HOME †† Contact

Verhandeling op d’onacht der moederlyke tael in de Nederlanden

De Verhandeling op d’onacht der moederlyke tael in de Nederlanden is een manifest geschreven in 1788 door de Kempense advocaat en revolutionnair Jan-Baptist Verlooy. In het manifest klaagt de auteur de overheersing van de Franse taal in de (Zuidelijke) Nederlanden aan en pleit hij voor de erkenning van het Nederlands als volwaardige taal.

Verlooy geeft en overzicht van de verhoudingen tussen het Nederduytsch, Duytsch en Wals in de verschillende streken van de Oostenrijkse Nederlanden. Zijn oordeel over het Wals (wellicht één van de eerste keren dat het Waals als een volwaardig taal verschillend als het Spaensch van het Fransch wordt opgetekend) is weinig flatterend. Hij citeert Lodovico Guiccardini om het Waals van Luik als een "lelyk" onverstaanbaar taaltje af te schilderen. Nog negatiever is hij over de Frans in Brussel en de Nederlanders die het bezigen. Leuk argument is dat ze in Berlijn en Londen ook Frans praatten binnen de betere kringen, maar dat niemand Berlijn of Londen een franstalige stad zou noemen. In dat opzicht is de francofiele³ en zijn hele leven in het Frans corresponderende en publicerende Verlooy misschien de eerste flamingant.

Die Verlooy was als zoon van een notaris uit Houtvenne bij Westerlo een voorvechter van democratie en vooruitgang. Hij pleitte decennia lang bij de overheid voor een Kempisch kanaal langs hetwelk afval en stront uit Antwerpen naar de zanderige Kempen zou kunnen vervoerd worden zodat de boeren humus en mest konden gebruiken om het rendement te verbeteren. Anderzijds zouden de Kempense zandschuppers zo hun producten sneller naar Antwerpen, Lier en Mechelen kunnen uitvoeren. Het kanaal zou pas in de negentiende eeuw aangelegd worden. Verlooy citeerde in die memo's zelfs een buitenlandse auteur die de hardwerkende Kempenaars prees omdat ze op zandgrond evenveel rendement haalden dan de Vlamingen op de vruchtbare polders.

Verlooy mag gerust de organisator van de Brabantse omwenteling genoemd worden en is dus lang voor de Franse revolutionnairen van 1789 bezig met het efficiënt opzetten van een revolte om de Verenigde Staten van België op te richten. Helaas wordt zijn succesvolle revolutie, die met geld van duizenden sympathisanten, enkele rijke abten (o.a. Tongerlo en Averbode) en een heus getraind leger onmiddellijk slaagt, al snel gekaapt door reactionnaire katholieken, adel en corporatisten die de gilden terug willen invoeren. Bekende reactionnaire politici zoals Hendrik Van der Noot, die op kosten van buitenlandse mogendheden zoals Pruisen en de Verenigde Provinciën in Breda leefden, bezaten de naamsbekendheid om het volk te misleiden en de leiding op te eisen na de feiten. Verlooy en cornuiten moesten alles in de illegaliteit en anonimiteit organiseren om hun familie en zichzelf niet in gevaar te brengen bij de Oostenrijkse regering. De bevolking dacht dat Van der Noot de omwenteling had opgezet, maar niets was minder waar. Vander Noot geloofde niet in autonomie en al zeker niet in een grass roots-beweging. Van der Noot verkocht zijn ziel aan Pruisen en het onafhankelijke en democratische België¹ werd diplomatiek wisselgeld in handen van een eerzuchtige Duitse prins en decadente Haagse regenten die reeds meermaals bewezen hadden de Zuidelijke Nederlanden als een bufferstaat tegen Frankrijk te prefereren om de hegemonie van de Staten van Holland in de Staten Generaal te bewaren.²

Na de succesvolle revolutie meenden Verlooy en Vonck van de beweging Pro Aris et Focis dat de katholieken en de reactionnairen onder leiding van Vander Noot en een aantal rijke adellijke landbezitters eerlijk zouden onderhandelen. Niets was minder waar Verlooy en Vonck onderhandelden zich langdurig kapot. Een beetje de strategie van Elio Di Rupo en de PS in 2010. Vander Noot ondermijnde alle verworvenheden van de Brabantse omwenteling. Bij de eerste verkiezingen pleitte Verlooy voor een cijnskiesstelsel om de adel en de clerus aan banden te leggen en ieder ouder dan 25 jaar, geboren in een van de Belgische provincies én er al ten minste 10 jaar wonende was verkiesbaar. Zelfs vrouwenstemrecht was een punt van discussie in 1790!

Het zou meer dan 100 jaar duren voor het algemeen stemrecht zoals Verlooy het invoerde terug bestond. Het Belgische establishment, de kerkelijke overheid en de adel fnuikten succesvol de echte revolutie. Dit fenomeen is trouwens niet uniek denk maar aan Iran en recenter Egypte. In 1830 mochten slechts 46.000 Belgen stemmen. In 1790 was dit nog een veelvoud.

later meer

Noten:

¹: de inwoners noemden zich al decennia Belgen uit de états belgiques en van Walen in een andere betekenis dan Franstalige Vlamingen of van Vlamingen als pars pro toto zoals bij het wel gebruikelijke fiamminghi voor Nederlanders was geen sprake. Wel bestond het Wals als taal.

²: denk maar aan de barrière-verdragen en de slechte tweederangsbehandeling van Zeeuws-Vlaanderen en Staats-Brabant.De beloofde buitenlandse steun zou later inderdaad uitblijven en de Oostenrijkers keerden weer, maar de mildere keizer Leopold II hoedde zich ervoor te repressief op te treden. Op dat moment hadden de aanhangers van Van der Noot de democraten zoals Verlooy en Vonck al naar Rijsel weggepest.

³: Verlooy was kort "maire" van Brussel tijdens de Franse tijd, maar gaf er onder de mom van gezondsheidsproblemen de brui aan en stapte uit de politiek.

Lees ook over de progressieve politicus en auteur Adolphe Demeur.

 

lode.goukens@ugent.be

Back to TOP © Copyright, all rights reserved, 2010