HOMEBibliofielContact

Isaac Beeckman

Vriend en klankbord van Descartes

leraar, denker en

Isaac Beekman of Beeckman (Middelburg, 10 december 1588 – Dordrecht, 19 mei 1637) is nu een naam van een school, maar net zoals bij de Sint-Jan Berchmanscolleges duidt dit op een voor scholieren stichtende benaming. Beeckman mag een voorbeeld van een studax genoemd worden. Kind van religieuze vluchtelingen uit het huidige België die via Engeland in Middelburg terechtkwamen bleef hij zijn leven lang leren. Dat Isaac Beeckmanhij geen predikant werd is juist het gevolg van zijn onderzoekende geest. Beeckman geloofde niet ik magische eigenschappen of wonderen, voor alles was een mechanische of fysische uitleg te bedenken. Wat hij dan ook veelvuldig deed. Dr Henk Kubbinga schreef een zeer boeiend artikel over de eerste molecuultheorie.

A.J. van der Aa schrijft in 1854: "Hij was een zoon van Abraham Beeckman, een zeer bedreven Godgeleerde en Taalkundige, die uit Engeland te Middelburg was komen wonen, en van Suzanna van Rhee. Isaak, die Doctor in de Geneeskunde was, legde zich met ijver toe op het beoefenen der Wiskunde, in welk vak hij dan ook zoo bijzonder uitmuntte, dat hij wereldberoemd werd, en door alle in dat vak ervaren vreemdelingen, die in ons vaderland kwamen, met een bezoek vereerd werd. Daar hij ook zeer bedreven was in de oude talen werd hem in 1627 het Rectoraat der Latijnsche scholen te Dordrecht opgedragen, waarbij naderhand de waardigheid van Hoogleeraar in de Redeneerkunde gevoegd werd. Deze post nam hij met alle vlijt waar tot aan zijne dood, welke den 20 Mei 1637 voorviel. Het was ongetwijfeld hier, dat hij, zooals men vindt opgeteekend, de leermeester van den Raadpensionaris Johan de Witt geweest is."

Zoals zovele tijdgenoten hield hij een dagboek of Journael bij. Iedereen ken de Essais van Montaigne of de brieven van Samuel Pepys. Beeckman schreef afwisselend in Nederlands en in Latijn zaken neer. Een klein voorbeeld:

Als de klockstelders willen weten hoeveel gewicht dat sy aen haer touwen hanghen moeten sonder te wachten d'een uere vóór ende d'ander naer, om te sien oft met de Sonne overeenkompt, so en hoeven sy haer maer slechs na de voorsz. gevondene secunde te reguleren1), eens wetende wat proportie datter is tusschen een secunde ende het cloppen van haer horologie, meer of min gewichts daeraen hanghende, totdat sy de proportien hooren ende sien. In myn horologie isse byna van 42 cloppen tot 36 secunden.

Ook voor het onderzoek naar telescopen, microscopen en dergelijk is Beeckman soms de enige bron. Zo is hij een belangrijke bron i.v.m. het werk van Cornelis Drebbel. Ahasverus Fromanteel leerde wellicht het slijpen van convexe lensen van Drebbel.

 


© Copyright, all rights reserved, 2010 Volgen op Google Buzz