|
|---|
![]() |
||
|
Van bij zijn ontstaan wordt de mens geconfronteerd met levensgrote gevaren.
Karel Boullart n.a.v. de tentoonstelling in Art Track, november 2008 |
||
![]() |
||
THE SILENCE OF LIGHT
|
||
![]() |
||
| … foto’s van Benn Deceuninck en meditatieve, beschouwelijke teksten van de filosoof Karel Boullart naast elkaar geplaatst,
in een weliswaar los maar niettemin hecht verband: beschouwelijke beelden die men lang kan bekijken en teksten die, naar de mening van de auteur, die foto’s inleiden zonder dwingende interpretaties op te leggen en die daarenboven op zich tot nadenken stemmen. Dit boek vraagt hierdoor een trage lezing. |
||
| voor meer info zie publication | ||
Look, think and meditate.
I have too seldom, in my busy years from adolescent to active senior, taken the time to experience life meditatively. I am getting better at it now and I can enjoy, more than I used to, The Silence of the Light, as expressed by an inspired and talented photographer, who creates images with light, and by a philosopher, who crystallizes this inspiration into words. Of course, I was no stranger to the emotions and ecstasies of artistic beauty, whether it was poetry or some plastic art, but I was always holding on to a rational context. Art for art’s sake was for me an alien concept, a false illusion. I will never be entirely free of these motives; the doer and scientific mind that I am striving to be will always prefer the power and insight of reason. But in recent years, another dimension has been added. I remain the free-thinking positivist but I learned that artistic emotion could gain a hold, as if transported above and beyond time, where context is no longer important. As if I write, as a long-term rationalist, and I am not even sure if emotion is the right word. Perhaps there is no right word for it, for it only happens when one begins to take more time for meditation (although that is a word that I have an instinctive disinclination towards). But then, as I grow older, I find myself meditating more often, or rather, I am learning. To me, it is a very different type of communication; it is not communication as in a physical conversation, from person to person, and not communication as in many other forms, e.g. chatting in the worldwide elusiveness of the internet. It is intense communication that can be experienced alone, in an encounter with images and words, which offer me a context-less invitation to look and dream, maybe a little bit transcendently. Herman Balthazar |
||
![]() |
||
De Stilte van het Licht
Veel te weinig heb ik in mijn drukke jaren van adolescent tot actieve senior de tijd gemaakt om in kijkende meditatie iets te beleven. Beleven zoals ik dat nu al wat beter kan en derhalve meer dan vroeger kan genieten van De Stilte van het Licht, tot uitdrukking gebracht door een bezielde en getalenteerde fotograaf, die beelden schrijft met licht en door een filosoof, die deze bezieling in kristallen woorden en zinnen vertaalde. Natuurlijk kende ik, zocht ik, beleefde ik de emoties en vervoeringen van artistieke pracht, zij het deze van enkele versregels, zij het van een of ander plastisch werk, maar altijd hield ik tezelfdertijd de rationele context vast. Helemaal verlost van deze drijfveren zal ik wel nooit zijn. De doener en de wetenschapsman, die ik poog te zijn zal wel voorkeur blijven geven aan de kracht en het inzicht van de rede; zo pluk ik nog altijd liefst de vruchten van het denken en van de daad. En toch is er in de laatste jaren een andere dimensie bij gekomen. De geus, die in mij met steeds grotere overtuiging groeide, leerde met de jaren dat artistieke ontroering soms een terrein inneemt, die je als het ware transcendent mee voert boven en buiten de tijd, een terrein waar context eigenlijk geen wezenlijke rol meer speelt. Als het ware schrijf ik als oude rationalist en ik weet ook niet of ontroering de juiste woordkeuze is. Misschien is er zelfs geen juiste woordkeuze voor, want het ontstaat door meer tijd te nemen voor wat men wellicht best meditatie noemt al zet ik voor dat woord meditatie reflexmatig mijn kritische stekels op. Maar toch : in mijn oudere dagen word ik vaker een mediteerder of – misschien juister – een leerling-mediteerder. Ik ervaar het als een totaal andere soort communicatie. Het is niet de communicatie van het gesprek in zijn fysische gestalte van mens tot mens of in één van zijn andere vormen zoals chatten in de mondiale ongrijpbaarheid van het internet. Het is wel een intensieve communicatie, die je gans alleen kunt beleven in een soort ontmoeting, een meditatieve ontmoeting met beelden en teksten, die mij zo contextloos mogelijk uitnodigen om te kijken en een beetje transcendent weg te dromen. Waarschijnlijk zal dat ook wel biochemisch te verklaren zijn als een te meten hersenactiviteit, maar ik ervaar het desalniettemin als een heerlijk rustpunt. Dit bij voorbeeld is mijn ervaring in mijn ontmoeting, mijn communicatie met het werkje De Stilte van het Licht. Het boekje, zegt de maker, wil getuigenis brengen van (een) ontmoeting(en). En zo kijk ik ook naar het werk van Benn waarbij ik die meditatieve ervaring heb. Hij helpt mijn hersenen in de uitstekende positie B.Alfa, 8-12 golven per seconde te brengen, maar mij toch probleemloos af te sluiten van de zucht naar nieuwe informatie en context. Herman Balthazar |
||
meditatie naar aanleiding van de voorstelling van de publicatie De Stilte van het Licht |
||
Dames en Heren,
|
||
![]() |
||
| meditatie van prof. dr. Karel Boullart naar aanleiding van de tentoonstelling De Stilte van het licht in boekhandel Lymerick, Gent, mei 2009 |
||
![]() |
Dames en Heren,
5. De lyrische mens is de mens bij uitstek. Wie dat niet onderschrijft, heeft niet geleefd. ‘Wie veel weet en niet er naar leeft, die verspilt zijn tijd’. Dit citaat van Jan van Ruusbroec vraagt om uitleg. Zo iemand heeft niet geleefd? En toch leven de meeste onder ons zo. Alsof ze niet geleefd hadden. Alsof ze dat ook niet wilden, dat leven. Niet echt. |
|
AL WAT IS, IS LICHT: Over Benn Deceuninck & Karel Boullart: Jean-Paul Den Haerynck |
![]() |
|
SKELET De afzonderlijke bestanddelen van De stilte van het licht zijn elk apart misschien wel vervangbaar door een dozijn andere, maar in deze compositie samengebracht vormen ze een sterke verbinding. De ene component bestaat uit visuele impressies, de andere uit medidatieve teksten. Het motto geeft de richting al aan: in de kleinste details zit een hele wereld, al of niet opzettelijk getoond of verborgen. Halverwege de fotoreeks vinden we een beeld van een zwaar gehavende boekenrug van Henri Bergson: La pensée et le mouvant. De beweeglijke gedachte pleit voor een medidatieve omgang met de beelden van Deceuninck en loopt al vooruit op de soms poëtische teksten van Boullart. Twee vormen van expressie worden hier samengebracht zonder dat ze hun eigen sterktes perverteren met het compromis van een directe tekst en beeldconfrontatie: de foto illustreert de woorden niet, de uitgeschreven gedachte wordt niet vastgelegd in het beeld. Beide staan apart, in reeksen vormgegeven. |
||
![]() |
||
| De foto’s van Benn Deceuninck vormen het eerste bestanddeel, zodat de beelden alle vrijheid krijgen, vooraleer enige talige component ze betekenis kan toekennen. De “vergeten meditaties” van Karel Boullart duwen de lezer een specifieke richting uit, maar niet noodzakelijk die van de voorafgaande beelden. Deceuninck en Boullart kozen voor een gezamenlijke publicatie, maar kozen elk hun medium en gaven dat de volle ruimte. Pas bij een herhaald bekijken of lezen beginnen de twee onderdelen hun gehechtheid aan elkaar te tonen en wordt ons geheugen “gelijmd”. Dat is zeker de verdienste van Deceuninck, de vormgever van deze zeer verzorgde compositie in woord en beeld. | ||
![]() |
||
| Benn Deceuninck (1960) is bibliothecaris van de kunstbibliotheek van de Universiteit Gent, gehuisvest in de daartoe speciaal door Henri van de Velde ontworpenen ruimte met uitzicht op de Boekentoren). Als gedreven fotograaf (hij studeerde in een ver verleden fotografie aan de Gentse Academie) heeft hij oog voor esthetische kwaliteit, maar ook voor de intrinsieke eigenschappen van het in beeld te brengen onderwerp, meer nog, voor zowel de zintuiglijke prikkeling als de associatieve en filosofische gedachten die ons daarbij voor de voeten lopen. Karel Boullart (1943) is professor emeritus van de Gentse universiteit. Hij heeft tientallen publicaties over (kunst-)filosofie op zijn naam. Geen wonder dus dat de twee elkaar in deze uitgave konden vinden. Ex-gouverneur Herman Balthazar leidt het boekje in met een aansporing tot communicatie over het rationele denken heen, voor een heilzame en intensieve ontmoeting met licht en stilte. |
||
Vormgeving en compositie vormen zowel het skelet van dit bouwsel, als het tactiele oppervlak. Wie het boek onder ogen krijgt valt eerst het stevige, liggend formaat op en
|
||
![]() |
||
| Ook waar het beeld scherp is en niet gehinderd wordt door een voorgrond, toont het zich in sporen van wat eens was: grandeur en aftakeling, licht en duister. Nuanceringen vertellen het hele verhaal, omdat we nooit direct kijken, maar via de rand (van een centraal geplaatst spiegelmedaillon bij voorbeeld) of over de schouder (van een lezer). Het beeld dwingt ons de blik vast te haken aan vele facetten na en tegen elkaar op en deelt ons door zijn plaatsing binnen de reeks aldus zijn diepste verhaal mee. We kijken naar een oor en vinden op de volgende foto de klappende hand, waarnaar het oor luisterde. We zien een gebaar opschuiven tot schaduwspel, een foto verschuiven van romp naar hoofd, een suggestief lijnenspel verspringen tot reëel patroon. Onze blik vangt de lichtweerkaatsing en gaat op zoek naar het nauwelijks herkenbare oppervlak dat daarvoor verantwoordelijk is. Van vlam naar schittering, van boomtak naar kruisiging, van de suggestie van een vlinder naar adembeweging: elke verschuiving wordt een betekenisrijke transpositie. In onze geest vloeien de associaties moeiteloos samen: vleugelslag met schouderlijn, de verre vrouw met het knielen in de lege kamer. Of hoe het overweldigend binnengutsende licht botst met de massiviteit van twee in hun vuile detaillering uitvergrote steenklompen, om maar iets te noemen. Zo weinig divers als zijn onderwerpen heeft Deceuninck ook zijn kleurgebruik opvallend beperkt. Naast zijn zwartwitbeelden vangt hij het licht in hoofdzakelijk rode, roeste en bruine tinten: een monochrome schildering, waarbij schemering en schaduw de nodige nuance aanbrengen en lichtvlekken als ophogend wit dienstdoen. | ||
![]() |
||
| De foto van het “Bericht” (met het verzoek om het licht uit te draaien) sluit de fotoreeks af en is wat mij betreft overbodig. Zo’n nadrukkelijk slotbeeld hoefde hier niet, temeer omdat het al spoort met de openingszin van de “vergeten meditaties” van Karel Boullart die erop volgen: “What is noise? # Wat is lawaai?” Die slotfoto dus, in de fotoreeks is dat groot lawaai. | ||
| LICHT AAN DE HORIZON Net als de foto’s zijn de meditaties van Karel Boullart beschouwingen over licht en leven. Door contrast met duisternis, lawaai, chaos, vernietiging en dood, scherpt hij zijn gevoel voor aandacht, harmonie, intelligentie en intens leven aan. Achtereenvolgens zwerven zijn gedachten uit over stilte, dromen, vergankelijkheid, schoonheid, beschaving. Mijmerend, proberend om de essentie in eenvoudige woorden te vangen. Kantelend tussen een bijna aforistische formulering en het begin van poëzie, tussen bijbels geïnspireerde passages en de oosterse wijsheden van de tao. Maar zelden wordt een van beide uitersten ook bereikt; het lijkt me dat Boullart die té bekende vormen en frasen zorgvuldig ontwijkt om zijn woorden en visie niet bij voorbaat te compromiteren met onze vooroordelen. ‘Vergeten meditaties’ noemt hij zijn teksten. Vergeten is daarbij te begrijpen als niet-vormvaste, bijna achteloos ontstane bewoordingen, wellicht verzameld over een langere periode. Vergeten wellicht ook bedoeld als tot ons komend via een minder alledaagse invalshoek, uit een andere wereld, op een andere manier: om kennis te nemen van de dingen die er echt toedoen. Daarop wijzen referenties aan de blindheid van de moderne mens voor de dingen om hem/haar en in hem/haar. Deze meditaties dringen aan op zelfinzicht, overgave, solidariteit met de aarde, beperking en erkenning van ons sterfelijk geluk. Dit streven is ethisch gericht, maar uit zich vooral in een zoektocht naar het mysterie in de mens, naar het weerstaan aan de onrust van het alledaagse, naar het zinnig voltrekken van ons korte bestaan in de tijd. Immers, ‘zo weinig hebben wij nodig om bevestiging te krijgen’, dat we echte schoonheid herkennen in één oogopslag, dat we aan de o zo tijdelijke schijn van onsterfelijkheid onze hoop afmeten, dat ons briljante denken nooit of te nimmer blijvende resultaten oplevert. ‘Alleen (...) in de eindigheid, kan de wereld gedijen in het licht van de mens. Voor onze bezorgdheid Staan de sterren te ver van ons verwijderd. Ook als ze voor ons voortbestaan fataal zijn.’ |
||
![]() |
||
Ontsnappen aan het triviale leven dat we leiden, de feiten van ons bestaan onder ogen zien: dat is onze enige kans in het licht van de eeuwigheid. En die eeuwigheid kunnen we pas echt ervaren als we bereid zijn die in elk ogenblik te zien, als we erkennen dat we op astronomische schaal minder dan niemendal voorstellen, ondanks al onze individualistische uitwassen en het vol van onszelf zijn. Dat we er in geslaagd zijn ondanks onze geniale inzichten en onze eeuwenoude wijsheden de wereld in geen tijd in de vernieling te storten, betekent dat we nooit klaarheid hebben kunnen scheppen in onze duistere geest, dat we nooit hebben ingezien dat die streep van licht aan de horizon ’s ochtends alles is wat we nodig hebben. Op twee inversiepagina’s middenin het tekstgedeelte van het boek staat het treffend in witte letters tegen een zwarte achtergrond: Al wat is, is licht. |
||
De recensie door Jean-Paul Den Haerynck verscheen in nr. 22 van het tijdschrift Vorm, Filosofie & Gaga, december 2009, p. 60-64: een aflevering die onder de titel "Wit over zwart" bijna volledig gewijd is aan de Gentse dichteres Lucrèce van Hecke, die in 1996 exact op haar 40ste verjaardag zelfmoord pleegde. De recensie over De Stilte van het Licht past hier wonderwel bij. Het nummer werd op zondag 6 december 2009 in Café Rococo (Patershol) voorgesteld. Jean-Paul Den Haerynck |
||
| link | copyrightbookshop | |