HISTORIEK
Een blik in het verleden
|
| Graven van Sakkâra (Egypte) - De
tekening toont 4 meisjes die handbal spelen. Elk team gooit gelijktijdig
de bal naar het andere team. De spelers staan hierbij gewoon recht of zitten
op de rug van hun teamgenoten |
Er wordt al eeuwen met een bal gespeeld.
In Sakkâra - een Egyptisch dorp in de omgeving van het oude Memphis
- vond men in graven tekeningen met duidelijke verwijzingen naar een balspel.
De bal was gemaakt van leder en werd gevuld met hooi of met vezels van
planten. In uitzonderlijke gevallen werd de bal gemaakt van papyrus om
hem meer dan één keer te kunnen gebruiken.
Veel historici menen echter dat we voor de oorsprong van handbal moeten
teruggaan naar de oude Griekse en Romeinse beschaving.
Zo beschrijft Homerus in zijn Odyssee een spel genaamd "uraniaspel"
waar een kleine bal zo hoog en soepel mogelijk moest geworpen worden om
vervolgens door de partners te worden opgevangen. Het bekendste Romeinse
spel is wel het "harpaston" dat zowel trappen als werpen toestond.
In West-Europa waren balspelen ook bijzonder geliefd. Omstreeks het
jaar 1000 speelde men in Ierland al een spel genaamd "fives"(five fingers
to the hand). In hoeverre dat gelijkenis vertoonde met het handbal, weten
we niet.
De echte bron van het handbal moeten we in Scandinavië zoeken.
In één van de Ordrupse scholen in Denemarken verbood
de directeur het voetballen op de speelplaats omdat er te veel ruiten sneuvelden.
Hierdoor legde hij onbewust de beginselen van handbal vast, want in plaats
van te trappen gingen de leerlingen met de bal gooien.
Holger Nielsen, sportleraar van de school, reorganiseerde en
reglementeerde het spel. Het resultaat noemde hij "Haandbold" (1898).
De grootte van het speelveld werd beperkt door de ruimte die de speelplaats
bood (75 x 30m). Men mocht niet lopen met de bal en men mocht hem niet
langer dan 5 sec. vasthouden.
Het spel ontwikkelde zich verder in Duitsland. De Berlijnse gymnastiekleraar
Max Heiser veranderde afmetingen van het veld, de grootte van de doelen
en hij maakte een doelgebied van 4m. In 1917 werd het spel door de Berlijnse
Turnraad aangenomen.
De Duitse handbalpionier Carl Schelenz gaf het spel een definitief
wedstrijdkarakter door o.a. het dribbelen en lichaamscontact toe te staan.
Door de nieuwe afmetingen van het spel (een voetbalveld) werd o.a. het
invoeren van een buitenspelregel noodzakelijk. Ook de omvang van de bal
verkleinde hetgeen een positieve invloed had op de baltechniek en de tactische
ontwikkeling van het spel.
Na de Eerste Wereldoorlog ontdekte men de grote opvoedkundige waarde
van het spel, en werd het een verplicht leervak op de academie voor lichamelijke
opvoeding van Berlijn waar Schelenz les gaf. In 1926 had het eerste internationale
treffen plaats en men zocht naar een overkoepelend orgaan. Dit vond men
in de Internationale Amateur Atletiek Federatie (I.A.A.F.) die het handbalspel
in haar reglementen opnam
Na de publicatie van enkele boekjes maakte het Duitse handbal een stormachtige
ontwikkeling door, en het nationale team won in 1936 goud op de eerste
olympische spelen waar grootveldhandbal op het programma stond.
Ondertussen was men in Skandinavië de andere toer opgegaan. Na
de publicatie van de regels door Holger Nielsen kende het handbalspel op
het kleine veld een stormachtige ontwikkeling en deze storm sloeg over
naar Zweden.
Door de klimatologische omstandigheden ging men daar in zalen spelen
en heel gauw werden de spelregels (o.a. 7 spelers in plaats van 11) evenals
de techniek en de tactiek aangepast. Andere Europese landen, waaronder
heel wat Oostblok-landen volgden de opmars van wat men zaalhandbal.ging
noemen
Na W.O II (1946) werd in Kopenhagen de Internationale Handbal Federatie
opgericht met onder haar hoede zowel het 11-handbal (=veldhandbal) als
het 7-handbal (=zaalhandbal). Bij deze I.H.F. zijn tegenwoordig
alle nationale handbalfederaties aangesloten.
Handbal wordt momenteel in elk bewoonbaar
continent van deze planeet gespeeld. Er wordt geschat dat er meer dan 15
miljoen spelers ingeschreven zijn in een club. Veel Europese clubs zijn
professioneel, en sommige bezitten spelers die meer dan honderdduizenden
dollars waard zijn. Professionele clubs gevestigd in Azië (Zuid-Korea,
China en Japan) worden beschouwd als zeer competitief op internationaal
niveau. Afrika, Amerika en Oceanië hebben hoofdzakelijk amateurclubs,
maar zijn ook zeer enthousiast.
Internationale kampioenschappen
Tophandbalwedstrijden en tophandbalcompetities worden momenteel nog
enkel voor handbal met zeven (zaalhandbal) georganiseerd. Om de 2 jaar
wisselen de grote tornooien, dit zijn de Olympische Spelen en de Wereldkampioenschappen,
elkaar af en dit zowel voor de heren als voor de dames.
De Olympische Spelen worden om de
4 jaar gehouden (schrikkeljaar).
Volgende landen mogen er aan deelnemen
: het gastland, de top 7 van de vorige wereldkampioenschappen (top 5 voor
vrouwen), de kampioenen van elk continent en tenslotte een aantal toplanden
van verschillende streken die zich plaatsen na kwalificatiewedstrijden.
Aan de eerstkomende olympiade in
Sydney zullen 12 mannelijke en 10 vrouwelijke teams deelnemen.
Als tweede meest prestigieuse internationale
competitie zijn er de Wereldkampioenschappen, welke elke 2 jaar (op het
oneven jaar) gehouden worden.
De deelnemende landen worden op
dezelfde manier bepaald als bij de Olympische Spelen, behalve dat de top
9 van de voorgaande Wereldkapioenschappen geplaatst zijn.
Er zijn ook wereldkampioenschappen
voor de junioren mannen en junioren vrouwen (onder de 21 jaar).
Op dit ogenblik zijn er 143 landen
lid van de I.H.F.
Ingedeeld volgens continent ziet
de verdeling er als volgt uit :
Europa : 46 landen
Afrika : 44 landen
Azië : 31
landen
Amerika : 18
landen
Oceanië
: 4 landen
De kampioen van elk continent is
rechtstreeks geplaatst voor deelname aan de Wereldkampioenschappen en de
Olympische spelen. Voorwaarde hierbij is dat men minstens 5 aangesloten
landen telt.
Oceanië is als handbal-regio
echter nieuw en daar er slechts 4 landen aangesloten zijn bij het I.H.F.
moet de winnaar van Oceanië een beslissingsmatch spelen tegen het
hoogst geklasseerde Europees land dat zich niet kon kwalificeren.
Momenteel zijn op handbalgebied de
sterkste landen :
Heren
Europa : Rusland, Zweden, Frankrijk,
Kroatië, Spanje
Azië : Zuid-Korea, Japan
Afrika : Egypte, Marokko, Algerije
Amerika : Cuba, Brazilië, Verenigde
Staten
Oceanië : Australië
Dames
Europa : Denemarken, Noorwegen,
Duitsland, Oostenrijk, Hongarije
Azië : Zuid-Korea
Afrika : Algerije, Ivoorkust
Amerika : Verenigde Staten, Canada
Oceanië : Australië
Clubkampioenschappen
Continentale Clubkampioenschappen
worden gehouden in Europa, Azië, Afrika en Amerika.
In Europa ontmoeten de beste clubs elkaar in 2 bekercompetities : deze
voor de nationale kampioenen en deze voor de nationale bekerwinnaars. Sedert
1981 spelen de tweede gerangschikte van de nationale competities voor de
E.H.F. beker
en niet lang geleden werd ook nog de City-cup ingevoerd
Clubs van Duitsland, Spanje, Frankrijk
en Denemarken domineren de Europese competities.
Het IHF heeft juist de Wereldclubkampioenschappen
georganiseerd waar de twee beste clubs van Azië, Europa, Afrika en
de beste van Amerika tegen elkaar speelden. Momenteel is dit echter enkel
voor mannen.
In Azië zijn de beste
clubs te vinden in Japan, Zuid-Korea en China. In Afrika domineren Egypte,
Marokko, Tunesië en Algerije en in Amerika is Brazilië op dit
ogenblik het sterkst.
Alhoewel België in 1946 tot de twaalf stichters van de IHF
behoorde, kwam het handbal hier slechts langzaam van de grond. De handbalwieg
stond in Luik en in 1958 werd de eerste Nationale Competitie georganiseerd
met Flémalle als kampioen.
In 1977 werd de Belgische Handbal Bond in twee federaties gesplitst
: de Vlaamse Handbal Vereniging (V.H.V.) en de Ligue Francophone Handball
(L.F.H.). Na deze splitsing kende het handbal vooral in Vlaanderen een
grote opmars en kwam er ook een Vlaams overwicht in de competitie.
De organisatie van de Wereldkampioenschappen-C in 1982 kende een onverwacht
maar enorm succes en zorgde ervoor dat handbal bekend werd onder de bevolking.
|