Marc Multael

Spelregelwijzigingen (met ingang van 1 aug 2005)
 1. vrijworp na het verstrijken van de speeltijd
Wanneer na het fluitsignaal voor het einde van een speeltijd.(of een verlenging) nog een vrijworp moet uitgevoerd worden, is het wisselen van spelers niet meer toegelaten, met uitzondering van een speler van het team dat de worp gaat uitvoeren. Bovendien moeten alle spelers hierbij op min. 3 meter afstand van de balbezitter staan (dit geldt dus zowel voor de medespelers van de werper als voor de spelers van de tegenpartij)
Het oogmerk hiervan is, de uitvoering van zulke vriiworpen te versnellen en te vermijden, dat een tros van spelers van het team dat de worp mag uitvoeren poogt de uitvoering te camoufleren. Zoals het tot nu toe is, is het alleen aan de spelers van het verdedigende team toegelaten zich binnen hun 9 m-lijn op te houden. Voor een vrije worp van op een grotere afstand moeten de scheidsrechters letten op overtredingen door beide teams, die om  posities op 3 m afstand kampen.

2. De scheidsrechters zijn niet langer verplicht bij het toekennen van een 7 m-worp time-out te geven.   
In plaats van de verplichte time-out wordt van de scheidsrechters verwacht dat zij volgens hum eigen oordeel eerst dan time-out geven, wanneer het om een essentiële vertraging van de uitvoering van een 7 m-worp gaat (bijvoorbeeld, wanneer de doelverdediger of de werper gewisseld wordt), en het tijdverlies voor één van de teams nadelig zou zijn
Zoals gebruikeliik zijn het de stand van het spel (score), de resterende speeltijd, en het feit dat een speler van een der teams een tijdelijke uitsluiting moet uitzitten, allemaal factoren die het oordeel van de scheidsrechters kan beïnvloeden.
Als er twijfel bestaat , wordt aangeraden time-out te geven.

3. Wanneer de tijdopnemer (of de gedelegeerde) fluit, in het algemeen voor een team time-out of een wisselfout, moet hij gelijktijdig de elektronische muurtijdklok (of de tafel - of handchronometer) stilzetten, zonder op een signaal of een bevestiging van de scheidsrechter te wachten.
Het oogmerk is te vermijden dat, wanneer de scheidsrechters het signaal van de wedstrijdtafel niet zouden horen de tijdklok blijft verder lopen, alhoewel elke handeling na het fluitsignaal van de wedstrijdtafel ongeldig  is.
Er dient genoteerd te worden dat deze nieuwe regel in deze situaties in zekere zin de tijdopnemer (gedelegeerde) de beslissingsmacht geeft over de speeltijd in plaats van aan de scheidsrechters, die in andere gevallen steeds het laatste woord hebben. In deze situaties kunnen de scheidsrechters slechts dan ingrijpen, wanneer ze bijvoorbeeld vastgesteld hebben, dat de officiële tijdklok niet juist op het ogenblik van het fluitsignaal werd stilgelegd.
Wanneer echter in tegengesteld geval de scheidsrechters het fluitsignaal niet gehoord hebben, moeten zij de hulp van de tijdopnemer (gedelegeerde) krijgen, om te kunnen bepalen wat, op het ogenblik van het fluitsignaal, de situatie op het speelveld was.

4. Het maximum aantal spelers van een team wordt van 12 op 14 gebracht.
Deze wijziging vraagt niet veel verduidelijking. 
14 spelers waren reeds in de voorbije jaren toegelaten bij IHF organisaties.
Vele nationale federaties hebben deze spelregelwijziging reeds sinds enige tijd getest. Het is op basis van de algemene positieve ervaring dat deze regel werd veranderd.

5. Als een speler die niet op het wedstrijdformulier ingeschreven is het speeloppervlak betreedt, heeft dit van nu af, zoals het ook bij met sportieve houding het geval is, een progressieve bestraffing van de "teamverantwoordelijke" ten gevolge.
Tot nu toe werd de speler, die het speeloppervlak betrad, gediskwalificeerd. Dit werd niet beschouwd als een gepaste bestraffing voor een administratieve fout. en het is dan ook belangrijk die persoon te bestraffen, die eigenlijk voor het vermijden van zulke fout verantwoordelijk zou moeten zijn. Hetzelfde geldt, wanneer de "teamverantwoordelijke niet borg kan staan voor het feit dat zich slechts de ingeschreven teamofficials en de tot deelname gerechtigde spelers in de wisselzone bevinden.

6. Zichtbare “piercings” zijn toegelaten, als ze zoals platte ringen kleine oorringen met een kleefpleister kunnen afgedekt worden.
"Piercings" op het lichaam zijn ondertussen tot een bijzonder probleem in verband met "gevaarlijke voorwerpen" geworden. Dit zijn in het bijzonder "piercings" die voor een andere speler gevaarlijk kunnen worden. d.w.z. niet die op de tong of onder de kleding. 
Zichtbare "piercings" zijn niet toegelaten, wanneer zij niet afgedekt zijn.
 
7. uitworp na cirkelfout door de aanvaller
Als een speler van het aanvallende team het doelgebied betreedt (of bij balcontact in het doelgebied) wordt het spel hernomen met een uitworp. De doelverdediger kan dus de worp van op elke plaats in zijn doelgebied uitvoeren.
Situaties, waarbij de aanvaller het doelgebied heeft betreden (of de bal in het doelgebied heeft aangeraakt) en een vrije worp voor de tegenstander heeft veroorzaakt, leidden in het verleden tot ongewenste vertragingen of correcties, omdat de doelverdediger zich naar een bepaalde plaats buiten het doelgebied moest begeven, om de vrije worp uit te voeren.
Er moet op gelet worden dat, in vergelijking met de strengere spelregels bij de uitvoering van een vrije worp, alle flexibiliteit die gepaard gaat met de spelregel over een uitworp aan de dag wordt gelegd. (Er is geen reden om de herneming van het spel door een vrijworp te laten gebeuren, wanneer de bal zich op het ogenblik van het fluitsignaal buiten het doelgebied bevindt. Het hernemen van het spel gebeurt dan door een uitworp.)

8. De spelregel met betrekking tot gevaarlijke acties ,die leiden tot een diskwalificatie, slaat eigenlijk op sterke en gewelddadige acties. Er wordt nu een "Toelichting" ingelast, om te benadrukken dat relatief kleine overtredingen ook zeer gevaarlijk kunnen zijn, en wel op het ogenblik waarin de tegenstander weerloos is.
De ervaring heeft meer en meer aangetoond dat kwetsuren ontstaan na relatief gering lichaamscontact. wanneer de speler die de fout begaat de actie uitvoert op het ogenblik dat de tegenstander, bijvoorbeeld bezig is met een sprong of zich al lopend in een snelle tegenaanval bevindt. Of meer algemeen, wanneer hij de actie niet van te voren kan zien en zich daardoor ook niet kan beschermen. De scheidsrechters moeten er op letten al deze situaties te integreren bij deze die tot een diskwalificatie kunnen leiden.

9.Wanneer de bal het plafond of een bevestiging aan het plafond boven het speeloppervlak raakt, volgt het hervatten van het spel met een inworp door dat team, dat de bal niet als laatste aangeraakt heeft. De inworp wordt van de meest nabij gelegen plaats en zijlijn waar de bal het plafond raakte, uitgevoerd.    
In 2001 werden de spelregels zo gewijzigd dat het spel, wanneer de bal het plafond raakte, principieel met een vrije worp werd hervat. De ervaring met deze regel heeft aangetoond, dat daardoor onopzettelijk en oneerlijke opstellingsvoordelen kunnen ontstaan. Een inworp geeft nu aan het verdedigende team de mogelijkheid hun posities op correcte wijze in te nemen.

10. Na de uitvoering van een uitworp mag de werper de bal eerst dan weer aanraken, nadat deze van het doel van de tegenstander terugbotst.
Deze regel werd slechts ingevoerd, om een leemte in de spelregels op te vullen. De equivalente spelregel bestaat voor een vrije worp, 7 m-worp, inworp en beginworp en er werd steeds beoogd, dit eveneens voor een uitworp te laten gelden. Maar dit werd nier duidelijk opgenomen in de spelregels.

11. Tijdelijke uitsluitingen (en definitieve uitsluitingen) kunnen nu ook bij overtredingen in de pauze na de eerste speelhelft of andere onderbrekingen (bv. voor of tussen de verlengingen) opgelegd worden. Overeenstemmende bepalingen werden ook toegevoegd voor overtredingen tijdens beslissingen zoals 7 m-worpen na verlengingen.
Voor enkele jaren, toen de spelregels voor tijdstraffen voor overtredingen buiten het speelveld gewijzigd werden, werd over het hoofd gezien de regels uit te breiden voor tijdstraffen (en definitieve uitsluitingen) bij overtredingen tijdens de pauze na de eerste speelhelft. Actueel is de volgende stap na een gele kaart een diskwalificatie, wat echter niet als wenselijk wordt beschouwd.

12. Een diskwalificatie tijdens de laatste minuut van de wedstrijd, wanneer het in fout zijnde te bestraffen team niets ontziend een "vrije doelkans" van de tegenstander (zoals in spelregel 14 beschreven) of tenminste een goede positie voor een worp naar het doel poogt te verhinderen, en wanneer dat mogelijke doelpunt wedstrijdbeslissend zou kunnen zijn (overwinning, gelijkspel of nodig doelpuntenverschil), moet door de scheidsrechters na het einde van de wedstrijd in een verslag opgenomen worden. 
Zo kan de verantwoordelijke commissie tegen de speler die de fout beging verdere stappen ondememen. Er bestaat een zeer duidelijke, betreurenswaardige tendens in die richting, dat spelers in de hierboven beschreven situaties zeer cynisch optreden. Zij stellen de tegenspeler met alle middelen buiten gevecht, om hem de laatste kans op een doelpunt te ontnemen, met de bedoeling een doelpunt te verhinderen. Zij nemen er in deze laatste fase, zonder schroom, een  diskwalificatie boven op.
Wanneer echter uniform een verslag opgemaakt wordt, en de speler een meerdere weken durende schorsing te wachten staat, zou dit een ontmoedigende invloed kunnen hebben.
Dit zou zeer belangrijk zijn voor het begrip van fair-play en de ethiek van onze sport.