een scheet gelachen. En twee ook. Mario
Zondag 29 maart
2004. Uw vaste verslaggever is mee met de echte
op
Zaterdag 4 april 2004. Ronde van Vlaanderen. Met 9 man: Jan, Karel, Rudy, Rudy, Ronny, ik, Luc, Hans Schellaert, Dirk Vdv. 75 km aan 24.5 per uur. Een mooie rit die we tegen de middag hebben afgehaspeld, en ware het niet van de 2 platte banden van Luc geweest, we waren nog rapper terug geweest. Luc rijdt de muur op met een lossende achterband, maar ik kan hem maar net bijhouden. Als Rudy boven aan de kapelmuur de band van Luc stopt en de rest een eindje verder staat, duurt dat gelijk zo lang. We gaan eens kijken en ja hoor, ze hadden zich geposteerd voor het stoppen van de band aan de stand van Redbull met zeker 10 hostessekes. Vandaar dat het niet vooruitging. Voorbij de Bosberg rij ik even voor zodat ik op het gemakske het gevaarlijk punt van verleden jaar kan nemen: een richeltje van 2 keer nikske in het midden van de weg. Ja, niet meer dan dat, maar verleden jaar ging ik hier op mijn verdoemenis, met blijvend schouderletsel tot gevolg. Mijn schouder blijft nu scheef hangen voor de rest van mijn leven. Het is niet echt een mooi zicht, maar goed, mijn beste tijd had ik toch al lang gehad. Mijn nek doet nog altijd pijn ook, zoals die van Brusselmans, met dat verschil dat hij rijk en beroemd is.
Vanaf de Bosberg is het niet alleen grotendeels bergaf, het is ook wind in ’t gat, zoals Rudy had voorspeld. De nabespreking in het Weike loopt wat uit, maar dat mag wel eens vinden we, na zo een rit waar we allemaal kontent van zijn. Mario
Zondag 11 april 2004. Pasen. Net als de brave gelovigen de kerk uitkomen om een paasontbijt van de KWB te gaan nuttigen, vertrekken we met 9 man. Ivan, Tom VdB, Ronny en Bart, Danny, Geert, Karel, Dirk H. en ikzelve. Ronny en Bart komen alleen eventjes losrijden, want vannamiddag doet Bart weer een wedstrijd. Met 7 dan maar naar Waasmunster. Een mooie rit van 65 km aan 26.5 per uur. De sprint wordt gewonnen door Ivan tegen de 3 strijkijzers Danny, Karel en uw verslaggever. Ja, een kort verslag zult u zeggen. Maar zoudt ge geloven dat, als ge zo met 6 saaie pieten rond rijdt, er niet veel te vertellen valt. Mario
Zondag 18 april 2004. Danny,
Dirk H en Dirk P, Luc, ondergetekende, Jan, Karel, en snelle Eddy, die het
echter voor Wetteren al voor bekeken houdt. Teveel wind en te hoge snelheid in
het begin. Het zal inderdaad een afvallingsritje worden vandaag. We doen nog
eens de grote prijs Danny Fack 1. Het is meer dan een jaar geleden dat we nog
naar Melle, Gontrode, Merelbeke en die kanten op reden. En wat is het al
veranderd, het gewegelte aldaar.
Ivan, Rudy en Tom, die alledrie gezegd hadden dat ze gingen komen, zijn
er niet. Ivan was gisteravond een beetje beDuveld geraakt. In de Kalverhage,
een natuurgebiedje tussen 2 spoorwegen, hebben ze met een bulldozer een BMX
parkoers aangelegd. Raar onderhoud van de natuurgebieden, daar in Melle. Ik
stel voor het gebiedje ook nog droog te zuigen en vol te pompen met mest, zoals
wij in Laarne doen met de Kalkense Meersen. We zien nog meer natuurleed. Ergens
in een verloren boske staat een nagelnieuwe manshoge kraaienkooi, met daarin
reeds 2 gevangen stakkers. Dat geval heb ik toch effekes omvergekieperd, zodat
deze twee beestjes konden wegvliegen. Ik kan het niet aanzien dat ze
intelligente beesten als kraaien en eksters laten kreveren.
Luc schiet de hoofdvogel van de dag. Ergens op grondgebied Melle komen
de eerste 5 van onze bende uit een slag de weg op en slaan naar rechts af. Er
kruist ons een wielertoerist uit de tegenovergestelde richting. Luc die wat
achter komt – wat we niet van hem gewend zijn – hoort door de vele wind de
waarschuwing ‘Tegenligger’ niet en voorzeker ziet hij ook de wielertoerist niet
doordat we met 5 het zicht belemmeren. In plaats van bij het rechts afslaan ook
rechts te houden, pakt hij bij het uitkomen van de slag een grote bocht tot op
de overkant van de weg en komt zo plots oog in oog met de verschrikte
wielertoerist. Het had veel erger kunnen zijn, maar het wordt een schouder
tegen schoudercharge. Deugd doet dat niet. Die wielertoerist kwaad natuurlijk.
Maar wat denkt die eigenlijk wel? Bij mijn weten hebben mountainbikers altijd
en overal voorrang, of niet soms? En zeker als ze van de KWB en van Kalken
zijn. Ja, wielerterroristen en mountainbikers, goed zal dat nooit boteren, maar
om er nu bots bovenop te gaan rijden, Luc, ge moet ook niet overdrijven, hé.
Dirk H. ziet het in Westrem niet meer zitten en vervolgt deze tocht van
55 km op de weg. Jan W. blijft achter in Wetteren, bij het vrouwke, om eens
(goede punten) te scoren. Dirk P. moet lossen op de Langen End, zodat we nog
met vieren naar het Weike vlammen tegen 40-42 per uur met Danny op kop en de
wind in ‘t gat. En zo eindigen we ook, want Danny wordt niet aangevallen, zo
zijn best dat hij gedaan heeft om de weg niet kwijt te geraken en om de ganse
tijd op kop te rijden.
In het Weike zitten Frank en Eddy in koerstenu. En, godbetert, daar
zitten ook nog Marc, Guy en Ivan, in burger. Ivan mag maar 1 keer per weekend
zat zijn. Daarom komt hij nog rap een paar Duvels drinken. Kwestie van niet te
ontnuchteren voor zondagavond. Mario
O ja. Waar waren Bart, Ronny en Rudy R. zult ge vragen. Awel, ik ga het
u antwoorden. Ronny en Rudy ondersteunden Bart logistiek tijdens het
kampioenschap van België marathon
Kalken
De Modderfokkers
Rechtzetting vorig verslag. Ivan reed ook mee in de Ronde van
Vlaanderen-toertocht, maar ik heb hem niet vermeld. Ge moet niet vragen: als ge
met een postuur als dat van Ivan niet eens opvalt, dan hebt ge wel zeer
onopvallend gereden. Toch een DIKKE sorry, Ivan.
Zondag 25 april 2004. Bierbeek. Danny, Rudy R.*, Karel*, Dirk VDV*, Mario, Luc, Tom, Geert, Rudy V.* De
personen aangeduid met een sterretje waren uitgerust met
Sponsor Rudy* wil persé stoppen aan het enige café dat we tegenkomen –
café Tollet! - en we verdriedubbelen meteen die mens zijn jaaromzet aan cola,
want meer dan 1 mens per week kwam daar niet binnen. Een geluk dat Danny hielp
uitschenken of we waren nog niet thuis. Vandaaraf, de laatste 20 km is het elk
voor zich, want kapitein Rudy* wil er eens de beuk in zetten. Het wordt een
wilde achtervolging. Karel* kan net nog even bij Rudy* en Danny komen maar dan
steekt een stok in zijn wiel stokken in de wielen. Ja, voor wat lig ik hier
anders te liggen, moet die stok gepeinsd hebben. Luc, de witten, die dit
seizoen al een aardig palmares aan tuimelperten heeft verzameld – als hij een
pinnekensdraad of wielertoerist ziet, hij rijdt er gewoon bots op - wou nu eens
een echte auto uitproberen. Hij kon zich nog op het nippertje inhouden, maar
dat weeral ten koste van een zware val. Luc rijdt echt dat de stukken eraf
vliegen, dit seizoen. Gelieve ze bij vondst terug te brengen.
Na 5 seizoenen
Zondag 2 mei 2004. Waasmunster. Ivan, Rudy V., Geert, Mario, Luc, Karel. 65 km aan 27 per uur. Schoon
droog weer, zodat we ook zonder wegkapitein Rudy aan een mooi gemiddelde komen.
Ivan rijdt zo breeduit, dat zowel Karel als ik ons erachter uit de wind kunnen
wegsteken. Alleen Karel zijn nek steekt een beetje uit zegt Ivan. Ik weet niet
wat hij daarmee wil zeggen, maar ik vind toch dat Karel Karate dat moet weten.
Zodat iedereen vrienden kan blijven, nadat de nodige dingen – als het moet met
een beetje geweld – zijn bijgelegd. Sponsor Rudy, die nooit valt, maakt in de
laatste zandbak een mooie, maar natuurlijk zachte landing. Luc, die aan een
knalseizoen bezig is qua valpartijen: in de pinnekensdraad hangen,
wielertoeristen omverrijden, auto’s proberen van de baan te rijden, komt er
vanaf met een knieval. Onze sponsor is echt in supervorm. Het is eraan te zien
dat hij honderden kilometers doet met de koersvelo en met of zonder het
vrouwke. Wat een supertoffe kerel is onze sponsor toch. En wat een atleet. En
altijd vrijgevig. Wat hebben we toch geluk met zo een sponsor. En wie wint er
de sprint? Onze sponsor natuurlijk! Mario
Euh, zeg Rudy, nog ietske. ’t Is om eens te vragen of we nog lang moeten
wachten op die nieuwe truikes en broekskes. Dat is nu al vijf jaar dat ik
reclame maak voor uw commerce in hetzelfde tenuke. En ge begint mijn onderbroek
te zien door mijn koersbroek. Dan moogt ge nog van geluk spreken dat ik een van
de weinigen ben die een onderbroek draag. Wat ge er bij Ivan allemaal door
begint te zien, ga ik hier niet uitleggen, maar reclame voor uw zaak is het
alleszins niet. Dus, ik zou zeggen, doe het voor uw eigen en voor uw omzet.
Zondag 9 mei 2004. Aaigem. Reeds om halfnegen te vertrekken, dus om kwart na 7 sta ik al bij de
bakker. Ik twijfelde of die al open ging zijn, maar zie, het is me daar
warempel een overrompeling van jewelste van allemaal venten. Ah ja: moederkensdag.
Thuisgekomen laat ik mijn vrouwke weten wat voor geluk ze toch wel heeft met
een man als ik die niet zomaar één keer per jaar voor moedertjesdag, maar wel
elke zondag vroeg op is en naar de bakker gaat. “Ja, omdat ge moet gaan
mountainbiken, anders zoudt ge niet uit uwen nest geraken”, is het antwoord.
Doet dan eens iets! Zijt dan eens kontent van uzelf!
Dirk Hanselaer, Rudy, Rudy, Luc, Jan, Ivan, Mario, Geert, Carla, Gerda
en Christelle. Euh, Carla? Gerda? Christelle? Zijn Karel, Geert en Krist transseksuelen
geworden? Van Karel zoudt ge nu nog …, maar van Geert en Krist toch niet!?
Neen, U misleest zich niet. Binnen de moederschoot van de KWB
De mannen doen 55, de vrouwen 25. Net mijn zomerbanden opgelegd en lap,
voor het eerst sinds lang een ferm vettig parkoers. Veel korte keren en draaien,
klimmekes en afdalingkses, dus ferm lastig voor de dooprit van de dames.
Voorwaar een mooi parkoers, maar als de vorm aan het wegebben is - ik voel hoe
het iedere week minder gaat, kun je er niet echt van genieten. Ivan, eventjes
achter, mist een afslag, die een lus in het parkoers is. Als hij dus even
verder terug op het parkoers komt heeft hij ons voorgestoken en is hij ook de
bevoorrading voorbij. Ivan denkt dus dat hij ons aan het achtervolgen is, maar
eigenlijk rijdt hij voor ons. Voor een keer dat hij voorop rijdt. Ook Dirk
steekt van allerhande stoten uit, zodat hij al in de kantien zit als wij voor
de derde keer de vrouwkes tegenkomen, nu in het gezelschap van Ivan. Dat komt
omdat we ook ergens verkeerd rijden, zodat de vrouwkes ons voorbijsteken en als
wij ons kar keren en terug op het parkoers komen zijn ze dus net voor ons. Ja,
die pistes van 25 en 55 lopen de hele tijd door mekaar ook nog. Ja Christine,
Ivan reed de hele tijd alleen met de vrouwen. En dan was hij nog Christelle aan
het duwen, want die had kettingbreuk. Dus door supertoeval en doordat iedereen
op verschillende momenten verkeerd rijdt, staan we allemaal klaar om Christelle
te helpen, behalve …Dirk zelf, die al in de kantien zit, de propere. Rudy heeft
er wel 20 minuten werk mee met de oude versleten ketting en alleen dankzij een
stukje ketting dat Jan nog bij zich heeft, lukt het. Ik vraag nog of ze iets
kunnen doen met de nagelnieuwe reserveketting die ik altijd bij me heb, en ze
vinden dat allemaal een goeie mop. Haha. Ik heb mijn ketting dan maar weer naar
huis meegnomen. Ge weet nooit dat we eens kettingbreuk lijden, hé. Dirk en
Christelle, ik zou zeggen: “Eens naar een goeie velomaker gaan”, maar spijtig
genoeg hebt ge zo geen in Kalken*. Aaigem, naaste jaar komen we weer, en we
hopen met meer man en meer vrouw en ik met meer vorm. Mario
* Euh, dat was een graptje, hé.
Zondag 16 mei 2004. Serskamp. Ik heb een bierkaartje nodig gehad om alle deelnemers te noteren. De
D-ploeg bestond uit de dames Gerda, Linda (moeder Vanhecke ook al, jaja) en
Nadine, de eega van onze sponsor. De B-ploeg bestond uit de heren Dirk P., Dirk
H., Rudy (Washington) DC, snellen Eddy en, godbetert, trage Marc, voor zijn
definitieve heroptreden, laat ons hopen. De A-kes waren Ivan, Karel, Rudy V. en
Rudy R., Jan W. uit W., de Witten, Bart en Ronny Vanhecke (was Svenneke dan
alleen thuis, dat manneke?) en mijzelve en wij reden naar Serskamp en de
Warande te Wetteren, een 40 km aan 26 per uur. Karel heeft last van wat
Bijna thuis is er een paard dat een zijwaartse panieksprong maakt als
wij eraan komen. Rudy R. kan zich daar verschrikkelijk kwaad in maken. “Dat
komt dan met een paard op de straat en ze kunnen er niet eens weg mee”, foetert
Rudy. Maar Rudy, ik rijd zo al vijf jaar mountainbike zonder dat ik goed weet
hoe erop recht te blijven. Want zie maar. In Wetteren doen we de Warande waar
er een erg technisch parkoerske is aangelegd. Iedereen is het erover eens dat
het niet te doen is, gewoon overdreven. Ik heb het echter wel geweten, want op
het scherpe afzinkske val ik en ik blijf vallen, met mijn velo tussen mijn
benen en dan nog eens bal over kop met velo en al. Kul over kloten, zeggen ze
bij ons. Beneden aangekomen, geef ik uit kolère mijn velo nog een stamp bij,
maar het is op mijn eigen lompigheid dat ik meest kwaad ben. Een paar schrammen
en blauwe plekken bij, maar hier kom ik goed weg.
Als de drie ploegen allemaal weer op het terras voor het Weike zitten –
ook de vrouwen hebben 40 km gefietst, komt daar ook nog de C-ploeg af (C voor
Café): Guy Roels die pas om kwart voor 10 kon vertrekken door omstandigheden
(hij geraakte namelijk niet vroeger uit zijn bed). Mario
PS. Voor de liefhebbers die het wat rustiger aan willen doen: vanaf nu rijden we de hele zomer lang ook de dinsdagavond. Wie goesting heeft om eens te proberen: Verzamelen aan de kerk om 8 uur. Bedoeling is in de eerste plaats vooral de wegelkes in de streek te leren kennen en niet van te koersen.
Kalken
De Modderfokkers
en de fokkemodders
Zondag 23 mei 2004. Oudenbos. Ingerichte rit van de Ledecrossers. Guur weer voor de tijd van het jaar,
maar zo heb ik het graag, ik zweet zo al genoeg. Ik – macho zijnde – had al
gepeinsd dat we nu niet teveel vrouwvolk gingen zien. Was ik me daar eventjes
ferm mis. Maar liefst 10, u leest goed, tien vrouwen aan de start: de
fokkemodders Gerda, Linda, Christelle, Christine, Kristien, Carla, Nadine,
Veerle, en Guy en Marc. Guy en Marc zijn geen vrouwen, zult u – opmerkzame
lezer - opmerken, maar in de modderfokkerverslagen worden mietjes bij de
vrouwen gerekend, om het simpel te houden. We verwachten nu wel een verslag van
Marc, van zijn ervaringen met de vrouwen. Wat betreft mountainbiken
welteverstaan, want anders zou het maar een kort verslag zijn.
Aangezien Ronny, Ivan en Rudy V. meerijden met de A-ploeg betekent dat
dat er drie koppels aan de start staan. Luc, de witten, rijdt alleen zonder
wachten als er eens iets mis gaat, omdat hij rapper moet thuis zijn. Ondanks
het helse tempo dat we er op na houden, halen we hem niet meer in. De A-kes
zijn ook met 8: Jan, Mario, Ivan, Rudy, Rudy, Geert, Bart en Ronny.
Er is een B-ploeg: Eddy, de gebroeders Hanselaer en Rudy Washington DC,
die ons na één derde van de rit, in het domein van Wachtebeke wel eventjes
inhalen, dus onderschat ze niet. In totaal dus: 8+2 +8 +1+4 = 23
mountainbaaikers en ksters. Rudy, dat zal toch wel een hele investering aan
truikes worden, vrees ik. En die broekskes voor vrouwen, zijn die dan hetzelfde
als voor ons? Zo vraag ik mij plots af.
Bracke steekt van alle soorten manoeuvers uit die niet te katholiek
zijn. In Kalken zeggen ze dan: “Ge moet er niet op letten, ’t is weer een
Brackske”, waarmee ze wel de helft van Kalken benoemen. Als we terug in
Zeveneken komen staat er op mijn tellerke: 53 km en 27.66 km per uur. Ge moet
niet vragen of er gevlamd is. Rudy wilde er vandaag eens de pees op leggen.
In de 5 jaar dat we het Vlaams gewegelte onveilig maken op ons velo,
hebben we al wel eens kleine groepjes van twee, maximum drie mountainbaaiksters
gezien, maar nog nooit 8 in één bende. Ik denk dat we hier met een
wereldprimeur te maken hebben. Misschien wel met een epidemie. De Boerenkrijg
is toch ook niet ver van hier begonnen niet waar? Mario
Zondag 30 mei 2004. Serskamp. Een rustig, kort ritje van 40 km aan 24 per uur. Naar Serskamp en rydt
men om te genieten. Slechts met 6: Ivan, Mario, Dirk, Rudy, Luc, Jan. Eddy en
Rudy Washington DC willen alleen rijden, en ze hebben natuurlijk ongelijk. Geen
vrouwkes want die rijden morgen maandag een ingerichte rit in Zele. Ja, die
madammekes zijn ocharme 3 weken bezig en gewoon rond de kerk rijden is al niet
meer genoeg.
Nu de plassen verdwenen zijn, komen de tingels. En vanaf juni ook nog de
vliegen en de beestjes. Mountainbiken is altijd afzien. “Ik heb geen tingels
gezien”, zegt Rudy. “En mij zaagt ge niet van de tingels”, antwoordt Dirk, die altijd
graag laatste rijdt. In de bossen in Serskamp komt hij mij plots toch
voorbijgevlamd. “Awel, gaat het niet rap genoeg misschien”, roep ik. Dirk
begint te zwingelen en te zwengelen om mij weer voor te laten, en doet zodanig
onnozel dat hij een pracht van een tuimelperte inzet. Een put verkeerd
ingeschat. Ik kan nog net zijn velo die sierlijk alleen door de lucht vliegt,
ontwijken.
Sommige mensen vragen mij of het niet goed botert tussen Ivan en mij,
gezien ik altijd op zijn kap zit. Maar nee, integendeel, Ivan is mijn dikste
vriend. Daarbij, het is afgelopen met lachen met Ivan, want hij staat scherp.
Hij staat zo scherp dat hij zichzelf al 2 keer aan zichzelf gesneden heeft
vandaag, zegt hij zichzelf. En inderdaad, de spurt wordt mooi en van ver aangetrokken
door broer Rudy, en al even mooi afgewerkt door Ivan. Maar Rudy, die duw mocht
ge wel achterwege laten, want we zullen ons verplicht zien om Ivan de volgende
keer te diskwalifalificeren.
Tenslotte nog het nieuws van de dag: de witten is nergens op gereden.
Zondag 6 juni
2004. Zottegem.
Rudy heeft er een jobken bij. Naast voegwerken en mechanieker van onze ploeg, is hij nu ook testrijder voor fietstoebehoren. Zo rijdt hij nu al enkele weken rond met grip-shift versnelling van shram, of zoiets, en hydraulische remmen. Hydrawat??? Eenvoudig gezegd, het freinkabelken is vervangen door een buisje met olie. Groot voordeel hiervan is dat uw kabelken niet meer moet gesmeerd worden, ha ja, er zit alleen maar olie in. Soit. Op ons gewone terrein heeft het systeem zijn deugdelijkheid al bewezen, dus wordt het hoogtijd om eens een zwaardere beproeving op te leggen. Zottegem dus.
Om 8 uur verzamelen aan de kerk, en wie denkt dat alleen de echte zotten zo vroeg naar Zottegem vertrekken, de D-ploeg is er ook. Gerda, Carla, Linda, Veerle, Christine, en Marc. Niet dat Marc volledig is overgestapt naar de damesploeg, maar rustige ritjes passen in zijn opbouw naar zijn vroeger niveau (haha). Neen serieus nu, ik vind het zeer nobel van Marc, dat hij zich spontaan aanbiedt als begeleider en, indien nodig, pechverhelper voor onze meiskes. Na Sergio, nu dus “Marc @ the ladys”.
Bij de mannekes met 9. De twee Rudy’s, Bart en Ronny VH, Geert B. Dirk VDV, Karel V, survival-kampioen Patrick en ikke. Neen, Mario was er niet bij, en zo krijg ik de kans hem eens goed terug te pakken na al de leugens die hij over mij al vertelde.
Maar zo zit ik niet in mekaar. Ik heb er geen nood aan anderen te blameren, om zo zelf beter uit de verf te komen. De rit zelf dan. Veel bergop, soms eens bergaf, het enige wat plat was waren mijn benen. Zelden zo afgezien. Gelukkig kon ik rekenen op het nodige duwwerk van mijn metgezellen, waarvoor dank. Als ik zo blijf verder dutsen is het binnenkort “Ivan @ the ladys”. Ergens halweg de rit probeert Rudy een stukje af te snijden door tussen enkele paaltjes te rijden. Op het laatste ogenblik ziet hij echter dat tussen de paaltjes een stalen draad gespannen hangt, en moet hij een noodstop maken. Gelukkig kan hij vertrouwen op zijn supersonisch, hydraulisch, fantastisch remsysteem, anders kon hij zijn nieuw air-bag systeem testen (of zit dat nog niet op zijn fiets gemonteerd?). Bij aankomst zien wij dat de vrouwenploeg nog niet binnen is van hun 35 km rit, en krijgen wij de tijd om te bekomen van onze 45 km. Als ik voel hoe neig da’k ik heb afgezien, vrees ik het ergste voor Marc en zijn companen (companettes, companinnen, of hoe schrijft ge dat?), en denk dat na deze zware rit sommigen het voor bekeken zullen houden. Wanneer 10 minuutjes later de dames lachend en taterend aankomen, blijkt echter dat ze het zeer leutig vonden en genoten hadden van de prachtige landschappen en vergezichten. Landschappen?? Vergezichten?? Daar heb ik niets van gemerkt. Misschien volgende keer toch maar wat trager rijden, en ook eens kijken van wat er naast de wegelkes nog te zien is. Verslaggever Ad Interim Bis, Ivan
Zaterdag 12 juni 2004. Regio-tour. Maar het kwam velen niet goed uit dit jaar zodat alleen Rudy, Bart en Patrick
Rogiers de 100 km doen (aan meer dan 30 per uur naar ’t schijnt) en Eddy en
Dirk VDV de 70 km. De zondag stonden er 8 aan de kerk.
Toch even melden dat er op vrijdag nogal gemountainbiked wordt door
mannen en vrouwen en kinderen samen, onder deskundige leiding van sponsor Rudy
(straks rijdt iedereen in Kalken met een truitje van Vergeylen?) en Ivan. Wie
zin heeft, is steeds welkom op vrijdagavond om halfacht aan de kerk. Bendes van
30 zijn niet ongewoon. De omzet van het Weike op vrijdagavond is daardoor ook
verdubbeld. Op dinsdagavond om 8 uur wordt er ook gefietst, maar dat blijft
beperkt. Ook daar blijven liefhebbers welkom. Mario
Zondag 20 juni 2004. Toertocht Kalken. De dag voor de zomerzonnewende, dus de op 1 na langste dag van ’t jaar.
Vanaf nu is het alweer korten naar de winter toe, zei de pessimist. De B-kes,
Eddy, Guy, Rudy DC, Luc en Dirk en Frank H. zijn om halfnegen vertrokken voor
de 60 km. De vrouwen zijn weeral met 8: Gerda, Carla, Adinda, Adel, Kristien,
Christelle, Marc en Hilde en vertrekken voor de 40 km iets later en om kwart na
9 vertrekken vanuit de Wilbra de 9 A-kes Rudy, Danny, Dirk P., Hans S., Geert,
Ivan, Jan en Karel en Mario. De rit naait alle wegels in de Meersen aan mekaar
zodat we van het plein van SK Kalken vertrekkend naar Wetteren op rijden en zo
uiteindelijk in Uitbergen uitkomen. Daar pakken we de Uitbergse boskes mee (ze
hebben er wel een stuk van gekapt, het is niet te herkennen). Aan bevoorrading
aan de Scheldeboord tussen Uitbergen en Berlare hebben we de vrouwkes te
pakken. Gelukkig hebben ze nog iets over gelaten voor ons. Marc is gelijk een
haan met zijn poelden, zegt Rudy.
Na de bevoorrading rijden we verder over de Berlaarse Zandbergen naar de
Gratiebossen en naar Zele, waarna de rit terug richting Kalken gaat. Geert
slipt en komt ten val. Ja, ook ’s zomers ligt het ‘glad’ doordat de kiezeltjes
losliggen en dan subiet meeschuiven en je wiel meenemen. Danny staat niet
scherp en rijdt zeer onopvallend, wat we niet van hem gewoon zijn. Ja, zelfs de
beste atleten gaan er op achteruit als ze niet genoeg met ons meerijden. We
hebben er een kleine 50 km op zitten als we aan het Weike passeren en Ivan en
ik het voor bekeken houden. Kwestie van op het gemak nog een aperitiefke te
kunnen nuttigen en vooral op tijd op de barbecue van de KWB te zijn. Mario
Tot slot: voor al diegenen die al op dinsdag, vrijdag of zondag meereden
met de mountainbikers: op 25 juli gaan we naar Poperinge voor een niet te
missen zomeruitstap naar de Westvlaamse heuvels met barbecue en bezoek aan de
abdij van West –Vleteren. Wie goesting heeft neemt kontakt op met een van de
mountainbikers, ten laatste tegen half juli.
Kalken
De Modderfokkers en de fokkemodders
Zondag 12 augustus 2004. Van uw vriendjes moet
ge het hebben. Ik sta schoon om 9 uur op het kerkplein als daar afkomen: Bart,
Rudy R., Patrick Roels, Luc K. en Dirk VDV. Geen gewone mensen te zien. Waar
zijn die? Awel, die zijn al om halfnegen mee met de vrouwen vertrokken naar de
toertocht in Wetteren. En mij laten ze nietske weten en ze laten me dus aan
mijn lot over bij deze cracks. De gemiddelde leeftijd van de cracks: 10 jaar
jonger dan van den dezen, die tegen de pensioengerechtigde leeftijd aan begint
te komen, of zo voel ik me toch. Gewicht van de cracks: geen grammetje vet,
afgetraind. Den dezen: minstens 5 kilo te veel. Trainen: Bartje 500 km de week
als het eens wat minder gaat, Rudy: heel zijn leven niet anders gedaan. Den
dezen: training in de week: Chips + Duvel. In het weekend: Duvel + Chips.
Karakter van de cracks: IceTea, Spa Light en een Spa om eens af te wisselen.
Den dezen: Duvel, Blonde Leffe en Ciney van ’t vat erbovenop. De uitrusting van
de cracks: verende voorvorken, schijfremmen, olieremmen, een velo die meer kost
dan dat onzen auto nog waard is. De dezen: remmen? Ja, soms. Talent: de cracks:
Rudy ex winnaar Parijs Roubaix, nu ja, tweede achter Kelly, maar die heeft
volgens Willy Voet meer doping gepakt dan Museeuw en Meirhaeghe samen in het
kwadraat, dus die moogt ge uit alle tabellen schrappen. Patrick: Belgisch
kampioen survival. Bart, 19, en nu al bij de top 5 op
Zondag 29 augustus 2004. De laatste rit van
het vijfde seizoen. Aan de kerk staan de genaamden Dirk H., Dirk P., Ivan R.,
Luc K., de dames Carla en Ariane, en ondergetekende. De freaks Karel, Jan, Rudy
R. en Bartje VH. zijn naar Houffalize. Sinds er de vrijdag wordt gereden met
mannekes en meiskes tesamen zijn er enkele op vrijersvoeten geraakt, en die
hebben andere dingen aan hun hoofd dan velo rijden. Zo ziet men maar: men is
nooit te oud voor een tweede puberteit. Ik rijd nog altijd op mijn zelfde, oud
gerief. Jaja, geen nieuwe velo gekocht dees jaar.
Met ons vijf rijden we naar Wachtebeke, 50 km aan 26.1 per uur. Carla en Ariane doen 36 km en die twee lachen nogal wat af. Ik moet zeggen dat ik toch blij ben dat mijn vrouwtje geen zin heeft om te fietsen, want als ik de zondagmiddag licht beschonken thuiskom, dan heb ik graag direct mijn eten warm. In Wachtebeke moet ik op een strook van 500 meter 3 keer stoppen. Eerst omdat er een wesp in mijn helm vliegt en er niet meer uitraakt, dan omdat ik een tak lelijk in mijn oog krijg en als ik net weer verder rij, sleur ik een tingel af die dan mooi recht tussen mijn benen in mijn velo blijft steken zodat ik bij elke rondtrap links en rechts getingeld wordt. Een mens kan afzien.
O ja, voor ik het vergeet. Bij deze wens ik het KWB-bestuur uitdrukkelijk te danken voor de 2 tot 3 flessen rode wijn en de plateau heerlijke hapjes die ik gisterenavond mocht nuttigen in het feeërieke kader van de pastorietuin ter gelegenheid van de 60° verjaardag van onze vereniging. Ik kan dit initiatief alleen maar toejuichen en hoop ten zeerste dat het nu weer geen 60 jaar zal duren, en dat men hiervan integendeel een maandelijkse gebeurtenis maakt. Ge zult het ledenaantal nogal de hoogte in zien schieten, zelfs bij verdubbeling van het lidgeld. Een gratis tip u aangeboden door uw verslaggever.
Ivan reed als allereerste rond in het nieuwe truitje van sponsor Rudy Vergeylen, keukens en badkamers, waar Rudy nu al 6 maanden over bezig is. Gedaan met het clowneske geel en blauw en nu het meer stijlvolle zwart en grijs. Kortom, de nieuwe truitjes zijn niet zo “flashy”, maar veel “cooler”. Rudy had speciaal het eerste truitje aan Ivan gegeven om zeker te zijn dat bij de testrit de tekst schoon opgespannen stond en de reclame aldus goed leesbaar was. Maar de eerste rit met het nieuwe truitje bevalt Ivan niet: hoofdpijn, zwakjes, overgeefachtig, glazige oogjes. En hij was nochtans niet op de receptie van de KWB geweest. Ivan, voor alle zekerheid, uw begraving zou ik liefst op een zaterdag hebben, want in de week is het moeilijk voor mij om te komen, zelfs als er de gratis bierbonnetjes zijn die je beloofd hebt. (Wie zou er anders komen, hé) Mario
PS. Rudy derde!, Jan W uit W 11°, Karel Verhoeven 36° en Dirk VDV 41° op 700 starters van de 60 km in Houffalize. Amai, amai. Bartje eindigt 4° op de 120 km. Amai, amai, amai. En met die mannen rijden wij mee de zondag. Allez, we doen toch ons best.
Zondag 5 september 2004. Sommigen besloten
naar Gooik te gaan voor de start van het 6° seizoen, maar de meesten hadden
besloten van de dag voordien naar het Bal van de Burgemeester te gaan en om 8
uur aan de kerk was te vroeg. Rudy R., Patrick en Guy Roels, Karel en Nele, en
ik waren de enigen. Wij weg naar de Parel van het Pajottenland, Gooik. Karel en
Nele nemen in Aalst de autostrade terwijl het rechtendoor via Ninove korter is,
zodat onze wegen splitsen. Als we toch allemaal samen aan de kerk in Gooik
staan, zegt Rudy: “Hij zal weer teveel naar die Hollandse teve geluisterd
hebben, zeker.” Het volgend ogenblik ligt Rudy op de grond, gevloerd door een
karateslag van Nele, van Karel geleerd. ‘Durft dat nog ne keer te zeggen,
stukske koereur’ sist Nele, terwijl ze haar naaldhak in Rudy’s keel duwt. ‘Maar
het was maar voor om te lachen’ piept Rudy. ‘Ha, het was maar voor om te
lachen’ herhaalt Nele en we zien hoe de naaldhak van haar vrouwenkoersschoentje
met nog een centimeter verkort terwijl ze in Rudy’s adamsappel verdwijnt. ‘’t
was de
Kalken
De Modderfokkers en de fokkemodders
Zondag 19 september 2004. Kermiszondag. Met
achten toch om negenen aan de kerk. Rudy en Ivan R., Dirk H., Luc de witten
Krick, Geert (een Brackske), Jan W uit W, en twee halve gasten: Karel en ikzelf
(of waren we nog volle gasten?).
Ivan, de orkaan raast aan 270 per uur over Amerika. Voor onzen Ivaan, mijnen vulkaan - zoals Christine hem in de meer intieme momenten (dus een keer of 2 per jaar) pleegt te noemen, moogt ge daar 250 per uur afdoen. En wie kruisen we daar als we vertrekken? Een BMW met Marc aan het stuur en een niet onbevallig vrouwspersoon naast zich (naast Marc, hé, niet naast de BMW). En met een air op gelijk of dat hij naar Parijs vertrekt. Marc hé, niet de BMW.
Op naar Wachtebeke voor wat normaal als een rustig ritje wordt beschouwd (52 km aan bijna 26 per uur). Behalve voor enkelen vandaag … Voor Karel en mijzelf is de kermiszaterdag blijkbaar slecht bevallen. Karel is nergens in de eerste helft (of toch wel: altijd ergens ver achter is hij), maar komt er na de helft door. Ik kan in het begin nog wat mee, maar dan is het ermee gedaan. Ofwel ben ik verleden week te diep gegaan, ofwel heb ik er gisteravond te diep in gekeken. Jongens, wat rijden die toch rap. Rijd ik daar anders mee mee, mémé? Karel die als laatste in de bossen van domein Puyenbroeck voorbij een toevallige voetganger rijdt, roept rap: ‘Ja, ik heb ze bijna gedubbeld, zunne’. Goeie truuk om uw gezicht te redden, niet? Als ik een minuut na de anderen uit het veld kom, probeer ik ook eens van ‘Ja, en nog een platte band mogen vervangen ondertussen, ook nog.’, maar dat pakt niet. Op de brug van het Heyende slaag ik er nog in om met een laatste krachtinspanning iedereen voorbij te fietsen. Puur op karakter, zelfopoffering, heldenmoed, doodsverachting, vaderlandsliefde en zelfs patriottisme. Maar dan is mijn pijp uit. Ze is vandaag nooit echt aan geweest.
En
Rudy klopt zijn kleine broer Ivaan, de baviaan – zoals we hem plegen te noemen,
in de sprint. In de Beize krijg ik tot overmaat van ramp nog het verschot in
mijn kaak door te gulzig naar mijnen Duvel te happen. Rap vergeten, deze
zondag. Mario
Zondag 26 september 2004. Slechts met zes. Het seizoen wil niet echt op gang komen. Bendes van 15 man zullen we wel niet meer samen zien dit jaar, vrees ik. Een geluk dat Carla en Ariane weer op post zijn en hun eigen tocht doen. Wij, dat zijn Jan W uit SchelleBelle, Dirk H., Dirk P., de witten, double R, en uw dienaar. Naar Waasmunster. We doen 60 km aan 27.6 per uur. Dergelijke prestatie is mogelijk doordat er weinig wind is, het parkoers bijna voor 2/3° uit asfalt bestaat en vooral omdat het gedeelte op asfalt eigenlijk een rit achter Derny-motor is, ’t is te zeggen, een rit achter de rug van Rudy Rogiers.
Evenement waar in het Weike nog veel wordt nagepraat, zijn de tingelen op de dijk langs de Durme. Ik ben de enige met lange broek – en Rudy heeft zo een blauwe pyama-broek tot net onder de knie, maar Dirk P., Luc K. en Jan W., als koprijder, zijn gezien. Aan 10 tot 12 per uur onze weg zoeken door een veld tingels, 5 minuten lang. Tingel, tingel, tingel. Een mountainbiker kan afzien. Dirk H. heeft beslist om deze beproeving niet aan te gaan en langs de baan te rijden. Voor Dirk is het ook extra gevaarlijk, want als je hem kwijtraakt in dit tingelenbos, vind hem dan nog maar terug.
Een geluk dat we zo
rap gereden hadden, want als we in het Weike aankomen, liggen daar languit in
de zetel, Marc de cafébaas, met Carla en Ariane. Wie weet wat er nog allemaal
gebeurd was, als we niet op tijd terug waren geweest. Ik mag er niet aan
denken. Dat ik er niet mag aan denken! Mario
Zondag 3 oktober
2004. Naar Serskamp met ook maar weer een paar man.
Zouden we niet eens naar Serskamp rijden, vraagt Rudy langs zijn neus weg? Wel
ja, Rudy, we zouden wij eens naar Serskamp kunnen rijden, waarom niet? Blijkt
dat Rudy halfweg eens aan een van zijn voegwerken moet stoppen om te zien welk
staal hij nu gezet had. Vandaar. Er zou verder niet veel te melden zijn, maar
gelukkig rijdt Ivan mee. Eerst een platte band, die Rudy en Bart proberen te
stoppen met schuim, maar volgens mij spuiten ze daarmee sommige hersenholtes
bij Ivan mee vol, want het is niet veel gekort. Ivan draait dan maar de
opgeschuimde binnenband gelijk een echte Flandrien rond zijn schouders. Een eind
verder, weer een vloekende Ivan. Zijn zadel eraf. Voor de derde keer in zijn
carrière en als enige in al die tijd. Je moet dan nog weten dat Ivan, die van
beroep fijnmechanieker is – zijn bedrijf werkt voor de ruimtevaart: alle
raketten die de laatste 10 jaar neerstortten werden mede door Ivan gemaakt, dat
zadel speciaal heeft verstevigd. Er zullen er niet veel zijn, zegt Ivan, die
met hun bilspieren een bout van 10 kunnen kraken. Juist, Ivan, maar als ge daar
fel op zijt, jongen, mij niet gelaten hoor, maar ik heb liever mijn spieren
ergens elders. Aangekomen in het Weike, missen we Ivan. Met zijn binnenband
blijven hangen aan een tak in de Speelbos in Wetteren. We halen hem volgende
week wel eens op. Mario
Zondag, 10 oktober 2004. Aangezien we vandaag naar de ingerichte toer van de Ledecrossers in Oudenbos rijden, en ik zoals gewoonlijk geen trap teveel wil geven, besluit ik niet naar het kerkplein te gaan, maar in te pikken als de bende aan mijn deur passeert. Wat een goed gedacht leek, blijkt algauw een vergissing. Wanneer de anderen goed opgewarmd, sommigen zelfs al een beetje oververhit, en ik met koude motor, de brug over de E17 naar boven vlammen, en we en passant nog een groep wielertoeristen voorbijflitsen, voel ik al een lichte verrekking in mijn bil. Dat belooft. De anderen, dat zijn: Rudy R., Karel V., Vader Ronny en Zoon Bart, Geert B. en Dirk VDV. Zoals gewoonlijk gaat het weer rap. Zo rap zelfs dat Ronny mij weet te zeggen dat zijn hartslag nog niet onder de 170 geweest is. Bij mij was er geen sprake meer van hartslag, het was eerder hartgeroffel. Net voor we in Oudenbos aankomen, krijgen we Mario met zoon Dries, en Guy met zoon Sam nog te pakken. Mario begint zich weer kinds te voelen, en heeft gekozen voor de Kids-tour. Van Guy zijn we dat allang gewoon, maar van Mario was ik toch serieus verschoten. Ik was nog veel neiger verschoten toen we Mario naar het einde van de rit opnieuw tegenkwamen. Toen ik naast hem ging rijden dacht ik eerst een goede imitatie van Kabouter Plop te zien, maar die rode neus bleek echter een serieuze bloedklonter te zijn. Gevolg van nen fermen stuik, een paar minuten geleden. Met zijn voet achter een prikkeldraad, die in de grond vastzat, blijven hangen en zodoende tegen de vlakte. In een laatste reflex kan hij zijn val nog met zijn neus opvangen, maar nu is deze wel beschadigd. Als we even later bij de Rode-Kruispost navragen hoe het is, lijken de verzorgers serieus in paniek. Ze vrezen voor een hersenlestel, ter hoogte van het spraakcentrum. Gelukkig kunnen we hen geruststellen als we zeggen dat Mario altijd zo spreekt, want hij is van Poperinge – West-Vlaanderen. Als we dan ook nog het mysterie van zijn afgebroken voorste tand ophelderen (dat spleetje zit er al jaren), blijft er enkel nog de wonde onder zijn neus die zal moeten gehecht worden. Bezorgd om mijn goede vriend, en in de wetenschap dat “Wie zijn neus schendt, ook zijn aangezicht schendt”, bel ik onmiddellijk naar Dokter Jeff Hoeyberghs, gekend van het TV-programma “De wellnesskliniek”. Die ziet echter het onmogelijke van zijn taak in, maar geeft wel de goede raad zijn collega, Dokter Koen, van dat andere medisch programma, “Dierendokters” te contacteren. Als ik in de late namiddag nog een spoedbezoekje breng, blijkt dat hij toch maar naar het UZ is geweest, omdat hij daar een abonnement heeft. Zes hechtingen, schaafwonden, en een barst in zijn helm, die weer maar eens zijn nut bewezen heeft. Rest ons enkel nog een woord van dank aan Mevr. Ann Valcke, die zo goed was zich als nood-ambulancier aan te bieden, en een woord van troost aan Mario, die met een beetje geluk er na zijn genezing beter zal uitzien dan voorheen. Ivan.
Ivan, ik go né ki je kop tussche je twi owren zetten, wi. Mario
Kalken
De Modderfokkers en de fokkemodders
Zondag 31 oktober 2004. Gooik. Om kwart voor 8 thuis vertrokken . Samen met Jan, Luc, Ivan, Rudy R., Rudy V., Simone en Nadine naar Gooik en om 2 uur ’s namiddags al terug thuis, na een ritje van 23 km. Ja, U leest goed. Het zat zo. Ivan en mezelf waren mee vertrokken met de echte mannen, Rudy R., Jan en Luc voor de 45 km. Maar na 10 km zagen we het al niet meer zitten. Het ging niet vooruit. Veel te veel volk. Afstappen. Uitglijden. Glibberig, vettig, gevaarlijk. Afdalingen met boomwortels. Ivan was niet te vet in form en ik was nog psychisch aangeslagen door de domste valpartij aller tijden. Rudy kwam efkes kijken of ik mijn zadel nog niet had platgenepen van de schrik. Een steile motocrossafdaling deed ik te voet. Wel wat affrontelijk en met zo een velopamper tussen uw benen zelfs wat bekakt, maar mensen, als ge hebt meegemaakt wat ik nog maar pas ben tegengekomen en ge zijt van nature uit al niet van de dappersten, dan moet ge dat verstaan, hé. Nee, het was mijn dagske niet. Dus besluiten Ivan en ik bij een splitsing de 35 km verder te volgen. Zodat we na 23 km terug aan de start waren. Bleek dat er in het eerste deel van de 35 een lus van 10 km zat die wij, omdat we eerst de 45 gevolgd hadden, hadden gemist. Rudy V. die gestart was met zijn vrouwke en met Simone was dan toch maar alleen aan de 45 begonnen en de 2 dames hadden echt de 35 gedaan. Als ook de rest er eindelijk is, blijft Jan buiten wachten bij zijn fietske van rond het half miljoen. Ze zouden hem kunnen pakken, newaar. ’s Avonds bij Jan in Schellebelle, in bed, horen we Jan: “Zeg, schatteke, kunde gij nog wat verder opschuiven? ’t Is dat mijn velooke tussen ons met zijn achterwieleke wat bloot ligt en zijn derailleurke zou misschien wel een vallingske kunnen opdoen.” Mario.
Zondag 7 november 2004. Hamme. Weeral om 8 uur vertrekken aan de kerk. Nele begint al te klagen dat Karel zo niet meer achter pistoleekes kan gaan. Dat verwend nest. De gebroeders Hanselaer zijn er want het ligt vettig, Rudy & Ivan R, Ronny en Bart VH, Karel, ik, Luc, Jan, en waarempel, met zijn kabouterpotseken op, Danny fakkerdeFack, van een blij weerzien met een verloren zoon gesproken.
77.7 km à 27.0 km/h, waarvan een kleine 40 toch op wegelkes (off road, zoals de freaks zeggen). Weer eens een dag in de vorm van mijn leven. Voor dit seizoen hebben we die dag dus weeral gehad. Alleen Karel maakt een slippertje in Waasmunster. Hij was juist een pistolet aan het opeten die hij bij de bakker gehaald had.
Tot slot. Heuglijk nieuws. Marc is terug gesignaleerd op een mountainbike. Het is te zeggen: Sommigen meenden onder het buikvet toch een dergelijk voertuig te kunnen ontwaren. Wat meer is: Marc heeft besloten om op eigen kracht te rijden. Niemand mag hem nog duwen. Daarom heeft hij een Westvlaams product aangeschaft (zie Figuur 1). Goe sjanse, Marc!
Figuur 1.
Westvlaams product.

Kalken
De Modderfokkers en de fokkemodders
Zondag 21 november 2004. De eerste winterse rit van het najaar. Lichtjes gevroren, maar droog en nagenoeg windstil. Zo hebben we ze graag. En toch maar met 8 aan de start, waaronder de harde kern, Rudy Rogiers, Jan Willems, Karel Verhoeven, Dirk Vandevijver, Luc Krick, al iets minder hard: Marc Roelandt, een interprovinciale gastrijder, Hans uit Brugge (een collega van Karel ), en ikzelf.
Omdat er de vorige dagen nogal wat regen gevallen is, neemt Rudy ons op sleeptouw naar de bossen van Waasmunster, omdat het er daar altijd iets beter bij ligt dan in de rest van ‘t land. Wanneer we tegen een deftig tempo over wegen en wegels stuiven, wil ik onze gelegenheids-renner de goede raad geven, “zie je van Brughe, zet joen vanahteren”, maar als ik zie dat hij vlot meedraait aan kop van de bende, hou ik maar wijselijk mijn mond. Dan maar een volgend slachtoffer zoeken om op zijn kap te kunnen zitten. Mario is er jammer genoeg niet bij, die zit ziekskes thuis (het is algemeen geweten dat atleten die naar hun topvorm toegroeien, zeer vatbaar zijn voor allerlei kwaaltjes). Of zit hij met de vogelgriep, vorige week opgelopen tijdens een etentje met een paar Chinese collega’s. Gelukkig is Marc er nog, een gast waarop je altijd kan rekenen. Tot we na 15 km een eerste lang en zwaar stuk Durmedijk oprijden.
Net wanneer ik
omkijk en wil zeggen: “Ik doe dit stuk op mijn eigen tempo”, keert hij zich om
en roept mij toe: “Ik rij terug op mijn eigen tempo”. Exit Marc. Dan maar op
mijn eigen kap zitten. Eenmaal in Waasmunster aangekomen, ligt het toch niet zo
goed als verwacht. Daar waar we anders op en neer over het golvend parcours
glijden, moeten we nu slalommen rond de diepe plassen, en zodanig extra
kilometers maken. Laat het nu net die kilometers zijn, die er bij mij teveel
aan waren. De terugweg naar Kalken gaat weer in gestrekte draf, en telkens ik
aan de verkeerslichten hoop op een korte pauze, verspringt het net weer op
groen. Tot eindelijk in Zele we (ik) wel geluk hebben. De slagbomen aan de
overweg zijn net gesloten. Zo krijg ik eindelijk nog eens de tijd om te
drinken. Beleefd als ik ben, bied ik een jongedame, die ook voor de spoorweg
staat te wachten, mijn drinkbus aan met de vraag: “Wilt ge ook ne keer drinken,
madam?”, maar blijkbaar had ze genen dorst. Gelukkig konden we snel weer
verder, want waren haar ogen revolvers geweest, was ik gegarandeerd met
meerdere schotwonden geveld. De laatste 10 km nemen Karel en zijn collega Hans
voor hun rekening. Om beurt aan kop houden zij het tempo mooi rond de 35/uur.
Bij het indraaien van de Gaverstraat zet Rudy zich op kop om de spurt aan te
trekken, en steekt nog een tandje bij. Zij die dachten (Jan, Luc en zowaar
Hans) Rudy nog te kunnen bedreigen, kwamen echter bedrogen uit wanneer hij aan het
begin van de Vromondstraat nog maar eens versnelt, en zo van iedereen wegrijdt.
Uitslag: eerste wordt Rudy, dan een hele tijd niets, dan Luc en Jan, gevolgd
door de rest van de bende. Verslaggever Ad Interim Bis, Ivan Rogiers
Zondag 5 december 2004.
Drie zondagen niet kunnen rijden. Vanochtend zo ziek als een hond opgestaan.
Wat zeg ik, zo ziek als twee honden. Dat zou dus 4 zondagen op rij zijn dat ik
niet kan rijden. Na lang twijfelen bel ik toch maar Rudy om te zeggen dat het
niet gaat gaan. Ik leg de hoorn neer en begin mijn koersgerief aan te trekken.
Ik ga toch. Er is veel volk, waaronder nog zieken en zatten, om om halfnegen
naar Heyende te vertrekken voor de rit van café ’t Hemelrijck. “Adieu, o
mijn vader en mijn moeder, Mijn vriendekens alle ghelijc; Adieu mijne suster en
broeder! Ic vaere naer themelrijc.” (Laatste verzen uit ‘Het
waren twee conincskinderen’, anoniem, 14° Eeuw). Ja, in plaats van altijd over
Marcen, Ivannen en Danny’s te schrijven mag het ook eens wat cultureel niveau
hebben hé, deze verslagjes.
Maar de vriendjes waren mee en ’t waren er heel wat: Luc, Dirk VDV, Rudy
R., Rudy Vergeylen, Patrick Roels, Karel V., Ronny Van Hecke,
Jan W. en Danny FackerdeFack. Ook ons vriendinnetjes Carla De Cock
en Ariane Coppenholle stonden aan de kerk. In ’t Hemelrijck zien we nog
Ivan R., Piet Van Poucke waarachtig (die reed aldaere rond sijne deure),
en de moretortelduifjes Christelle Deletter en Dirk Hanselaer.
Karel en ik zetten ons vanin Kalken op kop en naar ’t schijnt sleuren we nogal
door. Karel voelde zich gelijk Danny, maar ik voelde mij gelijk da nie. Ik was
er me niet eens van bewust dat we soms 35 reden, want mijn kilometriek
marcheerde niet en ik had echt niet het gedacht dat het zo snel ging. Voor
iemand die eerst afgebeld heeft, maakt dat een rare indruk natuurlijk. Aan
Heyende brug is onze pijp echter uit.
Er wordt weer gevlamd gelijk de zotten. Vooral Jan, Patrick en Danny
kunnen zich weer niet houden. Nog een geluk dat Bartje niet mee was. We steken
weer honderden mensen voorbij. Toch wel echt gevaarlijk hoor wat die mensen
doen: zo traag rijden. Als ge botst is het gelijk op een stilstaand object.
Zouden ze dat niet kunnen verbieden, zo traag rijden? Zo ook steekt Karel, met
al zijn geweld, een mens voor, koepeert die, blokkeert in de more, valt op zijn
verdoemenis en sleurt die mens mee, zodat die ook helemaal onder de more komt
te zitten. ‘Euh, sorry, ’t was mijn schuld’, zegt Karel, maar daar is die mens
vet mee natuurlijk. We doen de 40 km soms vettig terrein aan 25 per uur.
Eigenaardig genoeg, ondanks het feit dat Ivan en ik ziekjes zijn, en ondanks
het feit dat onze sponsor pas om 5 uur ladder in zijn bed zat (en 5 maand niet
meegereden heeft), rijdt iedereen toch goed mee. Een zeer mooie rit, want er
zijn veel privé-terreinen opengesteld en er zijn speciaal brugjes over beken
gemaakt, zodat we door weiden en akkers en bossages kunnen rijden die anders
niet toegankelijk zijn. Dirk VDV is pechvogel van de dag, want hij breekt zijn
achteras, voorwaar een zeer eigenaardig voorval. Gelukkig kan Piet hem later
terugvoeren naar Kalken, alwaar Rudy R. eerder de sprint won.
Even later komen ook Carla en Ariane in het Weiken aan, maar dat is geen
probleem want ze houden voor één keer hun manieren. Ivan daarentegen kotst heel
het WC onder. Het is altijd hetzelfde met Ivan. Ge kunt nergens komen met die
gast. Overal valt ge ermee in affronten. Mario Vaneechoutte
Zondag 12 december 2004. Voor deze rit werden we door Rudy Rogiers met volgende iemeel verwittigd: “Dag lieve modderkruipertjes. Naar goede jaarlijkse gewoonte zal zondag 12/12 de vierde Grote Prijs Danny Fack doorgaan. Deze excursie zal ons naar een vreemd land van kaas, kijkbuiskinderen en vellen wapperend wc-papier aan volle waslijnen brengen. Nog vele groetjes, een aaike over jullie bolletjes en een kusje voor het slapengaan. Rudy”
Heu, beste mensen, iedereen heeft het natuurlijk wel eens moeilijk in deze donkere harde tijden, maar dat het zo erg gesteld was met onze kapitein, dat wisten we eigenlijk niet. We vragen dan ook met aandrang dat iedereen Rudy, ooit een man van staal, in de komende donkere weken met de nodige omzichtigheid zou benaderen. We overwegen gesprekstherapie. Gooi het maar in de groep, Rudy.
Wij weg, met een vel wapperend WC papier uit onze broek, om daar in Holland niet teveel op te vallen tussen die waslijnen. Nele weeral kwaad omdat Karel weeral niet om pistolets kan, wegens het vroege uur. Het schijnt zelfs dat ze zijn vélo niet meer wil kuisen, dat verwend nest! Stel je voor. Ondanks het vroege uur en het grijze koude killige donkere weer met veel aan de kerk: Ronny en zoon Bart Van Hecke, Rudy V., een nieuwe jongeling, Wim, Danny Fack himself, Luc de witte Krick en Patrick Roels. Geeneen van het Hussevelde. Maar op weg naar daar, komt Karel Verhoeven ons tegengereden. Ivan Rogiers draait al rondjes rond de KWB kerststal aldaar – kwestie van zijn familie achteraan in de stal ook eens te bezoeken - en op zijn broer Rudy moesten we effe wachten, vanwege 15 druppels steun gisteravond aan het dreupelkot van de KWB op de Kerstmarkt.
Aan de Oudenbos trekken Danny en Rudy op tot 40 en Wim houdt het al voor bekeken. Iedereen doet mee met de KWB, maar de ene al wat langer dan de andere. Sorry Wim, dat was een misverstand, het ging zo rap dat we het geroep van ‘trager’ door onze sponsor en door Ronny niet gehoord hebben. Vergeef ons, Wim, wij zijn niet waard dat Gij met ons rijdt.
In Wachtebeke staat
nog een nieuwe te wachten, Pascal. Oh, wat heeft die mens afgezien. Maar met
volhouden komt ge er wel, Pascal. Hoe Danny en Rudy het doen om hier hun weg te
weten, ik weet het niet. Verleden keer haalde Danny midden in het bos
doodgemoedereerd zijn GSM boven om de weg te vragen aan een duivenmelker die
thuis op zijn duiven zat te wachten. Leg het maar uit waar ge zit en versta het
antwoord maar. Ik beschouw het nog steeds als de hoogste geestelijke prestatie
die ik al meemaakte. Dit wordt nog opmerkelijker als we de geestelijke
vermogens van Danny in ogenschouw nemen: als hij een gordijn ziet, hij hangt
erin. Op het verste punt van de rit, 30 km van huis, begeeft de ‘body’ van mijn
fietske. Dat betekent dat ge gewoon zotdraait en geen meter meer vooruitkomt.
Dat betekent ook dat mijn companen mij mogen duwen. Bart sleurt me door een
kilometerslange kapotgereden boerenwegel. Een titanenprestatie. Ik, dood
gewicht, Rudy, Bart en Karel die me duwen, bal wind op kop. Wij met ons vieren
gaan nogal een gang, want we rijden de rest los. Ge moet niet vragen hoe in
vorm ik was, zo de rest losrijden zonder een trap te geven! Eerst probeer ik de
moed erin te houden door flauwe moppen te vertellen, want dat kan ik juist
goed. Na een tijdje krijg ik zo door en door koud en worden mijn makkers zo
oververhit dat het stillekens wordt. Bij Karel gaat het licht ook uit. Dom
natuurlijk van overdag met licht te rijden. Karel toch. Na 15 km komen we aan
de auto van Pascal die aan Wachtebeke zwembad staat en word ik als een
nauwelijks levende ijsklomp afgeleverd. Hadden ze me nog moeten duwen tot in
Kalken, ik had het niet overleefd. Weer een memorabele grote prijs Danny Fack! Mario
Zondag 19 december 2004. Onze zondagse voorganger, Rudy Rogiers, nodigde ons uit voor de ingerichte rit van Calckine WTC in Kalken, met achteraf aperitief in een loods van een patattenboer tvv de Kalkense raftingploeg*, met de volgende bewoordingen: “Beminde mountainbikegelovigen, Hierbij wil ik u allen uitnodigen tot deelname aan de kruisweg, welke doorgaat zondag 19/12 te Kalken. Samenkomst om 8u30 aan het huis van de Heer, waarna we ons allen processiegewijs zullen begeven richting Colmanstraat waar de kruisweg zijn aanvang zal nemen. Na onze calvarie zal u gevraagd worden ten offer te gaan in de gebouwen van de heer Van Poecke (patattenboer). E.H. Jan Willems zal u ter plaatse graag de nodige inlichtingen verstrekken. Mag ik ook nog even vermelden dat we zoals altijd terug kunnen rekenen op de welwillende medewerking van de broeders van de abdij van Leffe, waarvoor onze dank. Amen”
De parochianen Danny Fack, Jan W., Rudy Vergeylen, Ivan Rogiers,
Patrick Roels, Dirk Hanselaer, Dirk Vandevijver en Karel Verhoeven
(zelf E.H. in zijn vrije tijd) gaven devoot aan deze oproep gehoor. Ze werden
smerig, vuil en moe maar voldaan. Ze stonden ook lang stil bij de slechte mare
dat hun kompaan en belofte Bart Van Hecke geen koersvergunning zou kunnen
krijgen omwille van hartritmestoornissen. Dan hebben we eens één iemand in onze
bende die echt goed kan mountainbiken, en dan dat. Triest toch! Mario
Vaneechoutte
* Dat zijn mensen die van de mening zijn dat als ge kunt mountainbiken in een platte gemeente als Kalken, dat ge er dan ook kunt raften. Maar dat weet ik toch zo nog niet, zulle.
Zondag 26 december 2004. Toertocht Overmere.
“Mannen, voor zondag 26/12 heeft de legerleiding besloten tot een raid op het naburige Overmere. Verzamelen aan de kerk te Kalken om 08.30 uur in volle gevechtsuitrusting, met een gevulde veldfles en voldoende proviand. Herbevoorrading kan gebeuren in de veldkeuken van de plaatselijke guerilla. Na de briefing zullen we ons in slagorde naar het strijdperk begeven, waar we onmiddellijk de vijandelijkheden zullen openen. Ondanks de talrijke vijanden en de vele valstrikken die we op onze weg het hoofd zullen moeten bieden geloof ik, nee weet ik, dat we deze missie, dankzij onze reeds beruchte fysieke en mentale weerbaarheid, tot een goed einde zullen brengen. Debriefing volgt later op een geheime locatie: codenaam "Vrijgeweide". Uw toegewijde peletonsleider, Rudy R.”
En zo begon, de dag na Kerstdag 2004, wat later in de geschiedenisboeken bekend zou raken als de Tweede Boerenkrijg. De soldaten derde klas waren Dirk H., Patrick R., Karel, Danny (vierde klas eigenlijk, maar niemand die daarover valt tenzij hij in de weg ligt), Ivan, Rudy V (logistieke ondersteuning) en uw verbindingsofficier. Een schone rit voorwaar, want in het Berlaarse krijgen we heel wat nieuws voor de wielen geschoven. Al is schuiven het woord niet, gelijk dat het soms plakte. Toch de 57 km aan 22 per uur afgemaald. En zie, daar komen we weer eens een ander moretortelduivenkoppeltje tegen midden in de velden: Frank en Petra Hanselaer.
We melden graag het goede nieuws dat Bart zijn Hart kan gerepareerd worden door een paar zenuwen door te knippen of bij te leggen, ik wil er vanaf zijn. Dit zou hem zelfs een winst van 30% kunnen opleveren. Dan staat er zeker geen maat meer op Bart. Het wordt echt tijd dat we een supportersclub oprichten. Dirk Hanselaer overweegt om deze operatie 3 x te ondergaan, zodat hij een winst van 90% kan bereiken. Ja, die mannen van de vakbond en wiskunde. Ook Danny heeft geïnformeerd of hij zijn IQ niet zou kunnen laten verdubbelen. Maar de chirurgen zagen dat niet zitten, omdat ze in zijn schedel echt geen plaats vonden voor 3 extra hersencellen. Bart, binst dat ze toch bezig zijn, ik zou ook nog eens naar mijn testikels laten kijken. Niet dat ik daar iets mee bedoel, maar zie maar eens wat dat voor Lance Armstrong heeft opgeleverd. Eentje bijzetten geeft bvb. al 50% winst.
Onze pelotonoverste
voelde zich bij aanvang, ondanks zijn stoere woorden, wat ziekjes en is niet in
vorm, … zegt hij. Als hij dat nu nog één keer durft zeggen en daarna zo
vlammen, ga ik eens zorgen dat hij echt ziekjes is en dat voor HEEL lang. Wat
dioxine in zijn drinkpul, het zal rap gedaan zijn. Als hij dan nog eens op TV
komt, zullen er veel TVs verkocht worden. Ik verkoop de mijne dan direct. Mario.
Kalken
De Modderfokkers
en de fokkemodders
Beste modderfokkers
Ik wens je een mountainbikejaar vol zonneschijn
met vrede en vreugde en zonder zadelpijn
Maar vooraleer jullie nog meer van t'zelfde te wensen
moeten we eerst iets doen aan onze, door de feesten, fel gezwollen pensen
Daarom stel ik voor op de eerste zondag van t'jaar
een ritje niet al te zwaar
Starten om 9 uur voor een tochtje "rond de kerk"
U ziet, niet meteen het lastige werk
Hopelijk worden al jullie wensen waar
en daarom van harte
Gelukkig Nieuwjaar
Uw grote kapoen
Rudy, Kalken 2 januari 2005
En ook wij, Rudy’s leerlingen, wensen jullie een vredevol 2005 vol verdraagzaamheid. We zitten met veel te veel en met steeds meer op deze wereldbol, dus het is voor iedereen dringen om een plaatsje als dat van ons te krijgen. Af en toe eens beseffen hoe goed we het eigenlijk wel hebben, hoe verwend we eigenlijk wel zijn, hoe dit nog steeds het veiligste en rijkste landje ter wereld is dat er ooit geweest is.
Zondag 23 januari 2005. Sinaai. Stonden - weeral om halfnegen - aan de kerk: Patrick Roels, kapitein Rudy en broer Ivan Rogiers, Luc Krick, sponsor Rudy Vergeylen, Danny Fack, Jan Frans Willems en uw dienaar. Karel mocht niet mee, want het was te vroeg en dan kan hij niet om pistoolees. Dirk VDV uit Zwijnaarde en Erik Vergastel vervoegen ons in Sinaai. Erik is een vriend van sponsor Rudy en een collega - of concurrent? - voeger van kapitein Rudy. Ja, de strijd om de te voegen vierkante meters in de bouw is bikkelhard. De witten blinkt van kop tot teen. Zijn overtrekschoentjes en zijn vélo vooral. Het doet zeer aan de ogen met de zon er zo op. Ge zoudt zweren dat hij heeltegans gesiliconiseerd is. Zelfs zijn borsten zijn niet echt. Hij is dan nog in supergloeiende form ook.
Aan pizzeria 'Den Heerd' (tja), willen we de baan Lochristi-Lokeren verlaten om de Gentdam naar Sinaai op te draaien. Pats, daar gaat Danny net voor mij onderuit op het spiegelgladde asfalt. Hij scheurt zijn broek. Het is niet de eerste keer dat Danny zijn broek scheurt. Zo scheurde hij zijn broek al eens serieus aan een Westvlaams spraakmakend technologiebedrijfje, dat echter, gelijk Danny ook al zo dikwijls deed, over kop ging. Trouwens, Tom, een van de zomermountainbikers - zo een die zich niet graag vuilmaakt, en ook van de kanten van Ieper komt, is dat geen familie van L&Hauspie? Is dat daarom dat die er zo warmpjes in zit, misschien? Maar kom, laat ons bij de Hoofdzaak blijven. Achter mij valt er een groot gat. Inderdaad, Ivan valt ook. Die heeft wel enkele minuten nodig om van de pijn in zijn heup te bekomen. Ik zeg het zo dikwijls: "Jongens: past toch op, het blijft een gevaarlijke sport, zeker voor degenen die niet goed recht kunnen blijven op een velo!" Het viel wel op dat beiden nagenoeg zonder profiel op hun banden reden. Om beter mee te kunnen, want dat bolt beter, maar dan zoekt ge het natuurlijk. We schuifelen de Gentdam af tot op grondgebied Sinaai, alwaar de gladdigheid plots ophoudt en we meteen optrekken tot 35 induur. 21 km tot Sinaai, aldaar de toer van 42 km en 21 km terug. Voor wie goed kan tellen, inderdaad 637 km in totaal, aan een gemiddelde van toch nog 25.
Sponsor Rudy V. rijdt de pannen van het dak - allez in het begin toch, alleen maar om zijn vriend Erik op zijn neus te laten kijken, omdat die hem altijd klopt als ze samen op de weg rijden. Er ontspannen zich dan ook hooglopende discussies tussen de twee vrienden. Erik bleef in het begin ook achter omdat volgens Rudy R. zijn zadel gezakt was. Maar net als kapitein Rudy dat uitlegt, horen we Erik V. in discussie met sponsor Rudy roepen: "Ja, mijn kl...'. Wat er nu bij Erik juist gezakt was, laat ik hier even in het midden, maar als je zadel zakt, dan zakken natuurlijk ook ... maar goed, laat ons bij de Hoofdzaak blijven. Schitterend weertje ondanks de bittere kou en glattigheid ‘s morgens vroeg. Zeker als je weet dat er dezelfde avond nog veel vuile natte kouwe sneeuw valt. Een schitterend parcours ook. De helft van de rit heb je het idee dat je evengoed in de Ardennen zou aan het rijden kunnen zijn, zo bosrijk is het daar aan de kanten van "Sno-o" en Stekene. Volgend jaar zeker weer, want ik heb me weer verskrikkelijk geamuseerd. Mario
Kalken
De Modderfokkers en de fokkemodders
Zondag 5 februari 2005. Hamme Zogge. De rit van verleden week, naar Grembergen, Dendermonde, heb ik gemist, maar naar het schijnt heeft Erik nogal afgezien in de modder. Op een bepaald moment ging hij gewoon van zijn stokje van de danige inspanning. Zo zien we het graag, zie. Zo opgebrand heb ik ook dikwijls gezeten, maar die tijd is - gelukkig - lang voorbij.
Dees week staan we voor de verandering om halfnegen aan het kerkeplein om de rit in Hamme-Zogge te gaan doen: Ivan en Rudy Rogiers, Luc Krick, Danny Fack – met een spiksplinternieuw veloke waarvan ik de prijs weeral niet durf vernoemen, Erik Vergastel, sponsor Rudy Vergeylen ennekik. Voor het eerst rijden alle deelnemers uniform met de nieuwe grijswitzwarte truikes van Rudy. Dat geeft echt een groepsgevoel, zeg. Vijftien kilometer naar ginder, 44 ter plaatse en 15 terug. Dat is weeral 74 km, weeral aan 27.4 induur. Veel Zoggelingen hebben we daarom niet gezien. Het parkoers lag dan ook naar modderfokkernormen als een autostrade: droogjes en een beetje hard door de lichte vorst. Kapitein Rudy lacht met mijn abominabele bochtenwerk. Inderdaad, na elke bocht mag ik weer een gat van 5 tot 10 meter toerijden, zo een stijve hark ben ik. Bochten zijn uw tik niet, hé Mario, zegt sponsor Rudy. Om eerlijk te zijn: velo-rijden is mijn tik niet. Maar een mens moet iets doen om zijn tijd te passeren. En het vrouwke is ook kontent dat ze al tenminste de zondagmorgen van mij verlost is. Maar laat ze maar lachen. Op een bepaald moment, ploeterdeploeter, dan een dijk van een meter of 6 omhoog, ploeterdeploeter op de dijk, de dijk af, pompedepompe, en zie, als ik achter me kijk, zie ik een gat van zeker 50 meter. Ivan ziet dat ook altijd als hij achter zich kijkt, maar dan moet ge wel die ‘meter’ door ‘kilo’ vervangen. Ik heb me dan een paar kilometer verder maar laten inlopen door de bende, kwestie van die mannen niet teveel te affronteren. En als ge dat laatste niet gelooft, maak ik u iets anders wijs.
Met Erik erbij (48) gaat onze gemiddelde leeftijd weer een flink stuk de hoogte in. Maar eigenaardig genoeg: wij staken voor, maar werden door niemand voorgestoken. Wat is dat met die jonge gasten de dag van vandaag dat een bende ouwe zakken gelijk wij ze zo voorbij vlamt? In feite doen wij onszelf iedere week zo afzien om indruk te maken op het vrouwvolk. Eigenlijk is dat een overbodige opmerking, want waarom anders doen mannen iets, denkt ge? Sommige spelen het echter slim en rijden meteen in gezelschap van de vrouwkes. De gebroeders Hanselaer komen we immers tegen in de Waasmunsterse bossen in het gezelschap van een hele meute vrouwvolk. Zegt het spreekwoord niet: “Wie niet dom is, die moet wel slim zijn”? De sprint eindigt chaotisch doordat de eucharistieviering ook net is afgelopen, zodat Luc Krick de eerste aan het Weike staat. Mario Vaneechoutte
Zondag 20 februari 2005. We
rijden eens in de streek zelf en doen de eerste rit die we ooit deden:
Hussevelde, Heiende, Heikant, Gratiebossen, Uitbergen, Meersen, Weike. Februari
is de koudste, natste en vuilste maand van deze winter. Gelukkig duurt februari
niet lang. Eer ik aan de kerk sta, beklaag ik mijn overmoed al. Mijn dikke
handschoenen die goed tegen de regen kunnen, zijn al doorweekt door de natte
sneeuw. Mijn billen – Danny zegt ‘mijn bellen’ – zijn door en door koud en die
van Marc Roelandt (!!! jaja, Marc Roelandt hemzelve !!! en zijn billen) ook.
Onvoorstelbaar, maar hoe slechter weer, hoe meer volk. De broers Rogiers
ontbreken ook nu weer niet. Daar zijn ook de vrienden Rudy V. en Erik. Gelijk
die mekaar uitsch...elden. Dat zijn pas echte vrienden. Hetzelfde met mijn
vrouwke: als ge die tegen mij bezig hoort, dan weet ge meteen wat voor een goe
koppel wij zijn. Het moet me van het hart, maar sinds Rudy V. gestopt is met
smoren, is hij nog een grotere ambetanterik geworden dan hij vroeger al was.
Kuitenbijten tot en met, niet tegen zijn verlies kunnen, er niet tegen kunnen
als ge hem voorsteekt. Niemand iets gunnen, en zeker mij niet. En dan hou ik me
nog in, want ik wil er niet verantwoordelijk voor zijn dat we onze sponsor
kwijtgeraken, gelijk dat die kan zagen en rap op zijn tenen getrapt is. Erik
zegt het ook en die kan het weten. Verder nog: Patrick Roels die nog net weer
een wedstrijd survival gewonnen heeft en die met handschoenen aanrijdt, dus het
was toch wel koud. Dirk Hanselaer en Eddy Troch, die voor de verandering eens
met de mannen meerijden. Karel Verhoeven, die sukkelt met de pees van Achilles,
kan daarom niet op niveau presteren – op de
Luc, de witte, Krick verdient vandaag de titel van strandjanet: gekleed en al beslist hij om toch maar thuis te blijven, want er was juist dat sneeuwbuike waar ik wel doorgereden was. Oeioei, zie dat de witten wit wordt, seg. En eigenlijk: behalve dat het de smerigste rit van ’t jaar is, valt het weer nog goed mee wat mij betreft. Zolang mijn vijf extremiteiten geen kou hebben (Onze Here, bewaar ons van een vriespiet en vergeef ons onze schulden) en ik niet teveel more in mijn ogen krijg, maak ik nergens een probleem van. Zelfs Ivan mag dan meerijden voor mijn part. Voor we de Gratiebossen induiken, slaat Marc af, richting warm bad. En wie komen we daar tegen in de Gratiebossen? Toch wel vier zeer dappere vrouwkes zeker: Gerda, Rita, Nadine en Christelle. Dapper toch, zo een knappe schoonheden die voor hun plezier op zondagmorgen door hopen modder gaan ploeteren. Als ze in het Weike toekomen, zijn ze wel met geen tang vast te pakken. Ondertussen is Marc al tot een oud vrouwke verrimpeld in zijn warm bad. Van Gerda mag ik over haar ventje echter geen kwaad woord zeggen of schrijven. Hoe komt ze erbij? Dat zou ik nu eens nooit doen, zie.
Er wordt niet gesprint. Of toch helemaal op het einde doet Rudy V. nog een djumpje. Ge moet af en toe de sponsor ook eens laten winnen, hé, anders nog meer gezaag. Mario
PS. En ja, we maakten het Weike nog eens extra smerig. Voor de laatste keer dat Roos, Marc, Davy en Gregory ons van dienst waren. We zullen jullie oprecht missen en danken jullie voor jullie goeie service, humor en opgewektheid. En lang leve Ggggreggggory!
Zondag 27 februari 2005. Serskamp. Dirk & Frank Hanselaer, Geert Bracke, Danny Fack, Rudy Vergeylen, Ivan en Rudy Rogiers, Bart Van Hecke, ikke, Dirk VDV, Karel ziekjes, Luc Krick en onverslijtbare Patrick Roels. Normaal mijn favoriete rit, maar het was mijn dagje niet. KWB quiz te Wetteren op vrijdag, gisteren doortocht Omloop het Volk en sluiting van het Weike. Wat teveel van het goede voor een mens op leeftijd. Daarenboven ligt alles hardgevroren, zodat het nogal technisch is, dus niet mijn tik, zoals niets in het mountainbiken echt mijn tik is. Zo een traktorspoor kan ik 10 meter in rijden, daarna bots ik tegen de kant en als die vervroren ligt ... Mijn basisprobleem in het fietsen is dat ik niet recht kan rijden, of toch niet lang genoeg. Zo simpel is dat. Ik ga dat hier dus kort houden. Dat ik dat hier ga kort houden, gelijk de rit. Mario.
Zondag 6 maart 2005. Kalmthout. (Ice ice baby). De thermometer is vanochtend op –4.5° blijven steken. Frrrrissjes dus, maar door de dooi van gisteren is de sneeuw zo goed als verdwenen. We verzamelen om 8 uur aan de kerk, voor een tochtje naar Kalmthout. Een beetje ver met de fiets, dus vertrekken we met de wagen. Ik mag mee met mijn broer, Rudy Rogiers. Rudy Vergeylen en Jan Willems krijgen een lift van Bart Van Hecke, en in de wagen van Dirk Van De Vijver is nog plaats voor Luc Krick en Patrick Roels. Na een beetje wachten op Patrick, die nog rap een stress-kaksken moet doen, en op Bart, die nog wat moeite heeft om zijn nieuwe camionette te parkeren, kunnen we de fiets op. Al van de eerste kilometers worden we het veld in gestuurd, en stellen we vast dat er hier merkelijk meer sneeuw ligt dan bij ons. Als ik voorzichtig een bocht indraai, roept Rudy V.: “Ge moet zo schou nie zijn, het is maar zand.“, maar enkele seconden, een paar slippers, en veel evenwichtskunsten later stelt hij vast dat het toch sneeuw is. ’t Zal op te letten zijn.
Ondanks de vele spiegelgladde stukken, rijden we toch serieus door, en slagen we er als bij wonder in rechtop te blijven. Na een tijdje worden sommigen overmoedig, en een beetje verder gaat Rudy V. de ondergrond van dichtbij bekijken. Nog wat later is het de beurt aan Patrick, en beiden stellen vast dat het wel degelijk ijs is (geen zand dus). “Spijtig dat Mario er niet bij is”, zegt Rudy R. “hij zou zijn billen nogal dichtknijpen.“ Ook spijtig dat Danny er niet bij is, die zou volgens Mario zijn “bellen” dichtknijpen. Op een gegeven moment heb ik ze ook serieus geknepen, als ineens mijne velo zijn eigen goesting begint te doen. Voorwiel naar links, achterwiel naar rechts, en ik rechtdoor. Rakelings naast een boompje, van het wegeltje af, enkele meters over een (gelukkig) dichtgevroren meertje. Holiday on ice voor mountainbikers. Ge moe nie schoon zijn voor chanche te hebben. Luc Krick, een beetje mooier, maar met wat minder chance, gaat even verder wel onderuit. Niet op een gladde plek, maar op een perfect berijdbaar stuk. Waarschijnlijk durft hij niet vallen in de sneeuw, want vindt da maar, zo wit op wit. Tussen de gladde stukken krijgen we een schitterend parcours voorgeschoteld. Door de bossen, tussen de bomen, over de heide, kortom, zoals mountainbike zou moeten zijn. De afwezigen hadden weer eens ongelijk.
Toch nog een smet op deze anders zo mooie organisatie. Onder de deelnemers wordt een spiksplinternieuwe mountainbike verloot. Is het toch wel nen Hollander die hem wint, zeker.
Zoveel chance!!!
Dat zal wel nen serieuzen lelijkaard geweest zijn. Ivan
Zondag 13 maart 2005. Ingerichte rit Calckine. We vertrekken om halfnegen aan de kerk. ’t Is te zeggen: de Rogiersen zijn weeral niet op tijd. Weeral door Ivan, vorige keer – naar Serskamp - omdat Rudy nog op ’t laatst Ivans’ remblokskes moest vervangen, nu omdat Ivan niet wist dat het zo vroeg was en zo stond hij met zijn mond vol (tandpasta) en in zijn Miekie Mous pyama toen zijn broer Rudy kwam kijken waar hij bleef. Rudy stuurt nochtans elke week de plannning voor de komende zondag met iemeel. Ivan heeft wel iemeel, maar leest die slechts elke tweede van de maand, als het nog geen volle maan geweest is en de selder nog niet in bloei staat, anders niet. Je vraagt je af waarom sommige mensen e-mail hebben. Eerst waren Rudy’s meels lang, dichterlijk, humoristich en origineel, maar sinds ik ze gebruikte om zelf minder aan de verslagjes te moeten schrijven houdt hij het kort. Mij wordt ook nooit iets gejeund. Ook Gerda zegt dat ze niets meer tegen mij zegt, omdat ik het anders in het verslag zet. Dus zet ik dan maar in het verslag dat ze gezegd heeft dat ze niets meer tegen mij zegt, aangezien ik toch al wat ze zegt in het verslag zet, zegt ze zelf.
Bon, aan de kerk staan Ivan en ik samen te wippen. Wip, wip, wipperdewip, wip, wip, wip. Ik vind dat ik beter wip als Ivan, maar dat kan een persoonlijk gedacht zijn. Als we daar zo een hele tijd samen staan wippen hebben, valt het eindelijk iemand op: Zeg, Ivan en Mario, jullie hebben alletwee vering op de voorvork!! Dezelfde dan nog. Een Pilot, van onze vertrouwde leverancier uit de Portugiezenstraat in het Hussevelde.
Veel volk en veel vrouwvolk: Eddy & Adinda, Geert, Rudy & Nadine, Rudy & Ivan (heu, dat zijn dus broers, hé), Dirk VDV, Erik & Rita, Simonne, Gerda, Linda, Patrick, Luc, Guy, Danny, en ondergemodderde. Ik hoop dat ik niemand vergeten ben. En weg zijn we, de mannekes voor 50 km, de meiskes voor 30 km. De meiskes kloppen de mannekes doordat ze een paar minuutjes eerder aan het Weike staan. Nochtans reden we sommige stukken veld aan 33 per uur en ging het op de weg geregeld 35. Toch een tegenvallend gemiddelde van 24.5 per uur, ik had het rapper verwacht, want het was weer pompen.
Aan de bevoorrading zijn we gelijk de witte Krick kwijt. Is hij nu weer doorgereden? Hij zei iets van om 11 uur thuis zijn. Blijkt dat de sukkel al aan de blauwe steen met platte band was achtergebleven, maar niemand die er op gelet had, want de rit verliep nogal chaotisch.
Erik doet nog eens een schone tuimelperte aan het Heisbroek – recht voor mijn neus - en plaatst een schone kontafdruk in de modder. Nu nog fossiliseren en het kan doorgaan voor de pootafdruk van een uitgestorven dier: de Kontosaurus Calcinus. Sinds Erik meerijdt is niet alleen de gemiddelde leeftijd nog eens gestegen, maar ben ik nu ook niet meer alleen die mijn neus snuit met zakdoek. Ook Erik doet dat. Nu zijn er tenminste twee gentlemen in onze bende. In het Zeelse komen we een bende tegen (met truitjes van Deprouw Zele). Ook felle mannen, maar een km of 5 verder zijn de meesten dan toch in de verdommenis gereden. Een lepe truuk van Danny zorgt ervoor dat de laatste die nog aanklampt het ook voor bekeken houdt. Op het windige stuk weg dat van Nieuwdonk naar Zele-baan leidt, laat Danny het gat vallen zodat er twee waaiers ontstaan. Even later maakt hij duidelijk aan de man van Deprouw dat hij mag overnemen en het gat moet dichten, waarna de Zelenaar ons wijselijk laat rijden. Zijn bobijn was toch op.
Er is geen sprint
en zo lijk ik op het gemakje alleen naar het Weike te gaan rijden en voor het
eerst in de geschiedenis van de mensheid als eerste aan te komen. Dat mag toch
niet zijn dat Mario als eerste aankomt, zegt Rudy R. en zo beginnen hij en Rudy
V. en Patrick te sprinten. Patrick, zoals gewoonlijk met de ogen dicht en
verstand op nul, kan nog net door luid geroep van de twee Rudy’s van een
botsing met een auto gered worden. Die auto zou er anders lief uitgezien
hebben. In het Weike, verandering van gezichten: Vera en Dimitri zullen vanaf
nu onze modder opkuisen. Mario
Paasmaandag 28 maart 2005. Rudy en Ivan Rogiers, Wim Poelman (ex motocrosser, valkenier, atleet, ook alweer geen gewone dus), Erik Vergastel, Rudy Vergeylen, Karel Verhoeven, Luc verKrick, Danny verFack en ondergetekende. Er zijn ook nog Snelle Eddy en de snelle wijven Adel, Linda, Nadine, Simone en Rita. We rijden naar de toertocht in Zele aan 35 per uur. En ja hoor: al dat vrouwvolk hangt daar nog aan als we in Zele aankomen. Gewone madammen zijn het dus ook al niet, maar dat wisten we al.
Meestal zeggen mijn kompanen alleen maar dat ik stink gelijk de beesten, deze keer gaven ze toch toe dat ik reed gelijk de beesten. Maar pas op, zegt Ivan met het slecht karakter, dat neemt niet weg dat ge toch nog altijd stinkt gelijk de beesten ook.
Er wordt ongelooflijk hard gevlamd en iedereen is om ter best in vorm. Zodat we op den duur mekaar kapot beginnen rijden en het nog plezant vinden ook. Aan de Paardenwei tegen ’t Scheld is er een afzinkske met een paadje waar ge ook naast kunt rijden op het gras. Karel en de witte pakken de afzink wat verder en zo koepeert Karel mij. Laat U niet doen, jut Rudy V. me op die achter me rijdt. Op het gras steek ik Karel en Erik voorbij. Een serieuze inspanning, want op dat gras rijdt dat niet makkelijk en die mannen staan natuurlijk niet stil. Dan kan Rudy V. zich niet houden en steekt ons op zijn beurt voorbij. Karel neemt weerwraak en steekt ook de witte voorbij. Dat kan de witten dan weer niet hebben en die steekt Karel en Danny voorbij zodat op het eind van die 300 meter iedereen iedereen voorbij gestoken heeft en iedereen buiten adem op zijn tandvlees zit. We proesten en kuchen van de inspanning en van de leute omwille van ons eigen zottigheid. Een moment van opperst geluk en diepste vriendsjap. Kapitein Rudy die het gedoe vanuit de achtergrond heeft gadegeslagen schudt het hoofd: hoe ouwer hoe zotter, zegt hij. Ja, maar van wie hebben we het geleerd? Mario Vereechoutte
Verslag van de algemene ledenvergadering van De Modderfokkers op Zondag 10 april 2005.
De vergadering wordt geopend om 8.30 uur op het kerkplein van Kalken.
Agendapunten: - Bespreking en goedkeuring van vorige ritten.
- Afhandeling van de rit van heden, Internationale Grote prijs Danny Fack.
Aanwezig: De Heren Fack Daniel hemzelve, semi-profs Van Hecke Bart en Roels Patrick, de plaatselijke vedetten Vergeylen Rudy, Krick Luc en Verhoeven Karel, internationele deelnemers Willems Jan (Schellebelle), Van De Vijver Dirk (Zwijnaarde) en Van Gastel Eric (Wetteren), neo-lid Poelman Wim, en ikzelf.
Verontschuldigd: De Schone Heren Rogiers Rudy, Vaneechoutte Mario en Roelandt Marc, wegens het iets te uitbundig vieren van de kampioenstitel van de scholierenploeg van
H.O. Kalken (die trouwens met een klinkende 6-0 overwinning hun titel van een gouden randje voorzagen).
Op algemeen verzoek rijden we toch nog eens bij Rudy langs om hem te vragen alsnog de groep te vervoegen, maar zelfs wanneer we de deur bijna uit haar hengsels lichtten, blijft het stil aan de andere kant. Flauw excuus om niet mee te rijden, zo’n feestje. Sommigen hebben elke week wel iets te vieren, en ontbreken zelden op de afspraak.
We vertrekken dan maar met Danny als gids. Onverantwoord, maar ja, het is zijn grote prijs.
En nog geen 2 km. verder heeft hij al prijs. In een bocht van een fietsbaantje ligt één klompje modder, en daarop gaat hij sierlijk onderuit. Na nu toch al enkele weken, zijn eerste val met zijn nieuwe velo. Gelukkig zonder veel erg: zijn fiets is niet geschonden. Met Karel is het slechter gesteld. Daar waar hij normaal aan kop zit te sleuren, hangt hij nu achteraan af te zien dat het niet schoon meer is. Hij is gisteravond naar AA Gent gaan kijken en is een beetje te lang blijven napraten. Na een tiental kilometer houd hij het voor bekeken, en keert terug huiswaarts. Spijtig, maar hij heeft, in tegenstelling met die drie fuifbeesten, toch geprobeerd.
Met zijn tienen raken we na enkele misstappen toch in het bos, waar net een viertal collega-bikers aan het rondtoeren zijn. Zij lijken hun weg hier goed te kennen dus volgen wij ze maar. Als we ze na een tijdje toch kwijt raken, ziet het even naar uit dat wij niet voor donker uit het bos zullen raken, maar met een gelukje lukt het na een tijdje toch. We vervolgen onze tocht, en overschrijden zoals gepland de Belgisch-Nederlandse grens. Op vijandig grondgebied is het altijd opletten, en even later is’t al van dat. Bij het inslaan van een veldwegel gaat Eric zwaar onderuit. Zijn eerste buitenlandse tuimerperte. Gelukkig is da ook nogal nen straffen, en na een beetje te zijn bekomen kan hij terug op de fiets. Bart heeft ondertussen zijne pedal kapot gekregen, (zelfs professioneel materiaal is niet opgewassen tegen zijn brute kracht) dus besluiten we de kortste weg naar huis te nemen. Dat is echter buiten Danny gerekend, die ons doet afslaan waar we normaal rechtdoor gaan. Als ik hem hierop wijs, zegt hij 100 procent zeker te zijn van zijn gelijk. We leggen ons lot dan maar in zijn handen, het is tenslotte zijn Grote Prijs. Enkele kilometers later zie ik hem bedenkelijk rondkijken, en merk dat zijn zekerheidspercentage gezakt is onder 0. Na nog wat omwegen raken we toch weer op het juiste pad en komen tegen de middag terug in Kalken. De spurt wordt ingezet, ik heb mij rechtgezet, en zie ontzet hoe Partick op zijn groot verzet tussen het aankomend verkeer de winst pakt. Commentaar van de geklopten: Ik kon eigenlijk niet verliezen, maar ik heb mij ingehouden voor de aankomende autos. En zo ken ik er ook nog een paar. Ivan Rogiers.
Zondag 17 april 2005. Waasmunster. Door het str…, excuseer, het slechte weer van de vorige dagen slechts met 7 aan de start, voor wat een rustig ritje naar Waasmunster moet worden. Bart Van Hecke, Dirk Van De Vijver, Jan Willems, Rudy Rogiers, Rudy Vergeylen, Wim Poelman, en ikzelf. Wim, die de de smaak van het mountainbiken nu ook goed te pakken heeft, is Valkenier, en liefhebber van roofvogels in het algemeen. Van opleiding eigenlijk motorcrosser, maar door de schandalig hoge brandstofprijzen, genoodzaakt om een vervoermiddel te zoeken met een goedkoper verbruik. (En zeggen dat er bij ons rondrijden met een gemiddeld verbruik van 3 Leffe’s per 50 Km.)
De rit zelf verloopt voorspoedig, hoewel het er zelfs in de Waasmunsterse bossen behoorlijk modderig aan toe gaat. Bart rijdt zoals gewoonlijk een paar keer verkeerd, en ik rij zoals gewoonlijk eens plat. Dat begint hier echt een dure hobby te worden. Kortom, een ritje om te klasseren onder 13 in een dozijn. Ware het niet dat op de weg van Hamme naar Zele, plots een auto de fietsbaan oprijdt. Bart, die net serieus op kop zit te sleuren, kan hem niet meer ontwijken, en knalt er tegenaan. Ik kan er nog net langs, en zie Bart’s fiets naast mij door lucht vliegen. Als ik mij omkeer zie ik Bart gelukkig al rechtkrabbelen, klaar om in de bestuurder van de wagen zijne nek te springen. We kunnen hem nog net tegenhouden, en als de gemoederen wat bedaard zijn, blijkt de chauffeur van de wagen nog het meest geschrokken te zijn. De schade blijkt al bij al nog mee te vallen. Een paar krassen op de wagen en de fiets, en wat schaafwonden in het gezicht van Bart. (Lap, weeral geen lief van ’t weekend). Na het uitwisselen van gegevens, en afhandeling van de formaliteiten kunnen we verder huiswaarts.
We komen aan in
Kalken zonder verdere incidenten, en kunnen na deze bewogen rit genieten van
nog een rustige zondagmiddag. Ivan.
Zondag 24 april 2005. Wacht een beke. Ik kwam een kwartier vroeger aan in Wachtebeke voor de toertocht aldaar
dan de genaamden Rudy en Ivan Rogiers, Wim Poelman, Luc Krick, Rudy Vergeylen
en Danny Fack. De reden kan wel zijn dat ik met de kamionette van sponsor Rudy
reed om de fietsen van de dames Simone de felle, Gerda Vanhulle, Christine
Deschoenmaeker, Christine Bruggeman en Ariane Coppenholle mee te voeren. Waren
ook per wagen naar Wabeke afgezakt, Wim (ega van Christine B.), Marc Roelandt
en Dirk Hanselaer. En ter plaatse was daar ook al Linda, de ma van Bart, die
verleden week weeral een serieuze tuimelperte gemaakt heeft, hoor ik. Dirk, Wim
en ik vertrekken al voor de 50 km voordat de meute met de zotten per fiets
arriveert. De dames en de heer Roelandt doen de 25. Na een km of 10, wat is dat
daar? Een bende koeien? Ha neen, het zijn Simone, Gerda, Ariane en de
Christines maar. ’t Is te zeggen, onze weledele dames moeten wachten op een
boer die zijn koeien de veldweg laat oversteken. Zo vormt er zich een plas van
wel 40 mountainbikers, die wachten op de koeien. Pas aan de bevoorrading, na 20
km, halen de echte zotten ons in, nadat ze op het parkoers 27.5 km gereden
hebben. Voor mij is het mijn wederoptreden na 4 weken en het is weer afzien als
ik het tweede deel met de zotten meerijdt, maar deugd, dat doet het achteraf
toch altijd. Eigenlijk zijn alleen Ivan en ik overgebleven van de gewone mensen
die in het begin meereden. En het wil al wat zeggen als we Ivan bij de gewone
mensen moeten rekenen. Dirk en Wim zijn slechts een goeie 5 minuten achter ons
aan de finish, dus traag kunnen die ook niet gereden hebben, ze zouden beter
van de eerste keer meerijden met de bende, dat zou voor iedereen een verademing
zijn terwijl we nog altijd rapst van allemaal zouden rondvlammen. Om 12 uur
staan we al weer op het kerkeplein. En het
Zondag 1 mei 2005. Vurst, Gavere. Karel Verhoeven, Rony Van Hecke – de pa van Bart, die zelf aan het Garda-meer zit, al zal er van zitten niet veel gekomen zijn, want Bart moest daar gaan koersen (en eindigde volgens zijn doelstelling: binnen de eerste honderd), Rudy Rogiers, Hans Van Maele (zie verder), Dirk Van de Vijver (die rijdt hier in zijn achtertuin), Ivan Rogiers (die zijn achtertuin rijdt ook altijd mee), Luc Krick, ondergetekende en Patrick Roels, die we mogen verwelkomen als nieuw KWB-lid. Met Patrick als 4-voudig Belgisch Kampioen Survival Run in onze rangen moeten we niet meer vrezen dat de KWB Kalken zal uitsterven. Ge moogt diene mens een half uur ondersteboven in een boom hangen, zeven keer onderdompelen in ijskoud water, uithongeren, bij min 20 buiten laten slapen: niets deert er hem. Onuitroeibaar, gelijk de rest van de Roelsen. Langer dan 3 minuten in kokend water mag wel niet, want dan zijn de eitjes hardgekookt, wat dan weer de creatie van nieuwe Roelskes zou beletten. Dat valt bij nader inzien misschien in Kalken toch nog te overwegen. Patrick legt zich meteen al in de eerste vettige plas die we tegenkomen, zo blij is ie bij de KWB te zijn. En er zullen er nog veel volgen. Vettige plassen, en kadees die zich leggen. De volgende is Luc, die geveld wordt door een boomwortel. Zelfs kapitein Rudy moet eens serieus voet aan de grond zetten, in een diepe modderkuil. En Ronny, als die kasseien ziet, moet hij zich ook altijd eens leggen. Dit keer duikt hij plots – zonder dat ge snapt waarom – vanop het midden van de kassei bats overkop de graskant in. Wie er zich tot 3 keer toe in de modder wentelt – en het nog plezant vindt ook, is gastrijder Hans Van Maele, ons Westvlaams varken, aangetrokken door Karel. Getrouwd zijn met een Westvlaamse is voor Karel nog niet genoeg, hij gaat nu ook in Brugge werken en trekt dan nog van dat gespuis zoals Hans aan. Het gaat van kwaad naar erger met Karel. Dat wordt voor zijn naaste omgeving elk jaar meer en meer duidelijk, alleen Karel wil het niet gehad hebben. Hans dus is qua kaliber goed te vergelijken met Danny Fack – die samen met sponsor Rudy Vergeylen en met Erik Vergastel in de Vlaamse Ardennen op de weg aan het trainen is ter voorbereiding van hun beklimming van de Mont Ventoux volgende week. Net als bij Danny moet je bij Hans naar spieren niet ver zoeken, naar verstand en goede manieren daarentegen ... Qua fietsvastheid is Hans dus ook te vergelijken met Danny: nul de botten. Eens Westvlaams varken, altijd Westvlaams varken, ik kan het weten. Ja, jullie zullen er mee moeten leren leven met al die immigranten: Turken, Marokkanen en West-Vlamingen.
Ik ben gisteren zo
overmoedig geweest om de 17 km van de Steentjesjogging te doen, samen met een
andere KWB-er, Frank De Mulder, en vandaag moet ik natuurlijk mijn ‘loopbenen’
bekopen. Al is het gemiddelde ‘slechts’ 22 induur, ik ben o zo blij als we na
47 km eindelijk terug in de kantien van voetbalclub Vurst 92 aankomen. Ivan
ook, ook al omdat zijn achtertuin zeer doet van al de ambetante hobbels.
Ondanks de 26 graden (veel te warm), zien we er vreselijk vettig uit. En
natuurlijk: de beestjes en de tengels zijn ook alweer van de partij. Soms mag
je mij efkes de winter geven. Mario
Vaneechoutte.
Zondag 8 mei 2005 – Moederkensdag. A(ma)aigem. Ronny en Bart Van Hecke, nog nen Bart, een collega van onzen Bart, Luc Krick, Karel Verhoeven, Rudy Rogiers, en ikke. Slechts met 7, waarschijnlijk omdat het moederkensdag is. Geen excuus natuurlijk. Ofwel zoekt ge u een vrouw die werkt op zondag, ofwel eentje die mee gaat fietsen. Er zijn naar het schijnt zelfs dames die, als ze al eens een zondag niet moeten werken, mee gaan fietsen, maar die lopen er zeer dun, en vindt da dan maar. Met 7 dus naar Amaai-gem, eigenlijk is het Aaigem, maar door de vele en hevige plensbuien van de voorgaande dagen ligt het parcours er heel zwaar bij. Vijfenvijftig kilometer, en we kunnen kiezen tussen moeilijk-, en niet berijdbaar. Wanneer we een onberijdbaar stuk afdalen, zie ik Karel eerst links tegen een afsluiting gaan, 20 meter verder rechts tegen de struiken, en uiteindelijk centraal onderuit. Zonder veel erg, want in de modder is het zacht landen.
Pineut van de dag is Ronny. Op hetzelfde stuk als Karel, gaat hij ook een paar keer horizontaal, de hele rit sukkelt hij met zijn versnelling en ketting, en naar het einde toe rijdt hij nog eens verloren ook. Nog een geluk dat de pijltjes goed zichtbaar waren, anders reed hij daar nog ergens rond.
Het moet wel zeer
lastig geweest zijn, als zelfs Rudy mij na een tijdje weet te zeggen dat er
maar weinig tijd is om te recupereren. Voor hem is dat eigenlijk niet nodig,
maar voor ons (mij) des te meer. Recupereren: Dat is, wanneer je moe bent, niet
nog moeder worden, maar een beetje minder moe. Het probleem is dat ik steeds
maar moeder en moeder werd. Gelukkig was het moederkensdag, anders kwam dat
daar nooit nie goed. Wie ook weer weinig moest recupereren was onzen Bart. Hij
heeft de goede forme nu toch al een tijdje te pakken, en werd onlangs nog 99ste
in een zwaar bezette wedstrijd in Italië. En dan komt hij mij op zondag
fluitend voorbijrijden, terwijl ik net serieus zit af te zien. Hij moet daar
toch mee opletten, want als het mij ne keer zal ontschieten, zal hij heel wat
moeilijker fluiten, zo zonder voorste tanden. Vraag maar aan Mario, die kan
daar ook van meeklappen. Ivan Rogiers.
Zondag 15 mei 2005. Serskamp. Want Rudy Rogiers moest vroeg thuis zijn voor de finale van de scholieren in de beker van het Volk. Onze jongens zullen spijtig genoeg nipt (met de pinnanties) verliezen, tegen Zeveren dan nog, is dat niet om van te Kwijlen? Maar ze waren al kampioen en nu nog finalist in de beker: proficiat, proficiat en nog ne keer proficiat! Serskamp dan maar. Het blijft toch een van de meest gevarieerde ritten in de omtrek. Nog relatief droog totdat Rudy besluit van een of ander boske in te trekken en we weer lekker vettig vuil worden. Wie er weer niet bij zijn, zijn Danny, sponsor Rudy en Erik. Nochtans, jongens, de KWB is er voor iedereen, ook voor de mentaal minder begaafden, dus we verwachten jullie zeker terug. Dirk Vandevyver, die met Jan Willems 4 dagen naeen 100 km gaan rijden is in de Ardennen en daarbij zijn nieuwe velo in de verdoemenis heeft gereden, zoals Jan zijn knieën, valt wel 4 keer met zijn ouwe velo. Ja, als ge zo rijdt, geen wonder dat ge kosten maakt. Patrick Roels is ook weer mee. Hij en de witten zijn de enige van ons 6 die niet vallen. Waarom Patrick een helm draagt, weten we eigenlijk niet. Misschien als nekbeschermer? In alle geval die helm hangt bijkans op zijn gat, en allesbehalve op zijn kop. Bij Ivan zouden we dat nog verstaan, omdat ge bij hem het verschil tussen de twee moeilijk ziet. Rudy rijdt zodanig geweldig dat hij zijn stuur zo hoog de lucht in trekt om over een tak te springen, dat hij achterstevoren over kop slaat. Terwijl we de schade opmeten, beginnen hij en de witten dan nog te zeveren en te kwijlen hoe vuil mijn velo weeral ziet in vergelijking met die van hen. “Ja”, zeg ik tegen Rudy, “maar ik heb de mijne ook nog niet afgeschud, gelijk gij zojuist.” En zo wordt het plots toch veel stiller aan de andere kant. In de Warande in Wetteren ligt er een diepe put waar ge in en weer uit moet rijden (de anderen doen dat toch, dus ik veronderstel dat dat dan van mij ook verwacht wordt, al snap ik er de leute niet van). Mij is het nog nooit gelukt, door mijn technische beperktheid – zoals u weet: mountainbiken ligt mij eigenlijk niet echt, om er rijdend weer uit te geraken. “Kijk, Mario”, roept Ivan, “als ik dat kan, moet gij dat ook kunnen” en hij rijdt de put binnen. Kling, klang, klong, en daar zien we Ivans’ beentjes boven de putrand wiebelen. En ja, hoor, ik probeer nog eens en het lukt me voor de eerste keer, nipt, nipt. Als Ivan dat niet kan, moet ik dat zeker kunnen.
Het wordt een sprint tussen Rogiers en Rogiers. Grote broer Rudy gunt zijn kleine broer Ivan ook nooit eens iets hé, die loebas. Troost U, Ivan, het is niet altijd de beste die wint. Maar vandaag wel, haha. En, Ivan, nog dit. ’t Is raar of ’t is niet raar, maar zo van die schuine opmerkingen over mijn spleetje tussen mijn tanden, die krijg ik meestal van mensen met niet teveel haar op hun plets. Zie maar dat ge u van de zomer inwrijft met zonnefaktor 10 zodat uw bol weer niet rood ziet, zoals na de eersten mei (niet omdat de sossen dan feestvieren, maar wel omdat dat de eerste zonnige dag was). Ge had Ivan moeten zien. Van kilometers ver zaagt ge hem. Iemand liet me weten dat hij er nog in kon komen dat Ivan en Karel tegen windmolens zijn op t‘Husseveld, maar vroeg zich wel af waarom Ivan dan persé een vuurtoren in zijn gazon zet. Dat is nu toch helemaal niet nuttig. Gelukkig kon ik die mens uitleggen dat het Ivan zelf was die hij gezien had. En wat zeggen we dan, Ivan? Juist: Dank u wel, Mario.
Zondag 22 mei 2005. Nu missen we Karel. tingels: met 2 naast mekaar. Klein duimpje Vergastel spelen we kwijt in de Speelbos. Rudy voelt zich weer Mr. Parijs Roubaix. Nog een geluk dat hij niet ziek was of geen last had van fluimpjes, want dan vlamt hij nog harder.
Zondag 5 juni 2005. Zeveneken. Ik schrijf dit verslag enigszins gehavend en ingepakt. Patrick Roels, Danny Fack, Luc Krick, Karel Verhoeven, Ivan Rogiers, Dirk Hanselaer, sponsor Rudy Vergeylen (gisteren 185 km wielerterrorist gespeeld, samen met Erik Vergastel, maar die ligt nu nog in zijn beddeke: flagada), Bjorn Vergauwen warempel, en ikke aan de kerk. We rijden naar Hussevelde. Ivan meent even zijn broer Rudy te zien, maar nee, zegt hij, het is een ander lijk op een velo. Gisteren was het KWB kook wa beter familiefeest en we verwachten Rudy dus al niet meer, als hij toch plots in tenu in zijn camionet met velo op de weg verschijnt. Wij op weg naar de Toertocht te Zeveneken. Er is weer geen houden aan Danny Fack en als hij uit het veld komt en aan 42 doortrekt, wil ik het voor bekeken houden. Kapitein Rudy brengt het tempo terug tot 35 en als ik even op adem gekomen ben, mag Danny het horen: “Vorte gendarm!” Ik bedenk ter plaatse daarenboven de ergste belediging die men een mens kan toeroepen: ‘Ge zijt jandorie nog erger dan de 2 Rogiersen samen!” Het extra-voordeel van deze toch wel verschrikkelijk zware belediging is dat meteen de 2 Rogiersen meebeledigd worden. Ivan, die net voor mij rijdt, steekt dan ook achter zijn rug zijn middelvingertje naar me op. Even verder rijden we in waaiers tegen de verraderlijke veranderlijke wind in. Het is opletten geblazen want er wordt voortdurend geslingerd om zo goed mogelijk uit de wind te zitten. En met een kamikaze gelijk P. Roels in het midden van de waaier is het dubbel opletten. Plots komt de witte Krick vanachter mij en roept tegen de wind in: “Jongens, zo kwakken met die velo’s, straks zal er nog ...”. Ik hoor hem niet goed – door de wind - en kijk achter mij naar wat hij te zeggen heeft. Daardoor komt mijn voorwiel tegen het achterwiel van Karel te plakken. Sleep, sleep, blijf ik toch nog recht, neen natuurlijk niet, ik val, en schuuuuuuuuuuuurrrrrrrrrrrrrr 10 meter ver op de beton. Weeral miserie. Ik zou beter gaan kaarten. Trek het u niet aan zegt Rudy, eens ge helegans verveld zijt, moogt ge u koereur noemen en je bent goed op weg de laatste jaren. O ja, de witten kwam zeggen: “straks zal er nog gevallen worden als ge zo voortrijdt.” Duizend keer merci, Luc, om mij waar te schuwen. Ik rijd nog vollen bak mee tot aan de bevoorrading van 30 km, maar als ik efkes stil sta voel ik hoe alles stijf wordt en dat het best is om van het zwembad van Puyenbroeck op mijn eentje op het gemak aan 24 per uur naar huis te rijden. Naar het schijnt heeft kapitein Rudy daarna nog eens de registers opengetrokken zodat Ivan met een dikke knie zat – juist nu hij van zijn dik gat verlost is - en zelfs op eigen kracht het Weike niet meer kon verlaten (er geraken gaat altijd wel, raar hé). Bjorn, verschrikkelijk in form, blijkt de laatste kilometerkes er ook vanonder gemuisd te zijn. Licht uit.
O ja, niet vergeten
van mijn toetsenbord onderste boven te draaien, na het typen van dit verslag,
zodat het bloed er weer kan uitlopen. Mario
Hoe meer ik op Ivan zijn gezicht kijk, hoe contenter ik ben van mijn achterwerk.
Zaterdag 11 juni 2005. 130 km Regio Tour. St. Lievens Houtem, Ninove, Geraardsbergen, Lierde, Zottegem, St. Lievens Houtem
Bjorn, Rudy, Rudy, Erik Van Gasse, ik, Luc Krick, Karel Verhoeven, Patrick Roels
Danny Fack vroeger
Zondag 7 augustus 2005. Ingerichte rit te Oosterzele. Rudy, Karel, Wim Poelman en mijzelf en ter plaatse is er ook nog Dirk VDV uit Zwijnaarde. 15 km ernaartoe, 45 ter plaatse en 15 weer, aan een gemiddelde van 26.3 induur. Een prestratrie om U tegen te zeggen. Ik hoor niets!? U. Aha, toch nog. Ik moet zeggen gelijk het is: de anderen reden ook niet slecht, want ze konden me allemaal bijhouden.
Een regenbui van jewelste. Iedereen trekt een regenjasje aan, behalve ik. Niet alleen omdat ik stoerder ben dan de rest, maar vooral omdat ik geen meeheb. Ik verlies geen tijd, dus rijd ik voorop. Als ik even later achter me kijk waar ze blijven, zie ik daar warempel enen in het knaloranje rondrijden. ‘Potverdorie, waar gaat dat hier naartoe’ roep ik, ‘als er nu al Hollanders met ons meerijden!?’. Drie sekonden later, een harde klop op mijn kop. Een geluk dat ik mijn helmpje aanhad. Ik kijk verschrikt opzij en potverdorie, het is toch wel die Hollander zekers die op mijn kop klopt! Toch niet, het is Rudy, met zijn oranje regenjasje.
Karel heeft besloten om geen druppel alcool meer te drinken. Hij houdt dat al 10 dagen vol. Ik kan me niet voorstellen hoe een mens daarin slaagt, nog een prestratrie. ‘Want alcohol’ zegt Karel, ‘alcohol heeft al veel kapot gemaakt.’ Hij kan het weten, want Karel is aangesteld als ervaringsdeskundige. In alle geval, er staat geen maat meer op Karel. En maten heeft hij al nooit echt gehad.
De laatste tijd probeer ik af en toe eens Frans te spreken tegen Rudy, kwestie van het niveau wat op te krikken. Vroeger heb ik nog geprobeerd om Rudys te spreken tegen Frans, maar geen mens die dat verstond. Als we een doodlopend wegeltje inrijden, zeg ik: “Eaulala, ca court mort, ici.” Waarop Rudy antwoordt: “Merde, ca tombe contre.”. Waarop ik dan weer: “Mais qu’est-ce que ca va être ici tout le monde aujourd’hui?”. Voor de mensen die nog niet zo goed verfijnd Frans spreken, vertaal ik even : Olala, dat loopt hier dood. Verdorie, dat valt tegen. Maar wat gaat dat hier allemaal zijn vandaag?
Zoals gezegd voel ik me nog wreed in vorm als we de toertocht in Oosterzele beëindingen en de terugtocht naar Kalken aanvatten, maar tegen dat we in Wetteren zijn (contre nous sommes dans Wetteren) ben ik al gaga, door het moordend tempo dat Rudy in de regen tegen de wind oplegt. Tegen dat we in Kalken zijn ben ik flagada en ook dadapipi, euh piepedada. Ik moet eerst bij Patrick binnen om een goed pak friet, vooraleer ik me aan de Leffe kan wagen. Mario
Zondag 5 september 2005. Berlare. Ons zesde seizoen begon met een belediging van kapitein Rudy Rogiers. Hij stuurt elke week per iemeel de coördinaten van de volgende rit door. Deze keer stond er: ‘Scheve villa’. Ik antwoordde meteen: ‘Scheve villa, scheve villa, hebt ge uzelf al eens goed bekeken, ja?”, want de tijd is voorbij dat ik me ga laten doen van snotneuzen, hé. Ik schrok niet echt van die kuren van Rudy, want de week voordien was hij nog maar net op zijn hoofd gevallen tijdens een wedstrijd in Houffalize toen zijn stuur doormidden brak. Weeral geluk van de helm, want anders was hij nog veel getikter geweest. Dat is al zijn tweede stuur en een kader reed hij ook al om zeep. Dat komt ervan als er teveel macht samen in één mens zit. Maar zo kon Rudy, de master of the masters, weeral zijn kansen niet verdedigen. Jan Willems reed zomaar tegen de 21 per uur over de 60 km, Karel deed de 90 km die hij beëindigde met de woorden: ‘Nooit meer’ en Bart Van Hecke eindigde in de eerste 10 op de zomaar eventjes 120 km.
Maar terug naar die iemeel van Rudy: Dat van die scheve villa bleek de plaatsaanduiding van de start van een toertocht te zijn: een toertocht, ingericht door de Chirojongens van Berlare, startend aan de scheve villa te Berlare. En inderdaad: de scheve villa staat echt helemaal scheef. Als je binnengaat word je er zelfs een beetje duizelig van, zeker als je de avond ervoor wat bent doorgezakt. Blijkt dat de ene kant op klei staat en de andere op turf zodat de hele plateau, met de intacte villa erop, is scheefgezakt. Het achtste wereldwonder bevindt zich te Berlare. We rijden 63 km aan 28.22 per uur, en dat zal wel een van de snelste ritten zijn die we al lieten optekenen, waarmee de toon van het nieuwe seizoen weeral gezet is. Vooral een sterke prestatie van Hans Schellaert, die een tijdlang niet meer gereden had. Een schoon parkoers, met uitbundig veel wegwijzertjes uitgepijld en met vooral na de tweede bevoorrading tal van nieuwe wegels. Waar blijven ze ze uithalen? We passeren voorbij de cafés ‘Bij de Westvlaming’ zodat ik me weer wat thuisvoel en de ‘Papadoc’.
Toevallig is de
arrivé van zowel de mannen, als de vrouwen (+ Ivan Rogiers + Frank Hanselaer),
als van Dirk Hanselaer, die na breuk alleen moest rijden, allemaal binnen de
minuut. Zeer straf. De mannen rijden van de scheve villa naar de Woesten,
zonder onder de 35 te gaan en wie blijft daar in ons wiel hangen? Rita, eega
van Erik Van Gassen. Weeral een vrouw die beter rijdt dan haar man. Sponsor
Rudy Vergeylen rijdt niet mee, want hij is weer met zijn parkieten bezig en van
de opbrengst daarvan koopt hij elk jaar drie nieuwe velo’s en een nieuwe villa.
Ook niet-sponsor Geert Electro Verhoeven rijdt niet mee, maar dat is normaal
want die rijdt nooit mee.
PS1. Beste Geert, dat is dan, zoals deze zomer afgesproken, 10 Euro, voor elke
keer dat uw zaak, Electro Verhoeven, in een verslag te pas en te onpas vermeld
wordt.
PS2. Andere zelfstandigen die graag willen dat hun zaak eens vermeld worden, gelieve met ondergetekende kontakt op te nemen, voor het bespreken van de condities.
PS3. Let wel, de prijs die onder PS1 vermeld werd is wel een éénmalige vriendenprijs.
PS4. En als ge binnenkomt bij Electro Verhoeven, uw voeten vegen aan de mat, of ge krijgt met Isabel te doen, en dat wilt ge niet meemaken.
Mario
Zondag 11 september 2005. Wetteren.
Na enkele maanden verplichte rust wegens pijnlijke knieën, probeer ik vandaag mijn wederoptreden te maken. De ingerichte tocht van 2-many bikers uit Wetteren lijkt mij hiervoor het gepaste moment. Als we het kerkplein een vijftal minuutjes te laat oprijden, (Rudy kon maar 1 kous vinden) zijn de beekes al vertrokken. De aakes die er wel nog stonden waren Rudy Vergeylen, Luc Krick, Dirk Vandevijver, Bjorn Vergauwen, en een nieuwkomer. Wanneer we vertrekken, ga ik naast hem rijden om kennis te maken, en vraag “wiens manneken zijde gij?“. Hij antwoordt dat hij Geoffrey Maes is en in Overmere woont.
Nu hebben we bij de
Modderfokkers al heel wat meegemaakt, een ex-profrenner (Rudy), een Belgisch
kampioen Survival-run (Patrick), aanstormend jeugdig wielertalent (Tim en
Bart), maar dit slaat werkelijk alles. Geoffrey is namelijk regerend
wereldkampioen mountainbike bij de +32 jarigen. Hij heeft al horen spreken van
da bendeken van Kalken en rijdt vandaag een keertje op ’t gemaksken mee om de
benen eens los te gooien. Aan de Warande aangekomen schrijven wij ons in, en
vervoegen de vroege vertrekkers Dirk en Frank Hanselaer, Rudy en Ronny De Clerq,
Guy Roels en Marc Roelandt. We vertrekken met de ganse bende, en het gaat al
vanaf ’t begin goe vooruit. Zo goe zelfs dat na een tiental kilometers bij mij
het vet al van de soep is. Ik ben dan ook zeer blij als Rudy DC mij
voorbijrijdt om zijn broer te gaan zeggen dat hij niet met de B-kes maar met de
A-kes aan het meerijden is, en de rest al een stuk achterop is. We laten de
grote mensen wegrijden, en laten ons na een tijdje inhalen door de normale
mensen. Op de eerste splitsing houdt Guy het voor bekeken en kiest voor de 35
km. Wij gaan voor de 50. Als we op de bevoorrading aankomen, zie ik tussen de
vele sportievelingen ineens een zombie met een truitje dat ik herken, het
blijkt Bjorn te zijn. Hij is zo lang mogelijk bij de eersten blijven
aanklampen, en moet dit nu zwaar bekopen. Hij reutelt nog iets in de zin van
“alles ligt er al weer uit”, en “ik rij van hieruit recht naar huis”, en kruipt
hoofdschuddend weer de fiets op. Dat wordt een namiddagje op de sofa. Ook ik
moet mijn overmoed bekopen, en krijg na een tijdje weer last aan de knieën. Ik
besluit dan maar aan de volgende splitsing te kiezen voor de kortste afstand.
El Sympatico, Marc, houdt mij gezelschap (of was het beste er ook al af ). Op
de terugweg naar huis gaat de pees er nog eens goed op. Als de snelheid zo rond
de 40 km/u ligt vraagt Geoffrey waarvoor dit nog goed is. Ik antwoord dat wij
er op het einde altijd nog een spurtje uitpersen, waarop hij zegt dat dat niet
gezond gezond is. Dat weet ik al lang. In de verte zien we hoe de Rudy’s het
onder elkaar uitvechten, en Rogiers het haalt. Bij de nabeschouwing van de rit
(mijn favoriete onderdeel), vertelt Rudy R. dat hij het een leutig ritje vond.
Vooral toen hij op een gegeven moment eens goed doortrok en na een tijdje
gepiep hoorde. Hij maakte Geoffrey erop attent dat zijn GSM belde, maar die
moest bekennen dat het zijn hartslagmeter was die meldde dat hij in het rood
ging. Tot slot nog de vaststelling dat mijn wederoptreden nog enkele weken moet
worden uitgesteld wegens nog niet goed genoeg. Maar, wat zit ik te klagen over
een paar pijnlijke knieën, jullie, beste lezers, moeten het nog een tijdje
stellen met de verslagskes van Mario. Dat is pas erg. Verslaggever Ad Interim Bis Ivan, terug in de lappenmand.
PS. Ivan, hebt ge er al eens op gelet dat uw computer soms hapert hapert? Is dat wel gezond gezond?
Zondag 25 september. Lokeren
Patrick Roels, Rudy Rogiers, Rudy Vergeylen, Erik Van Gassen, Luc Krick, Hans Schellaert, Jan Willems en ikke. Na 15 km en 25 minuten zijn we in Lokeren. Als we ons ingeschreven hebben en willen starten, moeten we echter wachten op Patrick. Als naar gewoonte zit Patrick op de plee. Patrick, mogen we vragen om vanaf nu ook eens tijdens de week te gaan en niet altijd alles op te sparen tot net voor we moeten vertrekken? Er zijn hier er een paar die daar het sch... van krijgen, zulle. Halfweg koers lijdt Patrick dan nog kettingbreuk. Zijn ketting kapot geka ... euh, gekrakt. Gelukkig is er Rudy om te depanneren en voor mindere goden gelijk mij is het een welkome rustpauze. Patrick verdwijnt ondertussen eens achter een boom. (Graptje!)
Ook Ivan Rogiers, Frank Hanselaer en Rudy Declerck rijden hier ergens rond. Als ik iedereen samenreken, denk ik wel dat er een man of 30 van Kalken is. Man is het woord niet, want er is voorzeker meer vrouwvolk dan venten. Een straffe mountainbike-gemeente toch, Kalken. Als de finale losbarst schiet mijn ketting twee keer na mekaar over en dat gat van 30 meter op Erik heb ik nooit meer toegekregen en Erik dat gat niet op die die voor hem reed en die die voor hem reed dat gat niet op die ... Roept er dan nog een rare ‘Ja, het zijn weer die zotten van Kalken, zeker’. Ik ken die gast gelijk van ergens, maar pas aan de meet wordt het me duidelijk dat het Geert Electro Verhoeven was. En zijn schoonzus, Nele, ge weet wel die van die pistolets, die had ik niet eens gezien, ge moet niet vragen hoe diep ik gegaan was dat ik zelfs Nele, de schoonzus van Geert Electro Verhoeven, niet gezien had. Allez, ik ben toch weer al aan 30 Euro reclame-inkomsten. Pas op, ik stort daar wel een Euro of 3 van in de KWB clubkas, hé, zo ben ik dan wel. Als we van Lokeren naar huis rijden, steekt ons luid toeterend de kamionette van onze sponsor voorbij. Maar tiens, ik dacht dat daar op stond: ‘Badkamers en meubelen’, maar nu lees ik ‘Vervoer van velos en vrouwvolk’. Thuisgekomen staat er 70 km op de teller, en een gemiddelde van 27.2. Een maximum van 46.1, maar waar ik dat gehaald heb, weet ik niet meer. Mario
PS. En als ge buitengaat bij Electro Verhoeven, de deur achter uw gat dichttrekken, of Isabel gaat eens achter u zitten, en dat ...
maakt dan 4 x 10 Euro is 40 Euro.
Zondag 16 oktober 2005, Massemen.
Wij naar Massemen, Serskamp, Oordegem, Vlierzele en die kanten. Voor een toertocht op de boerenbuiten. Ik had meer bos verwacht, maar aan die kanten kan het niet misgaan met het landschap. Een prachtige streek ligt daar, aan de overkant van ’t Scheld. Volk, volk en nog eens volk. Bij de modderfokkers is het heel wat minder: Luc, Rudy en ikzelf en Luc heeft nog een veertienjarig nieuweling koereurke meegebracht uit Berlare, den Ian. Gelukkig zijn er ook nog de zogezegde B-kes – Guy R., Dirk & Frank H, Rudy Washington DC en snellen Eddy T., vader tewege, die ik hierbij plechtig herdoop tot de A-kes en de huidige A-ploeg wordt dan de A pluskes. Kwestie van mijn nakende overstap voor te bereiden, zodat ik toch bij de A-kes blijf rijden. Wie niet mooi is, moet slim zijn.
Ik denk dat ze zich
dees jaar serieus vergist hebben hierboven: ze hebben augustus en oktober met
mekaar verwisseld, denk ik.Zo komt het dat het er weer poerdroog bijligt, en zo
doen we de in totaal 60 km aan 26 induur, voortdurend vollek voorbijstekend. Er
staat weer geen maat op Rudy. En Ian blijft achteraan jojo-en, maar met af en
toe een klein beetje wachten van ons drieën houdt deze knaap toch goed vol. Ik
zie het Stefaan Rogiers nog niet doen. Een beetje tegen een bal stampen, dat
wel ja, maar presteren op een vélo, gelijk zijn pa, hola! Trouwens, ik wed dat
geeneen van die scholierenkampioentjes meekan op een
Zijn we daar net vlotjes 35 aan het halen op een licht afzinkende stofwegel, als er zich in de verte een opstopping aftekent. Is dat hier de Welriekende Dreef misschien? Het blijken 2 paardenkoetsen en een stuk of 10 mountainbikers te zijn die daar stille staan. Geen stalleke te zien en het kinneke Jezus nog minder. Zijn die op mekaar gebotst miskiens? Neen, er blijkt een zwart mormel van een kalf los te lopen. Moeder koe in de belendende weide staat luid te loeien, zoals moederkoeien doorgaans plegen te doen. In plaats van daar te staan lummelen, pakken Rudy en ik de stier bij de horens. Juist, het is maar een kalfje van een meter hoog, maar toch heet zoiets ‘de stier bij de horens pakken’. In geen tijd zit het kalf weer bij moeder koe. Het probeert toch wel weer te onstnappen, zeker, dat klein vortzakske. “Geen wonder,” zegt Rudy: “met zo een zottin van een ma”. Dat kalf heeft daarna wel een uur in de hoek van de wei moeten staan, hoor. Luc en Ian, die niet zo boerachtig zijn van afkomst gelijk Rudy en ik, houden zich wijselijk verre van deze cowboy-toestanden. Mario
Zondag 23 oktober 2005, nieuwe
Kapitein Rudy Rogiers, sponsor Rudy Vergeylen, Luc de witte Krick, Patrick de survivor Roels, Danny Fackerdefack, Jan Willems, van het gelijknamige fonds genoemd naar zijn nonkel Jan Frans, ondergemodderde, en weeral den Ian. Neen: vandaag geen vrouwen! Blijkbaar hadden ze goed de e-mail van Jan gelezen waarin hij opriep dat alle kiekens zouden binnenblijven gezien de dreigende vogelgriep. Luisterden ze maar altijd zo braaf.
We zijn nog maar net weg om de nieuwe route te Wetteren, de Boskantroute – pas sinds gisteren ingehuldigd, te verkennen, als ik al plat rijdt. “Ik ga hier eens iets nieuws proberen,” zegt Rudy en hij spuit een buske schuim leeg in mijn band. Klei, denk ik, want daarna gaat het echt niet meer vooruit. “Het loopt hier van een kleien dakje”, betekent dan ook: ik plak aan de grond, ik draai vierkant, ik sta geparkeerd, ik geraak niet vooruit. Ik wou bijna zeggen: “Ik rij nog trager dan Marc R. uit de Krimineelstraat te K”, maar ik wil nu ook niet overdrijven. In alle geval, zo duurt het bandstoppen maar twee minuten.
Eigenlijk is die route grotendeels dezelfde tour als verleden week, al zitten er – net zoals verleden week – weer veel nieuwe wegelkes in. Rudy zegt wel dat we die allemaal al eens gedaan hebben, maar den dezen dan toch niet, ofwel toch niet bij bewustzijn, wat niet echt verwonderlijk is. Maar van enige gelijkenis met het parkoers van verleden week is er toch geen sprake. Waar het verleden week poerdroog lag, is het parkoers nu herschapen in een modderpoel. Nou, dat is nu net het leuke van bergfietsen (zou een Hollander zeggen): steeds weer anders en afwisselend.
Eindelijk,
eindelijk mijn favoriete weer. Hier voelt een varken zich echt in thuis.
Alleen, vandaag is het mijn dagje niet. “Alles is relatief,” zei Einstein, en
misschien zit Einstein er wel voor meer tussen dan dat, want gisteravond ben ik
op de Einstein-avond in Laarne wat te lang blijven hangen. Ook sponsor Rudy en
Ian bevinden zich op een bepaald moment in mijn gezelschap, ver achter de
anderen die in koers geraakt zijn met een of andere wedstrijdrenner die zich
ook op het parkoers bevond. Ze wachten even later wel, maar waren ondertussen
verkeerd gereden. Tja Danny reed nogal veel op kop, zie je. En er was
verwarring met de plakkaatjes van de route van St. Lievenshoutem. Zo komt het
dat we mekaar pas weerzien in de après-sport. Enigste pinten en een halfuurtje
later, ga ik moede naar huis, want ik moet mijn vrienden weer voor een week
missen. En het was juist weer zo plezant. Maar ja, alles heeft een eind, behalve
een worstje. Dat heeft er twee. Mario
Zondag 30 oktober 2005. Boskantroute Wetteren. De super-Akes zijn naar Zottegem, de A-kes (u weet wel, de vroegere B-kes die nu tot A-kes zijn gepromoveerd nu ik meerij, kwestie dat ik niet van categorie zak) doen de nieuwe route van Wetteren. Aangezien ik verleden week met de vroeger A-kes (dus voor alle duidelijkheid: nu de super-Akes, of ook wel de Eekes, zoals Ivan suggereert, van ‘Extremekes’) die route deed en aangezien de toertocht van Massemen de week daarvoor ook al voor een groot deel over die route liep, is het nu al mijn derde keer op rij dat ik dezelfde route doe. Het wordt hoog tijd dat ze eens een nieuwe route maken, zulle.
Wij, dat zijn, Ivan Rogiers, Rudy Declerck en Dirk Hanselaer. Marc R., de perverte priapist uit de Krimineelstraat te K., had gisteren gezegd dat hij twijfelde of hij mee ging doen. “Als hij dat zegt, dan twijfelen wij al lang niet meer”, zegt Ivan, “dan weten we al zeker dat we hem niet gaan zien. Het is pas als hij zegt dat hij zeker mee gaat doen, dat wij eraan beginnen twijfelen of hij misschien eens komt opdagen.”
Dirk H. rijdt
zonder helmpke. ‘Hebben ze het misschien afgepakt toen ge piket moest staan
gisteren’ wil ik weten, doelend op de groote betooging tegen de eindeloopbaanregeling.
“Neen,” zegt Dirk droogweg: “ik heb niet gestaakt.” Ik val rijzekes van mijn
velo! Komt dat tegen, dat is bijna zo goed als vakbondsvoorzitter van het
Ik ben niet echt in vorm en Rudy Washington DC volgen is er soms niet bij. Die blijkt dan ook nogal maniakaal bezig te zijn (elke week zowel zaterdag als zondag) de laatste tijd en hoort eigenlijk bij de Eekes thuis, als je ’t mij vraagt. Ivan, die sinds lang nog eens een serieuze rit doet, wegens knieproblemen, heeft het moeilijkst van al. Ja, het wordt een lange weg terug naar de top, Ivan.
En wie komen we daar tegen, midden in de bossen van Serskamp? Jean Marie Broeckaert godbetert. De beter ingelichte verslagschrijver, zoals uw dienaar, beseft meteen dat JMB de opkuis komt doen van de Halloweenwandeling van de Gezinsbond gisteravond. Maar hadden we JMB, die nu een proper manneke is, een paar jaar eerder in deze kontreien tegengekomen, toen nog met zijn ruige rastakapsel, dan hadden wij in deze donkere tijden eerder gedacht aan een boosaardige bostrol die giftige paddenstoelen aan het plukken was. Jean-Marie Bostrol.
Allez, na 53 km aan goeie 23 induur zijn we terug in Kalken. Dus niet echt trager dan verleden week, met de afvallers van de super Akes, al lag het toen nog ietske vettiger.
Net als ik – enkele uren later ... - wil vertrekken uit het Weike, komen de E-kes terug binnen uit Erwetegem, met nog heel wat schoon volk mee – ik ben toch altijd te vroeg weg, hé. Ik vang nog even een glimp op van o.a. Nadine, Rita en Els, die dus zomaar de ophokplicht voor kiekens naast zich neer hebben gelegd! Als er vogelgriep komt, ge weet vanwaar. Mario
Zondag 27 november 2005. De super-Akes zijn naar Hulst, en de A-kes zijn nergens te bekennen. Ik was nog van plan te schrijven: ‘Ik had het op de radio nog gehoord: alle sportmanisfestaties in Oost-Vlaanderen afgelast vanwege de sneeuw, behalve het KWB mountainbiken te Kalken.’ Maar blijkbaar was ik de enige lokale amateursporter met goesting.
Kapitein Rudy Rogiers had nog gezegd dat hij hier om halfnegen ging staan. Is het omdat hij zwaar beginnen lezen is, misschien? Is hij zwaar beginnen lezen omdat hij dit jaar de quiz niet heeft kunnen winnen? Op de boekenbeurs zagen we hem immers vertrekken met wel 10 boeken. Weliswaar, tien keer hetzelfde, namelijk het laatste van Goedele Liekens.*
Gelukkig is er nog
Eddy Troch die om 9 uur het marktplein komt opgereden. We vetrekken naar de
Berlaarse bossen en rijden langs sponsor Rudy Vergeylen zijn deur. Die is erin
geslaagd om een heel nieuw fietspad aan zijn voordeur te laten leggen, kwestie
dat het ietske teveel hobbelde als hij met zijn
Eddy en ik weg alleen. Een echte schande dat we maar met twee zijn, want dit is echt superweer voor modderfokkers: door de sneeuw, die gisteren eerst wat gesmolten was en dan weer door de nachtvorst is opgesteven, en die in de loop van de voornoen opnieuw begint te smelten, liggen de wegels echt op hun smerigst en gevaarlijkst. Harde richels, overal brokken, glattigheid alom. En het landschap ligt op zijn schoonst. Het weer is koud, maar windstil met af en toe wat zon. Dit wil je niet missen als mountainbaaiker. Als we tussen metersbrede plassen laveren, gegarneerd met gebroken stukjes ijsschots, bedenk ik: val daarin en het is mountainbiker on the rocks. Eén keer is het prijs, juist op een stukje baan waar je denkt, hier is het toch wel veilig. Mijn elleboog open, maar vooral erg dat mijn truitje met lange mouwen van onze sponsor gescheurd is aan de elleboog. Eigenlijk toch niet zo erg, want het was al gescheurd, van de vorige valpartij, een jaar geleden. Jaja, zolang al. Je had het verkeerde spoor zegt Eddy, die veel handiger is met die velo. Dat is nu juist het probleem met mij, Eddy: ik heb al mijn hele leven het verkeerde spoor. Leg eens uit, machinist zijnde, hoe ik daar van af geraak? Mario
* Dirk Demulder weet me te vertellen dat Rudy begonnen is met een cursus liplezen. Vandaar.
** Beste zelfstandigen, gelieve niet meer op te bieden om te pas en te onpas in dit verslag vernoemd te worden: vol is vol. Vanaf volgend jaar is er weer plaats vanaf 25 Euro per vermelding (bodemprijs waarop het bieden zal starten. Ik weet het, we zijn serieus opgeslaan, maar dat is zo als de vraag het aanbod overstijgt). Met dank voor uw begrip.
Zondag 4 december 2005, Hemelrijk,
Heiende. We zijn vertrokken in
Kalken met een serieuze groep, waaronder enkele dames: Nadine, Rita en Carla.
Van de mannen van de A-ploeg (de vroegere b-kes) waren aanwezig: Rudy DC,
Dirk H. en ikzelf. En weg waren we met gans de groep, waaronder dan ook nog de
A+ kes waarvan er ook veel aanwezig waren. Nog maar pas vertrokken en we komen
Dirk Pieters al tegen en die kon al direct aanpikken, na een kilometer roept
Dirk P ineens: “Is Ariane er ook bij?” en wij: “Ma nee, nog nie gezien.”,
waarop hij repliceerde: “ja ma alst zo is“, en hop hij keerde terug. Aangekomen
op ’t Heiende, ons laten inschrijven, en daar kwamen dan Eddy De Clercq en nog
een jonge gast bij waarvan ik de naam niet weet, ons ook nog vervoegen en als
klap op de vuurpijl: Dirk Pieters was er ook terug, hij had zijn Ariane
gevonden sé. Dan toch aangezet, het zou al vlug duidelijk worden dat het een
lastige rit zou worden, we werden onderandere getrakteerd op een ronde rond een
veld met plantgoed (jonge bomen) waarvan de aarde nog maar pas was omgewoeld, daarna
hebben we nog een slalom gedaan tussen een partij fruitbomen en dan naar het
einde toe nog een groot stuk over een veld waar mais had gestaan en waarvan de
grond ook eens flink was losgetrokken. Het was er dan ook niet mogelijk om op
de fiets te blijven zitten en dus maar te voet het traject afgelegd. Bij het
bijtanken aan de bevoorrading is Karel Verhoeven ons ons ook nog komen
vervoegen. Zo zijn we uiteindelijk met ons zeven toegekomen. En na nog iets te
nuttigen in de taverne aldaar, namelijk een “stoverijbierken“ zoals Rudy dat zo
mooi zegt, zijn we dan huiswaarts gekeerd waar ons een welverdiend warm bad
stond op te wachten. Eddy Troch
Zondag 11 december 2005. Lokeren. Zie ik goed als ik naar boven kijk? Jaja, een nieuwe verslaggever! Snellen Eddy himself. Een die er tenminste iets van kent, deze keer hoop ik, want die vorige twee apostelen - Marcus en Ivanisovitsj - waren niet veel soeps.
Ariane & Dirk Pieters, Nadine en Rudy Vergeylen en Rita en Erik Vergastel staan al aan de kerk. Drie koppels. Straffe madammen toch, die zo ’s morgens vroeg in vriesweer klaar staan om door de velden te gaan ploeteren met een velo. Ook nog een broederpaar, Patrick & Willem Roels. Rudy Rogiers en Dirk Hanselaer staan er zonder hun broeries Ivan en Frank. En in Lokeren komen we nog twee straffe madammen tegen: Simone uit het Hussevelde en in het knalgeel met Marleen uit de Zomerstraat en in het knalgeel. Onze jongste, Ian, blijft ook trouw meerijden. Ik mis wel Ivan en daarom luidt ons kerstlied dit jaar: ‘Ivan, kommt bald wieder, Du lieber Freund!”. Toch spijtig dat Ivan zich zodanig geforceerd heeft dat hij met de knie beginnen sukkelen is. Op zich zou dat niet zo erg geweest zijn, maar met zijn prostaatproblemen erbij, en daarbovenop zijn impotentie en zijn incontentie, was het echt niet meer te doen voor Ivan. En toch blijven we hopen.
Karel, die me gisteren nog gebeld had om te komen, zodat ik dus vanmorgen tegen mijn goesting toch uit mijn bed gekropen was, juist omdat ik Karel beloofd had mee te rijden, stuurt toch wel zijn kat zeker. Had hij nog Nele gestuurd, maar nee. Mochten wij dat beestje terug gaan afzetten in het Hussevelde. En maar miauwen. Kapitein Rudy heeft er een zwaar weekend opzitten en dompelde zich onder in de Strong Red op de Ierse avond van HO Kalken en in de dreupels in de KWB-stand op de kerstmarkt gisteravond, maar er is niets van te merken. Ook de witte Krick en de Roelse Guy gaan mee naar Lokeren. Het is zodanig koud dat ik nog overwoog om mijn kalassong* onder mijn koersbroek aan te trekken. Volgens mijn vrouwke sta ik daar zelfs heel sexy mee, zeker als ik mijn buik intrek en mijn borstkas opblaas en vooral als ik het licht uit doe.
Het is koud en slechts hier en daar glad, wat juist het gevaarlijkste is, want er staan natuurlijk geen plakkaatjes met ‘Effe oppassen, jongens en meisjes, want hier is het wel glad.’ En ja hoor, we zijn nog maar net weg op het parkoers of pardaf. Aan de klap en het geschreeuw te horen, is het serieus. Erik ligt languit dwars over de wegel te kajieten. Heeft er dan nog één van ons, die achterkwam, met zijn velo op Erik zijn koppeke gereden, en zijn helm is rats gescheurd. Als Erik uiteindelijk rechtstaat, krijgt hij walgneigingen. Wij vinden dat niets speciaals, want dat komt veel voor de zondagmorgen aan de kerk, alhoewel dat toch fel verminderd is sinds Marc niet meer meerijdt. Maar volgens Willem en Dirk P. wijst dat op een hersenschudding. Niemand zit daar echt mee in, want echt zwaar kan dat bij Erik niet zijn. Zijn vrouwke Rita die enkele minuten later passeert – ge moet toch maar sjans hebben, hé – vraagt, om te testen of Erik een schudding heeft: ‘En hoe noem ik, Erikske?’. Waarop Erik bloedserieus en kwaad antwoordt: ‘Ja, het is nog niet erg genoeg dat ge er nog mee moet lachen ook, Brigitte”. Het duurt wel een kwartier voor Erik en zijn fiets weer opgelapt zijn. Met die fiets komt het in alle geval nog wel goed. Daarna zijn we helemaal afgekoeld en de boel raakt nog versnipperd ook. Tenslotte belist Erik om de 30 (in plaats van de 45 km) te doen en sponsor Rudy rijdt met hem mee, ter ondersteuning voor als Erik nog meer malheuren moest uithalen.
Dirk Hanselaer weigert weeral om mee te rijden met de A-pluskes omdat hij zogezegd niet meekan. Als we samen toekomen (ja dus) aan de sporthal in Lokeren, is het gemiddelde van de A-pluskes 24.7 en dat van Dirk H. 24.6. Op zijn gemakske. Moet ik er nog een tekeninkske bij maken? Maar neen, hé, niet willen. Hoe kleiner, hoe koppiger, kijk maar naar Napoleon en Mittérand.
We hebben weer gereden gelijk de beesten en achteraf ben ik natuurlijk blij dat ik geweest ben. Mario
* Kallasong: lange onderbroek. O ja, voor de liefhebbers: toevallig zijn de electrisch verwarmde kalassongs in de aanbieding bij Electro Verhoeven. Batterijtjes niet inbegrepen!
Kalken
De Modderfokkers en de fokkemodders
Zondag 8 januari 2006. Destelbergen. We beginnen het jaar 2006 met het verslag van een uitzonderlijke gebeurtenis eind 2005, een gebeurtenis waar wielerminnend Vlaanderen nog jaren zal over spreken: Marc Roelandt, uit de Krimineelstraat te K., wint (samen met Tom Troch) de koers op rollen ingericht door de HO Kalken Vrienden Supportersclub in zaal the Royal Harmony te Kalken, op 28 december 2005!!! Daar staan wij nu toch wel echt pfaff van, zie. Pas op, Marc wint niet zomaar tegen een bende krabbers, maar tegen gerenommeerde, drooggetrainde koereurs zoals Koen De Bosschere, Steven De Landtsheer en Tim Roels. Nu zijn niet langer alleen de vrouwtjes fel van Marc, maar ook wij modderfokkers herinneren graag aan betere tijden toen Marc nog samen met ons reed, toen we nog allemaal samen reden en genoeg vielen en platte banden hadden en op tijd eens stopten om een banaan binnen te slaan, zodat er tijd was voor een scheve hier en een nog schevere daar. We waren toen ook buiten asem en buiten westen, maar er werd toch ietske meer gelachen (al hoort ge ons nu niet klagen over gebrek aan humor heden ten dage in modderfokkerkringen). “Ge moet maar eens foelen aan mijn billen”, zegt Marc. Ik doe dat dan nog wel ook zeker, en dan nog met al dat volk erbij op de sportavond. Ik dacht nochtans dat ik toen nog nuchter was. Maar amai, zo een billen. Daar kan ik een punt aan zuigen. Zeg, ik ben dat niet echt van plan, hé, simpelaars, dat is het verste van mijn gedachten. Er zou trouwens geen beginnen aan zijn. Neen, dat is een zegswijze waarmee ik wil zeggen dat mijn billen belange niet zo dik zijn als die van Marc, da’s al. Een ander lichaamsaanhangsel daarentegen, daar kan Marc dan weer een punt... Zeg, bij wijze van spreken hé, simpelaars!
De eerste rit van
’t jaar grijpt plaats te Destelbergen. Drie koppels aan de start: Els en Danny,
Rita en Erik, en Nadine en Rudy. Ook nog de witte Krick, Janneke Willems (da’s
lang geleden) en ik. En dan blijkt halfweg de rit dat er nog 2 mensen met ons
meerijden, ene Wim en ene jonge gast. Het is eraan te zien dat ik 2 maand zo
goed als niet gereden heb, want alhoewel we de kleine 60 km toch aan 24.3
induur doen, had het voor Danny, Jan en Luc zeker rapper gemogen, maar ze
moesten teveel wachten op mij en Wim, die voor zijn eerste keer wel fantastisch
goed reed. We worden nog ingehaald door een peet van 62, maar geen gewone, want
in zijn jonge tijd liep hij de 5000 meter in 14 minuten. Danny kent die peet
trouwens. Dat is niet verwonderlijk want Danny kent volgens mij de helft van de
wereldbevolking. Die peet is een vriend van Albert, ge weet wel die mens die -
als we weer eens verdwaald zijn in een of ander bos, bvb. aan de Ourthe - door
Danny wordt opgebeld om te vragen langswaar we moeten rijden. “Ziet ge voor u
die boom met een afgekraakte tak, derde links vanonderen?” vraagt Albert dan,
vanuit zijn duivenkot bij hem thuis. “Awel, 17 bomen verder zult ge een
tweesprong zien en die moet ge naar links pakken. Dan komt ge, na twee
klimmetjes en een kapelletje op uw rechtse kant (van de heilige Rochus) weer op
het parkoers.” Dankewel Albert, zeggen wij dan en vragen ons af waarom ze al
die moeite doen met die
Rudy Rogiers, die gisteren met een zeer keleke op de kerstboomverbranding nog van plan was te komen, hebben we niet gezien. Trouwens, ik moet hier nog iets verduidelijken. We hebben het hier niet over Rudy Maurits Rogiers, maar wel over diens kozijn, Rudy Oscar Rogiers, in een vorig leven beroepsrenner en ook – geheel op het einde van dat vorig leven even kort diepzeeduiker en zwembadbodemkuiser. De schoolgaande jeugd had er indertijd niets beters op gevonden om de twee kozijns uit mekaar te houden door ze bij hun tweede naam, die van hun peetje, te noemen, maar Rudy Oscar kon daar niet mee lachen. Het schijnt trouwens dat er in die tijd niet teveel was waar Rudy Oscar mee kon lachen. Marc Roelandt, uit de Krimineelstraat te K., wiens grootste prestatie in zijn leven totnogtoe het winnen van een koers op rollen is, had op een dag een keer teveel van ‘Oscar’ gestoken zodat Rudy Oscar hem bij zijn nekvel pakte en hem met zijn wezen tegen de muur kwakte. In die tijd mocht ge nog vechten op de speelkoer, maar het moest wel rijmen. Wie dicht genoeg bij Marc komt – dit geheel en al op eigen risico – kan nog het litteken boven zijn linkeroog waarnemen. Dat is trouwens het enige bewijs dat Marc naar school is geweest. En ook het enige resultaat.
Ik vind “Rudy Oscar” eigenlijk wel iets hebben. Karel Verhoeven bijvoorbeeld, die heeft een broer en die noemt “Geert Electro”, dat is toch al heel wat minder, niet? Ik hoor het Marleen al roepen als Rudy weer eens op het kleinste kamertje zit: ‘Rudy Oscaa-aar, waar zit je daar?” of nog “Rudy Oscaa-aar, wat doe je daar?” ofwel “Weeral Rudy Oscar? ’t Is toch nie waar. En weer met de gazet, miljaar!”. Mario Gilbert Karel Cornelius (die laatste was een heilige tegen de stuipen, en ja hoor, het heeft geholpen!)
PS. Voor de rest zult ge hier geen verslagskes vinden, want nu vertrekken ze al om 8 uur aan de kerk.
Zondag 9 april 2006. Ik sta – zoals bijna altijd – als eerste aan het standbeeld van ons Heer op het kerkeplein, want ik ben een stipte West-Vlaming en raak niet gewend aan het Kalkens uur, zoals het systematisch te laat komen van de Kalkenaren door de Kalkenaren zelf wordt genoemd. De hele winter is een kwakkelseizoen geweest op sportief vlak, voornamelijk door familiale omstandigheden en eens je een paar weken moet afhaken is het moeilijk om nog weer op niveau mee te draaien en dan wordt het nog moeilijker om jezelf te motiveren, zodat je nog meer achterop raakt, zodat het nog moeilijker .... Vandaar dat er ook op verslaggebied weinig te beleven viel, aangezien de enig andere overgebleven verslaggever, den Ivan, het ook de hele winter voor bekeken hield. Maar hij heeft beloofd dat als het boven de 25°C is, als het niet waait, als we niet te rap rijden, als zijn elleboog niet jeukt, als de poolkappen terug beginnen aangroeien, als zijn tante wieltjes krijgt (dan wordt ze een bus. Als ze iets anders krijgt, dan wordt ze zijn nonkel), en als er ook nog iemand zijn banden wil oppompen, hij zeker! terug mee gaat doen.
Sinds begin februari is het koud en nu half april is het nog maar een klein beetje beter. Maar allez, naast de koude wind is ook de zon van de partij. En er staat dus heel wat volk. Er staat ook een Michelinmannetje tussen, die zodanig staat te zwanzen dat de zever uit zijn mondhoeken loopt, terwijl er langs alle kanten bananen uit zijn truitje steken. Ik heb die mens vroeger nog ergens gezien, peins ik, maar vraag me niet van waar.
De mannen vertrekken allen samen, maar als we afslaan in de Portugiezenstraat om Rudy R. op te pikken, rijden Frank Hanselaer, Geert Bracke, Marc Michelin Roelandt, Wim Verschraegen, Rudy Declerck en Eddy Troch rechtendoor en doen een rit van 50 km naar Eksaarde, meestal op de weg. Ja, we moeten Rudy R. uit zijn nest gaan halen, want gisteren was er de trouw van de dochter van HO Kalken bestuurslid Jean-Pierre Cours met sterspeler van HO Kalken Koen Vermeulen. Een heus media-event dus, ietske voor de Rode Loper. De meeste BKs (Bekende Kalkenaren) waren daar, dus mochten Rudy en Marleen niet ontbreken.
Ik ga nog op de deur van den Karel, die ook in de Portugiezen woont, bonken, maar geen beweging. Tja, zo zit ik meteen opgescheept met 4 straffe super-A’kes: Rudy R., maar slechts 2 uur geslapen, Luc Krick, maar het KWB-voetbal van gisteren zit nog in zijn benen, Rudy Vergeylen, drooggetraind, maar de lange wegrit van gisteren zit nog in de benen en Patrick Roels, survival-specialist en kampioen, die vindt dat hij nog niet echt scherp staat. Wij naar de Berlaarse bossen. Wie komen we daar tegen in het gewegelte van het Heyende: de vrouwkes Nadine, Rita, Kristien en Gerda. Ook de dames splitsen later op, want de door- en doorgetrainde meiskes Nadine en Rita zijn geen maat voor Gerda en Kristien, die het deze winter bij spinnen (= indoor fietsen op vaste fiets) hielden.
Sponsor Rudy V.
geraakt in een greppel, lost 1 hand van het stuur en geraakt, alsof hij rodeo
aan het rijden is – olé – met 1 hand hoog in de lucht in de zijkant. Gelukkig
zonder erg. Eer Rudy V. valt, moet er veel gebeuren. Van vallen gesproken: we
passeren in Zele het Tuimelaarskappelleke, dat volgens Rudy R. speciaal is
opgericht voor Danny Fack en Erik Van Gasse. Voor mij ook een beetje toch, want
als ik al de blessures samentel die ik overhoud aan 6 jaar
En wie kruisen we in de Meersen? Karel, die meerijdt met de F-ploeg: de F van Familie. Gelukkig reed vrouwke Nele niet te snel en was zoon Arne mee zodat die af en toe vader Karel kon duwen. Ik zie nog met moeite uit mijn ogen van de inspanning, terwijl mijnheer Verhoeven op het gemakje met vrouw en kind rondkuiert. Dat mag, maar toch niet op zondagmorgen: die is er om je af te peigeren, Karel!
Ik was wreed straf kontent van mijn eigen dat ik toch nog goed meekon met die vier. Dat mag ook wel eens, kontent zijn van uw eigen, zeker na die lange vuile koude donkere winter. Laat ons hopen dat we weer vertrokken zijn. En voor Ivan, Marc en Karel hoop ik hetzelfde. Mario Vaneechoutte
Zondag 16 april 2006. Kalken. Gestart met een bewolkte hemel en nog wat gedruppel, maar gelukkig werd het wat later droog. We waren met z’n zessen om de rit aan te vangen, nl. Rudy Vergeylen, Rudy De Clerck, Dirk Hanselaer, Marc Roelandt, Wim Verscshraegen en ikzelf. Mijn fiets was bij Rudy binnen geweest om nieuwe versnellingen (nu ne keer van die soort die vooruitgaan) te plaatsen. Ik had al schrik om m’n fiets niet op tijd terug te hebben, zaterdagavond nog niets van Rudy gehoord, maar allé god zij dank, zondagmorgen kwam dan toch het verlossende telefoontje.
Ja Rudy had de zaterdag de koers op Hussevelde moeten leiden, en het was al wat laat geworden door al het nagekoers, en dan met een troebel hoofd naar huis, dus zeker geen moment meer om nog aan te herstellen fietsen te denken. Dus ik ben zondagmorgen nog vlug mijn fiets gaan halen en dan met heel veel verwachtingen op de fiets gesprongen, maar helaas, ik was nog maar net van den hof of krak, mijn ketting door. Veel gemiljaar, maar allé ik heb het nog rap kunnen herstellen. Ik had nog vlug naar Rudy DC gebeld om een beetje te wachten. “Moeten we langs daar over komen?“, vroeg Rudy, “alléz als ik mijn vestje hier toekrijg” voegde hij ernog aan toe. Ik ben dan als de bliksem naar ’t dorp gereden.
“Langs waar gaan we rijden“, vroeg Rudy DC. Hij had al voorgesteld om eens de blauwe en rode route in Kalken te doen , maar zijn vraag was met veel gemor beantwoord. Dan stelde hij maar voor de Leebeekroute te doen (langs het domein Puyenbroeck). IUk had vlug in de gaten dat het een snelle rit zou worden en jawel, met de twee Rudy’s op kop ging het vooruit. Het was dan ook uitsluitend op de baan te fietsen. Eigenlijk voor de b-kes reden we te snel, er was niemand die iets zei onderweg, maar er waren er wel bij die het dachten. Onderweg, ergens in Wachtebeke heeft er zich nog iemand bij ons gevoegd, die gans de tijd in ons wiel heeft gehangen. Rudy DC liet zich van de kop toch eventjes afzakken tot vanachter en ging efkes naast deze gast rijden en vroeg hem “als het te traag gaat, ge moet u nie inhouden, hé!“ maar die gast antwoordde puffend: “Neenee, ik ben al blij dat ik mee kan. Jullie rijden nog sneller in het veld als op de baan jong“, zuchte hij, want we hadden juist een verhard stuk aardeweg met veel putten gevuld met water achter de rug.
Naar het einde van de rit kwamen we uit het Holeinde op de Dendermondse steenweg, we zijn schuin overgestoken om via de Belinde kapel naar den Après Sport te rijden, maar Marc heeft ons juist daar verlaten en heeft de steenweg gevolgd. Spijtig, normaal samen uit, samen thuis. Alléz, we hadden toch een 56 km achter de rug , niet slecht voor ons b-kes. Eddy Troch.
Paasmaandag 17 april 2006. Zele toertocht. In totaal 75 km, heel veel wegel, heel veel wind en heel veel modder. In de Uitbergse bossen rijden we gewoon door putten vol modderpap. Toch een ongelooflijk zware sport, zeg, dat mountainbiken. Rudy V., Luc, Danny, Patrick, Bjorn, Erik en Mario.
Zondag 23 april 2006. Overslag. Rudy R. had via mail laten weten dat we om 8.30 verzamelden voor een ‘lokale’ rit. Dat bleek naar Wachtebeke te zijn, wat ik al niet meer lokaal vind, maar kom. Ik ben nogal in vorm en verschiet wat kruit, want Wachtebeke is nu ook niet zo ver. In Wachtebeke, na 25 km, wijken we plots af van de baan die ik verwacht. Blijkt dat we naar Overslag tegen de Hollandse grens rijden! Ik wist weer van niets. In totaal zullen dat 77 km worden aan meer dan 26 per uur. Alleen Dirk Vandevyver heeft het lastig, de rest vlamt hevig hobbelend over de eindeloze wegels door de uitgestrekte velden, polders en vooral bossen. Prachtig, prachtig, zoals het weer. Een prestatie neergezet door Rudy, Rudy, Danny, Dirk, Bjorn, Luc, Erik en ikzelf. Rudy R.s hersencellen deden voor de derde week op rij pijn. Nu was het weer doordat de scholieren net kampioen zijn. Wat is het leven van een vader van een zoon van een kampioenenploeg toch hard. Andere KWB-vaders, Marc, Eddy, Pat bvb., kunnen daarover meespreken. Wat tegenvalt is dat ik toegezegd heb om ’s namiddags mee te wandelen in de Meersen. Mijn beentjes en mijn lijf denken: ZETEL!, maar ik bevind me wel te voet in de Meersen. Daar wandelen ook de weledele co-voorzitters van onze vereniging Guido en André en hun edelwelle echtgenotes. Als we stoppen aan de Aard, blijken nog meer KWB-leden op pad: Pad, euh, Pat en Hans, ook met hun weledele wederhelften. En zo word ik gered: na een paar deugddoende tripels, voert Pat me naar huis. Het laatste stuk van de wandeling was toch maar langs de Vaart. Pat overrijdt nog bijna Guido, die wel nog meewandelt, maar die liep ook ferm in de weg, zulle. Leve de KWB! Mario
Kalken
De Modderfokkers en de fokkemodders
Zondag 30 april 2006. Waasmunster. Guur decemberweer. 2 cm sneeuw in de Ardennen. Mijn vingers vervroren. Rudy V. zijn thermometertje duidt 4°C aan. Nee, het is niet zo dat Rudy deze morgen koorts had en vergeten was de thermometer uit zijn achterste te halen (die hij er verkeerd had ingestoken, anders was de temperatuur 37°C), maar Rudy heeft altijd de nieuwste speelgoedjes mee op zijn vélo. Nu zit er in zijn kilometriekske, naast een groenten en fruitweegschaal ook een thermometer. Daarnaast ook nog een fax. We vertrekken om halfnegen met zeven super-A’kes: Luc de witte Krick, Bjorn oversok Vergauwen, Rudy sponsor Vergeylen, Erik geef gazze Van Gasse (ik ga proberen die mens zijn naam eens juist te schrijven, nu hij daar eindelijk ook zelf in slaagt), Patrick Rambo Roels, Hans Schelfaut, en ikzelf (of hoe denkt ge anders dat het komt dat er hier tekst staat!?). De mannen met de duurste vélo’s, Rudy en Erik, hebben het meest miserie met hun materiaal, en Erik daarenboven nog met zichzelf. Platte band, slappe ketting, drinkbuske, er is altijd van alles wat. Dan weer moeten we stoppen omdat Rudy nieuw papier in zijn fax moet steken. We komen heel veel lopers en loopsters tegen. Die laatste zijn dus loops, maar ja, het is de tijd van het jaar, al zou je het aan de temperatuur niet zeggen. Volgens Rudy is het zo erg dat ze bij Erik elk jaar anti-gel in de schedel moeten inbrengen, tegen het vervriezen van de inhoud. Buiten de oponthouden door Rudy en Erik, malen we verder vlotjes de 58 km af aan 25.7 induur. Kwestie van tegen kwart na elf op café te zitten. In de Après Sport zitten reeds de A-kes Geert Bracke, Dirk en Frank Hanselaer, Eddy Troch en Wim Verschraegen. In het aangenaam gezelschap van Rita, Christelle en Carla (ja, op café zijn de vrouwen altijd veel aangenamer en gezelliger dan thuis, ge mispakt u daar lelijk aan). Schoon leven, die mannen, ze moeten maar om 9 uur vertrekken, ze moeten zo ver en zo zot niet rijden en dan zitten ze nog het eerst bij de vrouwkes ook. Ge moet niet schoon zijn om slim te zijn, zegt het spreekwoord immers. Wie ze ook nog binnensmijten: Ivan Duvel Rogiers. Kwestie van zijn Après Sport capaciteiten te oefenen in afwachting dat er ook nog sport zal bij zijn. En dan nog een broer van hem: den Rudy. Met zo een beetje gelige oogjes. Gisteravond immers uitbundig gevierd dat de scholieren van HO Kalken weeral kampioen zijn. En Rudy heeft teveel van die gele limonade gedronken en dat ziet ge dan aan uw ogen, hé. Ik hou het voorlopig bij Tripel, het is mij gelijk van welke paters. Mario
Zondag 7 mei 2006. St. Lievens Houtem (SLH). Staan om halfnegen aan de kerk : Bart Van Hecke, momenteel
Belgische tweede beste belofte
Na het optrekken van de mist wordt mooi weer beloofd, en als het begint te druppelen denken we eerst nog dat de mist begint uit te vallen, maar het is het begin van een miezerige regenochtend waarbij de nattigheid niet aflaat. Gelukkig niet koud en eigenlijk wel mijn weertje, ware het niet dat er een lange wegrit te wachten staat, van en naar St. Lievenshoutem (2 x 19 km) alwaar we al om kwart na 9 aankomen, zeikenat. Op de weg demonstreert eerst Geoffrey, maar rond Bavegem is zijn goesting om kop te trekken plots op en neemt Bartje over. Die ging er een rustig ritje van maken. Vandaar dat het tempo meteen met 2 km meer opgetrokken wordt tot 34 induur – lichte tegenwind en licht klimmend en Bart houdt dat gewoon vol tot in SLH. Ik heb al minstens drie duwen van Rudy R. nodig. Daar zijn net ook de super-Akes onder de vrouwkes gearriveerd (met de auto): Nadine, Rita en Carla. We doen er de rit van 35 km. Erik, met kettingproblemen, rijdt mee met de vrouwen. Dat is niet zo erg, een nieuwe ketting en volgende week is dat opgelost. De zware psychische problemen van Erik echter, daar zal een nieuwe ketting, zelfs een heel nieuwe fiets niet aan verhelpen, tenminste als we zijn maat Rudy mogen geloven.
Prachtrit in SLH, vettig soms, het regentje in het veld doet deugd. Op de weg echter piekt die opspattende regen in de ogen. En dat heb ik geweten als we weer naar huis toe rijden. Bartje neemt meteen de kop, we gaan niet onder de 35 tussen SLH en Wetteren. Ik ben door- en doorweekt. En nu heb ik wel 20 duwen nodig.
Eens Wetteren
voorbij, rijden Bart en Geoffrey van me weg. Rudy V. en Luc K. volgen. Rudy R.
echter blijft me duwen. Danny zet ons uit de wind. Vooruit Danny, roept Rudy,
rijdt dat gat toe. Maar het gat wordt groter. Rudy kan het niet meer aanzien en
vertrekt ten langen leste toch, maar de vogels zijn gaan vliegen. Danny en ik
blijven achter. “Rijdt dat gat toe, rijdt dat gat toe”, fulmineert Danny. Die
gasten trainen hele dagen, het enige dat ze doen is op die velo zitten (Danny
zwemt, loopt en vecht ook nog), zij zijn de wereldtop en jong, ik ben 45. Rijdt
dat gat toe, roepen ze dan. Ze zijn niet goed zeker, rijdt dat gat toe. En
daarenboven, de ene weegt 40 kg en de andere met moeite 45 en ik weeg 90 kg
spieren en botten, droog aan de haak, zegt Danny. En dan heb ik er nog mijn 30
gram hersenen en mijn 2 kg nog niet uitgeworpen uitwerpselen bijgerekend, zegt
Danny. Alhoewel, ik twijfel nu of hij die laatste zin ook gezegd heeft, maar
dat komt misschien omdat ik doorweekt en groggy was. Nee maar, Danny, is
serieus over zijn toeren. Slaat ook hier de midlife crisis onverbiddelijk toe?
Heeft de penopauze haar intrede gedaan? Kom en lees volgende week in uw
lievelingsblad de Kraak: Danny en de penopauze. Come and see next week: Danny and the
penopauze. Mario.
PS. Had ik al gezegd dat ik zeikenat en uitgeteld was!?
Zaterdag 11 juni 2006. Regio-Tour. St. Lievenshoutem,
Erpe-Mere, Ninove, Geraardsbergen, Lierde, Zottegem en die kanten.
Danny was al om 6 uur vertrokken, want die moest om 9 uren weer thuis zijn om patatten te schellen, de was op te hangen en het gras af te rijden. Trouwens, als het later wordt dan 10 uur ’s morgens krijgt Danny last van de penopauze. De A-kes – o.a. Geert Bracke, Eddy Troch en Dirk en/of Frank Hanselaer - waren om 7 uur vertrokken (wij jaloers) en de super-Akes stonden om 8 uur aan de kerk. Behalve Rudy Rogiers natuurlijk, die kwam wat later, maar die is van ’t Husseveld en daar moet ge nog een kwartier boven op het Kalkens uur rekenen (dat zelf al een kwartier achterloopt bij de rest van de wereld). Allez, goed negen uur waren wij toch al ingeschreven en op weg voor 70 km (de 4 dames Nadine, Rita, Carla en Ariane), 100 km (de meeste van de mannemensen: Luc Krick, Erik Van Gasse, Bjorn Vergauwen, Wim Poelman en ondergetekende) of 130 km (Rudy R. en Rudy Vergeylen). Dirk Pieters bleef bij zijn vrouwke en koos – ook wegens ongetraindheid – voor de 70.
De Vlaamse Ardennen
per mountainbike: het blijft toch een van de schoonste belevenissen die een
mens kan meemaken. Toch tenminste de eerste 15 km, als ge zo nog wat klaar uit
uw ogen ziet. Zelfs die eerste kilometers was het voor mij al harken, zoals de
Hollanders zeggen, en op een
Wijl ik voorop reed, komt plots Wim Verschraegen naast mij gereden. “Vanwaar komt gij uit?”, vraag ik hem, want ondanks alles, maak ik toch serieus tempo en tot dan toe was niemand me voorbijgestoken. “Ge hebt ons juist voorbijgestoken”, zegt Wim. Als de anderen ons weer bijhalen, besluiten Wim en zijn kompagnon onze bende te vervoegen. Aangezien ik Wim al eens voorbijstak, denk ik niet meer de zwakste van de bend te zullen zijn, maar nee hoor, ik blijf achteraan bengelen en Wim en compagnon rijden vlotjes mee.
Mijn regio-tour wordt wel verpest door technische problemen aan de kledij. Misschien heb ik een verkeerde onderbroek aan, maar na 15 km ligt mijn perineum open (ja, zoek dat zelf maar eens op, want dat is hier een proper boekske en we gaan proberen dat zo te houden). “Rijdt gij met een onderbroek aan!!??” vraagt kapitein Rudy ongelovig. “Wel ja, want ik kan die spons niet verdragen tegen mijn bloot perineum”, zeg ik. Rudy schudt het hoofd, die West-Vlamingen zijn allemaal even zot, ziet ge hem denken. En ik denk: “Die rijden zonder onderbroeke rond!” Ik zou hier een zinnetje kunnen maken dat mooi rijmt op het vorige en dat duidelijk maakt waarom ik dat niet hygiënisch vind, maar ik ga dat niet doen, want nogmaals, dat is hier een proper boekske (tenzij Marc en Ivan verslagskes schrijven natuurlijk). Maar lees het volgende zinnetje tien maal luidop, snel na mekaar en ge zult rap verstaan waar ik naar toe wil: “Die mannen rijden zonder onderbroeke in Diest rond.”
Een tweede technisch probleem zijn mijn schoenen. Ik heb die zes jaar geleden te klein gekocht, en sindsdien nog geen tijd gehad om nieuwe te kopen. En als ik tijd had, hadden we geen geld, want mijn vrouw had iedere keer juist nieuwe schoenen gekocht. Door de hitte zwellen mijn voeten, en doordat ik nog dikke sokken aan heb ook, begint dat serieus te spannen en te nijpen en de leute is er nu wel helemaal af. Tegen de muur van Geraardsbergen schiet de pijn plots door mijn tenen. Ik denk dat mijn vel gesprongen is en het voelt alsof mijn schoenen vol bloed staan. Ik besluit te stoppen en mijn sokken uit te doen. ‘En kijk zo niet gasten! Nog nooit een mountainbiker op blote voeten in het gras gezien misschien, nee? Kijkt beter waar ge rijdt, straks valt ge nog op jullie verdoemenis.’. Ja, ik heb natuurlijk nogal bekijks bij al degenen die passeren. Het helpt even, zo zonder sokken, maar het blijft de laatste 45 km afzien. Dit was de laatste keer dat ik met die schoenen en met die onderbroek gereden heb!
In Zottegem ga ik in de sporthal op zoek naar water om mijn voeten te koelen. Ik vind er niet beter op dan ze in een lavabo te steken (let wel: eerst de ene 5 minuten en dan de andere 5 minuten. Ik ga daar niet boven in die lavabo gaan staan, hé, dat ziet ge van hier!). De anderen zijn allang weg als ik wil vertrekken, maar zie, nog een bekende uit Kalken: Peter Baeten, die met afgebroken derailleur – gelukkig gebeurd net toen hij de bevoorradingspost wou verlaten - zijn 130 km na 100 km moet staken. Hij wordt naar Erpe Mere gevoerd, waar hij gestart was. Mij rest nog de laatste 10 km naar St. Lievens Houtem. En daar zijn er nog bekenden: Simone en An van de Calckine mountainbikers, met 2 compagnons.
Gelukkig hebben we nog een lange achterafbespreking, eer de 130 km rijders eraan komen. Luc Krick heeft ze ook gedaan, al was hij de hele tijd bezig dat het zeker te zwaar zou zijn. Blijkt dat beide Rudy’s in de kramp zijn gegaan en Luc nog de fitste was.
Tijdens de lange après-sport, eet Carla een half gesmolten chocolade-koekske op. “Riekt eens”, zegt ze en houdt het koekske onder mijn neus. Ik doe dat toch wel zeker en dan duwt ze het koekske helemaal tegen mijn neus (pas op: daarna heeft ze dat koekske nog opgegeten ook, hé! Hebt ge al eens mijn neus gezien? Bwaakes.). Mijn neus vol gesmolten soklaa. Laarnse humor, gaan we maar zeggen, zeker, want het is in dat gehucht dat Carla woont. Wat is het toch plezant om altijd met de zwaksten uit de maatschappij, de naïevelingen en de Westvlamingen, te lachen. En goedkoop. En gemakkelijk. Er zijn mensen die echt niets beters te doen hebben in hun leven.
Een heuglijke dag vol afzien. Zo moet het zijn. Want dan smaakt een blonde pas echt.
Mario Vaneechoutte
Kalken
De Modderfokkers en de fokkemodders
Zondag 25 juni 2006. Kalken toertocht ingericht door de Calckine.
Over den wonderbaarlijken wederopstanding van den Duvel
Eerst even de acteurs en de actrices voorstellen: Rudy Ossekaar Rogiers, Patrick Rambo Roels, Dany fakker de Fack, Jan Frans Willems, Bjorn veel te Vergauwen, Rudy badkamers en keukens Vergeylen en ondergetekende, prutser eerste klas tot uw dienst en, jawel, de hoofdrolspeler hemzelve: Ivan Duvel Rogiers.
De actrices: Kristieneke Bruggeman, Nadineke fakker de Fack, Carlaatje De Cock (met C of met D of met E, ik zou het eens moeten precies opmeten), super Ritaake van Erik Van Gasse (zelf weer nergens te bespeuren) en Arianeke Van Compenholle (of is het van Klompenbolle, ik wil er vanaf zijn, met al dat vrouwvolk ook iedere keer verdorie, en ik ben daar juist niet goed in, in vrouwvolk, ik geraak daar iedere keer mijn kluts van kwijt. Zijn die vrouwen eigenlijk al lid van de KWB? Neen? Anders is het de laatste keer dat ze in de Kraak staan, verdorie!)
Bon, de rit zelf. Het eerste wonderbaarlijke is dat Ivan aan de kerk staat. Hoe lang is dat geleden? Iedereen had die jongen al lang opgegeven omwille van zijn knie en zware mentale problemen. En iedereen denkt een beetje meewarig (schoon woord, hé!): “Ach ja, Ivan gaat het nog eens proberen. Dapper toch van Ivan.” En wij meesmuilen (schoon woord, hé!) wat. Wij op weg naar de Skala alwaar de inschrijving is en het een drukte van jewelste is. Aangezien er één iemand nog niet is (de broer van Ivan: Ossekaar), en aangezien we dat ondertussen zowat gewend zijn dat die één iemand er nog niet is, besluiten Ivan en ik om al van wal te steken, want de rest is weer van een kaliber om U tegen te zeggen. Dat is wel ambetant: ge komt daar toe, ge gaat rond en ge gaat tegen al die mannen eens beleefd ‘U’ zeggen, en dan staan ze u nog raar te bekijken ook.
Ivan en ik zijn nog niet goed weg, of daar heeft de bende ons al te pakken. We waren nog niet eens bijgepraat. Voor mij wordt het afzien, maar wie rijdt er dapper mee: Ivan. Weliswaar stillekes, weliswaar op de tanden bijtend, puur op adrenaline, maar hij doet het toch. Het piekt als ik moet lossen en Ivan meekan. Daarom vertrek ik maar wat rapper na de bevoorrading. Ik ben in de wegel van de blauwe steen als ik de bende langs de Vaart zie naderen. Eens op mijn kilometriek gekeken: 27 per uur, in een wegel. Toch niet slecht hé. Ik hoop het einde van de lange wegel te halen aan dat tempo voor ze me te pakken hebben. Maar nog niet eens halfweg vliegen ze me voorbij. De enige die me niet meer inhaalt is Ivan. Oef, van dat affront ben ik toch gespaard gebleven. Deze wederopstanding van Ivan is simpelweg mirakuleus en we verwachten dan ook niet minder dan de prompte zaligverklaring van Ivan. Als we onze catechismus goed kennen is daarvoor nog een mirakel nodig. Bvb. dat Ivan zou stoppen met Duvel drinken, maar zo gelovig zijn we nu ook weer niet dat we geloven dat dat ooit zal gebeuren. Een nog groter wonder zou zijn dat Marc Roelandt (zie Kraak afleveringen jaargangen 1913 tot 1915) of Karel (zie geen enkele jaargang), de broer van Geert Electro Verhoeven, nog weer met ons zouden meerijden. Dat zou meteen de heiligverklaring voor Ivan betekenen.
Aan de Skala staan Simone en Ann, MTBers van de Calckine achter de toog lustig te tappen om zaad in het bakje van de club te krijgen. Ze zijn om 7 uur vertrokken om de 60 km te doen om toch nog in de toog te kunnen staan. Simone en Ann, waarom niet gedaan zoals wij? Zoek een club met een goeie sponsor, zoals wij. Dan moet je dat allemaal niet doen. Niet alleen betaalt sponsor Rudy onze kledij, ook mogen wij maandelijks onze velo binnensteken bij RR gratis en voor niets, worden onze kilometers vergoed indien we een verplaatsing met de auto doen (zelfs al rijden we mee met de auto van sponsor Rudy zelf, ge gelooft het niet). Na de sport: wie trakteert de hele tijd? Onze sponsor. En hebben we eens een nieuwe keuken of badkamer nodig: geen probleem, Rudy komt ons model naar keuze gratis en voor niets installeren. Rudy, zeggen wij dan, het is alweer twee jaar geleden dat onze badkamer nog eens vernieuwd werd. De week daarop staat Rudy al op te meten. Ja, kwestie dat een mens goeie keuzes leert maken, hé. Dat is nog eens een sponsor, zie! Tijdens de week op café gaan: zet die Duvel maar op de rekening van onze sponsor, zeg ik altijd. En geeft de toog ook nog één, wat zeg ik, geef ze er elk twee. Allez, ik doe dat toch zo. En iedereen kontent. Zelfs bij Electro Verhoeven krijgen we extra korting als we zeggen dat we bij de club van Rudy rijden. Rudy past dat dan wel bij. Trouwens, terzijde, omdat we in ons boekske zoveel reclame maken, heb ik van Geert en Isabel kunnen bekomen dat alle KWB-leden van Kalken vanaf nu, op vertoon van lidkaart, onmiddellijk 50% korting krijgen bij deze electro-zaak. Bij badkamers Vergeylen was dat natuurlijk al langer zo. Kom bij de KWB, het is goed voor uw portemonnee! Mario
Zondag 24 juli 2006. Boskantroute Wetteren. Tom Van Den Berghe, Dimi van ‘t Weike, Wim Verschraegen, Dirk Hanselaer, Rudy Vergeylen, Luk Krick, ikke, Erik Van Gasse, Jan Willems. Schoon ritje met veel te lange après sport in het Vrijgeweide, maar ja, de leute bleef maar duren. Het wordt helemaal goed als de cafébaas begint mee te rijden en zelf nog trakteert. Rudy Rogiers, Guy Roels en Marc Roelandt waren blijkbaar ook op pad (de laatste echter per BMW) en bleven ook op het terras plakken. Mario
Zondag 13 augustus 2006. Waasmunster en alle wegels daarrond. 69.5 km aan het recordtempo van 29.4 per uur. Waar gaat dat nog eindigen? Zo vraagt een mens zich af. En dan deden sponsor Rudy Vergeylen en Patrick Rambo Roels nog niet mee, want die waren met Nadine en Rita naar Borsbeke gaan rijden, alwaar er volgens Nadine wegels met steentjes liggen. Willem, de broer van Patrick, reed wel met ons mee. Ik heb toch twee keer moeten kijken. Zijn dat broers? Willem ziet er immers toch een redelijk normale mens uit. Trouwens, dat is met Ivan en Rudy Rogiers ook dat ge niet zoudt zeggen dat het er twee uit dezelfde nest zijn. Die lijken alleen op mekaar doordat er geen een van de twee normaal is. Danny Fack had zijn rood rennersbroekje aan, maar ook zijn plastieken botten. Waar dat laatste goed voor was weten wij niet, maar feit is dat alle schapen die Danny opmerkten, zo ver liepen als ze land zagen. Begrijpe wie kan. Op kapitein Rudy staat er helemaal geen maat meer. Op het einde van de rit pakt hij een paar keer uit en dan kan de rest alleen maar deemoedig achterpeddelen, al gevende wat er nog van energie is overgebleven in ons vege lijf. Het uitzonderlijke tempo hebben we te danken aan het perfecte weer (niet te warm en droog), het tamelijk droge parkoers, het grote deel (meer dan de helft) weg, het gesleur van Danny en Jan Willems aan 32-34 per uur telkens we op de baan komen en dan nog de lange eindsleur van Rudy, die het tempo van voor Zele optrekt tot 36-40. En natuurlijk aan de rest, mezelf inclusief toch wel ja hoor, die het dan toch maar doet om aan dat tempo mee te rijden, al worden we op de baan uit de wind gezet. Gelukkig staan de rooie lichten in Overmere op rood. “Waar zijn wij nu?”, vraag ik in een toestand van halve bewusteloosheid. Bjorn Vergauwen probeert nog een eindjump, de enige keer dat we hem gezien hebben die dag, maar hij schrikt van de wind tegen die je pas goed voelt als je uit het pelotonnetje komt. Bij de laatste verkeersdrempel (hoogteverschil 15 cm over een afstand van 50 cm, toch een serieus klimpercentage!), valt hij halfweg de beklimming stil. De poging van Luc Krick om de sprint te winnen mislukt ook op een supersterke Rogiers. Na de voorbije kwakkelmaanden, een echte opsteker voor mijn moraal, deze prestatie op mijn bijna pensioengerechtigde leeftijd. Een goede voorbereiding voor overmorgen? Mario
15 augustus 2006. De koninginnerit van het jaar: Poperinge en de Westvlaamse Bergen. Rita Van Gasse, Nadine Fack, Jan Willems, Hans Schellaert, Rudy Vergeylen, Bjorn Vergauwen, Patrick Roels, Erik Van Gasse en den dezen. Erik zegt: ‘Ik ben hier just maar om mijn vrouwke Rita te plezieren, maar dit is de laatste keer in de modder, daar moogt ge zeker van zijn.’ Deze elegante verschijning op de weg, klopt dicht als hij een kluit modder ziet. Raar toch, hé. Bij mij is dat net omgekeerd: op de weg zie ik er uit als een kluit modder en in het veld, in het veld ziet ge me niet eens rijden, tussen al die kluiten modder. Een paar hebben afgehaakt omwille van de bakken water die de dag voordien uit de lucht zijn gevallen. Hebben ze gelijk of hebben ze geen gelijk? Ik vrees een plakboel, maar het valt mee. ’t Is te zeggen: wel berijdbaar, maar door de modder een loodzware rit, de zwaarste die ik me herinner, maar dat komt ook omdat ik al de jus, al mijn goeie form, twee dagen eerder (zie verslag hier net boven), uit mijn benen heb gereden. Het is meter per meter vooruitgang boeken soms, soms aan 6 per uur als het bergop gaat op zo een lastige wegel, en een paar keer te voet. Nooit meer, denk ik, wijl ik bezig ben aan die eindeloze 75 km, maar twee dagen later verlang ik al weer naar het gebeul. Die die afhaakten hebben dus geen gelijk. Wie daar ook was met zijn ploeg: Bart(je) Van Hecke verdorie. Hij is nu al wel bijna 2 meter lang, maar we herinneren er graag aan dat hij als jonge snaak nog met ons meereed. Als hij binnenkort een grote kampioen is, dan ga ik tegen mijn nakomelingschap kunnen zeggen: ‘Kijk zie, van die gast heb ik nog het zwart tsjoepke van de soepap van zijn achterwiel efkes mogen vasthouden. Dat had ge van uw vader niet gepeinsd, hé, kinders!’ Bart doet in Poperinge op zijn gemakske de 120 km, bij wijze van training. Wie de toch wel puike prestaties van belofte Bart wil volgen, kan terecht op de website van zijn ploeg: http://www.lingierversluysteam.be/. Sommigen beginnen al uit te kijken naar Peking 2008...
Wie alle
Kalken
De Modderfokkers en de fokkemodders
20 augustus 2006. Toertocht te Zele Huivelde. 14 km ernaartoe, 50 km aldaar + 4 extra (zie verder), 14 km terug = 82 km. Eddy Troch, Dimitri De Gucht (ja, die van het Weike), Rudy Declerck, Rudy Rogiers, Rudy Vergeylen – dat is hier een Rudy-invasie geloof ik!, Patrick Rambo Roels, Hans Schellaert, Jan Willems, Geoffrey Maes, Danny Fack, Rita De Winter, Nadine Fack, en uw verslaggever.
Geleerd door scha en schande, tegenslagen en frustraties, ontgoocheling en ontbering, dwazigheid, lompigheid en dommigheid, door afzien en bewusteloosheid, en vooral door het opdoen van steeds weer de verkeerde vrienden en door een levenslang voortdurend en schrijnend gebrek aan vriendinnen, gaan ze mij niet meer liggen hebben deze keer. Ik beslis om met de andere 3 aa-kes te vertrekken en de super-aakes te laten voor wat ze zijn. Dimitri, Eddy, Rudy DC en ikzelf vertrekken samen, maar na 5 km is er al de splitsing van het 30 en 50 km parkoers. Eddy en Rudy doen de 30, Dimi en ik beslissen om de 50 te doen. Nog 5 km verder zijn de super-akes daar al, maar ik laat ze rijden. Nee, deze keer gebruik ik mijn verstand. Aan de bevoorrading gaan ze net vertrekken als wij eraan komen – zo traag hebben we nu ook niet gereden en Dimi is voor mij de man van de dag, want ik kan hem in de eerste helft van de rit met moeite bijhouden. Blijkt daar een file te staan, want na de bevoorrading moet ge de veerboot pakken. De super-akes beslissen om rond te rijden langs de Mira-brug, het is maar 4 km bij. Ja, dan kunnen Dimi en ik niet anders of meerijden, hé. En zo zie je maar: hoe goedbedoeld en weloverwogen mijn voornemens ook zijn, met mij loopt het toch steeds verkeerd af. Of om een kersvers KWB-lid te citeren: “Mijn leven is een puinhoop.”
Wij oude mannen krijgen altijd kriebels als we over de Mira-brug rijden. Danny niet, maar dat ligt aan zijn geaardheid. Bij Danny is nu trouwens blauwtong vastgesteld. Deze aandoening kwam tot nog toe alleen bij schapen voor. Het blijft een raadsel hoe Danny dit heeft opgedaan, al stellen sommigen dat het iets met de plastieken botjes te maken heeft die hij op aanraden van Ivan Rogiers beginnen dragen is, maar ik zou niet weten hoe. Danny is het eerste geval van blauwtong bij de mens. Men zou denken dat Danny hierdoor verdrietig is, maar nee hoor, het tegendeel is waar: Danny is dol(ly)gelukkig, want het is de eerste keer dat hij ergens de eerste in is.
Iet of wat geprikkeld door de aanwezigheid van mister Maes, laat kapitein Rudy zich weer van zijn felste kant zien. Ja, da sitzt heute überhaupt viel Schnee auf der Rudy. Da sitzt ja immer viel Schnee auf der Rudy, sowieso al. Das geht voraus wann der Rudy Kopf zieht. Mit den Wind auf Kopf oder mit den Wind in das Hintenwerk (mit andere Worten, in das Gatt), da zieht der Rudy sich allemahl nichts von an. Er pedaliert immer voraus mit seine kurze beintchens auf seinem BergFahrrad. Nein, der Rudy wurfelt nicht.
Nog melden dat sponsor Rudy is betrapt op het gebruik van parabole negroïden. Achteraf bleek dat de test een vals resultaat negereerde omdat er te weinig bloed in Rudy’s alcohol zat. Oef, als het dat maar is. Mario
PS. Wij hebben ons
altijd afgevraagd waarom Karel zo plots en onverwachts gestopt is met meerijden
met ons? Zelf zegt hij dat het is omdat we een bende overjaarse macho’s in de
midlife crisis zijn die het nog eens willen bewijzen, waar ik hem volledig
gelijk in geef, maar dat is nog geen reden om thuis te blijven. Anderen dachten
dat het was omwille van reclamaties van de vuilkar omdat de vuilbakken telkens
weer omver lagen als Karel met zijn fietske gepasseerd was. Maar zie, ik heb de
echte reden ontdekt, in de Libelle nog welle. Karel is immers een carrière begonnen
als soap personage in Libelle. In deze reeks is hij advocaat (dan weet ge
meteen dat het volledig verzonnen is, hé! Waar halen ze het toch?) en wordt hij
geconfontreerd met Esther, een kind uit een buitenechtelijke relatie (waar
halen ze het toch!). Speciaal voor jullie uit Libelle gekopieerd: 
Zondag 3 september 2006. Scheve villa te Berlare toertocht van de Chirojongens aldaar. Er is nu al een website van: http://schevevilla.be/. Van om het even wat is er een website de dag van vandaag. Neem nu www.goeiemoppenvanDannyFack.nl. Zelfs daarvan is er een website, al is er alleen een foto van een kleddernatte gast met een blauwe tong te zien en verder niets. Zijn van de partij: Hans Schellaert, Danny Fack, Rudy Rogiers, Patrick Roels, Willem Roels, Jan Willems, ikke, Luc Krick, Dirk Van de Vyver, Erik Van Gasse. En nog wat vrouwvolk, allez. Van Kalken tot Berlare giet het. We zijn al nat eer we aan de 65 km beginnen, maar dan houdt het op. Het hele parkoers ligt er vettig bij, na een gans natte augustusmaand.
Twee Roelsen van dat kaliber, dat is me een beetje teveel Roels voor onze bende. Met andere woorden, ik vind het Roelsgehalte nogal aan de hoge kant. Gelukkig dat het Rogiers-gehalte al gehalveerd is, want Ivan Duvel Rogiers hebben we na zijn stunt van deze zomer niet meer terug gezien. Ivan heeft het me uitgelegd: ik ben in een luie, vadsige, vettige, decadente periode die maar niet over gaat, en ik voel me daar goed bij, zegt Ivan. Doe zo verder, jongen.
Bjorn Vergauwen is er ook niet meer bij, want die is terug beginnen voetballen nu hij zich weer in form voelt dank zij het mountainbiken. Zo draagt de KWB bij tot de ondergang van Hoger Op Kalken. Ook Rudy V is er niet. Iets met peerrussen of zo*
Erik ging nooit meer aanzetten in de modder, maar na Houffalize is een beetje modder maar klein bier, zegt hij. In de vettige wegel van de Blauwe Steen valt hij echter stil, zodat ik die achter hem rij omval, gewoon omdat het te traag gaat, zonder erg. Even verder kantelt Erik zelf voluit in de tengelen. ‘Maar hoe komt dat nu toch dat gijle wel kunt rechtblijven en ik niet?”. Erik is de wanhoop nabij. Danny stelt voor om met Erik zijn velo te rijden om eens te proberen of het daar niet aan ligt. Ja, ik moet zeggen, sinds Danny zijn lidmaatschap bij Bloed, Bodem, Eer en Trouw heeft opgezegd, is hij een veel aangenamer mens geworden. En wat doet Danny!? Even verder rijdt hij met de fiets van Erik bal over kop de metersbrede beek in. Helemaal onder! Het ligt dus wel degelijk aan de fiets. Erik die het daarnet nog even niet zag zitten, komt niet meer bij van het lachen. Danny ook niet. En gelijk met alle Facks: hoe natter ze zijn, hoe beter ze glijden. Danny rijdt nu nog rapper en nog maar 100 meter verder op de Vaart is hij met zijn natte kulten alweer een bejaard koppel op hun proper koersfietske met hun proper koerskleren aan, aan het ambeteren. Altijd zeveren tegen de mensen, die zou in de gemeentepolitiek moeten gaan, die Danny. In de Zandbergen in Berlare is de leute echter over voor Danny. Net na het steile bult-afje. Daar slaat zijn derailleur in zijn wiel. Dat betekent in het mountainbiken zoveel als: “Ge moogt naar huis gaan, het is gedaan, ge moogt naar huis gaan, ga maar naar huis.” Danny belt zijn pa en zal met zijn natte kostuum en modderpak de voorzetel van die mens zijn auto gegarandeerd naar de knoppen hebben geholpen.
Wat doet mijn velo nu? Begint die ook al partijpolitieke bijbedoelingen te hebben. Dat gaat immers de hele tijd van klik, klik, klik. Ik kijk, en het is potverdorie een s.pa-ke die afgekraakt is en tegen mijn kader slaat. Gelukkig heb ik mijn CD&Vke bij mij om er eens een ferme NVA op te geven want ge zoudt nogal een VLD meemaken mocht ge dat S.pake laten Klik-ken.
Op de kasseikes tussen Herberg De Groenen Dijk en de Nieuwdonk rij ik 38 en nog moet ik lossen, want Rogiers heeft kasseien geroken. Het is maar groven asfalt zegt hij. Toch gevaarlijk met die nattigheid bovenop een bultige rug van kasseien rijden, zeker als ge af en toe uw achterwiel of uw voorwiel voelt schuiven.
In de Berlaarse polders, na 2 platte banden van mij, met 500 meter tussen, ziet Krick het niet meer zitten, ook al omdat het niet gaat. Dat gebeurt niet dikwijls met Luc die het hele jaar door de beste vorm te pakken heeft. Benen kapot door het nieuwe KWB voetbalseizoen dat van start is gegaan? Hans rijdt met hem mee, die moet nog naar Lokeren. Allez, het seizoen is in alle stijl begonnen: met modder, miserie en malheuren. Mario
* Kalkense dialektkundigen laten me weten dat dat “parkieten” betekent.
Zondag 17 september 2006. Kalken kermis. Serskamp. Vier aa-kes, Rudy De Clerck, afgekort Rudy Washington DC, Dirk Heeltegans Hanselaer (en dan zijn ze verwonderd dat een West-Vlaming hun naam niet kan uitspreken), Eddy Tuut Tuut Treintje Troch en den dezen, en drie super-aa-kes, Luc Krick, Rudy Rogiers en Hans Schellaert. Het is te zien dat het kermis is.
Wij weg met ons
vieren naar Serskamp, kwestie van op tijd terug te zijn om nog een kermiscafé
in het dorp te kunnen doen. We rijden langs de Meers achter het zoutfabriek
naar de Aard en zijn nog maar aan de ‘witte villa’ (of toch: waar die vroeger
placht te staan) wanneer zich het volgende voordoet. Dirk en ik rijden voorop,
gezellig keuvelend, en Dirk let even niet goed op (of hij doet erom) en rijdt
door een koeiestr... Ik mag de rest van het woord niet schrijven want het is
hier een proper boekske, maar ik kan wel een tip geven: het eindigt op ‘ont’.
Het achterwiel van Dirk doet de koeiendinges, die zich vermomd had als
kermisvlaai, hoog opspatten, recht in het wezen van degene die net achter hem
rijdt, Rudy Washington DC. Rudy stinkt nu nog erger dan de trotters bij de
Woesten. Het zou een Kalkens gezegde kunnen zijn: “Ge stinkt erger dan de trotters
bij de Woesten” Gefoeter bij Rudy, maar de andere drie zijn mensen die nog
kunnen lachen met een ... allez, nu kan ik weer mijn zin niet afmaken. Vanaf
dan rijdt er niemand nog achter Dirk en durft Dirk niet meer achter Rudy
rijden, weerwraak vrezend wanneer zich op de weg weer gelijkaardige voorwerpen
mochten bevinden (en er liggen er veel, zijt gerust). De super-aa-kes zijn ook
naar Serskamp gereden, maar we zijn ze niet tegengekomen. Gelukkig maar, het is
ook kermis voor mij. We zien ze pas terug in de Beize. Gelukkig ook blijft Rudy
DC niet te lang bij ons zitten. We zijn veel gewend qua geurhinder, maar er
zijn grenzen. ‘Rudy’, zeggen we, als hij vertrekt, ‘er plakt daar nog iets in
uw linkerooghoek.’, behulpzaam als we zijn. Dat er ook nog van alles in zijn
andere ooghoek en in zijn neus plakt, zal hij thuis wel te weten gekomen zijn. Mario Vaneechoutte
Wetteren 24 september 2006. Toertocht Too Many Bikers.
Aan de kerk staat er een hele bende: Luc K., Ivan en Rudy R., Rudy V., Mario V., Dimitri De G, Eddy T., Rudy DC, Dirk H., Hans S., Dirk P., Danny F., en een (nog) oudere mens, nog nooit gezien en sindsdien ook niet meer. 13 man. Ook nog Ariane VC, Els HW, Nadine F., Machteld Turneer, de eega van Rambo Roels., en Christine DSM: 5 vrouwmensen en dus eigenlijk 5 koppels.
Aan de Colmanstraat, ’t is geen waar, de twee Roelsen, Willem en Patrick. Aan het Boeferke in Overschelde, ’t is nog minder waar toch? Erik VG en Rita DW (nog een koppeltje), en Carla DC. En in Wetteren zelf aan de sporthal, Jan Frans Willems zelve. Dat maakt 24 baaikers waarvan 17 mannen, waarvan 2 broederparen en 1 cafébaas en 7 vrouwen en 6 koppels.
Een zeer gevarieerd parcours, maar stampvol “zondagsrijders” en kinderen. Jan W. gaat ervandoor in een sneltreinvaart. Nu hij een thuismatch rijdt, moet hij zijn kunnen eens tonen (wat hij anders ook doet, zijt gerust). Maar dat tempo is voor een bende van een stuk of 13 man niet vol te houden als het parcours zo bochtig is en zo vol obstakels, lees vol andere baaikers. Ik hang dan ook ver vanachter te bungelen en laat het ene gat na het andere vallen. Anderen hebben al eerder beslist dat dat tempo op dit parcoers niet vol te houden is. Als ik na een kilometer of 10 plots lek rijd in het biestjebijtebos (zoals dat volgens Ivan daar noemt omdat er zoveel bijtende insecten zouden zitten), zonder dat er een reden voor te vinden is, sla ik Danny’s goeie diensten af en zeg dat ik zelf wel mijn band ga stoppen en op eigen tempo verder ga rijden. Ivan en Erik die achter kwamen, helpen me toch een handje. Ook Eddy, Rudy DC en Dirk H., de aa-kes passeren. Erik, Ivan en ik rijden verder het parkoers samen. En na 20 kilometer: Mijn tweede platte band, weer zonder reden. Ivan vindt waarom: mijn buitenband is versleten tegen de velg. En Erik weet waarom dat zo is: mijn remmen staan te hoog en doen mijn buitenband verslijten. Zie, dat bevestigt toch maar weer mijn grootste levensles die ik ooit leerde: een mens moet zelf niet slim zijn, hij moet alleen slimme vriendjes hebben. Ja, akkoord, ge zoudt dat Ivan en Erik niet meegeven als ge zo ziet, maar toch: onderschat ze niet! Erik – last hebbende van zijn dubbele hernia – en ik, alhoewel het gat in de buitenband vakkundig door Ivan en Erik werd afgestopt met een stuk van de binnenband die ik net had platgereden, die het zekerste neem en de kortste weg naar de aankomst kies, maken er een lange nabespreking van – met veel blonde en bruine Enames, buiten aan de sporthal van Wetteren in de ambiance en het schoon weer, en in het gezelschap van meiskes met T-shirts waarop staat ‘Too many babes’. De ketting moet niet altijd gespannen staan. Nadine en Rita, die met kettingbreuk hadden af te rekenen en werden geholpen na teruggevoerd te zijn naar de start – vertrekken nog weer. Maar dat zijn echte maniakken, onderschat ze niet! Mario
Zondag 8 oktober 2006. Verkiezingen. Danny en Els zijn naar Moerzeke, Erik en Rita rijden ook apart. Ivan
is er weer bij en rijdt met Frank Hanselaer en Eddy Troch naar Wachtebeke. Rudy
R is zoals gewoonlijk te laat, deze keer wegens de file aan de stemlokalen.
Patrick en Willem Roels, Dimitri, Luc K., ikke en de jonge wielrenner, den Ian
uit Uitbergen. Wij ook naar Wachtebeke alwaar we de aa-kes te stekken hebben.
Een stuurfoutje van Dimi en hij belandt in de decor. Meteen een gat van 50
meter dat hij niet meer toekrijgt. Ik ga het verder kort houden: ik was in
gloeiende form en wat er verder ook nog gebeurde die dag: daardoor alleen al
kon mijn dag niet meer stuk. Dan mag de immer explosieve Rudy badkamers en
keukens Vergeylen wel de sprint eens winnen, zeker. Als ik in het Weike vraag
hoe ge die peerrus moet uitzetten – want dat beestje maakt verschrikkelijk
lawaai en ik zit er net onder – toont Eddy tuut tuut treintje Troch hoe het
moet: hij maakt een nekomwring beweging. Die beestenwreedaard. Mario Vaneechoutte
Zondag 22 oktober 2006. Toertocht Lokeren. Dimi, Rudy R., Luc, Hans
Schellaert, Tom Van den Berghe, Mario, Rudy DC, Willem Roels, Jan Willems,
Danny Fack, Ian uit Uitbergen, Dirk VDV en een vriend (Stefan) en Dirk
Hanselaer. Dirk, Dimi, Rudy DC, Tom vormen de B-ploeg. Onderweg pikken we er
nog 2 op. O.a. ene Pascal. Die mens heeft me nog indertijd halfvervroren van
Wachtebeke zwemkom met de auto naar huis gevoerd, toen mijn velo het had laten
afweten en Bart Vanhecke, Danny F. en Rudy R. me kilometerslang in de vrieswind
hadden moeten vooruitduwen, maar ik herkende Pascal niet meer. Omdat indertijd
mijn ogen toegevroren waren en ook al omdat hij nu lustig meereed met ons
bendeke en vorige keer een absolute beginneling was.
Er zijn platte banden. Voor Luc Krick, juist waar Luc vorig jaar bijna in de decor verdween. Straf hoe een mens bepaalde hoekjes herkent. Of is het de fiets?
En voor Rudy R. Terwijl Rudy zijn band aan het vervangen is in de bossen van Waasmunster, staan wij aan een parkinkske aan de brug over de autostrade te wachten. Zo een carpoolpunt. Nu is het zondag en de parking is bijna leeg op een auto na die af en toe komt aangereden en soms subiet weer wegrijdt. Steeds met 1 of 2 venten in. Nogal een raar gedoe? “Kent gij dat dan niet, Mario?” vraagt Danny. “Dat is hier een rendez-vous punt voor homo’s”. zegt Danny. “Heu neen, Danny”, zeg ik, “hoe zou ik dat moeten kennen, misschien?” “Trouwens Danny, hoe komt het dat gij dat hier wel kent? Is het niet al erg genoeg dat ge nog maar juist van uw blauwtong genezen zijt?” Daar komt geen antwoord meer op. Net voor we in het Weike toekomen, kruisen we nog onze sponsor, Rudy V., in koerstenu. Hij was juist vertrokken om een toerke te doen. Die keert dus zijn kar na een ritje van een kleine kilometer, om plezieriger dingen te doen: bij de vrienden zwans verkopen. Mario
Zondag 5 november 2006. Toertocht te Erwetegem. Danny Fack en maat Jo Cocker, zogenoemd omdat hij even schoon kan zingen als Joe Cocker, Dirk VDV en maat Stefan, zo genoemd omdat zijn pa en ma hem zo genoemd hebben, Rudy Rogiers, ikke, Luc Krick, Erik Van Gasse, en Dimitri De Gucht. Els Hoogewijs en Rita De Winter zijn ook mee. Patrick Roels ontbreekt omdat hij op de Dendermondse Steenweg/Heirweg ter hoogte van de stelplaatsen van De Groote op weg naar het werk met zijn fiets, bots boven op een auto is gereden die niet beter had gevonden dan om over het fietspad te komen draaien. Gelukkig blijft het bij spierblessures en kneuzingen. Die auto was wel perd total. Ge moet maar niet proberen om Rambo omver te rijden, hé.
Van Erwetegem gaat
het naar Bananegem, zo verder over Patattegem, Schorseneregem, Witte Bonen in
Tomatesausegem, Heddegem, Of Heddegem Nie, en tenslotte Wortelgem. De
Wortelgemnaars, soms kortweg de Wortelaars genoemd, hebben allemaal een deftig
huis, één of twee auto’s, een goei job, televisie, internet, kabel, video, GSM
voor elk lid van het gezin, verwarming, elektriek, goed eten, zelfs een
KWB-afdeling, noem het of ze hebben het, maar wortelen dat ze daar kunnen.
Wortelen!!! Alle grootste zageventen, bleitmuilen en broekschijters wonen daar
samen, in Wortelgem. Bij elke verkiezing haalt het Vlaams Belok daar 100% van
de stemmen. Als dat zo moest zijn in Vlaanderen, zouden we deze regio moeten
omdopen tot ‘Wortelen’. Nog een paar jaar geduld dus. Een schone rit, een zeer
schone rit. We gaan daar niet over wortelen. Mario
Zondag 26 november 2006. Eksaarde Kruiskapel. Rudy DC, Eddy Tuut Tuut Troch, Geert Bracke, Wim Verschraegen, Christophe Roos, een dichte gebuur van mij, Guy Roels, een verre (gelukkiglijk) gebuur van mij, en ik. De aa-kes zijn om 8 uur met de auto naar de toertocht in Hulst, Holland vertrokken. Nog maar in de Beekwegel of we horen ‘Tak, tak, tak, tak’. Wat hapert er vraag ik Wim die achter mij rijdt? “Ik ben het niet, het is Guy” zegt Wim. “Tenminste, het is Guy zijn vélo, dat hoop ik toch”. Anders zijn er nog meer kosten aan Guy dan ge op het eerste zicht al zou denken. Blijkt dat Guy er al in geslaagd is om op een nagel te rijden die recht in zijn band is blijven steken en iedere keer tegen zijn remkabels tikt. Guy toch, wij rijden daar allemaal langs, langs die nagel en gij moet er weer baf oprijden. ’t Is toch altijd hetzelfde met u. Trekt hij die nagel dan nog uit ook, zeker. Psssjjjjt, en zijn band is subiet plat, vanzeneigens. Rudy DC vervangt de band en ik pomp de nieuwe zo goed als mogelijk op, maar Rudy stelt voor om bij hem nog binnen te springen en Guy zijn band verder op te blazen met zijn compresseur. Mij niet gelaten, zo zien we ook eens Rudy zijn doening op het Hussevelde. We rijden langs de Kruiskapel in Eksaarde. Schoon wegelkes en allemaal nieuw voor mij. Danke, Rudy! Daar kunt ge mij plezier mee doen zie, met me nieuwe wegelkes te leren kennen. Iedereen zijn afwijking, hé. Christophe, een atletisch gebouwde gast, beseft vanaf kilometer 20 dat moutainbiken een stiel apart is, als hij telkens weer de bende moet laten gaan van het ogenblik dat het wat slijkerig wordt. Ja, dat zijn zogezegd ‘maar’ de B-kes, maar onderschat ze niet. Chirstophe, het is gewoon kwestie van nog veel af te zien. Rudy DC heeft ook al veel afgezien. Gisteren nog zat hij een ganse namiddag voor de venster naar buiten te kijken. Amai, dan heb ik nogal wat “afgezien” zulle, zegt hij. We lassen nog een pils-stop in, als we bij Eddy op zijnen hof stoppen en allemaal een pilske nuttigen. We zijn dan al in de Bontinckstraat en het zou te ver geweest zijn om in één ruk door te rijden naar de après sport in de Koffiestraat.
In de après sport
komt het gesprek op de buikjes, een typisch onderwerp voor mannen van
middelbare leeftijd, zelfs al sporten ze. Bij Eddy is dat volgens mij gewoon
van teveel sex, denk ik. En per abuus in verwachting geraakt. Mario Vaneechoutte
Kalken
De Modderfokkers en de fokkemodders
Zondag 10 december 2006. Lokeren. Volk, amai. Ik denk dat dit ze allemaal zijn (met excuses voor degene die ik zou vergeten zijn, maar de harde schijf tussen mijn twee oren heeft maar een beperkte opslagcapaciteit): de A-kes: Geert Schepens (die pas zijn tweede keer meerijdt, maar hoe), Geert Bracke, de gebroeders Hanselaer, Rudy De Clerck, ene Kurt, Ivan Rogiers en Wim Verschraegen (= 8 man) en de super-Akes: Rudy Rogiers, Rudy Vergeylen, Luc Krick, Patrick Roels, Danny Fack, Hans Schellaert, Jo (bijgenaamd Cocker), Jan Willems, Erik Van Gasse (= 9 man) en een tussengeval, mossel nog vis, uw verslaggever. Vergeten wij vooral ook Rita en Nadine niet.
Raar, maar iedere keer we daar aan de voet van Onze Heer staan op het kerkeplein, zijn er een paar die opmerken hoe treffend de beeltenis van de heer toch lijkt op onze eigenste Karel Verhoeven. Wetende dat Onze Heer de mens naar zijn gelijkenis schiep, valt het toch dik tegen te moeten ontdekken dat Adam er ongeveer uit zag gelijk Karel. Maar als Eva er ook maar een klein beetje uit zag als Nele, dan kunnen we begrijpen hoe alles toch nog goed is kunnen komen met de mensheid.
Ahum, terug naar het verslag. Twintig baaikers in totaal dus, ondanks de regen de hele week lang en het vochtig kille weer, wat toch wel doorweegt op de goesting om op zondag om halfnegen aan de kerk te gaan staan voor een paar uur afzien in de more. Weeral een rit in Lokeren, maar deze keer brengt het parkoers ons langs Moerbeke, Wachtebeke, Zaffelare en die kanten. Schoon, schoon. We komen zelfs weer voorbij Eksaarde Kruiskapel, een gewegelte dat ik pas een paar weken geleden leerde kennen toen Rudy DC het parkoers uitstippelde. De wegels liggen er heel erg glibberig bij en waarschijnlijk is het parkoers daarom zwaar voor de meesten, maar hoe meer snelheid je kan ontwikkelen, hoe beter je over die modder vliegt. Met onze vorm vinden wij het parkoers niet echt zwaar meer. Hoe beter je iets kunt, hoe makkelijker het wordt, dat is toch zo hé. Voor sommigen, die niet al teveel getraind hebben het laatste jaar, was het toch wel zwaar. Zo dient Ivan af te haken ter hoogte van zijn woonst omdat hij eerst dient berecht te worden, maar hij kikkert zodanig op van de Laatste Sacramenten dat hij daarna toch nog opduikt in café de Achtersport, voor wat geDuvelte. Mario
Zondag 17 december 2006. Kalken. Calckine WTC toertocht. Weer massa’s volk, alhoewel ik van onze eigen modderfokkers en fokkemodders alleen de super-Akes te zien kreeg: Danny, Rudy, Rudy, Luc, Erik, Jan, Patrick (tiens, waar zit die zijn broer, de Willem, we zien die niet meer), Jo, en Mario – die we voor het gemak ook maar bij de super-aakes gaan rekenen. Een loodzwaar parkoers door de vele regen de voorbije week en zelfs gladdigheid door ijzel, de eerste van het jaar en totaal onverwacht. Zo onverwacht dat als ik mijn achterwiel voel schuiven, ik eerst denk dat het door een platte band komt. Later hoor ik dat er een 15-tal slipgevallen van auto’s op de weg zijn geweest. Dus ja, het lag toch glad het eerste halfuur. De wegel van de blauwe steen – gelegen tussen de straat rechtop de Meander en de Vaart - doet weer zijn reputatie eer aan: één lange gladde glijbaan vol modder. Honderd meter voor het eind moet ik gewoon afstappen, doordat alles vastzit door de more tussen mijn remmen en ketting. Anderen blijken daar dan weer geen last van te hebben. Spectaculairst is wel de prestatie van Rudy R. en Patrick R. De laatste lijdt kettingbreuk bij het begin van de wegel. Hij en Rudy herstellen dat rap even en tegen het eind van de wegel hebben ze bijna iedereen van de bende weer te pakken! Straf, ee-eel straf, dat is het minste dat men daar kan van zeggen. En dan zeggen we dat ook.
Aangekomen in de Skala, alwaar wij wat Ename’s nuttigen om de kas van de Calckine wielertoeristen verder te spijzen, zegt Erik tegen sponsor Rudy, zijn beste maat: ‘Amai, jong, zo zagen in die wegel? Wat zal dat worden als gij nog ouder wordt?’. Rudy had blijkbaar zitten foeteren omdat Erik hem een beetje ophield, of gewoon omdat hij graag eens foetert en omdat hij weet dat Erik daar zo slecht tegen kan. Waarop Jan antwoordt: ‘Dan zal Rudy even hard kunnen zagen, gelijk gij, zeker, Erik.” Erik is nu onze ouderdomsdeken en wordt volgend jaar een halve eeuw jong. Trouwens, nog iemand iets gehoord van onze vroegere ouderdomsdeken, Rafke Verstuyft?
Nog melden dat ik besloten had mijn nieuwe GSM mee te pakken. Ik heb me dat eindelijk aangeschaft, zo een apparaatje. Kwestie van mijn vrouwke te kunnen bellen als het de zondagmiddag ietske uitloopt, zodat ik niet iedere keer mijn zondags eten uit de vuilbak moet gaan opvissen. Ik kom thuis – schoon op tijd, al zeg ik het zelf, haal al de rommel uit de achterzakken van mijn moddervette truitje en begin mijn truitje tegen de muur wat uit te kloppen, zodat het meeste vuil er toch al af is. Alles voor de vrede en de properte in huis! Trouwens, dan klop ik Vergeylen – die op dat truitje staat - ook tegen de muur en dat kan nooit geen kwaad voor het humeur. Oei, een klein detail vergeten: mijn GSM zat nog in de achterzak van dat truitje. Ik ging jullie mijn nummer geven, kwestie dat er mij misschien soms eens iemand zou opbellen of is-im-issen, maar het is niet meer vandoen...
En dan nog een klein woordje over Geert Bracke. Ik was er niet bij, maar op het ogenblik dat het gebeurde kon Ivan niet meer verder van het lachen en verder is er de hele week zoveel met die mens gelachen door zij die erbij waren (de aa-kes) dat het toch niet in het verslagske mag ontbreken: ergens in Overmere tegen een boske, besluit Geert Bracke – of was het zijn fiets – om zich te leggen in de graskant, ook tevens evenzo de beekkant. Dan schuift hij langzaam maar zeker, maar zeker langzaam met zijn koppeke voorop de beek in. Toen hij 5 minuten later weer bovenkwam was hij toch klaar wakker. En zo hebben we een nieuwe bijnaam voor Geert: Bracke de bekenkuiser.
Ik verneem nog wat velo-nieuws: in de Zomerstraat is er een nieuwe velo-maker, Ronny Van Hecke, de pa van Bart. Misschien eindelijk eens een goeie velomaker in Kalken.*
Mario Vaneechoutte
* Oei, deze grap zal me duur te staan komen, maar ik kon het niet laten, Rudy.
Kalken
De Modderfokkers en de fokkemodders
Zondag 17 december 2006. Kalken toertocht. Nagekomen aanvullend verslag (van Ivan. Ja, van de rapste is hij nooit geweest).
Vorige week afgezien gelijk de beesten, maar voor de plaatselijke Unkerzakkenrit in Kalken toch weer paraat bij de B-kes. Rudy en Eddy De Clercq, Dirk en Frank Hanselaer, Schepens en Bracke Geert, en ikzelf. De vorige dagen veel geregend, maar voor vandaag frisjes en geen regen voorspeld. We vertrekken aan de Skala, en rijden richting Wetteren, waar het zachtjes begint te???, juist, regenen. Van Wetteren terug naar Kalken langs, hoe kan het anders, den blauwen steen, die er zoals gewoonlijk vettig bijligt. De eerste 2 meter gaan nog net, maar een beetje verder is het echt niet meer te doen. Wie niet valt, stapt af, met uitzondering van enkele pluimgewichten die toch op de fiets kunnen blijven. De modder blijft zodanig plakken, dat al snel de wielen niet meer draaien, maar door de vette brij schuiven. Aan het eind van het slechtste stuk staan Nadine en Rita de moore van tussen de wielen te trekken. Ineens krijg ik een kledder modder, recht op mijn ga-, eh ko--, eh poep.
Nadine, een echte modderFacker, scoort een driepunter vanop minstens 15 meter. Sommigen spoelen zelfs hun fiets in de Vaart om deze weer min of meer proper te krijgen. Via de Scheldedijk rijden we richting Uitbergen, waar ons nog een glijpartij te wachten staat. We rijden (glijden) netjes achter elkaar, als plots de fiets van Geert B. een ander traject kiest dan Geert zelf. Terwijl ik probeer zijn fiets te ontwijken, zie ik Geert het beekje links van ons inschuiven. Nen frissen duik, kopken onder. Moeilijkheidgraad 8/10, stijl en uitvoering 9/10, hilariteitsfactor 10/10. Zijnen velo nog vuil, maar zijn bril blinkt gelijk nen spiegel. Wanneer we allen een beetje bekomen zijn, Geert van ‘t verschieten, wij van ’t lachen, vervolgen wij onze weg. Aan een volgende splitsing neemt Geert de kortste weg naar huis, “een bbbbeetje fffrissjes” zegt hij. Ik ben solidair (en ook al een beetje moe) en vergezel hem tot in Kalken, waar ik nog een beleefdheidsbezoekje breng aan de A-kes, die al een uurken aan opwarmen zijn (met ekele Enamekes) in Zaal Skala. Verslaggever Ad Interim, Ivan.
Bedankt, Ivan. We kennen nu dus de definitie van een driepunter: een klodder modder op Ivan zijn achterwerk mikken. Mario
Zondag 7 januari 2007. Nieuwe mountainbike-route van Overmere. Eerste rit van het nieuwe jaar. Gisteren zaterdag reeds 50 km door de moor en in de regen gaan ploeteren met E.H. Karel Verhoeven en H.O. Kalken sterspeler Bjorn Vergauwen – rood geschorst wegens het omverkloppen van een tegenstander die hem twee keer bij zijn ... gepakt had (één keer, daar kan Bjorn nog tegen, maar twee keer is ook voor deze jongen teveel). Vandaar dat de meeste jus uit mijn benen was en ik beslis om 9 uur te starten met de aakes – in plaats van om halfnegen met de super-aakes, in de hoop dat ik toch nog met de aakes meekan. Ivan Duvel Rogiers, Dirk pompier Pieters, Geert Kook Wa Beter Schepens, Gunther Verbraecken, in de volksmond beter gekend als Roste Senna. En ook Bracke, neenee, niet Petrus de schouwveger, maar Geert de bekenkuiser.
Geert Kook Wa Beter Schepens heeft tegen het Heisbroek al een platte band. Ik ben toch nog in vorm en leg er de pees op, kwestie van dees gasten wat fors en karakter bij te brengen, vooral dat laatste is van doen bij Ivan.
Aan de Schapenweide, luizen we roste Senna erin zodat hij als enige de zompige wei in duikt en wij vrolijk en op het gemakske boven op de dijk naast die stumperd daar beneden rijden en onze tijd nemen om dienen ezel om ter best te bespotten. En ja, als apotheose van de show gaat Gunther onderuit, trouwens net op hetzelfde plaatske waar Bjorn gisteren een tuimelperte maaktege. We kruisen de super-aakes in het Berlaarse. In de vlucht herken ik de 2 Rudy’s, Patrick, Jan Willems en naar ’t schijnt was Luc Krick er ook bij. We doen de 45 km van de route aan 23 per uur en eigenlijk kennen we al die wegels al. Alleen diep in het Berlaarse zit er wat bij dat ik nog nooit gedaan heb. Dus toch weer de moeite.
In de Berlaarse Bossen lopen er langs de wegel wel zeker 30 jagers met hun honden. Roept zo een domme, heu neen, roept zo een jager op zijn domme hond aan de andere kant van de wegel en die hond steekt pas over als ik er bij ben. Ik sla alles toe en zo ook achter mij de roste Senna, die volledig op het voorwiel komt te staan met zijn achterste hoog in de lucht. Net geen valpartij.
Even verder halen we de vrouwen bij die ook om halfnegen waren gestart. Ik herken alleen Hackel en Jackel (Rita en Nadine) en Carla. Van de hele dag maak ik 1 stuurfout, toch wel net bij de vrouwen, zeker. Superslecht voor mijn imago, denonde. Ge rijdt al even slecht als dat ge bowlt, roept Jackel. Euh, ja, vrijdag met de zomermountainbikers en spinners een nieuwjaarsetentje + bowling gaan doen, en de slechtste van de hele bende was de deze. Tot ik snapte dat ge u een bal moest zoeken waarin uw dikke vingers pasten. Dan ging het toch al ietske beter.
Net voor het landbouwsas in Kalken sturen ze ons in Overmere nog door een boerenwegel vol koeienstront. Is het daarom dat ze in Overmere de smouterkes genoemd worden? Aangekomen in de Beize, alwaar de super-aakes en de fokkemodders reeds aanwezig zijn, zegt Carla tegen Geert S., haar echtgenoot: “Amai, gij stinkt.” Raar toch, zolang getrouwd en pas nu valt haar dat op. Carla en Ariane willen in de Beize geen drie nieuwjaarskussen van mij. Maar ja, met mijn muile vol str... is dat inderdaad niet echt appetijtelijk.
Aangezien ik de uitputting nabij ben, bestel ik een soep, zeer tegen mijn gewoontes en principes en tegen mijn goeie voornemens. En het is geen aanrader: die soep in de Beize smaakt toch ook maar naar koeie-dinges, zulle. De Duvel erachter smaakt gelukkig wel naar Duvel.
Wie naar het BK
cyclo-cross in Hamme-Zogge keek ’s namiddags, heeft een idee van de parkoersen
waar wij al een paar weken doorrijden, en dat in januari, dankzij de opwarming
van de Aarde, dankzij de mens zelve. Dank U, mens zelve. Als U denkt dat die
cyclo-crossers zot zijn, wat dan gedacht van ons: wij doen dat elke zondag
gewoon voor onze liefhebberij. En wat dan gedacht van onze fokkemodders: als
vrouw elke zondag door de moor gaan ploeteren. Zotter kan niet. Mario.
Zondag, 14 januari 2007. Gentbrugge. Aakes, Beekes en Madammekes verzamelen om 8.30 u aan de kerk voor een
ingerichte tocht in Gentbrugge. Nadine F en Rita DW, Rudy R, Rudy V, Danny F,
Luc K, Eric VG en Patrick R, Dirk en Frank H, Geert B, Rudy DC en Dimitri De
Gucht. De bedoeling is gezamenlijk te vertrekken en ginds ter plaatse, elk
volgens bestvermogen de toer te rijden, maar Rudy R. zit al een tijdje aan zijn
velo te sleutelen, en dus vertrekken de dames al op kop. Het klein tandwieleken
in Rudy zijnen dailja…, diejalr…, dyarjeu.., zijn versnellingsapparaat zit geblokkeerd,
en met de nodige smering probeert hij het opnieuw los te krijgen, want anders
trekt da serieus tegen. Ik stel nog voor om bij alle A-kes zo een wieleken te
monteren, kwestie van de snelheid toch wat te drukken, maar hij heeft er zo
maar eentje bij. Dan maar in gesterkte draf, af en toe nog een bijsmerend, naar
Gentbrugge. Eens ter plaatse blokkeert het spel volledig. Rudy besluit rap
efkes thuis een nieuw wieleken te gaan steken, en ons later terug te vervoegen.
Wij beginnen aan de rit op zijn ABBA’s. Nee, niet al zingend van Waterloo, maar
A-kes en B-kes, B en A allemaal toop tegare. Pure nostalgie, zo tussen de grote
mensen, en ge maakt nog eens wat mee. Al na goed 1 kilometer slipt Eric op een
stukje kassei, en smakt tegen de kinderkopjes. Toemme toch, ik ben toch ne
loemperik, foetert hij, en ik besluit hem niet tegen te spreken. Na een tiental
kilometer gaat het voor de ene wat te traag en voor de andere wat te rap, en we
splitsen toch maar op. Gent-brugge, ik had mij al dikwijls afgevraagd vanwaar
die naam komt, maar nu weet ik het. Bij Gent, en ‘k weetnie hoeveel bruggen.
Heusdenbrug, Mellebrug, een paar bruggen over de R4 en E40, en dan kom ik nog
een kennis tegen, Dirk Verbruggen, ’t kon niet op. Onderweg komen we elkaar nog
een paar keer tegen, ook de dames, die op de heenreis al een keer verkeerd
waren gereden, en naar het einde van de rit, ter hoogte van Heusden staat Rudy
ons dampend op te wachten. Hij ziet er al goed opgewarmd uit, en aangezien we
toch bijna rond zijn, besluiten wij vanaf hier rechtsreeks naar Kalken te
rijden. Met de wind in de rug gaat het goed vooruit, maar als Rudy DC op kop
gaat, en het tempo optrekt tot boven de 35 km/u ben ik toch blij als wij onze
rit afronden. Met een goeie 60 km in de benen, en enkele Leffe’s in ’t
buiksken, weeral eens content. Ivan.
En hoe is het gesteld met uw dura, diré, deri, euh, derailleur, Ivan?
Kalken
De Modderfokkers
en de fokkemodders
Zondag 4 februari 2007. Hamme/Zogge. Om halfnegen vertrekken Rudy R., Rudy V, Luc K, Jan W, Danny F, Erik V en ik. Ja, U leest goed, Danny Fackerdefack reed ook mee. Ik ga daar kort over zijn. Er zijn in onze Vlaamse cultuur immers speciaal spreekwoorden uitgevonden voor mensen gelijk Danny, zoals ‘Er moeten er van soorten zijn, hé’ of ‘Onze Heer moest zijn getal hebben, zeker.’ Voorbij Overmere steken we Rita en Nadine (de zus van Danny, ongelooflijk maar waar) voorbij, terwijl ze dapper naar Zogge peddelen. Ter hoogte van Zele wacht Hans Schellaert ons op. Acht man. We starten nog eerder dan de aakes (o.a. Geert Schepens, Frank Hanselaer, Dimitri De Gucht, Ivan Rogiers en Bracke, neenee, niet Pier de schouwveger, maar Geert de bekenkuiser) die in auto gekomen waren en ons al tussen Overmere en Zele voorbijstaken, terwijl wij nog Zele, St. Anna en Zogge per fiets door moesten. Blijkbaar was het parkeren niet makkelijk verlopen. Ge ziet: met uw velo zijt ge er rapper de dag van vandaag. Maar het is ietske lastiger, das waar. Tegen kwart na 9 zijn we ingeschreven en zetten we aan.
Een natte, grauwe, killige mist. Eindelijk nog eens een winterdag die naam waard, maar eens ge in de velden aan het vlammen zijt, merkt ge daar niets meer van.
Erik en ik houden
het na 30 km met de super-aakes voor bekeken en rijden de laatste 15 km met ons
tweetjes het parkoers van 45 km terwijl de supers de 55 km doen. In een strak
tempo, rapen we de ene dooie mus na de andere op en bewijzen zo onszelf dat we
eigenlijk ook nog steengoed rijden. Om halftwaalf zijn we terug in Zogge. Dan
moet er nog 15 km huiswaarts gefietst worden. Ik besluit de terugrit alleen aan
te vatten, want geen tijd om op de anderen te wachten. Anders is de zondag zo
voorbij. Na 85 km aan 25.3 induur ben ik thuis en te moe om te weten of ik moe,
maar voldaan ben. In alle geval, ik was “zochte”, en ik heb gehoord dat er nog
waren. Mario
PS. En wie kom ik midden in de week tegen bij mijn garagist Ronny Verheyden (neenee, niet bij mijn electro-zaak Geert Verhoeven): Bracke toch wel zeker. Neenee, niet Geert de bekenkuiser, maar Pier de schouwveger. Geert ondertekent nu zijn e-mails met ‘Specialist in wateronderzoek’. En ook met het volgend gedichtje: “Komt dat tegen ... Pier is daar om uw schouw te vegen. En hoor ik daar het riet niet ruisen ... of is Geert weer beken aan het kuisen?”
Zondag, 18 februari 2007. China. Eigenlijk had ik er niet op gerekend verslaggever van dienst te zijn, aangezien Mario er ook was. Bijgevolg had ik mijn road-data-recorder niet geactiveerd. Maar mits wat diepgravende research in de donkere krochten van mijn aftakelend geheugen, kon ik mij toch nog het volgende herinneren.
Als ik mij niet
vergis, verzamelden we aan Kalkenkerk voor een uitstap naar China. Of was het
Sinaai? Met de wagen: De gebroers Hanselaer, Geert Bracke, Rudy De Clercq,
Dimitri De Gucht, Geert Schepens, Wim Verschraegen, a man called Joe (blijkbaar
een maat van Danny F, al wist ik niet dat die ook maten had), en ikzelf. Het
schoon gezelschap: Christelle De Letter, Carla De Cock, Arianne Coppenholle en
Els Hoogewijs. Per velo: Jan Willems, Rudy Vergeylen, Danny Fack, Luc Krick,
Patje Roels, Mario Vaneechoutte, Dirk Vandevijver en Rudy Rogiers, al moest die
worden opgepikt in de Portugiezenstraat wegens een beetje overslapen. In
afwachting van de (te) laatkomers wordt er nog wat gebabbeld over koetjes en
kalfjes, tot ik achter mij Geert S. iets hoor zeggen van vorte koe, en afslaan.
Ik besluit onmiddellijk in te grijpen, en maak Geert erop attent dat hij zijn
schattig vrouwtje Carlaatje met wat meer respect mag behandelen. Als de
gemoederen bedaard zijn blijkt de vergissing volledig bij mij te liggen. Geert
was aan het uitleggen aan Rudy DC dat we op de Antwerpsesteenweg aan de
Vorte-koestraat moesten afslaan. Bij deze wil ik nogmaals mijn excuses aanbieden
aan Geert. Wanneer wij net ingeschreven zijn, en startensklaar staan, komen de
lustige fietsers er ook al aan, sommigen zelfs al met het schuim op de mond.
Terwijl zij de nodige formaliteiten afhandelen, bouwen wij een mooie voorsprong
uit, en het duurt tot bij de bevoorrading voor zij ons te pakken krijgen. Even
verder merk ik op dat bij het begin van elk glibberig stuk, Rudy DC, resoluut
het wiel van Geert B kiest. Ik vraag hem of dat een bepaalde reden heeft, en
hij antwoordt dat hij ook graag eens iemand een palingduik zou zien nemen.
Volgende keer misschien beter het wiel van Geert S. nemen, want die was er
vandaag een paar keer dicht bij. De hoofdvogel voor vandaag wordt afgeschoten
door Rudy V. In de verte herkent hij een van onze dames, hij rijdt er naartoe,
en in het voorbijrijden tikt hij haar op het welgevormde achterste. Als hij nog
even achteromkijkt, stelt hij echter vast dat het niet een van de onzen was,
maar een wildvreemde dame, met een gelijkaardige outfit en fiets, die er niet
echt kon mee lachen. Da mag dan een keer zonder zijn Nadine gaan fietsen, en da
wordt al handtastelijk. Zonder verdere misverstanden wordt er nog wat nagekaart
bij een natje en een droogje, en kijken wij al uit naar de uitstap van volgende
week. Ivan Rogiers.
Zondag 25 februari 2007, St. Lievens
Houtem. Om halfnegen staan aan de
kerk: Rudy Rogiers, Danny Fack, Dimitri De Gucht, Ivan Rogiers en
ondergetekende, om nog eens de route van St. Lievens-Houtem te gaan doen. Dat
zal ons net geen 60 km fietsen opleveren aan exact 25.01 km induur, op een
winderig en toch lastig parkoers. Ja, een wat raar groepje voor de zogenaamde
super-aakes, nietwaar. Alleen Rudy en Danny passen daar echt in. We leiden uit
e-mailverkeer dat gisteren nog plaatsvond af dat de andere super a freaks,
zoals Rudy Vergeylen, Jan Willems en Patrick Roels naar een rit in Mol zijn.
Gelukkig maar voor Dimi, Ivan en ikzelf.
Om
9 uur vertrekken de aakes Dirk Hanselaer, Wim Verschraegen, Gunter Blanckaert
en Eddy Troch voor de nieuwe route van Overmere. Met vier is ook genen vetten,
hé, mannen!
Ivan
staat zo superscherp dat ik zijn profiel een paar keer met dat van zijn groote
broerie verwissel. We herinneren ons de tijd dat Ivan meer achterwerk dan mens
was. Achter hem vond steeds de ene na de andere valpartij plaats, omdat de
mensen gewoon niets meer zagen. Ik hoor het Marc Roelandt nog zeggen: “Amai,
wat is dat hier, een zonsverduistering bij volle maan en dat op klaarlichte
dag!?’, maar Marc reed gewoon achter Ivan. Hoe doet Ivan dat om zo af te vallen?
Kijk, dat vraag ik mij nu eens af, zie. Van op zijn werk zal het niet zijn. Van
te weinig Duvel te zuipen, ook al niet. Christine moet die nogal afbeulen, zeg.
Ivan, die NOOIT meer zo zot ging zijn om met de super-aakes mee te rijden,
NOOIT meer, verschiet eerst zwaar van het tempo dat Rudy en Danny erop
nahouden. Nochtans is dat tempo erg gedrukt omdat deze keer de meeste van de
freaks er niet zijn en omdat het ook geen ingerichte rit is, waarbij ze
voortdurend opgehitst rijden om weer nieuwe mensen voorbij te vlammen.
Rudy
klaagt over een parkeerboete van 50 Euro die hij een paar weken geleden opliep
bij het gaan MTBen in Stekene. Dat Steekt, zo een boete. Dan neemt ge voor één
keer de auto om ernaar toe te rijden, en lap. Sorry Rudy, zegt Danny Fackerdefack,
maar mijn wedde moet ook betaald worden. Waarvoor hartelijk dank. Vanaf nu
noemen we hem Danny Fackerdeflik.
Danny
met zijn dunne bandjes rijdt een keer plat, dan nog wel vlak bij de vroegere
woning van Bjorn V – wat is de wereld toch klein, maar gelukkig zijn de twee
vaste bandenvervangers, Rudy, en Danny zelf, mee. Daarom rijd ik toch liever
bij de super-aakes, want bij de aa-kes moet ge zelf uw band vervangen en
oppompen als ie plat is.
Ergens
te velde rijden er twee ruiters naast mekaar een paar 100 meter voor ons. Rudy
begint te fluiten en ik begin te bellen – ik ben de enige met een bel en Rudy
is de enige .., nee toch niet. Met de bedoeling dat ze achter mekaar gaan
rijden en we ze voorbij kunnen. Aangezien het wind op is horen de ruiters ons pas
als we al dicht genaderd zijn. Hoorden ze mijn gebel dan wel Rudy’s gefluit? Ik
geef toe dat het na een fluit van Rudy is dat ze voor het eerst reageren. “Ziet
ge nu wel”, zegt Rudy “dat mijn fluit beter is dan uw bel.” Ik ga daar niet
over discussiëren Rudy, zolang ge dergelijke uitspraken maar doet over mijn bel
en niet over mijn fluit. Ik moet zeggen, de Duvels van gisteravond na de
schitterende voorstelling ‘Geen paniek’ van de Cauci-tens, over detective
Baantjer, voor de gelegenheid “De Bock” genoemd, met B O C K, zijn me toch een
beetje misvallen, maar ge kent mij: ik doe altijd mijn uiterste best om
dergelijke initiatieven financieel te steunen. We zagen daar ook Carla en
Geert, neenee, niet Bracke de bekenkuiser maar Schepens de broekaftrekker. Die
mochten toch wel op de eerste rij zitten zeker. Eerst dacht ik dat het was
omwille van Carla haar achternaam (De Cock, met C O C K), maar het was omdat
hun dochtertje meedeed.
De
terugtocht is wind achter en dan gaat het tempo tot tegen de 40 per uur. Ivan
is er goed doorgekomen en rijdt net achter Danny. Achteraan moet Dimi even
lossen en Ivan wil Danny even doen vertragen, maar meer dan ‘Di, di, dimi, di,
di, di’ komt er niet uit, want Ivan zit toch op zijn tandvlees te rijden. En er
kwam een Rudytje met een ... fluit en het verhaaltje is weer uit. Mario Vaneechoutte
O
ja, van Marc R. uit de Krimineelstraat te K. geklapt, ik vind hier nog een foto
van in de tijd dat hij soms eens meeging, met de nadruk op ging, zoals ge kunt
zien. Het is wel van achteren getrokken, maar ge kunt niet missen: Marc is de
enige die zo rondloopt.


Kalken
Verslagen
Mountainbike (More-vélo)
Zondag 25 maart
2007. Belsele. Een
speciale dag voor mij, want mijn dochter wordt 18. Vannacht overgeschakeld naar
zomeruur, wat betekent dat we vannacht 1 uur langer konden uitgaan volgens
Dimitri De Gucht. Oe, zult ge zeggen, 1 uur langer uitgaan? Jaja, zegt Dimi, en
dan 2 uur minder slapen. Maar er moet toch iets misgelopen zijn met zijn
schema, want ik heb Dimi niet gezien, alhoewel hij ons ging komen ophalen met
zijn kamionette en eerst nog achter pistolets ging rijden. Niets van. Ook met
Danny’s schema is er misschien iets mis, want hij ging er zijn en was er niet.
Misschien moest Danny weer op geheime missie? Zoals U reeds allen weet, is Danny Fackerdeflik geheim hulpagent derde klas. Het is heel goed
mogelijk dat u niet wist dat dat bestond, geheim hulpagent derde klas, maar dat
is niet verwonderlijk, want die derde klas hebben ze speciaal voor Danny moeten
bijmaken. Als ze weer eens op geheime missie vertrekken, plakken Danny zijn
collega’s hem een rood zwaailicht op zijn kop, met doorzichtige Duck tape,
zetten hem boven op de combi en Danny moet dan de hele tijd ‘wiewoe, wiewoe’
roepen. De eerste de beste scherpe draai nemen ze kort en rap, zodat Danny met
zijn rood zwaailicht op zijn kop over de straat rolt recht de dichtstbijzijnde
greppel in, luidkeels van ‘wiewoe, wiewoe’ roepend. Kwestie dat hij niet in de
weg loopt, als het serieuze werk begint. Hij doet dat ook soms bij het
mountainbiken – zowel in de greppel rollen als in de weg rijden. Als zijn
collega’s dan terugkomen van weer eens een geslaagde arrestatie, pikken ze
Danny weer op uit de greppel. Het is speciaal om hem gemakkelijk terug te
kunnen vinden dat ze dat zwaailicht op zijn kop plakken. ‘Goed gewerkt, Danny’,
maken ze hem dan wijs: “dat was weer een geslaagd afleidingsmanoeuvre”, en ja,
ge moogt stoppen met ‘wiewoe, wiewoe’ te roepen. Ze hebben ook al dikwijls
gezegd dat hij misschien beter die snor zou afdoen, kwestie dat het terug
aftrekken van die Duck tape minder zeer zou doen. Ook Eddy tuut tuut treintje
Troch is er niet. Die is net verhuisd naar Overmere, dik tegen zijn zin, omdat
hij liever in Kalken was blijven wonen. Troost U, Eddy, dichter bij Kalken kunt
ge niet wonen. Overmere is bij manier van spreken een deelgemeente van Kalken,
zo een beetje gelijk Laarne een deelgemeente van Kalken is. Kalken is dan zelf
weer een deelgemeente van Hussevelde natuurlijk, het centrum van de wereld. Wim Verschraegen, Rudy Declerck, Ivan Rogiers
en Dirk Hanselaer zijn er wel en besluiten met de auto naar Belsele te rijden.
Rudy Vergeylen, Erik Van Gasse, Jan Willems, Rudy Rogiers, Dirk VDV en Luc
Krick gaan met de velo. Ondergetekende ook, want ja, ik heb altijd al een groot
gedacht gehad van mezelf en ik denk dat ik dit wel aankan: 21 km naar Belsele,
aldaar 50
In de bossen van Waasmunster, net voor de
bevoorrading, halen we twee bevallige vrouwkes in, Nadine en Rita. Even
verenigd met hun echtgenoten Rudy en Erik op deze mooie lentevoormiddag.
Even verder moet Jan weer eens wippen, om te
tonen hoe goed zijn ‘full suspension’ (= vering voor EN achter) wel werkt. Ge
ziet dat zo aan Jan, het is een jongen die graag wipt. En als hij gewipt heeft,
dan is hij ook van de grond gegaan. Hij gaat zeker 30 cm van de grond. Wie van
de grond gaat, moet ook terug neerkomen. Geen probleem, maar 50 meter verder,
blijkt plots zijn ‘body’ niet meer te pakken. Vraag mij niet wat dat is een
body, maar als ie niet meer pakt, draait ge zot en ge moogt afstappen en te
voet naar huis gaan. Ge moogt naar huis gaan, het is gedaan. Net als Rudy en
Jan het gaan opgeven met proberen, pakt die body plots weer wel en is Jan weer
weg. Wel wat minder wippend nu. Er zijn aan alles grenzen.
Na 52 km (ipv 50) komen we aan, we babbelen
even 3 minuutjes vooraleer we de terugtocht van 21 km aanvatten. En wie komt
daar aangereden? Den Danny toch wel zeker. Hij had zich overslapen. Maar waarom
staat dat zwaailicht op zijn kop!? De terugtocht met wind achter gaat niet
onder de 35. Om 20 voor 9 vertrokken, om klokslag 1 uur terug thuis, na 95 km
aan 25.04 induur. De laatste kms zijn er voor mij plots teveel aan, vooral door
de honger. Ge kunt dat wel verstaan zeker, dit was er toch wel weer zwaar over.
Mario.
Zondag 1 april 2007. Sint-Niklaas. Als ik mijn ogen open, en op de wekker kijk, zie ik dat ik mij al een beetje overslapen heb. Ik spring snel uit mijn bed, en in mijn kleren. Spoel mijn boterhammeken door met een kop koffie, kruip op mijn fiets en hoop dat Rudy nog niet vertrokken is. Als ik al een beetje buiten adem bij hem aankom zie ik dat hij gelukkig nog niet weg is. Wat zeg ik? Zelfs nog niet klaar is. Ik heb mij overslapen, zegt hij met de vaakbeestjes nog in de ogen. Terwijl hij zich in zeven haasten klaarmaakt laad ik de fietsen in zijn camionnette, en met een vertraging van een tiental minuutjes kunnen we toch vertrekken. Op het kerkplein worden we al opgewacht door, Patje Roels en zijn eega, Machteld. Als tweede koppel Geert Schepens en zijn Carlaatje, Rudy Vergeylen (voor een keer zonder zijn madam), Gunter Blanckaert, Tom Vandenberghe, en Steven ???, een kennis van Tom.
Danny Fack is er
nog niet. Hij heeft zich wat overslapen, en moet thuis opgehaald worden. Zijn
fiets gaat achterin de wagen, en Danny zelf kan er vooraan nog net bij. De 3 overslapers
netjes op een rij. Rudy heeft geen tijd gehad voor een ontbijt, en krijgt een
stukje krachtvoer gedeeld dat Danny aan het binnenwerken is. Ik krijg ook een
stukje aangeboden, maar bedank vriendelijk. Het zag er uit alsof het al een
keer gegeten was, zoiets dat er bij het ingaan al uitziet zoals het er gaat
uitkomen. Als in Sint-Niklaas Hanske Schellaert aansluit, zijn we compleet, en
kunnen we vertrekken. Ondanks de stevige kopwind gaat het goe vooruit, en als
ik na een vijftal kilometer een rond mij kijk, zie ik dat mijn mede-B-kes al
afgehaakt zijn. Ik besluit mijn verstand te gebruiken, en laat mij uitzakken
tot bij de normale mensen. Het tempo wordt ook bij ons vrij strak gehouden, en
aan de bevoorrading komen wij de super-a-kes opnieuw tegen. Even verder rijdt
Tom VDB vooraan lek. Gelukkig heb ik een reserveband bij, zegt hij, maar
spijtig genoeg ligt hij nog in mijn auto. Tijdens het wisselen merk ik een
versgedraaide hondestr… op, en waarschuw de anderen voor het gevaar. Als we
weer willen vertrekken zie ik dat ondertussen ook mijn voorband plat staat. Na
het aanroepen van enkele Heiligen, besluit ik niet te wisselen maar wat bij te
pompen. Als we opnieuw startklaar zijn zie ik dat die drol al goed
opengedesterd is. Lachend vraag ik wie de gelukkige is, maar merk snel dat ik
prijs heb. Alle andere Heiligen worden er nu ook bijgehaald, en na het nodige
poetswerk kunnen we eindelijk verder. Zeker weten dat de eerste hond die ik
tegenkom een schop in zijn gat krijgt, dat hij 3 dagen moeilijk zal kunnen sch…
Eigenlijk is het al ver gekomen. Als Mario er niet bij is de verslagskes
schrijven, is een punt, maar dat ik nu ook al moet lopen stinken in zijn
plaats, dat is er toch wat over. Ivan
In verband met vorig verslagje van Ivan wil ik toch even iets meedelen. Beste Ivan, misschien heb je je al dikwijls afgevraagd hoe het komt dat je zo weinig, om niet te zeggen geen, vrienden hebt. Het is niet omdat ge zo een verschrikkelijke ambetanterik zijt. Dat ook, maar vooral omdat ge nog erger stinkt dan de trotters bij de Woesten. Beirken Vuilemuile heeft er niet aan. Heel Hussevelde vraagt zich af hoe Christine dat al die jaren al met jou uithoudt. Het kind. Die moet u toch ferm geiren zien, zulle. Zoals het spreekwoord zegt: ‘Ge moet niet goed rieken om sjans te hebben’. Mario, vanuit dachtertuin
Paaszondag 8 april 2007. Overmere-Wetteren. De KWB kookploeg zit in Dardennen, er zit er een in Dalpen, en er zijn er die Paaseikes moeten gaan rapen. Het zal dus gene vetten zijn vandaag. Gelukkig kan ik op mijn scheef-rechtovergebuur rekenen, en als ik het kerkplein oprij, staat Rudy De Clerq mij op zijn Paasbest op te wachten. Hij heeft er zelfs zijnen plastron voor aangedaan. ’t Is nie omdat we in ’t veld gaan rijden, dat we niet deftig mogen gekleed zijn hé, zegt hij, en gelijk heeft hij. We wachten nog een tiental minuutjes op versterking, maar tevergeefs. Met ons twee dan maar. Op Paasmaandag is er een ingerichte tocht in Zele, en gisteren zag ik al een bordje hangen in Overmere, dus besluiten wij die rit al eens te proberen. We vertrekken langs de Boombos-straat om in Overmere in te pikken, maar zien bij het indraaien ook al pijltjes hangen richting Wetteren. 50 meter gereden, en al rechtsomkeer moeten maken. Een nieuw record. De rit verloopt voorspoedig, maar ik maak mij toch wat zorgen om mijn krakende ketting, en in Berlare is het zover. Mijn ketting breekt in twee. Waarschijnlijk teveel macht in de benen. Dat mijn velootje al een beetje versleten is zal er ook wel mee te maken hebben. Ik begin mij al voor te bereiden op een wandelingske naar huis, maar Rudy haalt uit zijn achterzak een verroest kettingponsken tevoorschijn. Als het niet vastgeroest zit, kunnen we proberen da kettingsken te maken, zegt hij. Vijf minuutjes later is mijn panne hersteld, en zijn ponsken opnieuw gerodeerd. Zonder verdere problemen komen we aan in de Beize, waar we op het terras en in het zonnetje mogen genieten van ons Paas-aperitiefje. Ivan.
Zondag 15 April. Serskamp (B) en Koewacht (A). De A-kes zijn al vertrokken om 8.30u voor de 8e editie van
Grooten Prijsch Daniel Fack. Wij B-kes verzamelen om 9 uur voor een rustig
ritje Serskamp, voormalige grote prijs D. F. Eddy Troch, na lange afwezigheid
er ook nog eens bij, Rudy De Clerq, Wim Verschragen, Dirk Hanselaer en ikke. We
houden het kort, want Rudy moet vroeg thuis zijn vandaag. Hij wil met zijnen
daklozen naar het oldtimertreffen van de St-Pietersfeesten, moet daar ten
laatste om 12 uur inschrijven, en gaat om 12 uur beenhesp eten ten voordele van
WTC Calcine. Voor de eerste keer van ’t jaar in korte mouwkes, want het weer is
schitterend. Zomer in April. Alle wegeltjes en paden liggen er perfect
berijdbaar bij, en zodoende gaat het goed vooruit. Zo goed zelfs dat, ondanks
enkele extra rondjes in het Prullenbos en de Warande in Wetteren we om goed 11
uur al neerstrijken in Kalken. Enkele minuten later komen de dames ook
aangestormd. Nadine en Rita rustig taterend, Christel woordeloos. Na een poosje
probeert ze
Vrijdag 20 april en zondag 22 april. Hoeraah hoeraah, er is er één jarig. Erik Van
Gasse is 50 geworden. Een jubilee. En dat moet gevierd worden en Erik geeft een
groot feest. Erik is dan nog de sympathiekste van de mountainbikers. Wat zeg
ik, eigenlijk is Erik de enige sympathieke modderfokker die ik ken. We wensen
innige deelneming aan zijn vrouwtje Rita nu ze met zo een ouwe zak zit. Rita is
een al even sympathieke en eeuwig jonge fokkemodder. Zoals alle fokkemodders
trouwens! We jagen verder Erik op kosten door de hele bar leeg te drinken. Meer
kregen we echt niet op, Erik. Erik had zeker gespeeld en de tafel ‘Familie’
tussen de tafel ‘Modderfokkers’ en de tafel ‘Wielerterroristen’ geposteerd,
kwestie dat er geen malheuren gebeurdegen. De zondag rijden we met 9 jongens*
op ons fietske naar St. Lievens Houtem. 62 km aan 26 induur, niet mis. De super
akes zijn naar Waregem en het super super ake, Rudy R., rijdt VIPs rond in de
Amstel Gold Race. Kunt ge U voorstellen: met zo een stel prontige popkes in uw
auto van de ene receptie naar de andere, de flauwe plezante uithangen (dat kan
Rudy juist heel goed) en er nog voor betaald worden ook. Het zijn ook altijd
dezelfde die sjans hebben.
Maar je hoort ons niet klagen: Wij, dat zijn: Geert Schepens, Ivan Rogiers, Dirk Hanselaer, Eddy Troch, Luc Krick, Erik Van Gasse, Mario Vaneechoutte, Hans Schellaert, Dirk Pieters.
Schitterend helder weer, schitterend heuvelend fris groen landschap, en ja goed ik ga het toch maar toegeven: schitterende kompagnie. Ivan deed wel mee, maar kom. Hans probeert onder een hekken door te rijden, maar is vergeten dat zoiets alleen Dirk kan. Hans rijdt zich vast en zit dus vast op zijn fiets onder die baar. Er zit nog maar 1 middel op om daar weer uit te raken en dat is hem domweg opzij laten vallen. Ivan komt niet meer bij van het lachen.
Erik zijn fiets kraakt, of is het Erik zelf?
Dat zou ons niets verwonderen, want die mens wordt al een dagje ouder
natuurlijk. Als Erik beweert dat het pijltje van de route naar rechts wijst en
het is eigenlijk naar links, is er daarom niemand kwaad op Erik hoor. Maar
neen. Wij verstaan dat. Zo een oudere mens ziet niet zo goed meer, hé. In de
Beize aangekomen offreren wij Erik een fris groen blaadje uit de bloempot op
het terras. Hier, Erik, zeggen wij, naar ’t schijnt lust een ouwe bok dat nog
eens graag.

En hier is ie, zie. Proficiat, Erik!
Mario Vaneechoutte
* ’t Is te zeggen 8 jongens en 1 ouwe, want Erik reed ook mee natuurlijk.

Kalken
Verslagen
Mountainbike (More-vélo)
Zondag 29 april 2007, Masenzele. Afgesproken om acht uur aan de kerk, de dag
na een gezellige bijeenkomst in de schorpioen bij de woesten voor een hapje en
een drankje en voor sommigen een dansje. Zeven voertuigen en 15 ongelukken, ik
bedoel 15 mensen.
Toch vroeg voor sommige feestvarkens die dan eerst wat restjesvoer naar
buiten moeten werken en hun roes moeten uitslapen. Gelukkig is het een half
uurtje rijden en zo moet het slapen niet op de fiets gebeuren, hé Rudy. Op weg
naar het slagveld nog eventjes stoppen om een in het echt verbonden vader mee
te nemen die luistert naar de naam Hans. Eens aangekomen beginnen de problemen:
Hoeveel km gaan we doen? “80, voor minder kom ik niet naar hier”, luidt het
daar vanop de achtergrond. Nee, nee ik stond vooraan! Het was de Jan die de
kilometers in de benen wou. Eerst nog een plasje vóór de start. Bij Danny kan
dat niet anders of op zijn handen .Te klein? Onhandig? Wie zal het zeggen? Maar
gelukkig komt er iemand met een handdoek aan. Of is dat toch een truitje? Van
Carla dan nog.
OK, gestart met twee voor de 50 km en de rest vast besloten om op een uur
of drie 80 km af te leggen. Dat valt tegen! Na de tweede bevoorading op zo’n 40
km met een gemiddelde van 21,5 in duur was het reeds kwart na elf. Wie dus een
beetje kan rekenen: 40 km op twee uurtjes => dat is dan nog eens twee
uurtjes. En omdat sommigen iets vroeger naar huis moesten, zijn er drie
musketiers (Tim, Danny en ik zelve) samen met de drie 50-ers, (nee geen
leeftijd, wel kilometers want Eric was daar niet bij) om de rest van het
parcours, de 50 km dus, te volgen.
Ik heb hier mijn tenen moeten uitkuisen om mee te kunnen, zo goed ben ik
echt nog niet.
Het was dus een nogal heuvelachtige rit met steile afdalingen, zag ik daar
iets duwen in de broek van Danny bij de afdaling? Een beetje voorzichtiger dan
anders? Een trauma van iets? De leeftijd? De drank van gisteren? Wie zal het
zeggen?
Op de terugrit met de camionette, vol met fietsen, ja, ik heb voor
transport gezorgd, (ik had nog wat goed te maken) moest er ter hoogte van Zele
een gescheurde kader met toebehoren gedeponeerd worden. Ja, de Kader van Joe,
niet van Holsbeek maar van Zele is terug gescheurd, ongetwijfeld door te hoge
innerlijke krachten van Joe. Zo, dat was mijn versie van de rit in Masenzele.
Tot de volgend rit. Dimitri De
Gucht.
Zaterdag 12 mei 2007, Merelbeke. Hiermee wil ik U enkele flandriens meedelen die zich de laatste 2 weken hebben bewezen. Op zaterdag 12 mei zijn Wim Verschraegen, Dirk Hanselaer en ikzelf afgezakt naar Merelbeke om vlug de 90 km eens te rijden. Er was nen slimmen bij die meende dat het eigenlijk niet zoveel had geregend en dat alles wel zou meevallen. Na enkele km heb ik mijn woorden teruggenomen, we waren met modder besmeurd van kop tot teen. Maar ja, daar doen we het toch voor hé. Doe daar nog een paar fikse buien, redelijk wat wind, een paar valpartijen, een paar pittige hellingen en 3 km extra bij en 't spel is compleet. Gelukkig ligt Merelbeke in een put en was het op het einde bergaf. Moe maar voldaan zijn we 't ginder dan afgebold. Rudy Declerck
Zondag 13 mei 2007, Moederkensdag. We vertrekken om 8.00 uur naar Erpe-Mere. A-kes en B-kes, allemaal toop tegare met de fiets. Enkel Dimitri De Gucht en Tim Raman rijden met de wagen, omdat ze vroeger moeten thuis zijn.
Wel met de velo: Rudy Rogiers, Rudy Vergeylen, Danny Fack, Jan Willems, Patrick Roels, Bart Van Hecke, Eric Van Gasse, Geert Schepens, Dirk Pieters, en ikzelf. We beginnen “rustig” aan een 28 – 30 km/u, maar nog voor Uitbergen worden we voorbijgereden door een groep fietsers op dunne bandekes. Natuurlijk pikken we aan, waardoor ons snelheid optrekt naar 33 – 34. Als na een 2-tal kilometer de koplopers van de dunne bandekes al een beetje blauw beginnen uitslaan, moet er “toevallig” ene zijne neus snuiten, of zo, waarvoor ze allen aan de kant gaan en ons voorbij laten. Wie dacht dat het dan bij ons ook wat rustiger gaat, zit er serieus naast. We stuiven dapper verder, en in geen tijd zijn ons collega’s niet meer te bespeuren, maar ja, wat wil je, met Rudy en Bart op kop. Maar, misschien moeten we toch voor Bart eens een speciale voorvork bestellen. Zo eentje die een halve meter naar voor uitsteekt, zo een Amerikaans chopper-model. Bart heeft namelijk de onhebbelijke gewoonte, als hij naast iemand op kop rijdt, wil hij altijd een half wieletje voorsprong. Met die speciale fourge is hij altijd content, en kunnen wij iets rustiger rijden.
Bij de start in Erpe-Mere kiezen de A-kes voor 55. Na de splitsing blijven Geert, Dirk, Eric en ik over voor de 42, want na de 18 km heen, willen we ook nog de 18 terug. We doen elk ons deel van het kopwerk, en hebben zowaar nog tijd om een babbeltje te slaan. Geert voelt zich kiplekker, maar als plots eens nest kiekens over de weg loopt, heeft hij er ene te pakken. Hij rijdt er kluit over, en de pluimen vliegen langs alle kanten. Als hij even verder van de emoties bekomen is, zegt hij lachend, “Ik vrees dat da kieken niet veel eieren meer zal leggen”. Ik denk zelfs dat hij gelijk heeft, want het was een haan. Geert blijkt iets te hebben met kippetjes. Uit goede Kookwabeter-bron heb ik vernomen dat kip zijn lievelingsgerecht is, en zou het toeval zijn dat zijn vrouwtje, Carla De Coq noemt. Genoeg gekakeld, over naar de rest van de rit, die voor mij in mineur eindigt.
Een tiental kilometer voor het einde krijg ik pijn in de knieën. De reus Achiles kreeg het aan zijn enkels, maar ik ben geen reus, en mijn knieën komen ter hoogte van zijn knoesels. Waarschijnlijk daardoor… De terugtocht zit er voor mij niet meer in, en ik regel een lift in de wagen van Dimitri, waarvoor “Danke Dimi“. We zitten al terug in Schoonaarde wanneer we de fietsende bende voorbijrijden, en na het horen van onze aanmoedigingen steken ze nog een paar tandjes bij. Zoveel tandjes zelfs, dat ze al aankomen in Kalken terwijl wij onze fietsen nog aan het uitladen zijn. Geert, zo fier als een haantje vertelt dat het de eerste keer is dat hij een rit van 78 km verteert. Chapeau, Geert, je bent altijd al een haantje de voorste geweest. Ivan Rogiers.
Zaterdag 19 mei 2007. Steenhuize. Op zaterdag 19 mei zijn Dirk Hanselaer, Dirk Pieters, Geert Schepens
en ikzelf het parkoer in Steenhuize gaan verkennen. Het weer was beter dan
verleden week, doch de beklimmingen waren al even slecht. Iedereen heeft toch
"de muur" getrotseerd. Er viel één valpartij te betreuren van Geert,
hopelijk is de schouder vlug hersteld, maar Geert had toch een abonnement bij
de kinesist. Dirk Pieters zorgde ook nog voor een extra stop door eens plat te
rijden. Na 75 km haden we toch nog de moed om nog een pilsken te drinken. (dus
we waren nog niet steendood in Steenhuize). Rudy Declerck.
Kalken
De Modderfokkers
en de fokkemodders
Zondag 3 juni 2007. Lokeren. De meesten zijn naar Grotenberge Zottegem, maar Wim Verschraegen, Ivan Rogiers, Rudy De Clerck, Luc Krick, Karel Verhoeven, HO Kalken gouden schoen Bjorn Vergauwen en uw verslaggever doen de toertocht in Lokeren.
‘Morgen niet te rap hé, Mario’ had Karel gisteren nog aan de telefoon gevraagd, ‘want ik heb 3 maanden niet meer gereden’. ‘Ik ga kalmkes beginnen’ had Bjorn gemaild ‘want ik heb nog niet gereden vanwege het voetbalseizoen. Ik hoop dat ik mee kan zondag’. En welke twee hormonenbommekes kunnen zich niet inhouden? Juist: Bjorn en Karel. Na de bevoorrading komt er een zandstrook aan. Die kan heel slecht liggen, zeg ik, als het droog is, maar het is nogal aan de natte kant geweest, dus het zou kunnen meevallen.’. Waarop Karel antwoordt : ‘Ja, verleden week viel die zandbak heel goed mee. ‘ EN DAT ZEGT IEMAND DIE DRIE MAANDEN NIET GEREDEN HEEFT! Waar heeft die jongen toch zo leren liegen? Tegen zijn beste maten dan nog. Toch niet van zijn gelijknamige nonkel pastoor, hoop ik.
Rudy Washington DC imponeert zoals hij in het doorgaan kop trekt windop. In Lokeren blijken er twee toertochten door mekaar te lopen. We stoppen aan de bevoorrading van de andere toer en moeten dus zonder bevoorrading verder rijden en dan nog lang wachten op die van ons. We raken mekaar een paar keer kwijt, maar steeds vinden wij KWBers modderfokkers elkander weder! Mario Vaneechoutte
Zondag 24 juni 2007. Unkerzakkenrit in Kalken.
We spraken af om 8.30u op het kerkplein, maar door omstandigheden (Christine was ook meegereden) waren we 5 minuutjes later, en waren de vogels al gaan vliegen. Dan maar met zijn tweeën naar de Scala, waar de rest ons stond op te wachten. Amaai, was mij dat verschieten, want wie stond daar, in vol ornaat, te blinken gelijk nen spiegel, afgetraind, messcherp gelijk nen atleet?
Niemand minder (maar ook niemand meer) dan MARC ROELANDT. Jaja, wrijft nog maar ne keer in uw oogskes, ge leest het goed, Marc Roelandt. Normaal rekenen we voor een “standaard” verrijzenis 3 dagen, en ook al heeft Marc er bijna 3 jaar over gedaan, hij stond daar toch maar.
Stonden er bij en
keken er naar: Geert Bracke, Geert Schepens, Dirk Hanselaer, Danny Fack, Dirk
Pieters, Rudy De Clercq, Eddy Troch, Eric Van Gasse, en nieuwkomer Tom Neus.
Ook nog een hele bende meiskes: Nadine, Rita, Gerda, Christelle, Carla, Veerle,
Christine B, Christine DS. Carine, Nele, Ariane, en ander schoon volk, waarvan
de namen mij ontglippen. En al van bij het begin gaat Marc nog aan kop rijden
ook (tot de anderen ook op de fiets zitten). Na een tiental kilometer, we
zitten net in de Zomerstraat, wordt er een versnelling ingelast, en Danny trekt
eens stevig door. Iets te stevig blijkbaar, want we zien hem pas 20 km later
terug. Ik vraag hem of hij rustig is gaan ontbijten , maar hij heeft een afslag
gemist. In plaats van de Portugiezenstraat in te slaan, is hij verder gevlamd,
en pas over de E-17 brug in Cootveld gemerkt dat er geen pijltjes meer hingen.
Ter hoogte van Berlare begint Marc de tol van zijn sabbat-jaren te betalen, en
hij is maar wat blij, dat even verder Eddy lek rijdt. ‘Merci Eddy’, zegt hij
nog, en ‘ik rij op mijn eigen tempo verder’. Gelukkig was er enkele honderden
meter verder een tweede bevoorrading, of we hadden hem nog gedubbeld. Als ook
wij na de depannage aan de bevoorrading aankomen, zien we hem nog net zijn
infuus uittrekken. Hij besluit opnieuw alleen verder te gaan. Niet echt slim,
want als we hem terug zien in de Scala, blijkt hij nog verkeerd te zijn
gereden. Niet echt moeilijk, als je weet dat van vermoeidheid, zijn voorhoofd
voor zijn ogen hing. Naar het einde van de rit krijgen we bijna nog spektakel. Het
smalle wegeltje aan de blauwe steen ligt er verraderlijk bij, en Tom moet zijn
gebrek aan stuurmanskunst bekopen met een tuimelperte. Spijtig genoeg naar de
verkeerde kant, anders was hij bij zijn eerste rit al meteen gedoopt. Toch nen
dikken chapeau voor de neofiet, maar zeker ook voor Marc, de come-back van het
jaar, die er bij de nabespreking al opnieuw een stuk beter uitzag dan tijdens
de rit. Hopelijk tot volgende week??? Ivan
Rogiers
Zondag 1 juli 2007. Eksaarde. Door heel wat feesten en bbq’s telden we
slechts 8 man, om half negen, bij de start, A’s en B’s samen. Ikzelf heb ook
het gevoel gisteren te veel bbq gegeten te hebben. Rudy R,
Jan W, Luc K, Rudy V, Yvan R, Dirk H, Geert B en Rudy DC zijn de mannen. Rita, Nadine en Ariane, de 3 vrouwelijke
kandidates verkozen per auto naar Eksaarde te bollen.
De rit naar ginder verliep vrij vlot, ’t was meewind, maar Luc K moest
vroeg thuis zijn en ik denk dat Rudy R en Rudy V dachten dat het maar tot 9 uur
in te schrijven was. Zodoende verscheen er toch af en toe eens een 4 vooraan op
mijn kilometrieksken.
We starten de rit tezamen, nu laat Jan eens zien dat ze vorige week de
beste waren op “Den Aard”. Tot aan de eerste splitsing, dan gaan de dappere
B-kens hun eigen weg (de rit van
Kort voor de bevoorrading halen we Ariane in, die profiteert van ons
gezelschap om vlug nen platten band te hebben. Dirk H. was eigenlijk content
dat we eens konden rusten, ja feestelijkheden eisen hun tol hé, Dirk.
Bij de bevoorrading arriveren ook Nadine en Rita (deden ook de
In Wachtebeke moeten we kiezen bij een hindernis links of rechts te
rijden. Ivan wacht eigenlijk wat lang om te beslissen, staat dan bijna stil,
krijgt zijn voet niet uit de klikpedaal en gaat er wat bij liggen. Hij ligt nog
wat te vechten tegen zijnen velo en zakt nog wat dichter bij de gracht en …..,
nee dat plezier gunt hij Geert niet.
Als we al ongeveer
Hier proberen we onze dorst te verlaan en na 2 consumpties komen de 3
anderen ook toe (Luc zat dan al in de kerk). Nog wat nababbelen en de
ontspanningsvoormiddag zit erop. Rudy De
Clerck.
Tenslotte willen wij
modderfokkers nog eens iedereen uitnodigen die goesting heeft om op
zondagmorgen mee te rijden. Meestal vertrekken we rond halfnegen of negen aan
de kerk. Er zijn rappe, hele rappe en gewone mensen (ja, toch een paar) zodat
er voor iedereen wel een aangepaste snelheid is. En er zijn zelfs
vrouwenploegen aktief in modder, weer en wind. Denk niet dat je uit de toon
zult vallen: als je weet dat er mensen zoals Danny Fack, Ivan Rogiers of Marc
Roelandt meerijden, dan moet het al erg met je gesteld zijn. De laatste is na
zijn mirakuleus wederoptreden (zie verslag Ivan) gelukkiglijk weer
achtergebleven, we hebben hem niet meer gezien sindsdien.
Mede dankzij de mountainbikers
gaat het goed met KWB Kalken, want wat lazen we in de laatste Kraak voor het
verlof: de KWB Kalken telt 200 leden, en het 200° lid was daarenboven een
kersverse mountainbiker: Gunther Blanquaert, alias de roste Senna. ‘Wat smijten
ze nu weer binnen?’, dachten wij de eerste keer dat hij meedeed, en zoals
hierboven uitgelegd, met Danny, Ivan en Marc waren we toch al heel wat gewend.
Maar Senna heeft al beloofd dat hij alle andere leden eens gaat trakteren.
Reden te meer dus om onze rangen zo snel mogelijk te vervoegen.
Kalken
De Modderfokkers
en de fokkemodders
Zondag 2 september 2007. Berlare. En we zijn weer vertrokken. Na een veel te korte, en nog
veelteveel-tere koude zomervakantie, pakken we de draad terug op. Niet dat we 2
maand op ons lui gat gezeten hebben. Vakantie of niet, we fietsten gewoon
verder. Met uitzondering van Mario, die zit al een gans jaar op zijn lui gat.
We vertrekken in groep met de fiets naar De Scheve Villa in Berlare. Rudy R,
Patrick R, Rudy DC, Eric VG, Jan W, Geert S, Dirk VDV, en ikke. De Dames waren
ook mee. Nadine, Rita, Carla, Ariane en Machteld. Aan de inschrijving kies ik
voor de 55 km (+ 2 x 10 van de heen en terugrit = 75), meer dan genoeg voor
mij. De A-kes gaan voor de 75 (+ 20 = 95). Wij (ik) B-kes proberen zo lang
mogelijk bij de A-kes te blijven, om toch een beetje uit de wind te kunnen
zitten. Als we aan de splitsing komen, kies ik als enige voor de 55. Na wat
getreuzel en getwijfel, laat ik mij door Geert overhalen om toch maar met de
rest mee te rijden. Hoe het komt weet ik niet. Misschien zit mijn helm een
beetje te strak, en krijgen mijn hersenen te weinig zuurstof. Feit is, als ik
met de Modderfokkers op weg ben, heb ik meer courage dan verstand. En als we
aan de bevoorrading aankomen, heb ik mijn overmoed al zwaar moeten bekopen.
Steendood, kapot, mottig, en een beetje moe ook. Kwaad op heel de wereld, maar
vooral op mijzelf. Ik zeg tegen de rest dat ik wel op mijn eigen tempo
verderrij. Rudy DC, Geert en Dirk vinden het ook welletjes en houden mij
gezelschap. Een tiental kilometer verder, komen we in de Gratiebossen. Ik zeg
tegen mijn gezellen, dat we een stuk parcours kunnen afsnijden, maar ook dat
mag niet baten. Ze volgen verder de pijltjes. En ik, ik rij weer mee. Begin
zelf te zingen. “Let’s go all the way,…”. Ik zal toch eens naar mijn helmken
moeten kijken. Op een tiental kilometer van het einde, raken we dan ook nog
Dirk kwijt. We wachten een tijdje, keren een stukje terug, vragen aan andere
fietsers of ze iemand tegengekomen zijn met materiaalpech, maar helaas, geen
Dirk. We rijden dan maar verder naar de aankomst maar vinden hem daar ook niet
meer terug.
Beste KWBers. Bent u een dezer dagen in de buurt van Berlare, en ziet u een brave jongen al wenend op de fiets, neem hem dan mee naar een van bovenvermelde personen. Wij brengen hem wel terug naar Zwijnaarde. Ivan Rogiers.
Zondag 9 september 2007. Grembergen. Nu weet ik het zeker. Ik laat mijn kop niet meer zot maken om mee te
rijden met die bende freaks. Veel te neig afgezien vorige week. En als ze dan
ook nog om 8 uur met de fiets vertrekken naar Grembergen, is de rekening rap
gemaakt. Er is ook een ingerichte rit in Lochristi, dus spreek ik af met de
B-kes om daar eens een kijkje te gaan nemen. Als ik aankom op het kerkplein
staat Geert Schepens al klaar. Rudy R, Rudy V, Danny F, Patje R, Eric VG en Joe
zijn al met de fiets vertrokken. Ook supermadammen Nadine en Rita zijn er.
Terwijl zij hun fietsen inladen, vraagt Geert waarheen de rit gaat, en of we
misschien ook niet met de wagen naar Grembergen rijden? Hij heeft van horen
zeggen dat de rit in Lochristi niet veel soeps is. Veel baan, en veel stukken
waar wij bijna wekelijks rijden. Natuurlijk had ik mijn helmken weer op, en
laat mij bijgevolg overhalen om mee te gaan. Terwijl ook wij de fietsen laden,
komen Luk K en Dirk P en Ariane ook nog aansluiten. Na een beetje zoeken vinden
we de startplaats. Kijk ne keer hier, zegt Geert, we kunnen hier al parkeren in
dat spoor, net naast de inschrijving. Als ik hem zeg dat hij toch beter zijn
4x4 inschakelt, want dat het spoor een grachtje is van een half meterke diep,
gaat hij zijn wagen toch maar wat verder parkeren. Eenmaal de fiets op, komen
we na een paar kilometer, op krek hetzelfde parcours van vorige week terecht.
Zij het dan in omgekeerde richting. Maar het grootste verschil tussen nu en
vorige week is de forme. Daar waar ik vorige week voor geen meter vooruit kwam,
kan ik nu mee aan kop draaien, en al eens een tandje bijsteken. Een heerlijk
gevoel, zeker als dat al zo lang geleden is. Als we na een lekke band van Luk
weer vertrekken, komt er iemand bij ons aansluiten. Zo een gast met een flashy
oranje vestje en dito schoenovertrekjes. Hij blijft een paar kilometer in de
wielen, en komt dan, een beetje overmoedig op kop. Na 50 meter kijkt hij even
om of wij nog volgen, na 100 en 200 m nog eens, maar wij geven geen krimp. We
laten hem nog een beetje verder spartelen, en als Luk net nog niet moet
beginnen remmen, neemt hij de kop over. We trekken de snelheid een beetje op,
en na een paar kilometer houdt onze vriend het voor bekeken. Als ik hem later,
na de rit opnieuw tegenkom, vraag ik hem wat hij ervan vond. Schoon tempo-ken,
antwoordt hij hijgend. Ik vraag aan Geert, langs de neus weg, of de A-kes al
terug weg zijn. Voor alle duidelijkheid leg ik uit dat er ook nog een A-team
rondrijdt met dezelfde truitjes als die van ons, maar dat die mannen voor ons
te snel rijden, en dat wij het op ’t gemaksken doen. Hij wordt een beetje
bleekjes rond de neus, laat het hoofd wat zakken, en gaat aan de toog zijn
gratis Grimbergen halen. Iets zegt mij dat het niet zijn laatste zal zijn. Als
wij aankomen in de Beize, zitten de mannen van het lichte vliegwezen al aan de
nabespreking. Wij zijn tevreden met een gemiddelde van 27 km/h, maar moeten
toch passen voor hun 29.6 op de rit en meer dan 30 per uur met de heen- en
terugrit inbegrepen. Ivan Rogiers.
Zondag 16 september 2007. 2 many bikers toertocht Wetteren. Staan met hun plastronske zoals afgesproken, want wij rijden met plastron als het kermis is, of zonder plastronske, zoals niet afgesproken, want er zijn er altijd die zich niet aan de afspraken kunnen houden, aan de rups: Luc Krick, Hans Schellaert, Gunther Blanckaert, Rudy Vergeylen, Rudy Rogiers, Eddy Troch, Ivan Rogiers, en de vrouwkes Christine en Ariane. De afspraak was wel aan de botsauto’s zodat ik eerst 5 minuten heb mogen zoeken op die immens grote kermis van Kalken voor ik de bende vond. Als we justekes vertrekken, komen daar in 7 haasten nog afgereden: Danny Fack en Els. In Wetteren sluiten nog aan: Carla, Rita, Jan Willems, Geert Schepens en Erik Van Gasse. Na 5 km rijdt Erik al plat. Voor een keer dat hij niet valt. Tiens Eddy, die zijn heroptreden doet na lange tijd, is er al niet meer bij en ik heb hem dan verder niet meer gezien ook. Blijkt dat hij al meteen plat gereden was en dat zijn reserveband ook niet deugde. Meteen gedaan met zijn wederoptreden. We beslissen met 6 (Luc, Hans, Geert, Gunther, Ivan en ekik zelf) verder te rijden en de super-aakes (Ivan noemt die de aakes) te laten achterkomen. Maar 100 meter verder heeft Luc ook al een slappe. Band wel te verstaan, zo noemen ze dat hier blijkbaar. Blijkt dat Rudy V., na een plaske bij zijn fiets terugkerend terwijl hij wacht op het vervangen van Erik zijn slappe, ook met een slappe staat. Niet alleen een band, wel te verstaan. Wat een slappe bende toch! Dus 3 platte ofte slappe banden op 100 meter. Wij aakes zijn dus toch rapper weg (want 1 slappe minder dan de super-aakes) en pas een heel end verder haalt de woeste bende ons in, waarbij Rudy R. onmiddellijk terug plat rijdt. Ik heb hem toch efkes gezien dus. Hij zit door zijn bandenreserve heen en ik depanneer hem, weliswaar met een band die al 3 keer gestopt is, want bij mij gaan ze pas de vuilbak in als er geen plaats meer over is om nieuw rustienen bij te plakken. Ik weet, sommigen zullen er als de kippen bij zijn om dat westvlaamse gierigheid te noemen, maar ik noem dat spaarzaamheid en milieubewustzijnheid. Ik hoop dat de band het houdt. Als hij niet houdt, krijg ik serieus onder mijn voeten, maar als hij wel houdt, krijg ik misschien een nieuw in de plaats ..!? Ik vervoeg weer de aakes wijl de superaakes weer achter blijven om Rudy’s ‘slappe’ te vervangen. Aangezien we deze laatsten niet meer gezien hebben, vrees ik het ergste wat betreft de band die ik zo bereidwillig heb aangeboden ...
Aan een bosrand, op een éénfietswegeltje raak ik vast achter een paar meiskes wijl mijn vriendjes lustig verder peddelen. Er zit niets anders op dan van de ‘onmiddellijke’ omgeving te genieten, aangezien ik toch niet rapper kan rijden. Veel mensen die zo niet veel meer in de natuur komen, zijn dat vergeten, maar aan zo een bosrand valt toch soms veel moois te beleven! We moeten daar meer leren van te genieten, vind ik. Laat mijn vriendjes maar peddelen.
De aakes zijn aldus
een schoon bendeke dat het tempo strak hield en mekaar goed afbeulde. Ik ben
heel tevreden van mijn prestatie, want het is toch meer dan anderhalve maand geleden
dat ik nog eens mee kon rijden. Meest indruk naar het einde toe maken Ivan en
Gunther, alias Roste Senna, ons 200° KWB-lid. Ivan laat altijd al een zware
indruk achter, dat weten we. En dat de Roste al een tijd van die grote blauwe
pillen pakt, dat weet ook iedereen. De naam ervan ontsnapt me nu, maar het
eindigt op ‘gra’ en begint met ‘via’. We gaan hier niet dieper in op de reden
waarom de roste die pillen pakt. De Kraak staat immers wereldwijd bekend als
een integer, hoogstaand maandblad en we willen dat zo houden. Maar dat die
pillen ook de fietsprestaties zo zouden verhogen, neen, dat wisten we niet.
Misschien moeten we dat ook eens proberen, ge weet nooit waar het goed voor is.
Danny pakt die ook, zegt hij, volgens hem omdat ze ook het IQ zouden verhogen.
Maar volgens mij zijn dat vodden, als ik Danny zo bekijk. Volgens iemand anders
verkleurt uw haar daar wel van, zo naar het rosse toe, maar ik ga die mens hier
niet noemen want ik wil het niet gehad hebben dat de roste niet meer wilt
klappen tegen Ivan. Dat we ‘maar’ 24 per uur gereden hebben, valt gezien het
strakke tempo wat tegen. Nu nog bang afwachten of ik een nief band krijg van
kapitein Rudy dan wel onder mijn voeten. Tenslotte wensen wij modderfokkers
iedereen een goei kermis en jaarmarkt! En niet te zat thuis. Mario Vaneechoutte
Kalken
De Modderfokkers
en de fokkemodders
Zondag 23 september 2007. Wachtebeke. Geert, Dirk, Frank, Eddy, Dimitri en uw verslaggever staan aan de kerk. Rudy Declerck ging er ook zijn, maar is gisteavond in zijn clublokaal bij de Woesten blijven hangen. We halen hem op bij hem thuis. Zijn botherhammen nog opetend, komt hij naar buiten gefietst. Ik versta hem niet met al dat boterham in zijn bakkes, maar anders ook al niet. De ganse morgen stort hij het pelotonnetje in een walm van bierlucht. Als we in Wachtebeke zijn, heb ik wat doorgetrokken en alleen een Hanselaer is gevolgd. ‘Wacht e beke, Mario’, zegt hij. Ja, dat weet ik ook wel, zeg ik dat we in Wachtebeke zijn, voor wie houdt gij mij wel?
De hele morgen vertellen die mannen hoeveel Duvels ze de voorbije week achterover gekapt hebben, maar als we in de Beize aankomen, zijn de enigen die Duvels drinken de westvlamingen, tis te zeggen de cafébaas zelf (Koen Cools, broer van Miel, Julien en André) en ondergetekende. Onze eerste pot is gratis en voor niets, want Filip Verhoeven trakteert ons. Kijk zie, dat is nu nog eens een Verhoeven naar mijn hart. Maar toch wel raar dat de nummerplaat van Filip, een CD&V verkozene van onze gemeente, begint met de letters ‘HEL’! Zo er nog mensen zijn die ons willen trakteren, delen wij bij deze mede dat wij rond de zondagmiddag meestal in café De Beize te vinden zijn. Ge herkent ons meteen aan onze knotsgekke kostuumkes en aan de pamper in ons broek en aan de pakken modder die we verspreiden. Rudy Vergeylen kunt ge makkelijkst herkennen, want hoewel er op al ons kostuumkes ‘Rudy Vergeylen’ staat, is hij de enige die echt zo noemt. Ge haalt er hem dus gemakkelijk uit. Trouwens, er is nu al een half jaar sprake van nieuwe truikes met een heleboel sponsors op (niet alleen RV (keukens), maar onder andere ook Tommeke bommeke Vandenberghe (bieruitzetter, wat niet wil zeggen dat het van het bier is dat hij zo uitgezet is), Hans Schellaert (wat doet die mens voor de kost?) en Erik Van Gasse (de beste voeger in Wetteren en omstreken, Hussevelde niet meegerekend natuurlijk). Maar wat zie ik niet: nieuwe truikes. En ik zit door mijn ouwe, mijn ellebogen steken erdoor. Mannen, in plaats van erover te palaveren, maak daar eens werk van hé, geld op tafel! In plaats van ze altijd in uw zakken te steken, laat het eens rollen. Wij willen nieuwe truikes! Wij willen nieuwe truikes!! Wij willen nieuwe truikes!!! ’t Is niet voor mij, ’t is voor mijn vriendjes.
Er moet mij nog iets van het hart: wisten jullie dat die Rudy Declerck zo een blaas was? Amai. De hele dag rijdt hij uit de wind, stinkend tegen de wind in, en op Hussevelde brug komt hij dan deze jongen, die de hele dag kopwerk gedaan heeft (ook al om uit de stank te zijn, ik geef eerlijk toe) efkes voorbijsteken. Tot daar aan toe, maar dan vindt hij het nog nodig om zich efkes te rechten, zijn truike goed te trekken en zonder handen als eerste de brug over te rijden. Blaas! Dikke blaas! Stank voor dank, letterlijk dan nog ook. Er is maar één van wie ik zoiet kan verdragen, maar van gewone mensen niet. Ze mogen dan ook van het Hussevelde zijn. Mario
PS. Tommeke bommeke Vandenberghe, onze bieruitzetter, is met een nieuw initiatief gekomen, dat wij ten zeerste toejuichen. Zie foto. Ik denk dat dat de sponsor wordt waar we het meest zullen aan hebben.

Zondag 30 september 2007. De superaakes zijn om 8 uur met de auto naar St. Pauwels. Dirk Hanselaer mag niet fietsen van zijn vrouw. Gans de week ziek (griep, niet van den drank, dat zegt hij toch zelf), “en dan de zondag gaan afzien zeker”, zegt ze, “blijft gij maar thuis, manneke”. Uw verslaggever zelf schrijft dit verslag vanuit zijn bed. Zegt die van mij: “Gans de week al zot doen en dan de zondag nog eens zeker. Blijft gij maar thuis manneke”. Maar serieus: Waarom staan er geen verslagskes van de superaakes meer in uw teerbeminde Kraak, uw bron van vertier en informatie. Laat ik het uitleggen: Er is ten eerste geen enkele van uw verslaggevers die bereid is 1) zo vroeg op te staan (Ivan al zeker niet), 2) zovér te rijden, 3) laat staan dat er één is die nog mee kan met de freaks. We kunnen ook niet alles hé, de ziel uit ons lijf rijden, onderwijl uitkijkend voor putten, rechtblijven op ons vélo en daarbovenop nog eens notities zitten nemen ook. En de super-aakes zijn wel sterk, maar niet snugger genoeg om zelf verslagskes te schrijven. Vandaar dus: voorlopig geen verslagskes van de superaakes meer. We vernemen nog van Geert Schepens (ge weet wel, die pipo van de kook wa beter bende) dat de mannen in verspreide slagorde zijn toegekomen, niemand wist nog waar de anderen waren, of ze nu voor of achter (of onder of boven) zaten, en dus reed iedereen op den duur alleen rond. Het wordt steeds gezelliger! Mario
PS. Wij vernamen verleden maand in dit eigenste maandblad dat niet alleen Gunter Blanquaert (200° lid van de KWB, waarmee nog maar eens wordt bewezen dat werkelijk iedereen lid kan worden van onze hoogstaande vereniging), maar ook Ivan Rogiers nu de vrijdag gaat koken. Nu prijs ik me dubbel gelukkig dat ik me van de wachtlijst heb laten schrappen!
Zondag 7 oktober 2007. De B-kes
doen de route van Overmere: Eddy T, Geert B., Dirk H., Rudy blaas Declercq en
ondergetekende. Geen valpartijen, geen platte banden, een schoon zonneke, een
parkoers dat er proper bijligt, en heel wat gezwans. Maar ik heb te lang
gewacht met dit verslag te schrijven en moet u enkele goeie moppen schuldig
blijven. Om 9 uur vertrokken en om 11 uur al de hele route afgehaspeld. 25 per
uur mag gezien worden. Waar ik verleden week nog goed kon sleuren en gaten
trekken, moet ik deze week een paar keer op de tanden bijten. Omdat de Beize
gesloten is, rijden we naar de Woesten. In de Steenbeekstraat trek ik op de
kasseien eens door tot tegen de 40, maar ik wordt toch wel weer geklopt door
een Rogiers zeker. Degene die die heeft uitgevonden, heb ik ook al dikwijls
vervloekt. We verwennen onszelf en gaan op het terras van de Woesten zitten.
Passeert mijn vrouw toch wel twee keer zeker. Voor die ene keer dat ik ... Zo
in het zonneke gezellig zitten zeveren, wat kan dat toch deugd doen. En met
vier zwanzers gelijk Eddy, Geert, Ivan en Rudy is zeveren geen probleem. Mario
Zondag 14 oktober 2007. Massa’s mannen en vrouwen aan de start om naar de rit in Zeveneken te vertrekken. Rudy Rogiers was te laat, maar het is wel de bedoeling om hier soms eens iets nieuws te vertellen. Blijkt dat hij zich overslapen had, maar het is wel de bedoeling ...
Jan Willems trekt
in een lange wegel, net na de bevoorrading in Wachtebeke, kop. Is dat nu een
zogezegd super-ake? Jongens toch, dat gaat nu eens niet vooruit hé. Man, man,
man. Ik pak over en sleur de rest van de wegel aan de bende. Voor het eind van
de wegel is er geeneen die overpakt, dat wil toch al wat zeggen hé, maar als we
dan 90° links de kasseien opdraaien, een baantje dat me anders erg goed ligt,
ben ik tegen het einde daarvan al in laatste positie. Zo ben ik: altijd alles
geven in het leven. Doseren staat niet in mijn woordenboek. Diep gaan, daar
gaat het hem om, wat daarna komt, de nog diepere put, dat trekken wij ons niet
aan. Een man uit 1 stuk. Ahum, na 30 km laat ik dus de eerste bende rijden,
want op is op. Oeps daar is de tweede bende al: Geert, Tom, Dirk en Pascal, die
me indertijd, toen ik halfvervroren was - doordat ze mij hadden moeten duwen
wegens zware vélo-panne - met zijn auto nog naar huis gevoerd heeft. Die zijn
dus niet ver achter. Even verder hang ik daar ook al aan het staartje. Maar ik
ben toch kontent van mijn rit, slechts mijn derde sinds begin augustus, en met
een zwaar KWB quiz-weekend achter de rug. En ik ben toch in beeld geweest hé,
Fred. Man van de dag is Ivan, die de besten niet moet lossen en zelfs beter
wordt naar het einde toe. Tegen 12 uur zitten er 25 mountainbikers, mannen en
vrouwen, op het terras van de Beize, weeral in het zonneke. De zomer is
eindelijk begonnen! Mario Vaneechoutte
Euh, nog iets. Laatst, op mijn werk, het UZ, ben ik op weg naar een vergadering - een mens kan niet altijd werken, als er plots een auto stopt en ik herken Machteld. Er zit naast haar nog iemand, ik denk dus misschien Patrick Rambo Roels en kijk wat dieper de auto in. Bwaakes, is dat schrikken, een monster! Ah nee, het is toch Patrick, maar zijn rechtergezichtshelft is wel 2 keer zo dik als anders. Wat is er nu weer gebeurd? Patrick is nog niet zo lang geleden, met de fiets op weg naar het werk, op de Dendermondse Steenweg meegepakt door een auto die het fietspad vanachter een kamion opreed. ‘Ja’, broebelt Patrick, door de gezwollen lippen, ‘ze hebben me weer opgeschept, nu in Destelbergen’. Zou Osama Bin Roelandt hier achter zitten? Mensen, ik heb het al gezegd, met een gewoon autootje gaat dat niet lukken om Patrick om zeep te helpen. Die jongen is meervoudig Belgisch kampioen survival, dat spreekt toch voor zich? Probeer volgende keer met iets zwaarder materiaal. Een halfzwaar bulldozerke lukt misschien wel. Misschien ook niet, want ik hoop dat Patrick voortaan zijn helmpje opzet als hij over de verharde wegen raast met zijn fietske, zoals ik hem al na zijn eerste malheur had aangeraden. Nee, veel fietsgeluk is er het voorbije jaar ten huize Roels-Turneer niet bijgeweest, Patrick twee keer opgeschept en daarenboven allebei hun spiksplinternieuwe fiets gestolen, de eerste dag van hun verlof in Hongarije. Hopelijk volgend jaar beter.

Kalken
De modderfokkers
en de fokkemodders
Zondag 21 oktober 2007. Lokeren. Fris tot zeer fris, maar al bij al ben ik goed gekleed en heb ik er geen last van. En ja, weer heeft niemand heeft het gezien. Ik sta daar te blinken aan de kerk met mijn nieuw pedalen, maar niemand hé. ‘En, moet er weer niemand iets zeggen van mijn nieuw pedalen misschien?’, vraag ik dan zelf maar. Nu ja, Jan W uit W staat daar met zijn spiksplinternieuwe carbon-fiets, wie maalt dan nog om pedalen, alhoewel je met pedalen goed kunt malen, zeker met nieuwe. Alsof het nog niet erg genoeg is, begint Carla dan nog te lachen met mijn oud truike, het oubollige gele, terwijl de nieuwe al een paar jaar van die coole grijs-zwarte zijn.
Er staat een nieuwe, de schoonzoon van Dirk De Wilde. De nieuwe is zelf reeds een paar jaar fervent mountainbiker en ook reeds een jaar lid van de KWB, regelmatig lezer van de Kraak en de modderfokkerverslagjes, maar niet zeker of hij wel mocht mee doen. En wij die laatst nog een oproep gelanceerd hebben dat iedereen welkom is! Nog eens: iedereen is welkom en het is gratis. Afzien is gratis bij de KWB. Achteraf moet ge 5 Euro op tafel leggen om mee te drinken en kost het 1 Euro per keer dat ge in het verslagske vernoemd wordt, maar verder zijn er geen kosten, nietwaar Ivan, Ivan, Ivan, Ivan, Ivan. Nog maar net Kalken uit of Tommeke bommeke Vandenberghe draait zot. Vertel wat nieuws, zult u zeggen, hij moet daarvoor Kalken niet uit zijn hoor, maar ik bedoel het letterlijk: zijn body doorgetrapt. Danny Fackerdefack piest er eens op, nadat Tom helpen zoeken had naar Danny zijn gerief, want het was koud en bij Danny moet ge zelfs bij warm weer al zoeken, maar niets gebaat. (Het schaap in de wei ernaast zei het ook: niets geblaat). Geert zegt nog: Danny, Tom zijn stuurversnellingen zitten ook wat vast. Maar daar gaat Danny niet op in, want zo hoog kan Danny ook niet aan. Danny en Rudy Ossekaar Rogiers offeren zich op om Tom terug naar huis te duwen en een nieuw achterwiel te steken en hem dan opnieuw naar Lokeren op sleeptouw te nemen. Ze zijn ochgottekes maar 5 minuten na ons in Lokeren, al hebben Luc Krick en Jan W uit W toch aardig kopgetrokken voor de rest: Geert Schepens, Rudy Declercq, Ivan Ivan Ivan Ivan Rogiers, de nieuwe, Dirk Hanselaer en ikzelf. Hans Schellaert wacht ons op in Lokeren. Onze nieuwe gaat nogal fel tekeer. Kijk, zegt Ivan, Ivan, Ivan - sorry Ivan, die typmachien blijft hier hangen - daar rijdt er ene die we straks gaan mogen oprapen.
Danny op de weg en Rudy in het veld gaan inderdaad verschrikkelijk te keer. Kwestie van de nieuwe eens te testen. Maar die blijft er toch wel lang aanhangen. Het is geen kwestie van te kijken hoe goed hij rijdt, maar van te testen wanneer hij gaat kraken. Plots in de Waasmunsterse bossen:
KRAAK!!! Wat is
dat? Zit ons maandblad er zo warmpjes bij dat ze midden in de bossen van
Waasmunster een geluidswagen kunnen zetten om reklaam te maken? Dan vraag ik
hierbij stante peedee een vervierdubbeling van mijn pree als verslaggever. Even
rekenen, vanaf nu wil ik 4 x 0 Euro in plaats van 0 Euro, dat valt dan weer
goed mee voor de KWBee. Hans en ik zijn even achterop geraakt en kijk, daar
rijdt de reden van de kraak, de nieuwe is achterop geraakt, wij fietsen hem ook
voorbij en sluiten weer aan bij de bende. Rudy glundert, maar besluit dat we
die gast toch niet kunnen achterlaten, alhoewel de beekes hem straks wel zullen
oprapen. Wij denken dat het er nu toch ver mee gedaan gaat zijn, maar tot onze
grote verbazing blijft de nieuwe toch goed meerijden. Dankzij hem, door zijn
kettingproblemen na een km of 20, kan ik alleen verderrijden, want ik hing toch
al aan het staartje en wou me zoals verleden week laten uitzakken tot bij de
beekes, maar Rudy liet zich telkens uitzakken om me uit de wind te zetten en zo
weer bij de bende te brengen. Door voorop te rijden, kom ik even op adem denk
ik en hebben ze geen last van mij dat ze op me moeten wachten. Aan de
bevoorrading na 33 km, heb ik al mijn banaan, appelsien, koek, cake en drankje
op als de anderen aankomen. Ik rijd maar weer verder zeg ik even later, zo hebben
jullie geen last van mij en moeten jullie niet steeds op mij wachten. Het is
maar 12 km meer. Ik hou er een lustig tempootje op na, vlieg door de zandbak
waar andere mensen ter plaatse staan te trappelen en krijg er zin in. Nog 5 km,
nog steeds geen bende. Als ik nu eens echt goed begon door te geven? Achter mij
moet nu de finale losbarsten. Ik hoor het die mannen al denken: we gaan dat
toch niet laten gebeuren dat Mario ons voorblijft, hoe doet die dat? Nog 500
meter, nog steeds geen superaakes. Op 200 meter voor de aankomst is er nog een
bergske, 30 meter steil klimmen, 30 meter steil naar beneden. Er zit een man of
8 op dat bergske te sukkelen als ik er aan kom. Twee moeten afstappen, vier
rijden veel te traag. In de graskant steek ik ze links voorbij. De voorsten
slaan links af, dus ik moet mee, maar tiens dat is anders toch rechtdoor?
Tiens, die afdaling is niet zo steil als ik dacht. Tiens de laatste 100 meter
lijken er niet op. Nonde, dat loopt hier dood! Die mannen waren misreden en ik
kon niet anders dan meerijden. Zo verlies ik 2 minuten en natuurlijk, eer ik de
arrivee bereik staan de anderen daar al, zekers. De nieuwe nog niet. Hij moet
een minuutje of twee prijsgeven en blijkt daardoor toch ontgoocheld, zich
waarschijnlijk niet bewust van welk een prestatie hij geleverd heeft: van de
eerste keer mee met de groten. Als ik op mijn eentje rijdt, word ik nooit
voorbijgestoken, zegt Jurgen Heyndrickx, zo noemt de nieuwe, maar jullie moeten
toch wel de rapste bende van de hele toertocht zijn, zegt hij. Dat ge het maar
weet. Allez bon, als je al op dat niveau van in het begin meerijdt (67 km aan
26.2 induur), gaat ge rap nog wat bijkweken, zeg ik dan maar en Ivan zou dat
ook zeggen, mocht Ivan al zijn aangekomen. Mannen van de dag: Jurgen uit Laarne,
alias de nieuwe, en den dezen, die een paar minuutjes voorsprong had gekregen
en die tegen een briesende bende 25 km op zijn eentje heeft vastgehouden. Ik
zie het Ivan mij nog niet na doen, Ivan ook niet, Ivan nog minder en Ivan al
helemaal niet. Mario
(Ivan: ge moogt ook in Duvel betalen als ge wilt hoor, beste Ivan).
Zondag 11 november 2007. Het
Tonneke Wetteren. We
verzamelden aan het standbeeld ter nagedachtenis van de gesneuvelde soldaten.
Allen samen rijden we naar Wetteren, onderweg worden er nog verschillende
opgepikt, zodat we ondanks het minder goede weer toch met een omvangrijke groep
zijn. Eens aan de rit begonnen worden mens en machine flink op de proef
gesteld. Alle ingrediënten zijn aanwezig: slijk (moore), wind, water en een
lastig parkoer.
De B’s proberen wat aan te klampen bij de A’s, maar al vlug valt alles
uit elkaar. Op de Scheldedijk moet ik al een flink gat toe rijden. In
Schellebelle kan ik nog juist zeggen: “ter zijn er nog een paar achter”. We
hergroeperen dan ook voor de eerste keer. Mario blijkt al te zijn uitgevallen
met pech. Dirk Hanselaer, van tegenwoordig materiaalwagen, hulpverlener en
verstrekker van de laatste sacramenten aan de stervende, bleef nog bij hem om
te helpen maar Mario besloot terug te keren. De korste weg was natuurlijk de
Schelde over te steken. Dirk dacht nog het liedje gehoord te hebben: “Schipper,
mag ik overvaren ja of nee”.
Af en toe wordt er wel eens flink doorgereden. Als Tom VandenBerghe in
al zijn enthousiasme door de plassen vliegt tijdens het voorbijsteken van wat
zondagrijders, is er daar één die van zijnen neus maakt omdat er wat water op
hem en zijn veloken spat.
Bij een volgende stop, treffen we Jan Willems aan met pech, de pech kan
nog hersteld worden door Eric Van Gasse. En dan komt Dirk met de melding dat
ook Yvan Rogiers is uitgevallen met pech. Eric ontfermt zich over Yvan om hem
terug in Kalken te krijgen. Door al die pannes heeft Dirk al meer moeten
achtervolgen dan meerijden, ook bij Dimitri De Gucht gaat het niet zo goed
vandaag. Geert Schepens, Eddy De Clercq (ja dienen ouwen die ook meereed)
rijden goed mee. Net zoals Tom, maar die moet uiteindelijk de strijd staken
door pijn in de knie. En wie heeft hem laatst bijgestaan, ja inderdaad, Dirk.
Ik denk dat Dirk de PR van het

Kalken
Verslagen
Mountainbike (More-vélo)
Zondag 18 november 2007. Burcht. De A-kes spreken om 8.00 uur af voor een verplaatsing met de wagen naar Burcht. De B-kes laten het massaal afweten. Den ene gaat bij den andere gaan eten, er is er een van wacht, en de rest heeft geen goesting. Gelukkig kan ik nog rekenen op Mario. Die stelt een plaatselijk ritje voor naar Erpe-Mere, vertrek om 8.30u. Aangezien Mario de laatste tijd alle steun kan gebruiken, en een extra halfuurtje nachtrust mooi meegenomen is, laat ik hem weten dat hij mij mag verwachten. Zondagochtend ben ik nog maar net wakker als Mario belt. Hij is wa ziekskes, heeft zijn in- en uitgangen niet onder controle, “buikgriep”, zegt hij nog net, als hij weer naar de WC spurt. Nu moet ge weten, dat het zo al geen mooi zicht is, Mario op zijne velo. Maar als hij dan ook nog begint uit te lopen langs alle kanten, is het beter dat hij thuis blijft. Verandering van plannen dus. Ik krijg nog net Rudy te pakken, en vraag hem of hij me nog kan oppikken, als hij met de rest hier passeert. Een kwartiertje later komt hij terug, zonder de rest. Nul A-kes op het kerkplein. En ik die dacht dat de B-kes het lieten afweten. Als we even laten op de snelweg zitten, stelt hij voor om naar Kalmthout te rijden. Kwestie van de thuisblijvers eens goed jaloers te maken. Awel mannekes, zijt maar wreed zjaloers, want het was een prachtige rit. Door de bossen, over de heide, weinig of geen baan, en door stukken die voor de gelegenheid EENMALIG opengesteld waren. Als ik toch één minpuntje moet aanhalen, de bevoorrading trok op geen kl… Als ik sta aan te schuiven, hoor ik iemand voor mij zeggen (lees met zwaar hollands accent) “Ha, lekkerj, beschuijtjes. En er isj noch heerlejke soep ook, leuk.”
Er was ook nog Oxo, maar die was gelukkig al op. En dat was alles. Uit stil protest, laat ik het eetfestijn aan de hollanders, en hou het bij een slok uit mijn eigen pulle. Naar het eind toe, krijg ik telefoon van Rudy, hij is al aangekomen, en vraagt waar ik zit. Ik schat op een 5-tal Km, maar aangezien ik een keer verkeerd gereden ben, vraag ik aan een gast hoeveel hij er al op de teller heeft. (hollands) “ Nou, net geen feertig, nog effe op de tanden bijten, en we sjijn er. Het ligt er swaar bij, vin je niet??, vraagt hij nog. Ik zeg hem dat het, integendeel, zeer goed ligt, en dat het vorige weken heel wat erger was, met kilos modder in Zwalm, en beken water in Wetteren. Als het zo zwaar is rijdt hij niet, zegt hij nog. Maar ja, wat wil je, op beschuitjes,…. Op de terugweg in de auto, nagenietend van de prachtige rit, draagt Rudy mij op om toch een verslagsken te schrijven.
Kwestie van nog wat
exta zout in de wonden te gooien. Bij deze…. Ivan Reziers.
Naschrift. Nou, nou, Ivan en Rudy, toch effe late wete dat wij modderfokkers jullie tweetjes altijd heejle toffe en sjiempatieke broers hebbe gefonde. Tot nu.
Zondag 25 november 2007. Sint Amands. Om 8 uur aan de kerk. Normaal veel te vroeg voor mij, maar door de
overgang naar het winteruur toch een uurtje extra nachtrust gehad. Rudy
Rogiers, Rudy Vergeylen, Geert Schepens, en Nadine Fack staan ons (ikke en mijn
vrouwtje Christine De Schoemaecker) al op te wachten. Jan Willems zit al wat
aan zijn ketting te prutsen. Er zat een haperingske in een van de schakels, dus
moet die er van tussen. Omdat het maar niet wil lukken, steekt Rudy een handje
toe. “Ik zal het nog een keer tonen”, zegt hij, maar net als Jan eens omkijkt,
is het al gebeurd. Bescherming van het beroepsgeheim, noemen we dat.
Ondertussen komen Rita De Winter, Tom Vandenberghe en Ariane Vancoppenholle de
groep vervolledigen, en kunnen we vertrekken. Na het vervullen van de nodige
formaliteiten aan de inschrijving beginnen we onze rit, maar niet voordat de
Rudy’s de schommel in de plaatselijke speeltuin eens uittesten. Ik wijs hen
erop dat ik hetzelfde truitje als hen aanheb, en dat daardoor de aanwezigen ook
naar mij scheef staan te kijken. Het is een troost, dat degene die ons nu staan
uit te lachen, straks het lachen zullen verleren, wanneer ze voorbijgeflitst
worden. Het gaat van in het begin goed vooruit, en ik heb al een paar keer goed
afgezien, als ineens de ketting van Jan het begeeft. Dat gaat zo met die
materiaalfreaks. Het kan niet licht genoeg zijn, maar dat gaat natuurlijk ten
koste van de sterkte. Terwijl het depannageteam nog een schakeltje verwijdert
(weeral een paar grammetjes minder), rijden Tom, Geert en ik al verder. Het is
een schitterend parcours. We slalommen op en af de spoorwegberm van de
plaatselijke stoomtrein, glijden door de Scheldelandschappen, die we kennen
vanuit de TV serie, Stille Waters, kronkelen door de bossen, gehuld in een
rood-bruine herfstgloed. Je zou er zowaar poëtisch van worden. Ware het niet
dat er weer serieus doorgereden wordt. Na de tweede bevoorrading wil Tom nog
een derde rustpauze inlassen, en rijdt lek. Na het vervangen van de binnenband,
wordt gekozen om i.p.v. te pompen, een bommeken (persluchtpatroon) te
gebruiken. Een bommeken voor Tommeken. Maar het soupappeken van Tommeken is te
kort, alléz het ventieltje van zijnen band. Over da ander soupappeken ga ik mij
niet uitspreken. Zonder verdere problemen halen we den arrivéé, en vernemen
daar dat ook Rita pech had. Problemen met haar body. Niet dat er lijfelijk iets
mis is mee ons Rita, integendeel, maar met de body van haar achterkamwiel.
Alléé, om niet al te technisch te worden, versnellingsproblemen. Voor de rest,
prachtige rit, goede organisatie (tot zelfs rode strikken om afgezaagde
boomstronken te markeren) en veel leute. Zeker voor herhaling vatbaar. Ivan “Reziers”
Zondag 2 december 2007. Heiende Hemelrijk. Ne rit in Lokeren t' Hemelrijk 50 km. De naam zegt al genoeg. Met zes zijn we, namelijk Rudy R, Danny F, Patje R, Ivan R, Rudy V, en nog een plaatselijk coureurken (Steven De Landtsheer). De rest ligt nog in bed, mietses, te slecht weer!!!
Vertrek was voorzien stipt 8u30 maar ik had mijne wekker nie hoort. Door omstandigheden lag ik maar om 4 uur in mijn bed, da denk ik toch! Na een telefoontje zijn ze me dan thuis maar komen ophalen met veel lawaai en leute, want blijkt dat ‘t bier nog in mijn ogen stond hahaha. ‘k Had nie veel goesting maar allez ‘t is toch te slecht weer om in bed te blijven liggen!! goe zot ja!!!
De vlucht naar ‘t Hemelrijk was zoals gewoonlijk in orde, vollen bak en nie omkijken!! ‘k Zat al op mijn tandvlees en ‘t was amper 8 km rijden. Maar ik weet zeker dat ik nie alleen was, hé Ivan. Na de inschrijving bleek dat Ivan met platteband stond,en eerlijk gezegd, ik denk dat hij er niet kwaad om was, want we moesten nie wachten, zei hij, ik rij wel alleen!!!
‘t Parcour ging richting Overmere. Zelf kan ik nie veel vertellen over de eerste kilometers, want ‘k heb alleen maar moore en het achterwiel van Rudy gezien, als er geen moore in mijn ogen zat teminste. “ ‘t Is hier gene wandeltocht zulle, Fakky”, riep Rudy op een slecht stuk ter hoogte van Vogelzang. Wij konden wel blijven rijden, maar ja als je Danny en zijne techniek kent!! moe ‘k nie meer zeggen zeker. Maar een paar kilometers verder op nen slechten akker aan Lammeke, moesten ook wij als ervaren ratten van onze fiets, om tot aan ons knoesels door de moore te stappen.
Na 25 km moet Patje Rambo ook afhaken en neemt de splitsing van de 40 km, maar ja dien is nog in revalidatie en we rijden te hard, te zwaar parcour, te veel regenen, te veel wind of is 't oud worden? Een tijke later valt er nog een slachtoffer. ‘t Is Fakky, maar hij moe weer zeuren en snijdt de weg af over de spoorweg nog voor de Oudenbos terwijl Rudy, Steven en ik voor de slagboom van de spoorweg staan om Eddy T. te laten passeren met zijne trein. “ ‘t Isniemogelijk!! Domme Fack”, roep ik, wetende dant nog wa rapper zal gaan want Fakky Akkiem mag zeker nie als eerste toekomen. Al vliegend naar Danny zegt Rudy tegen mij: “’t Kaf moet van ’t koren.” Ja, maar mijn pijp is ook uit, zulle.
Na nog geen 5 minuten hebben we Fakky Akkiem te pieren, zu dood als ne pier! Hij was vergeten dat erna meewind ook tegenwind komt. “ ’t Isniewaar!”, hoorde ik hem nog roepen toen we voorbij vlamden zonder kompasse en zeker nie omkeken, hij moe maar nie zeuren, eigen schuld dikke bult.
Naar het einde toe waren er nog twee die dachten dat ze goe bezig waren, tot dat Rudy R. en
Steven ze op hun plaatse zetten, na nog geen km moesten ze al passen, de amateurs.
Fakky en ik zijn ook nog naar de twee amateurs toe gereden, er lag er al één van te spertelen. Ik dacht eerst nog dant Van Gasse E. was, maar da kon nie want hij lag nog in zijn bed en zou met zo'n parcours toch maar de 25 km rijden!!!!!!
Iets later moet Steven, onze coureur ook passen. Ik denk dat Rudy nog 2 of 3 tandjes overhad.
50 km in regen en met veel wind, allez ‘t is te zeggen da laatste heeft alleen Rudy R. ondervonden, want de rest zat in ‘t wiel en toch was ‘t weer eens leuk (om te zitten sterven).
Onze velo nog rap wa afspuiten, maar Rudy dacht dat ik wel een wasbeurt kon gebruiken, en Danny ne douche van mij en Rudy van Danny enz... natter kon toch al niemeer.
Vollebak windop naar huis (De Beize), niet beseffend dat we er nog twee mankeerden, namelijk Ivan en Pat, die de 40 km hadden gereden. Danny reed bij zijn Els, was te moe of te vuil, en ne coureur mag nie op café dus Steven ook naar huis. De twee echte, de Rudy's, gingen nog iets drinken, twee koffie's!! Nee ben nie ziek ‘k heb wel kou. Iets later komen er nog 2 verzopen ratten aan: Ivan en Patje. De laatste rijdt naar huis want de pijp is ook uit. Ivan kom wel nog binnen en besteld nog ne goen Duvel. “Van waar komde gij?”, vraagt Rudy: “zo nat en vuil!!”, waarop Ivan zegt: “We hebben zitten wachten op jullie in ‘t Hemelrijk. ....Ja, wachten zeker !!!!!!!
Einde verslag, nu
nog den apres. Rudy Vergeylen.
Kalken
Verslagen
Mountainbike (More-vélo)
Zondag 6 januari 2008, Driekoningen,
Gentbrugge. Ondanks de overvloedige regen van de
voorbije dagen, en het modderbad van vorige week in Sinaai, schraap ik toch
alle moed bijeen om met de fiets de verplaatsing naar Gentbrugge te maken. We
verzamelen om 8.30 u aan de kerk. Geen driekoningen, maar wel 3 Rudy’s:
Rogiers, Vergeylen en De Clercq. Geert-en Schepens en Bracke, Dirk-en Hanselaer
en Pieters, Luc Krick, Danny Fack, Patrick Roels, Jan Willems, Eric Van Gasse,
en ikzelf. De meiskes, Carla De Cock, Nadine Fack, Rita De Winter, Ariane
Coppenholle en Machteld Turneer, Patje zijn madam, zijn al met de wagen
vertrokken. Dan is er ook nog Frank Hanselaer, die kiest voor een familiale
uitstap met vrouwtje Petra Verbruggen, zoon Zeno, en nichtje Ninke. Mocht je
trouwens de Hanselaerkes tegenkomen, kan je Frank heel makkelijk herkennen. Hij
is diene gast tussen al die grote mensen. Met al bijna 20 km op de teller komen
we aan in Gentbrugge. Geert B. is ondertussen al eens lek gereden in Laarne. We
vertrekken in groep, en wij, B-kes, proberen zo lang mogelijk de A-kes te
volgen. Als ik na een tiental kilometer eens rondom mij kijk, merk ik dat ik
mij weer heb laten vangen, en als enig B-ken mee ben met de freaks. Gelukkig
heeft Eric even later pech (gevallen of zo???), en worden we weer bijgehaald
door de rest. Om mij zeker geen tweede keer te laten ‘verassen’, ga ik voor het
vervolg van de rit, resoluut in laatste positie zitten. Een goede positie voor
een verslaggever, blijkt even later. De A-kes zijn ondertussen alweer de piste
in, en op een glibberig stuk moeten we alle moeite doen om overeind te blijven.
Dirk Hanselaer doet echter iets te weinig moeite, en gaat sierlijk onderuit.
Beter zou ik het zelf niet kunnen passen, want hij schuift rustig verder, en
komt op zijn rug in de diepste plas van gans de rit terecht. Schoon met zijn 4
pootjes omhoog. De tuimeltrofee, die al geruime tijd in het bezit was van Geert
Bracke, wordt verdiend overgenomen door Dirk. Dat we staan lachen hebben, is
misschien veel gezegd, maar ik kan mij voorstellen, dat het zeemvel in sommige
koersbroeken, goed zal moeten absorberen hebben. De rest van de rit is nu ook
den tweeden Hanselaer makkelijk herkenbaar. Aan zijn bemodderde rug. Moe maar
voldaan, komen we terug naar Gentbrugge, en vandaar, in groep naar Kalken.
Hopelijk morgen geen stijve (buik)spieren, van het lachen. Ivan Reziers.
Zondag 20 januari 2008.
Kalmthout. Na een drassige
week is er gekozen om te rijden in het (droge) Kalmthout. Met droog bedoel ik
dan dat de zandgrond is omgetoverd in modder, maar in vergelijking met de
modderpoel bij ons is het aangenaam rijden. We vertrekken al vroeg, het is toch
een eindje bollen met de auto. We komen met Rudy Rogiers, Rudy Vergeylen, Hans
Schellaert, Eric Van Gasse, Yvan Rogiers, Geert Bracke, Geert Schepens, Gunter
Blancquaert (reeds enkele weken out door gemis van nen velo) en ikzelf aan de
start. We vertrekken allen samen. Al vlug wordt er vooraan flink doorgefietst.
Bij Geert S en Gunter B gaat het soms wat moeilijk. Geert B die gewoon is om de
zondag voornoen om 10 u al nen druppel te drinken, fietst goe mee. Ook Yvan
heeft goei benen. Ik heb ook zowat de gewoonte om achteraan te rijden en als er
gaten vallen op te schuiven naar voor (= onnodig wat krachten verspelen). Na 10
à 15 km doe ik dat nog ne keer en zonder het eigenlijk goe te beseffen
deserteer ik bij de B’s en rij met de A’s mee. Aan de bevoorrading zien we
elkaar allemaal terug, maar de A’s vertrekken iets vroeger. Yvan geeft Eric de
raad mee: “Als ge afzakt bij de A’s, zullen we U wel oprapen met de B’s”. Eric
antwoordt dan ook overmoedig: ”Het moet toch iets zijn, hé”.
Er wordt vooraan wel stevig doorgefietst, wat ik eigenlijk ook verwacht
had. Wat doe nu nen B bij de A’s, we zullen er hem ne keer afrijden is wel de
drijfveer. Doch eerst sneuvelen Eric en Hans, en blijven we met 4 over. Er komt
eens wat opschudding als Patrick het achterwiel van Rudy R raakt en dat bij 40
km/uur, maar alles loopt goed af. Bij de achtervolgers echter komt Eric ten val
en wordt, zoals voorspeld door Ivan, opgeraapt door de B’s, letterlijk dan. Het
was blijkbaar nen serieuzen stuik, maar Eric is wel wat gewoon hoor (ook op
gebied van vallen).
Op het einde moet ik ook het onderspit delven, ook Rudy V heeft het
moeilijk maar hij kan nog terugkeren. Ik daarentegen rij mij vast in de modder
(van moeite zeker) en kan het dan helemaal vergeten. Rudy R, Patrick R en Rudy
V zijn weg. De B’s met Eric en Hans komen wat later toe. Hoeveel is wat later,
2 consumpties en als ge weet dat we geen rappe drinkers zijn.
Eric ziet er na afloop eigenlijk een stuk ouder uit dan hij is en er
wordt zelfs gevraagd of zijn kleinkind ook heeft meegereden. Die
Kalmthoutenaren durven toch nogal wat zeggen hé.
Eens in Kalken aangekomen, blijft er voor de meesten geen tijd meer over
om nog een pilsken te drinken. Rudy De
Clerck.
Naschrift. Er bestaat nu ook een heuse mountainebike
morevélo club in Kalken, genaamd “de Modderfokkers”, of wat had je gedacht?
Voorzitter en levend stichter is Rudy Rogiers – hij leerde zijn volk modder en
kasseien vreten, ondervoorzitster Gerda Van Hulle – zij leerde Marc R. uit de
Krimineelstraat te K. kennen, secretaris en webmaster Rudy Vergeylen
(totdaarnogaantoe) en (maar here sta ons bij) penningmeester Danny Fack.
Sponsors zijn Hans Schellaert (boekhouder: wij moeten nooit meer belasting
betalen, Hans doet daar wel een ferm schel af), Rudy Vergeylen (keukens en
badkamers: elk jaar voor elk lid overhands naar keus een keuken of een badkamer
in ons huis), Tom Vandenberghe (drankenhandel: mijn eerste favorietste sponsor),
Els Hoogewijs (zelfstandige verpleegster: om de maand onze gratis spuit EPO, we
gaan ze kunnen gebruiken), Erik Van Gasse (voegwerken: euh Erik, ik vind dat
wreed sympathiek van u van te sponsoren, maar ons huis is al gevoegd, onzen
achterbouw ook al. Ik vond u zo al sympathiek, dat ware echt niet nodig
geweest), de Beize (dorpsherberg, mijn tweede even favorietste sponsor), en
last but not liest, Dimitri De Gucht, van de heiligen triek, voor als uw lamp
niet meer brandt. We hebben nog Electro Verhoeven gevraagd, maar Geert en
Isabel zeiden dat ze het niet nodig gevonden, omdat ze toch al gratis reclame
krijgen, dankzij onze verslagjes.
Er is ook al een website natuurlijk: http://77.75.126.135/~modderfokk/wb/.
Elk nieuw lid krijgt een bak Duvel van Tom, een half bierbonneke in de
Beize, een gratis spuit van Els – door Els zelf! - en een ticket voor gratis
bezoek aan de toonzaal van keukens RV.
Allen daarheen. Mario

Kalken
Verslagen
Mountainbike (More-vélo)
Zondag 27 januari 2008. Destelbergen. Met de fiets naar Destelbergen. We verzamelen om 8.30u op het
kerkplein. Rudy Rogiers, Rudy De Clerck, Rudy Vergeylen, Danny Fack, Hans
Schellaert, Patje Roels, Gunter Blanckaert, Dimitri De Gucht, Pascal ??, en
ikzelf. Machteld Turneer en Christine De Schoemaecker waren al voorop met de
fiets, zonder hun zondagsplicht te vervullen. Dirk Hanselaer was al op stap met
dochter Ninke, en de andere jeugdige Hanselaers, Zeno en Svevo, konden niet
wachten tot zondag, en hadden zaterdag de rit van 47 km al verkend. Bij de
start aan de sporthal Kristalbad laat Dimi zich verleiden mee te gaan met de
A-kes, en laat Rudy DC, Pascal, Rosten S, en mij achter. Na nog geen 2 km
worden we opgehouden voor een controle van de wielerbond. Gelukkig geen
alcohol-, of dopingcontrole, maar controle op de inschrijvingen. We krijgen een
kaartje, en moeten ons na afloop nog eens laten inschrijven. Gelukkig zijn wij
brave gasten, en doen we dat dan ook, maar ze moeten er toch geen gewoonte van
maken. Tegen alle verwachtingen, ligt het parcours er vrij goed bij, een
aangename afwisseling na de overvloedige modder van de voorbije weken. Als we
aankomen bij de bevoorrading, staan de A-kes alweer startensklaar. Enkel Dimi
heeft een beetje meer recuperatie nodig, zo’n dag of twee. De rest van de rit,
mag hij in ons gezelschap vertoeven, en bij momenten nog serieus afzien ook.
Dat komt ervan hé, boven uwen stand leven. Even later, bij het uitrijden van
een van de wegeltjes in Heusden, waarschuw ik mijn companen voor een obstakel,
en roep “Poalleken” (paaltje). We zijn nog maar net gepasseerd, als we het
achter ons serieus horen kraken. We keren snel terug, en zien de ongelukkige
gelukkig al weer rechtkrabbelen. Zijn fiets ligt nog ondersteboven een eindje
verderop. Hij komt er vanaf met wat blutsen en builen. Ofwel had hij ons niet
goed verstaan, een keek hij net op dat moment naar zijn pollekes, of zat hij al
een beetje kapot. We worden bedankt voor onze bezorgdheid, en kunnen onze weg
vervolgen. Terug aan de sporthal, staat de rest ons al op te wachten, en
vertrekken in groep, met Machteld en Christine huiswaarts. Om het tempo te
volgen, krijgen de dames, af en toe een duwtje in de rug, en nadat Patje en
Machteld de Comanstraat zijn afgeslagen, wordt de eindrush ingezet. Het duwwerk
wordt overgenomen door de professionals, en Danny en Rudy willen een zien hoe
rap da nief veloken wel kan. 38 per uur heb ik gezien, zegt Christine. Bij
nazicht op haar fietscomputerken blijkt het 41/u te zijn geweest, maar dan
durfde ze waarschijnlijk niet meer kijken. Goe geduwd, maar volgende keer toch
liever ietske zachter, want ik heb zeker drie dagen werk gehad om diene put uit
mijn vrouwke hare rug te wrijven. Ivan
Reziers.
Zondag 3 februari 2008. Hamme-Zogge. Met acht zijn we op Kalken Dorp aanwezig voor ne rit te Hamme -Zochte. Rudy R., Rudy DC, Yvan R., Rosten Senna, Geert S. en zijn vrouwke Carla De C. met CK en Frank VD nee nie Broeck !!!! maar Steen en ikzelf. Met de fiets maar Hamme- Zogge is omgeveer 17 km,en Carla als enige vrouw dat wordt terten. Mee jullie mee!!! bel nu de MUG maar al zei ze want,dat overleef ik nie. In Hamme stond ook Hans Schellaert allias watermanneken klaar voor de start samen met nog enkele meiskes nl. de 2 Christinen, Annemie, Ariane en Nancy.
Wij fokkers kozen voor de 55 km en de mothers 35 km, Carla en Ariane de 25 km, want Carla moest nog met de fiets terug naar Kalken.
Op het eerste stuk moesten we kiezen, rechts of links van nen grote plas water, eigenlijk moede niet kiezen gewoon Rudy R. volgen, maar dat wist Geert Schepens blijkbaar niet! Wij allemaal links van de plas en Geert rechts, resultaat!!! overkop!!!!! maar met goede afloop.
Aan de eerste splitsing namen de Beekens genoegen met 35 km, maar Gunter had het niet in de mot
en was mee met de Aakens voor de 55 km.
Algauw moest ook Gunter de pijp aan Maarten geven, maar Frank was daar niet kwaad om hij was niet inform,!!!!ik heb maar 100 km kunnen trainen !!! deze week zei hij!!. Waarop Rudy en ik antwoorden dat zijn er 100km meer als ons!!!!
Samen kozen ze dan maar voor de 40 km aan de volgende splitsing, ik dacht meteen nu zijn Hans en ik de volgende slachtoffers. De volgende zandstrook licht bergop of liever gezegd valsplat gaf Rudy er ne goe snok aan. Ik kon nog net volgen en riep !! get gij honger zeker !!! Hans kreeg het ook moeilijk.
Maar dan kwam eindelijk de bevoorrading, het leek wel een feestmaal!!! er was van alles en
nogwa te veel om op tenoemen. Op de baan over de E17 richting Sint Niklaas versnelde Rudy R. terug, ik was nog wakker en zag het aankomen, vork vaststellen nen tand of 2 bij en rijn tegen 50 km per uur austenblieft en da op mijn ou dagen k'moe er geen tekeningsken bijmaken zeker !!!!.
En dat was nog niet alles, voor ons reden ne man of vijf op het fietspad en juist als Rudy R. naast
hen is tegen 50 per uur, steekt er toch wel enen over zeker.
Nog awel dat Rudy ne goe coureur is want anders kwam dat nie goed, maar mee wat lawaai langs beide kanten van !!!keunde gij nie kijken kieken !!!en keunde gij nie roepen zot!!! komen we er zonder kleer scheuren vanaf. Oeeef!!
Een kilometer of zeven voor het einde hadden we de Gunter en Frank tepieren, juist voor de dijk te
Waasmunster. Normaal is dat een hel, dienen dijk,maar nu ligt er hij als bij wonder er heel goed bij,
toch maak Hans een stuurfout en valt en ik kan nie weg en val ook over zijne fiets. Weerom zonder kleerscheuren!! das kunnen vallen hé Eric. Eric is er niet bij,hij is ook net zoals Jan aan het revalideren van ne valing met veel snot !!! Het parcour was echt nen droom !!nie gene natten droom, weinig of geen moore, wie had dat durven dromen en dat in Hamme Zochte zoals Rudy R. dat zegt. Zochte is (voor de ene is dat volledig leeg zijn en voor de andere is dat moore)
Aan de aankomst staan de Beekes versteld, ze zien Gunter samen met ons toekomen, jawade
edde gij 55 km met die manen meegereden????
De Rosten zo fier als ne gieter jaja !!! (lacht). Het was toch weer ne schoone voormiddag......
Rudy Vergeylen
Intermezzo: de nieuwe
modderfokkersite: http://www.modderfokkers.net/index.php
En voor één keer laten we ook de vrouwen aan het woord. Eén keer, heb ik gezegd, hé! Want voor ge het weet, pakken die hier dat boekske over.
Zondag 10 februari 2008. Lille. Om 9 uur vertrokken we om nogmaals het bekende toertje te maken in Berlare Broek. Altijd mooi, zeker bij zo’n mooi open vriesweer. Gerda was tevreden dat ze er bij was. Op het kerkplein proefden we nog de sfeer van de grote groep, die 1 uur voor ons, wel de moed had om tijdig uit het bed te wippen en naar de Kempen te rijden. We reden de testrit, in versneld tempo en met een bijkomend lusje, voor de ‘fietsnamiddag voor ongeoefenden’ die doorgaat op zondag 16 maart. (Vrienden, kennissen, tantes, nonkels… allemaal welkom)
Terug in ‘t dorp, sleurde Gerda ons mee naar de Beize voor een aperitiefje (of meer dan 1?!)
Iets later kwam de vrolijke bende uit de Kempen, moe maar voldaan, de Beize onveilig maken.
Hopelijk kiest Rudy voor volgende week een toertje dichter bij huis, zodat wij er ook bij kunnen zijn. Christine Oosterlinck
Zondag 17 februari 2007. Sinaai. Annemie, Christine, Linda en Nancy.
Uitzitten op zaterdag en toch fietsen zondagochtend. Hoe voelt het?
Berenkoud!! (–6°) Veel te vroeg voor een zondag. Met veel
moeite een kijkgaatje in de vensters van de auto gekrabd. (een probleem dat er
niet is als je helemaal met de fiets naar Sinaai gaat, zoals de sportieve
mannen). Het is altijd mooi fietsen in de bossen rond Sinaai, zeker met dit
mooie weer: zon in een bevroren landschap. De paden lagen er hard bij,
paardenhoeven, tractorsporen en grote vastgevroren modderpartijen waar je met
een slalom omheen moest. De bevoorrading lag al heel vroeg in de rit, zodat we
het valse gevoel kregen dat we al halfweg of verder waren.
Na een 20-tal km toch maar eventjes gestopt om de mannen de kans te geven ons in te halen. Danny F. stopte even om heel bezorgd te vragen hoe we ons voelden. De Rudys en Co vlogen ons voorbij.
De jarige Rudy zat misschien met dezelfde vraag als ik in zijn hoofd: was er iets mis met de kwaliteit of de kwantiteit van de wijn? Aan het eind van de rit waren we toch wel ons Nancy kwijt zeker!! Gewacht, gegist, teruggereden, gebeld en lap… we vonden ons nieuwste terug bij de bike-wash! Ze had een beetje weg afgesneden!!
Dan maar naar de Beize: een jarige voorzitter, en weer te laat uit bed om foto’s te maken van de start op het kerkplein, en groten dorst, en curieus naar wat de andere madammen gefietst hadden, en… allé, reden genoeg om niet direct naar huis te gaan.
Op die verjaardagstaart wachten we nog altijd! (mag ook iets anders zijn)
Christine
Oosterlinck
Sfeerbeelden op: http://picasaweb.google.com/modderfotos
Zondag 24 februari 2008. Mol-Wezel. Zondag 8u00 waren van de partij: Nadine, Machteld, Rita, Carla en…. Geert… ja, inderdaad ocharme…. Tussen haakskens: er waren ook wat ‘zotten’ reeds om 7u00 vertrokken, Rudy V, Rudy R, Eric, Roste Senna, Hans, Jan, Tom, Patrick.
Was ginder in een feeeeestteeeent te doen (ja, die spraaaken daaaaar zoooo eeeeen beeeetje traaaag), zag er dik in orde uit, tot dat we (de vrouwkes) nog ne keer wilden een plasken doen voor de rit… wc was defect, we moesten ‘k weet niet hoever stappen om ook maar énen wc te vinden, begon meer om een tri-athlon te lijken….. En Geert maar wachten bij ons vélokes….
Oef... eindelijk de vélo op, maar alvorens op het parcour te geraken moesten we ons inschrijving afgeven, wa peisde de die van Kalken hadden natuurlijk ulderen naam niet ingevuld, en dat moest want dat was voor de verzekering… Gelijk 5 achterlijke daar staan sukkelen om toch maar dat papierken in te vullen…. Allez, ’t was al allemaal vlot verlopen (hmm…), we konden starten…
Rita, Geert en Nadine tegare, die gingen voor de 45 km, Machteld samen met mij, voor de 35km… en we waren vertrokken…
Prachtig biken!! Zijn bijna niet uit de bosjes geweest… Ik kan het u verzekeren, je had geen mogelijkheid om ne keer van uw pulle te drinken, want het was constant draaien en keren, omhoog en natuurlijk….. ja, inderdaad naar beneden… Was wel druk, met regelmaat werd ge daar ne keer de pas afgesneden.... Aan de stop zagen we Geert, die had de vrouwen achtergelaten.
Na de stop hadden we nog 18 ‘zeer schone’ kilometers te doen, en op 2 km voor het einde was er nog een extra stop om een "Tongerloo" te drinken, Daar zagen we nog met een flits de A-kes. Ik heb daar een sportdrankje gedronken, ge kent mij hé. Machteld, die heeft daar dienen Tongerloo binnen gekapt, awel, mijn ogen vielen bijna uit mijn oogkassen!!!!!!
Hup weer de vélo op, nog twee km en we waren der!
Daar kreeg je nog lekkere frietjes met een curryworst van mmmmmmmmora (na +-/ 45min schuiven… pfff…). Maar allez, ze waren echt lekker!
Het was dus weeral ne keer nen gezelligen
zondag!!! De afwezigen hadden ongelijk!!
Carla
Decock

Kalken
Verslagen
Mountainbike (More-vélo)
Zondag 24
februari 2004. Laarne-Kalken. Terwijl
een grote groep modderfokkers naar Mol zijn afgezakt, blijven er toch een paar
over om hier ter plaatse eens rond te fietsen. Mario ging volgens de e-mail van
do of vr zeker rijden, doch zaterdag is hij op andere gedachten gekomen. Eddy
ging ook nog eens proberen te starten. Even had ik gedacht: “Hij is er, maar
het bleek een oudere man te zijn met een klakke en damesfiets die zich voorbij
het kerkplein sleepte.” Uiteindelijk waren we toch met 4 om te starten (nee,
niet met kaarten). Zo verschenen Geert Bracke, Dirk Hanselaar, Luc Krick en
ikzelf aan de start.
We besloten de rode en blauwe BLOSO-route te rijden. Luc is herstellende
van een voetblessure en dacht eigenlijk alleen wat rond te rijden, maar voor
nen keer mag hij ook wel eens nen B zijn.
Dirk Hanselaar had nog een serieuze valling vast. Onderweg vertelde hij
dat alles aan het loskomen was, behalve zijn benen. Het was toch wel afzien voor
hem en zeggen dat men alles kan afzien van door de venster. Het parkoer lag er
goed bij, hier en daar was er toch nog wel een plas te zien, maar daar moet ge
niet in vallen, moet Geert gedacht hebben, toen hij achter Kattenheide een duik
pakte, in het zand wel te verstaan. Zonder veel erg kon hij weer verder
fietsen.
Ook vorige week ging Geert onderuit, nieuwe klikpedalen is de uitleg. Ik
gaf hem achteraf nog een tip dat het mogelijk is uw voornaam te laten
veranderen, bv. in Eric?
Als we de Dendermondse Steenweg kruisen, besluit Dirk om reeds richting
Kalken te fietsen om aldaar een douchken te pakken en naar de Beize af te
zakken. Dus met drie verder.
We komen dan dichter bij huis, en als ik mijn stal geriek wordt het
tempo toch gevoelig verhoogd.
Aan ’t krieksken, begint Luc zijnen velo raar te doen, maar we krijgen
hem er voorbij.
Dan nog wat tegenwind verwerken en we komen aan in De Beize, nog net
voor Dirk.
Ariane komt even later ook toe. Zij heeft ook hier een plaatselijke rit
gereden samen met man Dirk, maar deze wilde nog wat km meer doen. Dat belooft
als hij weer start, volledig getraind.
Tegen dat we moeten naar huis gaan, komt Gunter Blanchaar ook toe,
rechtstreeks van Mol. De A’s achter zich gelaten of zijn er toch minder km
gereden?
En we kunnen weer met een gerust hart genieten van een zonnige namiddag.
Rudy Declerck.
Zondag 2 Maart 2008. Sint Gillis Waas. De passage van de Omloop Het Volk aan de Druppel- en biertent bij Firma Vergeylen heeft blijkbaar inspirerend gewerkt. Iedereen die beloofde te fietsen, is present om 8.30 u. Iedereen, behalve Mario. Die blonk weer uit door zijn afwezigheid. Hij had nochtans gezworen op zijn Eerste Communie-zielken, 100% zeker, zonder mankeren, erbij te zijn. Maar onvoorziene omstandigheden speelden hem parten. Hij liet zondagochtend nog weten aan Rudy R.: “Mijn fietskleren liggen klaar, mijne velo staat te popelen van ongeduld, mijn vrouw wil mij buiten, maar ‘k voel mij nie goe. Ik zweet mij een malheur, en sta te bibberen van de kou.” “Kelderkorses” was de diagnose van Rudy. Met Mario erbij was den hoop nog groten geweest, maar daarom niet schoner. Toch veel volk. 7 meiskes en 14 mannekes. Het was dan ook een serieuze colonne richting Waasland, en niet makkelijk parkeerplaats te vinden. Danny F. had meteen de oplossing gevonden. Hij verrolde een paar afvalcontainers, om zo een plaatsje te bemachtigen, maar iemand van de organisatie had zijn maneuvers opgemerkt. Die dacht dat Danny een nieuwe caravan op het oog had, en gebood hem de containers onmiddellijk terug te plaatsen. Het was lang wachten tot iedereen ingeschreven was, en omdat het routine-kaksken van Patrick maar bleef duren, vertrokken we al zonder hem. “Hij zal ons sebiet wel inhalen” zeiden ze. Na nog geen 2 kilometer, ligt de pees er al goed op, en bij het indraaien van een veldwegel merkt Luc K. pas op het laatste moment dat er een draad tussen enkele paaltjes gespannen was. De remmen van zijn fiets pakken goed, die van hem iets minder. Bijgevolg, een speciale manier van afstappen, overstuur. Even later, het kaf is ondertussen van het koren gescheiden, stapt Geert S. ook speciaal af. Bij het opwippen van een trapje op een brug, heft hij zijn voorwiel net niet hoog genoeg, en gaat onderuit. Gelukkig zonder erg, want op den beton valt het minder zacht dan in de moore, volgens Geert. Het parcours is zo vlak als een biljart, maar de stevige kopwind, en de drassige dijken waarover we rijden, maken het toch vrij zwaar. Gelukkig hebben wij Rudy DC, die het kopwerk voor zijn rekening neemt. Op weg naar de tweede bevoorrading, we hebben ondertussen de wind in de rug, geeft diezelfde Rudy er ne serieuze snok aan (of krijgt hij een snokske), en trekt hij de snelheid op tot net geen 60km/u. 59 om precies te zijn. Niet slecht voor een B-ken. Andere B-kes aan de start, en nog niet vermeld, waren: Geert B, Tom VDB, Pascal dinges en ik. A-kes: Rudy V, Frank VDS, Eric VG. Gunter B hing er ergens tussen. Dames A: Rita en Nadine. Dames B: Annemie, Machteld, Linda, en Christine B&O.
Nog maar eens verslaggever, Ivan. (Mario, waar blijft ge???, en Marc???)
Zondag 9 maart 2008. Kalken. Zeg, beste Ivan, wij waren er alletwee, Marc en ik, waar zate gij? Oh ja, het druppelde een pletske, juist. Toertocht te Kalken zelve. De WTC Calckine slaagt er altijd maar in om weer mooie ritten in onze eigen streek te verzorgen, vertrekkende van de Sjatoo. Sjapoooo. Vooral rond het Wetteren-ten-Eedse waren er stukskes die ik nog nooit gezien had, wat niet wil zeggen dat ik er nog nooit gereden had, maar de halfbewusteloze toestand waarin de meesten onder ons op zondagmorgen proberen aan te klampen, verklaart veel.
Nee, Ivan, dit is prachtig weer, dat een mens nog eens het echte Flandrien gevoel geeft: wind, wind, wind en een beetje nattigheid, en af en toe wat veddige modder maar toch meestal goed berijdbaar. Tommeke bommeke VDB komt plots van een heel verkeerde wegel. “Vanwaar komde gij?”, roep ik. “Ik was verkeerd gereden”, antwoordt hij. Hij vliegt me voorbij. ’t Is eraan te zien dat ik 3 maanden geen veld meer gezien heb, denk ik. Even verder, bij een planteur, is er de keuze tussen effen beton (verborgen onder een laagje watermore) en ploeterdiepe modder. Ik zie hoe Tom het tweede gekozen heeft, en daar ik het eerste kies (OK, ik ben dan ook iets langer naar school geweest), vlieg ik hem nu voorbij, luid ‘Gij dommerik toch!’ roepend. Hij zal me niet meer terugzien. We veranderen zijn naam in Tommeke dommeke. De A-kes, Frank Van der Steen, Rudy Rogiers, Jan Willems, Bart Van Hecke, Patrick Roels, Rudy Vergeylen en Erik Van Gasse, die ik maar een km of 10 had kunnen bijhouden, staan nog niet zo lang aan de bevoorrading als ik aankom en ik vertrek zere were. Kwestie dat als ze me straks oprapen, ik misschien kan bijblijven. Ze rapen me op, maar laten me ook bijna meteen ter plaatse. Of ik nog ooit dat niveau haal, valt ten zeerste te betwijfelen. Sommigen twijfelen er zelfs aan of ik ooit dat niveau gehaald heb. Het wordt een rit op mijn eentje, want ik blijf de B-kes voor. Toch niet slecht na 3 maand afwezigheid. Geert S. is vlot met de A-kes tot aan de bevoorrading meegereden, maar na de bevoorrading vervoegt hij de B-kes, met name Roste Senna, Hans Schellaert en Tom VDB. Die van het spinnen met zijn oranje regenvestje, Marc, probeerde eerst bij de A-kes aan te klampen, maar moet dan alrap ervaren dat morevélo nog iet anders is dan zo een spinfietske in het droge. Hij ligt er al af, verkneukelt Rudy R. zich. Ja, het is een harde mannenwereld! Zoals gezegd, er is nog een Marc, met name Marc R., uit de Krimineelstraat te K., en toevallig is onze ondervoorzitster Gerda er ook.
Vanwaar mijn lange afwezigheid? Stress, overwerkt, slaapproblemen, vooral op het werk, depressie, ziekte, kelderkorse, kolderkerse, teveel gedronken, geen goesting, te weinig gedronken, noem het op of ik heb het gehad. En als ge dan zeker zijt dat ge mee gaat gaan, is het een rit waarvoor ge eerst 100 km met de auto moet rijden, om 7 uur uit uwen nest moet opstaan en pas laat in de middag terug thuiskomt, en waarvoor ik dus pas. Niets is mij gespaard gebleven deze winter. Gelukkiglijk heb ik nog geen last van impotentie, gelijk Marc en Ivan. Is dat niet wat jong, zult ge vragen. Mensen van hun leeftijd en al niet meer kunnen kunnen? Ik moet zeggen, ik verschoot er ook van toen ik het hoorde, alhoewel, van Marc veel minder. Ja, wat kunt ge eraan doen, hé? Peinst ge dat zij dat plezant vinden? Zit er maar mee, hé. En niets aan te doen. Nog een geluk dat het nog niet teveel mensen weten in Kalken.
Bij het binnenkomen in de Skala zit er naast ons een tafel vol mottige vrouwmensen, helemaal bemodderd en dat voor een zondagmorgen. Waar gaat dat naartoe met de wereld? Een ervan loopt dan nog de hele tijd rond met een kodak. Ha, nu herken ik ze, het is Christine Oosterlinck, beter gekend als Christine O, nog beter gekend van haar hoofdrol in Histoire d’O, en als medebezielster van de modderfokkers wepsaait. De anderen zijn Machteld, Annemie, Kristien en Nancy. Later komen nog Rita en Nadine binnen die gelijk de mannen de 50 km hebben gedaan. En nog later ook Carla, idem dito 50 km! Wat een geluk toch dat mijn vrouwke de zondagmorgen proper thuisblijft en voor mijn warm eten zorgt.
Ook de familie
Frank Hanselaer heeft het winderige regenweer getrotseerd en komt bemodderd
binnen, terwijl de bruine en blonde Enames vlot binnenlopen. Zou Danny nog zoek
zijn? Gisterennacht is hij vermist geraakt. Mario Vaneechoutte, al halvelings terug.

Kalken
Verslagen
Mountainbike (More-vélo)
Zondag 30 maart 2008. Kalken. Overijse. Ivan Reziers gaat proberen. Tom VDB gaat zeker. Dat hebben ze toch
gezegd op de KWB Trappistenavond. De Akes gaan zeker, want hoe verder, hoe
liever voor die mannen. Het is een prachtige rit. Om kort te gaan: ik ga me
niet laten kennen en om 8 uur sta ik aan de kerk met mijn auto en fiets
achterop geladen om naar Overijse te rijden. Pas op: het is juist zomeruur, hé,
dat wil zeggen 1 uur minder slapekes. Dat is toch wel karakter hebben, niet? De
enigen die er echter staan zijn Patrick en eega Machteld, Frank De Steen, en
Pascal Dinges van Overmere, Lippens geheten naar het schijnt. Die laatste staat
daar al van 20 voor 8 want hij komt graag op tijd die mens. Die is duidelijk
niet van ‘t Hussevelde afkomstig. Pascal en ik besluiten om dan maar niet mee
te gaan en te wachten op de plaatselijke rijders om halfnegen. Dat zijn Jan
Willems en Erik Van Gasse. Wijl Pascal en ik in ons auto zitten, krijgen die
twee daar een plensbui over hun koppeke. Dat belooft, want ze hadden de hele
morgen regen beloofd. Daarom dat Ivan toch niet uitpakt? Mis poes, want de rest
van de morgen blijft het lekker droog, alhoewel we de hele tijd in de spets van
ons velo’s op de natte baan rijden. We bellen naar Rudy R. Hij is op komst. Om
20 voor 9 is hij daar al! Slechts 10 minuutjes te laat. Dat noem ik pas een
stipte mens, zie. Pascal is ondertussen al een uur aan het wachten. We bellen
naar de andere Rudy van het Hussevelde, de genaamd Declercq. Die ging om 9 uur
met de beekes vertrekken maar omdat er geen respons was, rijdt hij maar met ons
mee. Hij zal tegenkomen. Wij laten ons auto staan en vertrekken langs de
Beekwegel en de Drabstraat richting Hussevelde. Als we bijna in het Hussevelde
zijn, gaat de gsm van Rudy R af. Het is Rudy D die op het kerkplein staat. Hij
heeft ons gemist want is langs de Schriek gereden. We gaan u tegenrijden zegt
onze wegkapitein. Kom af langs de Beekwegel en de Drabstraat, hé. Als wij al
halfweg de Drabstraat zijn, nog geen
Vijftig kilometer terten gelijk zot en de hele tijd 50 meter achterhangen en diene clerck rijdt met zijn vingers in zijn neus de hele tijd op kop, nog dwaze praat bij verkopend ook. Voor dat laatste moet hij ook al geen moeite doen, dat komt er bij hem uit gelijk eiers bij een kieken in volle leg. ‘t Is om een depressie van te krijgen, en ik was er juist weer boven. Erik Van Gasse valt al een hele tijd niet meer. Mensen die dit lezen worden verzocht om vlug (en lang en stevig) hout vast te houden. Ik probeer hem omver te rijden, maar niet gelukt.
In Heikant, word ik weer gelost hoe ik ook tert. Ik hou ermee op. Ik rijd de laatste 7 kilometer wel op mijn eigen tempo naar huis (voor de goede verstaander: de Beize). Maar Rudy R laat zich uitzakken en wil me weer op sleeptouw nemen. Rudy jong, laat maar, het is mij verleed. Ik laat me toch weer overhalen en Rudy brengt me terug in het kleine groepje. Als ik mee in het wiel van RR naar de kop rij, roep ik naar clerck :’En gij vanachter gaan rijden en dat ik u niet meer zie vandaag’. Die doet dat toch wel zeker. Soms maak ik toch nog indruk, soms heb ik wat gezag, meestal echter nog meer gezaag. Ja, ik zag al dat Mario weer dweers ging doen, zegt Rudy R en ik heb hem toch meegepakt. In volle sprint mislukt mijn tweede poging om Erik ten val te brengen.
In de Beize drink ik uitsluitend Orval. Geleerd op de KWB trappistenavond: meest suikerarme bier ter wereld. En bitter, want drooggehopt (jutezak met hop wordt 3 weken in de gistingsketel gelegd), voor echte bierdrinkers dus. Wat ik ook onthouden heb van de KWB-trappistenavond (awel die mens kon dat goed uitleggen, zie, de afwezigen hebben weeral iets gemist), is dat trappist drinken een daad van goede werken is, want de winst die de trappisten maken gaat naar het goede doel (wist u trouwens dat een deel van ons eigenste Parochiezaal met Westmalle Trappist is betaald). Wie daarentegen Duvel drinkt, de naam zegt het zelf, steunt Ivan Rogiers, wiens 4 Duvel aandelen elk jaar stijgen. Hij heeft ze ingekaderd en in zijn living gehangen (echt waar!). Elk jaar moet hij ze wat hoger hangen.
En doe mij nu een
plezier: ik wil de eerste drie weken geen rudy declercken meer zien. Het is mij
verleed! Mario Vaneechoutte
Als ik lustig thuis kom gefietst, vraagt mijn vrouwke: awel, gij waart toch vertrokken met den auto?
Miljaar, die staat nog op het kerkplein. Rats vergeten! Hoe zou dat komen? Orval?
Zondag 6 april 2008. Ter plaatse. Na een maand afwezigheid
door omstandigheden, ben ik er nog eens bij. Het weer belooft nochtans niet
veel goeds, en het is frisjes voor de tijd van ’t jaar. Toch veel volk op het
appèl. Eric VG, Geert S, Geert B, Rudy V, Pascal L, Frank VDS, Gunter B, Rudy
DC, Tom VDB, Bart VH, Patrick R, Marc R, en ikzelf. Bij de dames: Carla,
Annemie, Ariane, Christine B & Christine O, Linda, Nadine en Rita. 21 in
totaal, voor een plaatselijk ritje Berlare-Gratiebossen. Aangezien opper-A er
niet bij is (Rudy R is
Als ik hem
antwoord, dat een paardemuile zeker opvalt naast een ezelsmuile gelijk de
zijne, verstomt zijn gebalk. We vervolgen onze weg, en komen zo terecht bij de
zandbergen in Berlare, waar we ons nog eens kunnen laten gaan. Eerst een
klimmetje, dan de steile afdaling, gevolgd door een beetje slalom. Tommeke, die
met de reservefiets van Rudy V op weg is (die van hem ligt in panne ), is zo ‘n
hevig veloken nie gewoon. Hij verliest de controle, en wordt afgeworpen.
Hopelijk gaat het mee zijne nieuwen beter. Even verder, richting Lokeren, komen
we aan “De Pelgrim”. Iedereen weet al jaren dat we linksaf gaan, maar hoe hard
we ook roepen “LIIIINKS”, gaat Bartje gewoon naar rechts. Ik bekom bijna nie
meer van ’t lachen. Hoewel, als we even later beginnen aan de kasseistrook van
Vogelzang lach ik al heel wa minder. En nog minder als we aan het einde rechts
afslaan, voor nog een luske bij. Aan het einde van de rit zijn de beste pijlen
verschoten, maar gelukkig kan ik rekenen op een duwtje in de rug van mijne
gebuur Rudy DC. Voor mijn part, de man van de rit. In volle finale, de spurt is
ondertussen als lang ingezet, geeft hij hier en daar nog een duwtje, en gaat er
dan zelf vandoor om bijna nog eerste te worden. Bij de nabespreking in De Beize
vraagt men zich af wie vorige week gereden heeft. Alle deelnemers worden
genoemd, behalve een. “Ik weet het, maar ik kan nie op zijne naam komen” zegt
Pascal, “den diene die altijd voor de rit zijn kakske moe doen”. Iedereen weet
onmiddellijk wie hij bedoelt, maar weet U, beste lezer, het ook? De oplossing
van onze eerste prijsvraag kan u doormailen naar Ivan.Rogiers@telenet.be. Uit de
juiste inzendingen zal een onschuldige kinderhand (Mario) een gelukkige
trekken. Die wint een initiatie
Zondag 13 april 2008. St. Niklaas. Roste Senna, Rudy Rogiers, Jan Willems, Geert Schepens, Tom
Vandenberghe, Ivan Rogiers, Pascal Lippens, Rudy Vergeylen, Luc Krick, Patrick
Roels en ondergetekende. We vertrekken allemaal samen, maar gelukkig rijdt RV
een platte band. Wat een bovenste beste gast toch, die Rudy. Ik rij lustig door
zonder wachten en nog wat B-kes rijden mee. We blijven voor tot aan de
bevoorrading, waarna we weer allen samen vertrekken. Eerst rij ik nog goed mee,
maar op het eind ben ik de slapste. Is het de ouderdom, een slepende ziekte of
slepende remmen? Neen, achteraf zal blijken dat ik meerijd met een gescheurde
spier, waar ik al 2 weken mee rondloop. En toch nog meerijden, hé. Als er nog
zijn die denken te moeten beweren dat ik een mietje ben, of een watje of wat
dan ook, dan zullen ze eens met mijn gespierde scheur, euh, mijn gescheurde
spier in onzachte aanraking komen! Die gescheurde spier gaat wel weer over met
rusten en kinesist, maar Ivan is er erger aan toe. Die loopt al zijn hele leven
met een gespierde scheur rond. Vandaar dat hij al 3 zadels heeft afgebroken met
zijn achterwerk. Ik was juist aan
mijn kombak aan het werken, maar ik ga nog wat moeten rusten zeker. Mario Vaneechoutte
Zondag 20 april 2008. Aflevering 437 van de Actie-serie “De Modderfokkers”. Met in de hoofdrol Eric Van Gasse. Bijrollen werden vertolkt door: Geert Bracke, Geert Schepens, Rudy Rogiers, Tom Vandenberghe, Pascal Lippens, Frank Vandersteen, Patrick Roels, Luc Krick en Ivan Rogiers. Marc Roelandt stond ook op het kerkplein, maar omdat er voor hem geen rol van betekenis voorzien was, is hij met de dames vetrokken, om daarna op zijn eentje 55 km te fietsen.
We verzamelen onder een dun lentezonnetje. Omdat er in de nabije omgeving geen tochten ingericht zijn, stelt Rudy voor om de buurt van Serskamp nog eens onveilig te maken. Wij waren vorige vrijdag, met onze dames ook al daarheen gereden, en ik zeg dat het er daar toen vrij vettig bij lag. “Of ga je liever naar Sint Lievens Houtem”, vraagt hij. Serskamp dus!
Omdat de groep niet
te groot is, blijven A en B samen, en ik ben aangenaam verrast over de
conditie. Het gaat vrij goed, en kan als eens vooraan meedraaien. Dat is Eric
ook al opgevallen, en hij zegt dat het ook niet naar mijn gewone doen is om
voor hem te rijden. Nog geen 100 meter verder hoor ik achter mij een hevig
gerammel. We kijken om, en zien dat er iemand gevallen is. “Het zal serieus
zijn, want hij blijft liggen” zegt iemand. “Dan zal’t Eric zijn”, zeg ik, en ik
krijg gelijk. Die was dus wel in zijn gewone doen. Nu kon hij er dit keer
weinig aan doen, zijn stuur was in twee gebroken, en blijkbaar werkt dat de
baanvastheid niet in de hand. Na een noodherstelling kan Eric weer op de fiets,
maar verder mee met de bende zit er niet in. Exit Eric. We vragen aan Rudy hoe
het kan dat een stuur zomaar doormidden breekt. Het kan altijd dat een klein
scheurtje vergroot, en dan ineens,…. Krak, zegt hij. En misschien is hij al ne
keer gevallen met diene velo. Even later rijden we door een van de zware
stukken. Omgevallen bomen, modder, diepe plassen. Echt geen doorkomen aan op de
fiets, maar Tommeke denkt er anders over. Waar iedereen van de fiets moet,
probeert hij door te rijden. Resultaat, ne schone salto. Tom zit nog maar net
terug op zijne velo, als we aangevallen worden door een zot met een
jachtgeweer. Alléz, dat denken we toch, maar het is Rudy zijne band die
ontploft. Nog een depannage. Als we later Wetterenbrug overrijden, ik begin
mijne stal al te gerieken, stelt Rudy voor om nog een lusken bij te doen, om
toch minstens 50 km te halen. We rijden de Scheldedijk op richting Melle, voor
een beetje bijtrainen achter den derny. De snelheid gaat van 30, naar 35,..
38,.. tot 43 km/u met wind op kop. Wielertoeristen, met gladgeschoren benen, en
een superdeluxe koersmachine worden voorbijgeflitst alsof het niets is.
Waarschijnlijk zijn er deze namiddag weer koopjes te doen, want volgens mij
zetten die gasten hun fiets meteen te koop na zoveel affronte. Die vernedering
wordt mij bespaard, want ik kan nog net aanklampen tot aan de Beize, waar Marc
en de lady’s ons op het terras zitten op te wachten. Ik kan nog net in zijn oor
fluisteren dat hij de slimste was van ons 2. Ivan
Zondag 27 April 2008. Opwijk. Rudy
is redelijk vroeg, en ik een beetje later, dus perfect getimed, en kunnen we
samen naar Kalkendorp. Hij moet wel eerst nog een fietske gaan leveren. Vandaar
dat hij zo vroeg is. Ondanks het goede weer hebben velen afgezegd. Communie- en
andere feestjes, maar Tom VDB zal er zeker zijn, zegt Rudy, want hij zal zijne
nieuwe fiets willen showen. En ja hoor. Als we het kerkplein oprijden, zie ik
hem al staan blinken. Niet diene velo hoor, maar Tommeke zelf. Zoals verwacht,
weinig volk. Rudy Rogiers, Jan Willems, Rosten Senna, Tom Vandenberghe, en ik.
Gelukkig zijn er ook nog 2 superfreaks die al per fiets naar ginder zijn,
Patrick Roels en Frank Vandersteen. Die vonden de 80 km daar ter plekke een
beetje weinig. We beginnen onze tocht dus met 7, maar al van bij het begin
wordt er serieus doorgevlamd, en aangezien Tom, den Rosten en ik kiezen voor de
52 km, zijn de snelle vogels rap gaan vliegen. We krijgen een heel mooi, vrij
zwaar, en plaatselijk technisch parcours voorgeschoteld, met pittige
klimmetjes, snelle afdalingen, en smalle slalompaadjes tussen de bosjes. Zo
smal zelfs, dat ik op een bepaald moment zeg, dat hier ergens nog een wegeltje moet
liggen, maar ik niet weet waar. Na een 20-tal kilometer heeft Tom al
ondervonden dat zijn nief machien goe bolt en goe zit. Even verder misrekent
hij zich in een steil klimmetje, en mag meteen ook ondervinden, dat hij zalig
ligt ook. Met 21 km op de teller al onderuit, waarschijnlijk een nieuw record.
Nadat hij vorige week ook al in het zand (modder) beet, wordt hij een serieuze
concurrent van Eric VG. De rest van de rit verloopt zonder problemen, en waar
ik het in ’t begin redelijk kwaad had, gaat het naar het einde beter, en is het
Tom die het lastig krijgt. Den Rosten is al de ganse rit vrij goed bezig, maar
die heeft wa minder kilo’s mee te nemen, en wa meer kilometers in de benen. Als
wij na de rit wat zitten na te genieten in het lentezonnetje, komt er ineens
nen zombie naast ons staan. Na een tijdje herkennen wij Frank. Als nog wat
later hij zichzelf ook weer kent, vertelt hij dat het weer nie gewoon was,
“vliegen gelijk zotten”, en dat hij na de tweede bevoorrading moest afhaken, en
de rit inkorten. Maar dan ging hij wel straks nog, samen met Patje, met de
fiets naar huis. Ook gene gewone zulle. Ivan
PS. Gelukkig heb ik
Ivan nog net kunnen tegenhouden of hij schreef al rap ook al de verslagskes van
de komende weken. Mario

Kalken
Verslagen
Mountainbike (More-vélo)
Zondag 11 mei 2008: Erpe-Mere. 8 uur stipt. Het zonnetje schijnt en doet deugd. Toch zijn we maar met zijn vieren. Rudy Vergeylen, Eric Van Gasse, Geert Schepens en uw reporter, Ivan Rogiers. We wachten nog even, en 5 na 8 belt Rudy Rogiers dat hij een beetje later zal zijn wegens overslapen, en dat hij ons ginder wel zal zien. Net als we willen vertrekken komt Luc Krick het kerkplein opgereden, en zijn we compleet. Maar Luc zelf is nog nie compleet. Hij heeft zijne helm vergeten, en gaat die vlug nog even halen. Verstandige mensen beschermen hun verstand. Met wat vertraging kunnen we eindelijk vertrekken. Met de regiotoer van 6 juni in het vooruitzicht, is iedereen al goe aan het bijtrainen, en worden de afstanden serieus opgedreven. Vandaag rijden de A-kes met de fiets naar Erpe-Mere, doen daar een toerken van een kilometer of 55, en keren dan met de fiets terug. Wij rijden mee, en gaan ginder een korter ritje afwerken. Gunter Blanckaert wil zich een beetje sparen voor een lastige rit morgen, en neemt de wagen tot ginder. Als eindelijk iedereen ter plaatse, en ingeschreven is, kunnen we aan onze tocht beginnen. Ware het niet dat Rudy V. na 84 meter en 37 cm al lek rijdt. Nu kan ik best leven met een verpozing zo nu en dan, maar dit is er toch een beetje over. Het parcours ligt er poerdroog bij, en omdat ons groepke niet zo groot is, laten wij ons overhalen om ook de 55 te rijden. Hoewel de A-kes zeggen dat ze op het gemaksken rijden, beginnen de kilometers en het heuvelachtig parcours toch door te wegen, Maar met hier en daar een duwtje van Rudy, haal ik toch het einde. Tevreden over mij prestatie, doe ik er zelfs nog een schepje bovenop, en laat het aanbod van Gunter, om met de wagen terug naar Kalken te rijden, voor wat het is. De terugtocht hebben we de wind in de rug, maar het wordt toch nog serieus afzien. Met 95 km op de teller komen we aan in Kalken, en kan men mij beginnen reanimeren op het terras van De Beize. Na een half uurke stilte, en twee Ice-tea’s, begin ik er weer wa door te komen, en kunnen die Ice-Tea’s met iets smaakvollers doorgespoeld worden. Ivan Rogiers
Zondag 18 mei 2008. Asse. Deze
verplaatsing doen de normale mensen, Rudy Rogiers, Eric Van Gasse, Rudy
Vergeylen, Jan Willems, Pascal Lippens, Luc Krick met de wagen. Dit is echter
buiten Patrick Roels en Frank Van De Steene gerekend. Die rijden toch met de
fiets. Er is ook nog een nieuweling bij, Sven Van Hecke, broer van Bart. Die
wordt door moeder Linda aan onze voogdij toevertrouwd. Verder waren er ook nog
Danny Fack en Tom Vandenberghe, maar die zijn al een tijdje redelijk asociaal
bezig en waren een uurtje vroeger vertrokken, en de dames, maar die hebben hun
eigen verslag. De meesten gaan voor de 80 km, maar ik verkies de 55, en wanneer
het van in ’t begin er al weer serieus op zit, besluit ik niet langer aan te
klampen, en mijn eigen tempo (5 km/u trager ) te rijden. De regen van de
voorbije dagen heeft de droge parcours, die wij al een paar weken gewoon waren,
omgeschapen in bruine zeep, en als wij een eerste zwaar en spekglad stuk voor
de wielen krijgen, smelt alles weer samen. Wanneer we terug op de berijdbare
weg komen weet ik niet meer wie, waar zit, en vervolg mijn tocht alleen. Even later
komt Eric aansluiten, maar hij ziet er niet echt gelukkig uit. “Nie te doen”,
zegt hij, “ ’t is weer gelijk in mijn begindagen, al meer gevallen dan op mijne
velo gezeten, echt niets voor mij”, besluit hij. En ik kan hem hierin wel
bijtreden. Smalle wegeltjes met een laagje supergladde modder met hier en daar
een greppel en aan beide kanten prikkeldraad, vers geploegde mais- en
patattenvelden die voor geen meter bollen, gevaarlijke afdalingen en lastige
klimpartijen. Eerlijk gezegd, ook niet echt mijn ding. Als we aan de
bevoorrading aankomen, springen de A-kes net weer op de fiets. Sven, die het
eerste stuk met hen mee was (blijkbaar ook gene gewone), besluit zijn krachten
toch maar wat te doseren, en blijft bij ons. Na 30 km komen we aan de
splitsing, en heeft Eric er genoeg van. De rit van gisteren nog in de benen, en
geen goesting om hem de kop in te vallen, zegt hij. Toen waren we nog met 2.
Naar het einde van de rit toe, met nog een 10-tal km te gaan, merk ik plots dat
Sven een heel stuk achterop zit. Ik wacht hem op, en als hij terug aansluit
vraag ik hem of ’t vat af is. Nee, zegt hij, ik heb gewoon een beetje gegeten.
Even later is het weer van dat. Als ik hem vraag of hij weeral aan het eten
was, antwoord hij dat ’t vat wel degelijk af is. De rest van de rit doen we het
rustig aan, en op 6 km van het einde krijgen we nog een tweede bevoorrading.
Net als we willen vertrekken komt Pascal ook nog aangebold. Die had blijkbaar
ook moeite met zijn evenwichtsoefening. ”Als ik geen 10 keer gevallen ben, dan
ben ik geen ene keer gevallen”, zegt hij, dus den tuimelprijs voor deze week is
voor hem. Als we aankomen, blijkt dat de meerderheid dan toch voor de 55
gekozen heeft, en degene van de 80 zich misreden hebben, en op 67 km gestrand
zijn. Volgende keer misschien toch beter samenblijven? Ivan.

Kalken
Verslagen
Mountainbike (More-vélo)
Zondag 25 mei 2008. Hamme. Nee, Rudy heeft zich deze keer niet overslapen. Maar,… hij zal toch wat later zijn, want hij is zijn helm vergeten. Waren wel op tijd: Luc Krick, Tom Vandenberghe, Geert Schepens, Rudy Vergeylen, Dimitri De Gucht, en ik. We vertrekken met de fiets naar Hamme, en kiezen ter plaatse voor de rit van 55 km. Ondanks de regen van de voorbije nacht, ligt het parcours er overal goed berijdbaar bij. Behalve ter hoogte van Waasmunster. Daar heeft de plaatselijke Schepen van openbare werken waarschijnlijk een goede deal afgesloten met een of andere grindgroeve. Ieder wegeltje is bedekt met een dikke laag fijne steentjes. Als die steentjes een beetje vastgereden worden, zal het vast en zeker goed rijden zijn, maar nu bolt het voor geen meter. En het is nog heel voos sturen ook, precies los zand. Gelukkig is Eric er niet bij, en blijven we allemaal overeind. We houden er een deftig tempo op na, en tot mijn verbazing gaat het vrij vlot. Als Geert mij aan de bevoorrading zegt, dat hij al serieus op zijn tanden heeft moeten bijten, en Tom en Luc vinden dat de Rudy’s weer in vorm zitten, krijg ik nog wat extra courrage. We haspelen de 55 km af aan een gemiddelde snelheid van 25.6 km/u. Als we aankomen aan de plaatselijke kantine, stelt Rudy voor om maar meteen naar Kalken door te rijden. Tom wil echter eerst nog iets drinken, want vreest op de terugweg zonder nafte te vallen. Zoals altijd zijn we solidair, en drinken we iets mee. 6 Ice-Tea’s en 1 Cola, ik zweer het, echt waar. En waar zit die Christine nu mee haar Kodakske. Als er ne keer nen Duvel of ne Leffe op tafel staat, is het ’s anderendaags al te zien op ‘t internet, en nu dat we ne keer goe bezig zijn, noppes. Enfin, nadat we nog een beetje reclame gemaakt hebben voor onze Midsummer-ride, vatten we onze terugtocht aan. We bollen op ’t gemakske tegen 35/u richting Kalken en komen er aan met 95 km op de teller. Tijdens de nabespreking in De Beize weet Geert nog te vertellen dat Eric en Rita, die op reis vetrokken naar Griekenland, moederziel alleen op den vlieger zaten. De medepassagiers hadden gehoord dat Eric gewoon is om minstens een paar keer per week te vallen, en zagen het daarom niet zitten om met hem op dezelfde vlucht te zitten. Diene Geert, da is toch ook een klein

Kalken
Verslagen
Mountainbike (More-vélo)
Zondag 6 juli
2008. Halle en Gentbrugge. We verzamelen om 8.00u voor de verplaatsing naar Halle met de wagen. Het
belooft een mooie, maar zware rit te worden, dus heb ik nog mijn twijfels.
Misschien wacht ik wel tot 8u30 om dan met de rest, Geert Bracke, Tom Vanden
Berghe, Rudy De Clercq en Mario Vaneechoutte naar Gentbrugge te rijden.
Ik kies toch maar voor de verre uitstap, samen met Rudy Rogiers, Rudy
Vergeylen, Jan Willens, Gunter Blancquaert, Sven Van Hecke, Eric Van Gasse,
Dimitri De Gucht, nieuwkomer Filip Buysse-Snacks, en als enige dame, Rita De
Winter. Ter plaatse kunnen we kiezen voor de 35 – 55 en 80Km. De Rudy’s, Jan en
Sven kiezen resoluut voor de 80, Eric twijfelt nog en den Rosten, Dimi en ik
gaan voor de 55. Filip en Rita eveneens de 55, maar aan een ietsje gematigder
tempo. We zijn nog maar een 5-tal kilometer verder als we als splitsen. Niet zo
simpel, zou je denken, ze zijn er hier in Brussel-Halle-Vilvoorde al maanden tevergeefs mee bezig, maar voor ons, geen enkel
probleem. Problemen waren er wel voor Eric, die zijn valling maar niet kwijt
raakt, en voor Rudy V, die zijn versnelling niet op de kleine plateau krijgt,
toch wel nodig bij sommige steile klimmetjes. Na de eerste bevoorrading
besluiten zij dan ook om toch maar voor de 55 te kiezen, en bij ons te blijven.
Spijtig voor mij, want ondanks hun mankementen wordt het tempo toch wat
opgedreven. Een gaatje laten in de beklimmingen, en dan, in de afdaling terug
aansluiten. Tot ik Eric op een afdaling op superslechte kasseien bijna zie
onderuit gaan. Typisch Eric, denk ik, maar enkele tellen later, op exact
dezelfde plaats, maak ik exact dezelfde slipper. De volgende afdalingen doe ik
het toch wat voorzichtiger, met in het achterhoofd de gedachte, nog 1 weekske
werken, en dan gezond in congé. Na nog veel bergafkes, en zeer veel
bergopkes, we waanden ons bij momenten in de Ardennen, rondden we de rit af met
precies 55 km op de teller. Bij de supermoderne fierscomputerkes kunt ge niet
alleen de afstand e.d. aflezen, maar ook de hoogtemeters. Dit is het totaal van
alle hoogteverschillen bij elkaar opgeteld. Dat bleken er bij ons zo’n 750 m te
zijn. Als je dan rekent dat een huis ongeveer 7.5 m hoog is, wil dit zeggen dat
je 100 keer over je huis rijdt. Op zichzelf is dit nog te doen, maar die
dakgoten zijn er teveel aan. Waarschijnlijk is het een van die dakgoten die
Rita parten speelde. Ergens ten velde heeft zij een betonnen paaltje op een
kopstoot getrakteerd. Zelf hield ze er een bebloed oor en truitje aan over,
maar ik heb van horen zeggen dat het paaltje er veel slechter voorkwam. Straffe madam. Voor
ne keer dat Eric rechtop blijft, neemt zijn vrouw de fakkel over. Na lang
wachten komen ook Jan en Sven aan. Rudy heeft materiaalpech gehad, en moest
gedepanneerd worden. Een snee van 3 cm in zijn band.
Later horen we ook nog zeggen dat Geert Bracke
in Gentbrugge ook problemen had met een paaltje. Resultaat: 1 week vroeger in
congé. Zo kunt ge het dus ook oplossen. Ivan Rogiers.
Zondag 31
augustus 2008: Wachtebeke-Sidmarbossen. (grote prijs Rudy De Clercq )
Wegens
tijdsgebrek (vakantie) is het al een poosje geleden dat er nog een ritverslag
verschenen is, maar op algemeen verzoek, nu weer op post. En het zal meteen de
moeite zijn. Met enkel de namen van de 21 deelnemers vul je bijna een boekje.
Bij de meiskes: Carla, Rita, Machteld en Christine DS. Bij de mannekes: Rudy R,
Rudy DC, Dirk H, Geert S, Tom VDB, Luc K, Jan W, Eric VG, Pascal L, Sven VH,
Dimitri DG, Eddy T, Patrick R, Frank VDS en ikzelf. Dany Poelman fietst ook al
enkele weken mee, en er was ook nog een debutant, Thomas Bisschop, die
herstellend is van een voetbalblessure, en revalideert op de fiets. Rudy DC
stelt voor om de B-kes op sleeptouw te nemen naar zijn prive-bos in Wachtebeke.
Bij gebrek aan inspiratie mogen de A-kes mee. We vertrekken rustig langs de
Steenbeekwegel en komen via het Drabstraatje in de Scheestraat terecht. Als we
ter hoogte van Hussevelde tegen 32 km/u de brug aanvatten, verwittig ik onze
nieuweling dat we straks bovenop de brug waarschijnlijk boven de 35 zullen
gaan, en dat de A-kes dan wel op kop zullen zitten. Niet dus. Hebben ze geen
goesting, slechte benen, een slecht karakter? Of gaat het gewoon rap genoeg.
Hoe dan ook, ze blijven koppig vanachter zitten. Rudy DC laat het niet aan zijn
hart komen, en doet op zijn gemaksken het kopwerk zonder onder de 30/u te
komen. Als even later Patje lek rijdt, krijgen we tijd voor een hapje en een
drankje. We vragen aan Thomas hoe het gaat, en hij vindt het redelijk
meevallen. Na de depannage zet Rudy zich opnieuw op kop, en brengt ons zo naar
zijne bos. Daar begint hij te draaien en te keren, slalommen tussen de bomen,
bergje op, bergje af, enfin, schoon toerken. Ware het niet dat juist nu, die
A-kes voor de wielen komen rijden. Typisch, gans den tijd zitten
wielekeszuigen, en als ’t leutig wordt, dan zijn ze daar. Als we het bos
uitkomen vraag ik of hij, ofwel zich misreden heeft, of dat hij al een paar
keer komen proefdraaien is. Zijn lachje verraad, dat hij grondig voorbereid
was. Als ik mij even laat uitzakken, zie ik een rood aangelopen Thomas. Ik
vraag of het nog meevalt, antwoord hij dat hij al ne keer dood is gegaan.
Courage, zeg ik, nog twee keer en we zijn thuis. Hij bijt zich vast in de
wielen, en met hier en daar een duwtje lukt het wel. Voor de finale hebben we
een snood plannetje. We zullen afzakken via de Boombos, en daar in de smalle
straten, met enkele brede ruggen de doorgang blokkeren. Dat is zonder Patje
gerekend, want da is zo ne gladde paling, dat hij er toch nog tussenglipt. Sven
VH gaat er achteraan, en ik heb ook nog 1 cartouche. Ik plaats mijn
versnelling, maar stel rap vast dat mijn cartouche maar een poerken is, en word
al snel weer ingehaald. Van ’t verschieten zelfs niet meer gezien wie de spurt
gewonnen heeft. Onze nieuweling haalt het tot aan De Beize, ziet ondertussen
niet meer rood, maar eerder wa bleekskes. In plaats van revalidatie werd het
bijna reanimatie. Als reporter ter plekke, ga ik bij de nabespreking op zoek
naar weetjes voor het verslag. Iemand weet mij te vertellen, met glinsterende
oogjes van de binnenpret, dat Rudy R. onderuit gegaan is, en dat niemand, enkel
hij het gemerkt had. Ik vraag hem of dit wel de moeite is om dit te melden.
T’zalwelzijn, zegt hij, dit is het nieuws van de dag. Dus, speciaal voor Jan,
geen koptitel maar een voetnoot.
RUDY
ROGIERS MAAKT KNIEVAL TE WACHTEBEKE.
Ivan Rogiers
Kalken
Verslagen
Mountainbike (More-vélo)
Zondag 21 september 2008: Kalkenkermis, dus plaatselijk. Het kermiskraam van De Modderfokkers
heeft zoals verwacht slachtoffers gemaakt. Het waren vooral Rudy V en Rudy DC
die zich lieten ver(r)assen door de Vedett. Maar ja, dat zijn nu ook wel twee
vedetten. Toch nog met zijn twaalven voor een plaatselijk ritje richting
Serskamp. Rudy R, Dirk H, Jan W, Eric VG, Pascal L, Geert S, Mario VE, Dimi DG,
Luc K, Dirk De Boever, Chris Laureys en ik. Ook nu weer nieuwe gezichten. Dirk
is een buur van Geert en Carla, en wilde wel eens weten hoe het kwam dat deze
elke zondagmiddag zo bemodderd thuis kwamen. Ondertussen weet hij het al, en
heeft hij de smaak te pakken. Chris woont al een jaar of 15 op Kalken, maar
kende tot nu toe nog bijna niemand. Wel begrijpelijk, als je weet dat hij woont
in de Hogendries, en de buurman is van Guy Roels. Zeg nu eerlijk, als Guy de
eerste Kalkenaar is die je leert kennen, zou jij dan nog verdere pogingen
ondernemen? Maar nu dus al voor de 2e keer op post. Zijn vertrouwen
in de mede-Kalkenaren lijkt hersteld. We vertrekken aan een deftig tempo, maar
al van bij het begin heb ik het vrij lastig. Rudy was zo goed om vorige week
mijn remblokjes te vervangen. Deze waren echter een ietsiepietsie dikker dan de
vorige, en slepen bijgevolg voortdurend tegen de remschijven. Goede training,
maar verdomd lastig. Ik ben er dan ook niet echt rouwig om dat ik na 15 km lek
rij. Bij de herstelling merken we dat niet alleen in de binnenband, maar ook in
de buitenband een serieus gat zit. Normaal wil dit zeggen, te voet naar huis,
maar een Modderfokker is niet voor één gat te vangen, zelf voor geen twee. Een
stuk van de kapotte binnenband wordt voor het gat in de buitenband gestoken, en
met aangepaste bandenspanning kan ik terug de fiets op. Niet meer mee met de
bende, maar kortste weg naar huis. Daar een nieuwe band gelegd, en dan nog een
klein toertje, met als eindbestemming, De Beize. Daar zit de rest mij al op te
wachten.
Het eerste dat Jan W mij te vertellen heeft (weer hij dus), is dat Rudy
R, bij een afdaling op het MTB parcours aan de Warande in Wetteren spectaculair
over kop gegaan is. Hij zal toch niet de vallende ziekte hebben, zeker? Het
bleek wel om een zeer technisch stuk te gaan, en dat er slechts 3 geprobeerd
hebben. Twee rijdend, Jan W en zowaar Eric VG, en 1 rollend. De meesten wilden
zich sparen om deze namiddag fris aan de kermis te kunnen beginnen, en vonden
een ritje van 52 km voldoende. Ikzelf haalde er nog 45. Maar rekening houdend
met de compensatiecoëfficient van 1.23 voor mijn slepende remmen, en 1.09 voor
de half opgepompte achterband op de terugweg, kom ik uit op een respectabele
60.33 km. Als je dan weet dat hun eerste drankje nog niet leeg was, hoewel
sommige gasten rap kunnen drinken, waren ze nog niet lang binnen, en heb
eigenlijk ik de spurt gewonnen. Goed hé. Ivan Reziers.
Eind oktober 2008. Sint Amands. We waren met, laat eens zien één, twee …. veel
om naar Sint Amands af te zakken. Frank VDS, was van gedacht dat we om 8u30
gingen vertrekken i.p.v. de 8u15 die was gesteld, gelukkig was hij keurig op
tijd voor dit startuur en konden we stipt vertrekken. Na het inschrijven kunnen
we ginder ook direct vertrekken, alé de B-kens toch, want de A’s moeten wachten
op Patrick (patjen in de volksmond). Hij had wat last met moeder natuur.
Dus we vertrekken met Kris, Ivan, Pascal, 2 X
Geert, Tom, Jo, Thomas en ikzelf. We zijn terug zoals opgejaagd wild, want de
anderen zullen ons inhalen. Na
De zaterdag ben ik namelijk ook gaan rijden
met Danny Poelman (zo Danny uwen wens van eens in het verslag te staan, is
uitgekomen) en nog 2 andere charels op de weg. Zij met de koersfiets op
tubebanden en ik met de mountainbike met crossbanden. Danny ging zo te keer dat
ik mijn uiterste best moest doen om mee te kunnen. Dit ter zijde en terug naar
het verslag.
Bij de bevoorrading kunnen we ons terug
hergroeperen. Enkel Jo blijft volharden om met de snelle mannen mee te fietsen.
Pascal laat ze stillekens vertrekken en moet dan maar met ons meerijden, ook
Patjen en Patjen junior rijden mee, en junior doet het helemaal niet slecht tot
hij en zijn pa achterblijven bij een lekke band. Ook Kris zet een goede
prestatie neer, hij kan soms al eens van het parkoer genieten, zo genieten dat
hij zelfs de grond wil kussen tot 2 keer en bijna 3 keer toe gaat hij tegen de
vlakte (zonder erg, ge zijt modderfokker of niet). Thomas begint alle kleuren
van de regenboog te krijgen, maar hijzelf ziet waarschijnlijk maar één kleur,
zwart. Na enkele pogingen om wat te duwen geef ik het op om de groep samen te
houden. Tom, Geert en Pascal zullen nu al andere remblokken moeten steken. Toch
hebben we kunnen genieten van deze mooie rit in bosrijk en minder bekend gebied
voor ons. Ook, Carla, Ariane, Machteld, Rita en Nadine hebben van dit schoons
genoten. In de Beize werd er luidruchtig nagepraat over alle prestaties, maar
wat zoudt ge willen met zo’n bende eer dat elk eens iets heeft gezegd. Rudy
Declerck
Zondag 2
november 2008. Toertocht te Belsele. Na de massale opkomst van de vorige weken, is het nu eerder kalmkes. Twee
meiskes, Rita De Winter en Nadine Fack, en 8 mannekes, Eric Van Gasse, Rudy
Vergeylen, Geert Schepens, Luc Krick, Mario Vaneechoutte, Jo Roels, Jan Willems
en ikzelf. Aan het weer zal het niet gelegen hebben, want in tegenstelling tot
het miezerige Allerheiligenweer van gisteren, is het nu zelfs vrij mooi. De
dames met de wagen, en wij per velo naar Belsele. Aan de inschrijving is het al
meteen zeer druk. Veel deelnemers dus, en dat zullen we geweten hebben. Als we
kort na de start een bosje worden ingestuurd zitten we al meteen in de file. In
plaats van zigzaggend tussen de bomen te flitsen, is het nu surplacend
aanschuiven. Ook niet gemakkelijk, ondervindt Luc Krick, want bij het kruisen
van een greppeltje gaat hij half overkop. Hoe kan je nu half overkop gaan,
vraagt u zich waarschijnlijk af. Wel, het voorwiel van de fiets blokkeert, het
achterwiel komt omhoog tot in de nek, en dan stap je over je stuur af. En als
deze uitleg niet geheel duidelijk is, vraag je maar eens aan Luc om een
demonstratie. De hoofdrol in dit verslag is echter weggelegd voor Mario. Die
zit serieus zijn kas op te fretten omdat het niet vooruit gaat, en vraagt om
een beetje door te rijden, omdat hij voor donker wil thuis zijn. Als hij even
verder, aan een volgend greppeltje enkele bevallige jonge deernen opmerkt, gaat
ook hij voor de bijl. Zoals hij een goeie 20 jaar geleden viel voor zijn
vrouwtje Chris, valt hij nu weer voor al die charme. Letterlijk deze keer.
Gelukkig zonder veel erg. Geen kwetsuren, enkel zijn ego een beetje geschonden.
Proficiat Mario, een nieuw record. Een valpartij na nog geen kilometer. Eat your heart out,
Eric. De rest van de rit blijft het zeer druk, en als we na een kleine 30 km op
het parcours aan de bevoorrading komen, besluiten we de resterende 17 km niet
meer af te werken. We nemen van daaruit de kortste weg terug naar Kalken.
Kwestie van toch nog voor den noen een Ice-Tea-ken of iets anders te kunnen
nuttigen. Twintig km heen, 30 ter plaatse, en nog eens 20 terug volstaan voor
een zondagmiddag. Jan Willems neemt het meeste kopwerk op zich, en trekt bij
momenten ferm door. Er zijn er zelfs bij die het moeilijk krijgen, ik vooral.
Na al dat kopwerk slaagt hij er zelfs nog in de spurt te winnen. Allee, dat heb
ik toch horen zeggen. Proficiat Jan, al telt dit maar voor half, want Rudy was
er niet bij. Ivan.
Zaterdag 15 november 2008. Steenhuize. Voor zaterdag 15/11,
hebben Geert Schepens en ikzelf afgesproken om een ingerichte rit te rijden in
Steenhuize. Op de rondgestuurde mail is er maar één modderfokker op afgekomen,
nl. Pascal. Met ons drie zakken we af richting muur van Geraardsbergen, ja want
die zit er ook bij alsook de Bosberg. We kunnen er kiezen tussen 25, 40, 45 of
Zondag 23
november 2008. Kalken. Plaatselijk ritje. Je mag het niet onderschatten, ritverslagskes
schrijven. Vroeger was dat veel makkelijker. Marc zat een beetje op de kap van
Mario, die op zijn beurt mij een beetje zat zwart te maken, waarop ik dan
gewoon vertelde wat die twee echt uitstaken. Dat was meestal al erg genoeg.
Maar nu M&M er steeds vaker de brui aan geven, is het vaak een gevecht
tegen het blanke blad. We hebben nog geprobeerd met talent van buiten Kalken
erbij te halen, namelijk Eric Van Gasse. Die stond in zijn beginperiode garant
voor minstens enkele tuimelperten per rit, maar nu die de laatste tijd al
zonder steunwielekes kan rijden is de pret er af. Daarom deze oproep:
“Vrijwilligers gevraagd”. Zie jij het zitten om 1 keer per week, pispaal van
dienst te zijn, het mag eventueel in beurtrol, laat dan snel iets weten. Alvast
bedankt op voorhand.
Voor vandaag belooft het toch een specialleke te worden. Het heeft
vannacht een beetje gewinterd, en de wegen liggen er plaatselijk spekglad bij,
dus spektakel verzekerd. Rudy De Clercq, Jan Willems, Geert Schepens, Frank
Vandesteen, Rudy Rogiers, Karel Verhoeven, Hans Schellaert, en ikke verzamelen
op het kerkplein. Rudy DC merkt daar pas dat hij zonder helm op weg is, maar
omdat een slippertje vandaag niet uitgesloten is, besluit hij die toch maar op
te halen. We vertrekken via de Steenbeekwegel en het Drabstraatje, en komen zo
in de Scheestraat. Daar heeft Rudy R. een nieuw naambordje, De “Zauwwegel”
opgemerkt, en besluit deze even te gaan verkennen terwijl wij Rudy DC gaan
oppikken op ’t Hussevelde. Als we even later terug samen zijn, hebben we er een
wegeltje bij. De rit zelf verloopt vrij rustig. Voorzichtig schaeverdijen* op de
weg, en waar het kan eens goed doorgeven. Als we na een 30-tal Km aan komen aan
de Zandbergen in Berlare, horen we in de verte iemand roepen. Het blijkt Rudy
Vergeylen te zijn. Hij was niet tijdig uit zijn bed geraakt, maar kon het toch
niet laten zijn veloken eens uit te laten. Ondanks de gladde wegen en
verraderlijke ijsplekken slagen we erin toch overeind te blijven. Is dit nu
doorgedreven stuurmanskunst, of willen ze het mij weer moeilijk maken een
sappig verslag te schrijven? Even verder, ter hoogte van de Sluis in Uitbergen
rijdt Hans lek. Zijn tubeless** band was plots nen airless. Terwijl de depannageploeg aan
het werk is, gaat Karel enkele rondjes rijden bovenop de dijk. Hij merkt het
enige overgebleven ijsplekske niet op, en gaat onderuit. Het ging zodanig rap
dat bijna niemand het zag. Ik gelukkig wel. Merci Karel, Ik wist dat ik op u
kon rekenen. Als de band hersteld is, en we allemaal verkleumd van de kou zijn,
besluiten we dat het welletjes geweest is, en keren we huiswaarts. Voor de
eindspurt wordt Rudy V gelanceerd door Rudy R, en haalt hij het nipt voor Jan
W. Jan probeert nog van, “ Jamaar, waar ligt die meet nu, is het voor, of
voorbij die vluchtheuvel”. Sorry Jan, het is wel degelijk net voor. Ivan Rogiers.
* Voor degene die het algemeen beschaafd
Kalkensch niet meester zijn, Schaeverdijen = schaatsen.
*** Ivan had ook nog 2 sterretjes bij ‘tubeless’ gezet, maar is vergeten
dat uit te leggen. Misschien een beetje brainless van Ivan, maar wie is daar
nog over verwonderd? Euh, er is ook sprake van een zekere Marc, maar die ken ik
niet hoor. Mario

Kalken
Verslagen Mountainbike (More-vélo)
Zondag 30
november 2008. Haasdonk. Het weer zit ons niet mee de laatste tijd. Het blijft al weken na elkaar
miezerig herfstweer. De voorspelling voor vandaag: Bewolkt, overwegend droog,
met kans op een buitje. De thermometer blijft steken op 0,0 graden en het is
nog droog als ik opsta, maar nog voor ik op het kerkplein ben, is het al aan
het druppelen. Toch 9 dappere krijgers: Geert Schepens en buurman Dirk De
Boever, Rudy Vergeylen, Luc Krick, Pascal Lippens, Patrick en Jo Roels (geen
broers) en Rudy en Ivan Rogiers (wel broers). Als Rudy R. (als laatste)
aankomt, wens ik hem proficiat met de knappe prestatie van de
Modderfokkers-quizploeg van gisterenavond. Ons team, vertegenwoordigd door Rudy
en Ivan R, Marc Roelandt en Eddy Cocquyt, behaalde er de 3e plaats
op 49 deelnemende ploegen. OK, Eddy is geen Modderfokker, maar er moest iemand
meedoen die kon schrijven ook. Eén voorbeeldje uit de kwis wil ik jullie niet
onthouden. We kregen een puzzel. Vijf woorden waarvan de letters door elkaar.
Zoek de vreemde eend in de bijt. Ik zie onmiddellijk het woord “STEENEZEL”, de
juiste oplossing. Niet moeilijk, Marc zat recht tegenover mij. Zo makkelijk
kunnen kwisjes zijn.
We vertrekken met de wagen en hopen op beterschap, maar ginds aangekomen,
is het al aan het regenen. Of is het natte sneeuw, of sneeuwnat? In ieder
geval, nat en koud. Hans Schellaert was al ter plaatse en vervolledigt de groep
voor een ritje Haasdonk. Waarschijnlijk is het parcours onder normale
omstandigheden zeer mooi. Leuke bospartijen, technische stukjes in de
kleiputten van Steendorp, op en langs de Scheldeboorden in Temse. Klinkt
veelbelovend, maar nu is het een en al ploeteren door de modder, en de koude
verbijten. We dragen onze clubnaam “De Modderfokkers” wel fier op onze rug,
maar dat betekent niet dat dit ons lievelingsparcours is. Even voorbij halfweg,
ons truikes zijn al niet meer herkenbaar, krijgen we de keuze: Linksaf voor
asfalt, rechtdoor voor modder. Ge moogt 3 keer raden, … En ja, het moest er van
komen, op een spekgladde afdaling gaat mijn voorwiel de verkeerde kant uit.
Twee bomen komen veel te snel naderbij, en net voordat ik er tegenaan knal, val
ik “gelukkig” tussen de struiken. Gelukkig zonder veel erg, enkel het ego een
beetje gekneusd. Even later heb ik weer prijs. In een flauw bochtje blokkeert
mijn achterrem en ga ik bijna een tweede keer onderuit. De rest van de rit rij
ik met een slepende rem, en het was al zo lastig. Gelukkig kan ik rekenen op
hier en daar een duwtje van Rudy, en halen we samen de finish. De kou en
vermoeidheid werken zodanig op mijn gemoed, dat ik zelfs pas voor de
nabespreking. Dankzij een warm badje en wat eten, kom ik er terug bovenop, en
kan alsnog mijn zondag in schoonheid afsluiten met een bezoekje aan de nog
altijd bemodderde collega’s in De Beize.
Mijn oproep naar vrijwilligers van vorige week is in dovemansoren
gevallen, maar ge moet niet denken dat ik elke week sukkelaar van dienst wil
zijn. Volgende keer andere en betere.
Ivan Rogiers
Zondag 14
december 2000. Grote Prijs Tom Vandenberghe.
Massale opkomst voor de éérste GP-TVDB. Ter gelegenheid van Tom’s
verjaardag, had die gevraagd aan Rudy R. om met zijn ingebouwde GPS (een
Tom-Tom?) een plaatselijk ritje uit te stippelen. Met mogelijkheid om een
tussentijdse bevoorrading in te lassen. Zo gezegd, zo gedaan.
Niet minder dan 27 deelnemers verzamelen tussen de nasmeulende vuurkorven
van de Kerstmarkt van gisterenavond. Teveel om op te noemen. Laat ons zeggen
dat alle vaste klanten aanwezig zijn, plus een paar nieuwe, en een
langverwachte come-back, Marc Roelandt. De enige die schittert door zijn
afwezigheid is Rudy V. Ik zou liegen: ook Rita en Nadine zaten met de
kelderkorsens, want niet gezien. Waarschijnlijk de plaatselijke verenigingen op
de Kerstmarkt een beetje te hevig gesteund. Maar uitslapen is Rudy niet gegund,
en terwijl wij nog wachten op Marc, die zijn rentree nog wat wil uitstellen –
hij moest nog een nieuw wiel steken, geschooid bij Geert Bracke, gaat Danny F.
zijn schoonbroer uit bed sleuren. Als we uiteindelijk, met een half uurken
vertraging kunnen starten, komen Danny en Rudy ons in de Steenbeekwegel tegemoet,
al zal Rudy pas een uurtje later beseffen dat hij op de fiets zit. We gaan voor
de eerste keer via de Zauwwegel, die van de Scheestraat naar de Zauwerstaat
loopt. Het is altijd een beetje opletten als je nieuwe paden verkent, en aan
het nieuw gelegde betonnen brugje gaat Tommeke bommeke hemzelf al bijna
overkop. Efkes verderop, als Geert Schepens een beetje te enthousiast van spoor
verandert, gaat hij sierlijk onderuit. Recht in de grootste plas van gans de
rit. Daarmee is de Zauwwegel officieel gedoopt, en Geert ook. We vervolgen onze
weg en komen zonder verdere accidenten op ons rendez-vous in de Zandbergen in
Berlare. Daar worden we opgewacht door Gunter, die ons voorziet van een natje
en een droogje. Als we willen vertrekken, merkt Marc dat hij plat staat. De
kapotte band wordt vervangen, maar die platte benen zal hij moeten houden tot
thuis. Na een tweede tussenstop op de Scheldedijk ter hoogte van Uitbergen,
wordt besloten om stillekesaan af te ronden en ons terug richting Kalken te
begeven. Daar worden we verwacht voor een hapje en een drankje in de magazijnen
van Drankenhandel Vandenberghe. Je moet maar durven, zo’n bende Modderfokkers
uitnodigen tussen stapels bier en andere dranken. Maar ja, de kans dat we droog
vallen is dan ook zeer klein. Toch nog een tegenvaller om de dag af te sluiten.
Het duurt een vol jaar tot Tommeke nog ne keer verjaart. Tommetoch.
Ivan
Zeg, Ivan, en moest ge weer niets zeggen over uw broer zijn nieuwe velo
misschien? O ja, en met zijn nieuwe velo won hij al zijn eerste sprint ook.
Kgaketik maar zeggen. Mario
Zondag 21 december 2008. Overmere. Er verzamelt terug een grote groep aan de
kerk, om de toertocht in Overmere te doen. Het is gevaarlijk om iedereen op te
noemen, want als er enen niet op staat. Dus ik ga mij er niet aan wagen. Wat ik
wel vaststel, is dat er toch enkele van de nieuwe gezichten terug bijzijn. Ook
de dames zijn met een stuk of vijf.
We vertrekken stilletjes naar Overmere, alé
dat stilletjes is maar tot aan de Beize zulle. Daarna moet Rudy Rogiers zijn
nieuwe fietskader eens testen, en halen we met momenten snelheden tot boven de
40 per uur. Gelukkig weet iedereen de sporthal zijn waar er gestart wordt.
Van bij de start wordt terug een hoog tempo
gehanteerd. Kris denkt al van aan de eerste kapel (op
Het wordt terug een soort afvallingskoers. Als
hekkensluiter zie ik enkelen één voor één afvallen. Het is wel mooi om zien,
ware het niet dat er telkenmale een gat valt dat terug moet toe gereden worden.
Ja, men rijdt beter bij de eersten in plaats van achteraan, maar ik kan mij
toch meesleuren met de coureurs tot aan de eerste bevoorrading. Het veld achter
ons is verbrokkeld.
Als iedereen terug is verzameld, besluiten de
B’s het wat kalmer aan te doen en apart te rijden. Maar de A’s trachten ons mee
te krijgen en rijden aanvankelijk ook wat trager, of zijn er daar ook die moe
worden? Maar enige tijd later is de afvallingskoers weer gestart. Nu zijn we al
wat geleerd en laten ons toch afzakken. Enkel Jo Roels blijft meerijden. Hij
moet wel want hij heeft nog een verrassing in petto. Er wordt namelijk bij hem
thuis nog een derde stopplaats (voor nen druppel) ingelast, hij heeft
natuurlijk pech dat de rit zo laat aan zijn deur passeert.
Daarna vertrekken we terug allen samen voor de
laatste kilometers. Door wat getreuzel vallen we op de Scheldedijk met een
groepje achterop. Rudy Vergeylen is de eerste die het in de mot heeft en
probeert alleen het gat toe te rijden, maar met tegenwind is dat rapper gezegd
dan gedaan. Na een tijdje gaan ook wij in de achtervolging. We laten hiervoor
Hans Schellaert en Jo Roels achter. Sorry mannen. Wij, dat zijn Geert Schepens
en uw verslaggever (als tweede beroep is hij coureur). Jan Willems laat hem uit
de eerste groep wat uitzakken om Rudy V. terug bij te brengen. Wij moeten het
zonder hulp zien te klaren, maar langzaam maar zeker slagen we in onze opzet.
We zijn content dat we het gehaald hebben, nen
mountainbiker heeft nie veel nodig om gelukkig te zijn, ziedewel.
We rijden de tocht uit tot in Overmere en hier
wacht ons nog een hot-dogsken. Een jonge dame wenst nog een portret te trekken
van de modderfokkers voor in de Gazet Van Antwerpen.
Rudy Declerck.
PS. Voor wie die de score wil bijhouden van de
valpartijen: Pascal is tegen de vlakte gegaan op het korte hellingetje juist
voor de Waterhoek.

Kalken
Verslagen
Mountainbike (More-vélo)
Zondag 28
december 2008. Sinaai.
Voor de laatste zondagrit van ’t jaar, eindelijk nog eens een droge
winterrit. Het is nog wat schemerdonker als ik aankom op het kerkplein, maar
het zijn dan ook de kortste dagen van het jaar, en ik ben vrij vroeg. Enkel Jo
Roels en Geert Schepens staan mij al op te wachten. De anderen komen een na een
toe. Dirk De Boever, Eric Van Gasse, Luc Krick, Jan Willems, Patje Roels, Danny
Fack, Rudy De Clercq, Bart Van Hecke en Rudy Rogiers. Allemaal goed ingepakt,
want het is frisjes, -4.5. Mario is er niet bij, want als de thermometer onder
0 gaat, kleedt hij zich altijd alsof hij op poolreis gaat met Dixie Dansecour. Flanellen
onderlijfje, velouren vest, caoutchouën bottekes, en naar ik heb horen zeggen,
zelfs een pelsen onderbroek. Jaja, Mario rijdt met een onderbroek. Hij weet nog
altijd niet dat je onder een koersbroek hetzelfde draagt als onder een Schotse
kilt. Enfin, dit geheel ter zijde, het was nu net die onderbroek die hij niet
vond. We vertrekken met de fiets naar Sinaai. Toch een goede 20 km, en voor we
ter plaatse aankomen, hebben alle uitsteeksels, (vingers, tenen, enz.) al eens
goe getinteld. Hans Schellaert vervolledigt de bende, en met z’n dertienen
kunnen we van start. Niet voor lang, want Jo krijgt problemen met de
versnelling, en moet de strijd staken. Toen waren ze nog met 12. Het parcours
ligt overal hard bevroren, en bijgevolg is het nogal technisch, maar bolt het
vrij goed. Het gaat dan ook behoorlijk hard, maar aangezien er geen zware
ploeterstroken tussen zitten, rij ik mee met de grote mensen. Rudy DC, rijdt
zoals gewoonlijk achteraan, maar waar hij normaal als sterkhouder af en toe een
duwtje uitdeelt aan wie het moeilijk heeft, zit hij nu zelf met een serieuze
beeste. Aan de bevoorrading in Lokeren houdt hij het voor bekeken, en rijdt
rustig naar huis. De forme is er niet, en zijn stuurvaardigheid laat volgens
hem te wensen over. Ook Danny, die vroeg moet thuis zijn, verlaat ons. Toen
waren er nog 10. Hans is de volgende die aan de rekker hangt, maar hij rijdt zo
goed als in eigen streek, en als hij op een 10-tal km van het einde een
binnenwegje naar huis neemt, (nog 9) vrees ik de volgende te zijn. Gelukkig
rijdt even later Patje lek. Terwijl de technische dienst de klus klaart, rijden
Geert, die blijkbaar ook bijna aan het eind van zijn latijn zit, en ik de
laatste 5 km voorop. Ook Luc volgt ons voorbeeld, en zo komen we zonder
malheuren terug aan de feesttent. De terugtocht wordt afgehaspeld aan een goede
32, 33 per uur en zowel Geert als ik bollen goe mee, maar met 85 km op de
teller is het vet van de soep, en de laatste 5 zijn er teveel aan. Ik geraak
nog met moeite (en met hier en daar een duwtje in de rug ) de brug van
Hussevelde over, en aan huisnummer 43 hou ik het voor bekeken. Ik heb zelfs de
courrage nie meer om te rijden tot De Beize. Ge kunt u dus wel voorstellen hoe
kapot ik zat.
Ivan Rogiers
Zondag 4 januari 2009. Gentbrugge.
Terwijl Rudy Vergeylen en Jo Roels naar Gits
waren, verzamelen we voor een rit in Gentbrugge. Het is wel wat wachten op Rudy
Rogiers. Hij kan wel rap met de vélo rijden, maar opstaan is niet zijn beste
vak. Bij het naar ginder rijden, met Danny Fack op kop, wordt de verloren tijd
al grotendeels ingehaald. We gaan ginder van start met Rudy R, Dany F, Eric Van
Gasse, Dirk (van Laarne), Geert Schepens, Pat Roels, en ikzelf. Dirk Hanselaer,
heeft al gezien dat er weer koers in de lucht hangt en besluit afzonderlijk te
rijden.
Kort voor de bevoorrading rijden de B’s (dat
zijn Geert en ikzelf) eens voorop en was het nu te rap of te traag, dat weet ik
niet, maar wat Geert wel heeft gezien is dat Rudy R gevallen is. Niet zijn
gewoonte, of was er toch drank in het spel?
Bij de bevoorrading komt ook Dirk H al toe,
dus zijn beentjes waren eigenlijk goe genoeg om mee te rijden.
Vanaf daar rijdt ook Geert Braeckman van WTC
de Calcine mee, zeker geen van de minsten. Hij moet later wel ondervinden dat
de modderfokkers geen clubken is om ne keer mee te lachen, en ja hij wordt eraf
gereden. Op den dijk is er wel ne keer goe door gereden, zelfs Rudy R krijgt
het moeilijk. Niet verkeerd verstaan hij moet wel af en toe Geert S wat duwen.
Uiteindelijk komen we na ongeveer
Rudy de Clercq
Oei, wisten jullie dat Rudy dC van adel was?
Het is blijkbaar ‘de Clercq’, met een kleine ‘d’. Nu rijdt er al adel mee met
ons ook. Eerlijk gezegd, Rudy was nu echt de laatste waar ik adellijk bloed in
verwacht had. Mario
Kalken
Verslagen
Mountainbike. Modderfokkers
Zondag 18
januari 2009. Plaatselijk.
Gelukkig ben ik van nature nogal rustig van aard, anders zoudt ge der nog
stress van krijgen. Waar ik vroeger enkel moest vechten tegen het blanco blad,
word ik nu ook nog onder tijdsdruk gezet door de redactie van de nieuwe blog
van De Modderfokkers. Daar staat sinds maandag een kader met de tekst “ HIER
KOMT WELDRA HET VERSLAG VAN DE RIT DOOR IVAN” Voorheen kon ik nog kiezen.
Schrijf ik nu niet, of schrijf ik wel, maar nu heb ik het op voorhand aan mijn
vel.
We reden zondag nog eens de kapellekensbaan. Neen, niet die van
Louis-Paul Boon, maar een ritje, uitgestippeld door Rudy DC. Normaal een ritje
voor de B-kes, maar bij gebrek aan inspiratie van de A’s, een gezamelijke
tocht. We vertrekken met de wind in de rug, en op algemeen verzoek
(uitgezonderd Geert S), gaan we voor de 2e keer via de Zauwwegel. De
brede voeg in het midden van het brugje is ondertussen vakkundig dichtgevoegd
door voegwerken Rudy Rogiers, en iedereen blijft overeind (ook Geert S. dus).
De heenreis verloop vlot, maar eens we de Kruiskapel voorbij zijn, krijgen we
de wind op kop. Het is ondertussen ook beginnen regenen, en het lastigste deel
moet nog komen. Bij het oprijden van de Moervaartdijk zit ik nog redelijk
vooraan, maar het is zwaar en blijft maar duren. De ene na de andere rijdt me
voorbij, en als ik helemaal achteraan zit, laat Rudy R zich uitzakken om mij
een beetje uit de wind te zetten. Beetje bij beetje, en met af en toe een
duwtje in de rug, komen we terug bij de rest. Als ik met een laatste
krachtsinspanning nog net voorbij Mario geraak, zakt bij hem de moed in de
schoenen. Zo diep zelfs, dat wanneer we terug op de berijdbare weg komen, hij
afhaakt en alleen terug naar huis fietst. Stel je voor, als ik dat doe, kan ik
elke week alleen terug. Net als ik denk dat we het kwaadste wel gehad hebben,
krijgen we als uitsmijter de kasseistrook van de Vogelzang voor de wielen. Nog
ne keer sterven dus. Eens dit achter de rug besluiten we wegens sluitdag van De
Beize, af te zakken naar De Schorpioen. Zodra Jo dit te horen krijgt, is hij
niet meer te houden, en gaat er alleen vandoor. Niet voor lang echter, want de
eerste brug, die van D’Hanselaerstraat, is een brug te ver. Als op het einde
van de Zomerstraat de eindspurt ingezet word, en de duwers ons in de steek
laten, merk ik dat ik toch niet de enige was met flanellen benen. In de verte
zie ik nog dat Rudy R het vlot haalt van de rest. Nadat ik wat bekomen ben bij
een Ice-tea-ken ( dat hebben ze daar ook in De Schorpioen ), maak ik mijn
lijstje van de aanwezigen op. We vertrokken met 15. De Hanselaerkes, Dirk,
Frank en Svevo, die na enkele kilometers alleen verder gingen. Rudy Vergeylen,
Rogiers en De Clercq, Geert Schepens, Jojo Roels, Mari-jojo Vaneechoutte, Geert
Schepens, Bart Van Hecke, Dirk De Boever, Tim Raman, Frank Vandesteene en Patje
Roels, maar diene vijftiende schiet mij maar niet te binnen. Ik overloop met de
aanwezigen het lijstje, en vraag of zij nog weten wie ontbreekt. Awel gij toch,
kieken, antwoorden ze in koor. Ikke dus. Als even later de superlady’s Rita en
Nadine arriveren, is den hoop copleet, en kunnen we aftellen tot volgende week.
Ivan Rogiers
Zondag 8 februari 2009. Plaatselijk + Lille
We verzamelen om 8.30 u voor een plaatselijk ritje. De mannen van de vliegende brigade zijn al een uurtje geleden vertrokken om Lille en omliggende onveilig te maken. Ze waren met 6: Rudy Rogiers, Rudy Vergeylen, Jan Willems, Patrick Roels, Jo Roels en Pascal Lippens. Wij waren met 10. Rudy en Eddy De Clercq, Geert Bracke, Luc Krick, Danny Fack, Tom Vandenberghe, Peter van Kerckhove, Danny Poelman, Dirk De Boever en ikzelf. Zoals je ziet, ook enkele A-kes. Zij kozen vandaag voor het goede gezelschap, in plaats van de verre verplaatsing. Tom stelt voor de pijltjes van de rit in Gentbrugge van zaterdag te volgen, Maar de Clercq-skes hebben gisteren de tocht al gereden, en konden vertellen dat het een grote modderbedoening was. Niet dus. We kiezen uiteindelijk voor de klassieker “Wachtebeke-domein Puyenbroeck”, een rit die er al van bij het begin tussen zit, maar nu toch al een tijdje geleden gereden is. Bij gebrek aan de vaste routeplanners neem ik de taak van navigator op mij, en stel tevreden vast, dat het geheugen nog goe marcheert. Geen ene keer verkeerd gereden. In het domein zelf, ligt het redelijk vettig, en moeten we af en toe stoppen om afgewaaide takken opzij te leggen, maar het blijft berijdbaar. Voor de meesten toch, want als op een van de zwaardere stukken Danny P. de achtervolging inzet op een ontsnapte Luc, gaat hij sierlijk onderuit. Hij krabbelt rap overeind, maar niet rap genoeg om te ontkomen aan een tuimelvermelding in ’t verslag. Peter is ondertussen al een paar keer diep geweest, en als ik hem vraag hoe het gaat, antwoord hij “afzien, jong: vijf maand geleden d’ak nog op de fiets gezeten heb”. Ik zeg hem dat hij nog veel “Frietamientjes” zal moeten eten, voor hij weer op niveau zal zitten. Op de terugtocht naar Kalken merken we dat wij niet als enige MTB-ers op weg zijn. Ter hoogte van ’t Heiende in Lokeren, zien we nog net de Moddermiekes, Carla, Ariane en Christine Oosterlinck ons pad kruisen. De laatste brug begint bij de heroptredende Geert en Tom serieus door te wegen, maar toch word ik door een lachende Tom voorbij gereden. Zij het dan wel dat hij geduwd wordt door Rudy, die op zijn beurt geduwd wordt door Danny F. Ik stel voor ook wat mee te duwen, maar hang mij “onopvallend” aan het truiken van Tom. Zo geraken we samen boven. De aankomst in De Beize gaat met tussenpozen. Eerst wij, de B&A-kes, dan de Lille-gangers, de miekes, en zelfs nog ne verloren gelopen Rosten Senna. Korte samenvatting van de rit in Lille: Rudy V duikt in een gracht en steek nog net met zijn benen boven het gras. Rudy R is cameraman van dienst, en filmt al rijdend met de camera in de hand (gaat wel bijna onderuit op de hardgevroren moddersporen), en Jo Roels is zaterdag een beetje doorgezakt en heeft zijn bed niet gezien. (Ik ook niet, want als ik in mijn bed kruip is het donker, en doe ik mijn ogen toe).
Wie ik echter niet
meer gezien heb, is Nadine. Die was er blijkbaar op haar eentje op uit en was
wat verloren gereden. Hopelijk is ze toch nog op tijd in De Beize geraakt, want
de Scampi’s waarop Koen ons trakteerde waren hééééééél lekkerrrrrrrrrrrrrr. Ivan
Zondag 15 februari 2009. Waasmunster
Omdat je niet elke
week een verre verplaatsing kan doen, vandaag een plaatselijk ritje. Lang
geleden dat we nog ne keer naar Waasmunster gereden zijn, dus is ’t nu het
moment. Bij afwezigheid van Rudy DC, die in de sneeuw gaan spelen is, rijden we
allemaal samen. Rudy R, Jan W, Danny F, Geert S, Patje R, Jo R, Dirk H, Dirk
DB, Pascal L, Rudy V, Eric VG en ik. We zijn nog maar net vertrokken als Jo,
ter hoogte van de Bontinckstraat in panne staat. Versnelling in zijn wiel
gedraaid. Soms kan je dit voorkomen: als het hapert, niet verder trappen, maar
even terugdraaien. Maar Jo rijdt, zoals hij zijn auto parkeert. Als het begint
te kraken, … nog ne meter. Met als gevolg, versnelling en enkele rayons kapot
en game over. Ware het niet dat Jo nog ne velo heeft, en een zorgzame vriendin,
die hem komt ophalen, en zal afleveren, even verder op het parcours. We rijden
via Lokeren, over de dijken van de Durme, en het gaat weer goe vooruit. Even
voorbij het Molsbroek, komen we op de Ten Rijendreef, een weg die parallel
loopt met de E-17. Rudy V en Eric VG zitten mekaar weer een beetje op te
stoken, en drijven de snelheid op tot net geen 40/uur. Als den andere Rudy er
dan ook nog ne snok aan geeft, gaan we tot bijna 45. Schoon tempoken voor die
mannen, maar veel te rap voor de normale gasten (eerste keer kapot). Als even
verder Jo terug inpikt, verlaten Rudy en Eric ons. Ze hebben nog andere
verplichtingen. Propere gasten hé, ons eerst laten afzien, en dan hun schup
afkuisen. Eenmaal in Waasmunster aangekomen, is het weer genieten. Mooie, droge
baantjes, door de bossen, over de bultjes, geen wonder dat er hier nog veel
volk rond rijdt. Als we na een tijdje een tussenstop maken voor een natje en
een droogje, gaat Jo een babbeltje slaan met iemand van de plaatselijke
bevolking. Toevallig een kenner, die weet te vertellen dat het belangrijk is,
niet alleen de beenspieren, maar ook de rug- en de buikspieren goed te trainen.
“Mijn buikspieren zullen wel goe getraind zijn” zegt Jo, “want ik drink elke
dag nen bak bier”. “Serieus, ik meen dat wel hé” zegt die kerel. Waarop Jo
bloedserieus antwoordt: “Jamaar, ik ook zulle”. (Tweede keer kapot, nu van ‘t
lachen ). Als iedereen bekomen is, wij van ’t lachen, en die gast van verschieten,
kunnen we terug de baan op. We verlaten de bossen, en gaan richting Schelde,
waar we naast het standbeeld van Filip De Pillecijn nog een mooi stukje
MTB-parcous vinden. Even verder, net over de Mira-brug pikken we nog een
BMX-piste mee, en kunnen dan voldaan terug huiswaarts. De kilometers en het
tempo beginnen serieus door te wegen, maar ik ben niet alleen. Geert, die na
enkele weken afwezigheid wegens ziekte hoopte op een rustig wederoptreden, zit
er al een tijdje door. Gelukkig kan hij rekenen op manuele bijstand van Rudy en
Jan. Als aan het einde van de Gaver de eindspurt wordt ingezet, (ik dacht dat
die al was ingezet bij het verlaten van het kerkplein), komt Geert, die
nochtans niet meer kon, mij toch wel voorbijgestoken zeker. Het moet wel gezegd
worden dat Jan en nog achter zat, en ne ferme put in Geert zijne rug aan het
duwen was. (Derde keer kapot). In de Beize worden we opgewacht door de dames
Carla, Ariane en Gerda. Marc en Gunter hebben ook hun toerken al afgewerkt. Als
even later Annemie, Linda en Christine O. nog binnenkomen, zijn we compleet, en
kunnen de jarigen van de week, Rudy en Marc, gefeliciteerd worden met weer een
jaartje erbij. Ivan
Zondag 1 maart 2009. Een beetje overal.
De Modderfokkers
zenden hun zonen uit. Tom VDB en Patje zijn de enige die de verre verplaatsing
naar Mol zien zitten.Zij vertrekken om 7 uur. Normaal toch rap anderhalf uur
met de wagen, maar voor Tommeke een klein uurken. Rudy R, Pascal, Dirk DB en
Chris kiezen voor de iets dichtere uitstap naar Nieuwkerken-Waas. Zij starten
om 8u. Wij verzamelen om 8.30 u voor een plaatselijk ritje. Rudy DC, Rudy V,
Eric, Hans, Dirk H, Dany P en ikzelf besluiten de Bloso-route van Wetteren nog
eens te rijden. Net voor we willen vertrekken komt Mario er nog bij. Hij had een
ritje naar St. Lievens Houtem in gedachten. Toch vreemd hoe die gasten van
West-Vlaanderen hun goesting weten op te dringen. Het wordt dus SLH. Op weg
naar ginder, valt het op dat sommigen moeite hebben om het rechte pad te
houden. Waarschijnlijk de naweeën van de doortocht van de Omloop Het
Nieuwsblad. Die konden we ook dit jaar niet zomaar laten voorbijgaan, en een
gezellig samenzijn was het resultaat. Het was daar dat Rudy DC mij kwam te
vertellen dat we de laatste tijd chance hebben op gebied van materiaalpech. Dat
is erom vragen natuurlijk, en ter hoogte van Massemen hebben we al prijs.
Platte band voor Rudy V. Bijgestaan door zijn goede vriend Eric is het euvel
rap verholpen, en kunnen we beginnen aan het plaatselijk parcours. Redelijk
lastig, maar al bij al goed berijdbaar. Ongeveer halfweg de rit wordt er
getwijfeld of we rechtdoor of linksaf moeten. Dirk heeft het te laat opgemerkt,
kan niet meer ontwijken, en duikelt de ze zijberm in. Serieus verschoten, maar
gelukkig zonder veel erg. De volgende duik is er een voor, wie anders dan…
Eric. Terwijl hij Hans een duwtje in de rug geeft, raakt hij het achterwiel van
Dirk, daarna dat van Hans, en gaat onderuit. Als ook hij van de schrik is
bekomen, spreekt hij de wijze woorden: “Het is met vallen en opstaan, dat ge
groot wordt”. Als deze stelling zou kloppen, zou Eric ondertussen 2,38 m groot
zijn, en zou het de eerste keer zijn dat Dirk gevallen is, dus da spel klopt
hier nie. Als even voor aanvang van de terugtocht Dany Poelman ook nog lek
rijdt, hebben we ons deel van de tegenslagen wel gehad. Op weg naar Kalken
nemen Rudy V en ik het kopwerk voor ons rekening. Op den langen end steekt Rudy
DC nog een tandje bij, en mag Eric er 2 bijsteken. Een voor hem en een voor
Hans. Moe maar voldaan komen we aan in De Beize waar even later ook de dames
zich aanmelden. Het valt mij op dat de laatste tijd de deelnemers uit de
Warande in Laarne redelijk diep gaan. Twee weken geleden zat Geert S serieus op
zijn tandvlees. Vorige week was het de beurt aan Dirk De Boever, compleet
choco. En nu zag bij aankomst ons Karla De Kok er niet te best uit. Grote
verschil met haar gebuur is, dat zij een beetje teveel, en haar gebuur geen
kleur meer had. Ivan
Zondag 15 maart 2009. Belsele.
Er verzamelde een vrij grote groep op het kerkplein. Rudy vertrekt met nen man of acht met de fiets naar Belsele. Ik durf geen namen op te noemen want ‘k zou der soms wat vergeten, maar in ieder geval nen groep straffe gasten waaronder toch twee die lef hebben om mee te rijden. Mario en Tom zien het zitten om een groepstijdrit te rijden, proficiat mannen.
De vrouwelijke modderfokkers en de B’s verkiezen toch maar met den auto naar ginder af te reizen. Rudy Vergeylen stelt zijn camionette ook ter beschikking, waarvoor onze dank, en zo is het transportprobleem van de baan. Tim Raman komt eigenlijk iets te laat toe en de mannen per fiets zijn al vertrokken. Hij kan kiezen of de anderen snel inhalen of ook de fiets in de camionette steken. Zijn keuze is rap gemaakt.
Ivan is chauffeur van dienst, dat baart ons eerst wat zorgen maar na een paar kilometer is het vertrouwen volledig terug.
Ginder gaan we van start met Geert S terug na enkele weken ziekte, Pascal L, Gunter B terug na operatie, Dirk H, en nog enkelen goed voorzien van buikspek, nl. Marc R terug na lange tijd, Ivan R en ikzelf. Marc merkt op dat de koerspakjes vlug krimpen in de was.
Tim blijft wachten op de anderen. Hier laat ik je los, Tim, van hieraf moet je gaan (werd ooit gezongen door Wim De Craene).
In het begin
pruttelt het versnellingsapparaat van Gunter wat tegen, maar eens de power wat
onder controle is, komt dat ook goed. Het is een mooi parkoer, waarbij we veel
in het veld vertoeven. Misschien wel iets te veel voor Marc, want na zo’n lange
afwezigheid wegen de veldstroken wel zwaar door. Normaal zou Marc het verslag
geschreven hebben, maar dan mag het niet altijd zwart voor de ogen zijn. Bij
een splitsing 40 of
Jaja, toch een valpartij. Dirk had problemen aan een poort aan nen wegel in Waasmunster. Pascal stond bijna stil en Dirk heeft alles gedaan, maar niet in de goede volgorde en klikte zijn voet(en) pas los uit de pedalen als hij al op de grond lag. Stel dat ge de volgorde niet respecteert als ge gaat plassen …
Eens aangekomen zit Marc al te genieten van zijn Leffe in het zonnetje. We volgen dan ook zijn goede voorbeeld. Nen Leffe later komen ook Rudy en zijn gezelschap toe. Mario zegt (kan eigenlijk niet) niet veel, maar zijn gezicht spreekt boekdelen. Dat was afzien. Maar toch weet hij niet van opgeven en rijdt ook terug per velo. Ook Tim wil nog wat meer kilometers en gaat ook per fiets.
Het is er op de terugweg ook snel aan toegegaan, want we zijn nog maar net in de Beize of ze arriveren al. Al is het dan zonder Mario, die reed rechtstreeks naar huis of zou hij eens langs geweest zijn bij Dooghe-Demey om te zien of er nog plaats was als zijn zetel hem niet kon reanimeren.
Uiteindelijk leek
iedereen toch content, een beetje moe maar voldaan. Rudy DC
Zondag 22 maart 2009.
Zele-Heikant. Het is nog maar
7 uur en ik ben al klaarwakker. Mijn veloken staat al te wachten, dus sta ik
maar op. Zo heb ik alle tijd om mij op mijn gemakske klaar te maken, een booken
te eten, tandjes te poetsen, zodat ik fris en monter naar het kerkplein kan
vertrekken. Om 8u20 ben ik al halfweg ’t Hussevelde, maar ik voel dat er iets
niet klopt. Mijne helm vergeten. Rap terug want verstandige Modderfokkers
dragen zorg voor dat beetje hersens die ze hebben. Even later, aan ’t begin van
de Schriekstaat zie ik dat mijn drinkbus ontbreekt. Nog maar eens terug. Als ik
terug op de fiets zit, merk ik dat het zal spannen om tegen halfnegen aan de
kerk te raken, dus vertrek ik via de Scheestraat een stukske af te snijden, in
de hoop dat ik de rest nog tegenkom. Mijn berekening klopt, want halfweg de
Vromondstraat zie ik ze al komen. Wel verstrooid maar niet dom dus. Een
serieuze bende, met meer dan 20. Om het verslag met enkele bladzijden in te
korten, zal ik niet iedereen bij naam noemen, maar voor de deelnemers verwijzen
naar de groepsfoto op de blog: http://www.bloggen.be/modderfokkers/
. Ter plekke worden we opgewacht door de
meiskes en nog een paar enkelingen die rechtstreeks naar ginder gereden waren.
Alles samen zo’n 30 fokkers. Van modder is vandaag geen sprake, dus wordt het
serieus doorvlammen. Het eerste deel van de rit proberen we zo goed en zo kwaad
als kan, samen te blijven, maar na de bevoorrading besluiten we toch maar op te
splitsen. Zo blijft het voor iedereen leutig. Het tweede deel van de rit
verloopt dan ook iets rustiger, al rijden we ondanks de vrij strakke wind goed
door. Na aankomst kunnen we nog genieten van een drankje, inbegrepen in de
inschrijvingskosten. Blijkbaar was de cola al uitgeput, want A-kes zaten ons al
op te wachten achter hun Leffe’s. Als ook ons vochtgehalte op peil is gebracht,
vatten we onze terugtocht aan, maar niet voordat we geposeerd hebben voor de
groepsfoto aan de voordeur van de kerk. Het rijden in zo’n grote groep is niet
altijd gemakkelijk, en zo duurt het een tijdje voordat men vooraan hoort dat er
een auto achter ons zit. Tot Luk Krick een arbitersfluitje uit zijn zak
tevoorschijn tovert, en zo de koplopers verwittigt. Danny Fack is nu echt niet
meer te houden. Hij neemt het fluitje over en gaat, druk fluitend, voor de
groep uitrijden en aan elk kruispunt het verkeer regelen. Gelukkig is er weinig
verkeer, maar het moet gezegd, het gaat hem nog goed af. Als Danny ooit een
echte job wil, heeft hij hier misschien nog mogelijkheden. Dankzij de goede
begeleiding van Danny, en het kopwerk van Rudy Rogiers halen we Kalken met een
ferm gemiddelde. 28.5 km/u voor de A-kes, en slechts eentje minder voor de
B-kes. Ivan.

Kalken
Verslagen
Mountainbike (More-vélo)
Zondag 5 april 2009. Kalken Ondanks
het voorspelde lenteweer toch maar 6 deelnemers. Akkoord, het was nog frisjes,
en er hing behoorlijk wat mist, maar dat schrikt nen echten Modderfokker niet af.
Die echte waren: Patje Roels, Eric Van Gasse, Pascal Lippens, Luc Krick en
ikzelf. Er zijn geen ritten in de buurt, en aangezien de vaste routeplanners er
niet bij zijn, stel ik voor nog eens de tour van Wetteren te rijden. Zo kunnen
we ineens de sfeer van de Ronde van Vlaanderen gaan opsnuiven. We staan
startensklaar als een 20-tal wielertoeristen voorbij rijden. Het sein om ook te
vertrekken en er achteraan te gaan. We hebben ze rap te pakken, en merken na
een paar honderd meter dat hun tempo ons niet goed ligt. We knikken even naar
elkaar, en gaan ze met een deftige vaart voorbij. Halfweg den Langen end komt
er nog eentje proberen. Hij steekt ons zelfs nog voorbij, maar moet 2 seconden
later al passen, en laat zich dan wijselijk uitzakken bij zijn makkers, die
ondertussen al niet meer te zien zijn. Vanaf de Brug in Wetteren volgen we een
stukje van het parcours van De Ronde. Ik zit zodanig de sfeer op te snuiven,
dat ik op het klimmetje naar het marktplein toe zelfs bijna in ademnood kom.
Misschien ook omdat er serieus doorgetrokken wordt. Vanaf de Warande, volgen we
de uitgestippelde MTB-tour, die er na de voorbije droge dagen toch nog vrij
vettig bijligt. Onder een heerlijk lentezonnetje werken we onze rit af, met op
het einde, het technisch gedeelte in de Warande zelf. Eric laat zich weer van
zijn beste kant zien, en als een volleerd acrobaat, neemt hij een hindernis
waar de meesten voor passen. Onze bewondering stijgt. Maar zakt al even rap,
als hij op een steil klimmetje tot 2 maal toe onderuit gaat. Als de kindjes
gedaan hebben met spelen, vertrekken we richting Kalken, maar niet zonder eerst
nog eens het talrijk opgekomen publiek te gaan groeten. Het klimmetje waar ik
het deze morgen nog lastig had, vlieg ik nu naar boven, luid aangemoedigd door de
wielerliefhebbers. ‘K voelde mij precies nen echten Flandriën. Ivan.
PS. Nagekomen notitie van Mario: voor wie denkt dat Ivan niet meer kan
tellen (en ook voor wie die denkt dat Ivan nooit kunnen tellen heeft): ook
Mario was er bij. Ik zal voorzeker onopvallend gereden hebben …
Vrijdag 1 mei 2009. Gent Blaarmeersen. Vrijdagmorgen, goe weer en congé, wat moet nen mens nog meer hebben. Samen met Rudy V starten we naar Gent. We moeten wel nog langs bij Eric V, waar ook Geert S en Jan W staan te wachten. Langs de vaart in Gent kunnen we nog wat profiteren van twee wielrenners (wel al gepensioneerd). We blijven ze maar volgen, gelukkig zijn er nog die wakker zijn om in Zwijnaarde te zien dat we verkeerd zijn. Maar het komt vandaag toch op geen kilometertje aan. Ginds ter plaatse komt ook Danny P met nog iemand aan, hij ziet er in ieder geval goed uit na de kroegentocht van gisteren. Ivan R en Thomas zijn meegekomen met de meisjes met de auto. De meisjes zijn Rita, Nadine, Christine, Ariane en Carla.
We vertrekken voor
de
Bij de eerste bevoorrading maakt Geert een opmerking over onze benen. Onze benen zouden kunnen dienen voor weidestaken, met dat verschil dat die van hem ergens in het midden zouden staan en deze van mij op nen hoek. Maar niet te vergeten dat die beentjes van mij wel 0.1 ton moeten meesleuren, velo inbegrepen wel te verstaan.
Ondanks dat moet ik wat later, op de stroken met putten en stenen, ook het drietal Jan, Rudy en Eric lossen. Eric die trouwens in goeden doen is. Op een gegeven moment is er terug een afscheiding van de drie koplopers, met wat hulp van een vreemde mountainbiker kunnen we het gat verkleinen. Hiervoor moeten we wel rond de 40 per uur rijden op nen verharde weg. Als we dan de voorsten hun achterlicht zien, hebben ze de plezante opmerking: “we zijn verkeerd gereden”. Ook Ivan en Geert hebben het pijltje gemist, alleen Thomas heeft het wel gezien, alé dienen voor hem sloeg af en hij is gevolgd. Maar zo heeft hij toch ook op kop gereden.
We komen ook de vrouwen eens tegen al is het dan met panne. Een behulpzame jonge man heeft net een andere band gestoken in de fiets van Christine. Bij aankomst kunnen we genieten van vloeibare bevoorrading, tot iedereen arriveert. Carla heeft ook wel wat diep geweest en voelt zich niet zo goed. Dus er wordt gewikt en gewogen hoe er zal worden terug gereden. Jan vertrekt alleen om toch wat op tijd thuis te zijn. Danny moet vandaar naar Zomergem. Thomas neemt het stuur van de auto van Nadine over en zo kunnen Nadine en Rita met de fiets mee. Uiteindelijk bollen we met de twee dames en Rudy, Eric, Ivan en ikzelf terug huiswaarts. In “klein Ledeberg” is de laatste bevoorrading. Het is wel gezellig in het zonnetje, jammer dat het bier dan zo snel verdampt hé. Rudy DC.
Zondag 3 mei 2009. Sint-Lievens Houtem.
Rudy zijne kompjoeter lag in panne, dus werden er geen mailkes gestuurd,
maar via-via, kwam het bericht toch op den blog. Om 8 u vertrekken met de velo,
of om 8.30 mee den auto. De 3 tenoren (Rudyrudyrudy), Gunter, Thomas
(Bisschop), Tom, Jo, Patje, Jan, Dirk DB, Danny F, Pascal, Eric, en ikke.
Nadine ziet het ook zitten om goe opgewarmd aan de start te komen, en rijdt met
de mannekes mee. Aan het einde van den langenend staat die andere straffe
madam, Rita, samen met Eric ons op te wachten om de 20 km naar SLH op een
schoon tempoken af te werken. Als we na lang aanschuiven toch ingeschreven
raken, kunnen we beginnen aan de Serge Baguet Classic. Al na enkele km worden
we een bosje ingestuurd voor een technisch stukje, en nog geen 2 bochten verder
ligt Pascal al op zijn zij. Altijd goe voor ’t verslag, denk ik bij mezelf. Het
staat nu 100% vast. Eric heeft zijn titel van tuimelkampioen afgestaan aan
Pascal. Lang kan ik echter niet genieten van het binnenpretje, want even verder
slipt op een steil klimmetje mijn achterwiel door, en lig ik zelf tussen de
struiken. Dirk DB is de volgende. Als we stoppen voor een lekke band van Rudy
V. vergeet hij zijn voet los te klikken, met het bekende gevolg. Op zijn ….
Terwijl de pechdienst aan het werk gaat, stel ik voor dat de mindere goden een
beetje voorsprong nemen op een normaal tempo. We zijn al een tijdje verder als
Eric en Jo ook nog komen aansluiten. Eric zegt dat hij serieus heeft moeten
doorvlammen om tot bij ons te raken. Toen hij Rudy DC zag vertrekken, heeft hij
nog even getwijfeld om het goede voorbeeld te volgen. Ik zeg hem dat als Rudy
vertrekt, hij niet moet twijfelen, maar moe rijden. Nog voor de rest terug bij
ons komt, noteren we de 4e duik. Deze keer is het Thomas. In een
veldwegel heeft hij te veel oog voor voorbijwandelend vrouwelijk schoon, en
moet dit met een tuimelperte bekopen. Waarschijnlijk zat hij al een beetje
“zochte” ook, want als we even later terug samen zijn, en het tempo de hoogte
ingaat, haakt hij af en rijdt op zijn eigen tempo verder. De kilometers van de
heenreis, en het golvend parcours beginnen ook bij anderen door te wegen, en
als we ter hoogte van Oosterzele de grote baan kruisen, stelt Rudy DC voor om
vanaf hier rechtstreeks naar huis te rijden. Het vooruitzicht van nog 15
lastige km op het parcours, en de terugreis van 17 aan 35 per uur schrikt ook
mij en Gunter af, en met z’n drieën gaan we richting Kalken. Onderweg rapen we
ook nog Thomas op. Zelden iemand zo gelukkig geweten om ons te zien. We komen
aan in De Beize met 85 km op de teller. Even later gevolgd door Rita en Nadine
die op hun gemakske de 45 km (+ 2 x 17 = 79 ) reden. Als later de rest van de
bende, met in totaal zo’n ± 100km in de benen toekomen, is de
bende kompleet. Ivan.
Zondag 17 mei 2009. Plaatselijk-Waasmunster. Als ik rond 5 u even opsta voor een sanitaire pauze, zie ik dat het goed
aan het regenen is. Toemme toch. Maar aangezien ik vorige week ook al forfait
moest geven wegens ziekte, wil ik vandaag zeker rijden. Kwestie van de
conditie, voor zover die er al is, toch een beetje op peil te houden. Mijn
schietgebedje wordt verhoord, want als ik opsta, is het op hier en daar een
plasje na, droog. Wijle, ik en ’t vrouwke, weg dus. Op het kerkplein worden we
opgewacht door Tim en Tom, de 3 Rudy’s, Dirk H, Bart VH, Geert S, Jan W en Luc
Krick, die vorige week nog jarig was. Aangezien Danny F er niet bij is,
besluiten wij het kussen over te laten aan de dames: Nadine, Els (de vriendin
van Jo), Linda, Carla, Annemie en Christine’s O en DS. Na het vervullen van de
formaliteiten, kunnen we vertrekken. We maken nog een tussenlanding in de
Portugiezenstraat om nieuwe remblokjes op Tom zijne velo te steken, en gaan dan
in gestrekte draf richting Waasmunster. Over de brug van Hussevelde, stuurt
Rudy ons naar rechts voor een eerste verassing. We rijden via de dienstweg van
de Carrestel naar de Bontinckstraat, en gaan dan de spiertjes losdokkeren op de
Vogelzang. Joepie!!!! Vanaf Lokeren volgen we de Durmedijk, die we even
verlaten om onder de E17 te duiken. Het vervolg van de dijk, dat bij de
mountainbikers bekend staat als “den tingeldijk“, is onverhard, maar al bij al
goed berijdbaar. Behalve voor Tim. Die gaat iets te hevig door een bocht, en
bijgevolg op zijn… euh… zij. Als we het onverharde gedeelte verlaten, komen we
terug samen, en stellen we vast dat de nieuwe truikes van de modderfokkers niet
goed tegen ’t vuil kunnen. Het scheelt niet veel, of we krijgen nog meer vuile
truikes. Op een stuk met mos en moddervlekken proberen Geert, Luk en ikzelf een
stukje simultaan-slippen, en gaan bijna gelijktijdig onderuit. Met de nadruk
niet op, bijna gelijk, maar, bijna onderuit. Eens in Waasmunster kunnen we
opnieuw genieten van de mooie wegeltjes en bosstroken. Behalve Tim, die is nog
onder de indruk van zijn duik, en besluit alleen terug te keren. Op onze
terugweg kunnen we het BMX-parcourtje aan de Mira-brug niet laten liggen, en
keren dan, via Hamme en Zele terug richting Kalken. Ik was al een tijdje aan
het pompen, maar op het einde wordt het toch nog bijna verzuipen. Een tempoken
van 32 a 34 per uur is voor Bart niet genoeg, en op ’t gemaksken gaan we naar
37-38 per uur. Als ik hem erop wijs dat dit toch te rap is, zegt hij dat hij
geen kilometriekske op heeft. Ik antwoord dat ik er wel een heb, en dat hij het
wel zal horen aan mijn gevloek als het weer te rap gaat. Een eindspurtje zie ik
al zeker niet meer zitten, maar terwijl de podiumplaatsen besproken worden,
glip ik toch als eerste De Beize binnen. Laat ze maar zeggen dat het aan de
meet is dat de prijzen gedeeld worden, ik weet wel beter. Ivan.
Hemelvaartsdag maandag 21 mei 2009. Kruiskapel. Het is eigenlijk zondag op nen donderdag, maar wij denken de zondag gaan we fietsen dus nu ook. Die wij dat zijn: Ivan R, Patrick R, Tom VDB, Eric VG, Dirk DB, Danny F, en 3 maal Rudy. Voor we vertrekken krijgen we van Rudy R nog een technisch intermezzo, van hoe een fietspomp werkt, maar bij de meeste blijft hangen, als er lucht uitkomt is het OK.
Na het open houden van enkele Kalkense wegels, rijden we richting Wachtebeke, waar ik graag enkele parkoersveranderingen in den bos aan Sidmar wil tonen. Bij het naar ginder rijden, blijft het tempo zowat op B-niveau, Dirk blijft naast mij de tegenwind wat tegenhouden voor de anderen. Alhoewel het nie gemakkelijk is U achter hem weg te steken.
Tot na het domein, dan komt Patjen eens van voor rijden en we rijden direct 5 km/u rapper. Voor den bos komen Rudy V en Eric mij wat gezelschap houden vooraan, om het tempo levendig te houden. In den bos moeten ze wel achter mij blijven. K’moet zelf goe uitkijken of het nu achter den derden boom links is of was het achter den zevende rechts.
Na 5-
Rudy R stelt voor om nog een stukje van de kapelletjesroete bij te nemen, om wat meer kilometers te hebben. Op weg naar Eksaarde wordt er terug goed doorgefietst onder commando van de Rudy’s. Voor Dirk wordt het bij momenten wat zwaar, gisteren te veel gefietst of was den tegenwind in het begin toch niet zo onschuldig?
Aan de Kruiskapel houden we even halt, we kijken even naar de hemel en dan terug vaart erin.
In Overmere gekomen is de band van Dirk aan het lossen, na een poging om hem wat op te pompen (de theorie zit nog in het achterhoofd) moet er wat verder toch een andere band worden gestoken. Er zijn nogal wat drinkpullen leeg en we stoppen even bij mij thuis voor enen te drinken. Vandaar gaat het richting Schorpioen waar Christine, Nadine en Els ons zitten op te wachten.
Zelfs Marie-Jeanne
voelt zich een beetje modderfokker en komt ook met de fiets tot daar. Voor wie
nie weet wie Marie-Jeanne is: het is de schoondochter van mijn broer zijn
vader. Ook Christel komt de bende nog vervoegen. De dag nadien voel ik mij wel
een jaar ouder, maar Danny, Dirk en Ivan hadden dat gevoel al voor we
vertrokken. Rudy DC
Maandag 1 juni 2009. Zele. We wisten niet dat er afgesproken was, maar zoals goedergewoonte staan
we op de 2de zondag om half 9 aan Kalken kerk. Mannen: Ivan, Rudy V,
Luc Krick, Davy P, Eric en mezelf. Samen met de 5 miekes op weg naar Zele maar
eerst achter flyers bij Danny F. Die had blijkbaar last van de warmte, want hij
overhandigde de flyers in zen adamskostuum. Rit van Zele +/-50 km: richting
Waasmunster. Op den dijk komt het al snel, door toedoen van Eric en Rudy, naar
de gebruikelijke dijksnelheid (heel goe doorterten dus). Tot wanneer Ivan dit
niet meer ziet zitten en de leiders tot de orde roept. Onderweg een heel vroege
bevoorrading, je zou denken dat er 2 stoppen waren, maar dat was het niet.
Afwisselend hebben Davy en Ivan het wel eens lastig. Ivan dankt dan Davy ook
hartelijk wanneer em plat rijdt. Net voor we toekomen in Zele, komen we nog net
de moddermiekes tegen die de 35 km deden. We genieten daar dan van onze gratis
Leffe en wachten nog op 2 miekes. Allen samen naar huis, maar ditmaal is dit de
Schorpioen want de Beize was gesloten. Rudy
De Clerck.
Zondag 5 juli
2009. Zele. Goe
weer, dus veel volk op het kerkplein. 10 Meiskes: Linda, Annemie, Ann, Rita, Nadine,
Els, Nancy, Carla, en Christine B en DS. Het scheelt niet veel meer, maar de mannekes zijn nog net in de
meerderheid met 13. De 3 Rudy’s Geert S, Pascal, Eric, Luc, Patrick, Jan, Sven,
en ikke, en niet te vergeten, 2 opmerkelijke come-backers. Na maanden
afwezigheid waren Marc Roelandt en Guy Roels ook nog eens van de partij.
Waarschijnlijk waren de inrichters van de rit in Zele op de hoogte gebracht,
want de inschrijving was, geloof het of niet, op de binnenkoer van het
mortuarium. De inschrijving was niet goedkoop. 5 Euro voor een karige
bevoorrading, een Leffe bij aankomst, en een noodnummer in geval van pech.
Waarschijnlijk zat daar de meerprijs, want den corbiar stond klaar in de
garage, en je hebt niet vaak een pechdienst met ligplaats. We vertrekken rustig
in de binnenstraten van Zele, maar zodra we het centrum verlaten krijgen er een
paar het zot in hunne kop, en wordt er serieus doorgevlamd. Als ik na een
tijdje de rol moet lossen, zie ik dat ik niet de enige ben, en verzamelen de
B-kes voor een iets normaler tempo. Iets normaler wil niet zeggen dat het echt
traag gaat, want na een 15-tal Km. zien Eric met nen platten band aan de kant
staan. Rudy V, die nog aan het terugkeren is tot bij Eric, zegt ons te wachten,
want het is weer ne serieuzen afvallingskoers. Sorry Rudy, we waren al een
tijdje gesplitst. 50m verder vraagt Luc of hij met ons mee mag. Sorry Luc, je
had al gekozen om met de A-kes mee te rijden. Met Rudy DC als gangmaker rijden
we tot aan de bevoorrading, en moeten nog een hele tijd wachten tot de rest er
aankomt. Blijkbaar was Eric nog een 2e keer lek gereden. ( alléé,
dat zeiden ze toch ). De 2e helft van de rit krijgen we ook ons deel
van pech. Niet ver van de Ridderstraat in Berlare, ter hoogte van de door
Mtb-ers gekende zandput, rijdt Rudy DC ook in een nagel van zeker 5cm. Hij zat
er wel maar 2,5cm door, maar het resultaat was hetzelfde, plat. Gelukkig blijft
het bij ons bij één malheur. De A-kes hadden blijkbaar nog een 3e
platten, en op de terugweg naar Kalken heeft Linda het ook nog zitten. Wel
getrouwd mee ne velomaker, maar laat zich toch depanneren door een paar
amateurs. Wegens jaarlijks verlof van De Beize, houden we den après in De
Schorpioen, ook wel gekend als bij Den Woesten. Het was dus weer niet
gemakkelijk om den pot op te krijgen, maar we hebben toch ons best gedaan. Voor
de statistieken: gemiddelde snelheid van de A-kes – 31.7, de B-kes – 29.2, de
meiskes – 23.2, en de supermeiskes – 24.5. Ivan Rogiers.
Zondag 24 juli 2009. Waasmunster
Ondanks het verlof voor velen verzamelen toch Bart Van Hecke, Franck Van De Steen, Jan Willems, Rudy Vergeylen, Luc Krick, Danny Fack, Danny Poelman, Geert Schepens, Yvan Rogiers, Pascal Lippens, Dirk Hanselaer en ikzelf aan de kerk. Ook Christine, Carla, Els , Christel en dochter.
Deze laatsten en ook Dirk gaan met de auto naar Waasmunster. De rest met de fiets, meewind en goe weer. In Overmere moeten we even halt houden voor de lekke band van Yvan. Nu zijn fiets niet meer kraakt, valt hij plat. Na de montage van het wiel, lijkt dit toch niet echt goed te draaien. Maar toch wordt er verder gereden met snelheden achteraan in de dertig en af en toe wel eens 40 km/u. In Waasmunster stelt Yvan zijnen frein nog eens af en alles loopt dan perfect.
We vertrekken allen samen, en zoals gewoonlijk is het een bende zotten, die enkel voor zich uitkijken, die vertrekken. Na een tijdje worden de eerder vertrokken vrouwen in de groep opgenomen. Voor ons (de B-kens), is dit zeer goed, we blijven (kunnen nie anders) op de smalle wegeltjes achter de vrouwen en de A’s zijn weg.
Met ons vijven rijden we nen goeien tert aan, maar we kunnen nog wat genieten van het parkoer en de natuur.
Op en bepaald
ogenblik zien we net voor ons iemand onderuit gaan in een bocht, we merken vlug
dat het nogal ernstig is en bieden onze hulp aan. Even verder is er een
splitsing. Door het tijdsverlies van de valpartij en de vermoeide benen van
Yvan (ja als ge met den handfrein oprijdt) en eerlijk gezegd de Bourgondische
levensstijl van het verlof bezorgde mij ook geen supperdag, beslissen we om de
Het meeste kopwerk
wordt door Geert geleverd, maar na de bevoorrading komen we op een splitsing en
Geert is niet meer te zien. ‘kzeg tegen Yvan, we zullen hem eens inhalen, maar
na een tijdje stel ik mij de vraag of Geert héél goede benen heeft of dat hij
is verkeerd gereden (het laatste is waar). Naar het einde toe worden we voorbij
gestoken door de A’s, die de
De terugrit naar Kalken gebeurt dan terug gezamenlijk. Het grootste gedeelte onder aanvoeren van Bart, zoals ook de heenrit en blijkbaar ook de rit zelf.
En ja, ge kunt wel peizen, het gaat langs geen kanten vooruit. Luc en ik rijden gans achteraan en Luc heeft nog tijd om zijn mouwen en broekspijpen op te sloven (om wat te bruinen).
Op het moment dat we denken, alé wanneer gaan ze nu beginnen rijden, gebeurt het op den dijk in Molsbroek. Twee normale toeristen in tegengestelde richting en de eersten kunnen ontwijken, wat remmen en 4 gaan met een snelheid van 36 km/u tegen de vlakte, enkel de netels en distels breken de val. De ongelukkigen zijn Rudy V, Yvan, Geert en Pascal. Al bij al valt het nogal mee, wat schaafwonden, kapotte kledij en wat geschonden fietsen. Pascal kon in eerste instantie nog ontwijken maar werd dan achteraan aangereden en hij belandde aan de andere kant van de weg.
Raad van de B’s: Het koersen levert risico’s en valpartijen op en uiteindelijk vallen het plezier en ook de minder goeden weg (maar wij zijn natuurlijk ook maar B’s).
In Overmere gaan Frank en Jan richting Uitbergen uit. De rest kan zich opmaken voor de sprint. In de Gaverstraat, wordt er op de rijweg gereden, maar de B’s besluiten niet mee te sprinten en gaan op het fietspad rijden. Toch rij ik nog een tijdje even rap en met evenveel wind als aanvoerder Bart. Om toch te tonen dat wij ook wat met den velo kunnen rijden.
De sprint wordt uiteindelijk door de meest gehavende van de valpartij, Rudy V, gewonnen.
Rudy De Clerck.
Zondag 16
augustus 2009. Kalken lokaal
Na de drukte van de congéperiode, komen we
stilaan terug in de alledaagse routine. Eindelijk tijd om nog eens een
verslagske te schrijven. Mooi weer, dus veel volk op ’t kerkplein. De 3 Rudy’s,
Luc K, Ronny en Sven VH, Dany P, Eric Van Gasse, Dirk De Boever, Jan W, Patrick
Roels, en ikzelf, om het dozijn vol te maken. De meiskes waren met 7. Linda,
Christine DS, Els, Nadine, Annemie en Ariane worden door Carla op sleeptouw
genomen voor een knooppuntenroute. (Tekst en uitleg te bekomen bij ons Carla).
Wij hebben onze eigen knooppuntenplanner, Rudy R, en die stelt voor om nog eens
naar Serskamp te rijden. Een ritje dat we ondertussen al allemaal goed beginnen
te kennen. Denken we, want we weten nog niet dat onze Rudy gisteren op
verkenning is geweest. Tot aan restaurant “The Boondocks” in Wichelen geen
verassingen, maar daar gaat hij ineens links, waar we normaal altijd rechts
gaan. Van dan af aan, is het een opvolging van paadjes en wegeltjes, nog nooit
door Modderfokkers be(t)reden, slechts af en toe verbonden door een gekend
stukje. Spijtig dat het weer zo rap ging, anders had ik het traject misschien
kunnen onthouden (of had ik zo neig nie afgezien). Gelukkig was ik niet de
enige die een rustpauze kon gebruiken, want als Dany P aan kant moet mee nen
platten band, zijn er nog een paar die serieus staan te dampen. De technische
onderbreking duurt iets langer dan voorzien, want de nieuw geplaatste band is
al even lek als de vorige. Den Dany wist nog niet dat gaten in nen binnenband
niet vanzelf toegroeien, en had dus zijn vorige lekke band teruggestoken. We
vervolgen onze weg en komen via Lede, Erpe-Mere, Impe, St.Lievens Houtem, terug
huiswaarts. Het golvende parcours valt me redelijk zwaar, en ik zie me
genoodzaakt een tweede pauze in te lassen, dus rij ik ook maar ne keer plat. We
rijden verder via Oordegem en Massemen, waar de gekende passage aan de
Fouconnier-molen mij de nodige courage geeft, de laatste kilometers naar
Wetteren en Kalken af te werken. Op den langen end word het tempo zoals
gewoonlijk ferm opgetrokken, en bij aankomst in Kalkendorp zie ik op mijn
kilometriekske zelf 48 km staan. Hoog tijd dus om ons te laten uitbollen tot
aan De Beize. Een mooi nieuw ritje, dat voortaan opgeslagen zit in het geheugen
van de Rudy ‘s. Bij Rudy R in zijn koppeke, en bij Rudy V, wegens plaatsgeberk
in ‘t koppeke, op de memorycard van zijn GPS. Ivan Rogiers
Zondag 23 augustus 2009. Idegem-Geraardsbergen. Hoe
ik het gedaan heb weet ik niet, maar na lang twijfelen, veel wikken en wegen,
toch alle beetjes moed bij elkaar geschraapt om mee te gaan voor de lastige rit
in Idegem. Lastig en nog vroeg ook. 7u30 aan de kerk, dus 7u20 thuis
vertrekken. En het begint al goed. Als ik mijn fiets neem om hem in de
cammionette van Rudy te zetten, zie ik dat mijn voorband plat staat. Rap de
band vervangen, met de hulp van Rudy, die ondertussen ook aangekomen is, de fietskes
in de wagen, om toch te laat op het kerkplein aan te komen. We worden er al
opgewacht door Jo R, Rudy V, Rudy DC, Dany P, Pascal L en Geert S. Ik pleit
meteen Rudy vrij voor ons laattijdig verschijnen, en neem alle
verantwoordelijkheid om mij en mijne velo. Na het inladen van de fietsen kunnen
we vertrekken. Ter hoogte van Wetterenbrug pikken we ook Eric VG nog op en zijn
we voltallig. Na de inschrijving merkt Eric dat er redelijk wat speling op zijn
voorwiel zit. Rudy wordt er bijgeroepen voor technische bijstand, maar kan
enkel vaststellen dat de lagers versleten zijn. Terwijl hij probeert om toch
een beetje bij te regelen, kijk ik mijn machien ook nog eens na, en zie dat er
een serieuze blaas op mijn voorband staat. De binnenband komt door de buitenband.
Dit lossen we op door op de binnenkant van de buitenband enkele rustienekes te
plakken zodat de binnenband binnen de buitenband blijft. ( Iedereen nog mee ? )
. Uiteindelijk kunnen we dan toch vertrekken, maar al na een 5-tal Km moet Eric
toch forfait geven wegens teveel speling op het wiel. Dan maar met z’n achten
verder. Ik moet eerlijk toegeven, het is mooi rijden in en rond Idegem, en met
af en toe een duwtje op de lastigste stukken valt het vrij goed mee. Behalve op
een lang, lastig klimmetje, waar ik mee moeite nog vooruit kom. Ik moet bijna
remmen om niet achteruit te bollen. Als ik uiteindelijk toch bovenkom zie ik
waarom ik niet vooruit geraak. Platte band, nu achteraan. Ik ga toch eens
overwegen om met volle banden te rijden, want da begint hier serieus mijn… euh…
voeten uit te hangen. De organisatie had blijkbaar het “beste” voor ’t laatst
gehouden, want we mogen ook nog over de zijflanken van de Bosberg, en op het
einde wacht nog een toerke op en rond de Muur van Geraardsbergen. Gelukkig zie
ik op een tiental Km van het einde enkele bordjes hangen met “heen” en “terug”,
en besluit dat het laatste luske er voor mij niet meer bijhoeft. Ook Rudy DC,
die nog wat last had van de naweeën van een bbq’tje enkele dagen geleden, laat
deze kelk aan hem voorbijgaan. We rijden rustig richting aankomst, maar worden
nog opgehouden door een opgehaalde brug voor de passage van enkele
plezierbootjes. Het goede weer, en het uniform van de vrouwelijke
bemanningsleden, maken het wachten meer dan aangenaam. Na het ophalen van de
brug kunnen we nog net de 6 achtervolgers voorblijven en halen een totaal van
67Km en 70 voor de anderen. Bij aankomst in de Beize zitten de meiskes: Nadine,
Rita en Els ons al op te wachten. Eric is met zijne slechte velo nog net ’t huis
geraakt, en is er ook al. EN DAN PAS HOOR IK ZEGGEN DAT ER OOK GASTEN WAREN DIE
OM 8U30 NAAR ZELE VERTROKKEN VOOR EEN NORMAAL RITJE. Zo normaal blijkbaar ook
niet, want ik heb van horen zeggen dat Mario op kop reed, en minstens 5x
verkeerd gereden is, en zo samen met Luc en Marc ook 70Km op de teller hadden. Ivan Rogiers.
Zondag 27 september 2009. Sinaai. Om 8.00 u vertrekken met de fiets, of om 8.30 met den tutu, om het met
de woorden van Rudy V. te zeggen. Die stuurde dit keer het mailken, wegens
computerproblemen bij Rudy R. 20 km heen, 50 ter plaatse en nog eens 20 terug,
lijkt mij ruimschoots voldoende, dus besluit ik in te pikken als de bende bij
mij thuis passeert. Het is frisjes om lang te wachten, maar na een 5-tal
minuutjes zie ik The dirty dozen uit de mist opdoemen. Rudy Rogiers – Vergeylen
– en De Clerck, Dirk De Boever en Hanselaer, Eric Van Gasse, Jo en Patje Roels,
Frank Vandesteen, Pascal Lippens, Geert Schepens en Sven Van Hecke. Twaalf
stuks dus, en met mij erbij 13. Op ’t gemakske tegen 33-34 /u naar ginder, waar
Nancy de dames (Nadine, Rita, Els, Annemie en Christine DS + enkele
nieuwelingen), die met de wagen komen, al staat op te wachten. De inschrijving
is vrij duur: 5 Eurokes om op ne zondagvoormiddag de ziel uit uw lijf te komen
rijden, maar het is voor een goed doel, Kom op tegen kanker, dus schenken wij
mild. Het is vrij druk aan ’t begin, en we zitten al meteen in de file, maar na
enkele kilometers inhaalrace zijn we vertrokken. De omloop ligt er overal
kurkdroog bij, met als nadeel dat het op bepaalde plaatsen serieus bonken is om
de hobbelige stukken. Niet echt gunstig voor ’t nageslacht. Aan de eerste
bevoorrading toont Dirk H. de barst in zijn voorvelg. Niet echt ideaal om zo
verder te rijden. Dus voor hem zit het er op. Voor ons nog niet, en we
vervolgen onze weg. Het gaat zoals gewoonlijk weer goe vooruit, en op de
slechte stukken is het serieus op de tanden bijten. Gelukkig kan ik af en toe
rekenen op de steun van mijn gezellen. De 2e bevoorrading komt net
op tijd om een beetje te bekomen bij een hapje en een drankje. Het is
ondertussen al goed opgewarmd, dus de trui met lange mouwen mag uit. De rit
verloopt rimpelloos, dus weer niet gemakkelijk om het verslag te schrijven. Op
een 7-tal km van het einde moeten we linskaf, maar Rudy R. stelt voor om van
hieruit rechtstreeks richting Kalken te rijden om zodoende toch op een deftig
uur terug te zijn. Voor mij zeker niet gelaten, en ik ben zeker dat er nog een
paar content zullen geweest zijn. Onze 2 zwaarste jongens, Dirk DB en Frank
nemen de kop, en Geert en ik krijgen de eer om in hun wiel te gaan zitten. Veel
voordeel kunnen we hier echter niet uit halen, als je weet dat ik ongeveer even
breed ben als die 2 samen. Ik stel voor om de volgende keer een groot karton in
hun truitje te steken. Geert zegt dat hij nog geluk heeft. Hij zit in het wiel
van Frank. Die is wel smal, maar hij heeft flaporen. Ik zou zoiets niet durven
zeggen, maar Geert met zijne grote mond wel. Zo is’t met iedereen wel iets. De
eindspurt wordt afgehandeld onder de Rudy’s. R haalt het van V nadat DC het gat
op de ontsnapten dicht reed. Een totaal van 80 km aan een gemiddelde van
27.8/u. Op het terras van De Beize worden we opgewacht door Geert B, Frank H,
Eddy en Axel Troch. Die laatste heeft in een van zijn tenten ook ne velo
gevonden, en wil deze nu eens komen uitproberen. Zij reden samen met Marc R een
plaatselijk ritje. Als even later ook de dames hun opwachting maken, kunnen we
genieten van zalig terrasweer op de laatste zondag van september. Ivan Rogiers.
Zondag 11 oktober 2009.
Zeveneken. Veel volk op het
kerkplein om naar Zeveneken te rijden. Els, Dirk DB, Thomas B, Eric VG, Frank
VDS, Pascal L, Jo R, Geert S, Danny P, Danny F, Dirk H, Luc K, en drie Rudy’s.
Deze keer zijn er geen camionetten die tegen de mountainbikers hun auto kunnen
rijden. De mannen van de gemeente zijn trouwens (druk) bezig om alles klaar te
zetten voor de boerenmarkt.
Nadine pikt in aan de Dendermondsesteenweg, zodat er toch 2 vrouwen in
het gezelschap meerijden. Zij moeten trouwens niet onderdoen voor de mannen,
die er geen rekening mee houden dat er vrouwen meerijden. Wel opvallend dat op
de brug er direct enkele bereidwilligen zijn om Els een duwtje te geven. Als er
nen ouweren vent niet goed omhoog rijdt, zijn ze zo rap niet om te duwen. Ivan
die niet van gisteren is, heeft zich overslapen en pikt in op Hussevelde.
Thomas Bisschop kan het nog tot paus brengen, want nog voor we de
startplaats bereiken, kust hij de grond. Hij moet dit ritueel wel nog wat
oefenen want hij doet het nogal bruut. Pascal kan de vallende Thomas niet meer
ontwijken en gaat over de kop. Gelukkig draagt hij een helm die het contact met
de grond wat breekt. Nadine kijkt om en uit vrouwelijke nieuwsgierigheid of uit
sympathie gaat ook zij tegen de grond. Al bij al vallen de verwondingen best
mee, maar hoeveel min zijn we nu vroeger gearriveerd?
Bij de start van de rit vervallen we al direct in de oude gewoonte, we
rijden allen samen en als er bij zijn die niet meer meekunnen, zullen we wel
splitsen (Ik ken dat). Tot aan de bevoorrading blijft de groep min of meer wat
samen. Luc K rijdt al vlug apart een eigen toerken want hij moet vroeg thuis
zijn, Jo zijnen buik is niet in orde van dienen vierde kilo mosselen, Eric
zijnen rug doet zeer van de lastige rit zaterdag in Merelbeke en Pascal heeft
zijnen val geestelijk nog niet verwerkt. Na de bevoorrading komt er toch een
splitsing en wij gaan verder, dan wel iets langzamer, met Thomas, Geert, Ivan,
Eric, Dirk en ikzelf.
Dirk H, die niet in goede doen is, verkiest na een tijdje, om de rest
van het parkoer alleen verder te rijden.
Het parkoer ligt er toch wat modderiger bij dan dat we gewoon zijn de
laatste maanden. Dat moet ook Geert gedacht hebben toen hij bij een
inhaalmanoeuvre ten val kwam. Er is nog wel wat discussie of de val in
aanmerking komt voor het klassement of niet. In Zeveneken wordt er gewacht tot
we compleet zijn en we rijden samen terug. Zonder regen komen we aan in de
Beize, waar we voor den eerste keer sinds lang, het interieur wat kunnen
bemodderen. Daar wat koud bier drinken en terug naar Hussevelde. Het leven van
nen mountainbiker is toch schoon hé. Rudy
De Clerck.
Zondag 18 oktober 2009. Lokeren. Ondanks de eerste nachtvorst van ’t jaar, toch massale opkomst voor een
tourtocht in Lokeren. Voor de A-kes: Rudy V en R, Danny F en Dany P, Dirk DB,
Jan W, Frank W, Thomas B en Eric VG. De B-kes: Mario V, Pascal L, Rudy en Eddy
DC, Dirk H, Tom VDB, Geert S, Ivan R, en gastrijders Tim Raman en Stefaan
Imschoot. Ons meiskes, Els, Ann, Annemie, en Christine B en DS, reden met de
wagen, de rest allemaal samen met de fiets. Ook Nadine en Rita reden met de
velo, maar vertrokken net voor de bende. Er waren ook nog de langslapers die om
9 uur vertokken, nl. Frank, Zeno en Svevo H, Eddy en Axel T, John, Geert B en Tom
H. Een totaal van 34 Modderfokkers. Karel Verhoeven, met lumbago, reed dan nog
op zijn eentje, dat maakt 35. Genoeg bladvulling, nu nog iets over de rit zelf.
Rudy R heeft zich overslapen, en vraagt om langs ’t Hussevelde te passeren
zodat hij daar kan inpikken. Mijn goe gedacht van verleden week krijgt
navolging. Geert S heeft de koude onderschat, en is een van de weinigen die
zonder handschoenen rijdt. Na een paar km krijgen zijn vingers het serieus
koud, en stopt hij zijn hand onder zijn zitvlak. Ik geef hem de tip, dat het
een paar centimeter dieper nog veel warmer is, maar hij slaat mijn goede raad
in de wind. De hoofdrollen zijn echter weggelegd voor Tim en Tom. Tim slaagt
erin om al na enkele honderd meters plat te vallen. Niemand heeft veel goesting
om zijn handschoenen al uit te spelen, maar als we Tim een tijdje laten dutsen,
zien we dat we moeten bijspringen omdat we anders niet voor donkeren thuis
raken. Banden vervangen zit duidelijk niet in de basisopleiding van de politie.
Ergens in Eksaarde doet hij het nog eens dunnekes over door nu vooraan lek te
rijden. Bij zijn volgende stunt scheelt het geen haar, of hij knalt tegen een
bestelwagen die net voorbij een bocht komt aangereden. Gelukkig waren zijn
reacties beter dan zijn technische vaardigheden. De rest van de rit mag hij
zich rustig houden en neemt zijn nonkel, Tom, het over. Die waagt het om na
enkele maanden afwezigheid, zonder voorbereiding aan de start te komen. Hij
rijdt dan wel “maar” met de B-kes, maar hij zal het geweten hebben. Tot halfweg
valt het nog mee, maar dan komt het verval. En als het komt, komt het rap.
Gelukkig kan hij rekenen op de morele, maar vooral fysieke steun van Rudy DC.
Bij aankomst terug in Lokeren ligt de groep serieus uiteen, en vallen de duiven
één na één binnen. Als ook Tom binnenkomt vragen wij waar zijn engel-bewaarder
(Rudy) zit. Die had enkele km geleden een sanitaire stop gemaak, en zou ons wel
terug inhalen. Niet dus. Het wachten duurt wel heel lang, maar ja, het was dan
ook koud hé, en als alles een beetje krimpt, dan moet je soms een beetje
zoeken. Later zal blijken dat hij ook nog lek reed, en problemen had met de
herstelling. Op de terugweg naar Kalken houden we een deftig tempo aan, zodanig
dat niemand meer in de problemen komt, maar op de laatste brug wordt nog eens
alles gegeven en dat is er teveel aan voor Tom. Volgens Geert raakte hij zelf
met moeite naar beneden. Ivan Rogiers
Zondag 25 oktober 2009. Herzele. Rudy heeft
zich laten verassen door het winteruur. Nee, hij heeft zich niet overslapen en
stond ook geen uur te vroeg op het kerkplein, maar hij blaast verzamelen om
half negen, eigenlijk dus half tien zomertijd. Had hij hier tijdig aan gedacht,
konden we zeker een half uurke vroeger uit ons bed. Nu komt iedereen goed
uitgeslapen op ’t appél. En het zijn er weer veel, ook al kunnen we een pittig
ritje verwachten. Met z’n 15 per auto, een stuk of 5 al met de fiets vertrokken
en dan nog een stuk of wat die ter plaatse rijden. Eigenlijk teveel om op te
noemen, en aangezien ik er al enkele vergeten ben, begin ik er niet aan. Eens
iedereen is ingeschreven, vertrekken we allemaal samen, maar bij een eerste
snok van enkele heethoofden, ligt het hele veld al uit elkaar. Als we even
later terug beginnen samenklitten, zijn de A-kes al gaan vliegen, en kunnen wij
op een iets deftiger tempo onze rit vervolgen. De regen van gisteren en
vannacht, in combinatie met de vettige grond, zorgen er voor dat er plaatselijk
serieus kan geschaatst worden. Misschien met meer geluk dan kunde slagen we er
toch in om overeind te blijven. Al na 12 km krijgen we een eerste bevoorrading,
en na enkele minuten komt ook Ronny Van Hecke aangereden. Die had blijkbaar
noch kunde, noch geluk, en was al 3 keer tegen de grond gegaan. Ik vraag hem of
ik nu al den 100 moet bellen, of dat hij eerst nog een paar keer gaat vallen?
Hij kiest voor het laatste (en houdt woord). Tommeke, die nog niet bekomen is
van vorige week, is er niet bij, maar laat zich vervangen door den Rosten S.
Die is ook enkele weken uit roulatie geweest, en zit de tweede helft van de rit
serieus op zijn tandvlees. Hij kan rekenen op mijn morele steun, en op de
fysieke steun van Eric VG en Rudy DC. Op een 5-tal km van het einde, midden van
een bosje, komen we ons meiskes ook nog eens tegen. Carlaatje verwacht blijkbaar
een koude winter, want ze is volop hout aan ’t sprokkelen. Ze steekt letterlijk
stokken in de wielen. Alleen rijdt dat niet zo goed, en die stokken er terug
uithalen lukt ook al niet. Maar als de nood het hoogst is, ben ik toevallig
nabij. De A-kes hebben we ook nog gezien. Zij zaten al een tijdje te wachten in
de sporthal. Sorry voor degene die eens een verslagske willen lezen van de
A-kes. Die moeten zelf maar ne keer proberen meerijden met die zotten. PS.
Vorige week vroeg ik aan Mario of hij ook van de partij kon zijn. Hij
antwoordde: ‘Karel heeft me juist gebeld. Of ik niet met hem wil gaan rijden in
St. Amands. Herzele zal niet gaan met zijn lumbago. Dus ga ik maar met Karel
gaan rijden. Gehandicaptenzorg is een werk van barmhartigheid! ‘ Ik mailde terug:
‘Wa heeft da er nu mee te maken. Als het gaat mee nen TREK, nen GIACOMELLI,
SPECIALIZED, SCOTT of ne COLNAGO, zal’t mee nen LUMBAGO ook wel gaan zeker???’ Ivan Rogiers
Alle lumbago’s op een Canon (want dat is
het waar Karel sinds kort mee rondrijdt): veel last van zijn lumbago had Karel
niet. Gehandicaptenzorg, ja mijn grootmoeder, ik mocht serieus mijn tenen
uitkuisen om mee te kunnen met Kareltje. St. Amands was een mooie rit, veel
technischer dan we hadden verwacht, en wat doet het toch nog steeds deugd om
met twee modderfokkers iedereen gewoon voorbij te vlammen. Aanklampen was er
zelfs bij geen enen bij. Maar als ik dan met de rest van de modderfokkers
rijdt, kan ik niet mee. Mario
Zondag 1 november, Allerheiligen 2009. Baardegem.
Vijftien moedigen laten zich niet afschrikken door het voorspelde herfstweer.
Ann, Els en Nadine, Jan W, Dirk DB, Fank VDS, Rudy V, Rudy R, Patje R, Geert S,
Eric VG, Gunter B en ikke. Stefaan Imschoot heeft de smaak blijkbaar goed te
pakken, en was er ook weer bij. Nieuweling op de afspraak was Axel Troch. Hij
rijdt al enkele weken plaatselijk, en omdat hij toch al wakker was, wil hij het
ook eens proberen bij de B-kes. De velo’s worden ingeladen, en we vertrekken
met de voiture naar Baardegem. Al van bij het begin van de rit besluiten we op
te splitsen, zodat de 6 rappe niet te veel moeten wachten op de 6 minder rappe,
en de minder rappe niet te rap hun moteurke opblazen en de rest van de rit op
het tandvlees zitten. Opeens valt het op dat bij ons groepje van 6 er 5 KWB-Kook-wa-beter
leden zitten, nl. Geert, Gunter, ikzelf, fietsnieuweling Axel, en
kooknieuweling Eric. Eric, eigenlijk nen A, maar met het gezond verstand van
nen B, bepaalt het tempo, en het gaat eerlijk gezegd goe vooruit. Axel had
blijkbaar de B-kes een beetje onderschat, want zijn potje kookt algauw over.
Nadat we hem een paar keer opwachtten, besluit hij de resterende 40 km toch
maar op zijn eigen tempo af te werken. Het is een mooi ritje, en doordat de
voorspelde regen voorlopig uitblijft, ligt het parcours er overal goed
berijdbaar bij. Toch slaagt Stefaan erin nen schonen duik te zetten. Als we uit
een veldwegel de baan oprijden, gaat hij onderuit. Waarschijnlijk geslipt op
een bananenschil of zo. De schade blijft beperkt tot wat schaafwonden, en een deuk
in het zelfvertrouwen. De rest van de rit werken we af zonder verdere
problemen, al krijgt Stefaan het op het einde nog serieus lastig. Waren het de
naweeën van zijn val, of zat hij door zijn beste krachten? Volgende keer aan de
bevoorrading misschien een extra koeksken eten, of een stukske banaan? Er waren
ook nog een paar plaatselijke rijders, maar ik herinner mij enkel Geert Bracke,
die een rondje gaf op zijn verjaardag. Dus, een kleine tip voor de plaatselijke
rijders die het verslag willen halen. Ne keer trakteren mag altijd. Ivan Rogiers
Zondag 15 november. Sidmar. Op deze regenachtige en winderige ochtend zijn er toch 14 mannen die zich niet laten afschrikken om een plaatselijk ritje te maken. (ook enkele moedige dames hebben het weer getrotseerd). Thomas, Stefaan, Eric, Karel, Dirk, Ivan, Jan, Luc, Frank, Tom, Tim en 3 Rudy’s maken wel wat lawaai bij de samenkomst, maar dat stoort een in zijn auto slapende jonge man niet. Tim zijn ketting ligt er al af nog voor we moeten vertrekken. Vuile tongen beweren, ik citeer: “Ja, maar om Tom te volgen hebt ge dat niet nodig”. Na wat aarzelen besluiten we nog eens naar den bos te rijden aan Sidmar. Aangezien we niet door het domein gereden zijn, is het natuurlijk een gans stuk op de weg. In Zeveneken rijden de eersten voorbij de wegel waar we al 100 keer zijn doorgereden. Terwijl zij moeten omkeren, neemt Ivan de kop en na een tijdje kijkt hij tevreden achterom “keb ze er ne keer afgereden”. In de achtervolging is Stefaan ook nog eens ten val gekomen. Achteraf na de rit heeft Eric hem zijn steunwieltjes beloofd, want Stefaan legt hem nogal graag ne keer.
Er staat een flinke meewind en we zien Ivan geregeld op de kop verschijnen.
In het bos volgen we het traject zoals het in mijn kopken zit, maar af en toe komen we een uitgepijlde rit van Zelzate tegen. Opletten dus, maar dat hadden we beter tegen die anderen gezegd, want aan het spoorwegbruggetje knalt er één op een paaltje, op het eerste zicht viel het al bij al nog mee (gelukkig). Voor alle duidelijkheid, de modderfokkers hebben niets te maken met deze val. Ook Tim kan het niet laten hem in het bos eens te leggen.
Op de terugweg
wijzen de toppen van de bomen in onze richting en nu is Ivan niet meer te zien
op de kop (tis misschien wel de slimsten). Aangezien het toch een beetje mijnen
rit is probeer ik toch samen met Dirk, Jan en Frank de wind wat op te vangen.
Als Thomas lek rijdt, is het voor velen een welgekomen rustmoment. In de
Bontinkstraat staat de wind terug bal op de kop. Op de brug wordt ik ertoe
aangezet door Rudy R om naar voor te gaan, en dan zit ge daar terug van voor
hé. Maar de straat is lang en de pijlkast geraakt stilaan leeg. Meedoen aan de
sprint zit er niet echt meer in, en Rudy V die in mijn wiel zit komt bedrogen
uit. Het is uiteindelijk Ivan die het hoogste schavotje mag betreden. Alhoewel
we allemaal even veel trappen betreden om de beize binnen te gaan. Rudy Declerck.
Zondag 20 december 2009. Overmere. Het belooft
een specialleke te worden. Er ligt al een paar dagen sneeuw, en vannacht is er
nog een ferm pak bijgevallen. Het is zelfs nog aan het sneeuwen, en er staat
een strakke wind. Toch staat mijn besluit vast: Vandaag ga ik rijden. Goed
ingepakt vertrek ik richting Kalkendorp, maar stel al na enkele meters vast dat
de wegen nauwelijks berijdbaar zijn. Toch maar ne keer langs broer Rudy
passeren om te zien of hij het wel ziet zitten. Ik zie geen beweging in de
Portugiezenstraat, maar merk wel een MTB-spoor in de verse sneeuw. Zou hij voor
een keer vroeg vertrokken zijn? Ik keer voorzichtig mijn kar en rij verder naar
’t dorp. Halfweg begin ik toch te twijfelen of een ritje vandaag wel doenbaar
is, en nadat ik al een paar keer bijna val, keer ik zelfs terug. Op weg naar
huis, vraag ik mij af wie in zo’n weer een toerken mee zijne velo gaat rijden,
en puur uit nieuwsgierigheid, besluit ik om toch ne keer te gaan kijken wie zo
zot is. Op het kerkplein zie ik echter niemand staan, dus kan ik met een gerust
geweten naar huis. Ik ben bijna vertokken als Geert S komt aangereden. Hij is
met de wagen van Laarne naar hier gekomen, en volgens hem ligt het zelfs vrij
goed. Waarschijnlijk rijdt da goed in de sneeuw, zo een 16. (Voor de niet
auto-experts onder ons, een 16 is hetzelfde als een 4 x 4). Hij heeft onderweg
Roste S opgeladen, en weet te vertellen dat er toch gereden wordt, en dat we
vertrekken van bij Rudy V. Daar staan Eric VG en Patje R ook al klaar, om toch
een poging te wagen. Ik laat mij overhalen, en we vetrekken met z’n zessen naar
Overmere, waar Jan W en Karel V ons al opwachten. Het spoor in de
Portugiezenstaat was dus niet van Rudy, maar van Karel. Het klopt dus wat men
zegt. Den dag dat Rudy R niet meerijdt, zal ’t sneeuwen. De rit blijkt
afgelast, maar we besluiten toch de pijltjes te volgen en een stuk van de rit
te rijden. Slechte en heel slechte stukken wisselen elkaar af, maar toch slagen
we erin rechtop te blijven. Tot Erik de ban doorbreekt, en een eerste keer
onderuit gaat. Gelukkig is het zacht vallen in de sneeuw. Even verder heeft hij
het een tweede en een derde keer aan zijne rekker, maar hij is niet de enige
die op zijn bek gaat. Patje en ik 1 keer, Geert 2x en Jan zelfs 3x, al heeft
die wel het excuus dat hij meestal vooraan rijdt door het maagdelijk witte
tapijt. Maar er kan er maar een de beste zijn, Erik dus. Hoeveel duiken ga ik
hier niet verklappen, maar je mag altijd een pronostiekje wagen bij
ondergetekende. We komen toe aan De Beize met slechts 35 km op de teller, maar
wel een ervaring rijker welke je maar eens om de zoveel jaar kan beleven. De
afwezigen hadden weer maar eens ongelijk. Ivan
Rogiers
Zondag 27 december 2009. Vlierzele. Met een omvangrijke groep naar Vlierzele. Bij de inschrijving weet één
van de inrichters te vertellen dat er
Op de terugweg wordt er flink doorgefietst. In Kalken worden ik en Thomas uit het wiel gereden. De activiteiten van de zaterdag zullen bij mij toch wel wat te uitbundig geweest zijn.
Danny F blijft nog
bij ons, om te helpen of aan te moedigen, maar ook bij hem zijn de beste pijlen
verschoten. Kortom, iedereen had zowat zijn eigen reden waarom hij afhaakte.
Maar na nen km of 70 verenigen we terug in de Beize, waar in een mum van tijd
alles wordt herschapen in een smerig boeltje. Enkel Jan en Frank hebben we niet
meer terug gezien (zit de verjaardag van Jan hier voor iets tussen?). Rudy DC
Zondag 3 januari 2010. Gentbrugge – Sneeuwpret deel II. Sabine Haegedoorn zat er weer boenk op. Het heeft vannacht opnieuw
gesneeuwd. Niet zo’n pak zoals 2 weken geleden, maar toch voldoende voor een
wit laagje en gladde wegen. Als ik voorzichtig den hof afrij, zie ik Rudy DC al
komen afgegleden, dus kunnen we samen naar het kerkplein. Het valt niet mee op
de baan, en onderweg besluiten we een plaatselijk ritje voor te stellen voor de
liefhebbers. Als we op het einde van de Schriekstraat moeten stoppen voor het
rode licht weigeren de remmen van Rudy, maar met beide voeten op de grond komt
hij toch tijdig tot stilstand. Blijkbaar heeft hij bij het kuisen, zijn fiets
niet goed gedroogd, waardoor de remmen en kabeltjes nu vastgevroren zitten. Ik
stel hem gerust dat we vandaag onze remmen toch niet veel zullen nodig hebben,
maar na een beetje prutsen krijgt hij ze toch weer aan de praat en kunnen we
verder. Even later begint hij opnieuw te dutsen. Nu is het zijn “body” die
doordraait. Omdat we al wat tijd verloren zijn, besluit ik al verder te rijden
om de rest te verwittigen om nog even te wachten. Net wanneer ik wil terugkeren
om een handje toe te steken, komt hij er al aangereden. Probleem opgelost. We
zijn in totaal met 14, maar Pascal ziet het toch niet zitten om mee te rijden.
Is het de schrik om te vallen, of omdat zo’n bruine streep in de sneeuw teveel
zou opvallen? Dus, om het noodlot nog wat extra te tarten, starten met 13. De 3
Rudy’s, Eric, Geert, Jan, Tom, Frank, Dirk DB en Dirk H, Stefaan, Thomas, en
ikzelf. Ons voorstel voor een plaatselijk ritje wordt weggestemd, en we laten
ons overhalen om mee te slieren naar Gentbrugge. We vertrekken voorzichtig,
maar nadat Rudy R ne keer getest heeft, rijden we toch deftig door. We passeren
nog via de Warande in Laarne, waar Dirk nog vlug zijn spatbordje monteert, en
worden bij het vertrek uitgewuifd door de rest van de familie De Boever. Al
meteen bij aanvang van het uitgepijlde parcours, krijgen we een leuk stukje
voor de wielen. Slingerend tussen de bomen, op en neer over aangelegde bultjes.
Wanneer we enkele wel héél voorzichtige dames passeren, geeft Jan hen de tip
dat ze zich moeten ‘leggen in de bochten’. Rudy DC, die goede raad nooit in de
wind slaat, legt zich in de volgende bocht meteen héél diep, volledig plat
zefs. Al kan die ijsplek er ook wel voor iets tussen gezeten hebben. Een 5-tal
km verder is het alweer de body van DC die niet meewil, maar door hard op te
blazen, komt die door de warme adem opnieuw in orde (of zouden het toch de
alcoholische dampen zijn die hiervoor zorgden). De rest van de rit verloopt
zonder verdere problemen, en als we ter hoogte van Recticel even stoppen om
alles terug te laten samenkomen, zegt Geert dat hij van hieruit rechtstreeks
naar De Beize rijdt omdat het al halftwaalf is. Iedereen stemt toe, en ikke
content, tot we merken dat het pas 10u45 is. Geert heeft ne nieuwe velo, en
zijn kilometriekske stond nog op Hollands uur. Dus wij terug verder, maar bij
mij is eerlijk gezegd de veer een beetje gebroken. Als we na een 5-tal km terug
de Scheldedijk oprijden, slaat Dirk H linksaf richting Wetteren i.p.v. rechts,
naar Gentbrugge. Ik volg meteen zijn voorbeeld, en voor Stefaan is het ook
genoeg geweest. Op weg naar Kalken zit de wind op kop, en in de aangevroren
sneeuw bolt het voor geen meter, dus is het nog even op de tanden bijten. Het
is dan ook een blijde intrede als we om 11u30 in de Beize aankomen, 5 min later
gevolgd door Thomas, die het blijkbaar ook niet echt meer zag zitten, en nog
even later de rest van de bende. Na het uitwisselen van de nieuwjaarswensen met
de meiskes (die niet fietsten, maar toch om hun beezen kwamen) kunnen we nog
genieten van een zonnige winterdag. Ivan
Rogiers.
Zondag 10 januari 2010: Kalken-Overmere Donk. Sneeuw en –ijspret deel III. Vandaag mogen we het niet te lang trekken, want we worden om 11 uur in De Beize verwacht voor onze jaarlijkse nieuwjaarsreceptie, dus staat er een plaatselijk ritje op het programma. Rudy is vrijdag al eens gaan verkennen dus mogen we ons weer aan iets verwachten. De hoofdwegen zijn goed berijdbaar, maar op de binnenbaantjes ligt nog altijd sneeuw en is het opletten geblazen. We vertrekken langs de Beekwegel, en als we de Scheestraat kruisen om de Zauwwegel in te draaien weet Mario al hoe laat het is. Hij gaat als eerste op zijn bek, (als we de 2 schuivers van Pascal in het naar hier komen niet meerekenen) en velen zullen zijn voorbeeld volgen. Dirk DB, Tom, Rudy DC, Roste S, Geert S, Thomas, Patje, Dany P, Eric, Pascal en Mario gaan gezamelijk 20 keer onderuit. Dirk H, Karel, Jan, Rudy R en ikzelf zorgen ervoor dat het saldo niet verder oploopt door schoon rechtop te blijven. Aan het einde van het wegeltje van de Zauwer naar de Bontinckstraat, is het lang wachten op Pascal. Als hij in de verte komt aangereden, zegt Rudy R dat hij zodanig traag rijdt, dat het wel lijkt alsof hij van ons wegrijdt. Wanneer hij uiteindelijk toch bij ons komt, hebben we ondertussen al een erehaag gevormd om hulde te brengen bij zijn passage. Blijkbaar heeft hij een derde duik gezet, en besluit dat het genoeg geweest is. Eric is de volgende die er de brui aangeeft. Hij had zichzelf voorgenomen niet meer dan één keer te vallen, en even voor de Gratiebossen is het zover, en zijn we hem kwijt. Langs enkele paadjes, die we nog kennen van de toertocht van de Scheve Villa gidst Rudy ons naar de boorden van Overmere-Donk. We passeren over een brugje, en net wanneer de meesten denken dat we langs de eendekooi gaan, rijdt hij doodgewoon het ijs op. Marco Borsato zingt “lopen op het water”, maar wij rijden op het (bevroren) water. In het midden van “Den Donk” houden we halt voor een fotoshoot, waarvan de beelden terug te vinden zijn op den blog van De Modderfokkers. Als we het ijs afrijden zien we nog ne Modderfokker zitten. Het is Witte Krick die zijn schaatsen aanbindt. Hij gaat zijn kilometers glijdend afmalen. De terugreis naar Kalken verloopt, een uitschuiver van Tom na, zonder verdere incidenten.
N.B. Eventuele uitschuivers na de nieuwjaarsreceptie zijn niet meegerekend in de 20 valpartijen hierboven vermeld. Ivan Rogiers
Zondag 7 februari 2010. Hamme –Zogge. Als ik wakker word, ben ik stijf en stram. Het langlaufen van gisteren eist zijn tol. Maar toch ga ik fietsen.
Op weg naar het dorp rij ik op een klein steeksken om wat los te komen. In de Schriek komt buurman Ivan bij mij gereden, en heeft hij al nen pijl verschoten, zo vroeg op den dag. We rijden allen samen naar Hamme, onderons ook Nadine en Rita. ‘kmoet zeggen de modderfokkers kunnen ook hoffelijk zijn, er wordt naar ginder gereden op een min of meer rustig tempo. Zo heeft iedereen eens de tijd om een klapken te doen. De andere dames rijden per auto.
Ginder ter plaatse
spreken we af dat de B’s maar
Het is wel de aanzet om ons wat te laten afzakken. Enkel Luc K moet nog naar voor gestuurd worden, maar met die nieuwe crossfiets is dat geen probleem.
Karel V, Geert S, Mario V, Pascal L, Ivan R en ikzelf rijden aan een iet wat rustiger tempo verder. Alles ziet er goed uit, tot onze vrouwelijke modderfokkers roet in het eten gooien. Linda is namelijk lek gereden, en Rudy R en zijn companen; Rudy V, Dirk DB, Patrick R en luc K zijn gestopt om te helpen. Er zat een vijs in de band en Linda had die niet zien liggen! Misschien een idee voor man Ronny om een metaaldetector op de fiets uit te vinden (gat in de markt of in de band?). Wij stoppen ook, maar als we zien dat alles in goede handen is van Rudy R, rijden we verder. En dan begint het natuurlijk, we voelen ons de prooi van de jagers achter ons en zonder met elkaar af te spreken wordt er goed doorgereden. Ivan verschiet nog wat pijlen, en krijgt het bij momenten lastig. Ik heb ook niet de form mee en na éénmaal te duwen snap ik al dat ik beter mijn krachten doseer en voor mij reserveer (egoïstisch hé). Even voor de bevoorrading komt alles terug samen, en rijden we samen verder.
Enkel Luc is ergens weg gereden omdat hij tijdig thuis moest zijn. Nog wat verder komt de splitsing 45-55, maar het gaat tegen want de A’s gaan ook voor de 45, om tijdig bij Koen te kunnen zijn. We laten ons niet direct kennen en Ivan verschiet nu ook zijn slechte pijlen. Gelukkig kan hij rekenen op fysieke steun van broere en Patrick. Op een gegeven ogenblik schudt Rudy met zijn rechter hand, ‘k vraag of zijn horloge stilligt, maar het was wat krampe van…..
De rit terug naar huis verloopt met manieren, maar voor Ivan is het een lijdensweg, hij verbrandt zelfs zijn pijlkast. Sorry Ivan ‘k had niet de bedoeling U zoveel te vernoemen, maar ja, toch graag gedaan.
Na nen Duvel (of
twee drie) gaat het al wat beter. Ook de C’s zijn goed vertegenwoordigd in de
Beize, zij hebben een plaatselijke rit gereden. Frank H heeft pech dat den hoop
zo groot is als hij trakteert voor zijn verjaardag. Maar santé. Rudy DC
PS. Zeg, Rudy, volgens mij reed Ivan ook mee, maar ge hebt die gelijk vergeten noemen. Mario
Zondag 14 februari 2010. Plaatselijk. Het is alweer een tijdje geleden dat we nog eens in de sneeuw konden
rijden, toch al zeker 2 weken, maar vandaag is het weer zover. Alle liefhebbers
van het genre zijn present, met uitzondering van onze 2 verslaggevers van
vorige week. Die hebben zich zodanig geforceerd bij het bekladden van mijn goede
naam, dat ze een week later nog niet in staat zijn om een toerken met de fiets
de rijden. Rudy R, Patrick R, Luc K, Dirk DB, Jan W, Thomas B, Geert S en
ikzelf waren er wel. Els was als enig meiske naar Kalken afgezakt. Er was zelfs
een nieuwkomer die de gladde wegen kwam bedwingen. Steven De Mey, afkomstig van
Overschelde. Twee weken geleden had hij ook al eens geprobeerd, maar moest dan
na een 10-tal Km de rol lossen. Wegens geen ritten in de buurt, en omdat de
meesten op een deftig uur willen thuis zijn (Valentijn??), kiezen we voor een
plaatselijk ritje. Rudy stelt voor om de komende Modderfokkerstocht nog eens te
verkennen, kwestie van het parcours bij iedereen in ‘t koppeke te krijgen. We
vertrekken langs de Kalkense Meersen, waar we al meteen een pittig stukje
ijsballet voor de wielen krijgen. Goed doortrekken waar het kan, iets
voorzichtiger waar het moet. Nieuweling Steven heeft waarschijnlijk
bijgetraind, want hij blijft goed overeind tussen het geweld van de
geroutineerde rijders. Figuurlijk dan toch, want letterlijk lukt het minder
goed. Even voor De Boondocks maakt hij een slipper, en gaat onderuit. In zijn
val sleurt hij den witte Krick mee, die nochtans zijne velo met dunne bandekes
thuis gelaten had. Even verder gaat Thomas in de fout. Ook hij slipt, en valt
tegen een muurtje. Volgens hem telt dit niet als echt vallen, voor ons wel.
Dirk DB heeft geen excuus. Hij neemt een bocht iets te enthousiast, en gaat
sierlijk onderuit, met als resultaat, een deuk in zijn ego. Via een stukje door
de Serskampse bossen, met hier en daar een nieuw wegeltje komen we aan in
Wetteren, waar we voor de verandering ne keer over den Passarel gaan. In de
aanloop naar den Blauwen Steen, spelen we Steven nog kwijt. Hij had blijkbaar
zijne stal geroken, en vond het niet nodig om de kelk tot op de bodem te
ledigen. Het laatste stukje langs het water richting Vaart was wel nog
behoorlijk tricky, maar we houden het allemaal droog. Luc wacht de eindsprint
niet af, want op het Vaartplein snijdt hij een stukske af, en vertrekt zo op
een diefje. Dirk probeert er nog achteraan te gaan, maar schiet te kort en
krijgt het gat niet meer dicht. Luc is wel als eerste aan De Beize, maar wordt
wel gediskwalificeerd wegens het verlaten van het uitgestippeld parcours. Dirk
en Frank H, Geert B, Guy R en Stefaan I zaten ons al op te wachten. Het
parcours voor de Modderfokkerstour is gekeurd en goed bevonden, maar om de rit
uit te pijlen zou het toch niet slecht zijn dat Rudy meerijdt. Ivan
Zondag 21 februari 2010. Sinaai. “8 Uur aan de kerk, voor een uitstap met de fiets naar Sinaai”, stond in de mail van Rudy, maar als ik om 2 voor 8 het kerkplein oprij, staat er nog niemand. Het belooft dus een matige opkomst te worden. Maar dan vallen de duiven één voor één. Eerst Dirk DB, dan Danny F, Pascal L, Jan W, Rudy V, Luc K, Patje R en Rudy R. Allemaal A-kes, of het scheelt nie veel, en ja, ik stond daar ook nog tussen, met de moed al in mijn schoenen. Al van bij het vertrek gaat het goe vooruit, het tempo niet onder de 30/u, en bij het oprijden van de brug van ’t Hussevelde oplopend naar 32 – 33. Normale mensen gaan bij het bergop rijden een beetje vertragen, Modderfokkers niet. Richting Lokeren gaat het zelfs niet meer onder de 35, en ik begin al serieus te zweten. Gelukkig zit ook Rudy V niet zo fris wegens een feestje gisterenavond, en een te korte nachtrust, en wordt op algemeen verzoek het tempo een beetje gedrukt. Als we in Sinaai aankomen heb ik al 22.5 km op de teller. In de wetenschap dat de terugtocht even lang zal zijn, besluit ik aan de eerste splitsing voor de 39 i.p.v. de 50 km te gaan, kwestie van een beetje reserve te hebben voor de retour. Mijn verbazing is dan ook groot als aan de eerste splitsing iedereen voor de 39 kiest. Na een tijdje begint het mij toch een beetje te lastig te worden, en besluit ik de zware mannen te laten rijden en voor plan C te kiezen, de 29. Ik rij verder op mijn eentje en hou volgens eigen mening een redelijk deftig tempo aan. Ik wordt uiteindelijk maar door 3 gasten ingehaald, waarvan ik er eentje na enkele km terug te stekken krijg. Dat geeft toch wa courrage. Als na een tijdje wachten de mannen van de grote toer het veld komen uitgereden, zie ik dat Rudy V zijn uitstap van gisteren heeft moeten bekopen. Hij heeft volgens eigen zeggen serieus zijne peere gezien, en als ik hem zo bekijk, geloof ik hem op zijn woord. De terugreis naar Kalken gaat wind op kop, en het zijn Rudy R en Patje die het kopwerk voor hun rekening nemen. Ze doen dit zodanig goed, dat Rudy V zo nu en dan de rol moet lossen. Ik blijf naast Rudy rijden om hem de nodige morele steun te verlenen, maar vooral om te genieten van het feit dat er ne keer iemand anders zit af te zien. Op de brug van de Bontinckstraat is het gedaan met genieten, want mijne naftenbak is ook bijna leeg. Een eindspurtje zit er dan voor mij ook niet meer in. Patje haalt het voor Dirk en de rest van de bende. Naar vaste gewoonte worden we opgewacht door de plaatselijke rijders. Dirk en Frank H, Geert B, Eddy T, Peter Fritamientje en een nieuwkomer die mij nog altijd eens een visitekaartje moet bezorgen, werden door Rudy DC op sleeptouw genomen voor een toerken Kruiskapel. Had ik da geweten,…. Ivan
Zondag 28 maart 2010. St. Niklaas. Ivan vroeg
me om nog eens in de pen te kruipen. Zo gevraagd, zo gekropen. Veel volk en veel
vrouwvolk (fokkemodders, moddermiekes, modderfoksters, ik weet niet hoe we ze
best noemen) aan de kerk. Rudy R. niet, want die moet VIPs rondrijden tijdens
Gent-Wevelgem voor Mercator Vlaanderen. Staan er wel: Pascale Lippens, Ann van
Jan (Jan kwam achter), Els van Jo (Jo zelf zat ergens vastgeplakt, naar horen
zeggen in het kleinste kamertje), Rita van Erik (Erik zelf ook al niet), Nadine
van Rudy V. (Rudy Vee zelf was wel mee) en dan nog een sportief meiske. Dirk De
Boever, Witte Krick met zijn cross-velo, en Ivan waren er ook nog en Patje was
al met de velo naar St. Niklaas, kwestie van nog 35 km te kunnen bijtrainen.
Bijna was ik nog Karel Verhoeven vergeten, mijn privé-chauffeur. Om kwart na 9
kunnen we al vertrekken op voetbalplein SK Gerda te St. Niklaas. Meteen een
paar km kronkelig bos. Wij wisten niet eens dat ze daar bos hadden. En dan
volgt er één aaneenschakeling van wegels, dijken, steile klimmetjes en
afzinkskes, kronkels en draaien, lange, bonkige einden, pittoreske dorpkes.
Steendorpe aan de Schelde en omgeving moet ge zeker eens bezoeken om te gaan
wandelen of fietsen, echt een ontdekking. Tegen alle verwachtingen in een
toffe, prachtige rit met driekwart off-road (dat wil zeggen ‘van de baan’, voor
wie niet goed Frans kan). Iets minder is dat er in een groot deel van die
wegels van die superfijne kiezel is gesmeten en dat rijdt voor geen meter. En,
wind, wind, wind. ‘Niet moeilijk dat dat hier zo waait’, zegt Ivan: ‘met al die
windmolens hier’. En het wordt nog erger als we een knap meiske zien wandelen.
Wat heeft dat nu met de wind te maken, hoor ik u al denken. Wacht, wacht, laat
me uitspreken. Ze had verdorie toch wel haar windhond bij, zeker! Ivan en ik
besluiten het iets rustiger te doen en blijven achter, zodat we … als eerste
bij de bevoorrading zijn. De rest had zich efkes misreden. Na de ravitaillering
vertrekken we weer ietske later en zien de bende voor ons op de dijk rijden. Ik
kijk even achterom om te kijken of Ivan nog mee kan (haha), en als ik weer voor
me kijk, ligt er één in de kant en een andere ligt languit op de rug op de
asfalt. Het waaier rijden, wind op, op de dijk, heeft weer zijn slachtoffers
geëist. Rudy V. wijkt even uit, Jan W. in zijn wiel moet nog verder uitwijken,
en Pascal L. raakt het achterwiel van Jan en kan niet rechtblijven. Luc K.,
altijd in laatste positie, rijdt gewoon bal over Pascal en komt plat op zijn
buik op het asfalt. Zijn vingertoppen weg. Ja, bij Luc staan die blijkbaar op
zijn buik. Weeral een hele week geen pianospelen voor de witte, zegt Ivan. En
ik bedenk plots: er zit daar nog zo een uitsteeksel aan de buikkant, hoe zou
dat met die top zijn? Maar het is gelijk niet de juiste moment om dat te
vragen. Pascal is helemaal van de kaart en de rug van zijn regenovertrekske
helemaal geschonden. Ook een bloedende vinger. Hij heeft wel geluk, want straks
in de Beize is het toch uitreiking van het nief koersgerief. Ja, ge kunt er
achteraf eens mee lachen, maar het is toch maar megabangelijk als ge ze daar
alletwee groggy ziet liggen. Het is nog goed afgelopen, zeg maar.
Even verder is er de splitsing 30 en 50 km.
Pascal en Luc besluiten wijselijk de kortste weg SK Gerda-waarts te pakken, en
de rest maakt er nog een vlammende laatste 20 km van. Ivan heeft zich herpakt
en moet niet veel meer onderdoen. Ik verschiet nog een laatste kartoesj, en als
de super-aakes Patrick, Jan, Karel en Dirk me weer te pakken hebben, als we op
de weg komen, trekt Patrick nog wat door tot het volgende kruispunt. Een auto
komt keihard remmend tot stilstand, op 30 cm van Patrick die midden voor de
auto ook stilstaat. Bijna zijn derde keer onder een auto. Ja, wij hadden
voorrang van rechts, dat wel. Het is me het ritje wel.
Het eindigt weer met kilometers gekronkel
door de bossen en we moeten Karel - in een superdag, Jan, Pat en Dirk laten
rijden. Rudy V., van wie we beter gewend zijn, was er gelijk niet vandaag, maar
dat kwam door technische problemen: hij kon geen macht zetten. En wie staat er
eerst aan den arrivee: Ivan, Rudy en ik. De super-aakes waren zich toch wel
weer misreden zeker. Ge ziet dat ze daar Danny Fack niet voor nodig hebben, hé.
Blijkt dat Patje nog knal op een boom is gereden. Kwestie van zijn koleire op
die auto nog even uit te werken. Aan de boom was er gelukkig niets.
Op SK Gerda zien we nog Tommeke Vandenberge
en Chris, de buur van Guy Roels.
De Beize wordt overrompeld door ancien
modderfokkers en door nieuwelingen, die hun pakketje koersgerief aan een
spotprijs komen ophalen. Gerda en SK Marc zijn er ook. En nog een nest lokaal
rijdende modderfokkers, maar ik was gelijk ook wat van de kaart (combinatie van
de inspanning en de Duvel en den ouderdom), zodat mijn geheugen me in de steek
laat. Wat een dag! Deugd dat dat toch altijd doet, u zo te pletter rijden. En
wat is er toch nog veel moois en veel nieuws te ontdekken in de buurt. Mario
Zondag 4 april 2010. Pasen. Wichelen. Was iedereen
nog Paaseikes aan ’t rapen, of hadden ze gewoon geen zin? Enkel Rudy De Clercq
en ikzelf staan om 8.30 u op het kerkplein. Gelukkig is ’t Hussevelde goed
vertegenwoordigd. We besluiten een klein toerken langs de Schelde te maken en
om 9 u terug te keren om te kijken of er dan nog liefhebbers komen. Het is even
wachten, maar uiteindelijk krijgen we het gezelschap van Frank Hanselaer en
Eddy Troch. A, B en C’s, allemaal samen met z’n vieren. Op voorstel van Frank
rijden we de groene route van Wichelen. Een klein toerken met een klein
groepken, dus veel bladruimte ga ik niet verspillen, anders krijg ik weer onder
mijn voeten van Mario. (Ooit schreef ik een verslag van een bladvol van enkel
Rudy R en ik, en dat heb ik mogen horen). Dat brengt ons naadloos naar de rit
van Paasmaandag. Ivan
Maandag 5 april 2010. Zele.
Naar jaarlijkse gewoonte trekken we op 2e Pasen naar ’t Zonhoekje,
een uitstap die blijkbaar zeer geliefd begint te worden, want in tegenstelling
tot gisteren zijn we nu met een stuk of 25. We vertrekken allemaal samen, de
meiskes incluis met de fiets. De inrichters zagen ons graag komen, want met zo
een bende waren ze al bijna uit de kosten. Er was keuze uit 30, 40 en 60 km,
maar de 40 waren er eigenlijk 48 en de 60, 55. We kiezen voor de 55, en het
gaat zoals gewoonlijk goed vooruit, en ondanks een verstopte neus en wat
stijfheid in de benen van gisteren kan ik vrij goed vooraan stand houden.
Eindelijk nog eens goede benen, maar het zijn net die goede benen die mij later
nog parten zullen spelen. Via Berlare en Overmere komen we in Kalken het
thuispubliek groeten, en rijden zo verder richting Overschelde. Daar
aangekomen, nog altijd bij de kopgroep, stel ik voor om alles terug te laten
samenkomen. Danny F en ik laten ons even laten uitzakken om te kijken waar de
rest blijft, maar er komt niemand meer terug uit de achtergrond. De rappe
mannen konden niet langer wachten, en zijn ondertussen ook al niet meer te
zien. Daar sta ik dan met mijn goede benen. Er was ooit een tijd dat er gewacht
werd als de groep niet volledig was, maar als Wegkapitein Rudy R er niet bij
is, grijpen de muiters hun kans. Gelukkig neemt Danny mij op sleeptouw en
rijden we langs De Blauwe steen naar de Vaart, en via de Scheldedijk gaat het
richting Schellebelle. Het duurt echter tot de bevoorrading in Uitbergen voor
we terug samen komen. Daar worden we opgewacht door de groep die eigenlijk nog
achter ons zat. Zij hadden blijkbaar een stuksken afgesneden, en zo een mooie
voorsprong genomen op die met goede benen. Voor het vervolg van de rit verwijs
ik u graag door naar Mario, die had nog betere benen, en reed de 55 km met de
A-kes, waar ik moegestreden afhaakte en koos voor de 48. Ivan.
Zondag 18 april 2010. Waasmunster. Rudy had verzamelen geblazen om 8.30 u voor de verplaatsing naar Waasmunster met de wagen. Zelf kon hij er niet bij zijn wegens buitenlandse verplichtingen: meerijden in de Amstel Gold Race, met de wagen wel te verstaan. Deftig uur voor een schoon ritje zult ge denken, tot er ne plezanten mailkes begint te sturen om met de fiets om 8 u te vertrekken. De een na de ander antwoordt : ik ook, ik ook. Ik ook dus. We zijn met 11: Rudy V, Rudy DC, Patje R, Dirk DB, Geert S, Bart VH, Luc K, Jan W, Dany P, de wederoptredende Eric VG, en ikzelf. De meiskes rijden met de wagen: Linda, Nancy, Carine, Els, Ann, Annemie, Ariane, Danny F, Dany P, Thomas B, Pascal L, Ronny VH en Filip B. Het is droog en overal goed berijdbaar, dus wordt het weer vlammen. Probleem is, dat als het snel gaat, er al eens een foutje gemaakt wordt met een duik tot gevolg. Tuimeltrofee van de dag is voor Thomas Bisschop, die er in slaagt 3 keer onderuit te gaan. Danny F, Dany P, Geert S en Luk K houden het bij 1 keer, al was den schoonsten duik eentje van Luk, die spectaculair overkop ging. Aan de bevoorrading staat mijn kilometriekske op 30 km. De 20 km van de heenreis niet meegerekend, kwestie van de courrage niet te verliezen telkens ik naar mijn tellertje kijk. In totaal al 50 dus, en Rudy DC stelt voor om een kortere afstand te volgen om toch nog voor de middag terug in Kalken te zijn en op ’t gemak nog een terraske te kunnen doen. Voor mij niet gelaten, dus laten we de rest verder rijden. Voor de terugweg stelt Rudy zijne cruise-controle in en rijden we op een schoon tempo richting Kalken. Ik probeer zoveel mogelijk naast mijne compagnon te rijden, maar moet toch af en toe zijn achterste ne keer gaan bekijken (= een beetje uit de wind gaan zitten ). We komen aan in De Beize met in totaal 80 km in de benen, en het is nog een tijdje wachten voor Patje de spurt wint met 93 km achter de tanden. Jo was er ook nog, maar was vroeger gestart wegens verplichtingen voor de noen in De Schorpioen. Ivan
Zondag 25 april 2010. Plaatselijk. Er zit een
groep in Dardennen, en er zijn al enkelen vertrokken naar Opwijk, maar wij
rijden ter plaatse. Nog maar eens de Modderfokker-ride gaan verkennen. Tot
vervelens toe als het moet, maar hij moet in ’t koppeke. We zijn met 11: De 3
Rudy’s, Pascal, Luc en ikke, nieuwkomers Tim Van Durme, Geert Noë uit Lochristi
en Steven De Mey van Overschelde, gastrijder Geoffrey Maes, en last but not
least, de wederoptredende Hans Schellaert. Thomas Bisschop kwam ook nog langs,
maar vertrekt liever naar Opwijk, waar niemand hem herkent. Ja, diene jongen
heeft het nie schoon de laatsten tijd met zo’n familienaam. Het is mooi weer,
de vogeltjes fluiten, en ik zie er enkele staan die ik waarschijnlijk wel aan
kan. Het leven kan soms schoon zijn. Spijtig genoeg kan het rap omslaan ook,
want net voorbij de brug van Uitbergen, komt Rudy DC vooraan melden dat Hans,
Tim en Steven zonet afhaakten, en kiezen voor een rustig ritje. Misérie,
misérie, gelukkig is Geert nog van de partij, en zit Luc nie al te fris na een
zwaar avondje uit. De parcourskennis dan. Geoffrey, die toch ook al enkele
ritjes verkend heeft, weet op een gegeven moment in de veste verte niet meer
waar we ons bevinden. Rudy V heeft zich al een paar keer vergist, maar heeft
naar eigen zeggen maar een geheugenkaartje van 1 Giga, en blijkbaar is dat
redelijk rap vol. Luc heeft een geldig excuus, en Pascal was al na enkele km
het noorden kwijt. Bij mij valt het eerlijk gezegd nogal mee. Tot zeker halfweg
zit het al goed ingeprent, maar als dan Rudy R begint aan zijn wirwar van
wegeltjes moet ik ook af en toe eens passen. Waar ik niet moet passen is bij
het fietsen zelf. Ik rij vrij makkelijk mee met de grote mensen, en kan zelfs
af en toe een gaatje slaan op een paar achtervolgers. Al moet gezegd worden dat
Rudy DC zijn handen vol had aan de rug van Geert. Op de Passarel in Wetteren
toont Geoffrey dat je om wereldkampioen te worden toch over de nodige techniek
moet beschikken, en rijdt op zijn gemakske van de trappen naar beneden. Het
ziet er simpel uit, maar de rest besluit toch maar om de trappen te voet te
nemen. Op het terras van De Beize, genieten we onder een stralende lentezon van
een welverdiende verfrissing als ook Carla en Rita aankomen van hun plaatselijk
ritje. Het leven kan toch schoon zijn hé. Ivan
Rogiers
Zondag 16 mei 2010. Puivelde. Om te vertrekken met de fiets naar Puivelde, verschenen om 8 u volgende gasten: Rudy R, Geert S, Patrick R, Jan W, Luc K, Pascal L en ikzelf.
Afwezige van het moment was Ivan R. Hij was er daags voordien, op het feest van zijn tante, zeker van dat hij ook met de fiets zou starten om 8 u. Maar waarschijnlijk weerklonk het liedje “ja, Tante Julia, haal die borsten van mijn schouder…….” nog door.
Patrick en Rudy loodsen ons naar ginder. Aldaar staat Hans S, vol goede moed ons op te wachten.
Patrick R moet naar goede gewoonte eerst het plaatselijk toilet nog eens bezoeken, en om zeker te zijn dat er niet vertrokken wordt zonder hem (wat dat is ook al gebeurd) heeft hij een slot aan de fiets van Jan en Hans vastgemaakt.
Hans, die de laatste tijd niet al te veel heeft gefietst, moet al vlug naar zijn tweede adem zoeken. Als ook die hem in de steek laat, bezorg ik hem zijn derde en Rudy zijn vierde.
Op een bepaald moment rijdt Jan, evenals zijn voorganger door een paardestr…., en het goedje vliegt op zijn nieuw rugzaksken. Geert heeft het met zijn eigen ogen gezien. Maar modderfokkers hebben wat over voor elkaar en ik kuis het goedje keurig af.
Hans haakt naar het
einde toe nog af. Wij bereiken uiteindelijk de finish
Rudy en Patrick voeren ons dan ook, ondanks de tegenwind, terug naar Kalken.
Als Rudy, die ook naar het feest van Tante Julia is geweest, eens achterom kijkt, heb ik het gevoel dat het begint te regenen. De wittekens van de laatste dagen moeten er terug uit.
Patrick lanceert vanuit koppositie de spurt en wint die dan ook nog. Petje af.
In de Beize, zitten Dirk DB (wanneer die dan eigenlijk gereden heeft zonder ons te zien, weet ik niet) en Eddy T, die de route in Wichelen eens verkende (eigenlijk bij gebrek aan C’s).
Dirk DB en Luc K geven er een schop in ter gelegenheid van hun verjaardag. Voor Rudy wordt dat misschien morgen weer zweten, tenzij de hoeveelheid niet in verhouding was met de vorig dagen.
Jo R arriveert ook, maar zonder fietstenue, want hij moet nog wat bekomen van zijn sterkste man- avontuur in Laarne.
Een tweede gezelschap van Puivelde, zijnde Christine B, nadine F, Carine DN, Annemie VDV, Veerle I, Jurgen Vion en Ronny VH, komt aan. Zij waren met de auto afgezakt naar ginder. Rudy Declerck
Zondag 6 juni 2010. Bornem. Dé
vraag van vandaag: houden we het droog? Er is regen voorspeld, komend vanuit
het westen, maar als ik het rolluik optrek is de zon nog volop van de partij.
Bij het volgende rolluik, eentje aan de westkant, ziet het er al heel wat
minder uit. Maar ik blijf positief en maak me klaar voor een ritje met de auto
naar Bornem. Ik ben niet de enige positieveling, want we zijn in totaal met 22.
Rudy R, V en DC, Geert S en N, Erik VG, Jurgen V, Jan W, Jo R, Luc K, Hans S,
Pascal L en ikke. Bij de dames-foksters: Rita, Annemie, Ann, Karine, Els,
Nadine en Kristine met een K. Voor alle duidelijkheid, Als’t met CH is, is’t
die van Torfs, met K is die van De Post. Het is een serieus convooi dat
vertrekt, 8 wagens in totaal. Eigenlijk een beetje veel voor 22 personen, maar
er zijn nu eenmaal mensen die graag met den auto rijden. Het wordt vandaag wel
de rit der platte banden. Nog voor we ingeschreven zijn heeft Nadine als prijs.
Ze wordt snel gedepanneerd door haar ventje, maar die maakt er zich iets te
gemakkelijk vanaf. Hij probeert het lek te dichten door schuim in de band te
spuiten, maar het gat is veel te groot. Rudy R wordt er bijgehaald voor een
degelijke reparatie met nieuwe binnenband, en een lapje aan de binnenkant van
de buitenband. Nog geen 500 m na de start, is Geert S de volgende die prijs
heeft. Probleem is dat in zo’n grote groep de communicatie niet vlot loopt,
waardoor wij het nieuws pas vernemen als we al 5 km verder zijn. Er wordt
besloten niet terug te keren omdat er toch een halve afspraak was om in 2
groepen te rijden. En ik, ik heb het weer aan mijne rekker en zit in de
verkeerde groep. Gelukkig heb ik nog het gezelschap van Hans en Jo, die ook een
maatje lichter zijn de de rest. Als na een 15 km Rudy V plat rijdt, besluiten
we met z’n drieën op een iets deftiger tempo verder te rijden, kwestie van een
beetje reserve op te bouwen tot de rest weer bijkomt. Ondertussen kunnen we ook
een beetje genieten van de rit en het moet gezegd worden dat de parcoursbouwers
hun best gedaan hadden. Slalommend over de Scheldedijken, gevolgd door mooie
bospartijen en technische passages. Het is volop genieten, en ik hoor Rudy R
zelfs zeggen, “ Dat is nu ne keer mountainbike sé”. Jo jojo is ietske minder
aan ’t genieten, want na elk bochtig stuk zit hij een eind achter, en moet
moeite doen om de gaten te blijven dichtrijden. Een 20-tal km voor het einde
houdt hij het voor bekeken, en kiest voor een kortere weg. Als even later Jan W
zijn duivels wil ontbinden, moeten Hans en ik ook passen. Gelukkig acht Luc
zijn moment gekomen om ook ne keer plat te vallen, en kunnen wij opnieuw erop
en erover. Naar het einde van de rit begint het lichtjes te druppelen, maar het
is pas als iedereen binnen is dat de hemelsluizen helemaal opengaan. 74 km
genoten en ferm diep moeten gaan, maar toch content dat ik het gehaald heb.
Heel mooie rit, 3 verzorgde bevoorradingen, en chance met het weer, wat moet ne
mens meer hebben. En in De Beize geeft Rudy De Clerq er nog ene op zijne
verjaardag, ’t leven kan toch schoon zijn. Ivan
Ondertussen waren
er nog 2 bendekes van elk 4 man lokaal aan het rijden geweest: Bjorn V,
ex-voetbalstér, Jelle, een vriendje van Bjorn, Karel, en Mario naar St.
Lievens-Houtem, en Eddy T, Dirk H, Geert B en Guy R, die de modderfokkerrit nog
eens deden, met als enige gids, Dirk H, die dus ook over ingebouwde GPS bezit. Mario
Zondagen 20 en 27 Juni, 4 Juli: Trippelverslag. Neen, geen verslag over het blonde gerstenat, maar wegens tijdsgebrek
een verslag van de drie vorige ritten. Trouwens, wie mij kent weet dat ik
eerder liefhebber ben van die blonde van Moortgat, den Duvel. Zoals verwacht
was de opkomst voor de rit van de Calcine eerder povertjes. Het
modderfokkers-souper van vorige avond had voor de nodige slachtoffers gezorgd.
Zij die zaterdag nog luid verkondigden zéker aanwezig te zijn, blonken uit door
hun afwezigheid. En bij Jo mag je dat “ luid verkondigen “ letterlijk nemen. We
waren met 9: Rudy R, Dany P, Thomas B, Axel T, Luc K, Rudy DC, Patje R, Jan W,
en ikzelf. Als parcours krijgen we de gewone toer van vorige jaren
voorgeschoteld, al zaten er in het eerste deel enkele nieuwe stukjes. Als we
passeren in de Warande in Laarne, kunnen we het niet laten om Dirk De Boever
uit zijn bed te halen. Hij ontbrak ook op het appél, maar dat kwam volgens hem
doordat hij bijna de ganse nacht op ’t Wc gezeten had. Ochottekes den Dirk,
want da was al zo ne smallen.
Over de rit van
Sint-Lievens-Houtem kunnen we kort zijn. Warm en lastig. De zware jongens
vertrokken om 8uur met de fiets, de B-kes en de dames om 8.30u met de wagen.
Doordat we redelijk laat kunnen vertrekken ( Ons Christine merkt aan de Kruisen
dat ze haar bril vergeten was, waardoor ik nog eens terug kon ), zijn de A-kes
al lang gestart als wij ons inschrijven. Misschien maar best, want had ik met
hen proberen meerijden, waren er misschien doden gevallen, ikzelf.
Op Zondag 4 Juli,
staat een uitstap naar Gooik op het programma. Vertrek om 8u met de wagen. Na
spoedberaad met mijne gebuur Rudy DC op Zaterdagochtend, Besluiten wij een half
uurken later te vertrekken met de B-kes. Kwestie van voor donker terug te zijn.
Er waren er nog van ’t zelfde gedacht. 13 in totaal: Geert S, Geert B, Guy R,
Rudy Dc, Pascal L, Davy P, Mario V, Steven DM, Tim VD,Axel T, Bjorn V, Luc K en
ikke. Mario laat even om zich wachten, want hij komt met zijne nieuwe velo, en
hij weet nog niet goed hoe dat moteurke nu juist marcheerd. We besluiten om de
nieuwe Bloso-rit van Lede te gaan verkennen, enkel Guy gaat voor de rit in
Zele. We vertrekken richting Uitbergen, om even voorbij ‘ De Boonocks ‘ op het
parcour in te pikken. Mario legt er van bij het begin goe de pees op, blijkbaar
heeft hij het goede knopke gevonden. Tot voor kort was deze streek bij de
meesten van ons onbekend, maar daar bracht onze Modderfokker-ride verandering
in. Toch ben ik aangenaam verrast door de vele nieuwe stukken tijdens de rit.
Schoon toerke, al konden de pijltjes iets beter geplaatst worden. Als we na een
40-tal Km moeten stoppen voor een gesloten overweg, merk ik dat we 2 man kwijt
zijn. Luk moest om 11u al terug thuis zijn en was vroegen afgeslagen. Bij Mario
was het heel wat minder. Die had zich in het begin een beetje overzet, en moest
daar later de gevolgen van dragen. Volledig gedesillusioneerd was ook hij
eerder afgeslagen. We proberen de terugreis naar Kalken via de werken aan de
Scheldedijk, en na een beetje klauterwerk tussen de brandnetels en distels
belanden we toch terug op “den dijk”. Als we aan het veer in Schellebelle
passeren besluiten we als extra den blauwen steen ook nog mee te pakken. Dit is
echter teveel van het goede voor Axel, die aan het pompstation langs de Vaart
de kortste weg kiest. Hij kreeg op het einde een beetje pijn aan de rug.
Allemaal de schuld van Rudy DC, want als die begint te duwen, is’t nie gewoon.
Hij zal ‘t er nog wel ne keer ene van zijne velo duwen. Wanneer we aankomen in
De Beize, worden we nog net vooraf gegaan door de dames die vandaag ook van de
partij waren. Linda, Carla en Nancy, waren net geland. Christel en dochter
Ninke waren er ook bij vandaag, maar moesten nog patatjes gaan schillen. Ivan.
Nawoord Mario. Hoe verschillend de
interpretatie van mensen kan zijn, hé. Ik er goe de pees opgelegd? Nee,
daarvoor was ik teveel uit form. Een paar keer efkes doorgetrapt ja, zoals ge
van mij gewend zijt, doortrapt als ik ben. Maar ‘de pees er op leggen’ gaat
rapper en duurt veel langer. Gedesillusioneerd? Leutig is anders, maar
gedesillusioneerd was ik helemaal niet. Als ge 4 weken niet gereden hebt,
waarvan 2 ziekjes, dan weet ge dat er geen fond genoeg meer in uw lijf zit en
dat het na 35 km op kan zijn. En na 30 km was daarenboven mijn drinken ook op,
wegens warm weer en wegens ik een dorstig mens zijnde, en rijden met dorst, dat
doe ik niet. Ik heb niet veel principes, maar dat is er één van.
Zondag 11 juli 2010. Grote prijs Rudy De Clercq.
Moerbeke. De avond voordien Bulgaarse wijnproefavond
geweest bij Axel Troch, in zijn nieuwe wijnzaak in de Gaverstraat (kwestie van
wat reclame te maken! Echt superwijnen voor een prijske, man, man, man, ge
gelooft het niet), waar er toch een deel modderfokkers gaan proeven waren. Op
het eind van de avond konden ze al een aardig woordje Bulgaars. Ik was niet
geweest, want mijn Bulgaars is altijd al even goed geweest als mijn Tsjechisch
en mijn Tjetjeens. Maar ondanks de wijn, toch een massa volk: Alletwee de
Dirken (De Boever en Hanselaer), alledrie de Rudies (Rogiers, Vergeylen en De
Clerck), alledrie de Roelsen (Guy, Jo en Pat) – al zou het zonder Roelsen ook
best kunnen hoor, alletwee de Rogiersen, want Ivan was er ook, Geert B (nog
steeds in grote doen: zeg nooit zomaar een B-ke tegen een B-ke, en al begint
zijn naam met een B-ke, het is en blijft een Bracke), Luk Krick, Ronny Van
Hecke (sorry Ronny maar deze keer heb ik mijn nieuwe velo bij de concurrentie
gekocht. Het is niet makkelijk met 2 mountainbike-verdelers aan je achterdeur die
dan nog alletwee meerijden ook), Danny what the Fack!, Axel Troch himself, Jan
Willems, die ik pas na 20 km rijden voor de eerste keer zie, ge moet niet
vragen hoe scherp die weer staat, en als nieuwkomers (weeral nieuwkomers): Jo
Van Hulle, broer van Gerda en verder zijn we nog niets te weten gekomen, en
Gert Vergult (spijtig genoeg niet Verhulst, anders was onze club nu nog rijker
dan ze al is), een inwijkeling (!) uit Schellebelle die in de Bieststraat
woont. Ge ziet, ge moogt ons niets vertellen of het staat in de gazet of op het
net.
Een plaatselijk
ritje, mailde Rudy. Dat betekent dan dat we tot tegen de hollandse grens rijen.
Ik zie zelfs een wegwijzer naar Axel. Even verder gebeurt wat ik vreesde: Axel
niet meer te zien. Die had genoeg afgezien en wou een kortere weg naar huis.
Als hij dan plots een wegwijzer met zijn naam op ziet, denkt hij: ha, dat is
vriendelijk, en gemakkelijk ook nog. Guy R had zich gelijk ook wat overdaan en
was mee met Axel naar Axel. In alle geval, we hebben ze sindsdien nog niet
gezien. Rudy DC kent die bossen daar op zijn duim. Rudy, als ge daar toch elke
dag gaat rijden, zoudt ge de volgende keer eerst de bramen wat kunnen
bijknippen? Op den duur rijdt er een bebloede bende rond. Maar liever wat
doornen in mijn armen en benen dan in mijn band. Weeral geen platte banden en
geen valpartijen. Terug in Wachtebeke is mijn pijp uit en ik rij naar huis,
gelukkig de anderen ook. Nee, ik heb mijn nieuw fietske nog niet veel eer aan
gedaan, maar wacht maar tot ik weer de benen heb van 6 weken geleden … Bij Jo
VH is het ook op. Gelukkig is er een tussenstop voorzien: na de laatste
hindernis, Hussevelde brug, mogen we al stoppen en op adem komen en eens
bijtanken: Rudy DC heeft op zijn terras zijn eigen toog gemetst en daar staat
fris bier in. Wat kan dat smaken. Alle ritten zouden langs het Hussevelde
moeten terugkeren, zeker in de zomer! Of langs de Gaverstraat misschien ook al.
Of langs het dorp bij onze brouwer-lid, lang geleden dat we die nog gezien
hebben.
Als we van bij Rudy
DC bij de Woesten arriveren, want de Beize is gesloten, zit daar al veel schoon
volk op het terras: Nancy (een sportief meiske), Nadine, Christine, Christelle,
Annemie en Linda (ook allemaal sportieve meiskes zulle). Jurgen Vion en Karin
komen ook nog toe.
En zo waren wij
weer moe, maar voldaan. En het ging toch al wat beter of verleden week. Mario
Zondag 25 juli 2010. Waasmunster.
Om 8 uur vertrekken
met den velo. We waren met ……..veel. We reden naar ginder met een gemiddelde
snelheid van ……..veel.
Na ons te hebben
ingeschreven, beslissen we toch om met 5 afzonderlijk te rijden, want we
verwachten dat het terug koersen zal worden.
Die vijf zijn Geert
S, Eric VG, Davy P, Pascal L, en ikzelf.
We rijden een tijd
op zichtafstand van de kopgroep, hadden we gewild we reden er zo naartoe, maar
dan gingen we het ons eigen weer moeilijk maken.
We komen op een
bepaald ogenblik Yvan R en Jurgen V tegen, die per auto naar Waasmunster waren
afgezakt, niet dat ze zo rap reden zulle,maar wij hadden een pijltje verkeerd
geïnterpreteerd en waren te vroeg afgeslagen en kwamen terug op het begin van
het parkoer terecht. Even later kruisten we ook de vrouwelijke modderfokkers.
We rijden met ons
groepje eigenlijk goed door, Davy heeft precies wat stage gevolgd bij zijn
broerken Danny die bij de elite groep zit.
Pascal laat hem af
en toe wat uitzakken. (doen alsof ge nie goe mee kunt om nie op kop te moeten
rijen). Het kopwerk wordt anders goed verdeeld en als het dan eens echt rap
moet gaan op de weg komt Eric wel vooraan, ondanks dat zijnen velo begint te
kraken boven de 40.
Toch zijn er drie
mannen die ons voorbij rijden, ze kijken wel raar op als Geert de laatste
voorbijsteekt en zegt het gaat hier toch niet stilvallen hé. Die kijkt niet
groen, hij kijkt zelfs helemaal niet.
Af en toe is het
best dat we goede remmen hebben om valpartijen te vermijden en de juiste
afslagen te nemen. Eerlijk gezegd de pijltjes konden beter geplaatst geweest
zijn. Buiten een paar kleine omval scènes (onder andere van Geert) uit bijna
stilstand verliep alles goed, tot dat er een sukkelaar voor mij viel in een
zandstrook en ik hem niet meer kon ontwijken. Hij kwam van links en rechts was
er nen gracht. Ik ga volop in de remmen en ga over kop, maak eerst dienen mens
zijn spatbord kapot en beland dan toch in de gracht. Normaal zou dit niet in
het verslag komen maar Pascal stond erop omdat hij er al zo veel heeft
ingestaan met valpartijen.
Eens aangekomen in
Waasmunster zijn de A’s al gaan vliegen. Eric trakteert ons nog met een pilsken
en we rijden terug richting Beize. Zelfs Pascal neemt in Zele een stuk de kop.
Bij mij zijn de beste pijlen verschoten, maar de anderen zijn ook wel content
aan den arrivé. Uiteindelijk tegen dat ik thuis kom staat er 100 km op mijn
kilometrieksken, en ja ik ben recht naar huis gereden.
Rudy De Clercq
Zondag 1 augustus 2010, Oosterzele. Als ik passeer aan de Portugiezenstraat, zie ik grote broer Rudy ook al
afkomen. Ben ik nu zo laat, of hij net wat vroeger. De waarheid zal er ergens
tussenin zitten. Ik heb dus gezelschap om naar ’t dorp te rijden, maar een
babbelke slaan zit er voor mij niet in, want hij geeft meteen een deftig tempo
aan. We zijn niet het enige broederpaar op de afspraak, de Poelmanbrothers Dany
en Davy zijn ook van de partij. Jo en Patje zijn er ook, maar hoewel ze beiden
Roels noemen, beweren zij geen broers te zijn. En dan waren er nog de
enkelingen. Danny Fack, Luc Krick, Pascal Lippens, Geert Schepens en Gert
Vergult, die precies ook de smaak bij de Modderfokkers te pakken heeft. We
vertrekken met de velo naar Oosterzele, en bij aankomst ter plekke zijn we al
goed opgewarmd. In een vlaag van overmoed besluit ik maar mee te rijden met de
A-kes, maar moet al vrij vroeg vaststellen dat het weer pompen of verzuipen zal
worden. Na een tiental kilometer pompen ben ik al half verzopen, en besluit
niet langer aan te klampen en te kiezen voor de 35 km, waar er voor de rest 50
voorzien zijn. Ik hou de bende nog een tijdje in het gezichtsveld, maar na een
15-tal km komen we op een stuk langsheen de Leie met wind op kop, en zijn ze de
piste in. Ware het niet de we even later een eerste bevoorrading krijgen, en ik
opnieuw aansluit. Ik vertrek zelfs als eerste, en mis zo het akkefietje dat
Pascal had met een gastje die dacht dat de weg voor hem alleen was, en
opzettelijk tegen hem aanreed. Hoewel die gast een kopke groter was, hadden de
anderen de nodige moeite om het brandje te blussen. Geert wist mij achteraf te
zeggen dat hij ervan geschrokken was dat de anders zo rustige Pascal, nog
redelijk colleriek uit de hoek kan komen. Wat ik ook nog miste, was een
speciaal duikske van Danny F. Naar ik heb, van horen zeggen, is hij erin
geslaagd om in een gracht te sukkelen, ook al zat hij niet op zijn fiets. Op
het einde krijgen we nog af te rekenen met materiaalpech. Patrick rijdt lek, en
nog maar net opnieuw vertrokken breekt bij Gert een spaak en deze boort zich
door zijn band. Even later krijgt Patje ook nog versnellingsproblemen, maar na
wat trek en plooiwerk van Rudy kan hij toch opnieuw verder. Voor de terugweg
naar Kalken kiest Rudy voor een alternatieve weg via Melle en dan langs de
Scheldedijk richting Wetteren. Met de wind in de rug gaat het tempo niet meer
onder de 33 km/u, en hebben Danny en Rudy de handen vol om Jo bij te duwen. Aan
het begin van den langen end (Kalkense Steenweg ) zet Danny zich op kop en
neemt hij de rest op sleeptouw aan net geen 40 per uur. De ideaal aangetrokken
eindspurt wordt mooi afgewerkt door Rudy, die als topsnelheid afklokte op meer
dan 56 km/u. Hopelijk krijgt dit geen staartje, want je mag daar maar 50
rijden. In de Beize worden we opgewacht door de meiskes die hun toerken net
hadden afgewerkt. Zij waren met 3: Els van Jo, Christine van Ivan, en Rita van
haar eigen, want Eric was er vandaag niet bij. Ivan.
Zondag 8 augustus 2010, Puivelde. In een vlaag van overmoed, besluit ik om nog maar eens met de fiets mee
te rijden op verplaatsing. Er zijn er slechts enkelen die mijn voorbeeld
volgen. Luc Krick, Rudy de Clercq en Stefaan Imschoot staan mij al op te
wachten. Als even later Rudy Rogiers ook nog aankomt, kunnen we vertrekken,
maar niet voordat hij uitvoerig verslag doet van zijn uitstap van eergisteren.
Naast de vaste afspraak op zondagvoormiddag, durft hij zo nu en dan een avond
of nachtrit meepikken. Zo was er vrijdag eentje in Vlezenbeek bij Brussel, waar
hij samen met enkele mede Night-riders de donker trotseerde, en waar ze als
specialleke, dwars door een café reden. Bij aankomst raakte hij in gesprek met
een van de organisatoren, en vraagt waar zij dit originele idee haalden.
“Ergens in de Vlaanders is er ook een rit waar ze dat doen“, kreeg hij als
antwoord, waarop Rudy zo fier als een gieter zijn vingerke omhoog stak, en
vertelde dat dit bij ons was. “Van welke club ben jij dan”, vraagt hij, waarop
Rudy zich omdraait, zodat die man luidop de naam op zijn rug leest. “Ha, De
Modderfokkers, dat is de wijsste clubnaam die ik ken, volgend jaar komen we
zeker eens langs”, waarna Rudy zo fier als 2 gieters terug naar huis kon, en
wij eindelijk kunnen vertrekken naar Puivelde. We rijden via de markt van
Lokeren om de sfeer van de feesten aldaar op te snuiven, met als gevolg dat ik
in een stukje glas rij, met een platte band als resultaat. Nadat we ons hebben
ingeschreven, willen we net vertrekken als Pascal Lippens, Dirk, Frank en Svevo
Hanselaer komen aangereden. We stellen nog voor om even te wachten, maar ze
wuiven ons voorstel vriendelijk weg. De eerste 10 km neemt Stefaan voor zijn
rekening, en het moet gezegd worden dat hij serieus doorrijdt. Daarna neemt
Rudy R over, en die doet er nog een stukske bij. Stefaan moet zijn furieuze
start bekopen, want even verder in de bossen van Waasmunster, maakt hij een
stuurfout (waarschijnlijk van vermoeidheid) en gaat spectaculair overkop. Een
klein blutske in zijne velo, en een grote deuk in zijn ego. Nadat hij even
bekomen is van den stuik, kunnen we terug verder, maar het zal niet meer met
dezelfde Stefaan zijn als de eerste 10 km. We werken de rit af aan een
gemiddelde snelheid van 26.4Km/u, en bij aankomst aan de tent is mijn tankske
dan ook al goe leeg. En dan moeten we nog naar Kalken. 25 km aan een gemiddelde
van 32 per uur. De eerste 10 minuten op het terras van de Beize heb ik dan ook
niet veel gezegd. Als even later de zwarte plekken voor mijn ogen beginnen weg
te trekken, zie ik dat er nog Modderfokers (sters) aanwezig zijn. Nancy,
Christelle, Christine, Linda en Carla, maar deze laatste had ik al gehoord met
haar groot lawijt. Zij deden een knooppuntenroute richting Gent. Mario en Bjorn
reden richting St. Lievenshoutem en Johan VH ging naar Brakel. Jurgen en Karine
reden eigenlijk niet, maar kwamen toch maar afgezakt voor een
zondagmiddag-aperief. Zo zou ik het ook wel eens kunnen proberen. Ivan.
Zondag 15 augustus 2010 Hemelvaart. Wat normaal een zomerse Hoogdag moet zijn, lijkt eerder een herftsdag.
Fris voor de tijd van het jaar, en dreigende wolken. Daarom toch maar eens
gekeken op de buienradar en gezien dat het kantje boord zal zijn. We zitten net
op de scheiding tussen nat en droog, maar we zien wel. We verzamelen om 8u op
het kerkplein voor een uitstap naar Gavere. Een beetje ver met de fiets dus
vertrekken we allemaal samen in konvooi met de wagen. Bij de inschrijving
kunnen we kiezen tussen 20-30-40 en 70 km. De dames, Karine, Nancy, Ann, Linda,
Els en Christine gaan voor de 40. Wij, Rudy R, Rudy DC, Geert S, Pascal L, Jo
R, Jan W, Stefaan I, Dirk DB, Patje R en ikzelf gaan voor de 70. Jurgen V,
Ronny VH, Johan NH, Chris L en Steven DM ook, maar aan een iets rustiger tempo.
Na een 20-tal Km besluit Rudy DC een rustpauze in te lassen, en rijdt lek. Na
het wisselen van binnenband, blijkt bij het oppompen dat de reserveband nog
lekker is dan de vorige, en kunnen ze opnieuw beginnen. Wanneer we bijna klaar
zijn met de depannage, komen de anderen ons lachend voorbijgereden. Niet voor
lang echter, want enkele Km verder heeft Ronny VH het aan zijn been, en zijn
wij weer de piste in. De regen van de voorbije dagen heeft ervoor gezorgd dat
sommige wegeltjes er gevaarlijk glad bijliggen. Dirk DB maakt een slippertje,
en gaat onderuit. Hij is niet de enige die het moeilijk heeft. Op een lang smal
stuk raakt een voorligger in de problemen, en moet voet aan grond zetten. Als
hij ons ziet komen, gaat hij vriendelijk opzij staan, om ons vrije doorgang te
geven. Jo had blijkbaar nog niet voldoende plaats, begint te slippen, en in
zijn val duwt hij die sympathieke gast in een patattenveld. Als ik omkijk zie
ik hem zelfs niet liggen. Jo, die zijn manieren kent, zegt nog even “ pardon”,
en rijdt rustig verder. Gelukkig is Rudy er nog om die gast een helpende hand
toe te steken, anders lag hij daar misschien nog. Pascal heeft het ook niet
makkelijk. Elke keer als hij moet optrekken, slaat zijn ketting door, waardoor
hij telkens even achterop raakt. Tel daarbij op dat hij door zijn gebrek aan
techniek na elke bocht ook nog een paar meter verliest, dan weet je dat hij
zijne pere gezien heeft. Grootste pechvogel van vandaag is toch Ronny, die na
zijn lekke band ook nog nen serieuze duik zet. Enkele schaafwonden en een kapot
stuurt zijn het gevolg. Misschien kan hij er nu eens een opzetten dat wel
marcheert. Ivan.
Zondag 29 augustus 2010, Zottegem. Om 8 uur met de fiets, en 8.30 met de wagen. Zo stond het op den blog,
maar zo’n vroege en verre verplaatsing naar het lastige Zottegem zie ik niet
echt zitten. Rudy DC, die ik zaterdag nog zag op een etentje bij vrienden,
deelde mijn mening. Ook Geert S liet weten liever om 8.30 te verzamelen, en dan
te kiezen tussen de wagen of een plaatselijk ritje. Mijn verbazing ik dan ook
groot als ik bij het oprijden van het kerkplein de ganse bende nog zie staan.
Voor ik goed en wel bekomen ben van ’t verschieten, zit mijne velo al in de
camionette, en zijn we op weg. Vluchten kan niet meer. Het belooft een pittig
ritje te worden. 70Km, met meer dan 600 hoogtemeters, passages over de
Berendries, de paddestraat, en meer van dat moois. Gelukkig hebben we het
verstand om meteen op te splitsen. Rudy R, Rudy V, Luc K, Dirk DB en Danny F
kiezen meteen het hazepad. Ikzelf krijg het gezelschap van Geert S, Rudy DC,
Pascal L, Ronny VH en Jurgen V. Johan VH besluit het op zijn eigen tempo te
doen. De dames, Nadine en Carine kiezen voor de 45. Al van bij het begin is het
serieus lastig, en na een tiental Km wordt Jurgens’ strijd tegen de
zwaartekracht in zijn nadeel beslecht. Hij zegt ons niet meer te moeten
wachten, en dat hij het iets rustiger aan gaat doen. Ik zie de bui al hangen,
en denk dat ik de volgende zal zijn, maar tot mijn grote verbazing ben ik het
niet die in de problemen kom. Pascal raakt achterop door zijn gebruikelijke
tuimelperte, en Rudy DC heeft een off-day zoals zelden meegemaakt. Ik zou hem
zelf af en toe een duwtje willen geven, zoals hij mij al zo vaak heeft
bijgestaan in moeilijke tijden, maar zoveel heb ik nu ook niet over. Geert
heeft zoals de laatste tijd wel vaker weer een goede dag, en komt op alle
klimmetjes vlotjes als eerste boven. Misschien moet hij toch maar een
solliciteren bij de A-kes. Van de A-kes gesproken. Als we aan de eerste
bevoorrading aankomen, zegt een van de andere deelnemers, dat wij hen daarjuist
toch al voorbij gereden waren. We vertellen hem dat het onze clubgenoten waren
die een beetje rapper rijden. “Wat”, zegt hij, “een beetje rapper rijden, dat
was vliegen dat die gasten deden. ’t Was gelijk nen straaljager die ons voorbij
vloog”. Ja, zeggen we, dat zullen die van ons geweest zijn. Het beloofde een
lastige rit te worden, en de verwachtingen worden volledig ingelost. Steile
klimmetjes op spekgladde keien, een stevige wind en gevaarlijke afdalingen. Als
het dan al eens bergaf gaat, moet je nog zitten remmen ook. Ik ben er dan ook
niet rouwig om als we een tiental minuutjes na de A-kes aan de sporthal
arriveren. Daar had ik eigenlijk ook Johan al verwacht, van wie ik vermoedde
dat hij de 45 zou rijden, maar blijkbaar had hij zich ergens misreden, en was
op het parcours van de 90Km gesukkeld. Ik heb hem niet meer gezien, maar naar
het schijnt is hij toch nog voor donker in Kalken gearriveerd. Annemie en Linda
reden ter plaatse, en waren al goe aan den aperitief als wij, rond 13u15 in de
Beize aankwamen. Ivan.
Zondag 19 september 2010, Kalkenkermis -
Wachtebeke. We verzamelen om 8.30 tussen de kermismolens,
voor een plaatselijk kermisritje. Blijkbaar hebben de meeste andere plannen
want de opkomst is mager. Luc Krick, Dirk De Boever, Eric Van Gasse en echtgenote
Rita, Pascal Lippens, Geert Schepens en ikzelf zijn present. Er was ook nog een
nieuwkomer, maar die waren we zo rap kwijt, dat ik niet eens zijn naam kon
vragen. Bij afwezigheid van vaste gids Rudy, besluiten we toch maar naar
Wachtebeke te rijden, om ginder de pijlkes te volgen, maar nog voor we aan de
Kruisen zijn, komt hij ons al tegen. Hij had zich blijkbaar een heel klein
beetje overslapen. We rijden op ’t gemakske, met de wind in de rug richting
Puyenbroek, maar onze nieuweling zit al serieus te puffen. Als ik even naast
hem ga rijden om de schade op te nemen, vraagt hij me of we altijd zo rap
rijden. Ik antwoord dat hij nog chance heeft dat er een madam bij is, want dat
we anders veel sneller rijden. Aan het domein aangekomen, besluit hij dat het
welletjes geweest is, en keert terug naar Kalken. Rita gaat in haar eentje voor
de 29 km en wij besluiten een lusje bij te nemen. De eerste 10 km blijven
volledig binnen het domein, en ondanks de gladde paadjes gaat het goed vooruit.
Als we even op de weg komen vindt Rudy dat het niet rap genoeg gaat, en zet
zich op kop. Voor mij ging het nochtans wel rap genoeg, en vond het niet nodig
dat er vooraan een 4 op mijn kilometriekse stond. Ik vind het dan ook helemaal
niet erg als even later Luc lek rijdt. De achterband wordt snel vervangen, maar
als we willen vertrekken merkt hij dat hij ook vooraan plat staat. Dat komt
ervan als je mee jeanettebandekes rijdt. Bijkomend probleem is dat Luc maar 1
reserveband bij heeft, en dat onze binnenbanden niet passen op een cross-fiets.
Gelukkig heb ik nog klevertjes bij waarmee we de band kunnen herstellen, en
kunnen we na veel tijdsverlies terug vertrekken. En we zijn nog maar net weer
vertrokken als we aan de bevoorrading komen. Volgende keer mag hij wachten om daar
plat te vallen. De zeer uitgebreide bevoorrading was bemand door dames die hun
mannetje konden staan, want als Geert zegt dat we zullen moeten opletten dat we
de schijterij niet krijgen, merkt een van de dames op dat het niet aan het
eten, maar aan de pintjes achteraf zal liggen. (Excuseer mij voor het
taalgebruik, maar het waren letterlijk de woorden van Geert, waarvan wij al
langer wisten dat hij nogal grof gebekt is). Tussenstand: 1-0 voor de meisjes
van Wachtebeke. Een tiental kilometer van het einde blijkt er een pijltje
weggenomen te zijn, waardoor iedereen verkeerd rijdt. Gelukkig kunnen wij
rekenen op de terreinkennis van Rudy, die ons na een tijdje toch weer op het
parcours krijgt. Bij aankomst, staan we al een tijdje te wachten op Rita, als
we merken dat Luc ook nog niet binnen is. Blijkbaar was hij nog eens lek
gereden, en had bij gebrek aan banden en klevertjes zijn vrouwtje opgebeld om
hem te komen depanneren. De terugweg naar Kalken gaat wind op kop, en de meeste
onder ons zijn dan ook blij als we in De Beize aankomen en ons kermis kunnen
inzetten. Ivan.
Zondag 26 september 2010. Na een regenachtige nacht en ochtend, zijn er toch een paar stoere binken die het water niet schuwen. Op het kerkplein verzamelen; Els, Nadine, Jurgen, Johan, Stefaan, en de drie Rudy’s. Alhoewel het wat wachten is op Rudy R, die had wat meer tijd nodig of anders (en hij is anders al op ‘tlaatst) om de opgelopen verwondingen van afgelopen donderdag wat op te lappen. Bij een avond of beter gezegd een nachtrit in Halle had Rudy een afdaling genomen zoals bij klaarlichte dag, en de modderplek op het einde niet gezien. En ook hij kan vallen. De verwondingen vielen al bij al nog mee (wij worden het natuurlijk nie gewaar). Na de rit in Halle was er spaghetti te eten en Rudy vroeg of er vlees in de saus zat, want hij miste er wat.
De vrouwen besluiten om ook Carine op te halen om mee te rijden en weg zijn ze. Wij besluiten een ritje met niet al te veel modder te kiezen. Zo gaan we al over ‘t Heiende en industriepark Lokeren naar de Gratiebossen en via Uitbergen terug. De verwondingen aan Rudy’s been letten hem niet. Johan en Jurgen, die de zaterdag in Steenhuize hadden gevochten tegen de modder, hadden het wat moeilijker. Met tijden hadden ze pijn in de onderrug (van het duwen). Verder een rustig ritje, enkel raakte ik ressekes (juist in ABN) met mijn stuur de arm van een loper, die dan roept “zot”. Direct geantwoord door Rudy “tis meneer de zot”. In de Beize komen Jo, Yvan en Luc in zondags kostuum ook binnen. Ook Eddy T, André DC en Frank H, die een tocht op de baan (aan de kleren te zien toch) hadden afgelegd. Een beetje water/modder schrikt een modderfokker niet af. Rudy Declercq
Zondag 3 oktober 2010. Waasmunster. Blijkbaar wil iedereen nog eens genieten van een zonnige najaarsrit,
want we verzamelen met meer dan 30 op het kerkplein. Annemie maakt van de
gelegenheid gebruik om enkele foto’s te nemen, kwestie van die lelijke
portretten van den blog eens te vervangen. Hopelijk zijn ze een beetje
geslaagd, anders zal er weer veel fotoshop aan te pas komen. De grootste bende
gaat met de fiets, de rest met de wagen. Blijkbaar hebben de koprijders er een
erezaak van gemaakt om voor de auto’s in Waasmunster aan te komen, want het
gaat meteen goe vooruit, de snelheid niet onder de 35 km/u. Als een van de
nieuwelingen ook eens zijn kunstjes wil tonen, gaat het zelfs over de 40.
Teveel van het goede, en Rudy roept de troepen terug tot de orde, zich
afvragend waarvoor dit nodig is. Groot gelijk, broere. Als ik de onruststoker
voorbij rij, zeg ik hem dat hij er rekening moet mee houden dat sommigen nog
maar net uit hun bed zijn. Rudy DC voegt er aan toe, dat hij het ne keer mag
komen uitleggen op den bureau. Enfin, we zijn inderdaad al ingeschreven als
dames en heren met de wagen aankomen. Terwijl nog even gewacht word om te
verzamelen voor het vertrek, en Patje zijn traditionele kakske afwerkt, stel ik
voor om met de B-kes al te vertrekken. Zelden zoveel B-kes aan de start gezien.
Mijn plan om een beetje voorsprong uit te bouwen valt als snel in het water,
want in de eerste bocht na de start voel ik mijn achterwiel wegglijden door te
weinig druk in de band. Blijkbaar ben ik op een leeglopende achterband naar
ginder gereden. Geen wonder dat ik op het laatste serieus op mijn tanden moest
bijten. Om zo weinig mogelijk tijd te verliezen, besluit ik bij te pompen, en
te zien hoever ik hiermee raak. Niet ver genoeg dus, want nog geen 10 km verder
stak ik opnieuw aan kant. Ik besluit nog eens te pompen en van band te wisselen
op de bevoorrading. Waarschijnlijk was mijn afwezigheid nog niet opgevallen,
want pas nu krijg ik telefoon van Geert om te vragen waar ik zit. Ik leg de
situatie uit, en zeg dat ik mijn plan wel zal trekken, maar wanneer ik net weer
vertrokken ben, zie ik hen toch staan. Blijkbaar hebben ze zich misreden, door
een slecht geplaatst pijltje, waardoor ik terug bij de bende kan aansluiten.
Ondertussen had ik wel al een plaatsje gereserveerd in een van de wagens, want
nog eens met de fiets terug naar Kalken zag ik na zoveel miserie niet meer
zitten. Het parcours van Waasmunster, dat normaal gezien meestal goed
berijdbaar is, ligt er na de regen van de voorbije dagen zeer modderig bij. Aan
een glibberig stuk gaat Stefaan Imschoot mooi onderuit, en valt tussen de
brandnetels. Hij ligt als een schildpad met armen en benen te spartelen om toch
maar rechtop te raken. Als we hem terug op zijn buik gerold hebben, kunnen we
opnieuw verder. Niet veel later is Pascal Lippens de volgende die prijs heeft.
Hij zit met zijn been geklemd tussen zijn stuur dat vastzit onder zijn kader.
Als een voorbijganger hem vraagt of het lukt, antwoord ik dat hij ervaring
heeft als valler. Mijn leute is van korte duur, want even verder lig ik ook in
de modder. Zo nat en vuil, zie ik het niet zitten om in iemands auto te
kruipen, dus besluit ik om de rit in te korten, en toch maar met de fiets naar
huis te rijden. Rudy DC, die zichzelf beloofd had niet te laat terug te zijn,
kwestie van tijd te hebben voor een aperitiefke, volgt mijn voorbeeld. Ook
Patje rijdt mee. Niet voor een aperitiefke, maar wegens ziekte. Hij had na zijn
traditioneel kakse, ook al een paar noodkaskes afgewerkt, en ziet er echt niet
goed uit. Gelukkig had hij wat modderspatten in zijn gezicht, zo had hij toch
nog een beetje kleur. Pascal volgt ook, uit sympathie. Op de terugweg moet ik
nog een paar keer pompen, en Patje nog een keer drukken, maar we raken toch op
een deftig uur aan De Beize. Een tijdje later gevolgd door de rest van de bende
en nog enkele plaatselijke rijders. Ivan
Rogiers.
Zondag 17 oktober 2010. Denderleeuw. Om 8 u vertrekken met de auto. We zijn met veel volk, zowel mannen als
vrouwen. Zoveel dat het teveel is om allemaal op te noemen (kwestie van niemand
te vergeten). Vanaf de start zijn we toch zo slim om afzonderlijk te rijden.
Wie zijn we? Geert S, Ivan R, Pascal L, Tom VDB, Cederic L, en ikzelf.
Doch na enige tijd
laat Tom zich uitzakken. Er is trouwens nog een derde ploegsken achter.
Ook Cederic blijft
achter, doch bij de bevoorrading blijkt dat hij wat sukkelde met de shifters
van zijn versnelling en hij vervoegt terug de groep. Thomas B heeft zich laten
uitzakken uit de snelste groep en blijft ook bij ons. Thomas en Geert zijn in
goeden doen en bepalen voor ’t grootste deel het tempo. Ivan moet het laten
afweten op zo’n
Op het einde heeft
Thomas het nog aan de stok met een vrouwmens per auto, die hem weinig of geen
plaats geeft. Klein detail: het was eigenlijk zelfs niet meer op het parkoer,
want Thomas was een afslag voorbij gereden.
Uiteindelijk komt
het ganse pakket in stukken en brokken over de eindmeet. Van een goede
ploeggeest gesproken.
In de Beize
ontmoeten we ook nog enkelen die een plaatselijke rit hebben gedaan.
We mogen ook nog
bier proeven, ergens van een mountainbikeclub, het bier noemde velo…..
De rest weet ik
niet meer, bier stijgt mij nogal rap naar het hoofd, moet je weten.
Rudy De Clerck (= Rudy in ABN)
Naschrift Mario:
Het bier noemt Orvelo (gouden
velo), is iets speciaals, tussen Orval en Duvel, en wordt gebrouwen door een
man of 3 van de mountainbikeclub van Destelbergen, De Vuile Braquet genaamd.
Echt lekker, als je het mij vraagt. Bij mij gaat bier niet zo rap naar mijn
hoofd.
Zondag 21 November 2010. Kruiskapel. We worden door Rudy uitgenodigd om te gaan crossen in de bossen in
Kalmthout. De locatie zie ik wel zitten, maar de lange verplaatsing en het
vroege vertrek ietske minder. Het voorstel voor een plaatselijk ritje met
vertrek om half negen lijkt mij beter haalbaar. Bij aankomst op het kerkplein
staan de dames al klaar. Carla, Machteld, Karine en Nancy, even later
vervolledigd door Annemie. Ze twijfelen nog om naar de toertocht van Gent te
gaan, maar houden het uiteindelijk ook plaatselijk. Mijn gezelschap laat op
zich wachten, en ik begin te vrezen dat ik er alleen voorsta. Net als ik begin
te denken dat ik misschien toch beter met die bende slapelozen was meegegaan,
komt Luc K aangereden, kort gevolgd door Frank en Dirk H. Als even later Rudy
DC en zijn naamgenoot Eddy aankomen zijn we compleet, en vertrekken we voor een
ritje richting Kruiskapel. Rudy houdt een mooi tempoken aan, en ondanks de
zondvloed van vorige week zijn de wegeltjes goed berijdbaar. Het is wel
frisjes, en er hangt plaatselijk redelijk wat mist. Het is dan ook soms
opletten voor de vele tegenliggers, met of zonder hond. Aangekomen aan de
kapel, roept Eddy om te stoppen. Als we vragen of hij panne heeft, of een lekke
band, antwoord hij dat het enkel is om Rudy enkele weesgegroetjes te laten
lezen voor zijn zielenheil. Na een korte pauze vertrekken we terug, en zegt
Rudy dat we nu ne keer gaan doorrijden, om het daarna wat kalmer aan te doen.
Blijkbaar meent hij het nog ook, want hij geeft er ne goeie snok aan. Even
later krijgen we dan toch de nodige modder, als we over de Durme-dijk richting
Daknam rijden. Het best berijdbare stuk is natuurlijk dat net naast het water,
dus is het kiezen, ploeteren, of met de nodige zin voor risico op het boordje.
Eddy’s vertrouwen in eigen stuurkunst is niet zo groot, en hij gunt ons de pret
niet mocht hij in het water sukkelen, dus is het een tijdje wachten tot hij het
einde van de dijk bereikt. In de buurt van het industriepark in Lokeren rijdt
Frank zich nog bijna vast in een diepe geul in het parcours rond het vijvertje,
waarna we op ’t gemakske afronden richting Kalken. Ivan.
Zondag 12 december 2010. Kalken. De vuurkorven van de kerstmarkt hebben nog warm, als er al verzameld wordt voor de MTB-tocht van de Calcine. Grote afwezigen zijn Rudy V en Nadine F. Rudy zou op de kerstmarkt nog gezegd hebben: “Vionsken morgen nie fietsen is geen bierken in de Beize”, maar voor zover we weten heeft Rudy geen van beide gedaan.
Bij het naar de Scala rijden, gaat Jo al voluit, hij rijdt op puren ankool. Ook Rudy R, die eigenlijk iets te laat was, vliegt ons voorbij, op dezelfde brandstof.
De rit zelf is voor het grootste stuk hetzelfde als de voorbije jaren.
Het zijn vooral Patrick R en Dirk DB die het tempo bepalen. Geert S en Gert … volgen mooi in ’t zog. Het is eraan te zien dat Gert iedere dag met zijn MTB naar zijn werk in Sidmar fietst. Regelmatig kom ik hem ’s avonds tegen als ik met mijnen nonkel Jef velo naar huis rij na een zware werkdag.
De bevoorrading komt vrij vroeg, sommigen hebben hem zelfs niet gezien omdat er ook een stand was van Aquarius. Luc K rijdt direct door en daarna is ook Dirk H niet meer te zien, doorgereden of blijven hangen, wie zal het zeggen. Eigenlijk laten Yvan R, Jurgen V, Cedric L en ikzelf ons wat verachteren om afzonderlijk te rijden. Maar op den dijk in Uitbergen loopt het parkoer beneden door de modder en wij blijven liever boven op het droge rijden. Ook Rudy R blijft boven om de troepen te inspecteren, of zijn er toch zinderingen van de kerstmarkt? Dirk DB zet bij het oprijden van den dijk nen stuik, gelukkig est e nie geschaluind. Zodoende komen de minder goei vooraan te rijden. Zelfs Jurgen neemt de kop. ‘k Pak dan over en de drang om eens stevig door te rijden is groot. Aan den arduinkapper wordt alles terug rustig maar er mankeren der toch een paar. In Berlare zijn de meesten teruggekeerd, behalve Yvan en Jurgen. Dan sta ik natuurlijk voor de keuze, wachten of verder meerijden. ‘k Blijf dan ook maar vanachter hangen. Na de eerste passage Gratiebossen en wat vreemde coureurs ertussen raak ik samen met Cederic, wat achterop. Als echte modderfokkers zetten we de achtervolging in. Ik voel mij een beetje den Bart Wellens in de cyclocross, die moet ook altijd achtervolgen. We passeren ook Jan W en zijnen kameraad, die zich uit de kopgroep hebben laten uitzakken. Ook Jo blijft niet volgen (misreden zegt hij).
Op den Donk passeren we ook de moedige vrouwen Rita, Carla, Els en Carine. Vooraan houden ze dan toch eens wat in en op het Nieuwdonk komen we terug aansluiten. Daar steken dan 3 of 4 gasten met zwarte uitrusting met fluogroene reclame ons voorbij. Wat dacht je, zoiets kan Rudy R niet laten gebeuren. Hen eerst wat laten uitlopen en ze dan terug inhalen en blijven rijden. Aan het voetbalplein in Overmere worden we vermengd met wat oedelairs en ja, ik kan weer achtervolgen. In Kalken breng ik dan die fluogasten weer mee. De eersten worden wat opgehouden door een auto en alles komt weer samen. Eens het gat vrij gaat Dirk DB er stevig tegen aan met nen man of 10 op een rij achter hem. Als ze uitwijken naar de velobaone, kom ik als laatste in de wind en denk dan als ik toch in de wind moet rijden, kan ook beter vooraan rijden. Ik steek dan ook iedereen voorbij, als B-ken. Maar aan ‘s Gravenbriel is mijn pijp uit. Gelukkig is er ook een wandeltocht en loopt het daar vol wandelaars en valt het zo nie op.
Na afloop vertelt Jurgen nog dat hij in een plas was gereden en tot aan zijn knieën in het water zat. Last van kertsmarkthallucinaties? Volgens mij is dat nen gracht.
Op de stoelbeschermers in de Beize zitten ook Guy R, Andre DC en Luc K al enen te nuttigen.
PS: hier en daar zijn wat Kalkense woorden gebruikt, de schrijfwijze is eigen inspiratie.
Rudy De
Clerck.
Zondag 19
december 2010. Sneeuwpret in Overmere. Blijkbaar
schrikt de sneeuw veel Modderfokkers af, want wanneer ik op het kerkplein
aankom, staat alleen Jan mij op te wachten. Rudy R had wel al laten weten een
beetje later te komen wegens sanitaire verplichtingen, en hij moest zich nog
aankleden ook. Stefaan is de volgende die aankomt, gevolgd door Steven en
Geert. Rudy DC was naar zijn doen zeer laat, want hij had dezelfde verplichting
als zijn naamgenoot, maar had de volgorde niet goed gerespecteerd. Hij had
eerst al zijn kleren aangedaan, en voelde dan pas de drang opkomen. Met z’n
zessen naar Overmere, waar we het gezelschap krijgen van Frank, Dirk H en
Pascal. We wachten nog even op Rudy, die in zijn kielzog Luc meebrengt.
Uiteindelijk toch nog met 11, zij het niet voor lang. Na een 5-tal km, zit
Pascal er al 4 achterop. Ondanks zijn vroeg afscheid, verdient hij toch de
prijs voor moed en zelfopoffering. Sneeuw en gladde wegen zijn helemaal niet
zijn ding, maar hij deed toch een verdienstelijke poging. Ik had vandaag een
rustig ritje verwacht, zo’n beetje spelen in de sneeuw, maar er waren er een
paar bij die er anders over dachten. Het moest weer goed vooruit gaan, en ik
zag dan ook serieus mijne pere. Het duurt lang voor er iemand onderuit gaat,
maar na een tiental km breekt Stefaan de ban, even later gevolgd door Rudy DC.
Beetje bij beetje raak ik achterop, maar aan de 1e bevoorrading kan
ik toch opnieuw aansluiten. De hereniging is van korte duur, want als we even
later op een lastig stuk dijk terecht komen, rijden ze weer van mij weg. Ik rij
op eigen tempo verder en besluit een beetje te zeuren en een stukje van 4 km af
te snijden. Aan de 2e bevoorrading wacht ik nog even op de rest,
maar vertrek toch maar alleen. Een 5-tal km voor het einde hoor ik mijn naam
roepen. Het zijn de dames die voor een keer de fiets op stal lieten, en kozen
voor een winterwandeling. Als ik even stop om mijn supporters te bedanken voor
de vurige aanmoedigingen, komen de rappe mannen er ook net aan. De rust is van
korte duur, want voor ik het goed en wel besef, zijn ze weer ribbedebie. Dat
laatste stuk zal ik dan ook maar alleen afwerken, het beste is er dan ook al
een tijdje af. Als ik in de sporthal van Overmere aankom, zie ik welgeteld nul
Modderfokkers zitten. Blijkbaar vonder ze het niet meer nodig hun rit uit te
rijden, en zijn ze vanaf de Boombos rechtstreeks naar De Beize gereden, en ik,
kieken, sta hier nu alleen. Als ik terug wil vertrekken richting Kalken, komt
Dirk ook nog aangereden. Eigenlijk is hij dus de enige die de volledige tour
gedaan heeft, en word ik met 4 luttele kilometerkes minder, eervol 2e.
Alle anderen worden gediskwil.., gekwali.., gekwakk.., uitgesloten wegens het
te vroeg verlaten van het officiële traject. Wel besteekt sé. Ivan Rogiers.
Zondag
26 december 2010. Sneeuwpret deel 2, Plaatselijk. Wie
durft? Zo sluit Rudy zijn uitnodiging voor een plaatselijk ritje af. En de
uitdagende toon mist zijn effect niet. Dirk H en Dirk DB, Steven VD, Stefaan I,
Rudy R, Jan W, en zijn beschermeling Jasper Temmerman, Geert S, Jo R, Eric VG,
Mario V en ikzelf. Zelfs meervoudig wereldkampioen Geoffrey Maes komt
slipcursus volgen bij De Modderfokkers. Els is als enige dame komen opdagen,
waardoor we in totaal met 14 zijn. We vertrekken behoedzaam richting Bontinckstraat
voor een standaard-ritje Gratiebossen. Veel standaard is er nochtans niet bij,
want op de weg vinden we maar net genoeg grip om toch maar overeind te blijven,
maar het lukt nog net. Een heel ander verhaal wanneer we het wegeltje richting
Heiende indraaien. Rudy is vrijdagavond nog gaan verkennen, en geeft me nog net
de tip mee: “van hieraf is het ploegen“. Door de opgewaaide sneeuw moeten we
plaatselijk door bergen van tientallen centimeters hoog, met de nodige
tuimelpertes tot gevolg. Allemaal zonder erg, want het is zacht vallen in zo’n
dik pak. Volgend ‘leutig’ stuk, is de parallelweg aan de E17, even voorbij “De
Pelgrim“. Daar gaat het bijna over de ganse lengte tussen dikke pakken, over
een smal strookje aangereden sneeuw. Bijna onmogelijk om hierop recht te
blijven, zeker als je iemand wil voorbij steken, ondervindt Eric. Ik hoor hem
achter mij nog net roepen: “allez, amateurke, een beetje rapper “, maar het
volgende dat ik hoor is hoe hij foeterend overeind krabbelt. Ik val bijna van
mijne velo van ’t lachen. We vervolgen richting Gratiebossen, waar ik mij door
omstandigheden (een beetje vermoeidheid ) in slechte positie laat manoeuvreren,
waardoor ik na ieder poortje aan een inhaalrace kan beginnen. Als we aan het
pompstation de boswegeltjes verlaten, zit ik dan ook een stuk achterop.
Gelukkig staat Dirk H mij op te wachten, en doet teken dat de rest richting
Berlare gereden is. Het valt mij echter op dat zijn voorwiel de andere kant
uitwijst, en ik besluit het samen met hem iets rustiger aan te doen. We rijden
samen via Schellebelle-Aard, en doen er op de Scheldedijk richting Wetteren een
stukske bij, waardoor we gelijktijdig met de anderen aan De Beize aankomen.
Voor de statistieken: 7 van de 13 slaagden erin om overeind te blijven, een corrigerend
voetje aan de grond niet meegerekend. Tuimeltrofee van de dag gaat naar Stefaan
met een mooi totaal van 7 duiken, waarbij die na het verlaten van De Beize niet
zijn meegerekend. Ivan Rogiers.
Nog voor Kraak.
Zondag 2 januari 2011. Plaatselijk. Om de
nieuwjaarskater uit het lijf te rijden, stelt Rudy een plaatselijk ritje voor,
start om 9.00u aan de kerk. Het iets latere vertrekuur valt blijkbaar in de
smaak, want er komen 18 kandidaten op af. Carla en Annemie vertegenwoordigen de
dames, en kiezen voor een modderloos ritje op de weg. Guy R en Andre DC bieden
zich spontaan aan om hen te begeleiden en uit de wind te zetten. Achteraf hoor
ik van ons Carlaatje dat het net andersom was, maar dat zij en A’mie toch niet
teveel hebben moeten wachten. Wij starten met 14 voor een ritje naar de “verre
kapel” in Eksaarde. De 3 Rudy’s, Jan W, Frank VDS, Geert S, Dirk H, Dirk DB,
Davy P, Danny F, Luc K, Steven DM, (die ik vorige keer verkeerdelijk VD noemde,
waarvoor mijn excuses), Tim VD (met wie ik DM verwarde) en ikzelf. De sneeuw
van de voorbije weken is zogoed als weg. “Zogoed als”, want hier en daar ligt
nog een verraderlijk stuk op ons te wachten, en dat mag Frank ondervinden. Bij
het indraaien van een straatje gaat hij op een ijsplek onderuit. Gelukkig zonder
veel erg, want zo’n lichtgewicht valt niet, maar dwarrelt naar beneden. Ons
ander lichtgewichtje, Dirk DB blijft zelfs zweven (op uitzondering van een
voetje aan de grond). We vervolgen onze weg, en krijgen even voorbij
Doorselaar, na het kruisen van de Persijzerstraat, het bij de meeste
Modderfokkers gekende keuzemoment. De “echte” rijden links van de beek door een
lang stuk boerenslag, de rest blijft rechts op 2 paadjes in beton. Het was stil
aan de overkant, want niemand zag het zitten om dit ploeterstuk te trotseren.
Aangekomen aan de Kruiskapel houden we een korte rustpauze voor een hapje en
een drankje, en voor degene die het nodig achtten, een schietgebedje te
plaatsen voor een pechvrij jaar. Mijn schietgebedje had blijkbaar wat
vertraging, want we zijn nog maar net vertrokken als mijn ketting doorbreekt.
Ja, dat komt ervan als je teveel macht hebt, hé. Tijdens de herstelling weet
Rudy mij te vertellen dat er al redelijk wa sleet op mijn ketting zat, en dat
dit wel de reden van de breuk zou kunnen zijn. Weeral een illusie armer. En dan
krijgen we nog een bui van ijsregen over onze kop ook. Nog geen 2 km verder mag
Frank aan de kant met een platte band. Zoveel pech op zo’n korte tijd, dat
belooft niet veel goeds. Misschien volgende keer toch maar een Euroken in den
offerblok steken. We hervatten onze rit, maar besluiten het lastig stuk
Durmedijk links te laten liggen, en kiezen voor de oude spoorwegbedding
richting Lokeren. Net voor we over de Durme rijden, kruisen we een andere groep
MTB-ers, die wel stoer willen doen, en van de zijflank naar beneden rijden.
Normaal geen probleem, maar nu ligt er wel erg veel ijs daar beneden, en de ene
na de andere gaat dan ook onderuit. En passant, waarschuw ik hen nog dat het
ginds beneden wel eens glad zou kunnen liggen, maar de meeste zijn ondertussen
al terug rechtgekrabbeld. Verder richting Heiende begin ik mijne stal te
rieken, en krijg zowaar courage, maar die wordt als snel getemperd als men
besluit via de Vogelenzang naar huis te dokkeren. Nog even afzien dus, en aan
het einde van de kasseistrook zeg ik dat het nog een chance is, dat we nu geen
brug over moeten. RIJDEN ZE TOCH WEL NAAR LINKS ZEKER!!! Gelukkig is de brug
van de Bontinckstraat de laatste hindernis, en wordt deze al bij al nog goed
verteerd. De laatste kilometers richting Kalken zet Danny zich op kop, en jaagt
het tempo op tot zo’n 33 – 34 per uur. Als Rudy V zijn eindrush inzet met alle
rappe mannen in het wiel gaat het vanzelf richting 40. Ik kan nog net mijn
wagonnetje aanpikken en zie dat hij zijn koppositie behoud, en als eerste aan
De Beize aankomt. Het moet gezegd worden, Rudy V is toch ne rappe gast, zeker
als’t is om zo rap mogelijk op café te zitten.
Ivan Rogiers
Zondag 6 februari 2011. Plaatselijk. Hamme-Zogge. Ik kreeg al meerdere keren de opmerking dat het de laatste tijd gene
vetten is op gebied van de ritverslagskes. Het zit zo. Ik vind het niet nodig
een verslag te schrijven over 3 man en een paardekop die een plaatselijk toerke
doen, terwijl een andere groep op verplaatsing is naar Lille, Kalmthout,
Jamaica of andere exotische oorden. Maar niet getreurd, beste lezer, speciaal
voor u ga ik mee voor de verre en vroege verplaatsing naar Hamme-Zogge. EN MET
DE FIETS DAN NOG WEL!!! Er zijn er die gemakkelijker hun boterham verdienen. We
verzamelen om 8 uur. De 3 Rudy’s, Gert V, Danny F, Dirk DB, Steven DM, Frank
VDS, Luk K, Patrick R, Jan W, en Ronny VH houden mij gezelschap. Even voorbij
Overmere pikt Pascal L ook nog in. De strakke Westenwind waait ons vlotjes naar
het Oosten, maar we beseffen maar al te goed dat de terugreis heel wat
moeizamer zal verlopen. We hopen nog dat tegen de middag de wind zal vallen, of
beter nog, zal draaien, maar dat wordt afwachten. Bij de inschrijving staat Jo
R ons ook nog op te wachten, en kunnen we voltallig de rit aanvatten. Wij, de
iets minder hevigen, hebben wel al besloten om op te splitsen als het vooraan
te rap gaat. En het gaat al van bij het begin goe vooruit, 45 km/u zie ik op
mijn kilometriekske, maar toch blijven de traagste van de rappe, en de rapste
van de tragere in elkaars buurt rondtoeren. Aan de ‘Mira-brug’, krijgen we het
technisch BMX-parcourtje voorgeschoteld, altijd leuk, maar het lag er deze keer
behoorlijk vettig bij. Bij het laatste stuk moet ik, bijna vanuit stilstand een
pittig klimmetje omhoog, waarbij ik net als enkele weken geleden, mijn ketting
doormidden trap. Zou ik dan toch teveel macht krijgen, of is het een gebrek aan
techniek en enkel domme kracht? Met de technische bijstand van Danny en Patje
is het euvel snel verholpen, en kunnen we terug verder, waar de rest van de
bende ons staat op te wachten. Even voorbij de bevoorrading, zijn we nog altijd
samen, maar aan een splitsing van 45/50 en 55/60 km besluiten Frank, Pascal,
Rudy DC en ikzelf ons lijden niet nodeloos te rekken en kiezen we voor de iets
kortere afstand. Wanneer we even later aan een tweede bevoorrading aankomen,
hebben we al een dikke 55 km op de teller en nog een tiental op het parcours te
gaan. Rudy merkt echter op dat we richting Zele rijden, en denkt dan het niet
onmogelijk zou zijn dat we straks een pijltje missen en zo een beetje vroeger
richting Kalken kunnen. En zo geschiedde. Voor mij niet gelaten, zelf het
bonnetje voor een pannekoek bij aankomst kan mij niet overhalen. (Was het nu
nog nen Duvel geweest). Frank was zelfs al wat vroeger afgeslagen. Zijn lange
verblijf in het verre China hing nog een beetje in zijn benen. Hij begint zich
ginder al goed aan te passen, en ziet zelfs al een beetje geel. Al kan dat ook
komen doordat hij er serieus door zat. Zoals gevreesd was de wind niet gevallen
noch gedraaid, waardoor we richting huiswaarts de wind vol op kop kregen.
Gelukkig had ik 2 brede ruggen om mij achter te verstoppen, maar het was bijten
om in het wiel te blijven. Bij aankomst in De Beize worden we opgewacht door de
plaatselijke rijders. Vader Frank en zonen Zeno en Svevo, Geert B, die ook nog
eens buiten mocht, Eddy T en Andre DC. Mario was er ook nog bij, maar moest op
tijd thuis zijn om patatjes te schillen, en er was blijkbaar nog ene Patricia bij,
maar die mag zich eerst eens komen voorstellen voor ze met naam en toenaam in
het verslag mag. Even later worden Els, Nancy en Ann afgeleverd door Filip B.
Zij deden de verplaatsing met de wagen. Ivan.
Zondag 20 februari 2011, Sinaai. Voorwoord: Om de gevoelige
zielen onder ons niet tegen de borst te stoten, zal ik in volgend verslag het
woord shit niet gebruiken. Omdat ik het woord stront ook liever niet in de mond
neem, vervang ik beiden door kaka, dat klinkt misschien een beetje bekakt, maar
is volgens mij het beste alternatief. We worden uitgenodigd om 8 uur met de
fiets, en om 8.30 met de wagen. Het heeft bijna de ganse nacht geregend, echt
kaka-weer, dus veel goesting om te starten heb ik niet, maar als het tijd is om
op te staan, is het over. Dus toch maar het koerstenueke aan. Bij aankomst op
het kerkplein staan Nadine en Cedric al klaar met de wagen, Rudy DC is gekomen
met de fiets. Er is echter maar 1 plaatske over in de auto, dus met een beetje
geluk kunnen we niet allemaal mee, en kunnen we kiezen voor een plaatselijk
ritje. Maar dat is buiten Tom VDB gerekend, die even later aankomt met zijn
fiets, maar dan wel achterin zijn wagen (kaka). We vertrekken richting Sinaai,
en Nadine neemt gezwind de leiding. Tom zal zijne GPS niet moeten gebruiken. Als
ik hem vraag hoeveel dat kost, zo’n gepersonaliseerde GPS, antwoord Tom
doodserieus dat TomTom gewoon de merknaam is. Als we aankomen in Sinaai, is het
opnieuw beginnen regenen, en het is nog koud ook. Ik besluit dan maar mijn
regenvestje over te trekken, maar na een beetje gepruts, trek ik mijn
kaka-tirette kapot. Het zit mij nie mee vandaag. Ook Cedric deelt in de
miserie, want we zijn nog maar net vertrokken als hij op een modderstukse
onderuit gaat. Na zijn 2 duiken van vorige week, heeft hij blijkbaar de smaak
te pakken. Ik weet van vorige keren dat de rit van vandaag mij niet goed ligt,
en na een 10-tal km op het kaka-parcours, met de nodige kaka-modder (soms
letterlijk) en vele stroken kaka-kassei, zakt de moed mij in de schoenen. Als
ik voor de zoveelste keer het gat dichtrij, zeg ik tegen mijn gezellen dat ze
niet meer op mij moeten wachten en kies voor een kortere afstand. Misschien rij
ik nog wel met de fiets naar huis. Na een laatste loodzwaar stuk (bolt voor
geen meter, en wind op kop) zit de rit erop, kan ik mijn kaka-veloke afspuiten.
Het is nog een tijdje wachten voor we weer voltallig zijn voor de terugreis, en
als we aan de auto’s aankomen, merken we dat we in de drukte Nadine en Tom zijn
kwijtgespeeld. Na een 10-tal minuten te verkleumen van de kou, gaat Rudy toch
eens kijken waar zij zo lang blijven, en het duurt nog een tijdje voor hij ze
gevonden heeft. Blijkt dat ze de verkeerde kant uitgereden waren, en bijna alle
straatjes ingereden waren, op zoek naar de wagens. Jaja, zonder zijne TomTom is
onze Tom een beetje DomDom. (Sorry Tom, dit kon ik niet laten liggen). Wie er
nog allemaal gereden heeft? Ik zou het begot niet weten, want door het late
terugkomen, en omdat ik aan het vrouwke beloofd had om half-een thuis te zijn,
ben ik niet meer in De Beize geraakt. Daar waar een mens een ganse week naar
uitkijkt, een babbel met de vrienden bij een Duvelke na de rit, zelfs dat was
mij niet gegund. Daar heb ik maar een woord voor, KAK. Ivan.
Zondag 13 maart 2011, Belsele. De zware jongens
zijn in volle voorbereiding voor De Ronde van Vlaanderen, en hebben extra
kilometers nodig. Ze vertrekken om 8 u en zijn met 7: Rudy R, Rudy V, Pascal L,
Jan W, Stefaan I, Danny F en Luc K. Wij vertrekken om 8.30 u met de wagen en
zijn met 11: Tom, Gunter , Jurgen, Geert, Johan en ikzelf, Els, Nadine, Carine,
Annemie en Carlo (neen, dit is geen typ-fout, het was niet ons Carlaatje, maar
wel degelijk Carlo, onze huisfotograaf, die zich blijkbaar goed voelt in
vrouwelijk gezelschap). Aan de inschrijving staat Nancy ons ook al op te
wachten, en als Axel ook nog ergens vanachter een hoek komt gekropen (hij was
net te laat aan de kerk), zijn we voltallig voor een ritje door de Wase wegels
en bossen. Ter afwisseling met de vorige weken krijgen we nog eens een droog en
mooi berijdbaar parcours voor de wielen, en dat is aan het tempo te merken,
want het gaat goed vooruit. Zo goed zelfs, dat we door niemand worden
ingehaald, hiervoor moeten ze van verder komen (van Kalken bijvoorbeeld, met de
fiets ). Even voor de bevoorrading heb ik Geert en Gunter laten rijden, en komt
Tom enkele tientallen meter na mij. Op dat moment komen uit tegengestelde
richting de dames aangereden en voegen we samen. Nadine nestelt zich in mijn
wiel, en bolt op haar gemakske mee tot aan de bevoorrading. Ook geen gewone
zulle, diene kleine Fack, rijdt beter dan sommige mannen. Misschien kan ze
later nog de overstap maken naar de mannen, de ballen heeft ze al. Na de stop
restten ons nog 17 km, en gaat de gas volledig open. Met de moed der wanhoop kan
ik het wiel van mijn gezellen houden, en kom moe maar voldaan aan de sporthal
aan. Bij aankomst in De Beize worden we opgewacht door het A-team, die ook al
terug zijn, en de plaatselijke rijders, Rudy DC, Eddy, Frank en Guy. Zij reden
een toerken richting Wetteren. Petra en Schoonzus Christelle waren er ook, en
Ariane en Dirk H reden solo. Uit welingelichte bronnen heb ik vernomen dat de
A-kes naar goede gewoonte niet hebben gereden maar gevlogen. Dat Stefaan al na
enkele km op het parcours in de enige modderplas duikelt. Dat Danny de boel
ophoudt met een lekke band, en dat een zegezekere Luc in de spurt geklopt wordt
door Rudy V, die zijne turbo nog eens opendraaide, en naar eigen zeggen topte
op 53 km/u. En zeggen dat ge in Kalkendorp maar 50 moogt. Als daar maar geen
boete van komt. Ivan.
Zondag 20 maart 2011. Bazel. Bij het lezen van
Rudy’s mail: “Vertrek om 8.30 met de wagen naar Bazel”, vind ik dat hij toch
begint te overdrijven met zijn verre verplaatsingen. Het blijkt echter niet te
gaan over het Zwitserse Bazel maar dat bij Kruibeke, een goe half uurke bollen,
dus toch maar mee. En ik ben niet alleen, de 3 Rudy’s, Pascal, Luc, Patje, Jo,
Axel, Ronny, Jurgen en Tom zijn er ook. Bij de dames waren Nadine, Els, Carine,
Linda en Nancy op het appèl. Een schoon bendeke modderfokkers, en bij het
vertrek na inschrijving, merk ik dan ook niet dat niet iedereen mee is.
Gelukkig is Rudy R wel bij de pinken, en zegt mij om een beetje te wachten op
de rest. Net als iedereen bij is en we beginnen versnellen, komen een paar
pipo’s voorbijgereden. Er is er zelfs eentje bij die het nodig vindt om Rudy
uit te dagen door te proberen sneller te versnellen van hem, met het te
verwachten resultaat: Rudy een paar honderd meter voorop, en één pipo die door
ons terug wordt ingehaald. In het voorbijrijden zeg ik nog tegen diene gast,
“Awel, slimmen, bedankt hé, nu zitten wij wel ne ganse rit mee op ons kap”.
Gelukkig hervindt Rudy zijn kalmte en rijden we op een “normaal” tempo verder.
Omdat er geen duidelijke afspraken zijn om op te splitsen, besluit ik maar met
de A-kes mee te rijden en te zien waar het schip strandt. Na 17 km krijgen we
een eerste bevoorrading. Een beetje vroeg voor sommigen, maar voor mij zjust
gepast. Na een snelle hap en een drankje, besluit ik om al voor de bende te
vertrekken, kwestie van een beetje reserve op te bouwen. Het lukt mij toch een
5-tal km voorop te blijven, en het valt mij wel op dat terwijl ik iets rustiger
rij in afwachting van de aanstormende bende, toch de ene na de andere voorbij
ga. Dat geeft toch wa courage. Als ik terug ben ingehaald door de rest, gaat
het gas helemaal open, en op een verbindingsstuk op de baan gaat de snelheid
bij momenten tot 40 km/u. Enkele jonge gasten pikken aan en rijden een tijdje
mee, maar houden het even later toch voor bekeken. Als we even later een
superlastig stuk voor de wielen krijgen is het voor mij ook over, en ik vrees
dat ik de rest van de rit op mijn eentje zal mogen afwerken. Gelukkig voor mij,
rijdt Rudy V net op dat moment lek, en kom ik toch nog terug. Bij deze
nogmaals, van harte bedankt Rudy. Terwijl Patje en Rudy R assisteren bij de
herstelling, besluit ik opnieuw een beetje voorsprong te nemen, en krijg
hierbij het gezelschap van Luc, Rudy DC en Pascal. Na een tweede bevoorrading
krijgen we een groot stuk bos voor de wielen, en we zijn nog maar net begonnen
als ik opeens een luid gebrul hoor, precies een bronstig hert of zo. De
organisatie had nochtans niet gewaarschuwd voor loslopend wild. Maar even later
klaart het mysterie op. Het blijkt Jo te zijn, die op een of andere manier weer
voorop was geraakt en zijn clubgenoten begroet. In een van de vele lussen zie
ik Patrick en de Rudy’s ook al komen aangestormd, en aan het einde van het bos
heeft den eersten ons al te stekken, een tijdje later gevolgd door de rest. Bij
mij is het beste er af, het paard is al een paar keer gereanimeerd, maar is nu
weer aan het sterven, en een volgend lastig stuk betekent mijn zwanenzang. Ik
zeg dat ze niet meer moeten wachten, en zie de rappe mannen voor mij steeds kleiner
worden. Ik zie nog net dat Patrick een derde keer onderuit gaat voor ze uit
mijn zicht verdwijnen. Patje is niet de enige met evenwichtsstoornissen. Pascal
gaat ook eens onderuit, en Jo ging naar eigen zeggen volledig overkop. De
vooropgestelde 55 km worden er uiteindelijk 58, en het waren nu net die laatste
3 die er teveel aan waren. Ivan Rogiers.
Zondag 27 maart 2011. Sint Niklaas. Eigenlijk kan het verslag heel kort. Namelijk
ongeveer dezelfde rit als vorige week maar in omgekeerde richting, met hier en
daar wat andere mensen.
Wie zijn dat dan? Rudy
V, Thomas B, Dirk DB, Cederic L, Ivan R, Pascal L, Johan, Ronny VH, Frank VDS,
Luc K, en ikzelf. De meisjes waren vertegenwoordigd door Els, Nadine, Karine en
Ann. Er wordt met de wagen naar St. Niklaas gereden. Hierbij ook een woordje
van dank voor degenen die hun wagen ter beschikking stellen.
Na de vliegende start,
blijft Johan al rap achter. De jonge gasten Dirk, Thomas en Cederic zitten in goeien form. Rudy V neemt de taak over
van de afwezige Rudy R en houdt den boel onder controle. Op de lange dijken
voor de bevoorrading is het eigenlijk elk
voor zijn eigen en elk kan afzien op zijn manier. Aan de bevoorrading wordt
er opnieuw verzameld, en tijdens het wachten wordt er wat aan de velo’s
geprutst.
Zo gaat Frank een
beetje wind bijsteken, maar bij het verwijderen van de pomp trekt hij gans de suppape mee en jaja, gans plat. Er
is dan nog een probleem om de suppape volledig uit de geante te krijgen, maar er is nen
velomoaker bij die dat toch opgelost krijgt.
Ook Luc K vindt dat
zijn achterband wat slapjes is en steekt met de plaatselijke voetpomp
behoorlijk wat wind bij. Bij het wachten achter Frank, opeens een geschuifel,
jaja, den band van Luc moet er ook aan geloven. Mee nen nieven onderband (den
ouwen was moar kadukelijk) en
een inlegkruisje kan hij weer verder. Bij Frank ist nog nie gedaan, er is nog
een probleem met de remblokken. Dan maar zonder achterrem de kortste weg naar
den arrivé.
Nog nen goeien road van nonkel Jef: blijf ter af van die velo’s.
Ondertussen is Johan
allang weg na zijn bevoorrading en het duurt zelfs geruime tijd voor we hem
terug te zien krijgen. Als we hem dan zien, hangt hij kromgebogen over zijn
stuur (er is daar zo een liedje van) om geen wind te pakken. Juist voor de
aansluiting, op nen wegel bedekt met boomschors, vertraagt opeens Ivan ewat in een bocht en moet Ronny remmen
en tegelijk schakelen (alé dat is toch zijn uitleg). Gevolg zijn voorwiel gaat
weg en jaja hij sukkelt in de gracht. Op ’t eerste zicht een klein grachtje dat
wat toe gegroeid is, maar wel lang genoeg om de grootste van het gezelschap te
laten onder gaan. Voordeel: Ronny moest achteraf niet direct naar huis, hij was
al gewassen.
Bij Pascal vlotte het
vandaag nie zo goed en dit zo kort voor “de ronde”
Laat in de Beize
toegekomen, zitten, Christine, Linda en Annemie op hun gemak wat champagne te
drinken, tegen den dust zeker. Zo
heeft elk zijn pleziertje hé. Rudy De Clerkc, alias Nonkel Jef
Zondag 17 april 2011. Waasmunster. We vertrekken om 8
u met de fiets naar Waasmunster met het volle dozijn. Rudy V, Luc K, Patrick R,
Jo R, Stefaan I, Steven DM, Danny F, Thomas B, Dirk DB, Dany P, de
wederoptredende Mario V, en ikzelf. Het belooft een rap ritje te worden, want alle
wegels zijn goed berijdbaar, en er zijn er een paar bij die hevig staan. De
heenreis op de weg gaan we niet onder de 30 per uur, bij het oprijden van een
brug zelfs richting 35. Ik weet het, het klinkt niet logisch, maar bergop een
brug op, rijden wij altijd een beetje rapper. ’k Versta het zelf ook niet.
Eenmaal op het parcours gaat het al niet veel trager, maar de benen voelen goed
en ik draai vlot vooraan mee. Eindelijk nog eens een gezegende dag. Ook Mario
verschiet van zijn eigen, en doet het na enkele maanden afwezigheid verbazend
goed. Jo heeft het iets moeilijker na enkele weken afwezigheid met een gebroken
pols en kiest aan de eerste splitsing voor de korte pijn. Het is altijd mooi
rijden in de Waasmunsterse bossen, met hier en daar een nieuw stukske voor de
afwisseling. Op een van die onbekende stukken trekt Dirk serieus door met de
rest in het wiel, als Thomas ineens nen serieuzen duik zet. Was het ne
voetballer geweest, dan lag hij daar nog, maar Modderfokkers zijn straffe
gasten. Nadat hij enkele minuten is bekomen van de schok, spuwt hij nog wat
zand uit en springt terug de fiets op. De rest van de rit wel iets rustiger dan
in ‘t begin. Even voor de bevoorrading komt Mario mij zeggen dat hij ondanks
zijn goede benen toch maar voor de 45 km gaat i.p.v. 55. Met de 35 van de heen
en terug toch ook al zo’n 80. Ik besluit zijn wijze voorbeeld te volgen, en ook
Luc is dezelfde mening toegedaan. We hebben ons onze keuze niet beklaagd, want
net na de splitsing heeft Mario nog een specialleke in petto. Op een van de
lastige zandstroken, met aan beide kanten een smal boordje dat iets of wat
berijdbaar is, sukkelt hij naast het boordje. Hij probeert er opnieuw bovenop
te raken, maar zijn wielen schuiven onder hem uit en hij valt in de gracht
ernaast. Eigenlijk was het niet vallen, maar over zijn rug rollen met zijn
fiets nog tussen de benen. Ik kom niet meer bij van het lachen. Een andere
fietser was ook getuige van het schouwspel en stopt uit sympathie. Gelukkig
stond er geen water in de gracht, zegt hij. Waarop ik antwoord: ‘Juist spijtig
dat er geen water in stond!’. Geprikkeld (getengeld) stapt Mario weer op de
fiets, en even later roep ik hem toe even te wachten omdat ik met krampen zit,
lachkrampen. Enfin, het leven kan mooi zijn. De rest van de rit verloopt zonder
noemenswaardige voorvallen, en het spurtje naar De Schorpioen wordt door Rudy
gewonnen. Inderdaad, naar De Schorpioen wegens sluiting van De Beize. Amaai, ik
beklaag die gasten die tot de laatste moesten blijven om de pot uit te drinken,
want bij de Woesten valt dat niet mee. Ivan
Rogiers.
Zeg Ivan, het leven kan toch soms raar zijn
hé: Ik val in de beek, maar gij staat met een natte broek!? Mario
PS. Het is trouwens de eerste keer van mijn
leven dat ik achter mijn oren getengeld ben. Een mens is nooit te oud voor
nieuwe ervaringen!
Zondag 1 mei 2011. Plaatselijk. Een deel van de
mannen is gaan koersen in de Ardennen en een deel van de dames is ook ‘de pist’
in. De achterblijvers worden via den blog uitgenodigd voor een ritje in
Dendermonde. Ondanks de vele afwezigen verzamelen we toch met 17 op het
kerkplein waarvan slechts 2 met de wagen, dus stelt zich een logistiek
probleem. Voor wie niet mee kan met den auto naar Dendermonde stellen we
een plaatselijk ritje voor richting Wachtebeke en de befaamde Sidmarbossen van
Rudy DC. Maar de solidariteit bij De Modderfokkers is zodanig groot dat
iedereen besluit om plaatselijk te rijden. De plaatselijke dames zijn met
3: Christine DS en schoonzussen Christelle en Petra. Wij vertrekken
met z’n veertienen noordwaarts, maar na een eerste lusje in domein Puyenbroek
besluiten Guy R, Geert B, Frank en Svevo H af te haken en een korter
ritje af te werken. Zo blijven we nog met 10 over: Rudy DC, Pascal L, Luc
K, Axel T, Zeno H, Mario V, Dirk H, Davy P, Thomas B en ikzelf. In
afwezigheid van de vaste kopmannen neemt Rudy het meeste kopwerk op zich,en het
moet gezegd worden dat hij dit verdienstelijk doet. Eenmaal in de
Sidmarbos aangekomen voelt hij zich weer helemaal in zijn element en kunnen we
een half uurke genieten van de vele wegeltjes en kronkeltjes tussen de
dennenbomen. We hebben ondertussen ook nog een gastrijder op sleeptouw
genomen en als we even wachten om de boel te laten samenkomen, komt hij zich
voorstellen. Net als ik hem wil vragen waar hij tussen al het zand dat we
al te verteren kregen nog aan al die modderspatten op zijn benen komt, zie ik
dat het eigenlijk tatoeages zijn dus hou ik maar wijselijk mijne bek. Bij
het verlaten van de bossen zeg ik hem dat we nu huiswaarts rijden, naar
een cafeetje waar je nog een pintje kan drinken voor maar 80 cent. Het
water komt hem in de mond, maar hij besluit toch maar de andere kant op de
gaan. Richting Kalken houden we er een deftig tempo op na, en hoewel Axel
al een tijdje op zijn tandvlees zit, blijft hij toch moedig stand houden.
Hij verdient dan ook de prijs voor doorzetting en volharding. Al mag hij
die gerust delen met Zeno H, die pas op de brug van Hussevelde zijne patat
krijgt en nog maar met moeite boven raakt. Ondertussen hebben we ook de 4
afvalligen terug te pakken. Die waren onderweg nog een kapelleken
tegengekomen, ’t Kapelleken bij Marc Fiers in Doorslaardorp, en hadden daar een
kleine pitstop gemaakt. We rijden langs de Zomerstraat naar De Schorpioen
en op het laatste stuk zijn er nog een paar die het nodig vinden om ne keer rap
te rijden alvorens moe maar voldaan van een welverdiend aperitiefke te kunnen
genieten.
Ivan.
Zondag 8 mei 2011. Erpe-Mere. De meevallende
prestaties van de voorbije weken geven mij net genoeg courrage om een tandje
bij te steken en samen met de grote mannen met de fiets naar Erpe-Mere te
rijden. Bij aankomst op het kerkplein, een minuutje voor acht uur is het
echter nog zeer kalm, enkel Jan en Rudy V zijn al op het appèl. Weinig
ruggen om mij achter weg te steken dus, gelukkig beginnen even na achten de
duiven toch te vallen: Davy, Patje, Luc, Mario, Dirk DB, en als laatsten
Rudy R en Rudy DC. Deze laatste is normaal een van de vroege vogels, maar
had blijkbaar gisterenavond nog andere verplichtingen. Bij het vertrek
zegt hij dat hij zich wel achteraan zal zetten, kwestie dat we niet teveel last
hebben van alcoholische en andere dampen. De 2 andere Rudy’s zetten zich
vooraan, en ondanks de wind op kop halen we vlotjes 32, 33km per uur.
Mario en ik volgen in het wiel, maar na een tiental km worden we aangespoord om
zelf een stukske kopwerk te doen. We houden het tempo op een tactische 18
per uur en worden als snel voorbijgereden door Patje en Jan. We hebben
ondertussen ook nog het gezelschap gekregen van Frank VDS, die even voorbij
Uitbergenbrug was ingepikt. Rudy V zit van achteruit richtlijnen te
geven, en zegt dat we even verder rechtsaf moeten. Bij het eerste gaatje
dat Jan ziet slaat hij af, waarop Rudy zegt dat het de volgende afslag maar
is. Blijkbaar had Patrick dat niet gehoord, en net als Jan terugkomt
slaat hij rechtsaf en missen ze elkaar op een haar na. De laatste km
richting inschrijving begint het al licht glooiend te worden, en op de
klimmetjes beginnen de kemphaantjes al een beetje gas bij te geven, met als
gevolg dat ik voor we aan de rit beginnen al een cartouche kwijt ben.
Onmiddellijk na de start gaat het zoals gewoonlijk vollen bak, en het lukt maar
met moeite om mijn wagonnetje aan te pikken, maar er zijn er nog die het lastig
hebben. Een kleine pauze zou welkom zijn, en na een 5-tal km worden we op
onze wenken bediend. De achterband van Rudy V lag waarschijnlijk niet
goed gemonteerd en vliegt van de velg, gelukkig op een recht stuk en dus zonder
erg. Terwijl de band opnieuw gemonteerd word, besluiten Mario, Luc, Frank
en ikzelf op een iets gematigder tempo verder te rijden. Het blijkt
echter niet het dagje van Mario te zijn, want na problemen met zijn
kilometriekske en later met de voorrem, verlaat hij ontmoedigd het
parcours. Waarschijnlijk zullen de benen en het koppeke ook niet super
geweest zijn. Ondertussen zijn door het oponthoud de anderen ook terug
bijgekomen en ben ik de volgende die eraan moet geloven. Tussen de
stofwolken zie ik de rest voor mij steeds kleiner worden, en het duurt tot aan
de bevoorrading voor ik ze weer op normaal formaat zie. Wanneer ze
weer aanstalten maken om de tocht te vervolgen, zeg ik dat het voor mij
welletjes geweest is, en dat ik kies voor de 42 i.p.v. de 55 Km. Rudy DC
en Davy volgen mijn voorbeeld. Als we aan het einde van de rit het
laatste stukje zandweg afwerken ( ik heb er ondertussen al een half kilootje
van binnen ) komen we Frank ook nog tegen. Hij koos ook voor de 42.
Terwijl we staan te wachten op de rest, zien we in de verte nog een
Modderfokker afkomen. Het blijkt Dirk H te zijn die ook met de fiets
vanuit Kalken gekomen was maar vroeger was vertrokken om ook de 55 te
rijden. Na een kwartierke wachten beginnen we toch serieuzen dorst te
krijgen, waarschijnlijk van als dat stof, en aangezien Frank toch niet mee gaat
naar De Beize, offert hij zich op om te wachten op de rest, zodat wij
huiswaarts kunnen vertrekken om onze groten dorst te lessen. Op de
terugweg hebben we de wind in de rug, waardoor het ons zonder de vaste
kopmannen toch lukt om het tempo tussen de 35 en 40 per uur te houden.
Bij een oponthoud aan verkeerslichten merkt Davy op dat we aan deze snelheid
waarschijnlijk niet meer zullen bijgehaald worden omdat zij dan wel 45 zouden
moeten rijden. Bij de nabespreking vernemen wij dat zij bij momenten de
50 haalden. Op het terras worden we algauw vergezeld door de mannen en
vrouwen die de verplaatsing maakten met de wagen. Zij waren met 4: Jurgen
en Johan, en de dames Karine en Nadine.
Ivan.
Repliek Mario: Maar allez jongen! Ik zat
met een lossende achterband. Dat is waarom ik naar huis moest. Niet voor het
koppeke, of piepende rem of kilometriekske.
Herbeginnen met dat verslag, nonde!
Zondag 28 mei 2011. Zottegem. Er is een rit in Zottegem. Echte modderfokkers
rijden per velo naar ginder. Anderen kiezen om een half uurtje later met de
auto te vertrekken.
Ivan haalt voor de
eerste maal zijnen nieuwen fiets van stal, een schoon machien met alles erop en
aan. Hij wenst niet direct de grote beproeving te doen, want mogelijks moet er
hier of daar nog wat bijgeregeld worden. Als goede buurman, heb ik Ivan ook
beloofd om samen een plaatselijke rit te doen. Ook Axel T is van dat gedacht.
Met drie Olympia fietsen gaan we van start. We weten enkel nog niet goe naar
waar we zouden rijden. We kiezen dan toch maar voor den bos in Wachtebeke. De
nieuwe fiets van Yvan laat zich goed bollen en hijzelf heeft er zin in, daarbij
nog wat voordeel van de wind en het gaat goed vooruit. Ook Axel doet het
bijlange niet slecht. Bij het terugkeren langs de Moervaart komt Axel ook naast
ons rijden (de baan is breed genoeg). Ik vraag hem dan ook of hij nog wat form
overheeft om nog een omweg te maken. Zodoende rijden we nog door naar de
Kruiskapel in Eksaarde. De nieuwe fiets is dan direct op verschillende
terreinen getest, behalve op modder (ver te zoeken door de droogte) en op
tegenwind. Het laatste stuk (van Eksaarde naar huis) is tegenwind, maar dan
blijf ikzelf voorop rijden. Zo komen we toch aan een goei
In de Beize gaat ons
geluk verder. Verjaardagtraktaties van Ivan, mezelf en Pascal L., gebakken spek
van Jo R, al lopend gebracht van Uitbergen (hij zweet meer dan velen die
gefietst hebben). Hij heeft dan ook nog eens een blok aan zijn elleboog (tmoet
nie altijd aan het been zijn). Wat kan nen veurnoene toch schuune zijn hé. Rudy De Clerck.
Zondag 5 juni 2011. Bornem. We verzamelen om 8
u voor een ritje in Bornem. Bij aankomst
op het kerkplein begint het lichtjes te druppelen, maar geen nood, we rijden
toch met de wagen. Even voorbij Lokeren
begint het serieus door te regenen, bijwijlen zelfs te gieten. Na de droogte van de voorbije weken is een
beetje regen meer dan welkom, maar ik had het toch liever na de middag gezien.
De goesting om te fietsen van deze morgen, slaat om in twijfel om toch te
starten, en niet bij mij alleen. We hebben nog maar net de E17 verlaten
richting Temse, als Jan W en Ann rechtsomkeer maken richting Kalken. Mietjes!!!
Bij aankomst in Bornem is het nog een beetje aan het miezeren, en besluiten
Geert S en Davy P om ook niet uit te pakken.
Watjes!!! Jurgen ziet het ook niet echt zitten, maar Karine laat zien
wie thuis de broek draagt, dus starten zij wel. Ikzelf zit ook met de nodige
twijfels, maar laat mij toch overhalen. Ik start zelfs met de A-kes: Rudy R,
Rudy V, Dirk DB, Stefaan I, Gert V en Frank VDS, maar besluit om aan de
splitsing te kiezen voor de 56 i.p.v. de 72 km.
Ronny V, Johan V en Jurgen V houden de dames Nadine en Karine
gezelschap. Kort na de start krijgen we al een eerste technisch stukje. Op zich
stelt dit niet veel voor, maar doordat het zo kort na de start ligt, troept
alles een beetje samen, en kan er niet deftig doorgereden worden, waardoor
bijwijlen toch enkele gelegenheidsrijders in de problemen komen. Eens deze hindernis
voorbij kunnen we terug verder, en ik draai tot mijn grote voldoening goed mee
met de bende. Mijn geluk is echter van korte duur, want na nog geen 8 km
krijgen we al de splitsing 56-72. Mijn
besluit staat echter vast, dus verlaat mijn gezellen en vervolg de rit in mijn
eentje op eigen tempo. Een iets rustiger
tempo, zodat ik ten volle van het prachtige parcours kan genieten. Een heel leuk stukje was het 2e
technisch gedeelte. Een bosje met
smalle, kronkelende wegeltjes, slingerend tussen bomen en struiken. De regen van het voorbije uur maakte de
paadjes bijwijlen onberijdbaar, maar wel echt genieten. We krijgen ook nog het Lippelobos, het domein
Kasteel d’Ursel en het Nonnenbos voorgeschoteld, het een nog mooier dan het
ander. Kortom, de afwezigen hadden weer
maar eens ongelijk. Nu ook nog dit verslagske tot een goed einde gebracht is
iedereen content, al heb ik bijwijlen het woordje bijwijlen misschien een
keertje teveel gebruikt. Ivan bijwijlen
Rogiers.
Zondag 17 juli 2011. Aalter-Brug. Vorige week waren we met meer dan 30 voor een plaatselijk ritje richting
Waasmunster, maar vandaag is de opkomst een stuk minder. Ligt het aan de
overvloedige regen van de voorbije dagen, of zit het vroege vertrekuur er voor
iets tussen? We zijn slechts met z’n tienen: Nadine en Els, Danny F, Dirk DB,
Jo R, Geert S, Rudy R, Rudy V, Cederick L en ikzelf. De fietsen worden
ingeladen, en we vertrekken richting Aalter. Ter hoogte van knooppunt
Gent-Zwijnaarde komt een blauwe bestelwagen tussen ons inwringen. Mijn reisgezel
Danny wil meteen ingrijpen wegens het verstoren van de colonne, maar ik kan hem
nog net bedaren door te zeggen dat het Axel T is die in extremis de bende
vervoegt. Zo raken we toch nog aan een elftal. Bij aankomst aan de inschrijving
geeft Axel tekst en uitleg bij zijn laattijdige aankomst. Hij stond al gepakt
en gezakt klaar, toen hij de aandrang voelde om zijn darmen te ledigen. Als
excuus kan dit tellen, want dat is een van de weinige zaken waar het woordje
MOETEN van toepassing is. Voor Axel in detail gaat treden, en in geuren en
kleuren zijn wedervaren begint te vertellen, vertrekken we snel voor onze rit.
Al meteen na de start krijgen we een mooi stuk single-track langs de oever van
de ringvaart. De pees wordt er meteen goed opgelegd, maar gelukkig moeten we
even verder inhouden voor voorliggend verkeer. Niet voor lang echter, want
wanneer het even breder wordt, gaat diene gast gewoon aan kant staan en geeft
ons de vrije doorgang, den loebas. Meteen het teken om de beentjes nog eens te
testen. Voor Axel valt de test negatief uit, en hij besluit alleen verder te
rijden. Na een 30-tal km testen, begint het bij mij ook serieus door te wegen,
maar als ik merk dat er bij Jo, Cedric en Geert ook niet veel overschot op zit,
besluit ik toch maar door te bijten. We worden getrakteerd op een zeer mooie
omloop met een afwisseling van grind en bospaadjes en slechts hier en daar een
strookje modder. Op een van deze modderstrookjes rijdt Cedric zich vast en doet
dat waar hij goed in is, ne keer vallen. Het was nochtans een tijdje geleden
dat hij gevallen is, ongeveer even lang als het geleden is dat hij nog eens
meefietste. Als we even verder Axel, die op een korter parcours zat opnieuw
inhalen, draagt ook hij zijn steentje bij voor het vullen van het verslag. Ook
hij gaat onderuit, maar valt op een of andere manier op Geert. Nooit geweten
dat Axel op mannen valt??? Naar het einde van de rit, met al 70 km op de
teller, zijn mijn beste pijlen al verschoten. Toch vinden Dirk en de Rudy’s het
nodig om nog ne keer goe door te trekken, en in plaats van bergop op een brug
een beetje in te houden, jagen ze het tempo richting 40 per uur. Wat mij het
meest verwondert, is dat ik er nog al bij al nog in slaag om aan het staartje
aan te pikken. Zouden de benen eindelijk aan het beteren zijn, of zou mijn nief
machien dan toch het verschil maken. Bij aankomst in de kantine worden we al
opgewacht door ons meiskes. Ook zij waren zeer content van het mooie parcours,
al vond Nadine het toch nog nodig om een extra stuksken maisveld om te ploegen.
Ivan Rogiers.
Zondag 31 juli 2011. Oosterzele. Dju toch, misérie, misérie. Het is ondertussen al vrijdagavond, en nog
altijd geen verslag geschreven van vorige zondag. De inspiratie is in geen
velden te bespeuren, serieus writers-block. En het zal nochtans moeten, want
anders krijg ik zeker en vast het commentaar dat ik alleen maar met de
stommiteiten van een ander kan lachen, en mijn stoten verzwijg, maar hierover
later. Voorlopig kom ik niet verder dan de namen van de deelnemers. Stefaan I,
Jan W, Luc K, Rudy V, Gert V, Danny F, Davy R, Rudy R, Steven DM en ikzelf
vertrekken om 8 uur met de fiets, Geert S pikt in aan Wetteren-brug. Dirk H is
ook met de fiets vertrokken, maar nog een beetje vroeger, op zijn eigen tempo
en op zijn eentje. Axel T, Rudy DC en Pascel L vertrokken op 8u30 met den auto,
en Eddy T, Geert B, Frank H, Peter F(rietamientje), en de dames, Annemie,
Christine en Carla reden ter plaatse. Oef, toch al kwart van een paginaatje
gevuld, dat geeft courrage, dus zijn we vertrokken. De opwarming richting
Oosterzele mag er zoals gewoonlijk weer zijn, mijn kilometriekske geraakt weer
niet onder de 30 per uur. Geert, die even het deelnemersveld heeft bekeken,
hoopt dat er iemand bij is met “nen slechten dag”, want dat we anders serieus
onzen peeren zullen zien. Net na de inschrijving weet ik hem te vertellen dat
zijn gebeden verhoord zijn, en dat er wel degelijk iemand bij is met “nen
slechten dag”, ikke. Bij gebrek aan B-rijders, vertrekken we allemaal samen, we
zien wel waar het schip strandt. Aan een eerste steil klimmetje is het al van
dat. Geert, die net voor mij rijdt, moet even inhouden voor zijn voorligger,
waardoor ik voet aan grond moet zetten. En dan begint het liedje van Clouseau,
daaaaar gaaan ze. Het kost mij heel wat moeite en een beetje hulp van grote
broer om terug aan te sluiten. De eerste bevoorrading komt vrij vroeg, maar
voor mij net op tijd om even op adem te kunnen komen. Ik krijg maar net de tijd
om een slok en een beet binnen te werken, en ze zijn alweer vertrokken. Even
later krijgen we een bordje met de waarschuwing, “gevaarlijke afdaling”. Niet
voor niets, want Stefaan raakt een uitstekende steen met zijn pedaal, maar kan
nog net overeind blijven. Een paar honderd meter verder gaat Rudy R. Stefaan
nogmaals waarschuwen voor die afdaling, want dat we daar nu wel rap zullen aan
beginnen. De volgende verpozing wordt mij vriendelijk aangeboden door Geert,
waarvoor dank. Die zit met een leeglopende band, maar omdat hij tubeless rijdt,
met specie in de banden, blijft het bij een beetje bijpompen. (of zou hij zelf
ook al een beetje zochte gezeten hebben). Even verder begint mijn hoofdstuk.
Bij het insturen van een smal wegeltje met fijne steentjes, maak ik een
stuurfoutje en schuif onderuit. “Van moeite”, zegt Rudy. “Dan zou ik er al veel
moeten gelegen hebben”, antwoord ik. Een 10-tal km later krijgen we een smal en
hol liggend wegeltje voorgeschoteld. Links een gracht, en rechts een maisveld.
Een volgend stuurfoutje, en ik kies voor de mais, die toch dieper staat dan gedacht.
Als ik na enige moeite terug rechtkrabbel, begin ik te vermoeden dat de
kilometers toch beginnen door te wegen. Maar als je het moeilijk hebt, kan je
altijd rekenen op je vrienden. Danny F offert zich op om nog ne keer lekt te
rijden. Na deze welgekomen pauze, haal ik vlotjes het einde. Het is zelfs
Steven die nog een speciaal maneuverke doet. Naar ik heb van horen zeggen, ging
hij net niet overkop, maar kon nog net over zijn stuur van zijne velo springen.
Probeer u dat eens voor te stellen, met een beetje fantasie moet dat lukken. Op
de terugweg naar Kalken, mogen alle remmen los en gaat de snelheid richting
40/u. Nu rij ik vlotjes mee, maar ik zie wel andere koppekes schudden. Aan de
voetgangerstunnel aan Wetteren-statie, neemt Luc een sluipweg, en slaat zo een
bres met de rest. Als wij dan nog moeten stoppen voor t’rood, rijdt hij al de
Scheldebrug over. Hierdoor is er van een eindspurt geen sprake meer. Luc komt
wel als eerste in De Beize aan, maar wordt gediskwalificeerd wegens het
verlaten van het officiële parcours. Nog een troost voor mij. Blijkbaar ben ik
niet de enige die op den duts was vandaag. Axel ging ook 2 keer onderuit. Na
een eerste duik, sprong hij zo rap mogelijk weer op de fiets, klikte zijn
schoenen in de pedalen, maar had niet gezien dat zijn ketting eraf lag. Met als
gevolg, 2 valpartijen op 1 meter. Die was dus nog veel moeder dan ik. Ivan Rogiers
Zondag 14 augustus 2011. Elversele. Geen
journalist te bespeuren op het kerkplein zondagmorgen. Ook geen leidende
figuren. Zes (6) echte Modderfokkers om te vertrekken
naar Elversele. De rest haakt af wegens te veel regen de voorbije nacht en
morgen. De mietjes. Hard rijden wel zé, maar als er wat modder ligt en er valt
wat regen, hó maar.
Genoeg gelachen. Jo en Els, Filip Buysse,
Pascal en ikzelf staan vertrekkensklaar op het kerkplein als Stefan nog komt
aangezoefd en zijn teleurstelling niet onder stoelen of banken kan steken dat
hij mee moet rijden met de auto… of alleen naar Elversele rijden. Dan toch maar liever met de auto.
Daar aangekomen nog wat twijfels betreffende
de kledij, regenvest of niet? Ikzelf kies ervoor om zonder te rijden, hoera!,
geen druppel regen meer gezien na de start.
De eerste twee kilometer een smal weggetje
(‘t schijnt dat ze dat een single track noemen), links prikkeldraad en rechts
een gracht van 1,5m diep, fietssporen van soms wel 15 cm diep die je niet kon
vermijden wegens te smalle doortocht. Els kiest ervoor om het grootste gedeelte
al lopend te doen.
Voor de rest overal modderachtig, waarbij
ikzelf in het begin zo half overkop ga. Ik ging dit hier niet neerschrijven,
maar er was 1 getuige en die ombrengen voor een valpartijtje zou wat overdreven
zijn. Filip moet even verder halt houden om meewind in zijn band te pompen,
maar kan toch de rit uitrijden zonder een nieuwe band te moeten steken. De
snelle jongens, Jo (man wat was die in goede doen), Stefan en Pascal wachtten
ons op, maar Els en Filip besluiten om samen te blijven en niet meer te volgen.
Ik wil wel volgen, heb ik ook gedaan, al leek het veel meer op een jojo. Aan de
bevoorrading zeggen Els en Filip dat ze de 40km gaan doen, wij kiezen voor de
50km. Door de mindere bepijling, rij ik ook nog eens verkeerd. Stefan dacht er
al aan om mij als vermist op te geven als hij mij toch ziet opduiken. Het weer wordt almaar beter en Jo is niet te
houden, hij wil er mij compleet afrijden. Toch bedankt mannen om af en toe eens
te wachten op mij! In een bekende streek, we zijn al veel in het Waasland
geweest dit jaar, toch veel nieuwe weggetjes gezien. Normaal een zandbak, nu
veel modder, maar meestal toch wel goed berijdbaar. Hier en daar een beetje
slipgevaar kon je doen belanden in een vijver, maar daar had Filip geen last
van. Els vermoedde dat hij met tracktorbanden oplag. Leuke voormiddag gehad,
vuil maar voldaan.
Aangekomen in de Beize zien we Annemie,
Carlo, Linda, Ronny en Nancy. Carla,
Machteld, Luc K zijn er blijkbaar al weg. Zij reden een knooppunten route,
normaal Modderfokker onwaardig, maar naar omstandigheden beter gefietst dan
niet gefietst. Tot de volgende. Axel
Troch.
Zondag 7 augustus 2011. Smetlede – Impe – Erondegem – Oordegem. Een gedeelte van de vergrijsde bevolking verzamelt om 8 u 30 aan de
kerk. Wie zijn die grijze mannen?: Yvan R, Mario V en ikzelf. Brakel of Bornem
leek ons te ver of te vroeg. Mario stelt voor zijn GPS nog eens te volgen,
richting Oordegem. In het begin kan ik de nieuwe wegels nog een tijdje
herkennen, aangezien Mario en ik deze rit enkele weken geleden ook al eens
hadden geprobeerd. Maar het geheugen van mijn GPS is eerder beperkt t.o.v. dat
baksken van Mario. ‘k Kon vroeger pertank goe leren, maar kostend niet
onthouden. Met als gevolg dat Mario steeds van voor moet rijden (mee of
tegenwind). Maar hij doet dat voortreffelijk.
We passeren tal van wegels die weinig of niet
gebruikt worden, eventueel inspiratie voor de rit van de modderfokkers. We gaan
tot Erondegem als verste punt. De rit verloopt rustig op B’s tempo, zonder veel
verkeerd te rijden en zonder valpartijen, wel ambetant voor een verslagsken te
maken. En Yvan steekt ook niets abnormaals uit. Het laatste stukje (van
Wettershoeksken tot de Beize) neem ik mijn twee gezellen op sleeptouw, om het
stof wat uit de carburateurs te blazen. Zo komen de drie Olympia fietsen toch
met wat swoeng Kalken binnen. Kwestie van de eer van de A’s niet te beschamen.
In de Beize blijven we geruime tijd met ons drieën zitten, enkel Nadine en
dochter Sandy komen de modderfokkers versterken. Van de verre reizigers is bij
etenstijd nog niemand te zien. Rudy DC.
PS. Vanaf Wetterhoeksken tot de Beize rijdt
Rudy (let wel: Rudy DC, niet Rudy R of Rudy V, hé!) 40 per uur, met pieken tot
44, en niet echt wind in’t gat. Van stof uit carburateurs blazen geklapt. Help,
wanneer nog eens een normale modderfokker?
Mario
Maandag 15 augustus 2011. Maria Hemelvaart. Poperinge. Om 8u00 pik ik Steven en Davy op, en tuffen we samen naar Poperinge. Om
9u15 treffen we ginder 2 “locals”, namelijk de gebroeders Mario en Karel, die
al sedert zaterdag ter plaatse zijn. Precies wat minder volk dan de voorgaande
jaren, dus waren we redelijk rap ingeschreven en konden we vlot vertrekken voor
de 85 km die er eigenlijk 89 waren zoals ze aan de start al duidelijk maakten.
We troffen verrassend genoeg een droog
parcour aan, sompig maar geen water noch modder.
Na een 15-tal km hielden de gebroeders het
voor bekeken en lieten ons drieën goe doorterten.
Op weg naar de 1° bevoorrading, kregen we
enkele hellingen op de Boeschepeberg en de Catsberg onder de wielen. Dat was er
direct goe op, stijl bergop, stenen zoveel ge maar wilt, dus technisch maar
leuk. Ook hadden we op de Catsberg de keuze tussen “Easy” rechtdoor of
“Techical” rechtsaf. Technical gekozen natuurlijk, en onderweg 6 keren op
mijnen asem getorten.
Na 23 km hadden we de eerste, van alles
voorziene bevoorrading, en hadden dan al 360 hoogtemeters verwerkt. Mario en
Karel arriveerden ook een tijdje later, en kozen daar voor de 65 km, dus
die hebben we niet meer weer gezien. Mario zag het al positief en zei dat hij
vanaf nu al 20 km voorsprong had op ons drieën. Tot ieders verbazing waren we
nog altijd droog en proper. Behalve Steven zijnen helm maar dat was nog
Achouffe-more van de dag er voor.
Te vroeg geroepen natuurlijk, want direct na
de splitsing van de 65-85 kregen we een strook aangelegde bultjes voorgeschoteld
die vol water stonden. De properteit op onze persoon was er daar redelijk rap
af. Met dank aan die bulten weet ik weer dat er nen punt aan een fietszadel
staat en dat ik een rechter-teelbal heb.
Het één en het ander werd naar boven gekatapulteerd, wat me verplichtte
het komende uur enkele keren goed te slikken zodat alles weer op zijn daarvoor
voorziene plaats zakte. Tot aan de tweede bevoorrading was het vrij plat en
weinig aantrekkelijk, vergeleken met het eerste deel van de rit.
Na de tweede bevoorrading kregen we een
tweede maal de Catsberg, de Zwarteberg en de Baneberg er als cadeau bovenop.
Ergens tussen die bergen kregen we een prachtige en technische singletrack in
het Bois de la Garonne. Niet extreem steil maar wel vrij lang.
Meteen hadden we in totaal 960 hoogtemeters
op ons schermken staan. De fut was er dus voor een héél groot stuk uit.
Tijdens een snelle afdaling op weg naar de
derde bevoorrading kon Steven het niet laten een wesp voorbij te steken, en die
kon het op haar beurt niet laten om hem te steken, zuust onder zijn oog. Amai
den dienen heeft afgezien, en het heeft een tijdje geduurd eer we weer konden
verder rijden.
Onderweg naar de derde bevoorrading hadden we
nog eens de keuze tussen “easy” en “technical”. Steven koos voor “easy” omwille
van zijn dik wezen, ik omwille van mijn dikke benen en omwille van Davy zijnen
dikke nek koos hij toch nog voor “technical”.
Hij bleef verdacht lang weg wat ons al iets
deed vermoeden: op zijnen bek natuurlijk. Dat was nog de grootste teleurstelling
van de dag, we hadden zijn tuimeling niet gezien.
We waren dan redelijk rap aan de laatste
bevoorrading, waar ze Steven echter niet konden verzorgen. Van daar was het nog
11 km naar de meet, wat wij hebben afgesneden tot 7 km om zo rap mogelijk bij
het Rode Kruis te geraken. Daar hebben ze Steven zijn wezen verzorgd en naar
het schijnt is nu al alles weer OK.
Al bij al ne zeer mooie, maar ook zeer zware
rit, 85 km, 960 hoogtemeters: we hebben nog ne keer kunnen mountainbiken ipv in
het veld crossen. Geert Schepens.
Vlnr: Mario, Karel, Davy, Steven, Geert

Zondag 4 september 2011. Scheve Villa,
Berlare. Nu iedereen zich geroepen
voelt om verslag te geven, wat we alleen maar kunnen toejuichen, wordt het tijd
dat de ouwe verslaggever eens een verslag terug geeft, euh, terug verslag
geeft, zeker nu er zich tijdens de rit van de Scheve Villa een historische
gebeurtenis heeft voorgedaan.
De hele nacht
weeral gegoten, dus dat belooft, maar Modderfokkers laten dat niet aan hun
hartje komen, want Ivan R. telt 29 man en vrouw aan de Scheve Villa,
startplaats voor de rit van de Chiro van Berlare. Voor ik het weet, ben ik mee
met de aakes en moet na een km of 8 de rol lossen. Even later krijg ik zelfs
een klop van de hamer en moet ik stoppen om iets te eten en het is maar dankzij
een banaan van Karel dat ik me kan redden. We kunnen nog net aanpikken als even
later de beekes passeren. Gelukkig. Anders zie ik ze al denken: pfoeh, dat
rijdt nog eens mee en dat denkt al meteen dat hij met de aakes meekan en kijk
zie, al subiet een klop van de hamer. Die Mario kan zichzelf nogal eens
overschatten, de blaas. Ja, de mensen kunnen wreed zijn. Maar allez, ze denken
dat toch niet te lang omdat Karel en ik even later ons op kop zetten om onze
maten uit de wind te zetten. De eerste helft van de rit kan als volgt
beschreven worden: hoe rijg ik zoveel mogelijk wegeltjes op een zakdoek grootte
aan mekaar zonder dat ze mekaar kruisen. Ik denk dat we een keer of 4, om de 10
minuten, door Uitbergen passeren. En plassen, plassen, plassen. (Ik bedoel het
zelfstandig naamwoord, niet het werkwoord!). Even later rijden we de aakes in
verspreide slagorde voorbij. Eer de eerste aakes gesnapt hadden dat de laatste
een platte band had, waren ze al een paar km verder. Zo rijden de beekes
voorop. Het staat trouwens voorspeld in de Bijbel: ‘De beekes zullen de aakes
zijn.’*
Van regen blijven
we grotendeels gespaard, maar de kasseien van de Koningsstraat tussen Overmere
en Uitbergen liggen er natuurlijk gevaarlijk glad bij. Ik heb van Rudy R.
geleerd dat ge daar zo rap mogelijk moet overrijden. Drie voordelen: ge foelt
ze minder, ge valt minder rap, en vooral: ze zijn rapst achter de rug. Groot
nadeel: als ge dan toch wel valt, dan doet het meer zeer, want zo een kassei,
dat geeft nu eens geen beetje mee, hé. Net als ik, op kop, de registers
heeltegans wil opentrekken voor de laatste honderd meters kassei (volgens welingelichte
bronnen reden we toen 37), geroep en getier. Een valpartij. Dirk H. is onderuit
gegaan, en Rudy DC moet daardoor in de remmen, maar valt dan natuurlijk ook.
Dirk mag direct naar huis: velo en vent met serieus blessures. Gelukkig is het
niet ver. Rudy DC, zelf toch ook een blok beton, denkt nog te kunnen rijden,
maar even verder wordt het duidelijk dat de ribben niet meer meewillen.
Ondertussen zijn
door ons oponthoud de aakes weer komen aansluiten, maar even verder zitten Karel
en ik met een paar straffe mannen voorop in de meersen: Bart Van Hecke en
Geoffrey Maes. Ter info: Bart zijn mama en papa reden ook mee – maar dan wat
meer naar achteren. Vraag me niet hoe wij daar zo plots voorop zaten. Waren de
anderen blijven hangen bij Rudy DC, in een plotse opwelling van
solidaritititeit? Als we, uit de meersen komende, rechts afslaan naar achter de
zoutfabriek, is de rest nog steeds niet te zien. Als we in de Uitbergse straat
komen, zien we echter de hele bende modderfokkers (a’s en b’s samen) voor ons
uitrijden, richting Kalken. Zij hebben dat onnozel omwegje achter de
zoutfabriek niet gedaan. Groot gelijk eigenlijk, want dat spel is veel te smal
en met mijn beperkte rijkunsten ben ik dan ook efkes in de haag blijven hangen.
Zo rijdt de hele
bende weer samen tot aan de 2° bevoorrading. Het laatste stuk voor de
bevoorrading is via de blauwe steen naar de scheldedijk aan de Aard. Door de
voorbije regen en door de werken aldaar, ligt het behoorlijk smerig. Als we
smerigheid graderen op een schaal van 0 (heel proper) tot 5 (super-smerig), dan
gaat een score van 7 en een half er niet ver naast zijn. En daar gebeurt het
dan, aan de bevoorrading: het historische feit waarvan hierboven sprake, nog
nooit gebeurd in de 12-jarige carrière van de modderfokkers. Het begint bij Jan
W die Dirk DB opstookt om aan Rudy V voor te stellen dat we ermee ophouden.
Rudy V valt eerst uit de lucht, maar dan, ja, dan zegt hij: ‘Eigenlijk zijn we
onze boel aan het kapot rijden.’ En dan zegt ook Rudy R, yes himself, dat hij
het ook zowat gehad heeft. En dan gebeurt het. Ge gelooft het niet. Wat ga ik
nog allemaal in mijn jonge leven moeten meemaken!? Collectieve opgave van de
Modderfokkers. Reden: te veel modder!
Karel en ik zien
dat anders, voor die ene keer dat we dan meerijden zeg, voor die ene keer dat
ik uit mijn bed geraakt ben, en er staat nog maar 42 km op de teller, en het is
nog niet eens 11 uren, en vuiler kunnen we toch al niet meer worden, en de
beentjes zijn goed – wonder boven wonder na de vroege appelflauwte. We
besluiten nog tenminste een half uurtje verder te rijden, maar rijden
uiteindelijk toch de rit helemaal uit. Slechts nog efkes wat modder en dan
komen de schoonste stukjes nog, over het gras van de Paardenweiden, op en af de
dijken aldaar, over een houten spel, door de Zandbergen, op en af het
privé-stukje dat elk jaar alleen voor deze rit open gaat en waar ik voor de
eerste keer in mijn carrière bovenraak. Alles nog wat technischer door de
glattigheid.
Na 1 Duvel aan de
Scheve Villa – het achtste wereldwonder, ge moet daar echt eens binnen gaan -
komen daar ook nog Pascal L en Axel T aan. Die waren wat achtergebleven om Rudy
DC te ondersteunen en hadden zo de zeer ernstige feiten die zich een uur eerder
op de dag hadden voorgedaan, gemist. Ook zij geloven hun oren niet. Mario
(ja, ondertussen
toch al een beetje bekomen van de shock, het lukt wel, weest maar niet ongerust
over mij).
* De laatsten
zullen de eersten zijn.
Zondag 11 september 2011. Grembergen. Ja, het is gelukt. Uit mijn bed raken om 7
uur op zondagmorgen. Als ik mijn tubeless, die al een paar weken lost, bijpomp,
begint die plots helemaal te lossen. Ai, ai. Ik ga met mijn ouwe velo moeten
rijden. Als ik op de kasseikes van de Steenbeekstraat controleer of mijn
drinkbus goed vast zit, zie ik geen drinkbus. Ze zit nog in mijn nieuwe velo.
Terug naar af. Wat gaat dat hier worden vandaag? Aan de kerk zijn we slechts
met 8 man. Vier rijden naar St. Martens Bodegem met de auto: Geert Schepens,
Thomas Bisschop, Roste Senna en één van de Poolman Brothers, maar niemand weet
ooit of het Davy of Danny is. De andere 4 zijn Ivan Rogiers, Patrick Roels,
Frank Van De Steen en den dezen. E o ja, Rudy Rogiers komt ook nog. Als ge maar
lang genoeg wacht. In Overmere pikken we Pascal Lippens op, zodat we met zijn
zessen de 16 km of 18 km (naargelang de bron) naar Grembergen afwerken. Zonder
veel problemen, een goeie opwarmer.
De toer zelf. Ze kennen bij de inschrijving Rudy nog, van
ietske dat hij is tegengekomen aldaar, 2 jaar geleden. Eerst nog veel asfalt,
maar in de wegels gaat het meteen vooruit. Door de snelheid en het drummen word
ik gedwongen door een plas te vlammen, waarop Frank roept: ‘Zeg, vetzakske, het
is niet omdat gij met een oud krot rijdt dat ge mijn duur machien ook moet vuil
maken hé.’ Er ontspant zich een hoogstaande conversatie, en door het geroep om
boven het lawaai van wind en fietsen uit te komen, en doordat ik achter me kijk
om mijn hooggeachte collega Van der Steen van wederwoord te dienen, zie en hoor
ik niet dat het plots naar links is. Vlam, tegen Ivan R. zijn achterwiel en
daar schuif ik enkele meters door modder en steentjes. De Olympia blijft recht,
de Giacomelli ligt tegen de vlakte. Gelukkig van mijn helm. Knie en elleboog
vol bloed, en pieken dat dat doet. Ik had het van in het begin kunnen peinzen
dat het mijn dagje niet ging worden! We besluiten bij meerderheid van stemmen
dat ik toch maar verder moet rijden. Eigenlijk zit er nog veel origineels in
het parkoers dat gebaseerd is op de MTB routes van Waasmunster en Hamme.
Op een bepaald
ogenblik zie ik een eind voor mij er eentje omverklikken, in een groooote plas.
Het is een modderfokker potverdorie, en ja het is Ivan, die aan het zwemmen is.
Een nieuwe discipline? Nee, hij probeert gewoon de rand van de plas te bereiken
om weer bij zijn velo te geraken. Aan de bevoorrading, vertrek ik rap rap, want
als ge zo stil staat, voelt ge goed dat ge gevallen zijt en beginnen knie en
elleboog te verstijven. Als de andere 5 me na 5 minuten weer te stekken hebben,
is het net een technisch stukje. Bij mij gaat dat dan als volgt: ‘Oeioei, hoe
ga ik hier rechtblijven? Amai, die eerste meters ben ik al rechtgebleven. Ja,
ik ben nog altijd recht. Joepie! Helemaal rechtgebleven.’ Maar achter mij hoor
ik een Husseveldse vloek en een duidelijke Rogiers-stem? Rudy? Daar hoop je
toch altijd op als je verslag schrijft.
Nee, het is Ivan maar. Maar allez, twee valpartijen van Ivan in één verslag,
daar kikvorst een mens toch ook van op.
Dan is het ver
gedaan met de leute. Ik raak wat achter, en op een bepaald moment is het
parkoers slecht aangeduid en ben ik het kwijt. Ik rij dan maar alleen terug,
van tegen Moerzeke: 25 km windop. Lang geleden dat ik er zo zwaar door heb
gezeten. Wat is mountainbike toch een toffe zondagmorgensport, geknipt voor
50-plussers.
Ivan is blij om
achteraf nog een belangrijk nieuwsfeit te melden. Ik heb het dan wel gemist,
maar het is dan toch gebeurd en het zal in het verslag staan! Want zelfs Rudy
deed nog een knieval. Toen hij te voet naar beneden stapte op een pallet
die over een gracht lag, gleed hij uit en lag bijna op zijn gat.
Mario, met assistentie van Ivan voor het
belangrijkste feit van de dag.
Zondag 18 september 2011. Kermisritje. Bij aankomst voor de jaarlijkse afspraak aan
de autoscooters waan ik mij een beetje Rrrrohny King, je weet wel, een van de
vele typetjes van Chris Van Den Durpel, want, ALLEEEEEEN, IK STOND DAAR ZO
ALLEEN. Gelukkig krijg ik even later het
gezelschap van Frank Van de Steen en Dirk Hanselaer. Het is ondertussen zo’n 5 na 9, en ik zeg dat
we niet te veel volk meer hoeven te verwachten, misschien enkel nog Rudy
Rogiers, want het is nu zo ongeveer zijn uur.
Mijn woorden zijn nog niet koud als hij het kerkplein oprijdt. Slechts met z’n vieren voor een traditioneel
kermisritje, al zijn er wel nog een paar afvalligen op verplaatsing. En dan
zegt Dirk nog dat hij het niet ziet zitten om met de zware mannen mee te rijden
(tiens, hoor ik daar ook al bij ?). Rudy
wil graag eens gaan kijken hoe de werken voor het plaatsen van de windmolens
vorderen, en stelt voor om ons beginritje richting Heiende, Lokeren, Heikant,
Berlare, Uitbergen en Schellebelle, kortom DEN OERTOER nog eens te rijden. Tradities zijn er tenslotte om in ere te
houden. Als we aan de funderingswerken
passeren, besluiten we een nader kijkje te nemen, en rijden we tot aan de
voeten van de molens. Een serieuze massa
beton moet er voor zorgen dat alles rechtop blijft staan, mijne wijnkelder is
er maar klein bier bij.
De gratiebossen
liggen er al bij al nog vrij goed bij, en door het feit dat Rudy en Frank een
rustig ritje in gedachten hebben, lukt het bij mij ook vrij goed. Wanneer we het veld uitkomen en de weg
opdraaien richting Schellebelle-Aard, merkt Rudy op, dat er in het begin van
onze MTB-toerkes, er hier al een paar stikkapot zaten, ook al lag het gemiddelde dan op zo’n 18 per
uur. We ronden ons ritje af, en genieten van een kermis-aperitiefke in De
Beize. Even later krijgen we nog het gezelschap van Eddy Troch, die op zijn
eentje ging toeren, nog wat later gevolgd door Danny Fack die ook ging rijden
met al zijn vrienden!!!!!. Ivan.
Zondag 25 september 2011. Wieze
wieze wieze wies
bom bom

Met een hele bende mannen & vrouwen naar
ginder. Ik weet niet wie allemaal maar dat zal je in Yvan’s verslag wel lezen
veronderstel ik. De ritbeschrijving beloofde ons 900 hm op de 65 km.
Na de splitsing 50-65 schoten we nog met zeven 65 km-rijders over. Jan, Frank
VDS, Rudy, Dany F, Davy, Rony en ik.
Het was ne schonen lastige rit maar ik ga mij hier speciaal richten aan Dany
Fack.
Besten Dany,
Als ge ne keer op den achterkant van uw koerstruitjes kijkt, dan staat er daar
op : mountainbikeclub. (maantenbaikklup)
Wat zegt het woordenboek daar over;
Mountain (telbaar zelfstandig naamwoord) berg /heuvel /hoop
bike [baik] (telbaar zelfstandig naamwoord)
(informeel) Fiets / club (verzamelnaam) sociëteit, vereniging
Dus samengevat ben je lid EN bestuurslid van een vereniging die met de fiets in
de bergen en heuvels rijdt.
Concreet wil dit zeggen dat ge bij nen steilen bergop niet uwen eersten boven
rijdt, dan onderweg stopt, Davy doet afstappen en mij laat vallen zodat niemand
meer boven geraakt.
Ge zegt zeker niet dat het te voet rapper gaan dan mee den vélo, dat is ons
bedoeling niet Dany, wij rijden liever dan te wandelen.
Nog wat verklarende taal;
Bocht : de bocht, de bochten
buiging in een verkeersader, buis e.d. Als je dus een buiging in een verkeersader
tegen komt Dany, dan neem je die buiging van buiten naar binnen gelijk iedereen
het zou doen. Niet van buiten naar buiten zoals gij het doet, grote mensen
zoals Rudy en liefhebbers van de sport zoals ik, hinderen zodat die ook moeten
afstappen.
Nog een laatste stukje verklarende taal.
Gracht : Bij nader inzien onnodig te verklaren want dat heb je onder de baan
zelf leren kennen dank zij een verzamelde toepassing van al uw
MTB-vaardigheden, zie foto’s hier onder.
Geert Schepens



Veel hoef ik aan het verslag van Geert niet toe te
voegen wegens het feit dat ik aan de bevoorrading kies voor de 50 i.p.v. de 65
km, en dat ik kort na de splitsing een pijltje niet gezien heb en hoe hard
Mario, Karel en Jurgen ook zaten te roepen, ik gewoon rechtdoor reed.
Maar het kan nog straffer! Na de rit krijgen we de gelegenheid een
tijdritje van zo’n anderhalve Km te rijden. Voor de 1e en 2e plaats is er
een reiskoffer te winnen. Ondanks de aanmoedigingen van onze dames,
zijn er geen Modderfokkers die zich geroepen voelen. Ik besluit dan zelf
maar het goede voorbeeld te geven, en zet tot mijn eigen verbazing, een volgens
de inrichters knappe 5e tijd neer. Als ik al in de buurt van de
toptijden kom, moet het voor de straffe mannen klein bier zijn om het podium
volledig in te palmen. Davy is de volgende die het probeert, met een 3e
tijd als resultaat, net buiten de prijzen. Vervolgens is het de beurt aan
Geert. Hij neemt een blits-start, maar aan het keerpunt rijdt hij gewoon
rechtdoor i.p.v. terug te keren voor een bijna zekere eerste plaats.
Verkeerd rijden op een single-track van 1.5Km, dat is nog wat anders dan mijn
vergissing. De inrichters zijn zo danig onder de indruk van zoveel
domheid, dat ze Geert nog een tweede kans geven, maar die kans draait Geert
vakkundig de nek om door in de laatste bocht te vallen. Hoe hard we ook
aandringen, de rest houdt het voor bekeken, dus gaan de koffers niet mee
richting Kalken. Toch een beetje schrik om af te gaan???????? Ivan Rogiers
Nawoord
Mario. Beste Geert: Keerpunt: punt om om te keren!
Zondag 23 oktober 2011.
Plaatselijk revalidatietoerken. Hoog tijd da’k nog
ne keer een verslagske schrijf, want diene blog van De Modderfokkers begint zo
stillekesaan op De Grote Frank Vandesteene-show te lijken. Pas op, geene
slechte gast op zijn eigen hé, maar een beetje afwisseling kan toch geen kwaad.
Rudy nodigt uit voor een ritje in Beveren, vertrek met de wagen om 8 uur. Den
andere Rudy wil na zijne duik tijdens de rit van De Scheve Villa in Berlare de
ribben eens testen met een eerste off-road ritje, en stelt voor ne keer te gaan
kijken of hij zijnen bos aan de Sidmar nog kan vinden, vertrek om 8u30. Een
half uurke langer langer slapen, dus mijn keuze is snel gemaakt. Terwijl ik mij
op mijn gemakske sta klaar te maken, zie ik Rudy DC al passeren. Hij heeft er
duidelijk zin in, en wil zoals gewoonlijk als eerste aan de kerk arriveren. Als
eerste aankomen hoeft niet echt voor mij, maar de rest laten wachten doe ik ook
niet graag, dus schakel ik toch maar een versnellingske hoger en vertrek een
tiental minuutjes later. Halfweg de Schriekstraat zie ik Rudy al terug
huiswaarts rijden. Als ik hem vraag waar de rest is, zegt hij dat hij nog rap
nen nieuwe band gaat steken, want dat hij aan’t plat vallen is, en dat Jo R nog
op ’t kerkplein staat. Als ik, 3 minuutjes na half negen aankom, zijn ook Jan W
en Dirk H al aanwezig. Even later komt ook Luc K nog aangereden. Volgens hem net
op tijd, zij het dan wel op Kalkens uur. Zoals zo vaak zijn het diegene die van
dichtst komen, die langst op zich laten wachten. We vertrekken richting
Hussevelde om onze pechvogel van de dag te gaan oppikken, en als we aankomen
aan huize De Clercq, is Rudy nog altijd druk bezig met de herstelling van zijn
band. Hij had ondertussen ook nog het gezelschap gekregen van buur en
naamgenoot Eddy DC, en was bij het verlaten van zijn erf een tweede keer lek
gereden. Na het herstellen van zijn 2e lekke band kunnen we eindelijk
vertrekken. We vertrekken dus richting Wachtebeke, maar zijn nog maar ter
hoogte van Zaffelare, als Rudy er in slaagt een 3e keer plat te rijden. Al zijn
reservebanden zijn opgebruikt, maar ik kan hem nog depanneren met een
zelfklevend rustieneken, zo eentje dat zonder sallusse ook op den band kleeft.
Zelfs in het banden stoppen staat de vooruitgang niet stil. Ondanks alle pech,
raken we toch nog in den bos, en gelukkig er ook weer uit. Halfweg de
Bontickstraat is het Jan W die op een leeglopende achterband zit. Een beetje
lucht bijsteken is voldoende om het tot aan De Beize uit te houden, waardoor we
het totaal op 3 en een halve platte band kunnen houden (De platte benen van
Dirk niet meegeteld). Ivan Rogiers.
Beste Ivan, mag ik er u op wijzen dat ge op 3 zinnen van het einde van
uw verslag nog altijd niet vertrokken waart. Misschien in het vervolg proberen
uw verslag wat evenwichtiger in te delen? Bijvoorbeeld, meer bos en minder
platte banden. Mario
Zondag 13 november 2011. Sombeke. Vorige vrijdag waren we nog
met meer dan 30 voor het 11 november-ritje van het ‘Tonneke in Wetteren.
Vandaag ‘slechts’ 11 liefhebbers voor een ritje met den velo naar Sombeke. Rudy
R, Rudy V, Frank Vds, Luk K, Stefaan I, Geert S, Jan W, Cedric L, Bart VH, Dirk
DB en ikzelf. De heenreis van toch zo’n 20 km verloopt vrij rustig waardoor we
onbezweet ter bestemming aankomen, al kan de kille ochtendnevel hier ook voor
iets tussenzitten. Als iedereen ingeschreven is kunnen we aan onze tocht van 48
km beginnen, zij het nu aan een iets intensiever tempo. Na een 10-tal minuutjes
rijden, krijgen we de keuze: Moeilijk-gevaarlijk stuk of makkelijk, je mag 3
keer raden. Een smal wegeltje met links piekdraad, en rechts een smal beekje
van zo’n halve meter breed, maar wel zéker 2 meter diep. Wie daar insukkelt,
heeft best een ladderke bij. Spijtig (gelukkig) worden we opgehouden door een
voorligger die de passage wél moeilijk vind, en komen we heelhuids terug de weg
op. Het zou nochtans nen schone foto geweest zijn als Danny erbij was geweest.
We blijven zo lang mogelijk samen, maar na een tijdje begint de bende toch te
verbrokkelen. Een groepje voor, een ander groepje achter, en een paar
enkelingen er tussenin. Even later, Luk heeft er ondertussen al een duikske
opzitten, troepen we weer samen door een lekke band van Stefaan. Volgens mij,
het beste wat ons op dit moment kon overkomen. Rudy V heeft echter last van
pijnlijke knieën, en zegt dat hij al verder rijdt, kwestie van in beweging te
blijven. Altijd al geweten dat je iemand in nood niet alleen mag laten, dus
offeren Geert en ik ons op om hem bij te staan. De laatste 15 km van de rit, de
rappe mannen zijn ons ondertussen al opnieuw voorbijgevlogen, en Rudy is wegens
aanhoudende pijn op terugweg naar huis, is bij mij het vat ook serieus af. Ik
denk eraan om via Hamme, de kortste weg naar huis te nemen, maar Geert, den
loebas, overhaalt mij om toch door te zetten, het is tenslotte niet zover meer.
Maar als ge kapot zit, is nie ver toch nog veel te ver, en ik zit dan ook ferm
op mijn tandvlees als we de aankomst bereiken. Na een vijftal minuutjes op adem
komen, zeg ik aan de anderen dat ze mij nu op ’t gemakske naar huis mogen
duwen. Gelukkig vind ik mijnen derden asem, en bol ik vrij vlot mee met de
bende, ook al zakt de snelheid niet onder de 35 km/u. Zo ongeveer halfweg, ter
hoogte van Zele kan ik ondertussen al weer een beetje praten, en vraag ik aan
Bart en Frank die op kop rijden, of ik ne keer nie moe overpakken? En lap, in
één keer, 3-4 km/u erbij. Ik moet toch ne keer beginnen nadenken als ik iets
zeg. Ik blijf mij echter vastbijten in het wiel voor mij, en haal moe maar
voldaan??? de aankomst. Ik bedank iedereen die mij een duwtje in de rug gaf om
zover te raken, waarop Frank zegt, er heeft u toch niemand geduwd? (Zouden ze
nu de hint begrepen hebben?). In De Beize worden we opgewacht door Dirk H,
Pascal L, en Guy R, die een plaatselijk toerke reden, en even later vergezeld
door Annemie, Nadine, Ann, Tom en Ronny die met de wagen naar Sombeke gereden
waren. Ivan Rogiers.
Zondag 25
december 2011. Plaatselijk Kerstritje.
Wie denkt dat er nu werkelijk niemand op het appél
was voor het Kerstritje, zat er toch een beetje naast. Akkoord, de “echte
Modderfokkers” zoals ons Frankske waren er niet bij, er was nochtans moore genoeg,
maar toch 4 kandidaten: Axel T, Mario VE, Rudy R, en ikke. Zoals je ziet, een
echt Olympia-ritje. Ondanks de vele regen van de afgelopen dagen kiezen we toch
voor een ritje richting Serskamp, Papegem en dergelijke. Rudy wil de nieuwe
wegeltjes van Mario ook wel eens gaan verkennen. We vertrekken richting
Boombos, en aan het gewezen zoutfabriek probeer ik nog rechtdoor richting
landbouwsas te gaan, maar word algauw teruggefloten om toch rechtsaf de
Kalkense Meersen in te rijden. Tot groot jolijt van allen, kunnen we al meteen
beginnen ploeteren, al valt het al bij al nog redelijk mee. Slechts één plasje,
al was het er wel eentje van een paar honderd meter lang. Tot in Schellebelle
rijden we nog over bekende wegen, maar daarna zitten er toch enkele wegeltjes
bij die we nog nooit gezien hebben. Als is “wegeltjes” een groot woord, want
als hier ooit een vélo gepasseerd is, zal het er wel een geweest zijn met
houten zanten. Het ligt er hoe dan ook behoorlijk zwaar bij, en telkens als ik
naar Axel kijk moet ik aan K-3 denken, want hij ziet echt “ alle kleuren van de
regenboog “. Maar Axel is een bijterke en blijft dus moedig aanklampen. Ergens
halfweg de rit, beginnen we aan een zware modderstrook, en na een tijdje zegt
Mario dat we hem straks wel zullen verwensen, want het slechtste stuk moet nog
komen. En inderdaad, even verder kunnen we kiezen tussen modder tot aan de
enkels en plassen tot net onder de knieën. Vraag me niet hoe het komt, maar op
een of andere manier kan ik toch het spoor van Rudy volgen en al ploeterend op
de fiets blijven tot het ergste gepasseerd is. Als we terug samen komen en
vertrekken voor het laatste stukske miserie, steek ik mijn pompke ondersteboven
in mijn mond, en zeg dat we van hieraf verder snorkelen. Als we uiteindelijk
weer vaste grond onder de voeten krijgen, stelt Rudy voor om stillekesaan af te
ronden, omdat hij tijdig terug thuis moet zijn wegens een Kerstetentje met de
familie. Omdat ik zelf ook nog achter het fornuis mag, heb ik geen problemen
met Rudy’s beslissing. Axel moet niet meer koken want is nu al zochte, en Mario
moet maar zien dat hij mee wil. Wegens het iets latere vertrekuur, het zware
parcours, en andere verplichtingen, zat een aperitiefke in De Beize er niet
meer in, maar het was ons ten slotte toch om het fietstochtje te doen. Aan alle
Modderfokkers die er niet bijwaren, een Zaaaaalig Kerstfeest. En aan u ook hé
Frankske.
Ivan
Rogiers.
Zondag 7 januari 2012. Plaatselijke rit, ook wegens onze jaarlijkse receptie achteraf.
We verzamelen met 10 aan de kerk. Jan W, Geert S, Stefaan I, Luc K, Kenneth die ook nog 3 nieuwe gezichten, voor mij althans, heeft meegebracht, o.a ene Timmy.
Eén van de weinige keren dat Rudy R forfait geeft, en ik mag kiezen waar naartoe te rijden. Als ik mag kiezen en met al de modder die er nu te vinden is, ja je raadt het al, den bos aan Sidmar.
Bij de start proberen we toch het Drapstraatje, niet zo evident met de werkzaamheden van de nieuwe industrie of KMO zone. Om terug op het vertrouwde wegeltje te komen moeten we over een diepe zeppe. Ik probeer voorzichtig met mijn voorwiel, maar dat zakt er direct voor den helft in, ook mijn linker voet raakt vast in het drijfzand. En tan, ge kunt ne meer veur of achteruit. Met wat hulp van de anderen kom ik er toch terug uit. Nog een geluk of kstonne doir nog. En dan langs de vertrouwde wegels en slagen naar Wachtebeke, het domein is afgesloten, misschien wel best want het zou daar niet zo goed geweest zijn. Tes precies of we zijme schou van de more. We proberen de ganse groep wat vertier op maat te geven, maar voor de twee nieuwe waarvan ik zelfs de naam niet ken, gaat het allemaal wat te rap en zij haken af. Sorry mannen, maar met een beetje oefenen komt het wel goed.
Als het tegenwind is (bijna de ganse heenrit) hoor ik eigenlijk geen protest dak voorop rij.
Op het stuk voor de Moervaart rijdt Dirk naast mij, dan gaat het altijd wat rapper en het wordt heel stil in het busje. Dirk zijn hartslagmeter geeft dan ook 176 aan. Net over de oude treinroute houden we even halt om de regenvestjes uit te doen, of peisde dant niet geregend hé?
In de beruchte bos valt het goed mee wat de modder betreft. Juist enkele omgewaaide bomen. Toch laten we een stukje dat nogal vlug onder water staat opzij liggen.
Kort na den bos passeren we een tent waar een buurtreceptie plaats vindt. Het is Geert die reageert op de uitnodiging van de plaatselijke vedetten om enen te drinken. We nuttigen er twee jeneverkens aan democratische prijzen. Toch wil ik de sponsors Geert en Jan bedanken, die de braspartij betaalden.
De jenever werkt en Jan, Dirk, Stefaan en Geert gaan wild te keer in het kleine bosje. De druppels werken ook op het geheugen: waar we misschien al 10 keer rechts afsloegen, gaat Geert links (het kan ook een manier zijn om van de kop af te komen).
Naar de zwemkom toe rijden Dirk en Jan op kop. Aja, ‘t is meewind, zegt Dirk. Na enkele km (doortrekken) zijn de druppels dan toch uitgewerkt, en laten ze zich zakken. Wat dacht ge: tegenwind, en wie komt er op kop….het duurt niet lang of we kunnen ook profiteren van de wind in de rug. Vergezeld door Luc rijden we nen goeie tert aan. Na enige tijd moeten we de cruisecontrole wat lager instellen want onze twee baanspecialisten Kenneth en Timmy hebben te veel kracht verspeeld in het bos.
Aan de brug aan de autostrade valt de meute uit elkaar. Dirk en Geert gaan richting Brugstraat, ik ben thuis en Kennth en Timmy blijven achter. Kenneth bezorgt zijn vriend nog de laatste sacramenten, want bij Timmy is het bobijntje volledig op en de rit is afgelopen.
Vlug een douchken en de nieuwjaarsreceptie bij Axel kan beginnen. Er is geen gebrek aan volk, hapjes en drank zelfs nen serieuzen speech van de voorzitter.
Het nieuwe fietsjaar kan beginnen. Rudy Declerck.