HOMEHorlogersDe Beefe FromanteelRootsBibliofielBillardInkoopContact

Felix Reynaert tot Brugge

Brugse staande klokken

De Brugse klokkenmaker en smid Felix Reynaert is minder bekend, maar zoals altijd ten onrechte. In 1789 woonde hij in Aartrijke en had ie een geschil met ene Emmanuel De La Noye uit Sint-Baafs (Brugge). Klokkenmaker Ludovicus Reynaert uit Brugge (zijn broer) lag in 1779 dan weer in proces met de Brugse horlogemaker Jacques Minne (vooral bekend van de dure cartels) over geleverde horloges ter waarde van 45 gulden Vlaams.

Fraiture meldt: "hij vervaardigde staande klokken met 'tinnen aangezicht' uitdrukking die te Brugge gebruikt werd om de tinnen cijferring en/of wijzerplaat en de hoekornamenten aan te duiden."

ReynaertDit laatste is geen detail aangezien in veel Vlaamse steden de cijferring en ornamenten in messing de norm was. Tin was zeldzaam in Vlaanderen. De meeste metalen overigens en dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Luik dat zowel ijzer (Luik en regio van Neufchâteau), zink (Kelmis/ La Calamine), lood (Plombières/Bleiberg) en koper (Dinant en regio Aken) vlakbij had - om van de steenkool om het te verwerken nog te zwijgen (Franse en Italiaanse bezoekers gruwden van de "vieze" Waalse gewoonte om te koken en te stoken op steenkool).

Felix Reynaert was actief rond 1775 en had dus zijn eigen stijl. De uurwerken zijn degelijke Vlaamse weeklopers in messing en behoorlijk fors in vergelijking tot de import-klokken uit Engeland die bijvoorbeeld zijn Oostendse collega Rasson verkocht. Ook de kasten uit eik zijn zeer sober en robuust. Meer dan 2m50 hoog en breder dan de gemiddelde kast uit die tijd. Het hoger afgebeelde uurwerk is één van de eerste van Felix Reynaert (serienummer 13). Markant is de spreuk "Tempus Volat" die gegraveerd werd in de tinnen cijferring die zeer groot en breed is. De gravering van de minuten in arabische getallen is zoals in Frankrijk en Engeland (in Nederland en vaak ook in Luik en Vlaanderen staan de 20, 25, 30, 35 en 40 overwegend leesbaar). De minuten verdeling is niet getoogd. Ook het tinnen naamplaatje (ecusson) toont persoonlijkheid. Waar dit meestal een schildje is, maakte Reynaert een ring met bovenaan het serienummer en onderaan zijn naam. Nergens zet ie de stad waar ie werkte, wat altijd ongebruikelijk is voor een signatuur. Binnen de signatuurring zat ooit een afbeelding, maar die is in de loop der tijd vervangen door een wieldop in messing. Hoogstwaarschijnlijk zat er een porseleinen afbeelding of een schilderijtje op koper.

Qua complicaties heeft de klok een datum en een secondewijzer. De wijzerplaat van de secondewijzer is ook heel apart omdat ze ingewerkt is in de wijzerplaat en van een laag tin voorzien. Het tin werd destijds gepoest zodat het blonk als zilver.

De eiken kast is in sober Louis XVI-stijl. De klok en kast stammen van rond 1760-1765.

Felix Reynaert werd op 18 mei 1740 te Ruddervoorde geboren als zoon van Philipus Reynaert en Veronica Vanderbeken (gehuwd 23/5/1734). Zijn broer Ludovicus werd op 6 januari 1749 geboren, maar stierf reeds op 16/1 dat jaar eveneens te Ruddervoorde. Merkwaardig is wel dat er op 26/9/1769 een Ludovicus Reynaert huwt te Ruddervoorde. Van oudsher was Ruddervoorde een smedenstreek. De parochie die onder het decenaat Torhout van het nieuwe bisdom Brugge viel, is vernoemd naar Sint-Eligius of Sint-Elooi (patroon van de smeden). De klokkenmakers of horlogiemakers vielen onder het smedengilde. Op de ommeloper van Ruddervoorde van 1724-1729 is de kerk voorgesteld met twee beuken en een hoge, vierkante toren met scherpe naald. In 1756 wordt een nieuw orgel met 15 registers gebouwd door Pieter Van Peteghem uit Gent. In de periode 1758-1790 liep een langdurig proces over het bouwen van een tweede beuk. Over eventuele torenklokken van de Reynaerts in Ruddervoorde is nog niks bekend.

Later verhuisde Felix Reynaert naar Aartrijke en daar werd zijn dochter Francisca geboren. Later volgden Filip in 1767, Franciscus in 1770, Isabella in 1772, Carolus in 1774, Maria Anna in 1776, Felix in 1779, Hendrik in 1782 en Maria Joanna in 1785. In de Sint-Andreaskerk waar zijn kinderen gedoopt werden was een klokkentorentje met twee klokken en een torenuurwerk. In 1790 werd de kerk grotendeels afgebroken en bouwde pastoor Carolus Hamerlijnck een nieuwe kerk. In de nieuwe kerktoren hingen aanvankelijk de oude klokken. Omdat de grote klok, hergoten in 1734 en 1813, in 1905 barstte, werd beslist drie nieuwe klokken te bestellen bij de gieterij Causard uit Tellin in Luxemburg. Zij vervoegden het oude, kleine klokje uit 1650, dat nog steeds in de toren hangt. In 1907 barstte de grote klok en sprong de middelste. Er werden bij Causard noodgedwongen drie nieuwe klokken besteld die er bleven tot 1943, toen ze door de Duitsers geroofd werden. In 1950 kwamen er opnieuw drie nieuwe, gegoten door Michiels in Doornik. Het doksaal was voorzien van een prachtige barokke balustrade, gemaakt door de Aartrijkse timmerman Abraham Janssens in 1771-72. De vier panelen met muziekinstrumenten zijn bewaard gebleven in het Gruuthusemuseum.

Een andere klok gesigneerd Reynaert tot Brugge is een dagloper en heeft een zeer mooie eiken Louis XVI-kast met parquetterie. De tinnen cijferring is vergelijkbaar, maar beschadigd en ook het signatuurschildje mist een stukje zodat een tekening van een vogeltje die boven de naam gegraveerd werd grotendeels wegvalt en de betekenis onduidelijk blijft. Ook dit uurwerk heeft messing ornamenten. De graveerkwaliteit is wel aanzienlijk minder. Mogelijk maakte Ludovicus Reynaert deze klok. Fraiture vermeldt een staande klok gesigneerd Reynaert 1775 uit een privé-verzameling.

e-mailen op lode.goukens@ugent.be.


De Beefe

Gille De Beefe

lode.goukens@ugent.be

© Copyright, all rights reserved, 2010